SUBSIDIEREGELING KLIMAATADAPTATIE MAATREGELEN DUN-GEMEENTE Dronten 2026-2028

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op30 september 2026
Gepubliceerd doorGemeente Dronten

SUBSIDIEREGELING KLIMAATADAPTATIE MAATREGELEN DUN-GEMEENTE Dronten 2026-2028 Intitulé Subsidieregeling klimaatadaptatie maatregelen DUN-gemeenten 2026- 2028 De gemeenten Dronten, Noordoostpolder en Urk, kortweg DUN-gemeenten, hebben budget gereserveerd voor de regeling hetgeen is aangevuld met een bijdrage van het waterschap Zuiderzeeland en NOVEX Regio Zwolle. De looptijd hiervan is van 2026 t/m 2028 Het college van burgemeester en wethouders van de DUN-gemeente Dronten; Gelet op: Titel 4.2. van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening (ASV) van de gemeente Dronten. overwegende: •dat het college op grond van artikel 2 van de ASV bevoegd is nadere regels te stellen dan wel specifieke nadere regelingen vast te stellen; •Het actief stimuleren van klimaatadaptatie is een belangrijke stap richting een toekomstbestendige inrichting van ons gebied. BESLUITEN: De Subsidieregeling klimaatadaptatie maatregelen van de DUN-gemeenten 2026 - 2028 vast te stellen: Artikel 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: a.afkoppelen: het door middel van fysieke ingrepen loskoppelen van hemelwater afkomstig van een dakoppervlak dat is aangesloten op een rioolstelsel; b.ASV: Algemene subsidieverordening gemeente, Dronten; c.Awb: Algemene wet bestuursrecht; d.BAG: Basisregistraties Adressen en Gebouwen; e.bestaand pand: pand dat is opgeleverd voor 1 januari 2026; f.collectief: collectief bestaande uit minimaal drie verschillende natuurlijke personen of rechtspersonen die eigenaar of gebruiker zijn van verschillende panden, waarvan één als penvoerder namens dit collectief optreedt. Aan een collectief worden gelijkgesteld: inwonersinitiatief, onderwijsinstelling, ondernemersverenigingen en woningbouwcorporaties; g.college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten; h.dakoppervlak: horizontale projectie van een overdekking van een gebouw of een onderdeel daarvan; i.gebruik hemelwater: het benutten van opgevangen hemelwater voor een nuttige toepassing, zoals hergebruik (bijvoorbeeld voor toiletspoeling, wasmachine of tuinberegening) of infiltratie en buffering in de bodem; j.gemengde riolering: riolering in de openbare ruimte voor de gecombineerde inzameling en afvoer van afvalwater en hemelwater naar de afvalwaterzuivering; k.groen dak: dak bestaande uit minimaal drie lagen, zijnde: een wortelkerende laag, een substraatlaag en een vegetatielaag als onderdeel van de dakconstructie, hoofdzakelijk bestaand uit levende planten, zeer traag groeiend en sterk ‘zelfvoorzienend’; l.groengevel: klimconstructie bevestigd aan een gevel voorzien van klimplanten in de vaste grond; m.hemelwater: Is neerslag afkomstig uit de atmosfeer zoals regen, sneeuw, hagel en dauw; n.hemelwaterriolering: riolering in de openbare ruimte alleen bestemd voor de inzameling en afvoer van hemelwater; o.inheemse plantsoort: een plant- die van nature voorkomt in een bepaald gebied, zonder directe invloed van menselijk handelen en daar onderdeel uitmaakt van het oorspronkelijk ecosysteem. p.infiltratie: het proces waarbij hemelwater op eigen terrein in de bodem dringt en in de onverzadigde zone van de bodem komt; q.ontstenen: verwijderen van verharding in de vorm van asfalt, beton, steen of ander slecht waterdoorlatend materiaal; r.openbare ruimte: ruimte tussen de particuliere kavels(privaat terrein) die in bezit is van de overheid en die voor iedereen vrij toegankelijk is; s.oppervlaktewater: water dat zich boven de grond bevindt: het water in rivieren, sloten, kanalen, meren en dergelijke; t.pand: gebouw inclusief aanbouw, uitbouw en bijgebouwen, alle met bijbehorend erf, tuin, terrein en ondergrond en opgenomen in de BAG en legaal gebouwd; u.vergroenen: aanbrengen van een vruchtbare bodem voor beplanting als gras, planten, struiken of bomen; v.Verhard oppervlak: het oppervlak van daken, wegen, verharde terreinen, waarvan hemelwater tot afstroming komt. w.Werkelijke kosten: de kosten voor een bepaalde activiteit uitgedrukt in de prijs die daadwerkelijk werd betaald voor de aanschaf van materialen en de inzet van personeel. Artikel 1.2 Toepasselijkheid ASV De ASV is van toepassing, tenzij daarvan in deze subsidieregeling nadrukkelijk wordt afgeweken. Artikel 1.3 Doel subsidie Het doel van de regeling is om inwoners, ondernemers en organisaties te stimuleren zelf klimaatadaptieve en/of biodiversiteitsversterkende maatregelen te treffen op particulier terrein(privaat terrein) of pand. Artikel 1.4 Subsidiabele activiteiten Het college verstrekt subsidie voor de volgende activiteiten: a.het planten van bomen; b.het ontstenen van terrein in combinatie met vergroenen; c.het aanleggen van een groen dak; d.het aanleggen van een groengevel; e.het plaatsen van een groene erfafscheiding; f.het aanleggen van een voorziening voor infiltratie voor afgekoppeld hemelwater; g.het aanleggen van een voorziening voor afgekoppeld hemelwater >250m2; h.het aanleggen van een installatie voor gebruik van hemelwater; Artikel 1.5 Aanvrager Subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onder a tot en met h, wordt verstrekt aan een eigenaar, huurder, ondernemer of pachter van een pand of een collectief. Artikel 1.6 Algemene criteria Om voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4 in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende algemene criteria: a.Een subsidie als bedoeld in artikel 1.4, sub a tot en met h, wordt slechts verstrekt als de activiteit plaatsvindt op particulier terrein(privaat terrein) bij het pand van de aanvrager. b.met het treffen van de voorzieningen wordt het beleidsdoel zoals genoemd in artikel 1.3 in voldoende mate gediend; c.de aanvraag betreft een bestaand pand met uitzondering van artikel 9 Het aanleggen van een installatie voor gebruik van hemelwater, waarbij een nieuwbouwpand binnen de bebouwde kom ook in aanmerking komt, niet geldend voor projectontwikkelaars; d.de aanvraag is ingediend binnen zes maanden na aankoop én realisatie van de voorzieningen waar de aanvraag betrekking op heeft; e.de aanvraag is ingediend op een door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier. De aanvraag is volledig ingevuld en voorzien van alle informatie en bijlagen die op het aanvraagformulier verplicht zijn gesteld en in artikel 1.10 staan opgenomen; f.per categorie voorzieningen, zoals genoemd in artikel 1.4, kan er één aanvraag per pand worden ingediend; g.er is in het verleden nog geen subsidie zoals beschreven in artikel 1.4, voor het pand verstrekt. h.Er mag geen gebruik worden gemaakt van stapeling van verschillende subsidiestromen ontwerp, aanleg en/of installatie zijn deugdelijk uitgevoerd; i.de voorziening voldoet aan de geldende wet- en regelgeving (waaronder het welstandsbeleid en de bouwverordening) en is voorzien van de benodigde vergunningen (omgevingsvergunning, monumentenvergunning, etc.); Artikel 1.7 Algemene voorwaarden en verplichtingen 1.Het college kan aan de aanvrager een subsidie verlenen onder de volgende algemene voorwaarden en verplichtingen: a.de aanvrager dient de voorzieningen blijvend in stand te houden en deugdelijk te onderhouden; b.herstel of reparatie van een bestaande voorziening is uitgesloten van subsidie, en; c.de aanvrager is verplicht medewerking te verlenen aan een eventuele controle ter plaatse. 2.Naast deze algemene voorwaarden en verplichtingen die voor iedere voorziening gelden, gelden er per activiteit ook nog specifieke voorwaarden en verplichtingen, welke in artikelen 2 t/m 9 zijn opgenomen. Artikel 1.8 Subsidieplafond en verdeelregels 1.Voor de gemeenten Noordoostpolder en Dronten bedraagt het subsidieplafond voor de tijdvakken: 1 sept 2026 – 31 december 2026, 1 januari 2027 t/m 31 december 2027 en 1 januari 2028 t/m 31 december 2028, in totaliteit € 53.662 en voor Urk €45.887. 2.Per tijdvak is voor elk van de in artikel 1.4 genoemde maatregelen een deelbedrag van maximaal € 17.887 voor de gemeenten Noordoostpolder en Dronten en € 15.295 voor de gemeente Urk beschikbaar, zolang het totale subsidieplafond voor dat tijdvak niet overschreden wordt. 3.Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen, waarbij de datum waarop de aanvraag volledig is, geldt als datum van binnenkomst. 4.Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting. Artikel 1.9 Subsidiabele kosten 1.Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 1.4. 2.Niet tot de subsidiabele kosten behoren: a.de kosten gerelateerd aan het indienen van de subsidieaanvraag; b.BTW welke kan worden teruggevorderd of op enigerlei wijze kan worden gecompenseerd. c.de kosten die verband houden met de aanvraag van de benodigde vergunningen(leges) voor de uitvoering of gemoeid met de aangebrachte voorziening. Artikel 1.10 Aanvraag en aanvraagtermijn 1.De aanvraag wordt ingediend op een door het college vastgesteld aanvraagformulier. 2.In afwijking van de ASV overlegt de aanvrager bij aanvraag: a.een factuur of aankoopbewijs, waaruit de subsidiabele activiteit blijkt. b.minimaal twee foto’s, waarbij één foto de situatie voor en één foto de situatie na het realiseren van de subsidiabele activiteit laat zien. c.Als het een aanvraag betreft voor een activiteit als bedoeld in artikel 1.4 onder f en g: een berekening van de inhoud van de bergingsvoorziening. d.Als het een aanvraag betreft voor een activiteit als bedoeld in artikel 1.4 onder b een inmeting van het te verwijderen oppervlak van de bestrating. e.als deze is vereist voor de uitvoering van de activiteit de voor de realisatie van de activiteit benodigde vergunning; f.schriftelijke toestemming van de eigenaar als de aanvrager een huurder of pachter is. g.schriftelijke toestemming van de buren als er sprake is van een activiteit welke plaatsvindt op een erfscheiding. h.Indien sprake is van een aanvraag door een collectief: een schriftelijke akkoordverklaring van de medeaanvragers Artikel 1.11 Beslissing op aanvraag 1.Het college neemt binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag een beslissing. 2.Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen. Artikel 2 het planten van bomen Een boom heeft een positief effect op het beperken van opwarming van de buitenruimte. Door het planten van bomen in de voor- en/of achtertuin, blijft de tuin tijdens warme zomerse dagen koeler en wordt water langer vastgehouden. Bomen geven de tuin een natuurvriendelijkere inrichting en dragen bij aan het versterken van de biodiversiteit. Artikel 2.1 Specifieke criteria Om in aanmerking te komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onder a, gelden de volgende specifieke criteria: de aanvraag betreft een bestaand pand binnen de bebouwde kom; a.de aangeplante boom bij voorkeur een inheemse plantsoort van een kweker met een groen certificaat; b.de boom in de volle grond met voldoende bomengrond, geplant wordt. c.de stamomtrek (gemeten op 1 m hoogte bij aanschaf) is minimaal 12 cm Artikel 2.2 Weigeringsgrond 1.Bomen die in het kader van een herplantverplichting moeten worden geplant; Artikel 2.3 Hoogte subsidie 1.De subsidie voor het planten van bomen bedraagt € 35,- per boom per pand en niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 175. 2.Bij een aanvraag door een collectief is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1. Artikel 3 Het ontstenen van terrein in combinatie met vergroenen Gewipte tegels of andere verharde oppervlakten in de tuin of op het terrein worden blijvend vervangen door struiken/heesters, vaste planten, gras, klimop en/of bomen. Door bestrating weg te halen wordt ervoor gezorgd dat regenwater makkelijker kan wegzakken in de grond en belast daardoor minder het riool. Vergroenen verkoelt, trekt vogels en insecten aan en geeft een aantrekkelijkere woonomgeving. Artikel 3.1 Specifieke criteria Om in aanmerking te komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel b, gelden de volgende criteria: a.de aanvraag betreft een bestaand pand binnen de bebouwde kom; en b.de eerste aanleg van een tuin of terrein is uitgesloten van subsidie (het moet gaan om het verwijderen van bestaande verharding). c.de aangeplante grassen, planten of struiken zijn bij voorkeur een inheemse plantsoort van een kweker met een groen certificaat; d.er is sprake van minimaal 5 m2 ontstenen in combinatie met vergroenen. Artikel 3.2 Hoogte subsidie 1.De subsidie bedraagt maximaal 100 % van de subsidiabele kosten met een maximum van € 5,- per m2 verwijderde verharding tot een maximum van € 500. 2.Bij een aanvraag door een collectief is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1. Artikel 4 Het aanleggen van een groen dak Een groen dak is een (plat of hellend) dak bedekt met planten. Door het aanleggen van een speciale dakconstructie is het aanplanten van allerlei planten, variërend van vetplanten tot heesters op het dak mogelijk. Deze planten zorgen voor wateropvang, verkoeling en meer biodiversiteit. Een groen dak isoleert de woning tegen hitte op warme dagen en dempt ook het geluid uit de omgeving. Als bijkomend voordeel kan de levensduur van de dakbedekking op een groen dak flink worden verlengd in vergelijking tot een traditioneel dak. Artikel 4.1 Specifieke criteria Om in aanmerking te komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel c, gelden de onderstaande criteria: a.de activiteit wordt uitgevoerd op een bestaand dak binnen de bebouwde kom; b.de aangeplante vegetatie bestaat bij voorkeur voor minimaal 75% uit inheemse plantsoorten van een kweker met een groen certificaat. Artikel 4.2 Hoogte subsidie 1.De subsidie bedraagt € 20,- per m2 aangelegd groen dak met een minimum van 5 m2 en een maximum van € 1.000,- subsidie per pand. 2.Bij een aanvraag door een collectief is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1. Artikel 5 Het aanleggen van een groengevel Een groengevel is een gevel begroeid met klimplanten. Een voordeel van gevelbeplanting is dat ze weinig (grond) ruimte in beslag nemen en toch veel meters verticaal groen realiseren. Een groengevel isoleert de gevel tegen hitte op warme dagen. De planten zorgen verder ook voor verkoeling door verdamping en dragen bij aan het versterken van de biodiversiteit en luchtzuivering in de stad. Grondgebonden groene gevels zorgen er bovendien voor dat regenwater in de grond infiltreert. Artikel 5.1 Specifieke criteria en verplichtingen Om in aanmerking te komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel d, gelden de volgende specifieke criteria: a.de aanleg vindt plaats in de vaste grond bij een bestaand pand binnen de bebouwde kom; b.de beplanting is bij voorkeur een inheemse plantsoort verkregen bij een kweker met een groen certificaat. c.de groengevel is voorzien van een klimconstructie(draagstructuur) om beschadiging door wortels van zelfhechtende klimplanten te voorkomen; d.voor een klimplant moeten voldoende ruimte en grondverbetering worden uitgevoerd om de groene gevel voldoende levensvatbaarheid te geven. Artikel 5.2 Weigeringsgrond Subsidie wordt geweigerd als de activiteit plaats vindt in de openbare ruimte. Artikel 5.3 Hoogte subsidie 1.De subsidie bedraagt 100 % van de subsidiabele kosten met een maximum van € 25,- per m2 klimconstructie, minimaal 4 m2 en tot maximaal € 500,- 2.Bij een aanvraag door een collectief is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1. Artikel 6 Het plaatsen van groene erfafscheiding Door schutting of hekken te vervangen met heesters, hagen of bomen (groene erfscheiding) blijft het perceel bij hoge temperaturen koeler en wordt water langer vastgehouden. Ook wordt het perceel meer natuurvriendelijker en draagt het bij aan het versterken van de biodiversiteit. Artikel 6.1 Specifieke criteria Om in aanmerking te komen voor subsidie voor de voorziening als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel e, gelden de volgende specifieke criteria: a.de groene erfafscheiding wordt gerealiseerd bij een bestaand pand binnen de bebouwde kom; b.het gaat om erfafscheiding van bij voorkeur een inheemse plantsoort van een kweker met een groen certificaat; c.het moet gaan om een situatie dat een bestaande schutting van niet levend materiaal wordt vervangen door levend groen (heesters, hagen, bomen.); d.indien de afscheiding op de perceelgrens komt te staan, dan dient de aanvraag te zijn voorzien van een schriftelijke akkoordverklaring van de eigenaar/huurder van het aangrenzende perceel. Artikel 6.2 Hoogte subsidie 1.De subsidie voor het vervangen van een niet groene erfscheiding (zoals een schutting) door een erfscheiding van levend groen bedraagt €20,- per strekkende meter groene erfafscheiding met minimum van 5 m een maximum subsidie van € 500,- per pand. 2.Bij een aanvraag door een collectief is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1. Artikel 7 Het aanleggen van een voorziening voor berging of infiltratie voor afgekoppeld hemelwater Door regenwater van het dak of schuur af te koppelen en te laten afstromen naar een verlaging, wadi/regenwaterberging in de tuin, wordt het water langer vast gehouden in de grond waar het valt. Dit dient dan vervolgens in de ondergrond te infiltreren. De ondergrond dient hiervoor geschikt te zijn of te worden gemaakt. Bij zomers met lange perioden van droogte kunnen planten dat extra water in de grond goed gebruiken. Het ontlast het riool, is duurzamer, gaat droogte tegen en zorgt voor verkoeling. Artikel 7.1 Specifieke criteria Om in aanmerking te komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel f, gelden de volgende specifieke criteria: a.de activiteit wordt uitgevoerd op eigen terrein bij een bestaand pand binnen de bebouwde kom; b.is het een voorziening voor het bergen van water dan heeft deze een minimale capaciteit van 20 liter per afgekoppelde m2 dakoppervlak; c.is het een voorziening voor het infiltreren van water in de bodem dan moet de opnamecapaciteit van de bodem groot genoeg zijn om het afstromende water te verwerken. d.het afkoppelen van regenwater mag op geen enkele wijze overlast veroorzaken voor de aangrenzende percelen en de omgeving; e.het afkoppelen van regenwater door infiltratie mag niet leiden tot ongewenste effecten vanuit milieu-, hygiënisch- of hydrologisch- oogpunt, doordat het water onvoldoende kan infiltreren naar de ondergrond. f.Deze subsidie is niet van toepassing voor afgekoppelde dakoppervlak van meer dan 250 m2. In dat geval kan verwezen worden naar Artikel 8 Artikel 7.2 Hoogte subsidie 1.De subsidie bedraagt € 100,- per m3 ontgraven grond voor het realiseren van een maaiveldverlaging voor waterberging, met een maximum van € 500. 2.Bij een aanvraag door een collectief is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1. Artikel 8 Het aanleggen van een voorziening voor afgekoppeld hemelwater >250m2 Hoe meer hemelwater opgevangen kan worden tijdens hoosbuien, hoe minder het riool wordt belast hoe kleiner de kans van water op straat en wateroverlast op privaat terrein. Het opvangen van regenwater op eigen terrein door het regenwater niet langer langs een groot verhard oppervlak te laten afvoeren naar de riolering of openbaar terrein is een effectieve maatregel om de kans op wateroverlast in de directe woonomgeving te verminderen. Artikel 8.1 Specifieke criteria Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel g, gelden de volgende criteria: a.de voorziening wordt aangelegd bij een bestaand pand binnen de bebouwde kom; b.de voorziening voor het bergen van water heeft een minimale berging van 20 liter per afgekoppelde m2 verhard oppervlak op privaat terrein; c.in de huidige situatie wordt hemelwater afgevoerd via de riolering; d.deze subsidie is niet stapelbaar met voorziening uit artikel 1.4 onderdeel f. e.Deze subsidie is niet van toepassing voor afgekoppelde dakoppervlak van minder dan 250 m2. In dat geval kan verwezen worden naar Artikel 7 Artikel 8.2 Hoogte subsidie 1.De subsidie bedraagt €3,- per m2 afgekoppeld dakoppervlak, met een maximum van € 1.000,- 2.Bij een aanvraag door een collectief is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1. Artikel 9 Het aanleggen van een installatie voor gebruik van hemelwater – IH Regenwater kan opgeslagen worden en is te gebruiken voor diverse voorzieningen binnenhuis- zoals het doorspoelen van het toilet en het draaien van de wasmachine of buitenhuis – zoals een waterbron voor een buitenkraan of sproei installatie/tuindruppelinstallatie of het wassen van de auto. Dit bespaart drinkwater en ontlast het riool. Een systeem van regenwater hergebruik is een compleet opslagsysteem met een waterpomp, besturingssysteem en eventueel een waterfilter waarmee regenwater op het perceel of in huis (her)gebruikt kan worden. Artikel 9.1 Specifieke criteria Om in aanmerking te komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel h, gelden de volgende criteria: a.de voorziening wordt aangelegd bij een bestaand of nieuwbouwpand(particulier) binnen de bebouwde kom. b.de installatie, bestaande uit filters, pomp en waterverdeling is voldoende bereikbaar voor onderhoud en inspectie.; c.In verband met gezondheidsrisico’s mag het gebufferd hemelwater alleen worden ingezet voor bovengenoemde doelen. Het water mag niet worden verneveld mag niet voor consumptiedoeleinden worden gebruikt en mag op geen enkele manier in direct contact staan met het reguliere drinkwaternet van Vitens; d.de activiteit heeft een minimale capaciteit van 3 m3 ofwel 3.000 liter. Artikel 9.2 Hoogte subsidie 1.De subsidie bedraagt € 500,- per 3.000 liter gebufferd hemelwater ter vervanging van het gebruik van leidingwater en bedraagt niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 2.500,-. 2.Bij een aanvraag door een collectief is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1. Artikel 10 Slotbepalingen Artikel 10.1 Onvoorziene gevallen en hardheidsclausule 1.In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college. 2.Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in deze regeling indien onverkorte toepassing zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard. Artikel 10.2 Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze regeling treedt in werking op de dag na die van bekendmaking. 2.Deze regeling wordt aangehaald als: “Subsidieregeling klimaatadaptatie maatregelen DUN-gemeente Dronten 2026-2028” Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders d.d. 15 september 2026 R. Hammenga Secretaris drs. J.P. Gebben Burgemeester

Meer informatie