Beleidsregels ontheffingen geslotenverklaringen Spaarndam artikel 87 RVV 1990 gemeente Haarlem

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op28 september 2026
Gepubliceerd doorGemeente Haarlem

Beleidsregels ontheffingen geslotenverklaringen Spaarndam artikel 87 RVV 1990 gemeente Haarlem Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem; Gelet op artikel 87 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990; Besluit vast te stellen de volgende regeling: Beleidsregels ontheffingen geslotenverklaringen Spaarndam artikel 87 RVV 1990 gemeente Haarlem. Artikel 1. Begripsomschrijvingen 1. aslast: het totale gewicht dat door een enkele as van een voertuig op het wegdek wordt uitgeoefend, inclusief het gewicht van het voertuig en de maximale lading. Bij toetsing wordt er uitgegaan van de maximaal toegestane lading;2. autobus: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV; motorvoertuig, ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen;3. bedrijf: een onderneming (natuurlijk persoon of rechtspersoon) die is ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel; 4. bestuurder: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV; alle weggebruikers behalve voetgangers;5. bewoner: inwoner van de gemeente Haarlem die als ingezetene staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Haarlem op het adres dat hij bewoont;6. BRP: Basisregistratie Personen;7. dag: een tijdvak van 24 achtereenvolgende uren, aanvangende 0.00 uur; 8. geslotenverklaring: een door verkeerstekens uit de categorie C bebording uit bijlage 1 van het RVV aangegeven afgesloten weg voor alle of bepaalde categorieën bestuurders;9. kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december;10. laden en lossen: het onmiddellijk, nadat het voertuig tot stilstand is gebracht, bij voortduring in- en uitladen van zaken van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is. Het betreft zaken die niet of slechts bezwaarlijk op een andere wijze dan per voertuig ter plaatse kunnen worden gehaald of gebracht;11. landbouw- of bosbouwaanhangwagen: aanhangwagen bestemd voor gebruik achter een landbouw- of bosbouwtrekker, voor het vervoeren van ladingen of het uitvoeren van werkzaamheden;12. landbouw- of bosbouwtrekker: motorvoertuig, op wielen of rupsen, hoofdzakelijk bestemd voor tractiedoeleinden in de landbouw of bosbouw, met een constructiesnelheid van ten minste 6 km/u;13. mobiele machine: motorvoertuig, niet ingericht voor personen- of goederenvervoer over de weg, maar hoofdzakelijk bestemd voor het uitvoeren van werkzaamheden, zoals graafmachines, stratenwalsen of hijskranen;14. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;15.nood- en hulpdiensten: voertuigen van brandweer, politie, ambulance;16. ontheffinghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie de ontheffing is verleend;17. parkeren: het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen;18. RVV: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;19. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV: fietsen, bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, motorvoertuigen, trams en wagens;20. vrachtauto: motorvoertuig, niet ingericht voor het vervoer van personen, waarvan de toegestane maximummassa meer bedraagt dan 3.500 kg;21. weg: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten. Artikel 2. Ontheffingsbevoegdheden 1.Het college kan ontheffing van verkeerstekens verlenen op grond van artikel 87 RVV. 2.Deze beleidsregels hebben betrekking op het verkeersbesluit “Verplaatsen geslotenverklaring voor autobussen en vrachtauto’s, intrekken van aslastbeperking en instellen geslotenverklaring landbouw- of bosbouwtrekker en -aanhangwagen Slaperdijkweg, de Nieuwe Rijweg en de Pol in Spaarndam” (2024.01996380), gepubliceerd in het Gemeenteblad Haarlem op 22 november 2024.3.Aan een ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. 4.Het uitgangspunt is dat ontheffingen worden afgegeven op kenteken waarbij systeemtechnisch het zo is ingericht dat een ontheffinghouder zelf een kenteken kan aanmelden (en afmelden).5.Het college maakt een onderscheid in de volgende perioden waarvoor een RVV-ontheffing kan worden verleend: a.Structurele ontheffingen worden verleend voor terugkerende werkzaamheden of activiteiten. Deze ontheffingen worden verleend voor de duur van een kalenderjaar. Voor het aflopen van de ontheffing moet tijdig een nieuwe aanvraag worden ingediend indien men opnieuw een ontheffing wil. b.Incidentele ontheffingen (zoals een dagontheffing) worden verleend voor werkzaamheden of activiteiten die eenmalig of van bepaalde duur zijn. Deze ontheffingen worden verleend voor een bepaalde tijdsduur variërend van een aantal uur, een dag of een periode van maximaal één jaar met mogelijke tijdsbeperking(en) in die periode. Artikel 3. Algemene criteria voor verlening en weigering 1.Uitgangspunt is dat de verkeerstekens en verkeersregels van het RVV opgevolgd moeten worden. Het verlenen van een ontheffing is niet vanzelfsprekend en het uitgangspunt bij het afwegen van een aanvraag voor een RVV-ontheffing is deze niet te verlenen, tenzij er gegronde redenen zijn dit wel te doen en voldaan wordt aan de criteria in deze beleidsregels. 2.Bij de afweging tot het verlenen van een RVV-ontheffing geldt dat deze alleen wordt verleend indien het voor de uitvoering van werkzaamheden/activiteiten strikt noodzakelijk is om met het betreffende voertuig de verkeersregels en tekens van het RVV 1990 niet te hoeven opvolgen. 3.De ontheffing wordt verleend voor een bepaald, zo klein mogelijk, gebied.4.Technische beperkingen zoals beperkte beschikbare afmetingen van een locatie of draagkracht van een constructie kunnen reden zijn om voor een bepaalde locatie geen ontheffing te verlenen en is daarmee tevens een weigeringsgrond.5.Indien op een locatie venstertijden gelden is het uitgangspunt dat de betreffende werkzaamheden of activiteiten worden uitgevoerd binnen deze venstertijden. In dat geval wordt geen ontheffing verleend. Artikel 4. Ontheffing inrijden afgesloten wegen en straten voor vrachtauto’s, autobussen, landbouw- en bostrekkers en -aanhangwagens en mobiele machines 1.Het college kan op grond van artikel 87 van het RVV-ontheffing verlenen voor geslotenverklaringen voor vrachtwagens, autobussen, landbouw- en bosbouwtrekkers en -aanhangwagens, motorrijtuigen met beperkte snelheid en/of mobiele machines (in casu RVV bord C7b en C8).2.Voor de toepassing van dit artikel wordt uitgegaan van het maximale laadvermogen zoals geregistreerd in het RDW.3.Voertuigen met inbegrip van lading zwaarder dan 30 ton komen nooit in aanmerking voor een ontheffing.4.Het uitgangspunt is dat alle transportbewegingen binnen een afgesloten gebied met voertuigen lichter dan 3500 kilo worden uitgevoerd, tenzij het aantoonbaar niet mogelijk is om de activiteiten op een alternatieve wijze of met kleinere voertuigen uit te voeren en wordt voldaan aan minimaal één van de bepalingen in het vijfde lid.5.Ontheffing van een geslotenverklaring kan worden verleend voor een voertuig ten behoeve van: a.Verhuizen van en/of naar een adres gelegen binnen het afgesloten gebied; b.Bedrijfsmatige activiteiten van ondernemingen gevestigd binnen het afgesloten gebied en op de Slaperdijkweg, Visserseinde, IJdijk en Spaarndammerdijk; c.Agrarische activiteiten op percelen binnen het afgesloten gebied; d.Werkzaamheden op, activiteiten in of leveringen aan een adres binnen het afgesloten gebied; e.Het uitvoeren van openbaar vervoer met een lijnbus; f.Het ophalen van afvalstoffen met een inzamelvoertuig binnen het afgesloten gebied; g.Bereiken van een locatie waar werkzaamheden/activiteiten (zoals strooidiensten, reiniging kolken, onderhoud lichtmasten etc.) worden uitgevoerd op, aan of naast de openbare weg, die gelegen is in het afgesloten gebied en die niet op een alternatieve wijze door het betreffende voertuig te bereiken is. 6.Waarbij aanvullend geldt dat: a.In de omgeving van Spaarndam gelden de volgende aanvullende bepalingen: i.Voor een bestemming, binnen het tracé Slaperdijkweg, dat overloopt in Visserseinde, IJdijk en Spaarndammerdijk in Spaarndam geldt dat hiervoor uitsluitend ontheffing wordt verleend, indien het voertuig met inbegrip van de lading niet zwaarder is dan 20 ton; ii.Voor een bestemming, tussen de kruising Boezemkade-IJdijk en de IJdijk ter hoogte van nummer 8 in Spaarndam, komen voertuigen met een zwaardere aslast dan 10 ton nooit in aanmerking voor een ontheffing; iii.Voor het passeren van de Woerdersluis (tussen IJdijk 8 en 10) in Spaarndam komen voertuigen met een zwaardere aslast dan 4,8 ton nooit in aanmerking voor een ontheffing. Artikel 5. Geldigheid 1.In de volgende gevallen is de ontheffing niet geldig: a.Als de ontheffing niet gebruikt wordt voor de uitvoering van de betreffende werkzaamheden of activiteit waarvoor de ontheffing is verleend. b.Buiten het in de ontheffing genoemde gebied. Artikel 6. Voorschriften 1.De ontheffinghouder is verplicht de aan de ontheffing verbonden voorschriften na te komen.2.Aan een verleende ontheffing zijn de volgende voorschriften verbonden: a.De ontheffing moet bij gebruik duidelijk zichtbaar en leesbaar aanwezig zijn in het voertuig waarvoor deze is afgegeven, tenzij er sprake is van automatische kentekenherkenning en/of andere vorm van digitale registratie; b.De ontheffing mag slechts worden gebruikt ten behoeve van de door de aanvrager omschreven werkzaamheden/activiteiten en alleen als deze noodzakelijk zijn; c.Alle bevelen en aanwijzingen, door de politie en de bevoegde medewerkers van afdeling V&H van de gemeente in het belang van de vrijheid van het verkeer en de veiligheid op de weg, dienen onverwijld en stipt te worden opgevolgd; d.Derden ondervinden geen hinder en de verkeersveiligheid komt niet in het gedrang bij het gebruik van de ontheffing. 3.De houder van de ontheffing vrijwaart de gemeente voor eventuele aanspraken van derden wegens schade, ontstaan door gebruik te maken van deze ontheffing.4.Het college is bevoegd de aan de ontheffing verbonden voorschriften te wijzigen of nadere voorwaarden hieraan toe te voegen.5.De werkzaamheden/activiteiten mogen niet leiden tot verkeersonveilige situaties waarbij de doorgang van nood- en hulpdiensten wordt gehinderd of geblokkeerd, dan is de ontheffing niet geldig. Artikel 7. Aanvraag 1.De aanvraag voor een structurele ontheffing dient, uiterlijk acht weken voordat de ontheffing is benodigd, schriftelijk te worden ingediend.2.Voor het indienen van de aanvraag dient gebruik gemaakt te worden van het namens het college vastgestelde digitale formulier. Dit formulier dient volledig te worden ingevuld, ondertekend en van alle benodigde bewijzen te worden voorzien alvorens de aanvraag in behandeling wordt genomen.3.De aanvraag en de daarbij behorende bescheiden moeten in het Nederlands zijn gesteld; 4.De aanvraag kan betrekking hebben op meerdere kentekens.5.In het belang van orde, veiligheid, medische zorg of een andere spoedeisende of bijzondere omstandigheid kan worden afgeweken van de in lid 1 gestelde aanvraagtermijn.6.Bij een wijziging van de ontheffing wordt het recht op ontheffing opnieuw beoordeeld. Artikel 8. Beslistermijn 1.Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag die volledig is ontvangen.2.Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste zes weken verlengen, van een verlenging van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld. 3.Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op een aanvraag om ontheffing ingevolge deze beleidsregels. Artikel 9. Ontheffing en bewijs van verlening Het besluit op de aanvraag ontheffing vermeldt in ieder geval: a.Naam en adres van de ontheffinghouder; b.Kenteken van het voertuig waarvoor de ontheffing is verleend; c.Tijdvak en gebied waarvoor de ontheffing is verleend; d.Geldigheidsduur van de ontheffing; e.Van welke verkeersregel en welk verkeersteken ontheffing is verleend; f.De aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen. Artikel 10. Intrekking of wijziging van de ontheffing 1.Het college kan een ontheffing intrekken of wijzigingen in een van de volgende gevallen: a.Wanneer blijkt dat bij de aanvraag onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; b.Wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de ontheffing; c.Wanneer de gronden waarop de ontheffing is verleend zijn komen te vervallen; d.Wanneer de ontheffinghouder handelt in strijd met de aan de ontheffing verbonden voorschriften; e.Wanneer de ontheffinghouder misbruik maakt van de ontheffing; f.Indien de ontheffinghouder dit verzoekt; g.Om redenen van openbaar belang; h.Wanneer de ontheffinghouder niet voldoet aan de in deze beleidsregel genoemde voorwaarden; i.Wanneer sprake is van een foutieve verlening van de ontheffing. 2.Een ontheffing is niet overdraagbaar.3.Een ontheffinghouder is verplicht elke wijziging in de omstandigheden die relevant zijn voor het verlenen van de ontheffing onmiddellijk aan het college kenbaar te maken. Artikel 11. Tarief De hoogte van de verschuldigde leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot ontheffing of het wijzigen van een ontheffing nadat deze is verleend, is opgenomen in de tarieventabel van de Legesverordening van de gemeente Haarlem. Artikel 12. Hardheidsclausule Het college kan (delen van) deze beleidsregels buiten toepassing laten of daarvan afwijken bij een aanvraag tot een ontheffing voor zover toepassing daarvan gelet op het belang van de aanvrager zal leiden tot een onvoorziene onredelijkheid van overwegende aard. Artikel 13. Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad. Artikel 14. Overgangsregeling Ontheffingen verleend voor inwerkingtreding van deze beleidsregels blijven - voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken- gedurende de looptijd van deze ontheffing van kracht. De bij deze ontheffing vermelde voorschriften blijven eveneens tot die tijd van kracht. Bij het verstrijken van de looptijd van de ontheffing wordt een nieuwe aanvraag getoetst aan de op dat moment geldende regelgeving en kan geen aanspraak worden gemaakt op overgangsrecht. Artikel 15. Citeertitel Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Beleidsregels ontheffingen geslotenverklaringen Spaarndam artikel 87 RVV 1990 gemeente Haarlem”. Aldus besloten te Haarlem op 15 september 2026 de secretaris, de burgemeester, Toelichting Algemeen De volgende geslotenverklaringen zijn er rondom Spaarndam: •Rondom Spaarndam C8 bebording (Gesloten voor langzaam verkeer, dan niet sneller mag of niet sneller kan dan 25 kilometer per uur.) •Rondom Spaarndam C7b bebording (Gesloten voor autobussen en vrachtauto’s) Bord: Een ontheffing van de verkeersborden C7 t/m C8 betekent daarbij niet dat ook een ontheffing wordt verleend voor bijvoorbeeld aslast- of breedtebeperkingen. Dit geldt onder meer in Spaarndam waarbij met een ontheffing voor Spaarndam er geen ontheffing wordt verleend over de Woerdersluis waar een aslastbeperking geldt.

Meer informatie