Algemene legesverordening Den Haag 2021
Verordening tot veertiende wijziging van de Algemene legesverordening Den Haag 2021 Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, overwegende dat: -per 1 oktober 2026 de wettelijke grondslag wijzigt voor de Nederlandse identiteitskaart; -tot 1 oktober 2026 de Paspoortwet de grondslag bevat, en per 1 oktober 2026 de Wet op de Nederlandse identiteitskaart in werking treedt; -in de Algemene legesverordening Den Haag 2021 bij de tariefstelling voor de Nederlandse identiteitskaart wordt verwezen naar de tarieven opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden; -per 1 oktober 2026 deze rijkstarieven zijn opgenomen in artikel 19 van het Besluit Nederlandse identiteitskaart. Hoofdstuk 6 van de tarieventabel behorende bij deze verordening hierop moet worden aangepast per 1 oktober 2026; -artikel 8 van de Algemene legesverordening Den Haag 2021 het mogelijk maakt voor het college om deze wijziging door te voeren, nu er sprake is van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking; gelet op: -artikel 9, tweede en derde lid, van de Wet op de Nederlandse identiteitskaart; -artikel 7, tweede lid, van de Paspoortwet; -artikelen 149, 216 en 229, eerste lid, onderdelen a en b, van de Gemeentewet; -artikel 19 van het Besluit Nederlandse identiteitskaart; en -artikel 6 van het Besluit paspoortgelden; besluit vast te stellen de Verordening tot veertiende wijziging van de Algemene legesverordening Den Haag 2021: Artikel I De Algemene legesverordening Den Haag 2021 wordt gewijzigd als volgt. A.Hoofdstuk 6 van de tarieventabel behorende bij Algemene legesverordening Den Haag 2021 komt te luiden: Hoofdstuk 6. Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart Art Omschrijving Tarief 6.1 Het, op ten hoogste 5 cent afgeronde, te heffen tarief zoals is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden dan wel artikel 19 van het Besluit Nederlandse identiteitskaart, dan wel de daarvoor in de plaats tredende bepaling, bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag: 6.1.1 van een nationaal paspoort of een zakenpaspoort dan wel een faciliteitenpaspoort: 6.1.1.1 voor een persoon, die als ingezetene is ingeschreven in de BRP en die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: Volgt Rijkstarief 6.1.1.2 voor een persoon, die als ingezetene is ingeschreven in de BRP en die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: Volgt Rijkstarief 6.1.2 van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen, die als ingezetenen zijn ingeschreven in de BRP: Volgt Rijkstarief 6.1.3 van een Nederlandse identiteitskaart: 6.1.3.1 voor een persoon, die als ingezetene is ingeschreven in de BRP en die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: Volgt Rijkstarief 6.1.3.2 voor een persoon, die als ingezetene is ingeschreven in de BRP en die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: Volgt Rijkstarief 6.1.3.3 van een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van een betrokken persoon: Volgt Rijkstarief 6.2 Het, op ten hoogste 5 cent afgeronde, te heffen tarief zoals is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden dan wel artikel 19 van het Besluit Nederlandse identiteitskaart, dan wel de daarvoor in de plaats tredende bepaling, bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag: 6.2.1 van een nationaal paspoort of zakenpaspoort dan wel een faciliteitenpaspoort: 6.2.1.1 voor een persoon, die niet als ingezetene is ingeschreven in de BRP en die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: Volgt Rijkstarief 6.2.1.2 voor een persoon, die niet als ingezetene is ingeschreven in de BRP en die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: Volgt Rijkstarief 6.2.2 van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen, die niet als ingezetenen zijn ingeschreven in de BRP: Volgt Rijkstarief 6.2.3 van een Nederlandse identiteitskaart: 6.2.3.1 voor een persoon, die niet als ingezetene is ingeschreven in de BRP en die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: Volgt Rijkstarief 6.2.3.2 voor een persoon, die niet als ingezetene is ingeschreven in de BRP en die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: Volgt Rijkstarief 6.2.3.3 van een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, die niet als ingezetene is ingeschreven in de BRP, ongeacht de leeftijd van een betrokken persoon: Volgt Rijkstarief 6.3 De tarieven als genoemd in de onderdelen 6.1 tot en met 6.2.3.3 worden bij een spoedlevering vermeerderd met: Volgt Rijkstarief Artikel II 1.Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop zowel de Wet op de Nederlandse identiteitskaart als het Besluit Nederlandse identiteitskaart in werking zijn getreden, met dien verstande dat de bepalingen die op grond van deze verordening worden gewijzigd van kracht blijven voor de tijdvakken waarvoor zij hebben gegolden.2.De datum van ingang van de heffing is de datum van inwerkingtreding van deze verordening. Den Haag, 22 september 2026 Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, Ilma Merx de locoburgemeester,Richard de Mos
Meer informatie