Gewijzigde beleidsregels bijzondere bijstand Dronten 2026

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op30 september 2026
Gepubliceerd doorGemeente Dronten

Gewijzigde beleidsregels bijzondere bijstand Dronten 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten, gelet op de Participatiewet; gelet op artikel 1.3.9 van de verordening Sociaal Domein gemeente Dronten; gelezen het voorstel met documentnummer 1009961; overwegende dat het college bevoegd is beleidsregels vast te stellen voor de verlening van bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 35 Participatiewet; B E S L U I T: vast te stellen de hierna volgende Gewijzigde beleidsregels bijzondere bijstand Dronten 2026 Artikel 1 Begrippen 1.In deze beleidsregels gebruiken we verschillende begrippen. Deze begrippen betekenen hetzelfde als de begrippen die in de wet en verordening staan waarop deze beleidsregels zijn gebaseerd. 2.In deze beleidsregels verstaan we onder: a.draagkracht: de mogelijkheid die u heeft om de kosten die u maakt zelf te betalen uit uw inkomen en/of uit uw vermogen. b.uitkeringsnorm: de norm die voor u van toepassing is op grond van artikel 20 tot en met 24 van de wet. c.duurzame gebruiksgoederen: gebruiksgoederen in de woninginrichting die langdurig kunnen worden gebruikt. Artikel 2 Aanvraagdatum en drempelbedrag 1.Hoofdregel is dat wij geen bijzondere bijstand verstrekken voor uw rekeningen die ouder zijn dan drie maanden. 2.Bij kosten gericht op bewindvoering, curatele en mentorschap verstrekken wij geen bijzondere bijstand voor kosten ouder dan drie maanden vanaf de datum waarop de rechtbank uitspraak heeft gedaan. Bij vervolgaanvragen geldt de hoofdregel uit lid 1. 3.Wij hanteren geen drempelbedrag. Artikel 3 Draagkracht uit inkomen 1.U heeft geen draagkracht uit inkomen als: a.uw inkomen lager is dan 120 procent van de voor u geldende uitkeringsnorm; of b.u van Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland (MDF) toestemming heeft om voor minimaal drie maanden gebruik te maken van de Voedselbank Dronten. Wij vinden dan dat uw inkomen gelijk is aan de uitkeringsnorm; of 2.u een wettelijk of minnelijk schuldsaneringstraject doorloopt. Dit geldt tot en met de afronding van de boedelaflossingen. 3.Bij een inkomen hoger dan 120 procent van de uitkeringsnorm, nemen wij het inkomen dat hoger is dan 120 procent voor de helft (50 procent) mee voor de bepaling van uw draagkracht. 4.Bij wisselende inkomsten gaan wij voor de bepaling van uw draagkracht uit van het gemiddelde inkomen in de drie maanden voorafgaand aan de maand waarin wij uw aanvraag hebben ontvangen. 5.De vrij te laten middelen zoals bedoeld in artikel 31, lid 2 Participatiewet nemen wij niet mee bij de berekening van de draagkracht. Artikel 4 Draagkracht uit vermogen 1.U heeft geen draagkracht uit vermogen, als uw vermogen lager is dan het vermogen dat is genoemd in artikel 34 van de wet. Het vermogen dat hoger is, nemen wij volledig als draagkracht in aanmerking. 2.De waarde van een auto of motor laten wij vrij tot het grensbedrag dat geldt voor kwijtschelding van belastingen op grond van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet. Het meerdere boven dit grensbedrag nemen wij volledig als draagkracht in aanmerking. 3.Voor één auto of motor geldt een vrijlating tot het grensbedrag. Indien sprake is van meerdere voertuigen, passen wij deze vrijlating toe op het voertuig met de hoogste waarde. De waarde van de overige voertuigen nemen wij volledig als vermogen in aanmerking. Artikel 5 Afwijkende draagkracht bij bepaalde kostensoorten 1.Voor de volgende kostensoorten geldt een inkomensgrens van 100 procent van de voor u geldende uitkeringsnorm: a.duurzame gebruiksgoederen; b.woonkostentoeslag; c.aanvullende bijzondere bijstand voor levensonderhoud voor jongeren van 18 tot en met 20 jaar, voor zover deze uitkering uitgaat boven de op grond van artikel 20 Participatiewet (inclusief een eventuele verhoging op grond van het derde lid) toepasselijke norm. 2.Bij een inkomen hoger dan 100 procent van de uitkeringsnorm, nemen wij het inkomen dat hoger is dan 100 procent voor de helft (50 procent) mee voor de draagkracht. 3.Bij een aanvraag bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen geldt een afwijkende draagkracht uit vermogen. U heeft geen draagkracht als uw vermogen lager is dan de voor u geldende uitkeringsnorm. Het vermogen dat hoger is, nemen wij volledig als draagkracht in aanmerking. Artikel 6 Draagkrachtperiode en wijziging in draagkracht 1.Wij stellen de draagkracht vast voor een periode van 12 maanden, startende op de eerste dag van de kalendermaand waarin de aangevraagde kosten zijn ontstaan. 2.In afwijking van lid 1 kunnen wij de draagkracht voor de kosten van bewindvoering, mentorschap en curatele vaststellen voor een periode van maximaal 5 jaar, als u alleen een (bijstands)uitkering ontvangt. 3.Bij een wijziging in uw inkomen van meer dan 10 procent stellen wij de draagkracht opnieuw vast. Dit geldt zowel voor lopende besluiten over periodiek toegekende bijzondere bijstand als voor nieuwe aanvragen om bijzondere bijstand binnen een reeds vastgesteld draagkrachtjaar. 4.U moet een verandering in uw vermogen aan ons doorgeven als uw vermogen hoger wordt dan de voor u geldende vermogensgrens. Artikel 7 Vorm en hoogte bijzondere bijstand 1.De bijzondere bijstand wordt in principe om niet (gratis) verstrekt, tenzij in dit artikel of in de wet anders is bepaald. a.Bij duurzame gebruiksgoederen wordt de bijzondere bijstand in principe verstrekt als renteloze lening. Als u bent toegelaten tot een wettelijk schuldsaneringstraject en het verstrekken van een lening het slagen van dit traject in gevaar brengt, kunnen wij de bijzondere bijstand om niet verstrekken. b.De hoogte van de vergoeding bedraagt in beginsel maximaal 50 procent van de richtprijzen uit de Nibud-prijzengids. c.Voor witgoed bedraagt de bijzondere bijstand maximaal 100 procent van de richtprijzen uit de Nibud-prijzengids, vanwege het essentiële karakter van deze goederen. d.Voor overige kosten geldt dat de hoogte van de bijzondere bijstand wordt vastgesteld op basis van de goedkoopst adequate voorziening. 2.Voor kosten van bewindvoering, curatele en mentorschap sluiten wij aan bij de bedragen uit de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, tenzij de kantonrechter in zijn beschikking anders bepaalt. 3.Voor reiskosten wordt de hoogte van de bijzondere bijstand vastgesteld op basis van het goedkoopste tarief van het openbaar vervoer. 4.Als u niet met het openbaar vervoer kunt reizen en een auto of ander motorvoertuig gebruikt, berekenen wij de kosten met de snelste route via een digitale routeplanner. U krijgt dan een vergoeding volgens het belastingvrije kilometertarief. Artikel 8 Medische kosten De hoofdregel is dat bijzondere bijstand voor medische kosten niet mogelijk is. De Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet langdurige zorg (Wlz) en Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) zijn passende en toereikende voorliggende voorzieningen voor medische behandelingen, medicijnen en hulpmiddelen. Artikel 9 Bewindvoering en budgetbeheer 1.U heeft geen recht op bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). 2.De hoofdregel is dat u geen recht heeft op bijzondere bijstand voor budgetbeheer. Dit is anders als u kunt aantonen dat het gratis budgetbeheer van Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland (MDF) voor u niet passend of toereikend is. Artikel 10 Reiskosten 1.Hoofdregel is dat reiskosten algemene kosten van het bestaan zijn en u daarvoor niet in aanmerking komt voor bijzondere bijstand. 2.In de volgende omstandigheden komen reiskosten binnen Nederland wel in aanmerking voor bijzondere bijstand, als er geen voorliggende voorziening beschikbaar is: a.reiskosten voor afspraken met uw arts of behandelaar, als u vaker dan vier keer per maand moet reizen en/of de afstand meer dan 70 kilometer enkele reis bedraagt; en/of b.bezoek aan een gezinslid of eerstegraads familielid dat verblijft in een ziekenhuis, verzorgingshuis, verpleeghuis, revalidatiekliniek of hospice, voor maximaal twee keer per week; en/of c.bezoek aan een uit huis geplaatst kind buiten de gemeente, voor maximaal 4 keer per maand; en/of d.bezoek aan gezinsleden of eerstegraads familieleden in detentie, voor maximaal 2 keer per maand; en/of e.reiskosten voor ten laste komende kinderen naar een school buiten de gemeente en/of naar de Internationale Schakelklas, zo lang het kind (nog) niet in staat is om zelf te fietsen of er een andere noodzakelijke reden is. Artikel 11 Overgangsbepaling kosten bewindvoering, mentorschap, curatele en budgetbeheer 1.Met ingang van 1 januari 2026 geldt voor kosten van bewindvoering, mentorschap, curatele en budgetbeheer dezelfde draagkrachtregeling als de algemene draagkrachtregeling in deze beleidsregels. 2.Wij passen de in lid 1 genoemde draagkrachtregeling toe op a.alle aanvragen die zijn ingediend op of na 11 november 2025; en b.lopende toekenningen bijzondere bijstand voor deze kosten over perioden op of na 11 november 2025. c.Als vóór 1 januari 2026 een besluit is genomen over kosten als bedoeld in lid 1 die betrekking hebben op een periode op of na 11 november 2025, herzien wij dit besluit ambtshalve. Als hierdoor alsnog recht bestaat op een hoger bedrag aan bijzondere bijstand, betalen wij dit bedrag uit. 3.Deze overgangsbepaling is begunstigend van aard en wordt door ons op gelijke wijze toegepast op alle vergelijkbare gevallen. Artikel 12 Hardheidsclausule Als toepassing van deze beleidsregels voor u gevolgen heeft die niet in verhouding staan tot de doelen van deze beleidsregels, kunnen wij afwijken van deze beleidsregels. Artikel 13 Intrekking, inwerkingtreding en citeertitel 1.De Beleidsregels bijzondere bijstand Dronten 2026 worden ingetrokken. 2.Deze beleidsregels treden met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2026, met dien verstande dat artikel 11 wordt toegepast op aanvragen, kosten en lopende toekenningen vanaf 11 november 2025. 3.Deze beleidsregels worden aangehaald als Gewijzigde beleidsregels bijzondere bijstand Dronten 2026. Dronten, 8 september 2026R. Hammenga MA secretarisdrs. J.P. Gebbenburgemeester Toelichting Artikel 1 Begrippen Geen verdere uitleg. Artikel 2 Aanvraagdatum en drempelbedrag Bijstand verlenen met terugwerkende kracht mag niet (artikel 44, lid 1 Participatiewet). Dit verbod geldt ook voor bijzondere bijstand. Met het verbod om met terugwerkende kracht toe te kennen moet niet te streng worden omgegaan bij de bijzondere bijstand. In lijn met de uitgangspunten van de Participatiewet in Balans is de maximale termijn om bijstand met terugwerkende kracht te verlenen drie maanden. Artikel 35, lid 2 Participatiewet geeft ons de mogelijkheid om bijzondere bijstand te weigeren voor kosten welke binnen een periode van 12 maanden het drempelbedrag niet te boven komen. Hier maken wij geen gebruik van. Artikel 3 Draagkracht uit inkomen Bij een minnelijk traject probeert een schuldhulpverlener (in Dronten Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland) uw schulden te regelen met al uw schuldeisers. Een minnelijk traject betekent dat de schuldeisers vrijwillig meewerken aan een schuldregeling. Als uw schuldeisers niet willen meewerken, kunt u een beroep doen op het wettelijke traject, dat is de Wsnp. Artikel 4 Draagkracht uit vermogen Het grensbedrag is € 3.350 in 2026. Dit bedrag komt overeen met het grensbedrag voor kwijtschelding van belastingen op grond van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Een auto of motor (niet beiden) met een waarde tot maximaal dit grensbedrag geldt als algemeen gebruikelijk. Indien de waarde hoger is dan € 3.350, wordt alleen het meerdere in aanmerking genomen als vermogen. Voor de vaststelling van de waarde van de auto (inclusief btw) maken wij gebruik van de ANWB/BOVAG-koerslijst. Hierbij gaat het om de gemiddelde waarde van inruil bij een autobedrijf en verkoop aan een particulier. Artikel 5 Afwijkende draagkracht bij bepaalde kostensoorten Voor duurzame gebruiksgoederen, woonkostentoeslag en aanvullende bijzondere bijstand voor het levensonderhoud van jongeren van 18 tot en met 20 jaar geldt een afwijkende inkomensgrens van 100 procent van de toepasselijke uitkeringsnorm. Bij deze kostensoorten wordt het inkomen boven 100 procent van de uitkeringsnorm voor de helft meegenomen bij de berekening van de draagkracht. Voor andere kostensoorten geldt de algemene inkomensgrens van 120 procent uit artikel 3. Voor duurzame gebruiksgoederen geldt daarnaast een afwijkende vermogensgrens. Vanwege de aard van deze kosten verwachten wij dat iemand daarvoor eerst het vrij beschikbare vermogen gebruikt. Daarom geldt voor deze kosten een vermogensvrijlating ter hoogte van de toepasselijke uitkeringsnorm. Artikel 6 Draagkrachtperiode en wijziging in draagkracht Bij lid 2 hanteren wij de einddatum die de rechtbank noemt in de beschikking. Artikel 7 Vorm en hoogte bijzondere bijstand Bijzondere bijstand wordt in beginsel om niet verstrekt. Dit volgt uit artikel 48, eerste lid, van de Participatiewet. De Participatiewet kent daarnaast andere vormen van bijstandsverlening, zoals een geldlening of bijstand in natura. Voor duurzame gebruiksgoederen wordt de bijzondere bijstand in principe als renteloze lening verstrekt. Als iemand is toegelaten tot een wettelijk schuldsaneringstraject, aan de voorwaarden van dat traject voldoet en een lening het slagen van dit traject in gevaar brengt, wordt de bijzondere bijstand om niet verstrekt. Wij gaan ervan uit dat duurzame gebruiksgoederen tweedehands kunnen worden aangeschaft, bijvoorbeeld bij een kringloopwinkel of via Marktplaats. Daarom bedraagt de vergoeding maximaal 50 procent van de richtprijs uit de Nibud-prijzengids. Voor witgoed vergoeden wij maximaal 100 procent van de Nibud-richtprijs, omdat deze goederen essentieel zijn voor het voeren van een huishouden. Dit geldt alleen als er geen andere passende voorziening beschikbaar is. Artikel 8 Medische kosten Hoofdregel is dat er geen bijzondere bijstand mogelijk is voor medische kosten, omdat er sprake is van een voorliggende voorziening. Bij dringende redenen (zoals bedoeld in artikel 16 Participatiewet) kunnen wij hiervan afwijken. Artikel 9 Bewindvoering en budgetbeheer Budgetbeheer bij MDF is gratis en daarmee een voorliggende voorziening. Artikel 10 Reiskosten Reiskosten zijn in principe algemene kosten van het bestaan. Daarom bestaat hiervoor meestal geen recht op bijzondere bijstand. In de situaties die in dit artikel staan, kunnen de reiskosten vanwege bijzondere omstandigheden wel voor bijzondere bijstand in aanmerking komen. De noodzaak van een bezoek aan een zieke of gedetineerde nemen wij in beginsel aan bij een bezoek aan een gezinslid of eerstegraads familielid. Met eerstegraads familieleden bedoelen wij ouders en kinderen. Als bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kunnen wij ook bijzondere bijstand verstrekken voor een bezoek aan een tweedegraads familielid, zoals een grootouder, kleinkind, broer of zus. Lid 2, onderdeel b Ook bezoeken aan een verzorgingshuis, verpleeghuis, revalidatiekliniek of hospice kunnen voor bijzondere bijstand in aanmerking komen. Lid 2, onderdeel c De vergoeding wordt verstrekt voor maximaal vier bezoeken per maand. Als bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kunnen wij hiervan afwijken. Hiervoor vragen wij advies aan een professional uit de jeugdhulp of jeugdbescherming. Lid 2, onderdeel e Voor de reiskosten van ten laste komende kinderen is het kindgebonden budget van de Belastingdienst een voorliggende voorziening. Als dit budget niet toereikend is, kunnen wij een aanvulling vanuit de bijzondere bijstand verstrekken. Bij de beoordeling of een kind zelfstandig kan fietsen, houden wij onder andere rekening met de leeftijd van het kind, de reisafstand en de veiligheid van de route. Artikel 11 Overgangsbepaling kosten bewindvoering, mentorschap, curatele en budgetbeheer Aanleiding voor deze overgangsbepaling is de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 11 november 2025 (ECLI:NL:CRVB:2025:1704). In deze uitspraak heeft de Centrale Raad van Beroep verduidelijkt hoe draagkracht bij bijzondere bijstand moet worden beoordeeld. Naar aanleiding van deze uitspraak geldt met ingang van 1 januari 2026 voor kosten van bewindvoering, mentorschap, curatele en budgetbeheer dezelfde draagkrachtregeling als de algemene draagkrachtregeling in deze beleidsregels. Om een zorgvuldige en gelijke toepassing te waarborgen, passen wij deze regeling ook toe op aanvragen die zijn ingediend vanaf 11 november 2025 en op lopende toekenningen over perioden vanaf die datum. Reeds genomen besluiten over deze perioden worden, voor zover nodig, ambtshalve herzien. Deze overgangsbepaling heeft een begunstigend karakter en wordt daarom op gelijke wijze toegepast in vergelijkbare situaties. Artikel 12 Hardheidsclausule In bijzondere situaties kan toepassing van deze beleidsregels gevolgen hebben die niet in verhouding staan tot het doel van de beleidsregels. In dat geval kunnen wij afwijken van deze beleidsregels. Wij beoordelen per situatie of afwijking noodzakelijk en gerechtvaardigd is. Daarnaast kan bij zeer dringende redenen artikel 16 van de Participatiewet van toepassing zijn. Artikel 13 Intrekking, inwerkingtreding en citeertitel Geen verdere uitleg.

Meer informatie