Subsidieregeling Opleidingsfonds ontheemden Oekraïne gemeente Kampen 2026-2028

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op29 september 2026
Gepubliceerd doorGemeente Kampen

Subsidieregeling Opleidingsfonds ontheemden Oekraïne gemeente Kampen 2026-2028 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kampen; gelezen het voorstel met kenmerk 58208-2026; gelet op Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening gemeente Kampen 2026; besluit vast te stellen de Subsidieregeling Opleidingsfonds ontheemden Oekraïne gemeente Kampen 2026-2028 Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: -Asv: Algemene subsidieverordening gemeente Kampen 2026; -erkende opleiding: een bekostigde, in Registratie Instellingen en Opleidingen (RIO), geregistreerde mbo-, hbo- of wo-opleiding als bedoeld in artikel 4; -ontheemde uit Oekraïne: persoon die rechtmatig in Nederland verblijft en valt onder de doelgroep, bedoeld in artikel 7; -Regeling: Regeling opvang ontheemden Oekraïne; -rekenhulp studiefinanciering DUO: de op het moment van aanvraag door DUO beschikbaar gestelde digitale rekenhulp waarmee een indicatie van het recht op en de hoogte van studiefinanciering en aanvullende beurs kan worden vastgesteld. De rekenhulp is beschikbaar via rekenhulp studiefinanciering DUO; -Richtlijn Tijdelijke Bescherming: Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van de Europese Unie inzake tijdelijke bescherming bij een massale toestroom van ontheemden; -studiejaar: de periode van start studiejaar tot einde studiejaar; -studiekosten: kosten die direct verband houden met het volgen van een activiteit als bedoeld in artikel 4, waaronder in ieder geval het wettelijk collegegeld en het instellingscollegegeld. Artikel 2 Reikwijdte 1.Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 4 bedoelde activiteiten. 2.De Asv is van toepassing, tenzij daarvan in deze subsidieregeling nadrukkelijk wordt afgeweken. Artikel 3 Doel van de subsidie Het doel van deze subsidieregeling is het financieel ondersteunen van ontheemden uit Oekraïne, die geen toegang hebben tot studiefinanciering, zodat zij kunnen deelnemen aan erkend mbo-, hbo- of wo-onderwijs of zich kunnen omscholen naar een beroep of functie op de Nederlandse arbeidsmarkt. Hiermee wordt beoogd hun kansen op duurzame arbeid, zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie in Nederland te vergroten. Voor subsidie ten behoeve van een mbo-, hbo- of wo-opleiding geldt een leeftijdsgrens van 18 tot en met 30 jaar. Met deze leeftijdsgrens sluit de subsidieregeling zoveel mogelijk aan bij het Nederlandse stelsel van studiefinanciering. De doelgroep van deze subsidieregeling komt niet in aanmerking voor reguliere studiefinanciering. De subsidie is daarom bedoeld om deze doelgroep, binnen de kaders van het Nederlandse studiefinancieringsstelsel, in staat te stellen een opleiding te volgen. Door dezelfde leeftijdsgrens te hanteren als in het studiefinancieringsstelsel wordt voorkomen dat de doelgroep op dit punt in een gunstigere positie komt te verkeren dan personen die wel onder het reguliere Nederlandse studiefinancieringsstelsel vallen. Artikel 4 Activiteiten 1.Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan de toegang tot onderwijs en duurzame arbeidsmarktparticipatie van ontheemden uit Oekraïne. 2.Hieronder vallen in elk geval: a.deelname aan een erkende mbo-, hbo- of wo-opleiding in Nederland; b.het volgen van een opleiding die is gericht op omscholing naar een beroep of functie op de Nederlandse arbeidsmarkt, indien deze opleiding noodzakelijk is om duurzaam te kunnen deelnemen aan de Nederlandse arbeidsmarkt; c.het laten uitvoeren van een waardering van een in het buitenland behaald diploma of opleidingsniveau; d.het afleggen van een toelatingsonderzoek of toelatingstoets die door een onderwijsinstelling wordt vereist voor een opleiding als bedoeld onder a of b; e.het volgen van een training of cursus die aantoonbaar noodzakelijk is voor het in aanmerking komen voor een beroep of functie op de Nederlandse arbeidsmarkt. Artikel 5 Subsidiecriteria Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4, tweede lid onder a of b, wordt uitsluitend verstrekt indien wordt voldaan aan de volgende criteria: a.aanvrager heeft geen recht op studiefinanciering en/of een studentenreisproduct op grond van de Wet studiefinanciering 2000; b.aanvrager staat ingeschreven bij een erkende mbo-, hbo- of wo-opleiding; c.aanvrager dient, in geval van een mbo-opleiding, geen recht te hebben op kwijtschelding van het lesgeld bij DUO; d.de activiteit is arbeidsmarktrelevant en draagt bij aan de mogelijkheden van de aanvrager op duurzame arbeidsinschakeling. Artikel 6 Subsidievorm 1.De subsidie wordt verleend voor de duur van de activiteiten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, met dien verstande dat de subsidie wordt verleend tot uiterlijk het einde van de looptijd van deze subsidieregeling. 2.Indien een opleiding of omscholingstraject meerdere studiejaren omvat, kan het college de subsidie voor meerdere studiejaren verlenen, voor zover deze studiejaren binnen de looptijd van deze subsidieregeling vallen. 3.De subsidie voor een erkende mbo-, hbo- of wo-opleiding wordt ten hoogste verstrekt voor de nominale duur van de opleiding zoals vastgesteld door de onderwijsinstelling. Na afloop van deze nominale duur wordt geen subsidie meer verstrekt. Artikel 7 Doelgroep 1.In afwijking van artikel 6, eerste lid, van de Asv wordt subsidie op grond van deze subsidieregeling uitsluitend verstrekt aan natuurlijke personen. 2.Voor subsidie komen in aanmerking ontheemden uit Oekraïne die: a.vallen onder de Regeling en Richtlijn Tijdelijke Bescherming of na beëindiging van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming op grond van een andere verblijfsregeling in Nederland verblijven; b.woonachtig zijn in gemeente Kampen, voor in elk geval de duur van de activiteit als bedoeld in artikel 4, tweede lid; c.een opleiding volgen of gaan volgen als bedoeld in artikel 4. 3.Voor subsidie ten behoeve van het volgen van een erkende mbo-, hbo- of wo-opleiding als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder a, geldt als aanvullende voorwaarde dat de aanvrager bij aanvang van de opleiding de leeftijd heeft van 18 tot en met 30 jaar. Artikel 8 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1.Voor subsidie komen uitsluitend in aanmerking de kosten die direct verband houden met de activiteiten als bedoeld in artikel 4 en die noodzakelijk zijn voor het volgen van de opleiding, waaronder: a.het wettelijk collegegeld met inachtneming van een eigen bijdrage die gelijk is aan de eigen bijdrage van een Nederlandse student volgens de rekenhulp studiefinanciering DUO; b.het instellingscollegegeld, voor zover voor een soortgelijke opleiding geen opleiding beschikbaar is aan een hogeschool of universiteit waar het wettelijk collegegeld wordt gehanteerd; c.studiekosten die verband houden met omscholing naar een beroep of functie op de Nederlandse arbeidsmarkt; d.kosten die verband houden met een toelatingsonderzoek tot een opleiding; e.kosten die verband houden met het waarderen van buitenlandse diploma’s; f.reiskosten van opvang of verblijf naar de onderwijsinstelling, voor zover het een activiteit betreft als genoemd in artikel 4, tweede lid, onder a of b; g.overige kosten die direct aan de studie zijn verbonden en naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het volgen van de opleiding. 2.Niet voor subsidie in aanmerking komen: a.kosten die zijn gemaakt vóór de indiening van de aanvraag; b.kosten waarvoor reeds op andere wijze een vergoeding is ontvangen of kan worden ontvangen (dubbele financiering); c.persoonlijke kosten voor levensonderhoud, waaronder in ieder geval kosten voor eten, kleding en huisvesting; d.aanschaf van laptops, tablets of andere hardware; e.aanschaf van boeken en lesmateriaal; f.excursies en studiereizen; g.niet-verplichte onderwijsactiviteiten; h.kosten die behoren tot bijkomende studiematerialen waarvan verwacht mag worden dat men deze zelf bekostigt, zoals kantoorartikelen e.d. Artikel 9 Hoogte van de subsidie 1.De subsidie wordt verstrekt als een aanvullende tegemoetkoming en strekt niet tot volledige vergoeding van de activiteiten die bijdragen aan de toegang tot onderwijs en duurzame arbeidsmarktparticipatie van ontheemden uit Oekraïne. 2.De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van het verschil tussen de subsidiabele studiekosten en de eigen bijdrage die van de aanvrager kan worden verwacht. Daarbij wordt de eigen bijdrage vastgesteld op basis van de norm die geldt voor een student met aanspraak op studiefinanciering in Nederland en wordt rekening gehouden met andere ontvangen of te ontvangen vergoedingen en de doelmatigheid van de studiekeuze. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de rekenhulp studiefinanciering DUO. 3.De subsidie bedraagt per studiejaar, volgens prijspeil 2026, maximaal: a.€ 4.000 voor kosten die verband houden met een mbo-opleiding; b.€ 10.000 voor kosten die verband houden met een hbo-opleiding; c.€ 15.000 voor kosten die verband houden met een wo-opleiding; d.€ 8.000 voor kosten die verband houden met een omscholingstraject gericht op duurzame arbeidsmarktparticipatie in Nederland. 4.Bij een aanvraag voor een meerjarige mbo-, hbo- of wo-opleiding wordt bij de beoordeling van de beschikbare middelen uitsluitend rekening gehouden met de studiejaren die binnen de looptijd van deze subsidieregeling vallen. 5.De subsidie voor een diplomawaardering of toelatingsonderzoek bedraagt maximaal de daadwerkelijk gemaakte en noodzakelijke kosten, met een maximum van €1.000 per aanvraag. Voor een diplomawaardering en een toelatingsonderzoek wordt per aanvrager gedurende de looptijd van deze regeling maximaal eenmaal subsidie verstrekt. 6.De subsidie voor het volgen van een training of cursus die aantoonbaar noodzakelijk is voor het in aanmerking komen voor een beroep of functie op de Nederlandse arbeidsmarkt bedraagt maximaal € 4.000 per aanvraag. Artikel 10 Subsidieplafond Voor het verstrekken van subsidies op grond van deze subsidieregeling is ten hoogste € 300.000 beschikbaar. Artikel 11 Wijze van verdeling 1.Verstrekking van subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt. 2.Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen. 3.Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, door middel van loting gerangschikt. 4.Voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de subsidie slechts verleend tot aan het nog beschikbare bedrag binnen het subsidieplafond. Voor het overige deel wordt de subsidie geweigerd. 5.Indien naar het oordeel van het college niet aannemelijk is dat de subsidieaanvrager na gedeeltelijke verlening als bedoeld in het vorige lid de activiteiten zal uitvoeren, is het college bevoegd de subsidie te weigeren en deze te verlenen aan de eerstvolgende subsidieaanvrager die daar op basis van de volgorde als bedoeld in het eerste lid voor in aanmerking komt. Artikel 12 Aanvraag 1.Een aanvraag om subsidie wordt ingediend bij het college op een daarvoor ter beschikking gesteld aanvraagformulier. 2.Bij de aanvraag legt de aanvrager, in afwijking van artikel 6, derde lid, van de Asv, de volgende gegevens over: a.bewijsstukken waaruit blijkt dat geen aanspraak bestaat op financiering of een tegemoetkoming vanuit voorliggende fondsen of andere passende financieringsmogelijkheden; b.een motivatie waaruit blijkt dat de aanvrager gemotiveerd is voor het volgen van de activiteit en dat het succesvol afronden daarvan redelijkerwijs haalbaar is; c.onderbouwing waaruit blijkt dat de gekozen activiteit de meest passende en kostenefficiënte optie is; d.een specificatie van de verschuldigde kosten, lesgeld, wettelijk collegegeld of instellingscollegegeld; 3.Bij de aanvraag legt de aanvrager, in afwijking van artikel 6, derde lid, van de Asv, de volgende aanvullende gegevens over bij activiteiten die vallen onder artikel 4, tweede lid, onder a of b: a.een afwijzing van DUO waaruit blijkt dat geen recht bestaat op studiefinanciering en/of een studentenreisproduct op grond van de Wet studiefinanciering 2000; b.een bewijs van inschrijving bij een erkende mbo-, hbo- of wo-opleiding; c.indien sprake is van een mbo-opleiding, een besluit van DUO waaruit blijkt dat geen recht bestaat op kwijtschelding van het lesgeld; d.een motivering waaruit de arbeidsmarktrelevantie van de opleiding blijkt en hoe deze bijdraagt aan de voor aanvrager duurzame arbeidsinschakeling. 4.De aanvrager verstrekt de voor de beoordeling van de aanvraag en de uitvoering van de subsidie noodzakelijke persoonsgegevens en geeft door ondertekening van het aanvraagformulier toestemming voor de verwerking daarvan. Deze gegevens omvatten in ieder geval de naam-, adres- en woonplaatsgegevens, het Burgerservicenummer en het bankrekeningnummer. Artikel 13 Aanvraagtermijn 1.Een aanvraag om subsidie wordt, in afwijking van artikel 7, derde lid, van de Asv, uiterlijk voor aanvang van de activiteit ingediend. 2.In afwijking van het eerste lid, wordt een subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, b of e, voorzover deze al is aangevangen maar nog niet afgerond, ingediend binnen drie maanden na inwerkingtreding van deze regeling. Artikel 14 Beslistermijn Het college beslist, in afwijking van artikel 8, tweede lid, van de Asv, binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag om subsidie is ingediend. Deze termijn kan eenmaal met ten hoogste 8 weken worden verlengd indien de beoordeling van de aanvraag daartoe aanleiding geeft. Artikel 15 Verleningsbeschikking Het college kan in de verleningsbeschikking de voorwaarde opnemen dat de subsidieverlening geheel of gedeeltelijk vervalt of wordt gewijzigd indien gedurende de looptijd van de subsidie voor de subsidieontvanger de mogelijkheid ontstaat om op grond van een regeling van rijkswege, Europees recht of een andere voorliggende voorziening een tegemoetkoming, vergoeding of subsidie te verkrijgen voor dezelfde kosten. Artikel 16 Aanvullende verplichtingen In aanvulling op artikel 11 en 12 van de Asv legt het college aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen op: 1.De subsidieontvanger gebruikt de subsidie uitsluitend voor de kosten waarvoor deze is verstrekt. 2.De subsidieontvanger meldt aan het college onverwijld en uiterlijk binnen één maand alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op het recht op subsidie, waaronder in ieder geval: a.het beëindigen of onderbreken van de opleiding, training of cursus; b.wijziging van woonplaats; c.wijzigingen in de verblijfsstatus; d.andere relevante wijzigingen die van invloed zijn op de subsidie. 3.De subsidieontvanger werkt desgevraagd mee aan evaluaties van de subsidieregeling. 4.Indien blijkt dat de subsidieontvanger een subsidie heeft ontvangen terwijl niet (meer) wordt voldaan aan het bepaalde in deze subsidieregeling, wordt de subsidie geheel of gedeeltelijk teruggevorderd. 5.Indien de opleiding voortijdig wordt beëindigd, kan de subsidie naar rato worden teruggevorderd. 6.Terugontvangen lesgeld of collegegeld als gevolg van beëindiging van de opleiding wordt onverwijld aan het college afgedragen, maximaal tot de hoogte van de verleende subsidie. Artikel 17 Aanvullende weigeringsgronden In aanvulling op artikel 9, derde lid, onder f van de Asv kan het college de subsidie weigeren als: a.aanvrager niet aantoonbaar onderzocht heeft of financiering of een tegemoetkoming vanuit voorliggende fondsen of andere passende financieringsmogelijkheden beschikbaar is; b.aanvrager onvoldoende aannemelijk gemaakt heeft dat de activiteit aansluit bij zijn of haar ontwikkeldoelen en dat de activiteit, gelet op de persoonlijke omstandigheden, naar verwachting met succes kan worden gevolgd en afgerond; c.de gekozen activiteit niet de meest passende en kostenefficiënte optie is. Indien een gelijkwaardige activiteit beschikbaar is tegen lager tarief (bijvoorbeeld wettelijk collegegeld t.o.v. instellingscollegegeld) dan komt de activiteit voor het hogere tarief in beginsel niet voor subsidie in aanmerking. d.aanvrager geen gebruik heeft gemaakt van beschikbare voorliggende fondsen of andere passende financieringsmogelijkheden; e.de kosten betrekking hebben op een tweede in Nederland gevolgde mbo-, hbo- of wo-opleiding; Artikel 18 Meerjarige subsidieverstrekking Subsidies voor activiteiten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder a en b, kunnen voor meerdere jaren worden verstrekt met inachtneming van de artikelen 6 en 19. Artikel 19 Wijze van verstrekking en eindverantwoording subsidies 1.Voor activiteiten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder c, d en e, is het bepaalde in de leden 1 tot en met 4 van toepassing. In aanvulling op artikel 15, eerste lid van de Asv, worden subsidies tot en met € 1.000. voor activiteiten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder c, d en e, direct vastgesteld. 2.In afwijking van artikel 15, eerste lid, van de Asv, dient de aanvrager bij subsidies van meer dan €1.000 uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht een aanvraag tot vaststelling in. 3.De aanvrager dient, in afwijking van artikel 15, eerste lid, van de Asv, bij subsidies van meer dan €1.000 een aanvraag tot vaststelling in uiterlijk binnen 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 4.De aanvraag tot vaststelling bevat: a.een bewijs van deelname aan de activiteit; b.een bewijs van betaling van de subsidiabele kosten; c.indien van toepassing, een certificaat, diploma of andere verklaring waaruit blijkt dat de activiteit is afgerond. 5.Het college stelt de subsidie vast binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag tot vaststelling is ontvangen. 6.Voor activiteiten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder a en b, is het bepaalde in de leden 5 tot en met 12 van toepassing. De subsidieontvanger dient een aanvraag tot vaststelling in uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. In afwijking van artikel 15, eerste lid van de Asv, geldt dit ook voor subsidiebedragen tot en met € 15.000. 7.De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. 8.Indien subsidie voor een mbo-, hbo- of wo-opleiding voor meerdere studiejaren wordt verleend, verstrekt de subsidieontvanger uiterlijk acht weken na afloop van ieder studiejaar gegevens waaruit de voortgang van de opleiding blijkt. 9.De subsidieontvanger overlegt ten behoeve van de voortgangsbeoordeling in ieder geval: a.bewijs van betaalde kosten voor de activiteit; b.een studievoortgangsoverzicht, cijferlijst of andere verklaring van de onderwijsinstelling waaruit de studieresultaten blijken; c.indien van toepassing, een bewijs van overgang naar het volgende studiejaar of een bewijs van herinschrijving; d.een overzicht van behaalde studiepunten, voor zover de opleiding werkt met studiepunten; e.een toelichting op eventuele studievertraging of afwijkingen van het oorspronkelijke studieplan; f.indien van toepassing, bij volledige afronding van een activiteit een diploma of certificaat. 10.Het college beoordeelt jaarlijks na afloop van het studiejaar of sprake is van voldoende voortgang van de opleiding of het omscholingstraject. Daarbij betrekt het college in ieder geval: a.de behaalde studieresultaten; b.de voortzetting van de opleiding door de subsidieontvanger; c.de mate waarin aannemelijk is dat de opleiding binnen een redelijke termijn succesvol kan worden afgerond. 11.Op basis van de beoordeling, bedoeld in het zesde lid, stelt het college de subsidie voor het betreffende studiejaar vast. 12.Indien naar het oordeel van het college onvoldoende voortgang wordt geboekt, kan het college besluiten de subsidieverlening geheel of gedeeltelijk in te trekken of te wijzigen. 13.De subsidie wordt per studiejaar in 10 termijnen op de eerste van de maand bevoorschot aan de aanvrager, tenzij het collegegeld, lesgeld of andere in artikel 9 genoemde kosten in minder dan 10 termijnen of vooruit moeten worden betaald. Artikel 20 Terugvordering en betaling 1.Bij voortijdige beëindiging van de opleiding kan de subsidie naar rato worden teruggevorderd, rekening houdend met de periode waarin de subsidieontvanger aan de verplichtingen heeft voldaan. 2.Het college kan op verzoek van de subsidieontvanger een betalingsregeling treffen voor terug te vorderen bedragen. Artikel 21 Hardheidsclausule Het college kan afwijken van artikel 5, artikel 12 en artikel 13 van deze subsidieregeling voor zover daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen. Artikel 22 Slotbepalingen 1.Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2.Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2028. 3.Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Opleidingsfonds ontheemden uit Oekraïne gemeente Kampen 2026–2028. Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 15 september 2026.Burgemeester en wethouders van de gemeente Kampen,N.J. Middelbos, secretaris S. de Rouwe, burgemeester

Meer informatie