Subsidieregeling Armoede en Schulden Maastricht
Subsidieregeling Armoede en Schulden Maastricht Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Maastricht; overwegende dat: -de gemeenteraad van Maastricht in 2025 het beleidskader ‘We zien je; de Maastrichtse aanpak van armoede en schulden’ heeft vastgesteld; -het beleidskader een aanpak van armoede en schulden geeft langs vijf pijlers: 1) Preventie, 2) Bereik, 3) Lastenbeperking, 4) Ondersteuning en 5) Perspectief; -de gemeenteraad van Maastricht met het beleidskader onder meer de volgende resultaten beoogt: •Maastrichtenaren krijgen hulp bij het voorkomen (of erger voorkomen) van armoede en schulden, of van een terugval in armoede en schulden; •Maastrichtenaren in armoede of schulden krijgen ondersteuning en kunnen zich ontwikkelen en meedoen -het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Maastricht subsidies wil verstrekken aan organisaties voor activiteiten die bijdragen aan het behalen van deze resultaten; gelet op de Algemene subsidieverordening 2020, besluit vast te stellen de ‘Subsidieregeling Armoede en Schulden gemeente Maastricht 2027’. Artikel 1. Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a.Armoede: de situatie waarin een huishouden na het betalen van de daadwerkelijke lasten aan wonen, energie en basiszorg over te weinig geld beschikt voor de minimaal noodzakelijke uitgaven aan overige basisbehoeften; b.Asv: Algemene subsidieverordening 2020; c.Awb: Algemene wet bestuursrecht; d.College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht; e.CPI: consumentenprijsindex; f.Financiële administratie: het bijhouden van inkomsten en uitgaven van het huishouden, met inbegrip van het doen van belastingaangifte en het treffen van simpele betalingsregelingen; g.KvK: Kamer van Koophandel; h.Maastrichtenaar: inwoner van de gemeente Maastricht; i.Materiële hulp: praktische ondersteuning in de vorm van tastbare goederen of spullen die mensen nodig hebben om te voorzien in hun eigen eerste levensbehoeften of in de eerste levensbehoeften van hun huisdier, of om te kunnen meedoen in de maatschappij, bijvoorbeeld het verstrekken van (dieren)voedselpakketten of fietsen; j.OVA: Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling; k.Schulden: problematische schulden, dat wil zeggen dat een persoon de schulden niet kan blijven afbetalen of is gestopt met afbetalen; l.Subsidiabele kosten: naar oordeel van het college noodzakelijke kosten die direct verband houden met, en uitsluitend gemaakt worden voor, de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd; m.Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies op grond van een bepaald wettelijk voorschrift. Artikel 2. Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van meerjarensubsidies door het college voor de in artikel 3 van deze regeling bedoelde activiteiten. Artikel 3. Activiteiten 1.Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor een periode van drie kalenderjaren voor activiteiten die vallen binnen een of meer van de volgende categorieën: i. Hulp bij administratie: het persoonlijk helpen van Maastrichtenaren (in schulden) bij het doen van hun financiële administratie, met het doel dat zij financieel overzicht en financiële rust krijgen, dat zij dit op termijn (weer) zelf kunnen en/of dat zij (weer) financieel gezond zijn, voor zover dit mogelijk is; ii. Materiële hulp: het verstekken van materiële hulp aan Maastrichtenaren in armoede of schulden; iii. Meedoen kinderen: het ondersteunen van basisscholen waarvan ten minste 30% van de leerlingen in armoede opgroeit, met het doel dat de kinderen kunnen meedoen en/of zich kunnen ontwikkelen. 2.Subsidie wordt verstrekt voor activiteiten die plaatsvinden in Maastricht en die gericht zijn op het ondersteunen van Maastrichtenaren die in armoede of met schulden leven of een verhoogd risico lopen in armoede of schulden terecht te komen. Artikel 4. Doelgroep 1.Subsidie op basis van deze regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zonder winstoogmerk. 2.De aanvrager dient te voldoen aan de volgende voorwaarden: a.de aanvrager dient op het moment van de aanvraag langer dan 1 jaar onafgebroken ingeschreven te staan bij de KvK; b.het vestigingsadres van de aanvrager is niet een woonadres van een bestuurder of eigenaar van de aanvrager. 3.De aanvrager dient op het moment van aanvraag, conform de inschrijving bij de KvK, te beschikken over een bestuur of een Raad van Toezicht van minimaal 3 personen, die geen eerstelijns verwantschap met elkaar hebben en niet op hetzelfde adres woonachtig of ingeschreven zijn.4.Een subsidie kan ook worden aangevraagd door een penvoerder namens een samenwerkingsverband. 5.Alle organisaties in het samenwerkingsverband, zoals bedoeld in het vierde lid, moeten elk afzonderlijk voldoen aan de eisen uit het tweede lid. 6.De penvoerder, zoals bedoeld in het vierde lid, is verantwoordelijk voor het naleven van deze regeling, voor de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten, voor het nakomen van de verplichtingen en voor het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling. 7.Alle voorschotten en subsidiebedragen die aan de penvoerder worden betaald, gelden als betalingen aan het hele samenwerkingsverband. Artikel 5. Subsidieplafond 1.Het subsidieplafond bedraagt € 330.000 per kalenderjaar.2.Het deelplafond per categorie activiteiten bedraagt voor: a.categorie i (hulp bij administratie): € 50.000 per kalenderjaar; b.categorie ii (materiële hulp): € 200.000 per kalenderjaar; c.categorie iii (meedoen kinderen): € 80.000 per kalenderjaar. 3.Het subsidieplafond en de deelplafonds worden jaarlijks geïndexeerd met het prijsindexcijfer voor de OVA dat in het voorgaande jaar is gepubliceerd.4.Andere wijzigingen in de subsidieplafonds dan bedoeld in het derde lid worden door het college vastgesteld en openbaar gemaakt.5.Onbenutte subsidiegelden in de ene categorie kunnen worden ingezet voor subsidieverstrekking in een andere categorie.6.De subsidieverlening vindt plaats onder het voorbehoud dat en voor zover de gemeenteraad voldoende middelen beschikbaar stelt in de jaarlijks vast te stellen begroting.7.Eventueel bij de vaststelling teruggevorderde bedragen worden niet herverdeeld. Artikel 6. Subsidiabele kosten 1.Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een of meer activiteiten als bedoeld in artikel 3 van deze regeling. 2.Algemene exploitatiekosten - waaronder in ieder geval huurkosten en personeelskosten - komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking voor zover deze rechtstreeks samenhangen met de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. De kosten worden slechts vergoed voor de periode waarin deze activiteiten plaatsvinden. De opgevoerde kosten moeten aantoonbaar realistisch zijn en in redelijke verhouding staan tot het aangevraagde subsidiebedrag. Personeelskosten worden gebaseerd op een transparante kostprijsberekening, inclusief werkgeverslasten en een redelijke opslag voor indirecte kosten.3.Kosten van goederen of voedsel bestemd voor Maastrichtenaren in armoede of schulden komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking wanneer de aanvrager aannemelijk maakt dat redelijkerwijs geen kosteloze verkrijging mogelijk was of dat de beschikbare gratis goederen onvoldoende waren.4.Kosten die niet voor subsidie in aanmerking komen zijn: a.kosten die reeds gesubsidieerd of gefinancierd worden vanuit een andere subsidie- of inkooprelatie met de gemeente Maastricht; b.kosten voor activiteiten die reeds uit eigen middelen worden verricht en gefinancierd; c.kosten die door de aanvrager zijn gemaakt voorafgaande aan het indienen van de aanvraag; d.bonussen en afkoopsommen/transitievergoedingen. Artikel 7. Hoogte van subsidie 1.De maximale hoogte van de subsidie per categorie activiteiten bedraagt voor: a.categorie i (hulp bij administratie): € 40.000 per kalenderjaar; b.categorie ii (materiële hulp): € 70.000 per kalenderjaar; c.categorie iii (meedoen kinderen): € 80.000 per kalenderjaar. 2.De subsidie wordt verstrekt exclusief omzetbelasting (btw) indien de subsidieontvanger de btw kan terugvorderen van de Belastingdienst.3.Indien de subsidieontvanger aantoont geen recht te hebben op btw terugvordering, wordt de btw aangemerkt als subsidiabele kostenpost.4.Indien subsidie wordt aangevraagd door een penvoerder namens een samenwerkingsverband, geldt het maximale subsidiebedrag per categorie voor elke deelnemende organisatie afzonderlijk.5.De subsidiebedragen worden jaarlijks geïndexeerd met het prijsindexcijfer voor de OVA dat in het voorgaande jaar is gepubliceerd. Artikel 8. Wijze van verdeling 1.Indien het subsidieplafond wordt bereikt, vindt verstrekking van subsidie plaats in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.2.Het college kent punten aan de aanvragen toe aan de hand van de volgende aspecten, waarbij per aspect 0 punten (onvoldoende onderbouwd of niet aangetoond), 1 punten (gedeeltelijk onderbouwd of aangetoond) of 2 punten (volledig en overtuigend onderbouwd of aangetoond) worden gegeven: a.de aanvrager toont aan te beschikken over benodigde kennis en expertise om de te subsidiëren activiteit uit te kunnen voeren; b.de aanvrager toont aan samen te werken met partners; c.er is continuïteit in het aanbieden van een structureel aanbod aan de Maastrichtenaar; d.de activiteit draagt bij aan de beleidsresultaten, genoemd in het beleidskader ‘We zien je; de Maastrichtse aanpak van armoede en schulden’; e.de kosten van de activiteit staan in verhouding tot de kwaliteit; f.het gevraagde subsidiebedrag staat in verhouding tot het aantal verwachte deelnemers aan de activiteit; g.de aanvrager toont aan te werken volgens een bepaalde methode. 3.Wanneer het resterende budget ontoereikend is om de eerstvolgende aanvraag in de rangschikking volledig te honoreren, wordt voor deze aanvraag het resterende bedrag verleend.4.Wanneer aanvragen een gelijk aantal punten hebben en het resterende budget ontoereikend is om deze aanvragen volledig te honoreren, wordt het resterende budget naar rato van de gevraagde subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 6 verdeeld. Artikel 9. Aanvraag 1.Bij de aanvraag legt de aanvrager in elk geval de volgende gegevens over: a.een uittreksel van de KvK, dat op het moment van aanvraag niet ouder is dan 6 maanden; b.een activiteitenplan; c.een meerjarenbegroting en een meerjarendekkingsplan, als bedoeld in artikel 6 lid 2, aanhef en sub c van de Asv. 2.Het activiteitenplan dient aan te sluiten bij de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd en dient te bevatten: a.de activiteiten en de doelgroep(en) waarop deze zijn gericht; b.de doelen en resultaten die met de activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; c.of, en zo ja, op welke manier de aanvrager invulling geeft aan de aspecten genoemd in artikel 8, lid 2, van deze regeling; d.op welke manier de aanvrager voldoet of gaat voldoen aan de verplichtingen genoemd in artikel 13 van deze regeling. 3.Wanneer een penvoerder subsidie aanvraagt namens een samenwerkingsverband overlegt de penvoerder, naast een uittreksel van de KvK van elke deelnemende organisatie en een activiteitenplan als bedoeld in het eerste lid, een door alle deelnemende organisatie ondertekende samenwerkingsovereenkomst waarin is beschreven op welke wijze de deelnemende organisaties bijdragen aan de werkzaamheden en de wijze waarop de besluitvorming, de verdeling van taken en rollen en de financiering binnen het verband is geregeld.4.Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier op de gemeentelijke website: https://subsidies.gemeentemaastricht.nl/subsidie-aanvragen. Artikel 10. Aanvraagtermijn 1.Een aanvraag wordt ingediend vóór 1 september van het jaar voorafgaande aan de periode van drie kalenderjaren waarop de aanvraag betrekking heeft, zijnde de periode 2027 tot en met 2029, de periode 2030 tot en met 2032, enzovoorts.2.In afwijking van het eerste lid wordt een aanvraag voor subsidie over de periode 2027 tot en met 2029 ingediend vóór 1 december 2026. Artikel 11. Beslistermijn Het college beslist op een aanvraag uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. Artikel 12. Aanvullende weigeringsgronden Het college kan een subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren als: 1.de aanvraag naar het oordeel van het college niet voldoet aan een of meerdere voorwaarden uit deze regeling; 2.de aanvraag volgens het college onvoldoende concreet is; 3.naar het oordeel van het college sprake is van een activiteit waarin al op andere wijze wordt voorzien of waarvoor voorliggende financiering is voorgeschreven of mogelijk is; 4.een activiteit naar het oordeel van het college te grote risico’s met zich brengt voor de ontwikkeling, gelijke behandeling, gezondheid of veiligheid van deelnemers of andere betrokkenen; 5.een activiteit naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de beleidsresultaten, genoemd in het beleidskader ‘We zien je; de Maastrichtse aanpak van armoede en schulden’, of niet past binnen de subsidiabele activiteiten zoals in deze subsidieregeling omschreven; 6.een activiteit naar het oordeel van het college een louter partijpolitiek of godsdienstig karakter heeft; 7.de aanvrager naar het oordeel van het college doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien, die in strijd zijn met het algemeen belang of de openbare orde; 8.de aanvrager ook zonder subsidiegelden over voldoende gelden kan beschikken, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden om de kosten van de activiteiten te dekken; 9.het college er onvoldoende van overtuigd is dat de uit te voeren activiteiten kunnen worden gerealiseerd; 10.het subsidieplafond is bereikt. Artikel 13. Verplichtingen 1.De subsidieontvanger: a.houdt in communicatie over activiteiten rekening met Maastrichtenaren met lage basisvaardigheden of een visuele of auditieve beperking; b.zorgt ervoor dat de activiteiten herkenbaar en vindbaar zijn voor Maastrichtenaren; c.die rechtstreeks met Maastrichtenaren werkt heeft een geïmplementeerde Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en wijst een aandachtsfunctionaris binnen de organisatie aan; d.heeft een vastgesteld inclusiebeleid en voert dit uit; e.die met vrijwilligers werkt heeft een vastgesteld vrijwilligersbeleid en voert dit uit; f.draagt ervoor zorg dat professionals en vrijwilligers die rechtstreeks werken met Maastrichtenaren in het bezit zijn van een geldige verklaring omtrent gedrag (VOG); g.draagt ervoor zorg dat professionals en vrijwilligers bereid zijn om onderdeel te zijn van netwerken rondom de Sociale Teams, de Wijkservicepunten en de Kredietbank Limburg, en dat zij daarmee samenwerken als er sprake is van gedeelde zorg of als hulpvragen complex zijn; h.laat een inkomenstoets achterwege indien de Maastrichtenaar een verklaring kan tonen van zijn of haar inkomen, afgegeven door of namens de gemeente Maastricht; i.signaleert problemen en verwijst, mede met gebruikmaking van de voor dit doel door de gemeente Maastricht beschikbaar gestelde applicatie, proactief door naar voorzieningen en regelingen van andere organisaties en van de overheid; j.hanteert gedragsregels om (seksueel) grensoverschrijdend gedrag te voorkomen en ermee om te gaan; k.werkt op verzoek van de gemeente Maastricht mee aan het monitoren van de activiteiten; l.houdt zich aan eventuele aanvullende verplichtingen, door het college te benoemen bij de subsidieverlening. 2.De subsidieontvanger die subsidie ontvangt voor een activiteit die onder categorie i (hulp bij administratie) valt maakt, daarnaast, schriftelijke afspraken met de Kredietbank Limburg over de verdeling van taken en verantwoordelijkheden en over wederzijdse doorverwijzing van Maastrichtenaren met schulden.3.Bij subsidies hoger dan € 75.000 is de subsidieontvanger verplicht om over ieder kalenderjaar een jaarrekening en verantwoording te verstrekken over de in het betreffende kalenderjaar verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De jaarrekening en verantwoording worden uiterlijk vóór 1 april van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar ingediend. De indeling van de jaarrekening dient gelijk te zijn aan de indeling van de begroting die de subsidieontvanger bij de aanvraag tot verlening van de subsidie heeft verstrekt.4.Het college kan in de verleningsbeschikking aanvullende verplichtingen opleggen. Artikel 14. Egalisatiereserve 1.Bij subsidies hoger dan € 75.000 vormt de subsidieontvanger, om verschillen tussen werkelijk gemaakte kosten en subsidiebedragen op te vangen, een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de Awb.2.De egalisatiereserve bedraagt maximaal 5% van het subsidiebedrag per kalenderjaar.3.Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve.4.De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd. Artikel 15 Vaststelling en verantwoording 1.Subsidies tot en met € 5.000 worden direct vastgesteld.2.In geval van een directe vaststelling, is de subsidieontvanger verplicht in het kader van een steekproef aan te tonen dat de activiteiten overeenkomstig de vaststelling zijn uitgevoerd. Indien de activiteiten niet of niet geheel zijn uitgevoerd, kan het college de vaststelling intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen overeenkomstig artikel 4:49 van de Awb.3.Bij subsidies van meer dan € 5.000 en ten hoogste € 75.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk vóór 1 april van het jaar dat volgt op de betrokken periode van drie kalenderjaren een ondertekende aanvraag tot vaststelling in. De aanvraag bevat: a.een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; b.een meerjarenrekening of een financieel verslag bestaande uit een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten. De indeling dient gelijk te zijn aan de indeling van de begroting die de subsidieontvanger bij de aanvraag tot verlening van de subsidie heeft verstrekt. 4.Indien de subsidie meer dan € 75.000,- bedraagt, dient de verantwoording, naast de gegevens genoemd in het derde lid, te bevatten: a.een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; b.een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c.een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en d.een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk registeraccountant. 5.Een aanvraag tot vaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier op de gemeentelijke website: https://subsidieloket.maastricht.nl/inloggen.6.Een subsidie wordt, conform artikel 16 lid 1 van de Asv, vastgesteld binnen 13 weken na ontvangst van een aanvraag tot vaststelling. Artikel 16. Bevoorschotting en betaling 1.Het subsidiebedrag wordt in drie gelijke termijnen van een kalenderjaar, voor het tweede en derde kalenderjaar vermeerderd met de indexatie als bedoeld in artikel 7 lid 5, uitgekeerd.2.Bij subsidies hoger dan € 75.000 wordt per kalenderjaar een voorschot uitgekeerd van 90% van het termijnbedrag. De resterende 10% van het termijnbedrag wordt uitgekeerd na ontvangst van de tussentijdse jaarrekening en verantwoording als bedoeld in artikel 13 lid 3, waaruit blijkt dat het termijnbedrag is benut en de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd hebben plaatsgevonden. Indien het college hiervan afwijkt wordt dit in de verleningsbeschikking vermeld.3.De definitieve betaling van de subsidie vindt plaats na de vaststelling van de subsidie. Artikel 17. Hardheidsclausule 1.In gevallen die de uitvoering van deze regeling betreffen en waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.2.Het college kan afwijken van de bepalingen in deze regeling indien toepassing daarvan, vanwege bijzondere omstandigheden, zou leiden tot gevolgen die onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. Artikel 18. Slotbepalingen 1.Deze regeling treedt in werking op 1 oktober 2026.2.Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Armoede en Schulden gemeente Maastricht 2027. Aldus besloten door het College van Burgemeester en Wethouders van Maastricht d.d. 22 september 2026. Burgemeester en Wethouders van Maastricht, De Secretaris a.i., G.G.H.M. Haanen De Burgemeester,W.A.G. Hillenaar
Meer informatie