Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op28 september 2026
Gepubliceerd doorProvincie Zeeland

Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 22 september 2026, nummer 833220, houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023. Gedeputeerde staten van Zeeland, -overwegende dat voor verstrekking van subsidie voor restauratie rijksmonumenten bijzondere bepalingen in hoofdstuk 5 van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 zijn opgenomen; -overwegende dat in deze bijzondere bepalingen periodiek wijzigingen worden aangebracht om knelpunten in de uitvoering op te lossen en gewenste beleidswijzigingen te implementeren; -overwegende dat subsidies op grond van dit hoofdstuk staatssteun kunnen inhouden en om die reden gebruik wordt gemaakt van de vrijstellingen op grond van artikel 53 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening en artikel 36 van de Landbouwvrijstellingsverordening van de Europese Commissie; -gelet op artikel 7 van de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023; besluiten vast te stellen het navolgende: Artikel I Hoofdstuk 5 van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel 5.1.1 wordt als volgt gewijzigd: 1.Onder verlettering van de onderdelen a en b tot b en c, van onderdeel c tot e, en van de onderdelen d tot en met i tot g tot en met l worden in artikel 5.1.1 drie onderdelen ingevoegd, luidende: a.Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, Pb L 187/1 van 26 juni 2014; d.groen monument: rijksmonument of zelfstandig onderdeel zijnde een aanleg die geheel of gedeeltelijk bestaat uit beplanting, zoals een park- of tuinaanleg, met dien verstande dat verdedigingswerken zonder een rijksbeschermde groenaanleg niet worden aangemerkt als groen monument; f.Landbouwvrijstellingsverordening: Verordening (EU) Nr. 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard, Pb L 327/1 van 21 december 2022; 2.In onderdeel c (nieuw) wordt ‘deskundig restauratiebedrijf’ vervangen door ‘deskundig uitvoerend bedrijf’. 3.Onderdeel h (nieuw) komt te luiden: h.restauratieplan: een plan bestaande uit: 1°.een adequaat overzicht van aard en omvang van de werkzaamheden en beschrijving van de daarmee beoogde resultaten in de vorm van een bestek inclusief tekeningen en/of kaartmateriaal van de huidige en nieuwe situatie, gecombineerd met een projectplan voor de bestemming of herbestemming; 2°.actuele overzichts- en detailfoto’s die een duidelijke indruk geven van het rijksmonument en zijn gebreken; en 3°.een sluitende begroting, uitgevoerd in het standaard begrotingsmodel gebouwde rijksmonumenten provincie Zeeland of, indien van toepassing, het standaard begrotingsmodel groene rijksmonumenten provincie Zeeland; 4.Onderdeel l (nieuw) komt te luiden: l.zelfstandig onderdeel: 1°.deel van een rijksmonument dat is aan te merken als een zelfstandige bouwkundige eenheid; 2°.deel van een rijksmonument dat is aan te merken als een toren van een kerkgebouw; 3°.alle delen gezamenlijk van een rijksmonument, zijnde een aanleg zoals een park- of tuinaanleg, die aan één eigenaar behoren, en niet het gehele rijksmonument omvatten; of 4°.wiekenkruis. B. In artikel 5.2.3, tweede lid, wordt ‘€ 500.000’ vervangen door ‘€ 200.000’. C. Artikel 5.3.1 wordt als volgt gewijzigd: 1.Het tweede lid, onderdeel a, komt te luiden: a.voor restauratie van: 1°.een woonhuis als bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel m, van de Sim; of 2°.een archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; 2.Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma worden aan het tweede lid twee onderdelen toegevoegd, luidende: f.indien de subsidieaanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; g.indien op het moment van indiening van de aanvraag geen omgevingsvergunning is verleend voor de restauratie dan wel geen bestuurlijk rechtsoordeel is gegeven dat voor de restauratie geen omgevingsvergunning vereist is. 3.In het derde lid, onderdeel a, wordt na ‘in de hoofdcategorie ‘Boerderijen, molens en bedrijven’’ ingevoegd ‘, of is opgenomen met de indicatie ‘rijksbeschermde groenaanleg'’. D. Artikel 5.5.2 wordt als volgt gewijzigd: 1.In het tweede lid, onderdeel b, wordt ‘standaard begrotingsmodel van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en niet ouder dan 2 jaar’ vervangen door ‘standaard begrotingsmodel gebouwde rijksmonumenten provincie Zeeland of, indien van toepassing, het standaard begrotingsmodel groene rijksmonumenten provincie Zeeland’. 2.In het tweede lid, onderdeel g, wordt na ‘Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg’ ingevoegd ‘of, in het geval van een groen rijksmonument, een door een onafhankelijk deskundige opgestelde tuinhistorische verkenning met waardestelling, uitgevoerd conform de Uitvoeringsrichtlijn Tuinhistorisch onderzoek met waardestelling (URL 60001) van de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg’. 3.In het tweede lid, onderdeel h, wordt ‘deskundig restauratiebedrijf’ vervangen door ‘deskundig uitvoerend bedrijf’. 4.Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel i door een puntkomma, worden aan het tweede lid twee onderdelen toegevoegd, luidende: j.een kopie van de voor de restauratie verleende omgevingsvergunning of van een bestuurlijk rechtsoordeel dat voor de restauratie geen omgevingsvergunning vereist is; k.indien de aanvrager de mate van goed onderhoud gepleegd aan het rijksmonument in de afgelopen vier jaar wil aantonen: inspectierapporten van de afgelopen vier jaar en/of een meerjarenonderhoudsplan dat de afgelopen vier jaar beslaat, dan wel een onderhoudsrapportage of onderhoudslogboek van de afgelopen vier jaar. 5.Het derde tot en met vijfde lid vervallen. E. Artikel 5.6.2 wordt als volgt gewijzigd: 1.In het eerste lid, onderdeel a, wordt ‘bouwkundige urgentie’ vervangen door ‘(bouw)technische urgentie’. 2.In het eerste lid vervalt onderdeel e, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel d door een punt. 3.Het vierde lid komt te luiden: 4.De volgorde van gelijk geplaatste subsidieaanvragen wordt als volgt bepaald wanneer subsidieverlening voor die aanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond: -prioriteit wordt gegeven aan een aanvraag die het beste scoort op het criterium, genoemd in het eerste lid, onderdeel b; -in het geval dat nog steeds sprake is van een gelijke score, wordt prioriteit gegeven aan een aanvraag die het beste scoort op het criterium, genoemd in het eerste lid, onderdeel a; -in het geval dat nog steeds sprake is van een gelijke score, wordt prioriteit gegeven aan een aanvraag die het beste scoort op het criterium, genoemd in het eerste lid, onderdeel c; -in het geval dat nog steeds sprake is van een gelijke score, wordt prioriteit gegeven aan een aanvraag die het beste scoort op het criterium, genoemd in het eerste lid, onderdeel d. F. Artikel 5.7.3 komt te luiden: Artikel 5.7.3 Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan hoofdstuk 1 en artikel 53 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening of aan hoofdstuk 1 en artikel 36 van de Landbouwvrijstellingsverordening. G. In artikel 5.8.1, eerste lid, onderdeel a, wordt ‘casco-all-risk verzekering’ vervangen door ‘Construction All Risk verzekering’. Artikel II De toelichting op hoofdstuk 5 van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 wordt als volgt gewijzigd: A. De toelichting op artikel 5.1.1 komt te luiden: Onderdeel c. Voor de kwaliteitsrichtlijnen en normen van het College van Deskundigen Restauratiekwaliteit van de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg, wordt verwezen naar: https://stichtingerm.nl/kennis-richtlijnen Onderdeel h, onder 3°. Voor het standaard begrotingsmodel gebouwde rijksmonumenten provincie Zeeland en het standaard begrotingsmodel groene rijksmonumenten provincie Zeeland wordt verwezen naar: https://www.zeeland.nl/subsidie-aanvragen/overzicht-subsidieregelingen/restauratie-rijksmonumenten B. De toelichting op artikel 5.6.2, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd: 1.De toelichting onder a komt als volgt te luiden:Onder a.Bij de (bouw)technische urgentie (max. 30 punten) gaat het om de (bouw)technische staat waarin het rijksmonument of het zelfstandig onderdeel zich vóór aanvang van de werkzaamheden bevindt. Hoe slechter de (bouw)technische staat, hoe hoger wordt gescoord. De waardering vindt plaats overeenkomstig de volgende scoretabel én zal door middel van een schouw ter plaatste gecontroleerd worden: (Bouw)technische staat Score Slecht 30 punten Matig 20 punten Redelijk 10 punten Goed 0 punten 2.Bij de toelichting onder b wordt na ‘Dit criterium wordt aanvullend gecontroleerd door middel van een schouw ter plaatse.’ ingevoegd ‘Indien geen meerjarenonderhoudsplan beschikbaar is, wordt een onderhoudsrapportage of onderhoudslogboek overgelegd, zo nodig onderbouwd met facturen, foto's en/of documenten die betrekking hebben op eerder uitgevoerd onderhoud of op eerdere subsidie- of vergunningsaanvragen.’. 3.De toelichting onder e vervalt. C. In de toelichting op artikel 5.8.1, tweede lid, wordt na ‘Er kan in dat geval om nadere bewijsstukken worden gevraagd.’ toegevoegd ‘In het geval van groene rijksmonumenten is niet altijd voor alle onderdelen een passende verzekering tegen schade als gevolg van brand, storm en bliksem mogelijk. Denk hierbij aan de verzekering van opstallen, gebouwde elementen en kunstelementen in tuinen versus ‘levend materiaal’ wat doorgaans moeilijker verzekerbaar is. Voor zover een dergelijke verzekering van bepaalde onderdelen van groene monumenten redelijkerwijs niet verkrijgbaar is, kan de aanvrager een gemotiveerd verzoek tot afwijking van de verzekeringsplicht doen. Ook hier kan om nadere bewijsstukken worden gevraagd.’. Artikel III Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst. Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van 22 september 2026. H.M. de Jonge, voorzitter Drs. M.C.J. Franken, secretaris

Meer informatie