Subsidieregeling preventie en vroegsignalering geweld achter de voordeur Den Haag 2026

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op29 september 2026
Gepubliceerd doorGemeente 's-Gravenhage

Subsidieregeling preventie en vroegsignalering geweld achter de voordeur Den Haag 2026 Toelichting Het college zet met deze Subsidieregeling preventie en vroegsignalering geweld achter de voordeur Den Haag 2026 in op het voorkomen, signaleren en bieden van hulp bij geweld achter de voordeur voor de inwoners en professionals in Den Haag. Met de subsidieregeling geeft het college uitvoering aan het Haagse beleid over dit onderwerp, dat onder andere is beschreven in de Haagse aanpak gendergerelateerd geweld 2023-2026 (RIS317334). Verder geeft het college met de subsidieregeling ook een lokale invulling aan de Regiovisie Aanpak huiselijk geweld Haaglanden 2026. Deze subsidieregeling is een vervolg op de Subsidieregeling preventie en vroegsignalering huiselijk geweld Den Haag 2022. Wel zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd. Zo zijn de omschrijvingen van de subsidiabele activiteiten aangescherpt, zodat duidelijker is welke activiteiten voor welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen. Daarbij is er een subsidiabele activiteit toegevoegd die ziet op de plegers van geweld achter de voordeur, dit biedt ruimte om subsidie te verlenen voor meer gerichte activiteiten. Ook is het maximale subsidiebedrag bijgesteld en is voor elke activiteit een apart subsidieplafond opgenomen, zodat meer verschillende organisaties aanspraak kunnen maken op subsidie. Tenslotte is er een verschil aangebracht in het verkrijgen van subsidie door organisaties die meer ervaring hebben met het doel van deze subsidieregeling en minder ervaren organisaties. Besluitvorming Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, gelet op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020, besluit vast te stellen de Subsidieregeling preventie en vroegsignalering geweld achter de voordeur Den Haag 2026: Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: - ASV: Algemene subsidieverordening Den Haag 2020; - Awb: Algemene wet bestuursrecht; - college: het college van burgemeester en wethouders van Den Haag; - ervaringsdeskundige: persoon die beschikt over een certificaat van een afgeronde opleiding om ervaring met geweld achter de voordeur in te zetten om anderen te informeren of te ondersteunen; - geweld achter de voordeur: alle vormen van lichamelijk en psychisch geweld in een afhankelijkheidsrelatie gepleegd door iemand uit de huiselijke of familiekring dan wel het directe netwerk van het slachtoffer; - meldcode: meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling die beschrijft welke stappen van professionals nodig zijn bij vermoedens van geweld achter de voordeur; - passende ondersteuning: bieden van hulp op maat zodat de hulp zo goed mogelijk aansluit op de wensen en behoeften van degene die hulp krijgt; - professional: degene die binnen Den Haag betaalde werkzaamheden verricht en daarbij in aanraking kan komen met slachtoffers of plegers van geweld achter de voordeur; - vrijwilliger: degene die binnen Den Haag onbetaalde werkzaamheden verricht en daarbij in aanraking kan komen met slachtoffers of plegers van geweld achter de voordeur. Artikel 1:2 Toepassingsbereik Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 1:4 bedoelde activiteiten. Artikel 1:3 Doel van de subsidie 1.Het doel van de subsidieregeling is het voorkomen, vroegtijdig signaleren van en het bieden van passende ondersteuning bij alle vormen van geweld achter de voordeur. 2.Het achterliggende maatschappelijke doel van de subsidieregeling is ervoor zorgen dat het binnen de huiselijke kring of het sociale netwerk structureel veilig is. Artikel 1:4 Activiteiten Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op: a.het bespreekbaar maken van geweld achter de voordeur onder degenen die in Den Haag wonen of daar naar school gaan; b.het geven van voorlichting over het voorkomen, signaleren en bieden van passende ondersteuning bij geweld achter de voordeur aan degenen die in Den Haag wonen of daar naar school gaan; c.het overdragen van kennis over het signaleren van geweld achter de voordeur aan professionals of vrijwilligers die in Den Haag werkzaam zijn; d.het bewust maken van de mogelijkheden voor het voorkomen van geweld achter de voordeur van professionals of vrijwilligers die in Den Haag werkzaam zijn; e.het scholen, trainen en begeleiden bij de aanpak van geweld achter de voordeur van professionals of vrijwilligers die in Den Haag werkzaam zijn; f.bijdragen aan het bevorderen van de weerbaarheid, veerkracht en zelfbeschikking van slachtoffers van geweld achter de voordeur; g.het, al dan niet in groepsverband, bieden van passende ondersteuning aan slachtoffers van geweld achter de voordeur; of h.het, al dan niet in groepsverband, bijdragen aan het begeleiden en bieden van passende ondersteuning aan plegers van geweld achter de voordeur. Artikel 1:5 Doelgroep Subsidie wordt verstrekt aan: a.rechtspersonen zonder winstoogmerk; b.natuurlijke personen, die ervaringsdeskundige zijn. Artikel 1:6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1.Subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 1:4. 2.Niet voor subsidie in aanmerking komen: a.de kosten voor vrijwilligersvergoedingen die hoger zijn dan het fiscaal vrijgestelde maximum; b.de kosten voor projectleiding, coördinatie en andere uitvoerende of aansturende functies die, naar het oordeel van het college, niet marktconform zijn gezien de aard en omvang van de organisatie of sector; en c.de BTW over de gesubsidieerde kosten. Artikel 1:7 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt maximaal: a.€ 50.000,- per aanvrager per kalenderjaar voor een aanvrager die voor het eerst subsidie aanvraagt voor het doel bedoeld in artikel 1:3, eerste lid; b.€ 100.000,- per aanvrager per kalenderjaar voor andere aanvragers. Artikel 1:8 Subsidieplafond Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt voor het kalenderjaar 2027 een subsidieplafond van € 1.000.000,-, met deelplafonds van: a.€ 500.000,- voor activiteiten als bedoeld in artikel 1:4, onder a en b; b.€ 250.000,- voor activiteiten als bedoeld in artikel 1:4, onder c, d en e; c.€ 250.000,- voor activiteiten als bedoeld in artikel 1:4, onder f, g en h. Artikel 1:9 Wijze van verdeling 1.Als het totaalbedrag van de te honoreren aanvragen hoger is dan het vastgestelde deelplafond verleent het college de subsidie in volgorde van ontvangst van de aanvraag bij het college, totdat het vastgestelde deelplafond is bereikt.2.Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als tijdstip van indiening van de aanvraag het tijdstip waarop de aanvraag volledig is aangevuld. Hoofdstuk 2 Aanvraag subsidie en termijnen Artikel 2:1 Aanvraag subsidie 1.Onverminderd artikel 8, tweede en derde lid, van de ASV legt de aanvrager een plan van aanpak voor het uitvoeren van de activiteiten over.2.In aanvulling op het eerste lid leggen de aanvragers van een subsidie voor activiteiten gericht op professionals of vrijwilligers, als bedoeld in artikel 1:4, onder b, of slachtoffers of plegers van geweld achter de voordeur, als bedoeld in artikel 1:4, onder c en d, ook de volgende gegevens over: a.documenten of een beschrijving waaruit blijkt dat de aanvrager bereik heeft onder de doelgroep waarop de activiteiten zich richten; b.documenten of een beschrijving waaruit blijkt dat de aanvrager kennis heeft van methoden of interventies om geweld achter de voordeur te voorkomen, signaleren, of het bieden van passende ondersteuning; c.een overzicht van trainingen die degenen die de activiteiten zullen uitvoeren gevolgd hebben of tijdens de uitvoering van de activiteiten zullen volgen over het hanteren van de meldcode. 3.In aanvulling op het eerste lid kan het college een aanvrager als bedoeld in artikel 1:5 onder a. verzoeken om een controleverklaring van een accountant te verstrekken over de jaarrekening van het jaar voorafgaand aan de aanvraag.4.De aanvrager maakt voor de aanvraag gebruik van het door het college voor deze regeling vastgestelde digitale aanvraagformulier. Artikel 2:2 Aanvraagtermijn In afwijking van artikel 9, tweede lid, van de ASV, wordt een aanvraag om subsidie ingediend vanaf 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarin de activiteiten plaatsvinden tot en met 31 juli van het jaar waarin de activiteiten zullen worden verricht. Hoofdstuk 3 Weigeringsgronden Artikel 3:1 Weigeringsgronden Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Awb en artikel 11, eerste, tweede en derde lid, van de ASV weigert het college een subsidie als: a.de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd in aanmerking komt voor subsidie op basis van een andere subsidieregeling; b.de aanvraag wordt gedaan voor activiteiten die naar het oordeel van het college al in voldoende mate uitgevoerd of gefinancierd worden door andere partijen; of c.niet aannemelijk is dat de activiteiten zullen worden verricht zoals deze zijn beschreven in de aanvraag, mede gelet op de ervaring of deskundigheid van de aanvrager. Hoofdstuk 4 Verplichtingen en betaling Artikel 4:1 Verplichtingen Onverminderd de artikelen 12 tot en met 14 van de ASV, gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen: a.de subsidieontvanger is verplicht het gebruik van de meldcode in elke activiteit aantoonbaar te kunnen maken op verzoek van het college; b.de subsidieontvanger is verplicht de activiteiten per stadsdeel aan te melden op de sociale kaart van Den Haag; c.de subsidieontvanger is verplicht om tweemaal per jaar mee te werken aan tussentijds overleg met medewerkers van de gemeente en gezamenlijke evaluaties over de activiteiten, de uitvoering daarvan, de daarmee gemoeide bedrijfsvoering en de resultaten; en d.de subsidieontvanger is verplicht de activiteiten uit te voeren in het kalenderjaar waarvoor de subsidie is aangevraagd. Artikel 4:2 Bevoorschotting 1.Bevoorschotting vindt plaats met 90% van de verleende subsidie in één keer. 2.Het college kan in de subsidiebeschikking van het eerste lid afwijken. Hoofdstuk 5 Eindverantwoording en vaststelling na verlening vooraf Artikel 5:1 Wijze van verantwoorden 1.De aanvraag tot vaststelling bevat: a.een voor openbaarmaking geschikt inhoudelijk verslag conform artikel 17, vierde lid, van de ASV; b.een voor openbaarmaking geschikt financieel verslag conform artikel 17, vijfde lid, van de ASV; en c.een verklaring dat de verantwoording juist en volledig is. Bij verantwoording door een rechtspersoon wordt hiervoor een bestuursverklaring of directieverklaring ingediend volgens het door het college vastgestelde model. 2.Het inhoudelijk verslag bevat: a.een overzicht van gerealiseerde activiteiten zoals genoemd in artikel 1:4; b.een beschrijving van de mate waarin de resultaten zoals opgenomen in de verleningsbeschikking zijn gehaald; en c.een overzicht van de behaalde resultaten en het bereik van de activiteiten per stadsdeel. 3.Het financieel verslag bevat een overzicht van de inkomsten en uitgaven die aansluiten bij de posten in de begroting, met een toelichting op afwijkingen groter dan 10% op hoofdposten van de begroting. Artikel 5:2 Aanvullende verantwoordingsstukken Het college kan aanvullende bescheiden opvragen ter onderbouwing van de gemaakte kosten, waaronder in ieder geval: a.kopieën van bonnen en facturen die betrekking hebben op de subsidiabele activiteiten; en b.een gespecificeerde vrijwilligersadministratie, bestaande uit vrijwilligersovereenkomsten, urenregistraties, vergoedingen en overige relevante gegevens. Hoofdstuk 6 Overige bepalingen Artikel 6:1 Evaluatie Het college evalueert deze subsidieregeling één jaar na inwerkingtreding. Artikel 6:2 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie in het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 augustus 2029. Artikel 6:3 Intrekking De Subsidieregeling preventie en vroegsignalering huiselijk geweld Den Haag 2022 wordt met ingang van 1 september 2026 ingetrokken. Artikel 6:4 Overgangsrecht De bepalingen van de Subsidieregeling preventie en vroegsignalering huiselijk geweld Den Haag 2022 blijven van toepassing op subsidies die vóór 1 september 2026 op basis van die regeling zijn aangevraagd. Artikel 6:5 Citeertitel Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling preventie en vroegsignalering geweld achter de voordeur Den Haag 2026. Den Haag, 22 september 2026 Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris Ilma Merx de locoburgemeesterRichard de Mos Artikelsgewijze toelichting Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen Geweld achter de voordeur Onder geweld achter de voordeur worden alle vormen van lichamelijk, psychisch en seksueel geweld verstaan die plaatsvinden binnen een afhankelijkheidsrelatie. Hieronder vallen onder meer kindermishandeling, huiselijk geweld, intieme terreur, ouderenmishandeling, geweld door (ex-)partners, huwelijksdwang en eergerelateerd geweld en andere schadelijke praktijken. Professional en vrijwilliger Met professionals en vrijwilligers worden alle personen bedoeld die vanuit hun betaalde of onbetaalde werkzaamheden in aanraking kunnen komen met (signalen van) geweld achter de voordeur. Het begrip is nadrukkelijk niet beperkt tot personen die zich bezighouden met het voorkomen, signaleren of bieden van hulp bij geweld achter de voordeur. Hieronder vallen bijvoorbeeld ook professionals en vrijwilligers werkzaam in het onderwijs, buurthuizen, bibliotheken, sport- en spelvoorzieningen, de horeca en kapperszaken, die vanuit hun functie met dergelijke situaties in aanraking kunnen komen. Artikel 1:7 Hoogte van de subsidie Dit artikel maakt onderscheid tussen aanvragers die voor het eerst subsidie aanvragen en aanvragers die eerder subsidie hebben ontvangen voor activiteiten gericht op het voorkomen, signaleren of bieden van hulp bij geweld achter de voordeur in Den Haag. Voor nieuwe aanvragers geldt een lager maximaal subsidiebedrag. De subsidiabele activiteiten richten zich op diverse en vaak lastig bereikbare doelgroepen. Het kost daardoor doorgaans meer tijd om deze groepen te bereiken, effectieve communicatiekanalen op te bouwen en een passend netwerk te ontwikkelen. Daardoor voeren nieuwe aanvragers in de praktijk vaak minder activiteiten uit dan organisaties die al ervaring hebben binnen Den Haag. Dit leidt regelmatig tot een lagere subsidievaststelling en terugbetaling van subsidie, met financiële risico’s voor zowel de gemeente als de aanvrager. Tegelijkertijd vindt het college het belangrijk dat nieuwe partijen toegang houden tot subsidie, om het bereik van de activiteiten te verbreden en innovatie te stimuleren. Daarom is niet gekozen voor een weigeringsgrond of verdelingsmethode waarbij ervaring binnen Den Haag een rol speelt. In plaats daarvan geldt voor nieuwe aanvragers een lager maximaal subsidiebedrag. Hiermee worden financiële risico’s beperkt en krijgen deze aanvragers de ruimte om ervaring op te doen. Bij een volgende aanvraag kunnen zij, mits aan de subsidievoorwaarden wordt voldaan, in aanmerking komen voor het hogere subsidiebedrag.

Meer informatie