Uitvoeringsrichtlijn afbakening lichte en reguliere Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Hoeksche Waard

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op30 september 2026
Gepubliceerd doorGemeente Hoeksche Waard

Uitvoeringsrichtlijn afbakening lichte en reguliere Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Hoeksche Waard Inleiding Er is een nieuw Programma Kostenverhaal. In aansluiting daarop is het effect daarvan op de uitvoeringspraktijk onderzocht. Op grond daarvan is deze uitvoeringsrichtlijn voor een onderscheid tussen lichte en reguliere Buitenplanse Omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s) opgesteld. Deze richtlijn staat op zichzelf en maakt onlosmakelijk onderdeel uit van het Programma Kostenverhaal en wordt gelijktijdig in dezelfde besluitvormingsprocedure vastgesteld. Om tot deze richtlijn te komen is onderzocht wat het effect is van het Programma Kostenverhaal op met name kleinere initiatieven die de Omgevingswet kwalificeert als kostenverhaal plichtige activiteiten, maar waarbij te de te verhalen kosten relatief beperkt zijn. Artikel 8.14 van het Omgevingsbesluit biedt de mogelijkheid om van publiekrechtelijk kostenverhaal af te zien wanneer de te verhalen kosten naar verwachting minder dan € 10.000 bedragen. De toepassing van deze bepaling raakt daarmee direct aan de wijze waarop gemeenten hun procedures voor kleinschalige ruimtelijke initiatieven organiseren. In de uitvoeringspraktijk bestaat er behoefte aan een duidelijke categorie van zogenoemde ‘lichte’ buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s): initiatieven met een (relatief) beperkte ruimtelijke impact. Onder de Wabo werd een vergelijkbare rol vervuld door de kruimelgevallenregeling. Onder de Omgevingswet ontbreekt een rechtstreeks equivalent, waardoor gemeenten zelf beleidsmatig moeten bepalen hoe zij dergelijke initiatieven afbakenen en behandelen. Daarom is verkend hoe een uitvoeringsrichtlijn voor lichte BOPA’s kan worden ingericht. Zo’n richtlijn moet enerzijds duidelijkheid bieden over welke initiatieven als kleinschalig kunnen worden beschouwd waardoor ze procesmatig bij vergunningverlening kunnen landen en anderzijds juridisch aansluiten bij het regime van kostenverhaal onder de Omgevingswet. Er is gekozen voor een richtlijn die bestaat uit een update van de oude kruimelregeling (artikel 2), aangevuld met enkele categorieën rondom functiewijziging, optopping en beperkte toevoeging binnen de bebouwde kom (artikel 3).   UITVOERINGSRICHTLIJN AFBAKENING LICHTE BOPA – REGULIERE BOPA Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Hoeksche Waard stelt, gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 5.18 en 5.21 van de Omgevingswet, en overwegende dat het wenselijk is om een uitvoeringsrichtlijn vast te stellen voor de uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van omgevingsvergunningen voor een omgevingsplanactiviteit, de volgende richtlijn vast. Artikel 1 Begripsbepaling 1.Onder lichte BOPA wordt verstaan: een buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, die valt onder de in deze beleidsregel limitatief opgesomde categorieën.2.Activiteiten die niet uitdrukkelijk in deze richtlijn zijn genoemd, worden aangemerkt als reguliere BOPA. Artikel 2 Basiscategorieën Als lichte BOPA worden aangemerkt: 1.Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: a.niet hoger dan 5 meter, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf b.de oppervlakte niet meer bedraagt dan 150 m2 2.Een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening (nutsvoorzieningen, de waterhuishouding, het meten van de luchtkwaliteit, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het weg-spoorweg-, water- of luchtverkeer) wanneer wordt voldaan aan de volgende eisen:  a.niet hoger dan 5 meter, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf b.de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m2 3.Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits voldaan wordt aan de volgende eisen:  a.niet hoger dan 10 meter b.de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m² 4.Een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ongeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw; 5.Een antenne-installatie, mits de hoogte niet meer bedraagt dan 40 meter. 6.Een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling. 7.Een installatie bij een agrarisch bedrijf voor mestvergisting, waarbij ten minste 50 gewichtsprocenten bestaat uit dierlijke mest. 8.Het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied. 9.Het gebruiken (transformatie) van bouwwerken tot maximaal tien woningen, mits geen vergroting plaatsvindt van het bouwvolume of bruto vloeroppervlak en er voldoende sociale huurwoningen (30%) worden gerealiseerd. Wanneer er niet voldoende sociale huurwoningen worden gerealiseerd, is afdracht aan het sociale vereveningsfonds aan de orde. 10.Het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a.de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de vigerende wet- en regelgeving aan een bestaande woning gestelde eisen;  b.de bewoning niet in strijd is met de regels gesteld in de Omgevingswet;  c.de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en; d.de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was. 11.Ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van maximaal tien jaar. 12.De toevoeging van maximaal twee woningen binnen de bebouwde kom zoals bedoeld in het omgevingsplan. 13.Optoppen van bestaande bebouwing met één bouwlaag en maximaal 2 woningen binnen de bebouwde kom zoals bedoeld in het omgevingsplan. 14.Functiewijziging, tot maximaal 5000m2, niet zijnde woningen, binnen de bebouwde kom zoals bedoeld in het omgevingsplan. Artikel 3 Toetsingscriteria Een activiteit wordt slechts als lichte BOPA aangemerkt indien: a.geen m.e.r.-beoordelingsplicht geldt; b.geen bovenwijkse ingrepen noodzakelijk zijn; c.de te verhalen kosten beneden € 10.000 blijven. Artikel 4 Proces 1.Aanvragen om een lichte BOPA worden inhoudelijk beoordeeld en afgehandeld door Team Vergunningen Omgevingswet. Artikel 5 Relatie met kostenverhaal 1.De kwalificatie van een activiteit als lichte BOPA laat de wettelijke regeling van kostenverhaal als bedoeld in afdeling 13.6 van de Omgevingswet onverlet.2.Voor zover een activiteit die op grond van deze richtlijn als lichte BOPA wordt aangemerkt, tevens een kostenverhaalplichtige activiteit betreft als bedoeld in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit, wordt beoordeeld of kostenverhaal als bedoeld in afdeling 13.6 van de Omgevingswet aan de orde is.3.Indien bij een activiteit als bedoeld in het tweede lid de te verhalen kosten naar verwachting minder bedragen dan € 10.000, wordt toepassing gegeven aan artikel 8.14 van het Omgevingsbesluit en wordt afgezien van publiekrechtelijk kostenverhaal als bedoeld in afdeling 13.6 Omgevingswet. Tarifering van de BOPA vindt alsdan plaats aan de hand van de geldende legesverordening. 4.De toepassing van dit artikel laat de mogelijkheid onverlet om financiële bijdragen te vragen op grond van afdeling 13.7 van de Omgevingswet.5.Het is tevens mogelijk om vastgestelde bijdragen toe te passen overeenkomstig afdeling 13.6 van de Omgevingswet, wanneer deze zijn vastgesteld in het programma Kostenverhaal. Artikel 6 Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze uitvoeringsrichtlijn treedt in werking de dag volgend op de bekendmaking.2.Deze uitvoeringsrichtlijn wordt aangehaald als: Uitvoeringsrichtlijn afbakening lichte en reguliere Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) gemeente Hoeksche Waard.

Meer informatie