Beleidsregel ontheffingen vuurwerk Wet Veilige jaarwisseling gemeente Aa en Hunze

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op28 september 2026
Gepubliceerd doorGemeente Aa en Hunze

Beleidsregel ontheffingen vuurwerk Wet Veilige jaarwisseling gemeente Aa en Hunze De burgemeester van de gemeente Aa en Hunze; gelet op: -de Wet veilige jaarwisseling; -artikel 9.2.2.1a, vierde lid, van de Wet milieubeheer; -de artikelen 2.3.2, 2.3.2a en 2.3.2b van het Vuurwerkbesluit; -titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht. overwegende dat: -Met ingang van 1 augustus 2026 een vuurwerkverbod voor particulieren geldt; -de burgemeester de bevoegdheid heeft om op verzoek ontheffing te verlenen van het verbod op het bezit en gebruik van categorie F2 vuurwerk; -de burgemeester ruimte wil bieden aan lokale verenigingen en stichtingen om binnen de wettelijke kaders gezamenlijk vuurwerk af te steken; -ingevolge artikel 2.3.2 van het Vuurwerkbesluit uitsluitend een ontheffing door de burgemeester kan worden verleend als ten minste is voldaan aan de in dit artikel genoemde voorwaarden, waaronder de door de burgemeester vastgestelde beleidsregels; -ingevolge artikel 2.3.2a van het Vuurwerkbesluit in ieder geval de in dit artikel genoemde voorschriften door de burgemeester aan de ontheffing worden verbonden; -het wenselijk is beleidsregels vast te stellen over de aanvullende voorwaarden waaronder ontheffingen voor het afsteken van F2-vuurwerk tijdens de jaarwisseling worden verleend. besluit: vast te stellen ‘de Beleidsregel ontheffingen vuurwerk Wet Veilige jaarwisseling gemeente Aa en Hunze’ Artikel 1. begripsbepalingen 1.Voor de toepassing van deze beleidsregels hebben begrippen die zijn gedefinieerd in de Wet milieubeheer en het Vuurwerkbesluit dezelfde betekenis als in die regelgeving.2.In deze beleidsregels wordt verder verstaan onder: a. Ontheffing: ontheffing van het vuurwerkverbod voor consumenten op grond van de wet Veilige jaarwisseling en het Vuurwerkbesluit. b. aanvrager: een rechtspersoon in de vorm van een vereniging of stichting, ingeschreven in het Handelsregister. c. vuurwerkactiviteit: het georganiseerd afsteken van vuurwerk van categorie F2 op grond van een ontheffing. d. jaarwisseling: de periode van 31 december; 18.00 uur tot 1 januari; 02.00 uur. e. lokale binding: de aantoonbare verbondenheid van een vereniging of stichting met de gemeente Aa en Hunze, blijkend uit het vestigingsadres, de statutaire doelstelling of activiteiten die de vereniging of stichting binnen de gemeente Aa en Hunze feitelijk verricht. f. veiligheidsplan: het bij de aanvraag om een ontheffing behorende plan, waarin wordt beschreven hoe aan de voorwaarden en aan de voorschriften wordt voldaan, zoals opgenomen in artikel 2.3.2 en artikel 2.3.2a van het Vuurwerkbesluit. Artikel 2. Reikwijdte en doel 1.Deze beleidsregels geven invulling aan de bevoegdheid van de burgemeester van de gemeente Aa en Hunze tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 9.2.2.1a, vierde lid, van de Wet milieubeheer juncto artikel 2.3.2 van het Vuurwerkbesluit. De beleidsregels bevatten aanvullende voorwaarden voor de beoordeling van aanvragen om ontheffing.2.Doel van deze beleidsregel is een helder en uniform kader voor ontheffingsverlening, met inachtneming van de openbare orde, veiligheid en naleving van wet- en regelgeving. Artikel 3. Aanvraagprocedure 1.Een aanvraag om een ontheffing kan uitsluitend tot en met 15 oktober worden ingediend, middels het daarvoor bestemde webformulier.2.De aanvraag bevat ten minste: a.de naam en het adres van de aanvrager; b.gegevens waaruit de lokale binding met de gemeente Aa en Hunze blijkt; c.afschrift van de inschrijving in het handelsregister; d.de locatie van de vuurwerkactiviteit en, indien de aanvrager niet zelf rechthebbende is, de schriftelijke toestemming van de rechthebbende; e.een beschrijving van de wijze waarop het publiek, omwonenden en andere belanghebbenden zijn meegenomen in de plannen; f.de contactgegevens van het bestuur en van de verantwoordelijke voor de vuurwerkactiviteit; g.het veiligheidsplan als bedoeld in artikel 2.3.2 van het Vuurwerkbesluit bevat ten minste: i.Een situatietekening van het afsteekterrein met daarop de afsteekplaats, veiligheidszone, veiligheidsafstanden, publieksopstelling en vluchtroutes; ii. Een overzicht van het af te steken vuurwerk, inclusief de soorten vuurwerk en het totale gewicht; iii. Een beschrijving van het toezicht en de organisatie tijdens de vuurwerkactiviteit, waaronder de inzet en verantwoordelijkheden van supervisors en ontbranders; iv. Een beschrijving van de bereikbaarheid van de locatie voor hulpdiensten; v. Een beschrijving van de risico’s, de maatregelen bij calamiteiten en de omstandigheden die een veilige uitvoering kunnen belemmeren. 3.Indien een aanvraag onvolledig is, stelt de burgemeester de aanvrager overeenkomstig artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid de aanvraag binnen zeven dagen aan te vullen.4.Indien de aanvraag niet binnen de gestelde termijn is aangevuld, kan de burgemeester besluiten de aanvraag niet te behandelen. Artikel 4. Ontheffingenplafond 1.Het uitgangspunt is één ontheffing per dorp.2.In afwijking van het eerste lid kan de burgemeester in dorpen met meer dan 2.000 inwoners meerdere ontheffingen verlenen, voor zover dit uit een oogpunt van openbare orde en veiligheid verantwoord is, en voor zover de locaties naar het oordeel van de burgemeester op een veilige manier gelijktijdig kunnen worden gebruikt voor het afsteken van vuurwerk.3.De burgemeester kan in bijzondere gevallen afwijken van lid 1.4.Aan een vereniging of stichting wordt per jaarwisseling maximaal één ontheffing verleend. Artikel 5. Verdeling 1.Alle aanvragen worden eerst inhoudelijk getoetst aan de voorwaarden en eisen die zijn opgenomen in het Vuurwerkbesluit en deze beleidsregel. Aanvragen die niet aan deze voorwaarden en eisen voldoen, komen niet in aanmerking voor verlening van een ontheffing.2.Indien voor een dorp waarvoor op grond van artikel 4, eerste lid, één ontheffing beschikbaar is, meerdere aanvragen worden ingediend die voldoen aan de voorwaarden en eisen, bedoeld in het eerste lid, vindt er een loting plaats. De als eerste gelote aanvraag komt in aanmerking voor verlening van de ontheffing.3.Indien meerdere aanvragen op grond van artikel 4, tweede lid, betrekking hebben op dezelfde locatie, of op locaties die naar het oordeel van de burgemeester niet gelijktijdig kunnen worden gebruikt voor het afsteken van vuurwerk, vindt er een loting plaats. De als eerste gelote aanvraag komt in aanmerking voor verlening van een ontheffing.4.Indien een aanvraag die op grond van de loting, bedoeld in het tweede of derde lid, voor een ontheffing in aanmerking komt alsnog wordt geweigerd of wordt ingetrokken, komt de eerstvolgende aanvraag in de gelote rangorde in aanmerking voor verlening van de ontheffing. Artikel 6. Voorwaarden verlening ontheffing 1.De burgemeester verleent uitsluitend een ontheffing indien wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.3.2 van het Vuurwerkbesluit en de voorwaarden genoemd in deze beleidsregel.2.De aanvraag wordt gedaan door een stichting of vereniging met een lokale binding en inschrijving in het handelsregister.3.De aanvraag heeft betrekking op een door de aanvrager genoemde locatie binnen de gemeente Aa en Hunze. De aanvrager toont aan dat hij gerechtigd is om de locatie voor de vuurwerkactiviteit te gebruiken.4.De aanvraag bevat een naar het oordeel van de burgemeester een afdoende veiligheidsplan. Het veiligheidsplan beschrijft hoe wordt voldaan aan de voorschriften zoals benoemd in artikel 2.3.2a van het Vuurwerkbesluit en artikel 3, lid 2 onder g van de beleidsregels.5.De burgemeester beoordeelt de locatie van de vuurwerkactiviteit en het bijbehorende veiligheidsplan aan de hand van het Vuurwerkbesluit en deze beleidsregel.6.Onverminderd de voorwaarden van artikel 2.3.2 van het Vuurwerkbesluit, komt een locatie niet in aanmerking voor een ontheffing, indien deze is gelegen op een afstand van minder dan 300 meter tot: a.een Natura 2000-gebied; b.een kinderboerderij, manege of brandgevaarlijk monument. 7.De burgemeester wint advies in bij de politie, de Veiligheidsregio en andere betrokken instanties.8.Indien uit het advies, bedoeld in het zevende lid, blijkt dat aanvullende gegevens of aanpassingen noodzakelijk zijn, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld deze aan te leveren binnen 7 dagen, dan wel worden er extra voorschriften verbonden aan de ontheffing.9.Indien dit voor een zorgvuldige beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan de locatie van de vuurwerkactiviteit ter plaatse worden gecontroleerd.10.De aanvrager verstrekt op verzoek alle informatie die noodzakelijk is voor de beoordeling van de locatie van de vuurwerkactiviteit of het veiligheidsplan. Artikel 7. Nadere gemeentelijke voorwaarden 1.Indien uit het advies, bedoeld in het artikel 6, zevende lid, blijkt dat sprake is van ernstige bezwaren voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, de bescherming van het milieu of een acceptabele woon- en leefomgeving, kan de burgemeester de aanvraag weigeren.2.De burgemeester kan een ontheffing weigeren indien bij eerdere vuurwerkactiviteiten van dezelfde aanvrager sprake is geweest van ernstige incidenten of herhaalde overtredingen, voor zover deze relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag;3.De burgemeester kan een ontheffing weigeren indien uit concrete feiten of omstandigheden blijkt dat de vuurwerkactiviteit, ondanks het stellen van voorschriften, naar verwachting leidt tot onaanvaardbare risico’s voor de openbare orde, veiligheid of gezondheid, of tot onevenredige overlast voor omwonenden. Artikel 8. Voorschriften ontheffing 1.Aan de ontheffing worden de voorschriften verbonden, zoals genoemd in artikel 2.3.2a van het vuurwerkbesluit.2.De burgemeester kan aanvullende voorschriften aan de ontheffing verbinden, indien dit noodzakelijk is met het oog op de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, de bescherming van het milieu en een acceptabele woon- en leefomgeving.3.Door de burgemeester aangewezen toezichthouders kunnen voorafgaand aan en/of tijdens de vuurwerkactiviteit controleren of wordt voldaan aan de voorwaarden van de ontheffing en de daaraan verbonden voorschriften.4.De houder van de ontheffing verleent medewerking aan het houden van toezicht door de toezichthouders en draagt er zorg voor dat de vuurwerkactiviteit overeenkomstig de ontheffing en het veiligheidsplan wordt uitgevoerd. Artikel 9. Beslistermijn en verlening ontheffing 1.De burgemeester beslist binnen acht weken op de aanvraag. Deze termijn kan met een redelijke termijn worden verlengd als de burgemeester niet binnen acht weken tot een beslissing kan komen.2.De ontheffing wordt verleend voor bepaalde tijd en geldt uitsluitend voor de jaarwisseling die plaatsvindt in het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend.3.De ontheffing vermeldt in ieder geval: a.de locatie van de vuurwerkactiviteit waarvoor de ontheffing wordt verleend; b.het tijdstip waarvoor de ontheffing geldt; c.de aan de ontheffing verbonden voorschriften. 4.De beslissing op de aanvraag wordt schriftelijk bekendgemaakt aan de aanvrager. Artikel 10. Intrekking of wijziging van de ontheffing 1.De burgemeester trekt een ontheffing geheel of gedeeltelijk in overeenkomstig artikel 2.3.2b, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit;2.De burgemeester kan de ontheffing intrekken in de gevallen, bedoeld in artikel 2.3.2b, tweede lid, van het Vuurwerkbesluit.3.De burgemeester kan de aan de ontheffing verbonden voorschriften wijzigen of aanvullen, indien dit noodzakelijk is ter bescherming van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, de bescherming van het milieu en een acceptabele woon- en leefomgeving.4.Onverminderd de intrekkingsgronden genoemd in het eerste en tweede lid kan de burgemeester de ontheffing intrekken of wijzigen indien: a.gewijzigde omstandigheden maken dat veilig afsteken niet langer is gewaarborgd; b.ter plaatse is geconstateerd dat voorschriften niet worden nageleefd; c.sprake is van ernstige verstoring van de openbare orde of een concreet risico daarop. Artikel 11. Evaluatie 1.Na de jaarwisseling wordt de uitvoering van deze beleidsregel geëvalueerd.2.De uitkomsten van de evaluatie kunnen aanleiding zijn deze beleidsregel voor een volgende jaarwisseling aan te passen. Artikel 12. Hardheidsclausule De burgemeester handelt overeenkomstig deze beleidsregels, tenzij toepassing daarvan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregels te dienen doelen. Artikel 13. Slotbepalingen 1.Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking.2.Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregel ontheffingen vuurwerk Wet veilige jaarwisseling gemeente Aa en Hunze Gieten, 21 september 2026 De burgemeester van de gemeente Aa en Hunze, de heer A.W. Hiemstra burgemeester

Meer informatie