Nadere subsidieregels Leefbaarheidsaanpak gebiedsgerichte publieke initiatieven 2025-2026

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op30 september 2026
Gepubliceerd doorProvincie Limburg

Wijzigingsbesluit Nadere subsidieregels Leefbaarheidsaanpak gebiedsgerichte publieke initiatieven 2025-2026 Gedeputeerde Staten van Limburg maken ter voldoening aan het bepaalde in de Provinciewet en het bepaalde in de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2023 e.v. bekend dat zij in hun vergadering van 22 september 2026 hebben vastgesteld: Wijzigingsbesluit Nadere subsidieregels Leefbaarheidsaanpak gebiedsgerichte publieke initiatieven 2025-2026 Artikel I Wijziging Nadere subsidieregels Leefbaarheidsaanpak gebiedsgerichte publieke initiatieven 2025-2026 (Pb. 2025, nr. 9061 en laatst gewijzigd bij Pb. 2025, nr. 13515) Nadere subsidieregels Leefbaarheidsaanpak gebiedsgerichte publieke initiatieven worden als volgt gewijzigd (Pb. 2025, nr. 9061 en laatst gewijzigd bij Pb. 2025, nr. 13515): A. In artikel 1 (Begripsomschrijvingen), lid j, komt het gestelde: ‘Vrij toegankelijk: zonder beperkingen toegankelijk voor het publiek. Dit houdt in dat er geen toegangsbeperkingen zijn zoals betalingen, lidmaatschapsvereisten, of specifieke toestemming. Iedereen kan de ruimte betreden en gebruiken, meestal tijdens bepaalde openingsuren.’ te vervallen. B. In artikel 1 (Begripsomschrijvingen), wordt toegevoegd:Lid b) ‘Kunstwerken: roerende of onroerende werken met een artistieke uitdrukkingsvorm, waaronder in ieder geval begrepen schilderijen, beelden, installaties, fotografische werken, tekeningen, grafische werken en andere werken van beeldende of toegepaste kunst.’ C.In artikel 1 (Begripsomschrijvingen), worden de huidige leden b) tot en met i) hernummerd tot c) tot en met j) D. In artikel 3 (Aanvrager), wordt het gestelde: ‘Voor subsidie kunnen in aanmerking komen Nederlands Limburgse gemeenten die vóór 1 november 2026 en vóór het indienen van de subsidieaanvraag op grond van deze Nadere subsidieregels een Leefbaarheidsakkoord met de Provincie Limburg hebben gesloten (en door beide partijen is ondertekend).’ In zijn volledigheid vervangen door: ‘Voor subsidie kunnen in aanmerking komen Nederlands Limburgse gemeenten die vóór 1 november 2027 en vóór het indienen van de subsidieaanvraag op grond van deze Nadere subsidieregels een Leefbaarheidsakkoord met de Provincie Limburg hebben gesloten (en door beide partijen is ondertekend).’ E. In artikel 5 (Verplichtingen subsidieontvanger), lid 1, wordt het gestelde:‘Het project dient vóór 1 januari 2027 in uitvoering te zijn, hetgeen inhoudt dat de feitelijke realisatie van het project vóór deze datum van start is gegaan, waarbij de subsidieontvanger onomkeerbare (financiële) verplichtingen is aangegaan en er een sluitende businesscase beschikbaar is waaruit blijkt dat zowel de realisatie als exploitatie van het project duurzaam geborgd zijn.’ In zijn volledigheid vervangen door: ‘Het project dient vóór 1 januari 2028 in uitvoering te zijn, hetgeen inhoudt dat de feitelijke realisatie van het project vóór deze datum van start is gegaan, waarbij de subsidieontvanger onomkeerbare (financiële) verplichtingen is aangegaan en er een sluitende businesscase beschikbaar is waaruit blijkt dat zowel de realisatie als exploitatie van het project duurzaam geborgd zijn.’ F. In artikel 9 (Niet-subsidiabele kosten), wordt toegevoegd: t)‘Kosten voor de aanschaf, installatie, vervanging of het onderhoud van airconditioning- of klimaatkoelsystemen’ G. In artikel 9 (Niet-subsidiabele kosten), wordt toegevoegd: u)‘Kosten voor de aankoop, verwerving of het in opdracht autonoom laten vervaardigen van kunstwerken. Met uitzondering van kunstwerken met een nadrukkelijk participatief karakter, die samen met buurt- of dorpsbewoners worden vervaardigd.’ H. In artikel 11 (Indienen aanvraag), lid 1, wordt het gestelde:‘De subsidieaanvraag dient uiterlijk 21 december 2026 te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten.’ In zijn volledigheid vervangen door: ‘De subsidieaanvraag dient uiterlijk 21 december 2027 te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten.’ I. In artikel 13 (Inwerkingtreding, beëindiging, citeertitel en overgangsrecht), lid 2, wordt het gestelde:“Deze nadere subsidieregels vervallen met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op subsidieaanvragen die vóór die datum zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten en subsidiebesluiten die vóór die datum zijn genomen, ook voor de volgende stappen in het subsidietraject.’ In zijn volledigheid vervangen door: ‘Deze nadere subsidieregels vervallen met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op subsidieaanvragen die vóór die datum zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten en subsidiebesluiten die vóór die datum zijn genomen, ook voor de volgende stappen in het subsidietraject.’ Artikel II Overgangsrecht 1.Voor besluiten die zijn genomen vóór de inwerkingtreding van deze wijzigingen blijven de bepalingen van de Nadere subsidieregels Leefbaarheidsaanpak gebiedsgerichte publieke initiatieven 2025-2026 van kracht zoals die golden vóór de inwerkingtreding van deze wijzigingen, ook voor de volgende stappen in het subsidietraject. 2.Aanvragen die op basis van de Nadere subsidieregels Leefbaarheidsaanpak gebiedsgerichte publieke initiatieven 2025-2026 zijn ingediend en waarover bij inwerkingtreding van deze wijzigingen nog niet is beslist, worden geacht op basis van de Nadere subsidieregels Leefbaarheidsaanpak gebiedsgerichte publieke initiatieven 2025-2026 met inachtneming van deze wijzigingen te zijn ingediend, tenzij Gedeputeerde Staten van oordeel zijn dat de aanvrager in zijn belangen wordt geschaad. In dat laatste geval handelen Gedeputeerde Staten overeenkomstig de Nadere subsidieregels Leefbaarheidsaanpak gebiedsgerichte publieke initiatieven 2025-2026 zoals deze golden voor de inwerkingtreding van deze wijzigingen (Pb. 2025, nr. 9061 en laatst gewijzigd bij Pb. 2025, nr. 13515). Artikel III Inwerkingtreding Dit wijzigingsbesluit treedt met ingang van 13 oktober 2026 in werking. Aldus besloten in de vergadering van Gedeputeerde Staten, gehouden op 22 september 2026. Gedeputeerde Staten voornoemd de voorzitter, dhr. E.G.M. Roemer secretarisdhr. D. Timmer

Meer informatie