Uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening gemeente Sluis 2026

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op30 september 2026
Gepubliceerd doorGemeente Sluis

Uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening gemeente Sluis 2026 Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Sluis; gelet op: •artikelen 10.21 tot en met 10.26 van de Wet milieubeheer; •Afvalstoffenverordening gemeente Sluis 2026; overwegende dat: •het in het belang van een doelmatige verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen wenselijk is om nadere regels te stellen; •het wenselijk is regels vast te stellen over de afzonderlijke inzameling van afvalstoffen en over de dagen, tijden, plaatsen en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden; •de inzameldienst en andere inzamelaars met dit besluit worden aangewezen; vast te stellen het: Uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening Gemeente Sluis 2026. Artikel 1. Begripsomschrijvingen In dit uitvoeringsbesluit wordt verstaan onder: •verordening: de Afvalstoffenverordening gemeente Sluis 2026; •inzamelmiddel: een hulp- of bewaarmiddel voor de inzameling van afvalstoffen, ten behoeve van één huishouden, bijvoorbeeld een inzamelzak, minicontainer of afvalemmer; •inzamelvoorziening: een bewaarmiddel of –plaats voor de inzameling van afvalstoffen, ten behoeve van meerdere huishoudens, bijvoorbeeld een (ondergrondse) verzamelcontainer of wijkcontainer; •inzamelplaats: elke milieustraat die wordt geëxploiteerd door Zeeuwse Reinigingsdienst B.V., ingericht voor de gescheiden inzameling van grof huishoudelijk afval en KCA; •clusterplaats: een locatie in de openbare ruimte waar inzamelmiddelen of verrijdbare inzamelvoorzieningen tijdelijk worden verzameld ten behoeve van inzameling; •hoogbouwwoning: een woning gelegen in een complex van ten minste drie woningen met een onderlinge bouwkundige, technische of organisatorische samenhang; •cluster: een door burgemeester en wethouders aangewezen groep woningen waarvan de huishoudelijke afvalstoffen door middel van inzamelvoorzieningen worden ingezameld; •laagbouwwoning: een woning die geen hoogbouwwoning of onderdeel van een door burgemeester en wethouders aangewezen cluster is; •toegangsmiddel: een door de inzameldienst verstrekt middel met unieke codering waarmee toegang wordt verkregen tot een afgesloten inzamelvoorziening; •Zeeuwse afvalpas: een door de inzameldienst verstrekt middel met unieke codering waarmee toegang wordt verkregen tot de milieustraat. Artikel 2. Aanwijzing van de inzameldienst Op grond van artikel 3, eerste lid, van de verordening wordt als inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen, aangewezen: Zeeuwse Reinigingsdienst B.V. Artikel 3. Regulering van andere inzamelaars Als inzamelaar op grond van artikel 4, eerste lid, van de verordening worden aangewezen: de in de bij dit uitvoeringsbesluit behorende bijlage 1 ‘Aangewezen inzamelaars’ opgenomen organisaties. Artikel 4. Aanwijzing van inzamelplaats Op grond van artikel 5 van de verordening worden als inzamelplaats aangewezen: 1.De milieustraten die door de Zeeuwse Reinigingsdienst B.V. in opdracht van de gemeenschappelijke regeling openbaar lichaam afvalstoffenverwerking Zeeland (OLAZ) worden geëxploiteerd, worden aangewezen als inzamelplaats als bedoeld in artikel 5 van de verordening waar huishoudelijke afvalstoffen gescheiden kunnen worden aangeboden. De aan te bieden afvalstromen kunnen verschillen per locatie. 2.De milieustraat aan de Transportweg 17 te Oostburg wordt op lokaal niveau aangewezen als inzamelplaats waar huishoudelijke afvalstoffen gescheiden ter inzameling kunnen worden aangeboden. 3.De aanbieding van afvalstoffen vindt plaats overeenkomstig de door OLAZ gestelde acceptatievoorwaarden waaronder: a.De aanbieder van afvalstoffen dient zich desgevraagd te legitimeren en wordt uitsluitend toegelaten met een geldige Zeeuwse afvalpas. b.De Zeeuwse afvalpas is gekoppeld aan een perceel waarvoor afvalstoffenheffing wordt geheven en mag uitsluitend worden gebruikt door bewoners van dat perceel. c.Per perceel wordt maximaal één Zeeuwse afvalpas verstrekt. d.Indien een afvalpas verloren gaat of beschadigd raakt, wordt tegen betaling van het in bijlage 2 vastgestelde tarief een vervangende afvalpas verstrekt. e.Op de milieustraat worden uitsluitend huishoudelijke afvalstoffen afkomstig van particuliere huishoudens geaccepteerd. Bedrijfsafvalstoffen worden niet geaccepteerd; f.Op de milieustraat kunnen de in artikel 5, tweede lid, genoemde categorieën huishoudelijke afvalstoffen worden aangeboden, met uitzondering van fijn huishoudelijk restafval en bioafval. g.De openingstijden van de milieustraten worden bekendgemaakt via de daarvoor aangewezen communicatiekanalen van de Zeeuwse Reinigingsdienst B.V. Artikel 5. Gescheiden inzameling 1.De volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen worden afzonderlijk ingezameld op de wijze en met de frequentie als hieronder aangegeven: a.Bioafval: ten minste eenmaal per twee weken; b.oud papier en karton: ten minste eenmaal per vier weken; c.glas: door middel van een inzamelvoorziening op wijk- of kernniveau; d.textiel: nabij elk perceel door middel van een inzamelvoorziening op wijk- of kernniveau; e.kunststof verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons (PMD): ten minste eenmaal per twee weken; f.matrassen: op afroep ten minste eenmaal per drie maanden; g.klein chemisch afval: kan worden gebracht naar de daarvoor aangewezen inzamelplaats(en); h.afgedankte elektrische en elektronische apparatuur: kan worden gebracht naar de daarvoor aangewezen inzamelplaats(en); i.luiers en incontinentiemateriaal: door middel van een inzamelvoorziening op kernniveau; j.grof huishoudelijk afval (met uitzondering van bouw- en sloopafval en elektrische en elektronische apparatuur): op afroep en tegen betaling volgens bijlage 2 van dit uitvoeringsbesluit en ten minste eenmaal per drie maanden; k.grof tuinafval: op afroep ten minste eenmaal per drie maanden; l.huishoudelijk restafval: ten minste eenmaal per vier weken. 2.De volgende omschrijvingen van bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk ingezameld worden op grond van artikel 7, tweede lid, van de verordening, worden vastgesteld: a.Bioafval: biologisch afbreekbare huishoudelijke afvalstoffen, bestaande uit groente-, fruit- en tuinafval en etensresten. b.OPK: huishoudelijk oud papier en karton dat droog, schoon en niet vervuild is met andere afvalstoffen, maar in ieder geval niet drankenkartons voor zuivel en frisdranken, ordners en ringbanden met metaal en/of plastic onderdelen, geplastificeerd papier, sanitair papier, behang, vinyl en doorslagpapier. c.PMD: huishoudelijke plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons. d.Glas: op kleuren wit, groen en bruin gescheiden eenmalige glasverpakkingen zoals flessen, potten en andere glazen verpakkingen, met uitzondering van vlakglas, (glas)keramiek, lampen, nagellakflesjes, stenen kruiken, porselein, kristal, spiegels. e.Vlakglas: bestaande uit draadglas, spiegelglas en figuurglas. f.Textiel: kleding, lakens, dekens, handdoeken en dergelijke, schoeisels, grote lappen stof en gordijnen die schoon zijn, niet vervuild met andere afvalstoffen en niet eerder gebruikt als bijvoorbeeld poets- of verflappen. g.Matrassen: matrassen die niet nat zijn of vervuild zijn met andere afvalstoffen. h.Luiers en incontinentiemateriaal: absorberende hygiëneproducten afkomstig uit particuliere huishoudens. i.Elektrische en elektronische apparatuur, E-waste: de producten zoals genoemd in de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. j.Gevaarlijke afvalstoffen, klein chemisch afval (KCA): bestaat uit afvalstoffen die als gevaarlijk worden aangemerkt en die in kleine hoeveelheden bij huishoudens vrijkomen, een en ander zoals vermeld op de KCA-lijst van het ministerie. k.Grof tuinafval: grove plantaardige afvalstoffen die vrijkomen bij de aanleg, het onderhoud of de verwijdering van particulier groen en die vanwege hun aard, omvang of samenstelling niet via de reguliere inzameling van bioafval worden ingezameld, zoals grof loofafval en snoeihout, met uitzondering van bielzen, tuinhekken en tuinschuttingen. l.Grof huishoudelijk restafval: volumineus of zwaar huishoudelijk afval dat door afmeting, gewicht of samenstelling niet in een inzamelmiddel of via een inzamelvoorziening ter inzameling kan worden aangeboden. m.Fijn huishoudelijk restafval: afval afkomstig uit particuliere huishoudens, dat overblijft na scheiding in andere categorieën. n.Medisch afval: huishoudelijke afvalstoffen die geen bijzonder risico inhouden en die door hun aard vergelijkbaar zijn met huishoudelijk fijn restafval zoals lichaamsvochten, katheders, lege bloedzakken, lege infusen en infuusleidingen. Artikel 6. Tijdstip van aanbieding Op grond van artikel 9 van de verordening gelden de volgende regels voor het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen: 1.Inzamelmiddelen mogen uitsluitend op de vastgestelde inzameldag of op de daaraan voorafgaande dag tussen 20.00 uur en 22.00 uur ter inzameling worden aangeboden en dienen uiterlijk te zijn aangeboden: a.binnen de bebouwde kom: om 07.30 uur; b.buiten de bebouwde kom: om 07.00 uur, met dien verstande dat inzamelmiddelen niet vóór 06.00 uur op de inzameldag mogen worden aangeboden. 2.De vastgestelde inzameldagen zijn te raadplegen bij de inzameldienst. 3.Inzamelmiddelen worden na lediging zo spoedig mogelijk verwijderd en uiterlijk vóór 24.00 uur van de inzameldag van de openbare weg of andere delen van de openbare ruimte weggehaald. 4.In verband met geluidhinder mogen inzamelvoorzieningen alleen tussen 07:00 uur en 22:00 uur worden gebruikt om (geluids-)overlast voor omwonenden te beperken. 5.Inzamelvoorzieningen mogen niet worden gebruikt tussen 18.00 uur op 31 december en 07.00 uur op 1 januari. Artikel 7. Aanwijzing inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen Op grond van artikel 10, eerste lid, van de verordening worden de volgende inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen aangewezen: 1.De locaties van de inzamelvoorzieningen als bedoeld in dit artikel worden door burgemeester en wethouders vastgesteld en bekendgemaakt. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de locaties van inzamelvoorzieningen wijzigen indien dit noodzakelijk is voor een doelmatige inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. 3.Burgemeester en wethouders kunnen een perceel of een cluster van percelen aanwijzen waarvoor huishoudelijke afvalstoffen niet doelmatig of passend kunnen worden ingezameld door middel van een minicontainer en/of PMD-zak. Hierbij houden burgemeester en wethouders in ieder geval rekening met: a.de bereikbaarheid van de percelen voor inzamelvoertuigen; b.de verkeersveiligheid en de veiligheid van de inzameling; c.de beschikbare openbare ruimte voor het plaatsen en aanbieden van inzamelmiddelen; d.de doelmatigheid en efficiency van de inzameling; e.de aard, ligging en inrichting van het gebied; f.de loopafstand van de gebruikers tot de inzamelvoorziening; g.de aanwezigheid van hoogbouw, recreatieve bebouwing of andere bebouwingsvormen waarvoor individuele inzameling niet passend is; h.de bescherming van de kwaliteit van de openbare ruimte. Burgemeester en wethouders kunnen daarnaast andere omstandigheden betrekken die van belang zijn voor een doelmatige inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. 4.De gebruikers van een aangewezen perceel of cluster van percelen maken gebruik van één of meer door burgemeester en wethouders aangewezen gezamenlijke inzamelvoorzieningen. 5.Burgemeester en wethouders maken in een aanwijzingsbesluit als bedoeld in het vierde lid bekend aan de gebruikers van het betreffende perceel of de betreffende percelen. Het aanwijzingsbesluit vermeldt het betreffende perceel of de betreffende percelen, de aangewezen inzamelwijze en, indien van toepassing, de locatie van de gezamenlijke inzamelvoorziening. 6.Voor fijn huishoudelijk restafval van huishoudens: a.bij laagbouwwoningen: één namens de gemeente verstrekte minicontainer voor de gebruiker van één perceel; b.bij hoogbouwwoningen en bij woningen die onderdeel uitmaken van een door burgemeester en wethouders aangewezen cluster: een door burgemeester en wethouders aangewezen inzamelvoorziening voor fijn huishoudelijk restafval. 7.Voor bioafval afkomstig van huishoudens bij laagbouwwoningen: a.één namens de gemeente verstrekte minicontainer per perceel; b.indien voor een perceel of een samenhangende groep van percelen overeenkomstig het vijfde lid een gezamenlijke inzamelvoorziening voor bioafval is aangewezen, wordt geen individuele minicontainer verstrekt. 8.Voor bioafval afkomstig van huishoudens wordt gebruikgemaakt van een door burgemeester en wethouders aangewezen gezamenlijke inzamelvoorziening: a.bij hoogbouwwoningen; b.bij woningen die deel uitmaken van een door burgemeester en wethouders aangewezen cluster; c.bij laagbouwwoningen waarvoor overeenkomstig dit uitvoeringsbesluit een gezamenlijke inzameling van bioafval is aangewezen. 9.Voor bioafval in het kustgebied geldt het volgende: a.het door burgemeester en wethouders aangewezen kustgebied omvat Cadzand-Bad, Retranchement, Nieuwvliet-Bad, Park Schoneveld en De Lente te Breskens. De begrenzing van het kustgebied is opgenomen in bijlage 3 bij dit uitvoeringsbesluit; b.binnen het aangewezen kustgebied wordt bioafval ingezameld door middel van door burgemeester en wethouders aangewezen gezamenlijke inzamelvoorzieningen; c.burgemeester en wethouders stellen de locaties van de inzamelvoorzieningen vast en maken deze bekend; d.burgemeester en wethouders kunnen de locaties van de inzamelvoorzieningen wijzigen indien dit noodzakelijk is voor een doelmatige inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. e.(grof) tuinafval afkomstig van laagbouwwoningen binnen het aangewezen kustgebied wordt ingezameld overeenkomstig de door burgemeester en wethouders vastgestelde inzamelwijze. 10.Voor glas van huishoudens: door burgemeester en wethouders aangewezen inzamelvoorzieningen. 11.Voor OPK van huishoudens: a.bij laagbouwwoningen: één namens de gemeente verstrekte minicontainer voor de gebruiker van één perceel; 12.bij hoogbouwwoningen en bij woningen die onderdeel uitmaken van een door burgemeester en wethouders aangewezen cluster: een door burgemeester en wethouders aangewezen inzamelvoorziening voor OPK. 13.Voor textiel: door burgemeester en wethouders aangewezen inzamelvoorzieningen. 14.Voor PMD van huishoudens: a.bij laagbouwwoningen: een transparante inzamelzak die namens de gemeente op afroep wordt verstrekt; b.bij hoogbouwwoningen en bij woningen die onderdeel uitmaken van een door burgemeester en wethouders aangewezen cluster: de voor het betreffende perceel of cluster aangewezen inzamelvoorziening voor PMD; c.indien voor een perceel of cluster geen inzamelvoorziening voor PMD is aangewezen, wordt PMD ingezameld door middel van een transparante inzamelzak die namens de gemeente op afroep wordt verstrekt. 15.Voor luiers en incontinentiemateriaal: door burgemeester en wethouders aangewezen inzamelvoorzieningen. 16.Huishoudens voeren medisch afval af samen met het fijn huishoudelijk restafval en huishoudens bij laagbouwwoningen kunnen daarvoor kosteloos één extra inzamelmiddel aanvragen indien aannemelijk wordt gemaakt dat op het perceel structureel medisch afval vrijkomt. Voor de beoordeling van de aanvraag wordt geen informatie gevraagd over de medische aandoening of behandeling die aan het medisch afval ten grondslag ligt. 17.Bijzondere situaties en maatwerk: a.Burgemeester en wethouders kunnen op aanvraag voor een perceel een andere inzamelvoorziening of inzamelwijze aanwijzen indien de toepassing van de reguliere inzamelwijze, gelet op de ligging, inrichting of het gebruik van het perceel, leidt tot een onevenredig onpraktische, onveilige of anderszins ongewenste situatie; b.Van een bijzondere situatie als bedoeld in dit lid kan in ieder geval sprake zijn indien: i.het perceel wordt gebruikt als tweede woning en dient niet als hoofdverblijf van de gebruiker, waardoor toepassing van de reguliere inzamelwijze naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet doelmatig of passend is en in de nabijheid van het perceel een bestaande en geschikte inzamelvoorziening beschikbaar is; ii.het perceel geen praktische mogelijkheid biedt om een individueel inzamelmiddel op een voor de gebruiker geschikte wijze te stallen of aan te bieden, bijvoorbeeld omdat een zij- of achteruitgang ontbreekt; iii.de gebruiker vanwege de specifieke ligging of inrichting van het perceel redelijkerwijs geen gebruik kan maken van het voor dat perceel aangewezen individuele inzamelmiddel; iv.de gebruiker vanwege de hoeveelheid incontinentiemateriaal structureel extra restafval produceert en het voor een doelmatige en passende afvalinzameling wenselijk is om deze gebruiker gebruik te laten maken van een reguliere inzamelvoorziening voor fijn huishoudelijk restafval; v.sprake is van een andere bijzondere woon- of gebruikssituatie waarin toepassing van de reguliere inzamelwijze naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet passend is; c.Een alternatieve inzamelvoorziening of inzamelwijze wordt uitsluitend aangewezen indien deze voorziening in de nabijheid beschikbaar is; d.Burgemeester en wethouders kunnen aan een aanwijzing als bedoeld in dit artikel voorwaarden verbinden. Artikel 8. Gebruik inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen Op grond van artikel 10, eerste lid, van de verordening worden de volgende regels voor het gebruik van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen vastgesteld: 1.Het eigendom van de inzamelmiddelen, inzamelvoorzieningen en toegangsmiddelen die in bruikleen zijn verstrekt door of namens de gemeente, berust bij de gemeente. 2.Het beheer van de inzamelmiddelen, inzamelvoorzieningen en toegangsmiddelen die in bruikleen zijn verstrekt door of namens de gemeente, berust bij de Zeeuwse Reinigingsdienst B.V. 3.De inzameldienst is bevoegd inzamelmiddelen te voorzien van een identificatiemiddel, waaronder een chip, barcode of QR-code, ten behoeve van registratie en beheer. De verwerking van gegevens die voortvloeit uit deze registratie vindt plaats overeenkomstig artikel 9, vierde lid. 4.De inzameldienst is bevoegd een toegangsmiddel aan een perceel te koppelen ten behoeve van beheer en gebruik van inzamelvoorzieningen. 5.Indien voor het gebruik van een inzamelvoorziening een toegangscontrolesysteem wordt toegepast, wordt aan de gebruiker van een daarvoor aangewezen perceel maximaal één toegangsmiddel verstrekt, tenzij burgemeester en wethouders anders bepalen. 6.Het toegangsmiddel geeft uitsluitend toegang tot de inzamelvoorziening(en) die voor het betreffende perceel zijn aangewezen. 7.Het is verboden het toegangsmiddel aan derden ter beschikking te stellen of door derden te laten gebruiken, tenzij de burgemeester en wethouders hiervoor toestemming hebben verleend. 8.Vermissing, diefstal of beschadiging van een toegangsmiddel moet zo spoedig mogelijk aan de inzameldienst worden gemeld. De inzameldienst kan het toegangsmiddel na een dergelijke melding blokkeren. 9.Bij verhuizing, beëindiging van het gebruik van het perceel of het vervallen van de aanspraak op het gebruik van de inzamelvoorziening vervalt het recht op het gebruik van het toegangsmiddel. Het toegangsmiddel wordt op eerste verzoek van de inzameldienst ingeleverd. 10.De inzameldienst kan namens burgemeester en wethouders een toegangsmiddel blokkeren, intrekken of terugnemen indien sprake is van misbruik, oneigenlijk gebruik of het vervallen van het recht op gebruik van de betreffende inzamelvoorziening. 11.De gemeente kan voor het verstrekken, vervangen of opnieuw verstrekken van een toegangsmiddel kosten in rekening brengen overeenkomstig bijlage 2 bij dit uitvoeringsbesluit. 12.Het is de gebruiker van een perceel niet toegestaan om meer dan twee minicontainers voor fijn huishoudelijk restafval in gebruik te hebben. 13.In een inzamelmiddel of inzamelvoorziening mag uitsluitend dat bestanddeel van huishoudelijke afvalstromen ter inzameling worden aangeboden waarvoor het inzamelmiddel of de inzamelvoorziening bestemd is. 14.De gebruiker van een inzamelmiddel of -voorziening draagt er zorg voor dat na het inwerpen de inwerpopening van het inzamelmiddel of de inzamelvoorziening gesloten is. 15.Het is verboden om een vulopening of klep te blokkeren. 16.Het is verboden om bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen naast een inzamelmiddel of inzamelvoorziening te plaatsen of om de leefomgeving naast of nabij een inzamelmiddel of inzamelvoorziening anderszins te verontreinigen. 17.De gebruiker is verplicht de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen zodanig te gebruiken dat daardoor geen overlast voor de leefomgeving of schade aan eigendommen van derden wordt veroorzaakt. 18.Het is verboden een minicontainer ter beschikking te stellen aan personen buiten het huishouden waarvoor deze is verstrekt. 19.Huishoudelijke afvalstoffen die in een inzamelvoorziening worden aangeboden, worden aangeboden in een gesloten zak. Deze verplichting geldt niet voor glas, papier en bioafval. PMD wordt uitsluitend aangeboden in een daarvoor bestemde transparante zak. 20.Toegang tot voorzieningen voor luiers wordt verleend na aanmelding bij de inzameldienst. 21.Glas wordt gescheiden op kleur wit, bruin of groen in de inzamelvoorzieningen ingeworpen. 22.De gebruiker is verantwoordelijk voor het gebruik en het onderhoud van de in bruikleen ontvangen inzamelmiddelen, inzamelvoorzieningen en toegangsmiddelen als ware deze zijn eigendom. 23.Eventuele schade aan een toegangsmiddel, inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen, niet voortvloeiend uit normaal gebruik, die door toedoen van de gebruiker van een perceel aan het toegangsmiddel, het inzamelmiddel of de inzamelvoorziening wordt toegebracht en het betreffende toegangsmiddel, inzamelmiddel of de betreffende inzamelvoorziening niet meer overeenkomstig de bestemming kan worden gebruikt, komt voor rekening van de gebruiker van het perceel ten behoeve waarvan het toegangsmiddel, het inzamelmiddel of de inzamelvoorziening is verstrekt. 24.De door of namens de gemeente verstrekte toegangsmiddelen en inzamelmiddelen zijn perceelgebonden. 25.Indien huishoudelijke afvalstoffen in strijd met dit uitvoeringsbesluit in een inzamelvoorziening worden aangeboden, kunnen burgemeester en wethouders of de inzameldienst maatregelen treffen om de overtreding te beëindigen of de gevolgen daarvan ongedaan te maken. Artikel 9. Toegang tot gezamenlijke inzamelvoorzieningen 1.Burgemeester en wethouders kunnen voor het gebruik van gezamenlijke inzamelvoorzieningen een toegangscontrolesysteem instellen. 2.Burgemeester en wethouders bepalen voor welke inzamelvoorzieningen een toegangscontrolesysteem wordt toegepast en welke percelen of gebruikers toegang hebben tot deze inzamelvoorzieningen. 3.Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over het gebruik en beheer van het toegangscontrolesysteem. 4.Bij de toepassing van een toegangscontrolesysteem kunnen gegevens worden verwerkt die noodzakelijk zijn voor het beheer, de beveiliging en het doelmatig gebruik van de inzamelvoorziening. De verwerking van deze gegevens vindt plaats overeenkomstig de toepasselijke privacywetgeving. Artikel 10. Extra inzamelmiddelen 1.Huishoudens bij laagbouwwoningen kunnen voor fijn huishoudelijk restafval (tegen betaling volgens bijlage 2 bij dit uitvoeringsbesluit) één extra inzamelmiddel aanvragen mits dit huishouden ten minste acht personen ingeschreven telt in de basisregistratie personen (BRP). 2.Huishoudens bij laagbouwwoningen kunnen voor bioafval kosteloos één extra inzamelmiddel aanvragen, mits de gebruiker van het perceel aannemelijk maakt dat hiervoor, gelet op de hoeveelheid vrijkomend bioafval, een noodzaak bestaat. Artikel 11. Wijze en plaats van aanbieding 1.Op grond van artikel 10, eerste lid en tweede lid, van de verordening worden de volgende regels omtrent de plaats en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden vastgesteld: a.Overeenkomstig artikel 6 van dit uitvoeringsbesluit mag een inzamelmiddel slechts éénmaal worden aangeboden. b.In geen geval worden voetgangers- en ander verkeer gehinderd of in de doorgang belemmerd door inzamelmiddelen of inzamelvoorzieningen en gevaar en schade wordt voorkomen. c.Huishoudelijke afvalstoffen worden ter inzameling aangeboden op de door burgemeester en wethouders aangewezen aanbiedplaats of, indien van toepassing, op de daarvoor aangewezen clusterplaats. d.Het inzamelmiddel wordt zodanig geplaatst dat het inzamelvoertuig het veilig en doelmatig kan bereiken en ledigen, de inzameling veilig en doelmatig kan plaatsvinden en het geen belemmering vormt voor het verkeer of de toegang tot gebouwen en percelen. e.Inzamelmiddelen voor PMD worden niet vastgeknoopt aan bijvoorbeeld hekken, lantaarnpalen, of reflectorpaaltjes. f.De gemeente kan in het belang van een doelmatige en veilige inzameling bepalen dat inzamelmiddelen of inzamelvoorzieningen, al dan niet tijdelijk, op een andere dan de gebruikelijke plaats ter inzameling worden aangeboden. g.Indien een straat of andere toegangsroute tijdelijk is afgesloten of niet bereikbaar is voor het inzamelvoertuig, worden de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen aangeboden op een door of namens de inzameldienst aangewezen bereikbare plaats. De gebruikers van de betrokken percelen worden hierover tijdig geïnformeerd. h.Minicontainers zonder adressticker en/of zonder tag/chip worden niet geleegd. i.Inzamelmiddelen worden goed gesloten aangeboden. Inzamelvoorzieningen worden na gebruik goed gesloten. Uit een inzamelmiddel of inzamelvoorziening mogen geen afvalstoffen uitsteken. Het is verboden afvalstoffen naast of op een inzamelmiddel of inzamelvoorziening te plaatsen. j.Een inzamelmiddel of inzamelvoorziening die niet overeenkomstig dit uitvoeringsbesluit is aangeboden, kan worden geweigerd voor lediging of inzameling. k.Indien afvalstoffen naast een inzamelmiddel of inzamelvoorziening zijn achtergelaten in strijd met dit uitvoeringsbesluit, is de aanbieder verplicht deze afvalstoffen onverwijld te verwijderen. l.Het is verboden de volgende voorwerpen of stoffen in de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen te deponeren: a.Brandende of gloeiende voorwerpen; b.Hete vloeibare stoffen; c.gevaarlijke, brandbare, explosieve of andere stoffen die gevaar of schade kunnen veroorzaken aan personen, inzamelmiddelen, inzamelvoorzieningen of inzamelvoertuigen. m.Het gewicht van de hoeveelheid afvalstoffen en het eigen gewicht van de ter lediging aangeboden minicontainer mag in zijn totaliteit niet zwaarder zijn dan 75 kilogram. 2.Op grond van artikel 7, eerste lid van de verordening kunnen de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan of nabij huis aan de inzameldienst worden aangeboden: matrassen, grof tuinafval en grof huishoudelijk afval: a.Het ter inzameling aanbieden gebeurt op afspraak met en door de inzameldienst. b.Inzameling vindt plaats op afroep. De inzameldienst stelt hiervoor ten minste eenmaal per drie maanden een inzamelmogelijkheid beschikbaar. c.De afvalstoffen worden op de afgesproken dag en tijd aangeboden op een voor het inzamelvoertuig goed bereikbare en voor de inzameldienst duidelijk herkenbare plaats. d.De afvalstoffen worden, voor zover mogelijk, schoon en droog en gescheiden naar afvalstroom aangeboden. Kleinere stukken worden zoveel mogelijk gebundeld. e.De inzameling van grof huishoudelijk afval aan huis vindt plaats tegen betaling van de kosten zoals opgenomen in bijlage 2 bij dit uitvoeringsbesluit en is beperkt tot maximaal 2 m³ per afspraak. Bouw- en sloopafval en elektrische en elektronische apparatuur vallen niet onder deze inzamelservice. f.Kleinere stukken grof huishoudelijk afval moeten zoveel mogelijk in één of meer bundels samengedrukt en gebonden worden overgedragen of aangeboden. g.De afvalstoffen worden aangeboden op een voor het inzamelvoertuig goed bereikbare plaats in de openbare ruimte, waarbij zij geen hinder, gevaar of schade veroorzaken voor voetgangers, andere verkeersdeelnemers, omwonenden of eigendommen. 3.Elektrische en elektronische apparatuur kan aan of nabij het perceel ter inzameling worden aangeboden indien deze apparatuur door een overeenkomstig de verordening aangewezen inzamelaar op afroep wordt ingezameld. De apparatuur wordt aangeboden op de door de inzamelaar aangegeven dag en plaats en zodanig dat geen hinder, gevaar of schade voor derden ontstaat. Artikel 12. Bijzondere omstandigheden Op grond van artikel 10, eerste lid, van de verordening kan de inzameldienst: 1.De inzameling tijdelijk opschorten indien inzamelmiddelen of inzamelvoorzieningen niet veilig of niet bereikbaar zijn voor medewerkers of inzamelvoertuigen. 2.Bij extreme weersomstandigheden, calamiteiten of andere omstandigheden buiten de invloedssfeer van de inzameldienst kan de inzameling tijdelijk worden aangepast, uitgesteld of gestaakt. Van een dergelijke wijziging wordt zo spoedig mogelijk kennisgegeven via de gebruikelijke communicatiekanalen van de inzameldienst. 3.Van tijdelijke wijzigingen in de openingstijden van de milieustraat wordt zo spoedig mogelijk kennisgegeven via de daarvoor aangewezen communicatiekanalen. Artikel 13. Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen Op grond van artikel 12, tweede lid, van de verordening worden de volgende regels vastgesteld voor het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen: 1.In de bebouwde kom mogen bedrijfsafvalstoffen uitsluitend tussen 06.00 uur en 20.00 uur ter inzameling worden aangeboden en ingezameld. 2.Inzamelmiddelen voor bedrijfsafvalstoffen mogen uitsluitend op de dag waarop de afvalstoffen worden ingezameld en niet langer dan noodzakelijk op of aan de openbare weg worden geplaatst. Na lediging worden de inzamelmiddelen zo spoedig mogelijk teruggeplaatst op het eigen perceel en in ieder geval vóór 24.00 uur op de inzameldag van de openbare weg verwijderd. Artikel 14. Aanwijzing inzamelplaats kadavers van gezelschapsdieren Als inzamelplaats voor kadavers van gezelschapsdieren als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de verordening wordt aangewezen de milieustraat, Transportweg 17 te Oostburg. Artikel 15. Inwerkingtreding Dit Uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening gemeente Sluis 2026 treedt in werking de dag na publicatie van dit Uitvoeringsbesluit. Artikel 16. Citeertitel Dit Uitvoeringsbesluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening gemeente Sluis 2026 Bijlagen Bijlage 1: Aangewezen inzamelaars Bijlage 2: Kostenoverzicht Bijlage 3: Begrenzing kustgebied Oostburg, 24 september 2026BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN SLUIS,De secretaris, De burgemeester,S.I. de Kievit-Minnaert mr. M.M.D. Vermue Bijlage 1 – Aangewezen inzamelaars De inzamelaars als bedoeld in artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening gemeente Sluis 2026 die aangewezen zijn voor de inzameling van specifieke huishoudelijke afvalstoffen: 1.Als andere inzamelaars worden aangewezen scholen die, na voorafgaand overleg met de gemeenschappelijke regeling openbaar lichaam afvalstoffenverwerking Zeeland (OLAZ) en/of het college van burgemeester en wethouders, afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en textiel inzamelen. Burgemeester en wethouders kunnen nadere voorwaarden stellen aan de wijze van inzameling, de inzamelperiode, de afvoer van de ingezamelde afvalstoffen en de verslaglegging daarvan. 2.Als inzamelaar van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur worden aangewezen de producenten, distributeurs, detaillisten en de door hen ingeschakelde organisaties die ingevolge de geldende regelgeving uitvoering geven aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor elektrische en elektronische apparatuur. 3.Instellingen met een ontheffing van burgemeester en wethouders voor de inzameling van textiel. 4.Zeeuwse Reinigingsdienst B.V. voor de inzameling van grote elektrische en elektronische apparatuur, matrassen, grof tuinafval en grof huishoudelijk afval (met uitzondering van bouw- en sloopafval) op afroep en tegen betaling. 5.Als inzamelaar van kadavers als bedoeld in dit Uitvoeringsbesluit wordt aangewezen Rendac Son B.V. Bijlage 2 – Afvalstoffenheffing en vergoedingen voor aanvullende dienstverlening 1. Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing wordt geheven op grond van de Verordening afvalstoffenheffing van de gemeente Sluis. De tarieven en overige bepalingen met betrekking tot de afvalstoffenheffing zijn opgenomen in de geldende Verordening afvalstoffenheffing. Voor informatie over de afvalstoffenheffing wordt verwezen naar Sabewa Zeeland. 2. Vergoedingen voor aanvullende dienstverlening Voor bepaalde diensten die op verzoek van de gebruiker worden verricht en die niet behoren tot de reguliere gemeentelijke inzameling van huishoudelijke afvalstoffen, kan een vergoeding in rekening worden gebracht. Deze diensten zijn niet voor alle gebruikers van toepassing en worden uitsluitend op verzoek of wanneer daarvoor wordt gekozen, geleverd. De voor deze aanvullende dienstverlening verschuldigde vergoedingen zijn opgenomen in onderstaande tabel. De in dit onderdeel opgenomen bedragen zijn geen tarieven van de afvalstoffenheffing. Aanvullende dienstverlening Aanvullend te betalen bedrag [euro] Toegang tot een inzamelvoorziening voor luiers en incontinentiemateriaal. Gratis Maximaal één extra inzamelmiddel voor GFT en Etensresten. Gratis Maximaal één extra inzamelmiddel voor Medisch Afval. Gratis Maximaal één extra inzamelmiddel voor fijn brandbaar restafval voor een groot gezin [vanaf acht personen ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) op een adres op een perceel]. Per jaar. € 356,00 Het aan huis ophalen van grof huishoudelijk afval. Per keer. € 30,00 Het aan huis ophalen van grof tuinafval. Per keer. Gratis Een eerste toegangsmiddel aanmaken en opsturen voor toegang tot inzamelvoorziening voor huishoudelijk afval en huishoudelijke grondstoffen (hieronder: "het originele toegangsmiddel"). Gratis Het aanmaken en opsturen van een toegangsmiddel voor toegang tot inzamelvoorziening voor huishoudelijk afval en huishoudelijke grondstoffen omdat het originele toegangsmiddel verloren of beschadigd is. € 50,00 Een eerste Zeeuwse afvalpas aanmaken en opsturen voor toegang tot de milieustraat (hieronder: "de originele Zeeuwse afvalpas"). Gratis Het aanmaken en opsturen van een Zeeuwse afvalpas voor toegang tot de milieustraat omdat de originele Zeeuwse afvalpas verloren of beschadigd is. € 17,50 Bijlage 3: Begrenzing kustgebied De begrenzing van het kustgebied beperkt zich tot diverse gebieden in het kustgebied. Deze gebieden zijn middels gearceerde vlakken in onderstaande drie afbeeldingen weergegeven. Retranchement/Cadzand-Bad Nieuwvliet-Bad Breskens

Meer informatie