Subsidieregeling versterken sociale basis Achtkarspelen 2027

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op1 oktober 2026
Gepubliceerd doorGemeente Achtkarspelen

Subsidieregeling versterken sociale basis Achtkarspelen 2027 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Achtkarspelen; gelet op de Algemene subsidieverordening Achtkarspelen 2024 en de Visie versterken sociale basis die is vastgesteld door de raad op 4 november 2021; overwegende dat het wenselijk is om activiteiten te stimuleren die bijdragen aan het versterken van de sociale basis door het verstrekken van subsidies; besluit vast te stellen de navolgende Subsidieregeling versterken sociale basis Achtkarspelen 2027. Artikel 1. Begripsomschrijvingen Deze regeling verstaat onder: a.Asv: Algemene subsidieverordening Achtkarspelen 2024; b.college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Achtkarspelen; c.sociale basis: fundament van informele contacten, netwerken, initiatieven en voorzieningen dat eraan bijdraagt dat inwoners elkaar ontmoeten, zich inzetten voor elkaar en hun buurt of dorp, en zich kunnen redden en ontwikkelen; Artikel 2. Doel van de regeling Het doel van deze regeling is het stimuleren van activiteiten die bijdragen aan het versterken van de sociale basis. Artikel 3. Activiteiten Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die in 2027 worden verricht, ten goede komen aan de inwoners van de gemeente Achtkarspelen en bijdragen aan een of meer van de volgende thema’s: a.ONTMOETEN EN BETROKKENHEID: activiteiten die het gevoel van verbondenheid met de medemens of de gemeenschap waartoe mensen behoren versterken; b.SAMENREDZAAMHEID: activiteiten die zijn gericht op het ondersteunen van mensen, zodat zij kunnen (blijven) meedoen in de maatschappij; c.ZELFREDZAAMHEID EN ONTPLOOIING: activiteiten die het vermogen om een zelfstandig leven te leiden vergroten of die zijn gericht op het ontwikkelen van vaardigheden, talenten of persoonlijke groei. Artikel 4. Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan stichtingen of verenigingen zonder winstoogmerk. Artikel 5. Subsidiabele kosten 1.Voor subsidie komen uitsluitend in aanmerking de kosten die rechtstreeks aan de subsidiabele activiteiten zijn toe te rekenen en redelijkerwijs nodig zijn voor de uitvoering daarvan. 2.In ieder geval wordt geen subsidie verstrekt voor: a.kosten waarvoor reeds subsidie is verstrekt of een andere vorm van externe financiering is verkregen; b.kosten van onderzoek en beleidsontwikkeling; c.kosten die niet in een redelijke verhouding staan tot de uit te voeren activiteiten of de beoogde resultaten; d.kosten die onvoldoende zijn onderbouwd of gespecificeerd; e.verrekenbare of compensabele btw. Artikel 6. Aanvullende weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in de Asv wordt de subsidie geweigerd indien: a.de activiteiten in hoofdzaak een commercieel of individueel belang dienen; b.de aanvraag is ontvangen buiten de in artikel 7, derde lid, genoemde aanvraagperiode; c.de aanvraag op meerdere criteria minder dan 5 punten of een totaal aantal van minder dan 20 punten heeft gekregen. Artikel 7. Subsidieaanvraag 1.Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend bij het college met gebruikmaking van het door het college beschikbaar gestelde aanvraagformulier.2.Het aanvraagformulier wordt volledig ingevuld, rechtsgeldig ondertekend en voorzien van de daarin gevraagde gegevens, bescheiden en bijlagen. 3.Een aanvraag wordt ingediend tussen 15 oktober 2026 en 15 november 2026. Aanvragen kunnen na laatstgenoemde datum niet meer worden ingediend of inhoudelijk worden aangevuld. 4.Naast de in artikel 6 Asv genoemde gegevens en bescheiden bevat een aanvraag in ieder geval: a.Een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; b.Een toelichting op de wijze waarop en de mate waarin de activiteiten voldoen aan de in artikel 9 genoemde criteria. Artikel 8. Subsidieplafond en verdeelsystematiek 1.Het subsidieplafond bedraagt € 799.991.2.Subsidie wordt verdeeld op basis van rangschikking van de voor subsidie in aanmerking komende aanvragen.3.De aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen worden getoetst op de in artikel 9 en 10 bedoelde wijze.4.De aanvragen worden gerangschikt op basis van totaal aantal punten per aanvraag. Het college verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van de rangschikking, te beginnen met de aanvraag die het hoogste aantal totale punten heeft gekregen en vervolgens met de opvolgende aanvragen. 5.Indien door volledige toekenning van een daarvoor in aanmerking komende aanvraag het subsidieplafond zou worden overschreden, wordt de subsidie toegekend tot maximaal het bedrag van het subsidieplafond. 6.Indien door toekenning van alle aanvragen met hetzelfde totaalaantal punten het subsidieplafond zou worden overschreden, wordt hun onderlinge rangschikking als volgt bepaald: a.De aanvragen met de hoogste score op het criterium ‘Bijdrage aan versterking van de sociale basis’ komen het eerst voor subsidie in aanmerking, gevolgd door de aanvragen met de hoogste score op het criterium ‘Behoefte en maatschappelijk meerwaarde’; b.Indien door toekenning van alle aanvragen met dezelfde hoogste score op het criterium ‘Bijdrage aan versterking van de sociale basis’ het subsidieplafond zou worden overschreden, komen van die aanvragen de aanvragen met de hoogste score op het criterium ‘Behoefte en maatschappelijke meerwaarde’ het eerst voor subsidie in aanmerking; c.Indien na toepassing van onderdelen a en b nog steeds sprake is van gelijk gerangschikte aanvragen, en door toekenning van die aanvragen het subsidieplafond zou worden overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen bepaald door middel van loting. De loting vindt plaats door een door het college in te schakelen notaris. Artikel 9. Beoordeling 1.Aanvragen worden beoordeeld op basis van de volgende criteria: a.Bijdrage aan versterking van de sociale basis; b.Behoefte en maatschappelijke meerwaarde; c.Uitvoerbaarheid en continuïteit; d.Samenwerking en netwerkvorming 2.De beoordeling vindt plaats door de in artikel 10 bedoelde beoordelingscommissie. 3.Per criterium kan de beoordelingscommissie de volgende punten toekennen: a.0 punten: onvoldoende b.5 punten: voldoende c.10 punten: goed d.15 punten: zeer goed e.20 punten: uitstekend 4.Per criteria kunnen maximaal 20 en per aanvraag maximaal 80 punten worden toegekend. Artikel 10. Beoordelingscommissie 1.Het college benoemt een beoordelingscommissie die tot taak heeft de aanvragen te beoordelen volgens artikel 9 en daarover aan het college te rapporteren. 2.De beoordelingscommissie bestaat uit minimaal 3 en maximaal 5 personen, waaronder een voorzitter die uit hun midden wordt gekozen. 3.Elk lid van de beoordelingscommissie beoordeelt de aanvragen individueel en kent voor iedere aanvraag per criterium gemotiveerd een aantal punten toe. 4.Vervolgens bespreekt de beoordelingscommissie de aanvragen afzonderlijk in een of meerdere plenaire sessies. De leden kunnen daarbij hun scores toelichten en onderling vergelijken. Indien gewenst kan een commissielid op basis van deze sessie de scores nog aanpassen.5.Voor iedere aanvraag worden de scores van alle leden per criterium gemiddeld. De gemiddelde scores van alle criteria worden bij elkaar opgeteld. Die totaalscore bepaalt de plek in de rangschikking. Artikel 11. Aanvullende verplichtingen 1.Onverminderd het bepaalde in de Asv zijn in ieder geval de volgende verplichtingen op de subsidieontvanger van toepassing: a.De subsidieontvanger voert de activiteiten uit overeenkomstig de subsidieaanvraag en de beschikking waarbij de subsidie is verstrekt; b.De activiteiten worden uitgevoerd ten behoeve van inwoners van de gemeente Achtkarspelen. Artikel 12. Verantwoording en vaststelling 1.Subsidies tot en met € 5.000 worden door het college direct vastgesteld, zonder voorafgaande subsidieverlening.2.Bij subsidies van meer dan € 5.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk 1 juni 2028 een aanvraag tot vaststelling in bij het college. Een aanvraag tot vaststelling bevat: a.een inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht; b.een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag); c.een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop. 3.Bij subsidies van meer dan € 50.000 wordt, in aanvulling op het derde lid, tevens een controleverklaring van een onafhankelijke accountant overgelegd. Artikel 13. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen, ten gunste van een belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze regeling, indien toepassing van de regeling tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 14. Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking daarvan in het elektronisch gemeenteblad.2.De Subsidieregeling versterken sociale basis, gemeente Achtkarspelen 2023 wordt ingetrokken, met dien verstande dat die regeling van toepassing blijft op subsidies die op grond daarvan zijn verstrekt. 3.Deze regeling kan wordt aangehaald als “Subsidieregeling versterken sociale basis Achtkarspelen 2027”. Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Achtkarspelen op 22 september 2026. Bijlage – toelichting op de beoordelingscriteria De aanvragen worden getoetst aan de hand van de vier in artikel 9 genoemde criteria. Hieronder staat een korte toelichting op die criteria en de aspecten waar bij de beoordeling onder ander naar wordt gekeken. Bijdrage aan versterking van de sociale basis (criterium a) Bij dit criterium gaat het erom of de aangevraagde activiteiten betrekking hebben op een of meerdere van de in artikel 3 genoemde thema’s (ontmoeten en betrokkenheid, samenredzaamheid, zelfstandigheid en ontplooiing). Er wordt gekeken of de activiteiten met een of meer van die thema’s verband houden en zo ja, of de activiteiten daar ook een (positieve) bijdrage aan leveren. Daarbij is onder meer de kwaliteit van de activiteiten van belang. De aanvrager moet beschrijven op welk(e) van deze thema’s de activiteiten betrekking hebben. Daarbij zij opgemerkt dat activiteiten die betrekking hebben op meerdere thema’s niet per definitie beter zijn, of meer punten krijgen, dan activiteiten die betrekking hebben op één thema. Dat is in dat geval primair afhankelijk van de mate waarin de activiteiten aan een thema bijdrage en de kwaliteit van de activiteiten. Behoefte en maatschappelijke meerwaarde (criterium b) Bij dit criterium wordt onder meer bezien of de aangevraagde activiteiten ook daadwerkelijk voorzien in een behoefte. De aanvrager moet dat motiveren en toelichten waarom zij denkt of vindt dat de activiteiten aansluiten bij een bestaande behoefte. Beoordeeld wordt of die behoefte in kaart is gebracht en zo ja, hoe groot de behoefte is. Een activiteit die voorziet in de behoefte van een groter aantal personen, heeft doorgaans een breder bereik en daarmee vaak ook een grotere maatschappelijke meerwaarde. Dat hoeft overigens niet altijd zo te zijn. Een activiteit die voorziet in een specifieke behoefte van een beperkt aantal personen, kan niettemin een grote(re) maatschappelijke meerwaarde hebben als de activiteiten voor die personen een aanzienlijke positieve impact hebben. Van de aanvrager wordt verwacht dat zij, naast de behoefte, ook inzicht geeft in de verwachte maatschappelijke meerwaarde. Uitvoerbaarheid en continuïteit (criterium c) Van belang is dat de activiteiten ook daadwerkelijk uitvoerbaar zijn. Daarbij wordt zowel gekeken naar de feitelijke uitvoerbaarheid, als de financiële uitvoerbaarheid. Bij de feitelijke uitvoerbaarheid wordt onder meer bezien of er, mede gelet op de aard en omvang van de activiteiten, voldoende organisatorische capaciteiten en kwaliteiten zijn om de activiteiten uit te voeren. Ook wordt bezien of er (andere) omstandigheden zijn die aan uitvoering in de weg staan. Bij de financiële uitvoerbaarheid wordt gekeken naar of er voldoende financiële middelen zijn om de activiteiten uit te voeren. Daarnaast wordt bezien of en in welke mate de activiteiten duurzaam bijdragen aan het versterken van de sociale basis. Daarvoor geldt in algemene zin dat activiteiten die structureel of langdurig een positieve impact (kunnen) hebben, beter scoren. Van de aanvrager wordt verwacht dat zij beschrijft welke impact van de activiteiten wordt verwacht. Samenwerking en netwerkvorming (criterium d) Van belang is dat activiteiten zoveel mogelijk zijn gericht op samenwerking met inwoners en (maatschappelijke) organisaties. Activiteiten waarbij wordt samengewerkt zorgen over het algemeen voor een breder draagvlak en een sterkere en hechtere gemeenschap. Bij dit criterium wordt daarom bezien of en in welke mate samenwerking plaatsvindt, met wie, en wat de meerwaarde van die samenwerking is of kan zijn. Ook wordt bezien of een langdurige(re) samenwerking wordt beoogd, met het oog op (verdere) netwerkvorming.

Meer informatie