Gedoogbeslissing adres Rietvoorn 8 ten behoeve van woningdelen door twee éénpersoonshuishoudens.
Gedoogbeslissing adres Rietvoorn 8 ten behoeve van woningdelen door twee éénpersoonshuishoudens. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alblasserdam besluit: 1.De strijd met het omgevingsplan (artikel 33 Herstelplan Alblasserdam, Artikel 1.11 Parapluherziening Wonen en parkeernormen en artikel 5.1Parapluherziening Wonen en parkeernomen) voor het adres Rietvoorn 8 te Alblasserdam tijdelijk te gedogen. 2.Deze gedoogbeschikking ter informatie te doen toekomen aan de gemeenteraad. 3.Deze gedoogbeschikking elektronisch bekend te maken in het gemeenteblad. Wij besluiten te gedogen dat op de locatie Rietvoorn 8 te Alblasserdam, kadastraal bekend als gemeente Alblasserdam, sectie C, nummer 3172, woningdelen door maximaal twee statushouders (twee éénpersoonshuishoudens) wordt toegestaan. Hiermee gedogen wij dat in strijd wordt gehandeld met de volgende bepalingen uit het omgevingsplan: 1.Artikel 33 Herstelplan Alblasserdam 2.Artikel 1.1 Parapluherziening Wonen en parkeernomen 3.Artikel 5.1 Parapluherziening Wonen en parkeernomen 1. Aanleiding De gemeente staat voor een aanzienlijke uitdaging bij de huisvesting van statushouders. Vanuit de wettelijke taakstelling is er een grote opgave. Woningdelen is als maatregel opgenomen in het vastgestelde Plan van Aanpak ‘Huisvesting Statushouders’ om zo de realisatie van de wettelijke taakstelling te versnellen. Een gedoogbesluit is nodig omdat het omgevingsplan op dit moment geen ruimte biedt voor woningdelen door twee éénpersoonshuishoudens vanwege de definitie van “wonen” in de geldende Parapluherziening Wonen en parkeernormen. Een omzettingsvergunning voor kamergewijze verhuur op dit adres is niet toepasbaar. Het verhuren van twee kamers in één woning is toegestaan binnen de geldende huisvestingsverordening maar in strijd met het omgevingsplan. 2. Bevoegd gezag Op grond van artikel 18.2 in samenhang met artikel 5.8 van de Omgevingswet en de bij Gemeentewet gestelde bevoegdheden zijn wij als college het bevoegd gezag ten aanzien van handhaving van planologische regels. 3. Handhavingsplicht Het is vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het bevoegd gezag bij overtreding van wettelijke voorschriften, in dit geval het college, in beginsel verplicht is om handhavend op te treden. Deze beginselplicht is vastgelegd in artikel 18.1 onder c in samenhang met 18.2 van de Omgevingswet. Gedogen kent geen wettelijke grondslag. Vanuit jurisprudentie is echter bepaalt dat onder bijzondere omstandigheden kan worden afgezien van handhaving en kan de strijdigheid met wet- en regelgeving tijdelijk worden gedoogd. Gedogen is – kort samengevat – aanvaardbaar als: 1.Het gedogen beperkt is in omvang en/of tijd. 2.Het gedogen expliciet bij beschikking gebeurt. 3.Duidelijke voorwaarden aan het gedogen worden gesteld. 4.Regelmatig wordt gecontroleerd of de situatie zodanig is dat gedogen nog gerechtvaardigd is en/of aan de voorwaarden die aan het gedogen zijn gesteld wordt voldaan. 5.Gedogen moet beperkt blijven tot uitzonderingssituaties en mag als: 6.Handhaving tot aperte onbillijkheden zou leiden, bijvoorbeeld bij overmachts- en overgangssituaties. 7.Het doel van de regelgeving met de handhaving niet wordt bereikt, bijvoorbeeld in. 8.Overmachts- en overgangssituaties en als een bedrijf niet over een vergunning beschikt maar wel voldoet aan de eisen die in een dergelijke vergunning zouden worden gesteld. 9.Het doel van de regelgeving evident beter gediend is met gedogen, bijvoorbeeld een bedrijf dat tijdelijk een proef wil doen met een wellicht milieuvriendelijker product of productiewijze. 10.Een ander, zwaarwegend belang gedogen rechtvaardigt, bijvoorbeeld als de ongewenste bijeffecten van handhaving dusdanig groot zijn dat ze niet opwegen tegen het feit dat de overtreding eigenlijk beëindigd moet worden. Indien één of meer van bovenstaande situaties van toepassing is/zijn of bij andere situaties die vallen binnen de algemene criteria, kan worden besloten de situatie te gedogen. Daarbij moet ook worden voldaan aan de gemeentelijke gedoogstrategie zoals neergelegd in “Nota Vergunningverlening, Toezicht en handhaving (VTH)” van de gemeente Alblasserdam. Deze wijken niet af van de algemene criteria zoals hiervoor omschreven. 4. Belangenafweging Wettelijke taakstelling De gemeente Alblasserdam staat voor een aanzienlijke opgave om te voorzien in huisvesting voor statushouders en tegelijkertijd de druk op de woningmarkt te verlichten. Daarbij geldt dat de realisatie van flexwoningen, die oorspronkelijk een belangrijk onderdeel vormde van de huisvestingsopgave, vertraging heeft opgelopen als gevolg van bezwaar- en beroepsprocedures. Hierdoor zijn de mogelijkheden om op korte termijn voldoende woonruimte beschikbaar te stellen beperkt. Pilot Woningdelen biedt een praktisch en snel inzetbaar instrument om de beschikbare woningvoorraad efficiënter te benutten. Door middel van de inzet van een pilot (maximaal twee woningen) kan ervaring worden opgedaan. Daarmee draagt de pilot direct bij aan het realiseren van de wettelijke huisvestingsopgaven van de gemeente. Deze aanpak sluit aan bij het landelijke beleid. Het Rijk stimuleert gemeenten om vanuit een “ja, tenzij”-benadering naar oplossingen voor de woningnood te kijken en ziet woningdelen nadrukkelijk als een middel om huisvesting sneller mogelijk te maken. Het college ziet aanleiding tijdelijk af te zien van handhaving. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat: 1.Concreet zicht bestaat op legalisatie woningdelen (maximaal twee éénpersoonshuishoudens) door het mee te nemen in het te wijzigen ontwerp- omgevingsplanwijziging woongebied en het bijbehorende participatietraject van het omgevingsplan. 2.Huisvesting van twee éénpersoonshuishoudens in één woning bijdraagt aan een doelmatig gebruik van de beschikbare woningvoorraad en de druk vermindert op de lokale woningmarkt. 3.De huisvesting niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. De woning behoudt haar woonfunctie, de gebruiksintensiteit blijft vergelijkbaar met regulier woongebruik. 4.Brandveiligheid en gezondheid voldoende zijn gewaarborgd. 5.De gedoogsituatie tijdelijk is in de vorm van een pilot voor twaalf maanden na ingangsdatum huisvesting (medio september 2026) op genoemd adres. 6.Na zes maanden een tussentijdse evaluatie plaatsvindt. 7.De gemeente gehouden is uitvoering te geven aan de wettelijk opgelegde taakstelling voor de huisvesting van statushouders. Door de aanhoudende schaarste aan beschikbare woonruimte staat de realisatie van deze taakstelling zwaar onder druk. 8.Het tijdelijk toestaan van woningdelen maakt onderdeel uit van een pilot waarmee wordt onderzocht of de beschikbare woningvoorraad efficiënter kan worden benut en aanvullende huisvestingsmogelijkheden kunnen worden gecreëerd. De combinatie van deze factoren maakt de situatie uniek en rechtvaardigt een specifieke, tijdelijke maatregel. Hierdoor ontstaat geen algemeen recht of verwachting voor vergelijkbare verzoeken in andere situaties. Controle op rechtvaardiging en naleving gedoogvoorwaarden Om regelmatig te kunnen controleren of de situatie zodanig is dat gedogen nog gerechtvaardigd is en/of aan de voorwaarden die aan het gedogen zijn gesteld wordt voldaan is in deze gedoogbeslissing opgenomen dat het college, vóór het verstrijken van deze termijn, kan besluiten de geldigheidsduur van de beslissing te verlengen als de omstandigheden van dat moment daartoe aanleiding geven. Hieruit volgt dat er voor het college elk jaar een nieuw afweegmoment zal zijn. 5. Concreet zicht op legalisatie Het college heeft de beleidsmatige intentie om woningdelen door maximaal twee éénpersoonshuishoudens binnen woongebieden onder voorwaarden mogelijk te maken. Deze ontwikkeling zal worden verkend bij het voorgenomen te wijzigen ontwerp- omgevingsplanwijziging woongebied en het bijbehorende participatietraject van het omgevingsplan. Gelet hierop bestaat een concreet perspectief op een planologische regeling waarin deze vorm van bewoning past. 6. Voorwaarden Aan deze beslissing zijn de volgende voorwaarden verbonden: A De gedoogsituatie geldt voor de periode totdat de benodigde ontwerp- omgevingsplanwijziging woongebied en het bijbehorende participatietraject van het omgevingsvergunning(en) is doorlopen, doch maximaal voor een periode van 12 maanden vanaf de huisvesting van de statushouders op Rietvoorn 8 te Alblasserdam. Het college kan, vóór het verstrijken van deze termijn, besluiten de geldigheidsduur van deze gedoogbeslissing met 1 jaar te verlengen, als de omstandigheden van dat moment daartoe aanleiding geven. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de behandeling ter legalisatie van het gebruik langer in beslag neemt. B Tijdelijke gedogen vindt uitsluitend plaats als wordt voldaan aan de geldende eisen ten aanzien van brand- en gebruiksveiligheid. 7. Inwerkingtreding gedoogbeslissing Hoewel een gedoogbeslissing geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) menen wij dat eenieder kennis moet kunnen nemen van het besluit en zoeken wij aansluiting bij hetgeen over inwerkingtreding van een besluit is opgenomen in de Awb. Op basis van artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) treedt een besluit niet in werking voordat het bekend is gemaakt. Vervolgens bepaalt artikel 3:41, lid 1, Awb dat de bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager. In dit geval ligt er geen aanvraag van een partij zodat de gedoogbeslissing ambtshalve wordt genomen. Dat betekent dat artikel 3:41, lid 2, Awb wordt gevolgd, inhoudende dat wanneer de bekendmaking van het besluit niet kan geschieden op de wijze als voorzien in lid 1, de bekendmaking plaatsvindt op andere geschikte wijze. Dat is in dit geval plaatsing van de gedoogbeslissing in (in ieder geval) het Gemeenteblad Deze gedoogbeslissing treedt per direct in werking. 8. Rechtsmiddelen Op grond van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 april 2019 (ECLI:NL:RVS:2018:1356 (Bladel)) kunnen tegen een gedoogbeschikking geen rechtsmiddelen, zoals bezwaar, worden aangewend. ] Alblasserdam,25 september 2026 Namens deze: Burgemeester en Wethouders J.W. Boersma Burgemeester M. van Hall Gemeentesecretaris
Meer informatie