Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân d.d. 15 september 2026 houdende regels omtrent de openstelling van de Regeling Europese Landbouwsubsidies provincie Fryslân 2023-2027, paragraaf 2.3 Niet productieve investeringen op...

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op1 oktober 2026
Gepubliceerd doorProvincie Fryslân

Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân d.d. 15 september 2026 houdende regels omtrent de openstelling van de Regeling Europese Landbouwsubsidies provincie Fryslân 2023-2027, paragraaf 2.3 Niet productieve investeringen op landbouwbedrijven (Openstellingsbesluit GLB-NSP Investeringen voor waterkwaliteit en klimaatadaptatie op landbouwbedrijven 2026 provincie Fryslân) Gedeputeerde Staten van Fryslân, Gelet op artikel 1.3, derde lid, van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022; Gelet op artikel 1.2 van de Regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Fryslân; BESLUITEN Het volgende openstellingsbesluit vast te stellen: Artikel 1 Begripsbepalingen In aanvulling op de definities, als bepaald in artikel 1.1 van de regeling, wordt in dit openstellingsbesluit verstaan onder: a.autochtoon: Autochtone soorten (ook wel genetisch inheems genoemd) zijn natuurlijke inheemse selecties die zelfstandig meer dan 100 jaar zichzelf in stand houden in een bepaald gebied; b.biodiversiteit: alle soorten planten en dieren die voorkomen en thuishoren in het landschap, met zijn specifieke kenmerken, waar het project plaatsvindt (inheems, autochtoon); c.Catalogus Groenblauwe Diensten: de Catalogus Groenblauwe Diensten bevat onder andere kwaliteits- en uitvoeringsrichtlijnen. Catalogus Groenblauwe Diensten - BIJ12; d.conserveren van water: het zo lang mogelijk vasthouden van water ter voorkoming van verdroging en van droogteschades als gevolg daarvan; e.hoofdwatergang: is onderdeel van hoofdwateren zoals vermeld in de beleidsregels Integrale Legger, par. 3.3. van het Wetterskip Fryslân; f.KRW: Kaderrichtlijn Water, de Europese richtlijn die tot doel heeft uiterlijk in 2027 een goede chemische en ecologische waterkwaliteit te bereiken in alle Europese oppervlaktewateren en grondwateren en de lidstaten verplicht de daartoe noodzakelijke maatregelen te nemen; g.KRW-doelen: doelen gericht op een betere waterkwaliteit, waarmee voldaan wordt aan de vereisten van de Kaderrichtlijn Water. Deze doelen zijn voor Fryslân beschreven in de KRW-nota’s 2022-2027; h.KRW-maatregelen: maatregelen die bijdragen aan de realisatie van de Friese KRW-doelen; i.KRW-nota’s: betreft de Notitie KRW in Fryslân, de nota waarin de provincie Fryslân de doelen en op hoofdlijnen de maatregelen samenvat voor de Kaderrichtlijn Water voor de periode 2022-2027, en betreft de KRW-beslisnota 2022-2027 d.d. 23 november 2021 van het Wetterskip Fryslân, beide te vinden op http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR704864; j.landbouwgronden: Een aaneengesloten stuk landbouwareaal, waaronder begrepen aangrenzende landschapselementen die officieel ter beschikking van de landbouwer staan, en waarvan de eigenaar in het bezit is van een bedrijfsregistratienummer (BRS) ofwel relatienummer RVO; k. landschapstypen: landschapstypen zoals aangegeven in de structuurvisie Grutsk op ‘e Romte en op de digitale Landschapstypenkaart van de provincie Fryslân, www.fryslan.frl/grutsk en www.fryslan.frl/landschapstypenkaart; l. natuurvriendelijk inrichten: door middel van inrichting optimaal habitat/leefgebied creëren voor waterplanten, waterrietgroei, vis en overige waterdieren, waarbij het grootste deel in potentie begroeibaar is voor waterplanten; m.niet productieve investering: investering die niet leidt tot een aanzienlijke stijging van de waarde of de rentabiliteit van het landbouwbedrijf of een andere onderneming; n.regeling: Regeling Europese landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Fryslân zoals vastgesteld op 5 december 2023 te vinden op http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR709340; o.regionaal waterprogramma: het regionale waterplan bedoeld in artikel 4.4 van de Waterwet, waarin de provincie de hoofdlijnen van het in Fryslân te voeren waterbeleid vastlegt, voor de periode 2022-2027. Dit beleid is gericht op de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast en de inrichting van watersystemen met voldoende en schoon water. Het Regionaal waterprogramma is door Provinciale Staten van Fryslân vastgesteld in de 1e week van juli 2022 en is te vinden onder de volgende link https://www.fryslan.frl/regionaal-waterprogramma-20222027?origin=/rwp; p.SNN: Samenwerkingsverband Noord-Nederland; q.vasthouden van water: het tijdelijk of gedurende langere tijd opslaan van water om schade als gevolg van wateroverlast en/of watertekorten tegen te gaan; r.vispassage: voorziening die het voor vissen mogelijk maakt obstakels als stuwen, gemalen en dergelijke te passeren; s.waterkwaliteitsbaggeren: het verwijderen van nutriëntenrijke bagger ter verbetering van de waterkwaliteit; t.watersystemen: een samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken. Artikel 2 Subsidiabele activiteiten 1.Overeenkomstig artikel 2.3.1 van de regeling kan subsidie worden verstrekt voor niet productieve investeringen op landbouwbedrijven.2.Overeenkomstig artikel 2.3.1 van de regeling kan subsidie uitsluitend worden verstrekt als de activiteit bijdraagt aan minimaal één van de volgende doelen: a.matiging van en aanpassing aan klimaatverandering of bevorderen van duurzame energie; b.bevorderen van duurzame ontwikkeling of efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen; c.het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, versterking van ecosysteemdiensten of instandhouding van habitats of landschappen. 3.Als uitwerking van lid 2 wordt met betrekking tot de uit te voeren maatregelen, als onderdeel van de totale subsidieaanvraag, alleen subsidie verstrekt voor maatregelen opgenomen in de in Bijlage 1 bij dit openstellingbesluit bijgevoegde maatregelenlijst. Artikel 3 Doelgroep In overeenstemming met artikel 2.3.2 van de regeling kan subsidie zoals bedoeld in artikel 2 worden verstrekt aan: a.een agrarisch collectief, te weten een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid bestaande uit landbouwers en andere grondgebruikers van landbouwgrond; b.een landbouwer; c.een landbouworganisatie, te weten een organisatie in de agrarische sector die aantoonbaar zowel de economische als de sociale belangen van de ondernemers in de agrarische sector behartigt; d.een organisatie voor landschapsbeheer, te weten een organisatie die aantoonbaar gericht is op het beheer van natuur of landschap; of e.een samenwerkingsverband van landbouwers. Artikel 4 Openstellingsperiode 1.Subsidieaanvragen voor activiteiten zoals bedoeld in dit openstellingsbesluit kunnen worden ingediend van 28 september 2026 9:00 uur tot en met 23 oktober 2026 17:00 uur.2.Een aanvraag is tijdig ingediend indien deze binnen de in het eerste lid genoemde periode door SNN is ontvangen via het daarvoor ontwikkelde webportaal: http://www.snn.nl/programmas/glb-23-27. Artikel 5 Subsidieplafond Het beschikbare subsidieplafond voor de periode zoals bepaald in artikel 4, eerste lid, van dit openstellingsbesluit bedraagt € 3.900.000,-- samengesteld uit € 1.677.000,-- Europese middelen (ELFPO), € 570.000,-- nationale provinciale middelen en € 1.653.000,-- overige nationale middelen. Artikel 6 Hoogte subsidie 1.Overeenkomstig artikel 2.3.7, eerste lid, van de regeling bedraagt de subsidie voor activiteiten als bedoeld onder artikel 2, derde lid van dit openstellingsbesluit, 100% van de subsidiabele kosten.2.In afwijking van het eerste lid en conform artikel 2.3.7, tweede lid, van de regeling, bedraagt de subsidie 70% van de subsidiabele kosten voor investeringen in het watersysteem indien de activiteit van invloed is op de beschikbaarheid van water (kwantiteit), zijnde maatregel 3a en alle maatregelen van thema 4 Water vasthouden en peilbeheer van Bijlage 1. 3.De hoogte van de subsidie bedraagt minimaal € 200.000,-- en maximaal € 3.900.000,--. 4.Op de subsidie zoals bedoeld in het derde lid zijn de regels inzake subsidie op basis van arrangement 3 zoals bedoeld in artikel 1.7, eerste lid onder c, in artikel 1.18, derde lid en in artikel 1.21 van de regeling van toepassing. Artikel 7 Subsidiabele kosten 1.In overeenstemming met artikel 2.3.5 eerste en tweede lid van de regeling komen alleen kosten als bedoeld in artikel 1.8, onder a, b en e, voor subsidie in aanmerking.2.In afwijking op artikel 1.10 van de regeling komen kosten als bedoeld in artikel 1.10, onder e, uitsluitend voor niet-overheden, voor subsidie in aanmerking.3.De subsidiabele kosten worden berekend volgens de in artikel 1.9b of de in artikel 1.9c, eerste lid, onder a en het tweede lid van de regeling genoemde berekeningswijze. Artikel 8 Niet subsidiabele kosten Overeenkomend artikel 2.3.6 van de regeling en in aanvulling op artikel 1.10 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking: a.investeringen in het watersysteem waar uitsluitend landbouwers van profiteren; b.eventuele afvoer- en stortkosten van vrijkomende grond, puin of bagger; c.het aanleggen van kruidenrijk grasland indien de aanvrager niet heeft onderbouwd dat het voorgestelde kruidenrijke graslandmengsel, gelet op de bemesting in het verleden en het voorgenomen beheer, passend is voor de projectlocatie d.plant- en zaaigoed dat niet inheems of autochtoon is. Artikel 9 Subsidievereisten Onverminderd artikel 1.6 en artikel 2.3.3 van de regeling en in aanvulling op het bepaalde in artikel 1.3 van de regeling: 1.Dient een subsidieaanvraag te worden ingediend bij Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân via het SNN door middel van een daarvoor ontwikkelde webportal dat bereikbaar is via de website van http://www.snn.nl/programmas/glb-23-27. 2.Wordt een aanvraag voor subsidie ingediend met gebruikmaking van een volledig, door SNN verstrekt, ingevuld projectplan format, vergezeld van de van toepassing zijnde bijlagen. In aanvulling op artikel 1.6 van de regeling bevat de aanvraag in elk geval: a.een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; b.een begroting voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; c.een toelichting of onderbouwing op de begroting, bijvoorbeeld door middel van één of meerdere offertes, een standaardsystematiek voor kostenramingen (SSK) of een duidelijk kostenoverzicht op basis van het Handboek Catalogus Groenblauwe Diensten; d.een sluitend financieringsplan van de kosten van de activiteit, met inbegrip van een opgave van subsidies of vergoedingen die voor dezelfde activiteiten bij andere bestuursorganen, private organisaties of personen zijn aangevraagd, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; e.een kaart met daarop aangegeven de locatie of locaties waar de activiteit wordt uitgevoerd of, indien deze locatie of locaties nog niet exact bekend is, een zoekgebiedenkaart voor de activiteit. Artikel 10 Aanvraag 1.Indien de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd naar waarschijnlijkheid leidt tot negatieve omgevingseffecten, bevat de subsidieaanvraag een omschrijving van de benodigde vergunningen, waarin deze omgevingseffecten worden getoetst, die voor de uitvoering dienen te worden verkregen. 2.Dient als de aanvraag wordt ingediend door een landbouwer met een biologische bedrijfsvoering of landbouwer die in omschakeling is naar biologische landbouw, in aanvulling op artikel 1.6 van de regeling, de aanvraag vergezeld te gaan van een erkend certificaat of kwaliteitskeurmerk waaruit dit blijkt (SKAL of Demeter).3.Dient als de aanvraag wordt ingediend door een landbouwer die in omschakeling is naar biologische landbouw, in aanvulling op artikel 1.6 van de regeling, de aanvraag vergezeld te worden van het inschrijfnummer en documentatie van een certificerende instantie ter onderbouwing dat de bedrijfsomschakeling is gestart.4.In aanvulling op artikel 9 bevat een subsidieaanvraag die ziet op maatregelen uit Bijlage 1 van dit openstellingsbesluit: a.Een toelichting van de noodzaak van de grond- en bodembewerking, zoals ontgraven, ploegen, herprofileren, spitten of frezen, en een toelichting waaruit blijkt of en op welke wijze binnen het project grond vrijkomt, waarbij eventueel vrijkomende grond in geen geval mag leiden tot demping van sloten en/of greppels. b.een beschrijving, indien van toepassing, waaruit blijkt dat het binnen een activiteit te gebruiken zaai- en of plantmateriaal inheems of autochtoon, is en passend bij de betreffende bodemsoort. Indien er voor het gebied een bestaand beheer- of inrichtingsplan en/of een historisch ontwerp aanwezig is dient te worden beschreven dat het hierop aansluit; c.een beschrijving waaruit blijkt dat het aan te leggen kruidenrijk grasland onder maatregel 1c aansluit bij de bemesting in het verleden en het bemestingsplan en een toelichting dat gebruik wordt gemaakt van een meerjarig mengsel; d.een toelichting, indien van toepassing, waaruit blijkt dat de uit te voeren maatregelen zijn toegestaan op de projectlocatie. Hiervoor kan de kaart in de maatregelenlijst worden gebruikt en de bijhorende tabel in de toelichting op Bijlage 1. Artikel 11 Selectiecriteria, weging en rangschikking 1.Aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, worden door een adviescommissie als bedoeld in artikel 1.13 van de regeling geselecteerd en gerangschikt op basis van de volgende selectiecriteria overeenkomend 2.3.8 van de regeling: Selectiecriterium Wegingsfactor Te behalen punten Maximum per criterium a Mate van effectiviteit van de activiteit 4 0-5 15 b Haalbaarheid van de activiteit 3 0-5 10 c Mate van efficiëntie van uitvoering van de activiteit 2 0-5 5 d Mate van urgentie 1 0-5 20 Maximumaantal te behalen punten op basis van selectiecriteria 50 2.Aanvragen worden op volgorde van de rangschikking gehonoreerd. Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben gekregen en de som van de aangevraagde bedragen dusdanig is dat het subsidieplafond wordt overschreden, dan vindt tussen hen een prioritering plaats op de afzonderlijke scores in de volgorde: 1) Mate van urgentie, 2) Effectiviteit van de activiteit, 3) Haalbaarheid van de activiteit en 4) Efficiëntie van de uitvoering. Indien de aanvragen een gelijk aantal punten hebben behaald, wordt de rangschikking van de aanvragen bepaald door loting.3.Bij de rangschikking wordt aan landbouwers met een biologische bedrijfsvoering en landbouwers die omschakelen naar biologische landbouw een extra punt toegekend.4.Indien van toepassing toetst de adviescommissie of bij de watermaatregelen sprake is van 70% of 100% subsidie op basis van de toelichting die is aangeleverd door de aanvrager met betrekking tot de invloed op de beschikbaarheid van water. Artikel 12 Bevoorschotting en deelbetaling 1.In aanvulling op het bepaalde in artikel 1.17 van de regeling kan een voorschot worden aangevraagd. Het voorschot bedraagt maximaal 50% van de verleende subsidie. De hoogte van het voorschot kan na verlening niet meer worden gewijzigd.2.Het aanvragen van een deelbetaling is mogelijk. In aanvulling op het bepaalde in artikel 1.18 van de regeling kan één keer per kalenderjaar een aanvraag om een deelbetaling worden ingediend, waarop een uitbetaling kan plaatsvinden.3.Voorschotten als bedoeld in artikel 1.17 van de regeling en deelbetalingen als bedoeld in artikel 1.18 derde lid van de regeling bedragen overeenkomstig artikel 1.18 vijfde lid van de regeling tezamen niet meer dan 90% van de verleende subsidie. Artikel 13 Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 1.5 van de regeling wordt subsidie geweigerd indien: a.niet wordt voldaan aan de subsidievereisten als bepaald in artikel 1.6 van de regeling of artikel 9 van het openstellingsbesluit; b.de aanvraag wordt ontvangen buiten de openstellingsperiode als aangegeven in artikel 4 van dit openstellingsbesluit; c.de aanvrager niet voldoet aan de omschrijving onder artikel 3 van dit openstellingsbesluit; d.overeenkomstig met artikel 6 van deze openstelling bij verlening van de aanvraag blijkt dat de totale subsidie minder bedraagt dan € 200.000,--; e.de aanvraag niet voldoet aan de subsidiabele activiteiten zoals beschreven in artikel 2; f.de aanvraag bij de in artikel 11 bedoelde rangschikking minder dan 30 punten behaalt. Artikel 14 Verplichtingen 1.In aanvulling op artikel 1.15 van de regeling is de subsidieontvanger verplicht de subsidiabele activiteit(en) uit te voeren binnen twee jaar na datum subsidieverlening en uiterlijk op 31 december 2028.2.In aanvulling op artikel 1.15 derde lid onder d van de regeling is subsidieontvanger verplicht de niet productieve investering in stand te houden voor vijf jaar, vanaf het moment van vaststellingsbrief. 3.Het eventueel vrijkomen van grond binnen het project mag niet leiden tot demping van sloten en/of greppels. Artikel 15 Slotbepalingen 1.Dit openstellingsbesluit treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking in het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst;2.Bijlage 1 maakt integraal onderdeel uit van dit openstellingsbesluit. Artikel 16 Citeertitel Dit openstellingsbesluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit GLB-NSP Investeringen voor waterkwaliteit en klimaatadaptatie op landbouwbedrijven 2026 provincie Fryslân. Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Fryslân van 15 september 2026. Voorzitter drs. A.A.M. Brok, Secretaris drs. ing. J.J. Algra Bijlage 1 Maatregelenlijst voor verbeteren waterkwaliteit en klimaatadaptatie op landbouwgronden Inrichtingsmaatregel Geografische begrenzing Subsidiabele activiteit 1. Bodem als buffer 1a Verbeteren bodemstructuur Heel Fryslân Maatregelen die bijdragen aan een verbeterde bodemstructuur en het opheffen van storende lagen, gericht op het verminderen van af- en uitspoeling, verbeteren van doorworteling en vergroten van infiltratie en sponswerking van de bodem. Hierbij kan gedacht worden o.a. aan: •het uitvoeren van een bodemonderzoek naar bodemverdichting ten behoeve van de aanleg van vaste rijpaden (bijvoorbeeld profielkuil of penetrometermeting); •het opstellen van een perceelsgericht advies voor de inrichting van vaste rijpaden; de aanleg en inrichting van vaste rijpaden, waaronder begrepen noodzakelijke aanpassingen aan de bedrijfsvoering en machineconfiguratie die rechtstreeks samenhangen met de aanleg van vaste rijpaden. 1b Aanleg kruidenrijk grasland Heel Fryslân Het aanleggen en ontwikkelen van kruidenrijk grasland ten behoeve van verbeterde nutriëntenopname en weerbaarheid van de bodem. Bestaand kruidenrijk grasland is uitgesloten. Onder de fysieke inrichting vallen onder andere: het ploegen, herprofileren of spitten, frezen, inzaaien (incl. zaaigoed) en rollen voor de aanleg van het kruidenrijk grasland.. Hierbij kan gedacht worden o.a. aan: •Voorbereidende grondbewerkingen die noodzakelijk zijn voor de aanleg van kruidenrijk grasland; •Aanschaf van zaaizaad en de uitvoering van inzaai; •Afvoer en verwerking van maaisel, voor zover dit noodzakelijk is voor de aanleg en de initiële verschraling ten behoeve van de ontwikkeling van het kruidenrijk grasland. •Advies en begeleiding bij ontwikkeling van kruidenrijk grasland (factureerbare advieskosten per traject of €/uur) 1c Aanplant van jaarrond groene bodembedekking Heel Fryslân Het realiseren van een meerjarig systeem van jaarrond groene bodembedekking voor het beperken van erosie en uitspoeling en het verbeteren van bodem- en waterkwaliteit. De maatregel heeft een nadrukkelijk ecologisch doel en is niet gericht op landbouwproductie, maar op het versterken van bodemstructuur, nutriëntenbenutting, biodiversiteit en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden o.a. aan: •Eenmalige aanlegkosten voor de inrichting van een meerjarig systeem van jaarrond groene bodembedekking, waaronder zaaigoed en inzaai; •De inrichting van systemen met continue bodembedekking, zoals mengteelten of strokenteelten •Advies en begeleiding bij ontwerp en inrichting (factureerbare kosten) Bedekking waaraan gedacht kan worden: Onder groenbemesters vallen gewassen of mengsels daarvan die zijn opgenomen in de gewascodelijst behorend bij de ecoregeling (GLB) Eisen aan de maatregel en biodiversiteit •Percelen zijn jaarrond bedekt met levende vegetatie (geen kale grond). •De maatregel heeft een meerjarig karakter (minimaal 5 jaar). •Alleen de aanleg is subsidiabel; regulier beheer niet •Bodembedekking bestaat uit soortenrijke mengsels (≥ 3 soorten, meerdere gewasgroepen). • Monoculturen zijn niet subsidiabel. •Inzet van soorten draagt bij aan bodem-, waterkwaliteit en biodiversiteit, met waar mogelijk meerjarige vegetatie. Gebruik van eenjarige gewassen •Eenjarige gewassen of groenbemesters zijn uitsluitend subsidiabel indien zij onderdeel uitmaken van een soortenrijk mengsel of functioneel systeem van jaarrond bodembedekking en voor zover dit past binnen de uitzonderingen van artikel 1.10, onderdeel b, van de provinciale regeling. Eenjarige gewassen als monocultuur of zelfstandige teelt zijn niet subsidiabel.Niet subsidiabel als monocultuur of zelfstandige teelt. Indicatieve gewassen (o.a:) Bijv. grassen, vlinderbloemigen en kruiden (zoals raaigras, klaver, luzerne, wikke, phacelia, boekweit), toegepast in mengsels. 1d Kruidenrijk beheer bufferstroken Heel Fryslân Kruidenrijk beheer van bufferstroken voor het verbeteren van de filtercapaciteit en oeverstabiliteit. Hierbij kan gedacht worden o.a. aan: •Aanleg van kruidenrijke bufferstroken (grondbewerking, zaaizaad en inzaaikosten) •Herstel van bestaande bufferstroken (opnieuw inzaaien of doorzaaien) •Verwijderen van verruiging of ongewenste begroeiing als voorbereidende maatregel (eenmalige opschoning) •Egaliseren of profielherstel van bufferstroken t.b.v. effectieve werking •Advies en ontwerp van inrichting van bufferstroken 2. Robuust watersysteem 2a Extensief en gefaseerd slootbeheer Heel Fryslân Extensief en gefaseerd slootbeheer voor behoud van vegetatie en versterken waterecologie. Daarnaast draagt het bij aan systeemrobuustheid bij hitte. Extensief slootbeheer ten behoeve van systeemrobuustheid bij hitte. Maatregelen dienen te worden uitgevoerd conform gangbare richtlijnen voor natuurvriendelijke inrichting van watergangen (bijv. STOWA-handreikingen) Oevers worden zodanig ingericht dat een geleidelijke overgang van nat naar droog ontstaat (geen steile taluds) Werkzaamheden worden uitgevoerd buiten ecologisch kwetsbare periodes (bijv. broedseizoen, waar relevant) Activiteiten waaraan gedacht kan worden o.a. zijn: •Herinrichting van slootprofiel (bijv. flauwe/natuurvriendelijke oevers) •Eenmalig verwijderen van achterstallig slib/verlanding (herstel doorstroming) •Aanleg van oevervariatie (bijv. plas-draszones) •O.a. (hydrologisch) advies en waterbeheerplan (incl. Klimaatadaptatie en slotenbeheerplan) (advies- en ontwerpkosten per traject) 2b Baggeren tot juiste diepte Heel Fryslân Het verdiepen van watergangen door aanvullend baggeren draagt bij aan het herstellen van de waterbergingscapaciteit en doorstroming, waardoor piekafvoeren beter kunnen worden opgevangen en water langer kan worden vastgehouden in droge perioden. Daarnaast wordt de ophoping van nutriëntrijk slib verminderd, wat leidt tot verbetering van de waterkwaliteit en vermindering van interne nutriëntenbelasting. Het betreft baggerwerkzaamheden die verder gaan dan regulier onderhoud (schouwplicht) en gericht zijn op structurele verbetering van waterkwaliteit en klimaatrobuustheid (alleen eenmalig herstel naar functionele diepte, niet regulier onderhoud.) •Baggeren/ontgraven van slib tot functionele diepte. Factuur: aannemer of loonwerker (€/m³ of €/m), incl. uitvoering •Afvoer en verwerking van baggerspecie. Factuur: transport en verwerking (€/ton of €/m³) •Vooronderzoek en bepaling van baggerdiepte • (bijv. profielmeting, slibdiktebepaling). Factuur: meetbureau/adviesbureau •Inmeten en oplevercontrole van watergang (controle juiste profiel/diepte). Factuur: landmeetkundig bureau of adviesbureau 2c Voorkomen van oeverafkalving Heel Fryslân Het voorkomen van oeverafkalving is ter bescherming van de oeverstructuur en betreft maatregelen waarmee het afkalven van oevers wordt voorkomen, baggeraanwas wordt geremd en de oevervegetatie en biodiversiteit wordt gestimuleerd. Mogelijke maatregelen zijn o.a. het op een landschappelijk goed ingepaste manier voorkomen van het ‘vertrappen’ van oevers door vee. Bijvoorbeeld door (historische) drenkpoelen te herstellen, waterdrinkbakken te realiseren, oevers af te rasteren (hekken of hagen, heggen, etc), het plaatsen van ‘biokratten’ of tijdelijke gaaskooien, het gebruik maken van kokosrollen of vegetatiematten om de groei versneld op gang te brengen of andere maatregelen waarmee de oevervegetatie en doorworteling van de oeverzone wordt hersteld, zodat oevers minder kwetsbaar worden voor afkalving. 3. Transport & filtering perceel-water 3a Greppels afdammen of vertraagd afvoeren Heel Fryslân Het afdammen van greppels of activiteiten ten behoeve van vertraagd afvoeren van water zijn ten behoeve van het beperken van piekafvoer en P-verlies. Subsidiabele activiteiten zijn o.a.: •Aanleg van gronddammen in greppels •Plaatsen van stuwtjes of schotten voor watervertraging •Aanleg van infiltratiegreppels (eventueel met grind) •Realisatie van wadi’s of kleine waterbergingszones •Uitvoeren van grondwerk voor vertraagde afvoer en tijdelijke buffering 3b Aanleg van een helo-/helofytenfilter Heel Fryslân De aanleg van een helofytenfilter is ten behoeve van het zuiveren van afstromend water. Subsidiabele activiteiten zijn o.a. de aanschaf van benodigde planten/materiaal en de aanleg van de filter. 4. Water vasthouden & peilbeheer 4a Aanleg boerenstuwen Heel Fryslân, met dien verstande dat de maatregel is gericht op locaties waar het plaatsen van stuwen bijdraagt aan het conserveren van water op hogere gronden. De aanleg van een (boeren)stuw ten behoeve van het vasthouden van water en het verbeteren van de bodem- en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan: •de aanschaf en aanleg van een (boeren)stuw; •de kosten van de voor de aanleg benodigde vergunningen en toestemmingen, waaronder leges voor een vergunningaanvraag 4b Het verhogen van het drainagepeil (seizoensgebonden) In zandgebieden. De maatregel is gericht op percelen waar het verhogen van het drainagepeil kan bijdragen aan het verminderen van versnelde afvoer en het langer vasthouden van water in de bodem. Het verhogen van het drainagepeil door de aanleg of aanpassing van een regelbaar drainagesysteem, ten behoeve van het langer vasthouden van water in de bodem en het beperken van versnelde afvoer. Hierbij kan gedacht worden aan: •de aanleg of aanpassing van regelbare drainage; •de aanleg van voorzieningen waarmee het drainagepeil kan worden ingesteld en gereguleerd; •de aanschaf en installatie van de voor een regelbaar drainagesysteem benodigde onderdelen, waaronder regelputten en stuwvoorzieningen; •advies- en ontwerpwerkzaamheden die rechtstreeks verband houden met de aanleg of aanpassing van het regelbare drainagesysteem Uitvoering vindt plaats door middel van een regelbaar systeem dat water kan vasthouden en afvoeren. Het systeem mag niet leiden tot permanente vorming van open oppervlaktewater. De aanvrager beschrijft in de aanvraag de inrichting en werking van het systeem. 4c Realiseren hoger grondwaterpeil in veengebieden Veengebied Een hoger grondwaterpeil is voor het tegengaan van bodemdaling & CO₂ emissies. Subsidiabele activiteiten voor het opzetten van het grondwaterpeil kan door middel van a. het structureel of variabel (seizoensmatig), verhogen van waterpeilen met inbegrip van herstel en verhoging van de waterkeringen (kaden/polderdijken); of b. door aanleg van duikers met een doorsnede tussen de 50 en 70 cm waarvan tenminste 1/3 van de doorsnede van de duiker boven de waterspiegel ligt. Hierbij dient te worden uitgegaan van het ter plaatse geldende winterpeil van Wetterskip Fryslân. De aanvrager toont in de aanvraag aan welk winterpeil van Wetterskip Fryslân op de projectlocatie van toepassing is en voegt daartoe een kaart, peilbesluit of ander document van Wetterskip Fryslân toe waaruit het geldende winterpeil blijkt. In de aanvraag wordt aangegeven op welke percelen de maatregel wordt uitgevoerd. De aanvrager voegt een kaart van de projectlocatie toe. De subsidieverstrekker beoordeelt aan de hand van de bij deze openstelling behorende kaart ‘Veengebieden Fryslân’ of de projectlocatie in veengebied is gelegen. In geval van twijfel kan de subsidieverstrekker aanvullende onderbouwing vragen 4d Drainagewater opnieuw benutten Heel Fryslân Gedraineerde percelen Drainagewater wordt niet rechtstreeks afgevoerd naar het oppervlaktewater, maar opgevangen en opnieuw benut. Het water kan bijvoorbeeld worden geïnfiltreerd op een droger deel van het perceel of op een ander landbouwperceel. De voorziening is gericht op het langer vasthouden en doelmatig hergebruiken van gebiedseigen water en het verminderen van de behoefte aan externe watertoevoer 4e Realiseren tijdelijke waterberging op landbouwgrond Heel Fryslân Het realiseren van tijdelijke waterberging op landbouwgrond dempt piekbuien en houdt water vast. Subsidiabele activiteiten zijn o.a.: •Herprofileren en grondverzet voor tijdelijke waterberging (plas-dras, laagtes), (€/ha of €/m³), incl. uitvoering •Egaliseren, spitten en frezen t.b.v. inrichting waterberging, (€/ha), incl. uitvoering •Aanleg van greppels, keringen of perceelsdrempels voor water vasthouden, (€/m of €/m³), incl. uitvoering •Plaatsen van stuwtjes of afsluiters voor tijdelijke wateropzet, leverancier/installateur (€/stuk), incl. plaatsing •Inmeten, ontwerp en oplevercontrole van waterbergingsmaatregelen, factuur adviesbureau of meetbureau 4f Opslag en hergebruik van hemelwater Heel Fryslân Het realiseren van voorzieningen voor de opvang, tijdelijke opslag en gecontroleerde herbenutting van hemelwater ten behoeve van het verminderen van piekafvoeren, het vasthouden van water en het versterken van de klimaatbestendigheid van het regionale watersysteem. Activiteiten waaraan gedacht kan worden zijn: •aanleg van voorzieningen voor de opvang en tijdelijke opslag van hemelwater, zoals bassins, silo's of tanks; •installatie van opvangsystemen voor hemelwater, waaronder goten en voorzieningen voor de afkoppeling van dakwater; •aanleg van leidingen en andere voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de gecontroleerde afvoer en herbenutting van opgevangen hemelwater; •installatie van filters en eenvoudige zuiveringsvoorzieningen die rechtstreeks samenhangen met de opvang en tijdelijke opslag van hemelwater. In de aanvraag wordt onderbouwd op welke wijze de voorziening bijdraagt aan het verminderen van piekafvoeren, het vasthouden van water en de klimaatbestendigheid van het regionale watersysteem 4g Het verbreden van watergangen Heel Fryslân. In zandgebieden, zoals aangegeven op de bij deze openstelling behorende kaart ‘Grondsoorten Fryslân’, kan deze maatregel uitsluitend worden toegepast in combinatie met verondieping, omdat verbreding zonder verondieping een verdrogend effect kan hebben Het verbreden van watergangen draagt bij aan het vasthouden van zoetwater. Daarnaast versterkt het de waterecologie door het vergroten van de leefomgeving, verhoogt biodiversiteit door variatie in stroomsnelheid en creëert verbindingszones. Hier kan ook aandacht worden gegeven aan hoogwatercircuits (bebouwing, weidevogelgebieden) welke slecht op peil kunnen worden gehouden. Soms is de aanvoercapaciteit in het systeem hierbij een knelpunt. Met het verbreden van watergangen kan hier een oplossing voor worden gevonden. In de aanvraag wordt onderbouwd dat de verbreding en eventuele verondieping onderdeel uitmaken van dezelfde inrichting en dat het beoogde profiel aansluit op het oorspronkelijke karakteristieke profiel in de directe omgeving. De onderbouwing bestaat uit een korte beschrijving en een situatietekening van de voorgenomen inrichting. De aanvrager voegt een kaart van de projectlocatie toe. De subsidieverstrekker beoordeelt aan de hand van de bij deze openstelling behorende kaart ‘Grondsoorten Fryslân’ of de projectlocatie in zandgebied is gelegen. In geval van twijfel kan de subsidieverstrekker aanvullende onderbouwing vragen 5. Overig 5a Aanleg van bufferstroken langs watergangen Heel Fryslân Leefgebieden open grasland, open akker en dooradering. De maatregel wordt toegepast langs watergangen. De aanleg van bufferstroken langs watergangen ten behoeve van het filteren van afspoelend water, het verbeteren van de waterkwaliteit en het versterken van de biodiversiteit. Deze inrichtingsmaatregel betreft de eenmalige fysieke inrichting van bufferstroken. Hierbij kan gedacht worden aan: •het ploegen, herprofileren, spitten en frezen ten behoeve van de aanleg van bufferstroken; •het inzaaien en rollen ten behoeve van de realisatie van bufferstroken; •de aanschaf van zaaizaad en plantmateriaal; •advies en begeleiding die rechtstreeks verband houden met de aanleg van de bufferstroken. In de aanvraag wordt de ligging, breedte en inrichting van de bufferstrook beschreven en wordt toegelicht op welke wijze wordt geborgd dat op de bufferstrook gedurende de instandhoudingsperiode geen gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Toelichting Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 Investeringen voor waterkwaliteit en klimaatadaptatie op landbouwgronden 2026 provincie Fryslân Algemeen Dit is een openstelling in de Provincie Fryslân waarmee we verschillende partijen willen stimuleren om middels niet productieve investeringen op het landbouwbedrijf bij te dragen aan het verbeteren van de waterkwaliteit rondom het boerenerf en aan het klimaat robuuster maken van het watersysteem. Niet productieve investeringen zijn investeringen die geen aanmerkelijke stijging van de waarde of rentabiliteit van een bedrijf tot gevolg hebben. Gedeputeerde Staten van Fryslân stellen een lijst vast van maatregelen die relevant zijn voor herstel en inrichting van het landelijk gebied (Bijlage 1). De maatregelen zijn zo vormgegeven dat zij bijdragen aan één of meerdere Europese, nationale of provinciale doelstellingen: •Bijdrage aan klimaatmitigatie- en adaptatie middels reductie van broeikasgasemissies, stimulering van koolstofvastlegging en bevordering van duurzame energie; •Duurzame ontwikkelingen en efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen zoals water, bodem en lucht te bevorderen, door onder meer de afhankelijkheid van chemicaliën te verminderen; •Bijdragen aan het tot halt brengen en terugdraaien van biodiversiteitsverlies, het verbeteren van ecosysteemdiensten en het behoud van verbeteren van habitatten en landschappen. •Kruidenrijkheid (soorten, plantaardige biodiversiteit) in het gebied bevorderen en voorzien in meer voedsel voor insecten, vogels en vogelkuikens (Het Herstelprogramma Biodiversiteit Fryslân, Nota Weidevogels 2021-2030); •Het stimuleren van het verminderen van emissies van gewasbeschermingsmiddelen en nutriënten naar grond- en oppervlaktewater (KRW-nota en het Regionaal Waterprogramma); •Het waterhuishoudingsplan van de provincie (Vierde Waterhuishoudingsplan, 20 april 2016 door Provinciale Staten vastgesteld); •Het werken aan gezonde bodems (bodembeleid); •De beleidsbrief Landbouw ‘Noflik Buorkje yn Fryslân’ 2025-2030; •Een duurzame inrichting van de waterhuishouding (Regionaal Waterprogramma); •Het verlagen van de stikstofuitstoot (Uitvoeringsprogramma Stikstof (UPS)); •De visie Grutsk op ‘e Romte. Artikel 2 Subsidiabele activiteiten In dit artikel worden de niet productieve investeringen beperkt tot herstel- en inrichtingsmaatregelen die vermeld staan in Bijlage 1. Er is voor deze maatregelen gekozen omdat die het meest effectief en haalbaar zijn uit oogpunt van zowel het verbeteren van de waterkwaliteit en klimaat robuuster maken van het watersysteem als de kosten. In Bijlage 1 wordt per maatregel een nadere definitie gegeven voor de activiteiten wanneer dit beleidsmatig of voor de benodigde kwaliteit nodig is. De mogelijke investeringen uit Bijlage 1 dienen plaats te vinden op landbouwgronden. Voor deze investeringen op andere gronden dan landbouwgronden kan de voorliggende openstelling niet worden ingezet. Artikel 3 Aanvrager De subsidie kan worden verstrekt aan een verscheidenheid aan partijen zoals agrarische collectieven, landbouwers, landbouworganisaties (belangenbehartigers van zowel economische als sociale belangen), landschap beherende organisaties (beheer van natuur of landschap) en samenwerkingsverbanden van landbouwers. Artikel 6 Hoogte subsidie Op basis van artikel 2.3.7 van de Regeling geldt een subsidiepercentage van 100% van de subsidiabele kosten. Echter, de subsidie bedraagt 70% van de subsidiabele kosten voor investeringen die gericht zijn op het watersysteem en waarbij invloed wordt uitgeoefend op de beschikbaar van water (kwantiteit). Indien men kan aantonen middels een toelichting dat de waterinvestering géén effect heeft op de kwantiteit maar alléén op de waterkwaliteit, is sprake van 100% van de subsidiabele kosten (zie ook artikel 10, lid e). Doordat de investeringen op landbouwgrond moeten worden uitgevoerd, heeft bij investeringen in het watersysteem de landbouwer profijt van een betere beschikbaarheid van water (dus deels productief). Voorbeelden van investeringen gericht op het watersysteem zijn het verbreden van watergangen, de aanleg van drainagepoelen en ophoging van percelen om het watersysteem klimaatbestendig te maken. Aansluitend op de regeling is arrangement 3 van toepassing op de aanvragen. Dit arrangement sluit aan bij de traditionele afrekening van subsidies, namelijk op basis van gerealiseerde kosten en wordt toegepast in combinatie met de in de regeling opgenomen VKO-systematiek voor subsidiabele kosten Artikel 7 Subsidiabele kosten Op grond van dit openstellingbesluit komen kosten als bedoeld in artikel 1.8 onder a, b en e, en artikel 1.10 onder e van de regeling, voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van de desbetreffende subsidiabele activiteiten, voor subsidie in aanmerking. Deze kosten zijn loonkosten inclusief overheadkosten, andere kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overlegd en legeskosten. De subsidiabele kosten worden berekend volgens de in artikel 1.9a, artikel 1.9b of artikel 1.9c van de regeling genoemde berekeningswijze. Artikel 8 Niet subsidiabele kosten Investeringen in het watersysteem komen alleen voor subsidie in aanmerking wanneer het effect van de investering groter is dan alleen voor landbouwbedrijven. Een investering zoals een stuw of dam waardoor water alleen wordt vastgehouden voor een bedrijf of een investering in drainagepoelen, komt dus niet voor subsidie in aanmerking. Investeringen in het watersysteem die wel voor subsidie in aanmerking komen zijn bijvoorbeeld investeringen voor het vasthouden van water in natte periodes, zodat in droge periodes het watersysteem in het gehele gebied (dus ook dat wat buiten het landbouwbedrijf zelf valt) over voldoende water beschikt om daarmee jaarrond van goede waterkwaliteit blijft. Reguliere teelt- en bemestingshandelingen zijn niet subsidiabel. Artikel 10 Aanvraag Mogelijk benodigde vergunningen variëren per uit te voeren maatregel en locatie van de maatregel. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan stikstof-, ontgronding-, omgevings-, of een waterschap vergunning. Let op: deze voorbeelden zijn niet limitatief! Controleer dus goed welke vergunningen (en daarbij horende doorlooptijden) benodigd zijn voor jouw project. (Zie kaart bijlage 2). Artikel 11 Selectiecriteria, weging en rangschikking Alle subsidieaanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, worden gescoord op de vier criteria die in artikel 11 genoemd staan. Per criterium kan 0 tot en met 5 punten behaald worden. Een aanvraag moet op basis van de criteria minimaal 30 punten behalen om voor subsidie in aanmerking te komen. Behaalt een aanvraag minder dan 30 punten dan wordt de aanvraag alsnog geweigerd. Aanvragen met de hoogste scores worden het hoogst gerangschikt. De subsidies worden verleend op volgorde van de rangschikking, totdat het betreffende deelplafond is bereikt. De selectiecriteria waarop de aanvragen worden gescoord zijn: de mate van effectiviteit, de haalbaarheid, de mate van efficiëntie van uitvoering van de activiteit en de urgentie. De mate van effectiviteit Bij dit criterium gaat het om het effect van de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd. De effectiviteit kan worden aangetoond door te bepalen in hoeverre met maatregelen en projecten een concrete bijdrage kan worden gedaan zoals, onder andere, beschreven in de kadernota’s en Grutsk op ‘e romte. Bij de beoordeling van het effect wordt ook de hoogte van het gevraagde subsidiebedrag in ogenschouw genomen. Dit betekent echter niet dat aanvragen rekenkundig (effect gedeeld door subsidiebedrag) beoordeeld worden. Het effect blijft het leidende element. De punten worden als volgt toegekend. 0 punten: zeer geringe bijdrage. Van een zeer geringe bijdrage is bijvoorbeeld sprake als de het herstel/aanleg van een elzensingel geheel afwijkt van de verkavelingsstructuur of als een minimale hoeveelheid water wordt geborgen met de activiteit. 1 punt: geringe bijdrage. Van een geringe bijdrage is bijvoorbeeld sprake als de activiteit betrekking heeft op het voorkomen van afspoeling van nutriënten, maar de afspoeling nog substantieel blijft. Van een geringe bijdrage is eveneens bijvoorbeeld sprake als de wateroverlast die wordt tegengegaan slechts zeer lokaal tot enige overlast leidt. Of bij landschapselementen als er bijvoorbeeld een ontwikkeling van een landschapselement voorgesteld wordt, waarbij het landschapselement een op zichzelf staand geheel vormt maar (nog) niet onderdeel uitmaakt van een andere in het huidige landschap zichtbare landschapsstructuur*. Ook is er een geringe bijdrage indien er bij het herstel van een historische waterloop wordt afgeweken van het oorspronkelijke historische profiel, zonder een goede onderbouwing, bijvoorbeeld om belangrijk ecologisch doel te halen. 2 punten: matige bijdrage. Van een matige bijdrage is bijvoorbeeld sprake als de activiteit een lokaal effect heeft. Van een matige bijdrage is eveneens sprake als de wateroverlast in een gebied wordt voorkomen, maar wordt afgewenteld op een ander water. Er is eveneens sprake van een matige bijdrage indien de activiteit een deel van een landschapsstructuur* aanvult/uitvult en hiermee een lokaal landschappelijk effect heeft. 3 punten: voldoende bijdrage. Van een voldoende bijdrage is bijvoorbeeld sprake als de activiteit effect heeft op een groter gebied of meerdere watergangen. Van voldoende bijdrage is ook bijvoorbeeld sprake als de activiteit een deel van een landschapsstructuur* aanvult/uitvult en hiermee een lokaal landschappelijk effect heeft. Tevens is er daarbij dan sprake van een effect van de activiteit dat groter is dan redelijkerwijs van een activiteit verwacht mag worden. Of wanneer bijvoorbeeld naast een passend herstel van een landschapselement met autochtoon plantmateriaal ook belangrijke doelstellingen voor biodiversiteit, flora en fauna worden gerealiseerd bijvoorbeeld wanneer bij het herstel van een historische waterloop ook de oever natuurlijk wordt ingericht en dit tegelijkertijd landschapshistorisch passend is, bijvoorbeeld in het geval de oorsprong ligt in een oude slenk of andere natuurlijke waterloop. 4 punten: goede bijdrage. Van een goede bijdrage is bijvoorbeeld sprake als de waterkwaliteit van de betrokken watergangen wordt verbeterd. Of als door de maatregel een regionaal herkenbare landschapsstructuur* wordt hersteld en/of voltooid. Tevens is er daarbij dan sprake van een effect van de activiteit dat groter is dan redelijkerwijs van een activiteit verwacht mag worden. Dit is bijvoorbeeld wanneer er naast een passend herstel van een landschapselement met autochtoon plantmateriaal ook belangrijke doelstellingen voor biodiversiteit, flora en fauna worden gerealiseerd. Wat voor landschap en biodiversiteit ook bij kan dragen is dat in de aanvraag de ecologische en landschappelijke kwaliteit in de uitvoering wordt geborgd door de inzet van bijvoorbeeld een adviesgroep met deskundigen uit de disciplines landbouw, natuur en landschap. 5 punten: zeer goede bijdrage. Van een zeer goede bijdrage is sprake als het effect van de activiteit groter is dan redelijkerwijs van een activiteit verwacht mag worden. Dit is bijvoorbeeld als de waterkwaliteit aanzienlijk wordt verbeterd en daarnaast bijvoorbeeld ook zeer frequente wateroverlast in een groot gebied wordt tegengegaan. Of als door de maatregel een regionaal herkenbare landschapsstructuur* wordt hersteld en/of voltooid. Tevens is er daarbij dan sprake van een effect van de activiteit dat veel groter is dan redelijkerwijs van een activiteit verwacht mag worden. Dit is bijvoorbeeld wanneer er naast een passend herstel van een landschapselement met autochtoon plantmateriaal ook belangrijke doelstellingen voor biodiversiteit, flora en fauna worden gerealiseerd én er ook een invulling wordt gegeven aan doelstellingen van de POVI. * een landschapsstructuur zoals aangegeven in Grutsk op ‘e Romte. Haalbaarheid Met dit criterium wordt naar de haalbaarheid van de investering gekeken. Voor de haalbaarheid worden de volgende aspecten in samenhang bezien: •De eisen die gesteld worden aan de projectleider (ervaring en opleiding); •Kent het project een realistische planning, opzet en begroting; •De kwaliteit van het projectplan. Een kwalitatief goed projectplan is een plan dat realistisch is, waarin alle mogelijke risico’s zijn geïdentificeerd en beheersbaar zijn gemaakt en/of zijn gereduceerd; •Zijn de relevante partijen bij de investering betrokken; •Beschikt de ontvanger over een financiële buffer om eventuele financiële tegenvallers in het project op te kunnen vangen? Op basis van bovenstaande aspecten wordt de haalbaarheid als volgt gekwalificeerd: 0 punten als de haalbaarheid zeer gering is. Er is geen vertrouwen dat de activiteit kan worden uitgevoerd; 1 punt als de haalbaarheid gering is. Er is enig vertrouwen dat de activiteit kan worden uitgevoerd; 2 punten als de haalbaarheid matig is. Om de activiteit te kunnen uitvoeren, moet nog aan een aantal voorwaarden (bijvoorbeeld vergunningen) worden voldaan, waarbij het nog onzeker is of aan de voorwaarden voldaan kan worden; 3 punten als de haalbaarheid voldoende is. De activiteit kan worden uitgevoerd, de risico’s zijn inzichtelijk gemaakt, maar nog niet concreet beheersbaar gemaakt; 4 punten als de haalbaarheid goed is. De activiteit kan worden uitgevoerd, de risico’s zijn benoemd en beheersbaar gemaakt; 5 punten als de haalbaarheid zeer goed is. De activiteit kan worden uitgevoerd, ook als er zich gedurende de uitvoering financiële tegenvallers voor doen. De mate van efficiëntie Bij dit criterium wordt gekeken naar de wijze van uitvoering van de activiteit. Om dit te kunnen beoordelen wordt gekeken naar de input (geld, kennis, kunde en overige middelen) die wordt ingezet om de output te kunnen realiseren. Daarbij wordt bezien of de opgevoerde kosten passend zijn (worden de resultaten met de juiste middelen gehaald?). Ook wordt gekeken naar de verhouding proceskosten- feitelijke investeringskosten en wordt bezien of bij de uitvoering van de activiteit op een goede manier gebruik gemaakt wordt van reeds bestaande kennis en kunde. Op basis van de genoemde aspecten worden de volgende scores toegekend: 0 punten als de efficiëntie zeer gering is. Kosten worden niet doelmatig gemaakt en middelen niet doelmatig ingezet. De opgevoerde projectkosten zijn te hoog in relatie tot de output. Ook wordt er geen gebruik gemaakt van bestaande kennis en kunde. De proceskosten zijn >30% ten opzichte van de totale uitvoeringskosten; 1 punt als de efficiëntie gering is. Kosten en middelen worden onvoldoende doelmatig ingezet. De aanvraag bevat bijvoorbeeld veel uren van adviseurs of kosten voor haalbaarheidsstudies, in plaats van bestaande kennis en kunde gebruik te maken. De proceskosten zijn 25-30% ten opzichte van de totale uitvoeringskosten; 2 punten als de efficiëntie matig is. De doelmatigheid van de opgevoerde kosten en de ingezette middelen is matig. Er wordt wel gebruik gemaakt van bestaande kennis en kunde, maar de opgevoerde project kosten zijn hoog in relatie tot de output. De proceskosten zijn 20-25% ten opzichte van de totale uitvoeringskosten; 3 punten als de efficiëntie voldoende is. De doelmatigheid van de opgevoerde kosten zijn redelijk en de benodigde kennis en kunde is in kaart gebracht en wordt gebruikt in het project. De proceskosten zijn 15-20% ten opzichte van de totale uitvoeringskosten; 4 punten als de efficiëntie goed is. De opgevoerde projectkosten staan in goede verhouding met de output van het project. Het project wordt efficiënt uitgevoerd. De proceskosten zijn 10-15% ten opzichte van de totale uitvoeringskosten; 5 punten als de efficiëntie zeer goed is 5% (proceskosten t.o.v. totale uitvoeringskosten). Het project wordt efficiënter uitgevoerd dan redelijkerwijs verwacht mag worden. De aanvrager realiseert de grootst mogelijke output met de zo klein mogelijke inzet van geld, kennis, kunde en overige middelen. De proceskosten zijn <10% ten opzichte van de totale uitvoeringskosten. In aanvulling hierop kan een hoge efficiëntie worden beoordeeld doordat de activiteiten bijdragen aan zowel water, landschaps- als biodiversiteitsdoelen. Voorbeelden hiervan zijn herstel van greppellandschap en herstel van historische waterlopen. Urgentie Met dit criterium wordt voorrang gegeven aan activiteiten die urgentie hebben. Waterprojecten die betrekking hebben op het bijdragen aan het behalen van de doelen van de KRW of de Nitraatrichtlijn, worden als urgent gezien. Een activiteit kan ook urgentie hebben omdat bijvoorbeeld de wateroverlast zeer ernstig kan zijn door onvoldoende berging of grote opgaven in het gebied. Een maatregel is in dat geval op zeer korte termijn nodig. Voor landschapselementen is vanwege de aard van de activiteiten de noodzaak voor zeer korte termijn over het algemeen niet aanwezig. De noodzakelijkheid is groter in situaties waar de kwaliteit van het oorspronkelijke landschap het meest achteruit is gegaan, bv bij het verdwijnen van elzensingels en boomwallen, greppelland of waterlopen. Of in gevallen waar de landschappelijke inpassing van dorpen en buurtschappen door bv. storende uitbreidingen het minst goed is. Is langer wachten met het uitvoeren van de activiteit echt niet langer verantwoord, er is gelijk actie noodzakelijk (zeer dringende urgentie), dan worden er 5 punten toegekend; 4 punten worden toegekend als de activiteit op zeer korte termijn noodzakelijk is; 3 punten worden toegekend als de activiteit op korte termijn noodzakelijk is; 2 punten worden toegekend als de activiteit op de middellange termijn noodzakelijk is; 1 punt wordt toegekend als de activiteit niet op de middellange maar wel op de lange termijn noodzakelijk is; 0 punten worden toegekend als de activiteit ook niet op de lange termijn noodzakelijk is. Wegingsfactoren Aan de criteria zijn wegingsfactoren toegekend. Het criterium urgentie heeft de hoogste wegingsfactor (4), dit criterium wordt namelijk als belangrijkste criterium gezien. Gebieden waar de opgave het grootst is dragen sterk bij aan de ontwikkeling van de doelen van het openstellingsbesluit. Het criterium effectiviteit heeft de een na hoogste wegingsfactor (3). Het is namelijk, naast dat een activiteit benodigd is ook van belang dat de activiteit effectief bijdraagt aan de doelen. Het criterium haalbaarheid heeft de wegingsfactor 2 en het criterium efficiëntie wegingsfactor 1. Wanneer de haalbaarheid en efficiëntie van de uitvoering van een activiteit onzeker is, wordt het ook onzeker of het effect wel bereikt kan worden. Bij de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, zal naar verwachting een minder groot verschil in de haalbaarheid en efficiëntie van het gebruik van middelen zijn. Deze criteria hebben dan ook een minder groot onderscheidend vermogen. Bijlage 1 Investeringslijst voor verbeteren waterkwaliteit en klimaatadaptatie Geografische duiding Voor de investeringsmaatregelen uit Bijlage 1 geldt een geografische duiding. Hiervoor is gekozen om de investeringen op die plek te laten plaatsvinden die de landschappelijke hoofdstructuur het beste versterken overeenkomstig de visie Grutsk op ‘e Romte. Deze maatregelen zijn goed geografisch te duiden gelet op de gedetailleerde geografische ligging van belangrijke landschappelijke elementen op grond van de Landschapstypenkaart, de provinciale Cultuurhistorische Kaart of de topografische kaarten. Grutsk op ‘e Romte en de genoemde kaarten zijn te vinden op www.fryslan.frl/grutsk, www.fryslan.frl/chk, https://www.fryslan.frl/landschapstypenkaart en www.topotijdreis.nl. Bijlage 2 Grondsoortenkaart

Meer informatie