Samenwerkingsconvenant Uitwisseling BOA’s Domein I en II Gemeenten Bergen, Gennep, Mook- en Middelaar en Venray
Samenwerkingsconvenant Uitwisseling BOA’s Domein I en II Gemeenten Bergen, Gennep, Mook- en Middelaar en Venray versie 30 juni 2026 De burgemeesters van de navolgende gemeenten: •Bergen •Gennep •Mook- en Middelaar •Venray Overwegen, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft, dat: •Gemeenten kennis hebben genomen van: •Het Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar; •De Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar inclusief Bijlage I; •De Ambtsinstructie voor politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren; •De regeling toetsing geweldsbeheersing buitengewoon opsporingsambtenaar en ambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten; •Bijlage K van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar; •De Alcoholwet; •De Omgevingswet (voor Domein II-handhaving in milieu en welzijn). •Gemeenten ter handhaving van lokale verordeningen en/of landelijke wetgeving in de deelnemende gemeenten één of meer buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s) ex. artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering hebben aangesteld; bevoegd tot handhaving van de in Domein I (Openbare Ruimte) en Domein II (Milieu en Welzijn) van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar genoemde wetgeving, telkens voor zover de handhaving van die wetgeving binnen de reikwijdte van de aan hun verstrekte opsporingsbevoegdheid en hun functieomschrijving valt; •Gemeenten het ter borging van een adequate opsporing en handhaving noodzakelijk achten de BOA’s bedoeld onder punt 2 telkens met inachtneming van hun wettelijke bevoegdheden in te kunnen zetten op elkaars grondgebied, teneinde optimaal gebruik te maken van de in de regio aanwezige (BOA) opsporings- en handhavingscapaciteit op momenten dat de eigen gemeentelijke (BOA) opsporings- en handhavingscapaciteit incidenteel onvoldoende is of onvoldoende dreigt te worden, bijv. bij evenementen, calamiteiten, reguliere handhaving of (BOA Domein II) milieutoezicht, waarbij deze samenwerking specifiek de volgende beweegredenen omvat: •Gezamenlijke inzet bij evenementen: BOA’s kunnen worden ingezet bij grootschalige evenementen die meerdere gemeenten bestrijken, zoals festivals, sportevenementen en markten, waarbij gezamenlijk optreden zorgt voor betere coördinatie en uitvoering van handhavingsacties en tevens een opschaling van capaciteit mogelijk maakt; •Ondersteuning bij calamiteiten: bij onverwachte gebeurtenissen zoals rampen, ernstige verkeersongevallen of grote branden kunnen BOA’s uit naburige gemeenten snel worden opgeroepen en ingezet om te assisteren, hetgeen een snellere en effectievere respons op noodsituaties bevordert; •Zeer tijdelijk ondersteuning bij piekbelasting of acute personele uitval (zoals ziekte). Deze bijstand is primair gericht op het borgen van de continuïteit van essentiële BOA-taken die noodzakerlijkerwijs uitgevoerd dienen te worden om leefbaarheid en veiligheid binnen een gemeente te kunnen waarborgen. •Met dit convenant wordt beoogd in een structurele basis te voorzien om regionale samenwerking mogelijk te maken, opdat snel en adequaat op assistentieverzoeken binnen de regio kan worden gereageerd in plaats van in voorkomende gevallen telkens ad hoc een samenwerkingsovereenkomst op te moeten stellen en marktpartijen tegen ongunstige voorwaarden te moeten benaderen; •Gemeenten voorgaande hebben besproken met en akkoord is bevonden door de toezichthouder zijnde de hoofdofficier van justitie in het arrondissementsparket Limburg (Domein I) en de hoofdofficier van justitie van het Functioneel Parket (Domein II)) en de direct toezichthouder op de BOA’s zijnde de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, namens deze de politiechef van de eenheid Limburg. Komen overeen Deze samenwerkingsovereenkomst, welke een convenant is als bedoeld in paragraaf 4.2 en Bijlage I van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar. Artikel 1 Definities a.Buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA): een buitengewoon opsporingsambtenaar ex. artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering, in dienst van de deelnemende gemeenten (bezoldigd), telkens voor zover de handhaving van die wetgeving binnen de reikwijdte van de aan hun verstrekte opsporingsbevoegdheid en hun functieomschrijving valt in Domein I (Openbare Ruimte) of Domein II (Milieu en Welzijn) en die BOA een aanstelling bij één van de deelnemende gemeenten heeft. b.Toezichthouder en de direct toezichthouder op de BOA’s: de hoofdofficier van justitie in het arrondissementparket Limburg (Domein I) en de hoofdofficier van justitie van het Functioneel Parket (Domein II) respectievelijk de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, namens deze de politiechef van de eenheid Limburg. c.Toezichthouder in de zin van artikel 5:11 Algemene wet bestuursrecht (Awb): een persoon, bij of krachtens wettelijk voorschrift belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift. d.Assistentie verlenende gemeente: de gemeente die de BOA aan de assistentie verzoekende gemeente beschikbaar stelt. e.Assistentie verzoekende gemeente: de gemeente die aan de assistentie verlenende gemeente voor het beschikbaar stellen van een BOA verzoekt. f.Deelnemende gemeente: de gemeente die aan dit convenant deelneemt. g.Informatie: alle gegevens die relevant zijn voor handhaving, verwerkt conform de Wet politiegegevens (Wpg) en AVG. Artikel 2 Uitoefening opsporingsbevoegdheid 1.De BOA is gerechtigd zijn opsporingsactiviteiten en opsporingsbevoegdheden conform de taakstelling van zijn eigen werkgever uit te oefenen in het grondgebied van alle deelnemende partijen, in de in het volgende lid genoemde gevallen. 2.De BOA oefent zijn opsporingsbevoegdheid in een ander gebied dan zijn grondgebied slechts uit in het geval van: a.op verzoek van een deelnemende partij, conform artikel 4.3; b.het op heterdaad constateren van strafbare feiten en bij spoedeisende situaties, zonder voorafgaande surveillance; c.gezamenlijke (handhavings)acties en -projecten die voortvloeien uit een door deelnemende partijen afgesproken handhavingsprogramma; d.(handhavings)acties en —projecten onder operationele aansturing van de Politie; e.samenwerkingsverbanden waarbij BOA’s gezamenlijk in elkaars beheersgebied controleren en handhavend optreden. 3.Indien de BOA op verzoek van een andere deelnemende partij structureel buiten zijn grondgebied gaat optreden, wordt dit vooraf afgestemd met de direct toezichthouder. De BOA legt de resultaten van het werk direct na afloop vast in een proces-verbaal (van bevindingen), combibon of tikverbaal, in het door zijn werkgever beschikbaar gestelde registratiesysteem en draagt er zorg voor dat het proces-verbaal in de CJIB transactiemodule wordt aangeleverd. Tevens rapporteert de BOA daarover zo spoedig mogelijk naar de assistentieverzoekende partij, alsmede ook in afschrift naar haar of zijn eigen organisatie. Artikel 3 Politiebevoegdheden en geweldmiddelen a.De BOA die assistentie verleent en aan wie de bevoegdheid bedoeld in artikel 7, eerste lid en/of derde lid en/of vierde lid (alleen vervoersfouillllering) van de Politiewet 2012 is toegekend (gebruik van geweld respectievelijk veiligheidsfouillering) en/of aan wie vrijheidsbeperkende middelen (handboeien) en/of geweldmiddelen (wapenstok - pepperspray) ter beschikking zijn gesteld, oefent die bevoegdhe(i)d(en) uit en draagt dat/die geweldmiddel(en) in zijn totale opsporingsgebied. b.Het gestelde bij lid a is niet van toepassing indien de assistentie verzoekende gemeente hier nadrukkelijk bezwaar tegen maakt. Dat bezwaar wordt alsdan ter kennis gebracht van de assistentie verlenende gemeente. Artikel 4 Vergoeding, huisvesting, vervoer a.Afspraken omtrent vergoeding, huisvesting en vervoer met betrekking tot geleverde assistentie tussen de assistentie verzoekende gemeente en de assistentie verlenende gemeente vallen buiten de reikwijdte van dit convenant en worden desgewenst tussen gemeenten onderling geregeld. b.Kosten voor gezamenlijke trainingen of informatie-uitwisseling worden evenredig verdeeld onder deelnemende gemeenten, tenzij anders overeengekomen in een separaat protocol. Artikel 5 Aansturing a.De BOA die zijn opsporingsactiviteiten en opsporingsbevoegdheden in de assistentie verzoekende gemeente verricht, doet dit onder dagelijkse leiding, toezicht en verantwoordelijkheid van de assistentie verzoekende gemeente. b.De assistentie verzoekende gemeente informeert de BOA over de geldende lokale wetgeving, reglementen en voorschriften in die gemeente. c.De rechtspositieregeling van de assistentie verlenende gemeente blijft van toepassing, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen tussen partijen en de BOA. Artikel 6 Kwaliteit a.De assistentie verlenende gemeente is verantwoordelijk voor, en borgt de kwaliteit en de geldigheid van de opsporingsbevoegdheid, opleidingen, trainingen, vaardigheden etc. voor zover die noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de BOA tijdens diens feitelijke werkzaamheden in de assistentie verzoekende gemeente. b.De assistentie verzoekende gemeente is verantwoordelijk voor, en bewaakt de kwaliteit van het opsporingsproduct (bestuurlijke strafbeschikking, politiestrafbeschikking, proces-verbaal etc.) van de BOA die in het kader van dit convenant in die gemeente zijn feitelijke werkzaamheden verricht. Artikel 7 Functie-uitoefening De BOA wendt geen bevoegdheden aan welke buiten de aan zijn functieomschrijving gerelateerde taken vallen. Daarbij is de functieomschrijving van de assistentie verlenende gemeente waaraan de BOA zijn bevoegdheid ontleent (akte van opsporingsbevoegdheid) bepalend. Artikel 8 Uniform De BOA verricht zijn werkzaamheden in de assistentie verzoekende gemeente in het hem door de assistentie verlenende gemeente ter beschikking gestelde uniform, tenzij anders overeengekomen. Artikel 8a Gebruik van bodycams a.Indien een BOA van de assistentie verlenende gemeente in het kader van dit convenant beschikt over een bodycam en deze wenst te dragen, is deze BOA gerechtigd de bodycam te dragen, te activeren en in te zetten tijdens de uitoefening van taken op het grondgebied van de assistentie verzoekende gemeente. De inzet geschiedt uitsluitend overeenkomstig het door de assistentie verlenende gemeente vastgestelde en geldende protocol bodycamgebruik (waaronder de activeringscriteria, waarschuwingsplicht, bewaartermijnen, beveiliging, autorisaties en regels voor inzage en verstrekking), alsmede met inachtneming van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Wet politiegegevens indien van toepassing). b.De assistentie verzoekende gemeente kan uitsluitend voorafgaand aan de inzet bezwaar maken tegen het dragen en/of het operationeel inzetten van bodycams door de BOA(’s) van de assistentie verlenende gemeente. Dit bezwaar wordt kenbaar gemaakt bij het schriftelijke assistentieverzoek, dan wel bij spoedeisende gevallen mondeling met zo spoedig mogelijke schriftelijke bevestiging. In geval van bezwaar draagt de betrokken BOA gedurende de inzet op het grondgebied van de assistentie verzoekende gemeente geen bodycam dan wel draagt deze gedeactiveerd (niet inzetbaar) overeenkomstig het bezwaar. c.De verwerkingsverantwoordelijkheid voor alle bodycamopnames die in het kader van dit convenant worden gemaakt, berust uitsluitend bij de assistentie verlenende gemeente. Deze gemeente is verantwoordelijk voor: •de opslag, het beheer, de beveiliging en de vernietiging van de opnames; •het vaststellen en naleven van de bewaartermijnen; •de afhandeling van verzoeken van betrokkenen (inzage, afschrift, rectificatie, verwijdering, beperking of bezwaar); •de melding van eventuele datalekken. De assistentie verzoekende gemeente verwerkt, kopieert, bewaart of gebruikt de bodycamopnames niet, tenzij schriftelijk anders overeengekomen in een separaat verwerkersovereenkomst of op basis van een specifieke wettelijke verplichting. d.De assistentie verlenende gemeente draagt er zorg voor dat de BOA’s voorafgaand aan de inzet op de hoogte zijn van eventuele specifieke lokale aandachtspunten of restricties van de assistentie verzoekende gemeente met betrekking tot bodycamgebruik. e.Voor zover een klacht, melding, verzoek tot inzage, afschrift, verwijdering, correctie, beperking of verstrekking, dan wel een datalek-melding betrekking heeft op het gebruik van een bodycam of de daarbij gemaakte opnames in het kader van dit convenant, wordt deze inhoudelijk behandeld en afgedaan door de assistentie verlenende gemeente. Indien een dergelijke klacht of verzoek bij de assistentie verzoekende gemeente binnenkomt, draagt deze zorg voor onverwijlde doorgeleiding aan de assistentie verlenende gemeente en stelt zij de indiener hiervan schriftelijk in kennis, met vermelding dat de verdere behandeling plaatsvindt door de assistentie verlenende gemeente. f.Alle risico’s, aansprakelijkheid, kosten, schade en aanspraken van derden (waaronder claims op grond van de AVG of andere privacywetgeving), alsmede eventuele bestuurlijke sancties, boetes of dwangsommen die direct of indirect verband houden met het dragen, activeren of gebruiken van de bodycam en/of de gemaakte opnames in het kader van dit convenant, komen volledig voor rekening en risico van de assistentie verlenende gemeente. De assistentie verlenende gemeente vrijwaart de assistentie verzoekende gemeente, haar bestuursorganen en haar medewerkers voor al deze aanspraken, kosten en schade, daaronder begrepen redelijke kosten van rechtsbijstand en interne afhandelingskosten. Artikel 9 Klachten a.Indien een klacht over een gedraging van de BOA in de assistentie verzoekende gemeente wordt ingediend, wordt deze klacht ingevolge de ‘bijlage K van de Beleidsregels buitengewoon opsporingsambtenaar’ opgevat als een gedraging van het bestuursorgaan waaronder de BOA ressorteert i.c. de assistentie verzoekende gemeente. De klacht wordt door de assistentie verzoekende gemeente behandeld. b.Eventuele disciplinaire maatregelen naar aanleiding van een klacht tegen de BOA worden door de assistentie verlenende gemeente genomen. c.Door de assistentie verzoekende gemeente zal in het geval van een klacht tegen een BOA van een assistentie verlenende gemeente terstond een afschrift van de klacht aan de toezichthouder en de direct toezichthouder worden gezonden. d.De assistentie verlenende gemeente zal van het verloop van de klachtenprocedure door de assistentie verzoekende gemeente in kennis worden gesteld. e.In afwijking van lid a worden klachten en verzoeken, voor zover deze (mede) betrekking hebben op het gebruik van bodycams en/of de verwerking van bodycamopnames, behandeld overeenkomstig artikel 8a. Artikel 10 Gegevensuitwisseling Gemeenten wisselen informatie uit conform de Wet politiegegevens (Wpg) en AVG, uitsluitend voor doeleinden van handhaving en uitsluitend via de daartoe geëigende systemen. Hetgeen in het Protocol Veilige Gegevensdeling voor BOA-Samenwerking in Bijlage I is geformuleerd geldt hierbij in acht te nemen. Artikel 11 Aansprakelijkheid a.De assistentie verlenende gemeente draagt aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door haar BOA, tenzij anders overeengekomen. b.Elke gemeente verzekert haar BOA’s adequaat voor inzet in de regio. c.De assistentie verzoekende gemeente draagt, als feitelijk leidinggevende partij in de zin van artikel 5 lid a van dit convenant, zorg voor veilige arbeidsomstandigheden voor de in het kader van dit convenant inzet verlenende BOA. Zij neemt daartoe dezelfde maatregelen als zij voor haar eigen BOA’s treft, waaronder in ieder geval het verstrekken van relevante risico-informatie voorafgaand aan de inzet en het bieden van adequate nazorg na een incident. d.Indien de assistentie verlenende BOA tijdens zijn inzet in de assistentie verzoekende gemeente een bedrijfsongeval overkomt, geldt het volgende: •De assistentie verlenende gemeente blijft als formeel werkgever primair verantwoordelijk voor de nakoming van de verplichtingen jegens de BOA uit hoofde van diens rechtspositieregeling, waaronder doorbetaling van bezoldiging en vergoeding van medische kosten. •De assistentie verzoekende gemeente vergoedt aan de assistentie verlenende gemeente alle kosten die direct voortvloeien uit het bedrijfsongeval of de beroepsziekte, voor zover aannemelijk is dat het ontstaan of de verergering hiervan verband houdt met een tekortschieten in de zorgplicht van de assistentie verzoekende gemeente, dan wel met een gevaarlijke situatie op het grondgebied van of onder de verantwoordelijkheid van de assistentie verzoekende gemeente. •Partijen zijn gehouden een arbeidsongeval waarbij de assistentie verlenende BOA betrokken is onverwijld te melden bij de Inspectie SZW (Nederlandse Arbeidsinspectie), conform artikel 9 van de Arbeidsomstandighedenwet, waarbij de assistentie verzoekende gemeente zorg draagt voor de melding en de assistentie verlenende gemeente terstond in kennis stelt. e.Indien de assistentie verlenende BOA tijdens zijn inzet in de assistentie verzoekende gemeente het slachtoffer wordt van agressie, geweld of molest door derden, geldt het volgende: •De assistentie verzoekende gemeente is primair gehouden de schade te vergoeden die de assistentie verlenende BOA lijdt als rechtstreeks gevolg van molest door derden tijdens de inzet op haar grondgebied, voor zover die schade niet reeds door de eigen rechtspositieregeling van de assistentie verlenende gemeente wordt gedekt. Onder schade wordt in dit verband verstaan: materiële schade (waaronder beschadigde uitrusting, kleding en medische kosten), inkomensschade en immateriële schade. •De assistentie verzoekende gemeente neemt, namens of ten behoeve van de getroffen BOA, het initiatief tot verhaal op de dader, onder meer door: •tijdig aangifte te doen dan wel de BOA daarin te ondersteunen; •een vordering benadeelde partij in een eventuele strafzaak te faciliteren; •zo nodig een civiele vordering op de dader in te stellen of te ondersteunen. •Kosten van rechtsbijstand die redelijkerwijs gemaakt worden voor dit verhaal komen voor rekening van de assistentie verzoekende gemeente. •Hetgeen langs de weg van strafrechtelijk verhaal, civiele vordering of verzekeringsuitkering wordt ontvangen, strekt in mindering op de uit hoofde van dit lid verschuldigde vergoeding. Indien en voor zover de schade desondanks niet volledig gedekt is, blijft de assistentie verzoekende gemeente gehouden het resterende deel te vergoeden, tenzij de assistentie verzoekende gemeente aantoont dat het incident uitsluitend te wijten is aan eigen handelen of eigen schuld van de BOA. •De assistentie verlenende gemeente vrijwaart de assistentie verzoekende gemeente voor aanspraken van de BOA die voortkomen uit een tekortschieten van de assistentie verlenende gemeente in haar verplichtingen als formeel werkgever jegens de BOA. f.Regresrechten tussen gemeenten onderling worden uitsluitend uitgeoefend met inachtneming van de beginselen van redelijkheid en billijkheid, en na voorafgaand overleg. Artikel 12 Evaluatie Tweejaarlijks evalueren partijen de samenwerking, inclusief rapportage over inzet, effectiviteit en knelpunten. Artikel 13 Geschillenbeslechting Geschillen worden in goed overleg opgelost; bij escalatie via mediation of de bevoegde rechtbank. Artikel 14 Citeerartikel Dit convenant wordt aangehaald als: ‘Samenwerkingsconvenant Uitwisseling BOA’s Domein I en II gemeenten Bergen, Gennep, Mook- en Middelaar en Venray 2026’. Artikel 15 Wijziging convenant Wijzigingen van dit convenant vinden schriftelijk en met instemming van alle gemeenten, de toezichthouder en direct toezichthouder plaats. Het tijdstip van inwerkingtreding van de wijzigingen wordt duidelijk aangegeven. Artikel 16 Inwerkingtreding a.Dit convenant treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op de ondertekening door alle partijen. b.De werking van het convenant beperkt zich tot de gemeenten die dit convenant hebben getekend. Aldus overeengekomen en getekend: Burgemeester van Bergen De heer M.H.D. Rauner Burgemeester van Gennep De heer J.M.T. Teunissen Burgemeester van Mook- en Middelaar Mevrouw I.M. van Dijk Burgemeester van Venray De heer M.C. Uitdehaag
Meer informatie