Subsidieregeling incidentele subsidies Sociaal Domein 2026

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op30 september 2026
Gepubliceerd doorGemeente Eijsden-Margraten

Subsidieregeling incidentele subsidies Sociaal Domein 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eijsden-Margraten; gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening Eijsden-Margraten 2026; overwegende dat het gewenst is om incidentele activiteiten en projecten te stimuleren die bijdragen aan de versterking van de Sociale Basis en Preventie; overwegende dat het gewenst is om incidentele activiteiten en projecten te stimuleren die bijdragen en aansluiten bij de in de Cultuurvisie Eijsden-Margraten vastgelegde culturele kernthema’s; overwegende dat het gewenst is om incidentele activiteiten en projecten te stimuleren die bijdragen aan sport en bewegen; overwegende dat het gewenst is om deze activiteiten en projecten op incidentele basis te stimuleren door middel van activiteitensubsidies als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Algemene subsidieverordening Eijsden-Margraten 2026; BESLUITEN: vast te stellen de volgende regeling: Subsidieregeling incidentele subsidies Sociaal Domein 2026 1.De Beleidsregel activiteitensubsidies Welzijn gemeente Eijsden-Margraten 2018 in te trekken met ingang van de datum waarop de Subsidieregeling incidentele subsidies Sociaal Domein 2026 in werking treedt. Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1.1. Definities In deze regeling wordt verstaan onder: activiteitensubsidie: subsidie voor incidentele activiteiten en projecten die bijdragen aan de doelstellingen van het gemeentelijk beleid;Asv: Algemene subsidieverordening Eijsden-Margraten 2026;eenmalig: niet-terugkerend of minder dan jaarlijks terugkerend;incidentele activiteiten of projecten: tijdelijk georganiseerde activiteiten of projecten die geen onderdeel vormen van het reguliere of structurele activiteitenaanbod van de aanvrager;inclusie: het bevorderen van gelijke toegang, deelname en kansen voor alle inwoners, waarbij drempels die maatschappelijke participatie belemmeren actief worden weggenomen en verschillen worden erkend en gewaardeerd;inwoners: inwoners van de gemeente Eijsden-Margraten;jubileum: het 25-jarig bestaan, of een veelvoud daarvan, van een rechtspersoon zonder winstoogmerk, met dien verstande dat voor een carnavalsvereniging het 11-jarig bestaan als jubileum wordt aangemerkt;segment: een afgebakend onderdeel van deze subsidieregeling met samenhangende beleidsdoelstellingen en uitvoeringskader, waarvoor specifieke voorwaarden en beoordelingscriteria gelden;vrijwilligerswerk: onbetaalde en onverplichte inzet ten behoeve van anderen of de samenleving buiten een arbeidsovereenkomst of beroepsmatige werkzaamheden. Artikel 1.2. Aanvraagtermijn 1.Aanvragen worden ingediend van 1 april tot en met 30 september voor activiteiten in de periode juli tot en met december van hetzelfde kalenderjaar.2.Aanvragen worden ingediend van 1 oktober van het voorafgaande kalenderjaar tot en met 31 maart van het kalenderjaar waarin de activiteiten plaatsvinden, voor activiteiten in de periode januari tot en met juni van dat kalenderjaar.3.In afwijking van artikel 7 Asv, worden aanvragen uiterlijk 8 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, ingediend.4.Een aanvraag die wordt ingediend vóór het kalenderjaar waarin de activiteit plaatsvindt, wordt ten laste gebracht van het subsidieplafond van dat kalenderjaar. Artikel 1.3. Subsidieplafond en overheveling 1.Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks bij afzonderlijk besluit een subsidieplafond vast per segment en per periode.2.Niet-benutte middelen kunnen worden overgeheveld naar een ander segment of een volgende periode, voor zover dit bij afzonderlijk besluit is bepaald.3.Indien burgemeester en wethouders gebruikmaken van de bevoegdheid als bedoeld in het tweede lid, wordt de wijziging van het subsidieplafond vastgesteld door wijziging van het afzonderlijke besluit tot vaststelling van het subsidieplafond en bekendgemaakt overeenkomstig de daarvoor geldende bekendmakingsregels. Artikel 1.4. Persoonsgegevens 1.Burgemeester en wethouders zijn bevoegd steekproefsgewijs de aanwezigheid te controleren van Verklaringen Omtrent het Gedrag van vrijwilligers die in het kader van een activiteit of project waarvoor op grond van deze regeling subsidie is verstrekt met minderjarigen werken.2.Burgemeester en wethouders verwerken persoonsgegevens uitsluitend voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van deze subsidieregeling. Hoofdstuk 2. Nadere regelingen per segment Titel 2.1. Segment Sociale Basis en Preventie Artikel 2.1. Definities In deze titel wordt verstaan onder: armoede: de situatie waarin personen of huishoudens over onvoldoende financiële middelen beschikken om te voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan, waardoor maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid worden belemmerd;kwetsbare inwoners: personen die, al dan niet tijdelijk, beperkt zijn in hun zelfredzaamheid of maatschappelijke participatie als gevolg van lichamelijke, psychische, sociale of economische omstandigheden;middelengebruik: het gebruik van alcohol, drugs, nicotine en andere verslavende middelen;sociaal veilige leefomgeving: een leefomgeving waarin inwoners zich veilig voelen om deel te nemen aan maatschappelijke activiteiten en waarin sociale veiligheid en het voorkomen van overlast en risicogedrag worden bevorderd;sociale basis: het geheel van informele sociale verbanden en laagdrempelige voorzieningen in de leefomgeving van inwoners, gericht op het versterken van zelfredzaamheid, maatschappelijke participatie, sociale samenhang en positieve gezondheid, alsmede op het vroegtijdig signaleren, voorkomen en beperken van maatschappelijke en gezondheidsproblemen. Artikel 2.2. Doel Deze subsidietitel heeft tot doel incidentele activiteiten en projecten te ondersteunen die bijdragen aan een sterke sociale basis en het voorkomen of beperken van maatschappelijke problemen en gezondheidsproblemen. De activiteiten zijn gericht op het versterken van zelfredzaamheid, maatschappelijke participatie, sociale samenhang, positieve gezondheid en onderlinge betrokkenheid. Artikel 2.3. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen 1.Burgemeester en wethouders verstrekken uitsluitend subsidie voor de volgende incidentele activiteiten of projecten: a.activiteiten of projecten die bijdragen aan het voorkómen en verminderen van armoede; b.activiteiten of projecten die bijdragen aan het ondersteunen van kwetsbare inwoners en het versterken van hun zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie; c.activiteiten of projecten die bijdragen aan het bevorderen van inclusie, diversiteit en gelijke kansen; d.activiteiten of projecten die bijdragen aan het voorkómen van eenzaamheid en het bevorderen van sociale samenhang, onderlinge betrokkenheid, gemeenschapskracht en leefbaarheid; e.activiteiten of projecten die bijdragen aan het versterken of waarderen van vrijwilligerswerk; f.activiteiten of projecten die bijdragen aan het bevorderen van de positieve gezondheid; g.activiteiten of projecten die bijdragen aan het bevorderen van een sociaal veilige leefomgeving en het voorkómen of beperken van middelengebruik; h.activiteiten die direct verband houden met de viering van een jubileum en een openbaar of maatschappelijk karakter hebben. 2.De activiteiten en projecten vinden plaats binnen de gemeente Eijsden-Margraten en komen ten goede aan inwoners, bezoekers of de lokale gemeenschap. Artikel 2.4. Eisen aan de aanvrager 1.Burgemeester en wethouders verstrekken subsidie aan natuurlijke personen of rechtspersonen.2.Indien de aanvrager een rechtspersoon betreft, verstrekken burgemeester en wethouders enkel subsidie aan rechtspersonen die hoofdzakelijk gebruikmaken van vrijwilligers. Artikel 2.5. Eisen aan de aanvraag 1.In aanvulling op artikel 6 Asv, legt een aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over: a.opgaaf van het verwachte bereik van de activiteit binnen de gemeente; b.indien van toepassing: beschrijving van de mate waarin en de wijze waarop wordt samengewerkt met andere relevante partijen binnen de sociale basis, dan wel de wijze waarop de activiteit bijdraagt aan de versterking van bestaande netwerken in de leefomgeving. 2.In aanvulling op artikel 6 Asv, legt een aanvrager van een subsidie voor een activiteit of project waarbij wordt gewerkt met minderjarigen een ondertekende verklaring over waaruit blijkt dat de vrijwilligers die in het kader van de activiteit of het project met minderjarigen werken, beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag die niet ouder is dan vijf jaar.3.In afwijking van artikel 6 Asv, legt een aanvrager van een subsidie voor activiteiten of projecten zoals bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder a tot en met g geen begroting van de activiteiten over. Artikel 2.6. Hoogte subsidie 1.Burgemeester en wethouders verstrekken subsidie van: a.€ 750 in het geval van een aanvraag voor activiteiten of projecten zoals bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder a tot en met c; b.€ 300 in het geval van een aanvraag voor activiteiten of projecten zoals bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder d tot en met e; c.€ 250 in het geval van een aanvraag voor activiteiten of projecten zoals bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder f tot en met g; d.€ 250 in het geval van een aanvraag voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder h. 2.Indien een aanvraag mede betrekking heeft op activiteiten of projecten zoals bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder a tot en met c, geldt het bedrag van € 750. Artikel 2.7. Weigeringsgronden Overeenkomstig artikel 9, tweede lid, onderdeel f, Asv wijzen burgemeester en wethouders de aanvraag af als: a.de activiteit gericht is op het maken van winst; b.de activiteit een politieke of religieuze overtuiging uitdraagt; c.het aannemelijk is dat de activiteit niet (volledig) wordt uitgevoerd; d.de activiteit al wordt gefinancierd op grond van een andere subsidietitel of een andere gemeentelijke regeling; e.de aanvrager in het jaar waarin de activiteit plaatsvindt al twee of meer activiteitensubsidies heeft ontvangen op grond van deze subsidietitel. Artikel 2.8. Wijze van verdeling 1.Verstrekking van subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.2.Als de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen.3.Indien het vastgestelde subsidieplafond zou worden overschreden als gevolg van honorering van meerdere aanvragen die op dezelfde dag zijn ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn door middel van loting gerangschikt. Artikel 2.9. Verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht: a.de verkregen subsidie ook daadwerkelijk in te zetten voor de uitvoering van de activiteit; b.medewerking te verlenen aan door of namens de gemeente uit te voeren evaluatieonderzoeken in het kader van de subsidie. Titel 2.2. Segment Kunst en Cultuur Artikel 2.10. Definities In deze titel wordt verstaan onder: Kunst , Cultuur en erfgoed: activiteiten en projecten die betrekking hebben op het beleven, beoefenen, presenteren, toegankelijk maken, behouden, doorgeven en educatief inzetten van kunst, cultuur, immaterieel erfgoed en levend materieel erfgoed, voor zover deze vallen binnen een of meer van de in de Cultuurvisie Eijsden-Margraten vastgelegde culturele kernthema’s, te weten: a.cultuur als levenskompas; b.kunst in verbinding met inwoners; c.erfgoed en inwoners: betekenisvol behoud; d.cultuureducatie: uit de comfortzone; en e.de bibliotheek als hart van de samenleving Artikel 2.11. Doel Deze titel heeft tot doel incidentele activiteiten en projecten op het gebied van kunst, cultuur en erfgoed te stimuleren die bijdragen aan de ambities en doelstellingen van de Cultuurvisie Eijsden-Margraten, in het bijzonder op het gebied van cultuurparticipatie, inclusie, maatschappelijke betrokkenheid, samenwerking, duurzaamheid en de verbinding van kunst en cultuur met andere beleidsvelden. Paragraaf 2.2.1. Activiteitensubsidie voor culturele vernieuwing Artikel 2.12. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen 1.Burgemeester en wethouders verstrekken uitsluitend subsidie voor incidentele activiteiten of projecten op het gebeid van kunst, cultuur en erfgoed die: a.een vernieuwend karakter hebben, doordat zij zijn gericht op een nieuwe activiteit, werkwijze, samenwerkingsvorm, doelgroep of presentatievorm; b.bijdragen aan de ambities en doelstellingen van de Cultuurvisie Eijsden-Margraten; en c.voldoende binding hebben met de gemeente Eijsden-Margraten. 2.Van een bijdrage aan de ambities en doelstellingen van de Cultuurvisie Eijsden-Margraten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is in ieder geval sprake indien de activiteiten bijdragen aan een of meer van de volgende doelstellingen: a.het bevorderen van cultuurparticipatie, inclusie en burgerparticipatie, zodat iedere inwoner van Eijsden-Margraten kan deelnemen of bijdragen aan kunst en cultuur, met bijzondere aandacht voor jongeren; b.het inzetten van kunst- en cultuurprojecten voor maatschappelijke doelstellingen, in het bijzonder ter bevordering van sociale cohesie, bewustwording en educatie; c.het versterken van het culturele netwerk van makers, verenigingen, instellingen en beleidsdomeinen; d.het bevorderen van bewustwording rondom duurzaamheid en het bijdragen aan een duurzame leefomgeving door middel van kunst en cultuur; e.het leggen van strategische verbindingen tussen kunst en cultuur en andere beleidsvelden, waaronder zorg, welzijn, ruimte en educatie. 3.Van voldoende binding met de gemeente Eijsden-Margraten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, is in ieder geval sprake indien: a.de aanvrager in de gemeente Eijsden-Margraten is gevestigd en de activiteit of het project binnen de gemeente wordt uitgevoerd; b.de aanvrager in de gemeente Eijsden-Margraten is gevestigd en de activiteit of het project buiten de gemeente wordt uitgevoerd, voor zover deze aantoonbaar bijdraagt aan de ambities en doelstellingen van de Cultuurvisie Eijsden-Margraten; of c.de aanvrager buiten de gemeente Eijsden-Margraten woont of is gevestigd en de activiteit of het project binnen de gemeente Eijsden-Margraten wordt uitgevoerd. Artikel 2.13. Eisen aan de aanvrager Burgemeester en wethouders verstrekken subsidie aan natuurlijke personen, rechtspersonen of samenwerkingsverbanden. Artikel 2.14. Eisen aan de aanvraag 1.In aanvulling op artikel 6 Asv, legt een aanvrager met leden in ieder geval de volgende gegevens over: a.op welke wijze het project bijdraagt aan de ambities en doelstellingen, bedoeld in artikel 2.12, tweede lid; b.het aantal inwoners dat naar verwachting met de activiteit wordt bereikt; c.of en in welke mate wordt samengewerkt met andere partijen; d.of en op welke wijze binnen het project aandacht wordt besteed aan inclusie. 2.In aanvulling op artikel 6 Asv, legt een aanvrager van een subsidie voor een activiteit of project waarbij wordt gewerkt met minderjarigen een ondertekende verklaring over waaruit blijkt dat de vrijwilligers die in het kader van de activiteit of het project met minderjarigen werken, beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag die niet ouder is dan vijf jaar. Artikel 2.15. Hoogte subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste € 1.000 per aanvraag. Artikel 2.16. Weigeringsgronden Overeenkomstig artikel 9, tweede lid, onderdeel f, Asv beslissen burgemeester en wethouders afwijzend op de aanvraag als: a.de activiteit gericht is op het maken van winst; b.de activiteit een politieke of religieuze overtuiging uitdraagt; c.de activiteit niet openbaar toegankelijk is voor alle inwoners uit de gemeente; d.het aannemelijk is dat de activiteit niet (volledig) wordt uitgevoerd; e.de activiteit al wordt gefinancierd op grond van een andere subsidietitel of een andere gemeentelijke regeling; f.de aanvrager in het jaar waarin de activiteit plaatsvindt al een activiteitensubsidie heeft ontvangen op grond van deze subsidietitel; g.de activiteit betrekking heeft op de plaatsing van een voorziening, zoals een buurtbieb of mozaïekbank, in de openbare ruimte en binnen een straal van 2 kilometer reeds op grond van deze subsidieregeling een vergelijkbare voorziening voor dezelfde doelgroep is gerealiseerd. Artikel 2.17. Wijze van verdeling 1.Verstrekking van subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.2.Als de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen.3.Indien het vastgestelde subsidieplafond zou worden overschreden als gevolg van meerdere aanvragen die op dezelfde dag zijn ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn door middel van loting gerangschikt. Artikel 2.18. Verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht: a.de verkregen subsidie ook daadwerkelijk in te zetten voor de uitvoering van de activiteit; b.medewerking te verlenen aan door of namens de gemeente uit te voeren evaluatieonderzoeken in het kader van de subsidie. Paragraaf 2.2.2. Activiteitensubsidie voor incidentele culturele activiteiten en projecten Artikel 2.19. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen 1.Burgemeester en wethouders verstrekken uitsluitend subsidie voor incidentele activiteiten of projecten die: a.niet op grond van artikel 2.12 voor subsidie in aanmerking komen; b.betrekking hebben op: 1°. een bijzondere uitvoering, voorstelling, expositie of andere culturele activiteit die aansluit bij de aard en doelstellingen van de reguliere activiteiten van de aanvrager; of 2°.een bijzondere gelegenheid van een vereniging of stichting, zoals een jubileum, kampioenschap of sponsoractiviteit; 3°. het uitgeven van een boek of een andere publicatie; of 4°. de organisatie van een wedstrijd die voortvloeit uit een verplichting als gevolg van het winnen van een voorgaande editie; c.aantoonbaar bijdragen aan de ambities en doelstellingen van de Cultuurvisie Eijsden-Margraten; en d.voldoende binding hebben met de gemeente Eijsden-Margraten. 2.Van een bijdrage aan de ambities en doelstellingen van de Cultuurvisie Eijsden-Margraten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, is in ieder geval sprake indien de activiteiten bijdragen aan een of meer van de volgende doelstellingen: a.het bevorderen van cultuurparticipatie, inclusie en burgerparticipatie, zodat iedere inwoner van Eijsden-Margraten kan deelnemen of bijdragen aan kunst en cultuur, met bijzondere aandacht voor jongeren; b.het inzetten van kunst- en cultuurprojecten voor maatschappelijke doelstellingen, in het bijzonder ter bevordering van sociale cohesie, bewustwording en educatie; c.het versterken van het culturele netwerk van makers, verenigingen, instellingen en beleidsdomeinen; d.het bevorderen van bewustwording rondom duurzaamheid en het bijdragen aan een duurzame leefomgeving door middel van kunst en cultuur; e.het leggen van strategische verbindingen tussen kunst en cultuur en andere beleidsvelden, waaronder zorg, welzijn, ruimte en educatie. 3.Van voldoende binding met de gemeente Eijsden-Margraten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is in ieder geval sprake indien: a.de aanvrager in de gemeente Eijsden-Margraten is gevestigd en de activiteit of het project binnen de gemeente wordt uitgevoerd; b.de aanvrager in de gemeente Eijsden-Margraten is gevestigd en de activiteit of het project buiten de gemeente wordt uitgevoerd, voor zover deze aantoonbaar bijdraagt aan de ambities en doelstellingen van de Cultuurvisie Eijsden-Margraten; of c.de aanvrager buiten de gemeente Eijsden-Margraten woont of is gevestigd en de activiteit of het project binnen de gemeente Eijsden-Margraten wordt uitgevoerd. Artikel 2.20. Eisen aan de aanvrager 1.Burgemeester en wethouders verstrekken subsidie aan natuurlijke personen of rechtspersonen.2.Indien de aanvrager een rechtspersoon betreft, verstrekken burgemeester en wethouders enkel subsidie aan rechtspersonen die hoofdzakelijk gebruikmaken van vrijwilligers. Artikel 2.21. Eisen aan de aanvraag In aanvulling op artikel 6 Asv, legt een aanvrager van een subsidie voor een activiteit of project waarbij wordt gewerkt met minderjarigen een ondertekende verklaring over waaruit blijkt dat de vrijwilligers die in het kader van de activiteit of het project met minderjarigen werken, beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag die niet ouder is dan vijf jaar. Artikel 2.22. Hoogte subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste: a.€ 1.000 voor concerten, toneelvoorstellingen, uitvoeringen, exposities of andere culturele activiteiten als bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, onderdeel b, onder 1°; b.€ 111 voor een jubileum van carnavalsverenigingen en € 250 voor overige organisaties indien de activiteit betrekking heeft op een jubileum of een andere bijzondere gelegenheid als bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, onderdeel b, onder 2°. c.€ 750 voor het uitgeven van boeken of vergelijkbare publicaties als bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, onderdeel b, onder 3°; d.€ 2.000 voor de organisatie van wedstrijden als bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, onderdeel b, onder °4. Artikel 2.23. Weigeringsgronden Overeenkomstig artikel 9, tweede lid, onderdeel f, Asv beslissen burgemeester en wethouders afwijzend op de aanvraag als: a.de activiteit gericht is op het maken van winst; b.de activiteit een politieke of religieuze overtuiging uitdraagt; c.het aannemelijk is dat de activiteit niet (volledig) wordt uitgevoerd; d.de activiteit al wordt gefinancierd op grond van een andere subsidietitel of een andere gemeentelijke regeling; e.de aanvrager in het jaar waarin de activiteit plaatsvindt al twee of meer activiteitensubsidies heeft ontvangen op grond van deze subsidietitel. Artikel 2.24. Wijze van verdeling 1.Verstrekking van subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.2.Als de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen.3.Indien het vastgestelde subsidieplafond zou worden overschreden als gevolg van meerdere aanvragen die op dezelfde dag zijn ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn door middel van loting gerangschikt. Artikel 2.25. Verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht: a.de verkregen subsidie ook daadwerkelijk in te zetten voor de uitvoering van de activiteit; b.medewerking te verlenen aan door of namens de gemeente uit te voeren evaluatieonderzoeken in het kader van de subsidie. Titel 2.3. Segment Sport en Beweging Artikel 2.26. Definities In deze titel wordt verstaan onder: gezonde sportkantine: kantine van een sportvereniging waarin gezonde voeding en gezonde drank worden aangeboden;sport en bewegen: activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van sportdeelname, bewegen en een actieve leefstijl;waarderingsactiviteiten: eenmalige activiteiten gericht op het waarderen en bedanken van vrijwilligers die zich hebben ingezet voor een activiteit op het gebied van sport en bewegen binnen de gemeente. Artikel 2.27. Doel Deze subsidietitel heeft tot doel sport en bewegen binnen de gemeente te stimuleren door het ondersteunen van incidentele activiteiten en projecten die bijdragen aan een gezonde leefstijl, vitaliteit, inclusie en sociale verbinding. Artikel 2.28. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen Burgemeester en wethouders verstrekken uitsluitend subsidie voor de volgende incidentele activiteiten of projecten: a.activiteiten of projecten die zijn gericht op het stimuleren van sport en beweging; b.het realiseren van een gezonde sportkantine; c.het realiseren van een aanbod voor aangepast sporten; d.het opleiden van vrijwilligers op het gebied van sport en bewegen; e.lokale sportinitiatieven die zijn gericht op inclusie en participatie van kwetsbare groepen; f.activiteiten die direct verband houden met de viering van een jubileum en een openbaar of maatschappelijk karakter hebben; g.waarderingsactiviteiten. Artikel 2.29. Eisen aan de aanvrager 1.Burgemeester en wethouders verstrekken subsidie aan natuurlijke personen of rechtspersonen.2.Indien de aanvrager een rechtspersoon betreft, verstrekken burgemeester en wethouders enkel subsidie aan rechtspersonen die hoofdzakelijk gebruikmaken van vrijwilligers. Artikel 2.30. Eisen aan de aanvraag 1.In aanvulling op artikel 6 Asv, legt een aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over: a.opgaaf van het aantal inwoners dat naar verwachting met de activiteit wordt bereikt; b.indien van toepassing: beschrijving van de mate waarin en de wijze waarop wordt samengewerkt met andere relevante partijen. 2.In aanvulling op artikel 6 Asv, legt een aanvrager van een subsidie voor een activiteit of project waarbij wordt gewerkt met minderjarigen een ondertekende verklaring over waaruit blijkt dat de vrijwilligers die in het kader van de activiteit of het project met minderjarigen werken, beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag die niet ouder is dan vijf jaar.3.In afwijking van artikel 6 Asv, legt een aanvrager van een subsidie geen begroting van de activiteiten over. Artikel 2.31. Hoogte subsidie 1.Burgemeester en wethouders verstrekken subsidie van: a.€ 500 in het geval van een aanvraag voor activiteiten of projecten zoals bedoeld in artikel 2.28, onder a tot en met e; b.€ 250 in het geval van een aanvraag voor activiteiten of projecten zoals bedoeld in artikel 2.28, onder f. c.€ 300 voor waarderingsactiviteiten zoals bedoeld in artikel 2.28, onder g. 2.Indien de activiteit zoals bedoeld in artikel 2.28, onder a tot en met f bijdraagt aan één of meer van de volgende beleidsdoelen, verstrekken burgemeester en wethouders een subsidie van € 1.000: a.bevordering van gezonde voeding; b.inclusie en maatschappelijke participatie; c.versterking van het lokale netwerk door samenwerking met (andere) verenigingen; d.verbetering van motorische vaardigheden van jeugd en senioren. Artikel 2.32. Weigeringsgronden Overeenkomstig artikel 9, tweede lid, onderdeel f, Asv wijzen burgemeester en wethouders de aanvraag af als: a.de activiteit hoofdzakelijk een commercieel doel dient;b.de activiteit niet openbaar toegankelijk is voor alle inwoners uit de gemeente;c.het aannemelijk is dat de activiteit niet (volledig) wordt uitgevoerd;d.de activiteit al wordt gefinancierd op grond van een andere subsidietitel of een andere gemeentelijke regeling;e.de aanvrager in het jaar waarin de activiteit plaatsvindt al twee of meer activiteitensubsidies heeft ontvangen op grond van deze subsidietitel. Artikel 2.33. Wijze van verdeling 1.Verstrekking van subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.2.Als de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen.3.Indien het vastgestelde subsidieplafond zou worden overschreden als gevolg van honorering van meerdere aanvragen die op dezelfde dag zijn ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn door middel van loting gerangschikt. Artikel 2.34. Verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht: a.de verkregen subsidie ook daadwerkelijk in te zetten voor de uitvoering van de activiteit; b.medewerking te verlenen aan door of namens de gemeente uit te voeren evaluatieonderzoeken in het kader van de subsidie. Hoofdstuk 3. Slotbepalingen Artikel 3.1. Hardheidsclausule Door burgemeester en wethouders kan worden afgeweken van deze regeling als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen. Artikel 3.2. Indexatie Burgemeester en wethouders kunnen bepalen of en op welke wijze de in deze regeling genoemde bedragen worden geïndexeerd. Artikel 3.3. Evaluatiebepaling Burgemeester en wethouders evalueren deze regeling binnen vier jaar na de inwerkingtreding op doeltreffendheid en effecten in de praktijk. Artikel 3.4. Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling incidentele subsidies Sociaal Domein 2026. Artikel 3.5. Inwerkingtreding Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking en is van toepassing op subsidieaanvragen die betrekking hebben op het subsidiejaar 2027 en volgende jaren. Vastgesteld in de vergadering van 15 september 2026, De secretaris, De burgemeester, Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1.1. Algemene definities In dit artikel worden de belangrijkste begrippen omschreven die in de gehele subsidieregeling worden gebruikt. Met name de definitie van incidentele activiteiten of projecten is relevant. Deze regeling ziet op subsidies voor incidentele activiteiten of projecten. Hiermee worden subsidies uit deze regeling onderscheiden van de structurele subsidies zoals geregeld in de Integrale subsidieregeling structurele subsidies Sociaal Domein gemeente Eijsden-Margraten 2026. Het gaat om tijdelijke activiteiten/projecten, die geen onderdeel uitmaken van het reguliere of structurele activiteitenaanbod van de aanvrager. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan een jubileumfeest, een bijzondere voorstelling of een uniek project. Artikel 1.2. Aanvraagtermijn Dit artikel regelt binnen welke perioden subsidieaanvragen kunnen worden ingediend. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten die in de eerste en de tweede helft van het kalenderjaar plaatsvinden. Aanvragen moeten in ieder geval altijd uiterlijk 8 weken voor aanvang van de activiteiten worden ingediend. Dit is een afwijking van artikel 7 van de Asv, dat voor incidentele subsidies uitgaat van een aanvraagtermijn van 13 weken. Een aanvraagtermijn van 8 weken biedt aanvragers meer ruimte om aanvragen in te dienen, terwijl er voldoende tijd overblijft om de aanvragen tijdig af te handelen omdat het veelal gaat om eenvoudige aanvragen voor relatief beperkte bedragen en voor eenmalige activiteiten. Verder is in dit artikel bepaald ten laste van welk subsidieplafond een aanvraag komt wanneer deze al in het voorafgaande kalenderjaar wordt ingediend. Een aanvraag die bijvoorbeeld eind oktober 2026 wordt ingediend voor activiteiten in februari 2027, wordt ten laste gebracht van het subsidieplafond van 2027. Artikel 1.3. Subsidieplafond en overheveling Dit artikel bepaalt dat burgemeester en wethouders jaarlijks per segment en periode een subsidieplafond vaststellen. Daarnaast wordt de mogelijkheid geboden om niet-benutte middelen, indien dit bij afzonderlijk besluit is bepaald, over te hevelen naar een ander segment of een volgende periode. Een dergelijke wijziging wordt formeel vastgesteld en bekendgemaakt. Artikel 1.4. Persoonsgegevens Dit artikel regelt de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de subsidieregeling. Burgemeester en wethouders kunnen steekproefsgewijs controleren of vrijwilligers die met minderjarigen werken over een geldige Verklaring Omtrent het Gedrag beschikken. Persoonsgegevens worden uitsluitend verwerkt voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de regeling. Hoofdstuk 2. Nadere regelingen per segment Titel 2.1. Segment Sociale Basis en Preventie Artikel 2.1. Definities Dit artikel bevat de definitie van enkele begrippen die in deze subsidietitel worden gehanteerd. Artikel 2.2. Doel Dit artikel beschrijft het doel van deze subsidietitel. De regeling ondersteunt incidentele activiteiten en projecten die bijdragen aan een sterke sociale basis en aan het voorkomen of beperken van maatschappelijke en gezondheidsproblemen. De activiteiten moeten bijdragen aan één of meer van de genoemde doelen, zoals het versterken van zelfredzaamheid, maatschappelijke participatie, sociale samenhang, positieve gezondheid en onderlinge betrokkenheid. Hiermee wordt beoogd dat inwoners zoveel mogelijk zelfstandig kunnen functioneren, mee kunnen doen aan de samenleving en naar elkaar omzien. Artikel 2.3. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen In dit lid is bepaald voor welke incidentele activiteiten en projecten subsidie kan worden verstrekt. Voor het begrip incidentele activiteiten of projecten wordt verwezen naar de begripsbepaling in deze regeling (artikel 1.1). Er is gekozen voor een ruim bereik van de activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie. Een voorwaarde voor subsidie is dat de activiteiten en projecten plaatsvinden binnen de gemeente Eijsden-Margraten en ten goede komen aan inwoners, bezoekers of de lokale gemeenschap. Artikel 2.4. Eisen aan de aanvrager Dit artikel bepaalt dat natuurlijke personen en rechtspersonen subsidie kunnen aanvragen. Voor rechtspersonen geldt dat zij hoofdzakelijk gebruik moeten maken van vrijwilligers. Artikel 2.5. Eisen aan de aanvraag Dit artikel bevat aanvullende informatie die bij de subsidieaanvraag moet worden verstrekt, naast de algemene aanvraagvereisten uit artikel 6 van de Algemene subsidieverordening. Van de aanvrager wordt gevraagd inzichtelijk te maken hoeveel inwoners en/of bezoekers naar verwachting worden bereikt. Als de aanvrager samenwerkt met andere relevante partijen binnen de sociale basis, wordt ook van de aanvrager gevraagd inzichtelijk te maken in welke mate en op welke wijze wordt samengewerkt. Als de activiteit bijdraagt aan de versterking van bestaande netwerken in de leefomgeving, wordt van de aanvrager gevraagd inzichtelijk te maken op welke wijze de activiteit hieraan bijdraagt. Deze informatie kan later worden gebruikt bij de evaluatie van de regeling. Het tweede lid bevat een aanvullende waarborg voor activiteiten waarbij vrijwilligers met minderjarigen werken. In die gevallen moet de aanvrager verklaren dat deze vrijwilligers beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag die niet ouder is dan vijf jaar. Hiermee wordt het belang van een sociaal veilige omgeving voor minderjarigen geborgd, zonder dat bij iedere aanvraag standaard de VOG zelf hoeft te worden overgelegd. Overigens kunnen de kosten van de VOG door de gemeente worden vergoed bovenop het subsidiebedrag, als de aanvrager niet in aanmerking komt voor een gratis VOG. In het derde lid is bepaald dat aanvragers van een subsidie voor activiteiten of projecten zoals bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder a tot en met g geen begroting van de activiteiten hoeven te overleggen. Dit is een afwijking van artikel 6 van de Asv. Deze afwijking is bedoeld om, uit oogpunt van proportionaliteit, de administratieve lasten te beperken van aanvragers van een relatief lage subsidie. Voor aanvragers van een subsidie voor activiteiten die direct verband houden met de viering van een jubileum, geldt wel gewoon de verplichting om een begroting over te leggen. Artikel 2.6. Hoogte subsidie Dit artikel bepaalt de hoogte van de subsidie voor de verschillende soorten activiteiten en projecten die voor subsidie in aanmerking komen. Het is mogelijk dat één aanvraag valt onder meerdere soorten activiteiten, bijvoorbeeld zowel onder artikel 2.3. eerste lid, onder a, als onder artikel 2.3. eerste lid, onder d. Een activiteit heeft dan bijvoorbeeld betrekking op zowel het voorkómen en verminderen van armoede als het voorkómen van eenzaamheid en het bevorderen van sociale samenhang, onderlinge betrokkenheid, gemeenschapskracht en leefbaarheid. In die situatie geldt het bedrag van € 750. De aanvraag heeft dan namelijk weliswaar niet uitsluitend, maar wel mede betrekking op het voorkómen en verminderen van armoede. Artikel 2.7. Weigeringsgronden In de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb zijn verschillende weigeringsgronden opgenomen. Sommige van deze gronden geven het bestuursorgaan beleidsvrijheid om te besluiten of een subsidie wordt geweigerd, terwijl andere gronden een verplichting tot weigering inhouden. Van een verplichte weigering is sprake wanneer het subsidieplafond door toekenning van de subsidie zou worden overschreden (artikel 4:25, tweede lid) of wanneer de verstrekking van subsidie naar het oordeel van het bestuursorgaan niet verenigbaar is met het bepaalde in de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, oftewel: de staatssteunregels (artikel 4:35, derde lid). Daarnaast bepaalt artikel 4:35 dat een subsidie kan worden geweigerd indien: -Er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden; -Er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; -Er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn; -Indien de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; -Indien de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend. Deze weigeringsgronden zijn in artikel 9 Asv nader uitgewerkt/aangevuld. In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat een subsidie in ieder geval kan worden geweigerd: -Als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; -Als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; -Als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; -Als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; -Als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; -In de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. De Asv laat dan ook ruimte om bij subsidieregeling extra weigeringsgronden op te nemen. In artikel 2.7 is hier gebruik van gemaakt en is bepaald dat een aanvraag wordt geweigerd indien: Onderdeel a. de activiteit gericht is op het maken van winst Subsidie wordt niet verstrekt voor activiteiten die zijn gericht op het behalen van winst. Onderdeel b. de activiteit een politieke of religieuze overtuiging uitdraagt Activiteiten die zijn gericht op het uitdragen van een politieke of religieuze overtuiging komen niet voor subsidie in aanmerking. Onderdeel c. het aannemelijk is dat de activiteit niet (volledig) wordt uitgevoerd Subsidie wordt geweigerd wanneer onvoldoende aannemelijk is dat de activiteit daadwerkelijk of volledig zal worden uitgevoerd. Hiermee wordt voorkomen dat subsidie wordt verleend voor plannen die onvoldoende concreet, haalbaar of uitvoerbaar zijn. Onderdeel d. de activiteit al wordt gefinancierd op grond van een andere subsidietitel of een andere gemeentelijke regeling Een activiteit komt niet voor subsidie in aanmerking wanneer voor dezelfde activiteit al subsidie wordt verstrekt op grond van een andere subsidietitel of gemeentelijke subsidieregeling. Deze bepaling voorkomt dat dezelfde activiteit meerdere keren uit gemeentelijke middelen wordt gefinancierd. Onderdeel e. de aanvrager in het jaar waarin de activiteit plaatsvindt al twee of meer activiteitensubsidies heeft ontvangen op grond van deze subsidietitel Het aantal subsidies dat een aanvrager binnen deze regeling per kalenderjaar kan ontvangen, is begrensd. Hiermee wordt beoogd het beschikbare subsidiebudget over meerdere initiatiefnemers en activiteiten te verspreiden en te voorkomen dat een beperkt aantal aanvragers een onevenredig groot deel van het subsidieplafond benut. Artikel 2.8. Wijze van verdeling Dit artikel regelt hoe het beschikbare subsidiebudget wordt verdeeld. Uitgangspunt is het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’: complete aanvragen die aan de voorwaarden voldoen worden behandeld op volgorde van ontvangst, totdat het subsidieplafond is bereikt. Van belang is dat alleen een complete aanvraag meetelt voor het bepalen van de volgorde. Wanneer een aanvrager eerst nog de gelegenheid krijgt om ontbrekende gegevens aan te vullen, geldt als ontvangstdatum voor de verdeling de datum waarop de aanvraag compleet is. Hiermee wordt voorkomen dat een onvolledige aanvraag een eerdere positie inneemt ten opzichte van een aanvraag die direct volledig is ingediend. Wanneer meerdere aanvragen op dezelfde dag worden ontvangen en niet allemaal kunnen worden gehonoreerd omdat daarmee het subsidieplafond zou worden overschreden, wordt door loting een rangorde vastgesteld. Artikel 2.9. Verplichtingen Dit artikel bepaalt dat de subsidie daadwerkelijk moet worden ingezet voor de activiteit waarvoor deze is verleend. Daarnaast is de subsidieontvanger verplicht mee te werken aan evaluatieonderzoeken die door of namens de gemeente worden uitgevoerd. Titel 2.2. Segment Kunst en Cultuur Artikel 2.10. Definities Dit artikel omschrijft wat binnen het segment Kunst en Cultuur wordt verstaan onder kunst, cultuur en erfgoed. Met kunst, cultuur en erfgoed worden in deze regeling activiteiten in brede zin op het gebied van kunst, cultuur en erfgoed bedoeld. Het gaat daarbij niet alleen om activiteiten die zijn gericht op beleving, beoefening en presentatie, maar ook om activiteiten die zien op toegankelijkheid, behoud, overdracht en educatief gebruik. Daarmee wordt verduidelijkt dat dit segment een brede reikwijdte heeft. Daarnaast geldt dat deze activiteiten moeten aansluiten bij een of meer van de in de Cultuurvisie Eijsden-Margraten opgenomen kernthema’s, te weten: 1. Cultuur als Levenskompas Dit kernthema omvat het beleven, beoefenen en presenteren van kunst- en cultuuruitingen in professionele en amateurcontext. Hieronder vallen onder meer muziek, zang, theater, dans, beeldende en audiovisuele kunst, literaire activiteiten, culturele evenementen en andere vormen van culturele expressie die bijdragen aan individuele en collectieve culturele identiteit. 2. Kunst in verbinding met inwoners Dit kernthema betreft kunst- en cultuuractiviteiten waarbij inwoners actief betrokken zijn bij de totstandkoming en uitvoering van een project of evenement, met nadruk op ontmoeting, participatie en sociale verbinding. Hieronder vallen onder meer participatieve kunstprojecten, community art, urban culture, kunst- en cultuuractiviteiten in de openbare ruimte, en andere initiatieven waarbij inwoners samen met culturele professionals kunst en cultuur vormgeven. 3. Immaterieel erfgoed en inwoners: betekenisvol behoud Dit kernthema omvat: Immaterieel erfgoed: het levend houden, uitvoeren en doorgeven van tradities, gebruiken, ambachten, streekproducten, volkscultuur, verhalen, rituelen en vieringen die verbonden zijn met de geschiedenis en culturele identiteit van de gemeente. Levend materieel erfgoed: het toegankelijk maken en beleven van materieel erfgoed via publieksgerichte activiteiten, educatie en culturele programmering, zodat inwoners actief kennis kunnen maken met en betrokken worden bij het erfgoed. 4. Cultuureducatie; uit de comfortzone! Dit kernthema betreft educatieve programma’s of leeractiviteiten gericht op kunst- en cultuureducatie, zowel binnen als buiten het onderwijs. Hieronder vallen onder meer educatieve programma’s of leeractiviteiten in muziek, drama en dans en beeldende kunst, culturele workshops en (immaterieel) erfgoededucatie. Daarnaast kunnen basisscholen subsidie aanvragen voor randprogramma’s met culturele activiteiten, belevingen en excursies. Alle genoemde vormen zijn gericht op kennismaking met en verdieping in kunst en cultuur. 5. De bibliotheek als hart van de samenleving Dit kernthema omvat de functies van de bibliotheek als maatschappelijke en culturele voorziening binnen de gemeente. De bibliotheek biedt inwoners toegang tot informatie, cultuur en kennis, ondersteunt educatie en basisvaardigheden, stimuleert ontmoeting en debat, en maakt kunst en cultuur toegankelijk. Binnen dit kernthema vallen onder meer voorzieningen en activiteiten zoals leesbevordering, literaire en culturele programmering, digitale geletterdheid, educatieve en maatschappelijke workshops, en publieksgerichte culturele activiteiten die bijdragen aan cultuurparticipatie en sociale samenhang, voor zover deze activiteiten vallen binnen de taken en functies van het bibliotheekwerk zoals vastgesteld in de wet en het gemeentelijk beleid. Artikel 2.11. Doel Dit artikel beschrijft het overkoepelende doel van de subsidietitel Kunst en Cultuur. De regeling is bedoeld om incidentele culturele activiteiten en projecten te stimuleren die bijdragen aan de ambities en doelstellingen uit de Cultuurvisie Eijsden-Margraten. Daarbij wordt nadrukkelijk niet alleen gekeken naar kunst en cultuur als doel op zichzelf, maar ook naar de maatschappelijke betekenis ervan. Daarom worden cultuurparticipatie, inclusie, maatschappelijke betrokkenheid, samenwerking, duurzaamheid en verbinding met andere beleidsvelden expliciet genoemd. Paragraaf 2.2.1. Activiteitensubsidie voor culturele vernieuwing Artikel 2.12. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen In dit lid is bepaald voor welke incidentele activiteiten en projecten subsidie kan worden verstrekt. Voor het begrip incidentele activiteiten of projecten wordt verwezen naar de begripsbepaling in deze regeling (artikel 1.1). De activiteit of het project moet een vernieuwend karakter hebben. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn bij een nieuwe activiteit, een nieuwe werkwijze, het bereiken van een nieuwe doelgroep of een nieuwe samenwerking tussen verschillende verenigingen of organisaties. Hiermee is artikel 2.12 in het bijzonder bedoeld voor vernieuwende en experimentele initiatieven binnen het culturele veld. Dit onderscheidt artikel 2.12 van artikel 2.19. Artikel 2.19 ziet juist op incidentele activiteiten die aansluiten bij bestaande of reguliere activiteiten, zoals een jubileum, bijzondere uitvoering, publicatie of wedstrijd. Dergelijke activiteiten hoeven op zichzelf geen vernieuwend karakter te hebben. Onder b is vastgelegd dat de activiteit of het project moet bijdragen aan de ambities en doelstellingen van de Cultuurvisie Eijsden-Margraten. Daarmee wordt geborgd dat ook vernieuwende initiatieven aansluiten bij het gemeentelijke cultuurbeleid. In het tweede lid is bepaald wanneer hier in ieder geval sprake van is. Onder c is tot slot als voorwaarde opgenomen dat de activiteit voldoende binding moet hebben met de gemeente Eijsden-Margraten. Daarmee wordt geborgd dat de gemeentelijke subsidie ten goede komt aan activiteiten die van betekenis zijn voor de gemeente en haar inwoners. In het derde lid is geregeld wanneer hier is in ieder geval sprake van is. Artikel 2.13. Eisen aan de aanvrager Dit artikel bepaalt wie een subsidie kan aanvragen. De regeling staat open voor natuurlijke personen, rechtspersonen en samenwerkingsverbanden. Artikel 2.14. Eisen aan de aanvraag Dit artikel bevat aanvullende informatie die bij de subsidieaanvraag moet worden verstrekt, naast de algemene aanvraagvereisten uit artikel 6 van de Algemene subsidieverordening. Van de aanvrager wordt gevraagd inzichtelijk te maken op welke wijze de activiteit bijdraagt aan de ambities en doelstellingen, bedoeld in artikel 2.12, tweede lid, hoeveel inwoners naar verwachting worden bereikt, of en in welke mate wordt samengewerkt met andere partijen en of en op welke wijze aandacht wordt besteed aan inclusie. Deze informatie is nodig om te kunnen beoordelen of een aanvraag daadwerkelijk aansluit bij de inhoudelijke uitgangspunten van deze subsidie. De subsidie is immers niet uitsluitend bedoeld om een culturele activiteit mogelijk te maken, maar juist om activiteiten te stimuleren die daarnaast een vernieuwend karakter hebben. Door aanvragers vooraf te laten beschrijven welke bijdrage zij verwachten te leveren, kan de gemeente de aanvragen gerichter beoordelen en ontstaat bovendien informatie die later kan worden gebruikt bij de evaluatie van de regeling. Het tweede lid bevat een aanvullende waarborg voor activiteiten waarbij vrijwilligers met minderjarigen werken. In die gevallen moet de aanvrager verklaren dat deze vrijwilligers beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag die niet ouder is dan vijf jaar. Hiermee wordt het belang van een sociaal veilige omgeving voor minderjarigen geborgd, zonder dat bij iedere aanvraag standaard de VOG zelf hoeft te worden overgelegd. Overigens kunnen de kosten van de VOG door de gemeente worden vergoed bovenop het subsidiebedrag, als de aanvrager niet in aanmerking komt voor een gratis VOG. Artikel 2.15. Hoogte subsidie Dit artikel bepaalt dat per aanvraag maximaal € 1.000 subsidie wordt verstrekt. Artikel 2.16. Weigeringsgronden In de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb zijn verschillende weigeringsgronden opgenomen. Sommige van deze gronden geven het bestuursorgaan beleidsvrijheid om te besluiten of een subsidie wordt geweigerd, terwijl andere gronden een verplichting tot weigering inhouden. Van een verplichte weigering is sprake wanneer het subsidieplafond door toekenning van de subsidie zou worden overschreden (artikel 4:25, tweede lid) of wanneer de verstrekking van subsidie naar het oordeel van het bestuursorgaan niet verenigbaar is met het bepaalde in de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, oftewel: de staatssteunregels (artikel 4:35, derde lid). Daarnaast bepaalt artikel 4:35 dat een subsidie kan worden geweigerd indien: -Er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden; -Er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; -Er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn; -Indien de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; -Indien de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend. Deze weigeringsgronden zijn in artikel 9 Asv nader uitgewerkt/aangevuld. In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat een subsidie in ieder geval kan worden geweigerd: -Als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; -Als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; -Als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; -Als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; -Als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; -In de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. De Asv laat ook ruimte om bij subsidieregeling extra weigeringsgronden op te nemen. In artikel 2.16 is hier gebruik van gemaakt en is bepaald dat een aanvraag wordt geweigerd indien: Onderdeel a. de activiteit gericht is op het maken van winst Subsidie wordt niet verstrekt voor activiteiten die zijn gericht op het behalen van winst. Onderdeel b. de activiteit een politieke of religieuze overtuiging uitdraagt Activiteiten die zijn gericht op het uitdragen van een politieke of religieuze overtuiging komen niet voor subsidie in aanmerking. Onderdeel c. de activiteit niet openbaar toegankelijk is voor alle inwoners uit de gemeente De activiteit moet toegankelijk zijn voor alle inwoners van Eijsden-Margraten. Met deze voorwaarde wordt beoogd dat de inzet van publieke middelen ten goede komt aan de gehele lokale gemeenschap. Onderdeel d. het aannemelijk is dat de activiteit niet (volledig) wordt uitgevoerd Subsidie wordt geweigerd wanneer onvoldoende aannemelijk is dat de activiteit daadwerkelijk of volledig zal worden uitgevoerd. Hiermee wordt voorkomen dat subsidie wordt verleend voor plannen die onvoldoende concreet, haalbaar of uitvoerbaar zijn. Onderdeel e. de activiteit al wordt gefinancierd op grond van een andere subsidietitel of een andere gemeentelijke regeling Een activiteit komt niet voor subsidie in aanmerking wanneer voor dezelfde activiteit al subsidie wordt verstrekt op grond van een andere subsidietitel of gemeentelijke subsidieregeling. Deze bepaling voorkomt dat dezelfde activiteit meerdere keren uit gemeentelijke middelen wordt gefinancierd. Onderdeel f. de aanvrager in het jaar waarin de activiteit plaatsvindt al een activiteitensubsidie heeft ontvangen op grond van deze subsidietitel Het aantal subsidies dat een aanvrager binnen deze regeling per kalenderjaar kan ontvangen, is begrensd. Hiermee wordt beoogd het beschikbare subsidiebudget over meerdere initiatiefnemers en activiteiten te verspreiden en te voorkomen dat een beperkt aantal aanvragers een onevenredig groot deel van het subsidieplafond benut. Onderdeel g. de activiteit betrekking heeft op de plaatsing van een voorziening, zoals een buurtbieb of mozaïekbank, in de openbare ruimte en binnen een straal van 2 kilometer reeds op grond van deze subsidieregeling een vergelijkbare voorziening voor dezelfde doelgroep is gerealiseerd Voor bepaalde voorzieningen in de openbare ruimte kan subsidie worden geweigerd wanneer voor dezelfde doelgroep binnen een beperkte afstand al een vergelijkbare voorziening aanwezig is. Hiermee wordt onnodige stapeling van vergelijkbare voorzieningen voorkomen en wordt gestreefd naar een doelmatige en evenwichtige spreiding van het beschikbare subsidiebudget. Artikel 2.17. Wijze van verdeling Dit artikel regelt hoe het beschikbare subsidiebudget wordt verdeeld. Uitgangspunt is het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’: complete aanvragen die aan de voorwaarden voldoen worden behandeld op volgorde van ontvangst, totdat het subsidieplafond is bereikt. Van belang is dat alleen een complete aanvraag meetelt voor het bepalen van de volgorde. Wanneer een aanvrager eerst nog de gelegenheid krijgt om ontbrekende gegevens aan te vullen, geldt als ontvangstdatum voor de verdeling de datum waarop de aanvraag compleet is. Hiermee wordt voorkomen dat een onvolledige aanvraag een eerdere positie inneemt ten opzichte van een aanvraag die direct volledig is ingediend. Wanneer meerdere aanvragen op dezelfde dag worden ontvangen en niet allemaal kunnen worden gehonoreerd omdat daarmee het subsidieplafond zou worden overschreden, wordt door loting een rangorde vastgesteld. Artikel 2.18. Verplichtingen Dit artikel bepaalt dat de subsidie daadwerkelijk moet worden ingezet voor de activiteit waarvoor deze is verleend. Daarnaast is de subsidieontvanger verplicht mee te werken aan evaluatieonderzoeken die door of namens de gemeente worden uitgevoerd. Paragraaf 2.2.2. Activiteitensubsidie voor incidentele culturele activiteiten en projecten Artikel 2.19. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen Eerste lid In het eerste lid is bepaald voor welke incidentele activiteiten of projecten subsidie kan worden verstrekt. De voorwaarden zijn cumulatief: de activiteit of het project moet aan alle genoemde onderdelen voldoen. Onder a is bepaald dat de activiteit niet reeds op grond van artikel 2.12 voor subsidie in aanmerking komt. Hiermee wordt overlap tussen de verschillende subsidietitels voorkomen. Artikel 2.12 is bedoeld voor activiteiten of projecten met een vernieuwend karakter, bijvoorbeeld doordat sprake is van een nieuwe activiteit, werkwijze, samenwerkingsvorm, doelgroep of presentatievorm. Te denken valt aan een nieuw gezamenlijk cultuurproject van meerdere verenigingen die niet eerder op deze manier hebben samengewerkt. Artikel 2.19 ziet juist op andere incidentele culturele activiteiten die niet vernieuwend hoeven te zijn, zoals een jubileum, een bijzondere uitvoering of het uitgeven van een publicatie. Onder b is afgebakend voor welke soorten incidentele activiteiten subsidie kan worden verstrekt. Het kan gaan om een bijzondere culturele uitvoering, voorstelling, expositie of vergelijkbare activiteit, een bijzondere gelegenheid zoals een jubileum of kampioenschap, het uitgeven van een boek of andere publicatie, of een wedstrijd die moet worden georganiseerd als gevolg van het winnen van een eerdere editie. Onder c is vervolgens bepaald dat de activiteit aantoonbaar moet bijdragen aan de ambities en doelstellingen van de Cultuurvisie Eijsden-Margraten. Hiermee wordt gewaarborgd dat de subsidie wordt ingezet voor activiteiten die aansluiten bij het gemeentelijke cultuurbeleid. Onder d is tot slot als voorwaarde opgenomen dat de activiteit voldoende binding moet hebben met de gemeente Eijsden-Margraten. Daarmee wordt geborgd dat de gemeentelijke subsidie ten goede komt aan activiteiten die van betekenis zijn voor de gemeente en haar inwoners. Tweede lid In het tweede lid is nader uitgewerkt wanneer sprake is van een bijdrage aan de ambities en doelstellingen van de Cultuurvisie Eijsden-Margraten. Derde lid In het derde lid is nader uitgewerkt wanneer sprake is van voldoende binding met de gemeente Eijsden-Margraten. Artikel 2.20. Eisen aan de aanvrager Dit artikel bepaalt dat natuurlijke personen en rechtspersonen subsidie kunnen aanvragen. Voor rechtspersonen geldt dat zij hoofdzakelijk gebruik moeten maken van vrijwilligers. Artikel 2.21. Eisen aan de aanvraag Dit artikel bevat een extra aanvraageis voor activiteiten of projecten waarbij vrijwilligers met minderjarigen werken. In dat geval moet de aanvrager verklaren dat de betrokken vrijwilligers beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag die niet ouder is dan vijf jaar. Met deze verplichting wordt het belang van een sociaal veilige omgeving voor minderjarigen benadrukt. Artikel 2.22. Hoogte subsidie Dit artikel bepaalt de maximale subsidiebedragen voor de verschillende soorten activiteiten die in artikel 2.19 zijn genoemd. Artikel 2.23. Weigeringsgronden In de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb zijn verschillende weigeringsgronden opgenomen. Sommige van deze gronden geven het bestuursorgaan beleidsvrijheid om te besluiten of een subsidie wordt geweigerd, terwijl andere gronden een verplichting tot weigering inhouden. Van een verplichte weigering is sprake wanneer het subsidieplafond door toekenning van de subsidie zou worden overschreden (artikel 4:25, tweede lid) of wanneer de verstrekking van subsidie naar het oordeel van het bestuursorgaan niet verenigbaar is met het bepaalde in de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, oftewel: de staatssteunregels (artikel 4:35, derde lid). Daarnaast bepaalt artikel 4:35 dat een subsidie kan worden geweigerd indien: -Er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden; -Er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; -Er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn; -Indien de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; -Indien de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend. Deze weigeringsgronden zijn in artikel 9 Asv nader uitgewerkt/aangevuld. In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat een subsidie in ieder geval kan worden geweigerd: -Als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; -Als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; -Als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; -Als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; -Als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; -In de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. De Asv laat dan ook ruimte om bij subsidieregeling extra weigeringsgronden op te nemen. In artikel 2.23 is hier gebruik van gemaakt en is bepaald dat een aanvraag wordt geweigerd indien: Onderdeel a. de activiteit gericht is op het maken van winst Subsidie wordt niet verstrekt voor activiteiten die zijn gericht op het behalen van winst. Onderdeel b. de activiteit een politieke of religieuze overtuiging uitdraagt Activiteiten die zijn gericht op het uitdragen van een politieke of religieuze overtuiging komen niet voor subsidie in aanmerking. Onderdeel c. het aannemelijk is dat de activiteit niet (volledig) wordt uitgevoerd Subsidie wordt geweigerd wanneer onvoldoende aannemelijk is dat de activiteit daadwerkelijk of volledig zal worden uitgevoerd. Hiermee wordt voorkomen dat subsidie wordt verleend voor plannen die onvoldoende concreet, haalbaar of uitvoerbaar zijn. Onderdeel d. de activiteit al wordt gefinancierd op grond van een andere subsidietitel of een andere gemeentelijke regeling Een activiteit komt niet voor subsidie in aanmerking wanneer voor dezelfde activiteit al subsidie wordt verstrekt op grond van een andere subsidietitel of gemeentelijke subsidieregeling. Deze bepaling voorkomt dat dezelfde activiteit meerdere keren uit gemeentelijke middelen wordt gefinancierd. Onderdeel e. de aanvrager in het jaar waarin de activiteit plaatsvindt al twee of meer activiteitensubsidies heeft ontvangen op grond van deze subsidietitel Het aantal subsidies dat een aanvrager binnen deze regeling per kalenderjaar kan ontvangen, is begrensd. Hiermee wordt beoogd het beschikbare subsidiebudget over meerdere initiatiefnemers en activiteiten te verspreiden en te voorkomen dat een beperkt aantal aanvragers een onevenredig groot deel van het subsidieplafond benut. Artikel 2.24. Wijze van verdeling Dit artikel regelt hoe het beschikbare subsidiebudget wordt verdeeld. Uitgangspunt is het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’: complete aanvragen die aan de voorwaarden voldoen worden behandeld op volgorde van ontvangst, totdat het subsidieplafond is bereikt. Van belang is dat alleen een complete aanvraag meetelt voor het bepalen van de volgorde. Wanneer een aanvrager eerst nog de gelegenheid krijgt om ontbrekende gegevens aan te vullen, geldt als ontvangstdatum voor de verdeling de datum waarop de aanvraag compleet is. Hiermee wordt voorkomen dat een onvolledige aanvraag een eerdere positie inneemt ten opzichte van een aanvraag die direct volledig is ingediend. Wanneer meerdere aanvragen op dezelfde dag worden ontvangen en niet allemaal kunnen worden gehonoreerd omdat daarmee het subsidieplafond zou worden overschreden, wordt door loting een rangorde vastgesteld. Artikel 2.25. Verplichtingen Dit artikel bepaalt dat de subsidie daadwerkelijk moet worden ingezet voor de activiteit waarvoor deze is verleend. Daarnaast is de subsidieontvanger verplicht mee te werken aan evaluatieonderzoeken die door of namens de gemeente worden uitgevoerd. Titel 2.3. Segment Sport en Beweging Artikel 2.26. Definities Dit artikel bevat de definitie van enkele begrippen die in deze subsidietitel worden gehanteerd. Artikel 2.27. Doel Dit artikel beschrijft het doel van deze subsidietitel. De regeling stimuleert sport en bewegen binnen de gemeente door het ondersteunen van incidentele activiteiten en projecten die bijdragen aan een gezonde leefstijl, vitaliteit, inclusie en sociale verbinding. Artikel 2.28. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen In dit lid is bepaald voor welke incidentele activiteiten en projecten subsidie kan worden verstrekt. Voor het begrip incidentele activiteiten of projecten wordt verwezen naar de begripsbepaling in deze regeling (artikel 1.1). Er is gekozen voor een ruim bereik van de activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie. Artikel 2.29. Eisen aan de aanvrager Dit artikel bepaalt dat natuurlijke personen en rechtspersonen subsidie kunnen aanvragen. Voor rechtspersonen geldt dat zij hoofdzakelijk gebruik moeten maken van vrijwilligers. Artikel 2.30. Eisen aan de aanvraag Dit artikel bevat aanvullende informatie die bij de subsidieaanvraag moet worden verstrekt, naast de algemene aanvraagvereisten uit artikel 6 van de Algemene subsidieverordening. Van de aanvrager wordt gevraagd inzichtelijk te maken hoeveel inwoners naar verwachting worden bereikt. Als de aanvrager samenwerkt met andere relevante partijen, wordt ook van de aanvrager gevraagd inzichtelijk te maken in welke mate en op welke wijze wordt samengewerkt. Deze informatie kan later worden gebruikt bij de evaluatie van de regeling. Het tweede lid bevat een aanvullende waarborg voor activiteiten waarbij vrijwilligers met minderjarigen werken. In die gevallen moet de aanvrager verklaren dat deze vrijwilligers beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag die niet ouder is dan vijf jaar. Hiermee wordt het belang van een sociaal veilige omgeving voor minderjarigen geborgd, zonder dat bij iedere aanvraag standaard de VOG zelf hoeft te worden overgelegd. Overigens kunnen de kosten van de VOG door de gemeente worden vergoed bovenop het subsidiebedrag, als de aanvrager niet in aanmerking komt voor een gratis VOG. In het derde lid is bepaald dat geen begroting van de activiteiten hoeft te worden overgelegd. Dit is een afwijking van artikel 6 van de Asv. Deze afwijking is bedoeld om, uit oogpunt van proportionaliteit, de administratieve lasten te beperken van aanvragers van een relatief lage subsidie. Artikel 2.31. Hoogte subsidie Dit artikel bepaalt de hoogte van de subsidie voor de verschillende soorten activiteiten en projecten die voor subsidie in aanmerking komen. De subsidie wordt verhoogd naar € 1.000 als de activiteit valt onder artikel 2.28, onder a tot en met f en daarnaast bijdraagt aan bevordering van gezonde voeding, inclusie en maatschappelijke participatie, versterking van het lokale netwerk door samenwerking met (andere) verenigingen en/of verbetering van motorische vaardigheden van jeugd en senioren. Artikel 2.32. Weigeringsgronden In de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb zijn verschillende weigeringsgronden opgenomen. Sommige van deze gronden geven het bestuursorgaan beleidsvrijheid om te besluiten of een subsidie wordt geweigerd, terwijl andere gronden een verplichting tot weigering inhouden. Van een verplichte weigering is sprake wanneer het subsidieplafond door toekenning van de subsidie zou worden overschreden (artikel 4:25, tweede lid) of wanneer de verstrekking van subsidie naar het oordeel van het bestuursorgaan niet verenigbaar is met het bepaalde in de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, oftewel: de staatssteunregels (artikel 4:35, derde lid). Daarnaast bepaalt artikel 4:35 dat een subsidie kan worden geweigerd indien: -Er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden; -Er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; -Er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn; -Indien de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; -Indien de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend. Deze weigeringsgronden zijn in artikel 9 Asv nader uitgewerkt/aangevuld. In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat een subsidie in ieder geval kan worden geweigerd: -Als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; -Als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; -Als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; -Als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; -Als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; -In de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. De Asv laat dan ook ruimte om bij subsidieregeling extra weigeringsgronden op te nemen. In artikel 2.32 is hier gebruik van gemaakt en is bepaald dat een aanvraag wordt geweigerd indien: Onderdeel a. de activiteit hoofdzakelijk een commercieel doel dient Subsidie wordt niet verstrekt voor activiteiten die hoofdzakelijk een commercieel doel dienen. Onderdeel b. de activiteit niet openbaar toegankelijk is voor alle inwoners uit de gemeente Activiteiten die niet openbaar toegankelijk zijn voor alle inwoners van de gemeente, komen niet voor subsidie in aanmerking. Onderdeel c. het aannemelijk is dat de activiteit niet (volledig) wordt uitgevoerd Subsidie wordt geweigerd wanneer onvoldoende aannemelijk is dat de activiteit daadwerkelijk of volledig zal worden uitgevoerd. Hiermee wordt voorkomen dat subsidie wordt verleend voor plannen die onvoldoende concreet, haalbaar of uitvoerbaar zijn. Onderdeel d. de activiteit al wordt gefinancierd op grond van een andere subsidietitel of een andere gemeentelijke regeling Een activiteit komt niet voor subsidie in aanmerking wanneer voor dezelfde activiteit al subsidie wordt verstrekt op grond van een andere subsidietitel of gemeentelijke subsidieregeling. Deze bepaling voorkomt dat dezelfde activiteit meerdere keren uit gemeentelijke middelen wordt gefinancierd. Onderdeel e. de aanvrager in het jaar waarin de activiteit plaatsvindt al twee of meer activiteitensubsidies heeft ontvangen op grond van deze subsidietitel Het aantal subsidies dat een aanvrager binnen deze regeling per kalenderjaar kan ontvangen, is begrensd. Hiermee wordt beoogd het beschikbare subsidiebudget over meerdere initiatiefnemers en activiteiten te verspreiden en te voorkomen dat een beperkt aantal aanvragers een onevenredig groot deel van het subsidieplafond benut. Artikel 2.33. Wijze van verdeling Dit artikel regelt hoe het beschikbare subsidiebudget wordt verdeeld. Uitgangspunt is het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’: complete aanvragen die aan de voorwaarden voldoen worden behandeld op volgorde van ontvangst, totdat het subsidieplafond is bereikt. Van belang is dat alleen een complete aanvraag meetelt voor het bepalen van de volgorde. Wanneer een aanvrager eerst nog de gelegenheid krijgt om ontbrekende gegevens aan te vullen, geldt als ontvangstdatum voor de verdeling de datum waarop de aanvraag compleet is. Hiermee wordt voorkomen dat een onvolledige aanvraag een eerdere positie inneemt ten opzichte van een aanvraag die direct volledig is ingediend. Wanneer meerdere aanvragen op dezelfde dag worden ontvangen en niet allemaal kunnen worden gehonoreerd omdat daarmee het subsidieplafond zou worden overschreden, wordt door loting een rangorde vastgesteld. Artikel 2.34. Verplichtingen Dit artikel bepaalt dat de subsidie daadwerkelijk moet worden ingezet voor de activiteit waarvoor deze is verleend. Daarnaast is de subsidieontvanger verplicht mee te werken aan evaluatieonderzoeken die door of namens de gemeente worden uitgevoerd. Hoofdstuk 3. Slotbepalingen Artikel 3.1. Hardheidsclausule Dit artikel bevat een hardheidsclausule. Daarmee wordt burgemeester en wethouders de mogelijkheid geboden om in bijzondere gevallen van deze regeling af te wijken, indien strikte toepassing ervan voor een subsidieaanvrager of subsidieontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de regeling te dienen belangen. De bepaling is bedoeld voor uitzonderlijke situaties en vraagt om een terughoudende toepassing (zie in dit kader ook de toelichting bij artikel 20, Asv). Artikel 3.2. Indexatie Dit artikel regelt dat burgemeester en wethouders bij afzonderlijk besluit de bedragen uit deze subsidieregeling kunnen indexeren. In dat besluit dient ook te worden bepaald op welke wijze wordt geïndexeerd. Artikel 3.3. Evaluatiebepaling Dit artikel regelt dat de regeling binnen vier jaar na de inwerkingtreding wordt geëvalueerd. Omdat het om een nieuwe regeling gaat, is het van belang om tijdig te bezien hoe deze in de praktijk uitwerkt. Daarmee kunnen eventuele onduidelijkheden of omissies worden gesignaleerd en waar nodig worden ondervangen. Bij de evaluatie zal worden gekeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid. Daarbij kan onder meer aandacht worden besteed aan het aantal aanvragen, de verdeling van subsidies, de uitvoerbaarheid van de regeling, de administratieve lasten voor aanvragers en de mate waarin de gesubsidieerde activiteiten bijdragen aan de doelen van de regeling. Ook subsidieontvangers kunnen worden bevraagd over wat goed gaat en wat beter kan. De uitkomsten van de evaluatie kunnen worden gebruikt om de regeling verder te verfijnen. De evaluatie sluit aan bij artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht. Op grond van dat artikel wordt, indien een subsidie op een wettelijk voorschrift berust, ten minste eenmaal in de vijf jaar een verslag gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Deze regeling kiest voor een kortere termijn van vier jaar, zodat tijdig kan worden beoordeeld of bijstelling wenselijk is. Artikel 3.4. Citeertitel De citeertitel van deze regeling is Subsidieregeling incidentele subsidies Sociaal Domein 2026. Met deze citeertitel kan eenvoudig, eenduidig en juridisch correct naar de regeling worden verwezen. Artikel 3.5. Inwerkingtreding Dit artikel regelt het moment waarop de subsidieregeling in werking treedt. Vanaf die datum worden aanvragen beoordeeld op grond van deze regeling. Bijlage 2 Grondslagen en deelplafonds subsidieregeling incidentele subsidies Sociaal Domein Onderdeel Sociale Basis & Preventie Deelplafond 2027 € 2.500,00 Preventie en middelengebruik 2027 € 7.500,00 Overig € 10.000,00 Totaal Grondslag Subsidie Vast bedrag per activiteit op volgorde van binnenkomst, aanvraag per tijdsvak Onderdeel Kunst, Cultuur en Erfgoed Deelplafond 2027 € 10.000,00 Activiteitensubsidie voor innovatie en maatschappelijke impact € 10.000,00 Activiteitensubsidie voor bijzondere activiteiten verenigingen en stichtingen € 20.000,00 Totaal Grondslag Subsidie Maximaal bedrag per activiteit op volgorde van binnenkomst, aanvraag per tijdsvak Onderdeel Sport en Bewegen Deelplafond 2027 € 2.500,00 Gezonde Sportkantine 2027 € 7.500,00 Overig € 10.000,00 Totaal Grondslag Subsidie Vast bedrag per activiteit op volgorde van binnenkomst, aanvraag per tijdsvak

Meer informatie