Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Bergen op Zoom inhoudende Verordening rechtspositie raads- en burgerleden gemeente Bergen op Zoom 2026
Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Bergen op Zoom inhoudende Verordening rechtspositie raads- en burgerleden gemeente Bergen op Zoom 2026 De raad van de gemeente Bergen op Zoom; gezien het voorstel van het presidium; gelet op gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 97, 98, 99 van de Gemeentewet en de artikel[en [3.1.1, vijfde lid,] 3.1.3, eerste lid[, 3.1.4, eerste lid, 3.1.8, eerste lid, 3.1.9, eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.4.1, eerste lid, en 3.4.2] en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. BESLUIT: vast te stellen de volgende verordening: Verordening rechtspositie raads- en burgerleden gemeente Bergen op Zoom 2026. Artikel 1 Definitiebepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. commissie: een commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet b. griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. c. raadslid: lid van de gemeenteraad. d. burgerlid: niet-raadslid, door de raad aangewezen op voordracht van de in de raad vertegenwoordigde fractie waartoe hij behoort; Artikel 2. Vergoeding burgerleden Een burgerlid ontvangt voor het bijwonen van een vergadering van een raadscommissie of een beeldvormende vergadering de vergoeding vermeld in artikel 3.4.1, inwonersklasse 6 van het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Artikel 3. Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie 1. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een jaarlijkse toelage toegekend van maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend ten hoogte van 100 procent van het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is. De werkgeverscommissie wordt aangemerkt als een bijzonder commissie. 3. Raadsleden die roulerend voorzitter zijn in één commissie als bedoeld in artikel 3.1.4a, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, ontvangen ieder een maandelijkse toelage van 100 procent van het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, per persoon, zolang de commissie actief is. Artikel 4. Reis- en verblijfkosten burgerleden 1. Een burgerlid heeft ten laste van de gemeente aanspraak op een vergoeding zoals vastgelegd in artikel 3.1.7 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. De gemeenteraad kan (een delegatie uit) de gemeenteraad of een raadscommissie toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland als deze door of vanwege de gemeente wordt georganiseerd. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden. Artikel 5. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en burgerleden 1. Een raads- of burgerlid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie, waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitsverhouding van de desbetreffende scholing redelijks is en dat de kosten ervan niet alp een andere basis kunnen worden vergoed. 3. De voorzitter van de raad beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken. 4. Aanvragen die niet overeenkomstig de bepalingen in deze verordening worden ingediend, komen niet voor vergoeding in aanmerking. Artikel 6. Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en burgerleden 1. Een raads- of burgerlid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. Een raads- of burgerlid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. 3. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen is mogelijk na opschoning en tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer. Artikel 7. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964. Artikel 8. Declaratie van onkosten 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur, b. betaling vooruit uit eigen middelen 2. Declaratie geschiedt: a. Op basis van een declaratieformulier en bewijsstukken en b. Voor de 8e van de derde maand na factuurdatum of betaling. 3. Een declaratie wordt ingediend bij en getoetst door de griffier. Artikel 9. Inwerkingtreding 1. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en burgerleden en treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin deze regeling wordt geplaatst. 2. De verordening rechtspositie raads- en burgerleden Bergen op Zoom 2019 wordt gelijktijdig ingetrokken. Artikel 10. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en burgerleden gemeente Bergen op Zoom 2026. Aldus vastgesteld in de vergadering van 24 september 2026, De interim griffier, C.G.M. Bus De voorzitter, drs. M. Mulder MSc.
Meer informatie