Subsidieregeling Maatschappelijke Activiteiten Dronten 2027

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op24 september 2026
Gepubliceerd doorGemeente Dronten

Subsidieregeling Maatschappelijke Activiteiten Dronten 2027 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten, gelet op artikel 156, derde lid Gemeentewet; gelet op artikel 3, eerste lid Algemene subsidieverordening 2017; gelezen het voorstel met documentnummer ; 1051127 overwegende dat het de bevoegdheid heeft om nadere regels te stellen over de verlening, vaststelling, wijziging, intrekking, betaling, verrekening en terugvordering van subsidies; B E S L U I T: vast te stellen de volgende Subsidieregeling Maatschappelijke Activiteiten Dronten 2027. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen 1.Voor zover in deze regeling begrippen worden gebruikt die zijn gedefinieerd in de Algemene subsidieverordening 2017 hebben deze begrippen dezelfde betekenis. 2.Deze subsidieregeling verstaat onder: a.algemene reserve: afgezonderde vermogensbestanddelen met een algemeen karakter, vrij aanwendbaar en met het doel eventuele bedrijfsrisico’s en onvoorziene kosten op te vangen; b.amateurkunst: activiteit op het gebied van muziek, dans, toneel, schilderkunst, beeldhouwkunst, audiovisuele kunst en literatuur, die niet professioneel, maar uit liefhebberij wordt uitgevoerd; c.begrotingsjaar: een kalenderjaar; d.bestemmingsreserve: afgezonderde vermogensbestanddelen waar vooraf een specifieke bestemming aan is gegeven; e.SROI: Social Return On Investment is het bieden van arbeidsplaatsen, werkervaringsplaatsen of opleidingsplaatsen aan personen met een uitkering voor levensonderhoud van de gemeente Dronten; f.subsidiabele kosten: kosten die noodzakelijk en rechtstreeks verbonden zijn aan de uitvoering van de activiteit waarvoor subsidie wordt verleend; g.voorziening: tot het vreemd vermogen behorende vermogensbestanddelen die gevormd zijn met het oog op toekomstige verplichtingen, waarvan de omvang onzeker is, maar waarvan redelijkerwijs de hoogte kan worden geraamd; h.vrijwilliger: een persoon die in enig georganiseerd verband, onverplicht en onbetaald werk verricht voor andere mensen of voor de samenleving; i.vrijwilligersorganisatie: een organisatie waar de werkzaamheden in belangrijke mate worden uitgevoerd door vrijwilligers en de bestuursleden het bestuurswerk onbezoldigd verrichten. Artikel 1.2 Doel De Subsidieregeling Maatschappelijke Activiteiten Dronten 2027 heeft als doel het ondersteunen en stimuleren van maatschappelijke activiteiten die bijdragen aan de uitvoering van het beleid “Mensen maken de samenleving”. De subsidieregeling de subsidieregeling richt zich op die activiteiten die bijdragen aan het bereiken van de doelen en effecten uit een of meer van de bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezond samenleven. Artikel 1.3 Looptijd Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking en is van toepassing op subsidies die voor het begrotingsjaar 2027 worden verleend. Artikel 1.4 Aanvraagformulier Voor het aanvragen van een subsidie moet de aanvrager gebruik maken van het door het college vastgestelde schriftelijk of elektronisch aanvraagformulier dat op de gevraagde subsidie van toepassing is. Artikel 1.5 Subsidieplafond 1.Voor de in deze regeling opgenomen artikelen geldt per artikel een subsidieplafond per begrotingsjaar. 2.De subsidieplafonds zijn opgenomen in de betreffende artikelen van deze regeling en gelden onder voorbehoud van vaststelling van de gemeentebegroting door de raad. 3.Indien het subsidieplafond voor een artikel is bereikt, wordt een subsidie geweigerd met toepassing van artikel 4:25, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 1.6 Aanvraag 1.Een aanvraag voor subsidie bevat ten minste: a.een activiteitenplan met een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, inclusief de beoogde doelen en resultaten en de bijdrage aan gemeentelijke beleidsdoelen; b.een begroting voor de kosten en inkomsten van de activiteiten. Naast inkomsten van de activiteit ook een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; c.een recente balans die inzicht geeft in de bezittingen, schulden en eigen vermogen van de subsidieaanvrager; d.Indien de aanvrager een rechtspersoon is die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt deze bij de aanvraag een exemplaar van de oprichtingsakte en statuten toe. 2.Aanvragen voor een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt en die voor 1 november van het betreffende kalenderjaar zijn ingediend, worden gelijktijdig beoordeeld. Indien het subsidieplafond wordt overschreden, wordt het beschikbare bedrag naar rato over de aanvragers verdeeld. 3.Aanvragen die na 1 november van het betreffende kalenderjaar worden ingediend, worden behandeld in volgorde van ontvangst van de volledige aanvragen, voor zover het subsidieplafond nog niet is bereikt. Indien meerdere aanvragen op dezelfde dag worden ontvangen en honorering daarvan zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, wordt de onderlinge rangschikking vastgesteld door middel van loting. 4.Aanvragen voor een eenmalige activiteit worden uiterlijk 12 weken voor aanvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, ingediend. Artikel 1.7 Verantwoording 1.Tenzij het college bij de subsidieverlening anders bepaalt, wordt een subsidie van € 10.000 of lager bij verlening meteen vastgesteld, waarbij de subsidieontvanger geen rekening en verantwoording hoeft in te dienen over de besteding van de subsidie, behoudens het bepaalde in het tweede lid. 2.De subsidieontvanger als bedoeld in het eerste lid kan steekproefsgewijs worden geselecteerd voor een controle op de rechtmatige en doelmatige besteding van de subsidie. Indien uit deze controle blijkt dat niet is voldaan aan de voorwaarden, kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd. 3.Met ontvangers van een subsidie van € 100.000 of meer worden afspraken gemaakt over SROI (“social return on investment”). Artikel 1.8 Nadere invulling in de subsidiebeschikking Het college kan in de subsidiebeschikking nadere verplichtingen en afspraken opnemen met betrekking tot de uitvoering van de activiteiten, de te behalen resultaten en de wijze van monitoring en verantwoording. Hoofdstuk 2 Bestaanszekerheid bieden Artikel 2.1 Subsidie cliëntenparticipatie 1.Doel van de subsidie: Het bevorderen van gelijke rechten en kansen voor inwoners door het versterken van cliëntenparticipatie binnen het sociaal domein. 2.Effect: Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de activiteit aantoonbaar bijdragen aan: het bevorderen dat inwoners bestaanszekerheid en gelijke kansen ervaren en naar vermogen deelnemen aan de samenleving. 3.Doelgroep: Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een onafhankelijke, niet-commerciële adviesraad voor cliëntenparticipatie binnen het sociaal domein, bestaande uit vrijwilligers en door het college erkend als structurele gesprekspartner voor beleid binnen het sociaal domein. 4.Voorwaarden: Een aanvraag komt slechts voor subsidie in aanmerking indien de activiteiten in ieder geval bestaan uit bijdragen aan: a.het uitbrengen van adviezen, signalen en evaluaties over beleid en de effecten daarvan binnen het sociaal domein; b.het vertegenwoordigen van inwoners in beleidsontwikkeling binnen het sociaal domein (cliëntenparticipatie). 5.Monitoring en verantwoording: a.Maandelijkse bestuurlijke en ambtelijke gesprekken over de voortgang en ontwikkelingen binnen het sociaal domein. b.Vier maal per jaar een evaluatie over thema’s binnen het brede sociaal domein met de betrokken wethouder. 6.Subsidieplafond: Voor het begrotingsjaar 2027 geldt een subsidieplafond van € 35.000 voor cliëntenparticipatie. Artikel 2.2 Subsidie logeerbed en “time out” voorziening 1.Doel van de subsidie: Deze subsidie heeft tot doel kwetsbare inwoners met psychosociale of maatschappelijke problemen een veilige, laagdrempelige plek te bieden waar zij kortdurend kunnen verblijven om tot rust te komen, hun situatie te stabiliseren en met ondersteuning weer regie over hun leven te krijgen. 2.Effect: Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de activiteit aantoonbaar bijdragen aan: a.Inwoners voeren zelf de regie over hun leven en kunnen, indien nodig, passende hulpbronnen aanwenden. b.Inwoners kunnen (tijdelijk) functioneren in een veilige en passende woonomgeving. c.Inwoners ontvangen tijdige, lichte en laagdrempelige ondersteuning vanuit stevige lokale teams. 3.Doelgroep: Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door: a.Organisaties die een logeerbed of time-outvoorziening aanbieden binnen de gemeente Dronten, gericht op inwoners met een tijdelijke hulpvraag op het gebied van zelfregie, veiligheid, overbelasting of psychosociale problematiek. b.Organisaties die samenwerken met lokale partners, waaronder het lokale team, welzijnsorganisaties, huisartsenzorg of andere relevante maatschappelijke aanbieders. 4.Voorwaarden: Een aanvraag komt slechts voor subsidie in aanmerking indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a.De subsidieaanvrager stelt een tijdelijke, laagdrempelige opvangplaats beschikbaar voor inwoners die behoefte hebben aan: •een korte periode van rust, •een veilige plek gedurende een crisissituatie, •ondersteuning bij het (her)pakken van de regie, •het voorkomen van escalatie van problemen of zwaardere zorg. b.De inwoner kan maximaal 2 weken gebruikmaken van de logeerplek; alleen bij uitzondering kan een verlenging plaatsvinden. c.De aanbieder biedt begeleiding gericht op het versterken van zelfredzaamheid en het hervinden van regie. d.De inwoner wordt gestimuleerd om deel te nemen aan de gebruikelijke dagactiviteiten of werkzaamheden. e.De organisatie levert inspanningen om de maximale verblijfsduur van 2 weken te realiseren (sturen op doorstroom). f.De organisatie werkt actief samen met lokale partners om passende doorstroom of nazorg te realiseren. 5.Monitoring en verantwoording a.De subsidieontvanger levert minimaal eenmaal per halfjaar een voortgangsrapportage aan. b.De rapportage bevat in ieder geval informatie over: •aantal inwoners dat gebruik heeft gemaakt van de voorziening, •doorstroomtijd, •ervaren hulp en zelfredzaamheid, •deelname aan dagactiviteiten of werk, •eventuele uitzondering op de maximale verblijfsduur. c.Er vindt minimaal eenmaal per halfjaar een voortgangsgesprek plaats met de gemeente. 6.Aanvraagtermijn: In afwijking van artikel 1.6, tweede lid, worden aanvragen op grond van deze paragraaf uiterlijk op 1 december 2026 ingediend. 7.Subsidieplafond: Het subsidieplafond voor het begrotingsjaar 2027 wordt op een later moment vastgesteld door het college. Artikel 2.3 Subsidie inloopvoorziening GGZ 1.Doel van de subsidie: Deze subsidie heeft als doel een laagdrempelige inloopvoorziening te ondersteunen voor inwoners met psychosociale problemen. De voorziening biedt een veilige plek voor ontmoeting, contact, lotgenotencontact en het versterken van de sociale samenhang. De activiteiten vinden plaats in een open en toegankelijke omgeving, waar inwoners zonder drempels binnen kunnen lopen voor ondersteuning, een gesprek of deelname aan gezamenlijke activiteiten. 2.Effect: Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de activiteit aantoonbaar bijdragen aan: Inwoners voelen zich verbonden met elkaar en hun omgeving. 3.Doelgroep: Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door: a.een GGZ organisaties die in de gemeente Dronten een inloopvoorziening aanbieden voor inwoners met psychosociale of mentale problemen. b.Organisaties met minimaal 2 jaar aantoonbare ervaring met het organiseren van een inloopvoorziening of het bieden van ondersteuning aan mensen met psychosociale of mentale problemen. c.Organisaties die activiteiten uitvoeren gericht op ontmoeting, sociaal contact, lotgenotencontact of informele ondersteuning. d.Organisaties die samenwerken met lokale partners zoals welzijnsorganisaties, het lokale team, vrijwilligersorganisaties of GGZ aanbieders. 4.Voorwaarden: Een aanvraag komt slechts voor subsidie in aanmerking indien: a.De inloopvoorziening minimaal 6 dagen per week geopend is. b.De voorziening jaarlijks minimaal 10 inwoners ondersteunt via lotgenotencontact. c.Er jaarlijks minimaal 2 ontmoetingen met de buurt worden georganiseerd om verbinding tussen inwoners te versterken. d.De activiteiten openstaan voor alle inwoners en gericht zijn op ontmoeting, ondersteuning en het voorkomen of verminderen van isolement. e.De organisatie waar nodig doorverwijst naar passende ondersteuning of zorg. 5.Monitoring en verantwoording a.Er vindt twee keer per jaar een voortgangsgesprek plaats over de uitvoering en resultaten. b.De subsidieontvanger levert een tussen- en een eindrapportage aan met ten minste: •het aantal unieke bezoekers; •een overzicht van georganiseerde activiteiten en deelnemersaantallen; •het aantal georganiseerde buurtontmoetingen; •De rapportage bevat tevens één of meer praktijkvoorbeelden of ervaringsverhalen van een aantal inwoners die hebben deelgenomen aan de inloopvoorziening en wat dit voor hen heeft betekent, dit gerelateerd aan het Strategisch beleidskader “Mensen maken de Samenleving 2025-2028” en de bijbehorende uitvoeringsplannen 6.Aanvraagtermijn: In afwijking van artikel 1.6, tweede lid, worden aanvragen op grond van deze paragraaf uiterlijk op 1 december 2026 ingediend. 7.Subsidieplafond: Het subsidieplafond voor het begrotingsjaar 2027 wordt op een later moment vastgesteld door het college. Artikel 2.4 Subsidie woonstart 1.Doel van de subsidie: Het bieden van een tijdelijke woon- en begeleidingsvoorziening voor jongeren (16–27 jaar) ter bevordering van zelfstandigheid, zelfredzaamheid en duurzame participatie. 2.Effect: Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de activiteit aantoonbaar bijdragen aan: a.Vergroting van de zelfregie van jongeren. b.Versterking van gezondheid, veerkracht en sociaal functioneren. c.Verbeterde bestaanszekerheid, gelijke kansen en participatie. 3.Doelgroep: Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door: a.Organisaties die begeleidingstrajecten en woonvoorzieningen voor jongeren aanbieden. b.Organisaties met een voorziening die individuele kamers en gedeelde ruimtes biedt voor 9 jongeren en 1 crisisplek. 4.Voorwaarden: Een aanvraag komt slechts voor subsidie in aanmerking indien: a.De doelgroep bestaat uit jongeren van 16–27 jaar met (sociaal-emotionele) ontwikkelingsachterstanden en/of een ondersteuningsbehoefte; inclusief uitstroom jeugdzorg en zwerfjongeren. b.De verblijfsduur maximaal 1 jaar is (met mogelijkheid tot 1 jaar verlenging). c.Elke jongere een eigen kamer heeft en met een coach een toekomstplan opstelt voor alle levensgebieden. d.Minimaal 3 uur coaching per week wordt geboden, gericht op empowerment. e.De coach casusregie voert en intensief samenwerkt met het voorveld; additionele ondersteuning kan worden ingezet. f.Jongeren een redelijke woonvergoeding betalen. g.De voorziening een bezettingsgraad van minimaal 80% realiseert. h.Jaarlijks minimaal 4 jongeren uitstromen naar zelfstandig wonen; zelfstandigheid is binnen 2 jaar bereikt. 5.Monitoring en verantwoording a.Per kwartaal wordt een activiteitenverslag aangeleverd, gevolgd door een voortgangsgesprek. b.De volgende indicatoren worden standaard gemonitord: •Bezettingsgraad •Aantal jongeren uitgestroomd naar zelfstandig wonen •Aantal jongeren met betaald werk •Aantal jongeren met een startkwalificatie •Aantal jongeren dat onderwijs volgt •Verblijfsduur per jongere c.Een jaarlijkse rapportage bevat in ieder geval: aantallen, verblijfsduur, problematiek, uitstroom, inzet extra ondersteuning, woonvergoeding en positionering in de buurt. 6.Aanvraagtermijn: In afwijking van artikel 1.6, tweede lid, worden aanvragen op grond van deze paragraaf uiterlijk op 1 december 2026 ingediend. 7.Subsidieplafond: Het subsidieplafond voor het begrotingsjaar 2027 wordt op een later moment vastgesteld door het college. Artikel 2.5 Subsidie buurtbus Dronten 1.Doel van de subsidie: Het ondersteunen van vervoersvoorzieningen die inwoners in staat stellen om mee te doen aan de Drontense samenleving, zo lang mogelijk zelfstandig te blijven en minder afhankelijk te zijn van mantelzorgers. 2.Effect: Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de activiteit aantoonbaar bijdragen aan: a.Bestaanszekerheid en gelijke kansen voor inwoners. b.Het deelnemen naar vermogen aan de samenleving. 3.Doelgroep: Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door: a.De organisatie die de Buurtbus in Dronten exploiteert. b.Een organisatie die werkt met vrijwilligers voor de uitvoering van buurtvervoer. 4.Voorwaarden: Een aanvraag komt slechts voor subsidie in aanmerking indien: a.De Buurtbus inwoners toegang biedt tot cruciale voorzieningen en maatschappelijke activiteiten. b.De inzet van vrijwilligers is geborgd. 5.Monitoring en verantwoording a.Jaarlijks vindt een ambtelijk voortgangsgesprek plaats. b.Verantwoording: De subsidieontvanger levert jaarlijks een korte inhoudelijke evaluatie aan met ten minste de volgende indicatoren: •Aantal vervoerde inwoners per week. •Aantal actieve vrijwilligers. 6.Subsidieplafond: Voor het begrotingsjaar 2027 geldt een subsidieplafond van € 7.500 voor de Buurtbus Dronten. Hoofdstuk 3 Kansengelijkheid vergroten Artikel 3.1 Subsidie volwasseneneducatie 1.Doel van de subsidie: De subsidie heeft tot doel het verbeteren van de basisvaardigheden van inwoners. 2.Effect: Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de activiteit aantoonbaar bijdragen aan: a.het verlagen van drempels voor deelname aan de samenleving door versterking van basisvaardigheden, en b.het vergroten van duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt, zelfredzaamheid en sociale inclusie van inwoners. 3.Doelgroep: Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door: a.gecertificeerde taalaanbieders die non‑formele volwasseneneducatie aanbieden met inzet van gekwalificeerde docenten en vrijwilligers; of b.de bibliotheekorganisatie die een taalhuisfunctie vervult en laagdrempelige taalactiviteiten uitvoert met vrijwilligers. 4.Voorwaarden: Een aanvraag komt slechts voor subsidie in aanmerking indien: a.de activiteit bijdraagt aan de doelstellingen van het Regioplan aanpak laaggeletterdheid 2025–2029; b.de activiteit betrekking heeft op non‑formele educatie gericht op onderdeel of onderdelen van de WEB‑eindtermen; c.de activiteit bijdraagt aan het bevorderen van maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid; 5.Categorie A: Laagdrempelige taalhuisactiviteiten (non‑formeel) Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die voldoen aan alle volgende voorwaarden: a.de activiteiten vinden plaats in of vanuit het taalhuis van de bibliotheek; b.de activiteiten bestaan uit non‑formele educatie voor NT1- en NT2‑deelnemers met ten minste A1 niveau; c.minimaal 80% van de uitvoering gebeurt door vrijwilligers onder begeleiding van professionele coördinatie; d.er wordt gewerkt met intake, leerdoelen, voortgangsregistratie en evaluatie; e.de activiteiten richten zich op praktische taal-, reken- of digitale vaardigheden. 6.Categorie B: Gecertificeerde taalaanbieders Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die voldoen aan alle volgende voorwaarden: a.de activiteiten zijn gericht op analfabeten, laagtaalvaardige NT2‑deelnemers of deelnemers met A0–A1‑niveau; b.er wordt gewerkt met intake, leerdoelen, voortgangsregistratie en evaluatie; c.de lesuren worden verzorgd door gekwalificeerde docenten en vrijwilligers kunnen aanvullend worden ingezet; d.er wordt aangesloten bij vervolgtrajecten (doorlopende leerlijn). e.deelnemers kunnen deelnemen aan maatwerktrajecten op individuele basis en groepsbijeenkomsten. 7.Aanvullende aanvraagvereisten De aanvraag bevat, in aanvulling op artikel 1.6, ten minste: a.een beschrijving van de activiteiten en de beoogde resultaten; b.een toelichting op de wijze waarop monitoring en evaluatie plaatsvinden; c. een beschrijving van eventuele samenwerking met relevante partners; d.een toelichting op de wijze waarop een doorlopende leerlijn wordt geborgd; en e. een bereikstrategie voor NT1 en NT2deelnemers. 8.Monitoring en verantwoording a.De subsidieontvanger neemt deel aan een halfjaarlijks voortgangsgesprek met de gemeente. b.De subsidieontvanger dient uiterlijk 1 september 2027 een inhoudelijke en financiële tussentijdse verantwoording in. c.Het verzoek tot vaststelling van de subsidie wordt uiterlijk 1 maart 2028 ingediend. d.Vaststelling vindt plaats op basis van daadwerkelijk uitgevoerde activiteiten. 9.Subsidieplafond: Voor het begrotingsjaar 2027 geldt een subsidieplafond van € 80.000 voor volwasseneneducatie, verdeeld in: a.€ 50.000 voor subsidiecategorie A; b.€ 30.000 voor subsidiecategorie B. Artikel 3.2 Subsidie jeugdgezondheidszorg 0–4 jaar 1.Doel van de subsidie: De subsidie heeft tot doel bij te dragen aan een samenleving waarin kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar optimale ontwikkelkansen krijgen en ouders laagdrempelig, tijdig en gebiedsgericht passende preventieve ondersteuning ontvangen, aanvullend op hun eigen mogelijkheden en die van hun netwerk. 2.Effect: Om voor subsidie in aanmerking te komen, moeten de activiteiten aantoonbaar bijdragen aan: a.het versterken van gezondheid en veerkracht van kinderen en ouders; b.het bevorderen van bestaanszekerheid, gelijke kansen en maatschappelijke participatie; en c.het versterken van eigen regie en het tijdig kunnen inzetten van passende hulpbronnen. 3.Doelgroep: Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door de organisatie die in de gemeente Dronten uitvoering geeft aan het basistakenpakket en maatwerk binnen de professionele jeugdgezondheidszorg voor kinderen van 0–4 jaar. 4.Voorwaarden: Een aanvraag komt slechts voor subsidie in aanmerking indien de subsidieontvanger: a.uitvoering geeft aan het basistakenpakket jeugdgezondheidszorg 0–4 jaar, conform landelijke en wettelijke kaders; b.in staat is aanvullend maatwerk te bieden ter versterking van de pedagogische (sociale) basis; c.in staat is om prenatale huisbezoeken uit te voeren d.samenwerkt met relevante partners binnen het preventieve veld, waaronder (voor)schoolse voorzieningen, jeugdhulp, verloskundigen, kraamzorg en huisartsen; en e.bijdraagt aan het vroegtijdig signaleren van mogelijke (gezondheid)problemen en waar nodig jonge kinderen of gezinnen doorverwijzen naar tijdelijke ondersteuning of hulp 5.Monitoring en verantwoording a.De subsidieontvanger rapporteert jaarlijks over de uitgevoerde activiteiten en de behaalde resultaten, zowel kwalitatief als kwantitatief. b.De verantwoording bevat in ieder geval: •een toelichting op de bijdrage aan de doelen en effecten; •een beschrijving van de samenwerking in het preventieve veld; •kerngegevens over bereik en doorverwijzing c.Daarnaast vinden per kwartaal ambtelijke voortgangsgesprekken plaats. 6.Aanvullende afspraken Nadere uitvoeringsafspraken over taken, resultaten, inzet van maatwerk en specifieke activiteiten worden vastgelegd in de subsidiebeschikking. 7.Subsidieplafond: Voor het begrotingsjaar 2027 geldt een subsidieplafond van € 859.367 voor jeugdgezondheidszorg 0–4 jaar, verdeeld in: a.een deel voor uitvoering van het basistakenpakket; b.een deel voor aanvullende maatwerkactiviteiten Afhankelijk van het bedrag dat resteert na uitvoering van het basistakenpakket worden de eventuele aanvullende maatwerkactiviteiten vastgesteld. De nadere verdeling van middelen vindt plaats in de subsidiebeschikking. Artikel 3.3 Subsidie Kansrijke Start 1.Doel van de subsidie: De subsidie Kansrijke Start heeft tot doel activiteiten te ondersteunen die bijdragen aan het vergroten van gelijke kansen en het versterken van ontwikkelkansen voor kinderen, door (aanstaande) kwetsbare ouders in de eerste 1.000 dagen rondom zwangerschap en geboorte laagdrempelig, tijdig en passend te ondersteunen. 2.Effect: Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de activiteit aantoonbaar bijdragen aan: a.het versterken van gezondheid en veerkracht van (aanstaande) ouders; b.het bevorderen van bestaanszekerheid, gelijke kansen en maatschappelijke participatie; c.het versterken van eigen regie en het vermogen om passende hulpbronnen aan te wenden. 3.Doelgroep: Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door organisaties die activiteiten uitvoeren binnen het programma Kansrijke Start en ondersteuning bieden aan (aanstaande) kwetsbare ouders in de eerste 1.000 dagen, waaronder: a.organisaties die preventieve ondersteuning en begeleiding bieden; b.organisaties die samenwerken binnen de lokale coalitie Kansrijke Start, waaronder kraamzorg, verloskundigen en jeugdgezondheidszorg. 4.Voorwaarden: Een aanvraag komt slechts voor subsidie in aanmerking indien de activiteiten: a.bijdragen aan preventie en vroegsignalering in de fase van -9 maanden tot geboorte; b.zich richten op het vergroten van kennis en bewustwording over kinderwens, geïnformeerde keuzes en het voorkomen van onbedoelde zwangerschap; c.bijdragen aan versterking van de samenwerking tussen kraamzorg, verloskundigen en jeugdgezondheidszorg. d.worden uitgevoerd in afstemming met de lokale coalitie Kansrijke Start; 5.Monitoring en verantwoording a.De subsidieontvanger rapporteert jaarlijks over de uitgevoerde activiteiten en de behaalde resultaten. b.De verantwoording bevat in ieder geval: •een inhoudelijke beschrijving van de activiteiten; •een analyse van de geboden preventieve ondersteuning en doorverwijzingen; •het aantal bereikte (aanstaande) ouders en gezinnen; •resultaten uit tevredenheidsonderzoeken en/of verhalen uit de praktijk c.Daarnaast vinden twee keer per jaar monitoringsgesprekken plaats over voortgang en ontwikkelingen. 6.Subsidieplafond: Voor het begrotingsjaar 2027 geldt een subsidieplafond van € 43.020 voor Kansrijke Start, verdeeld in: a.€ 33.020 voor activiteiten gericht op ondersteuning bij kinderwens, bewuste gezinsplanning en het voorkomen van onbedoelde zwangerschap; b.€ 10.000 voor activiteiten gericht op versterking van samenwerking en vroegsignalering in de fase van -9 maanden tot geboorte, in afstemming met de lokale coalitie Kansrijke Start. Het subsidieplafond geldt onder het voorbehoud van toekenning en beschikbaarstelling van rijksmiddelen; bij het uitblijven daarvan kan het subsidieplafond worden gewijzigd. De nadere invulling van de activiteiten vindt plaats in de subsidiebeschikking. Artikel 3.4 Subsidie onderwijsachterstandenbeleid 1.Doel van de subsidie: De subsidie heeft tot doel het voorkomen en verminderen van onderwijsachterstanden bij kinderen en jongeren in de gemeente Dronten, door het versterken van hun ontwikkelkansen in opvang en onderwijs, met bijzondere aandacht voor kinderen met een verhoogd risico op een onderwijsachterstand. 2.Effect: Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de activiteit aantoonbaar bijdragen aan: Inwoners ervaren bestaanszekerheid, gelijke kansen en doen mee naar vermogen. 3.Doelgroep: Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door organisaties die activiteiten uitvoeren gericht op het ondersteunen van kinderen en jongeren met een risico op een onderwijsachterstand, dan wel op het versterken van de pedagogische en educatieve context waarin zij opgroeien. 4.Subsidiecategorieën: Het college onderscheidt binnen het onderwijsachterstandenbeleid de volgende subsidiecategorieën: a.Voorschoolse educatie en vroegsignalering Activiteiten gericht op het voorkomen van onderwijsachterstanden bij jonge kinderen, waaronder voorschoolse educatie, toeleiding naar voorzieningen en ouderbetrokkenheid. b.Bestrijding van onderwijsachterstanden in het primair onderwijs Activiteiten gericht op het verminderen van taal- en leerachterstanden bij leerlingen in het basisonderwijs, met bijzondere aandacht voor kinderen met een grote risico op taalachterstand. c.Ondersteuning bij de overgang naar vervolgonderwijs Activiteiten gericht op het voorkomen van voortijdige uitval en het bevorderen van een succesvolle overstap van primair naar voortgezet onderwijs. d.Flankerende ondersteuning onderwijsachterstanden Activiteiten die bijdragen aan het vergroten van de ontwikkelkansen van kinderen met een risico op onderwijsachterstanden, waaronder activiteiten gericht op gezondheid, ouderbetrokkenheid en welbevinden, voor zover deze ondersteunend zijn aan het onderwijsachterstandenbeleid. 5.Voorwaarden: Een aanvraag komt slechts voor subsidie in aanmerking indien de activiteiten: a.aantoonbaar bijdragen aan het voorkomen of verminderen van onderwijsachterstanden; b.aansluiten bij de geldende (rijks)kaders en wettelijke bepalingen inzake onderwijsachterstandenbeleid; c.passen binnen één of meer van de subsidiecategorieën genoemd in het vierde lid; en d.worden uitgevoerd in samenhang met relevante partners binnen het voorschoolse, onderwijs- en jeugdveld. 6.Monitoring en verantwoording a.De subsidieontvanger rapporteert jaarlijks over de uitgevoerde activiteiten en de behaalde resultaten. b.De rapportage bevat in ieder geval: •het aantal bereikte kinderen; •een toelichting op de bijdrage aan het voorkomen en verminderen van onderwijsachterstanden; •een reflectie op de samenhang met het bredere lokale onderwijsachterstandenbeleid. c.Daarnaast vinden periodiek ambtelijke voortgangsgesprekken plaats. 7.Subsidieplafond: Voor het begrotingsjaar 2027 geldt een subsidieplafond van € 713.935 voor het onderwijsachterstandenbeleid, verdeeld over de volgende deelplafonds: a.38.001 euro voor de activiteit peuteropvang +. b.30.464 euro voor het uitvoeren van een pilot bestaande uit 40 trajecten VE-thuisbegeleiding voor VVE-doelgroepkinderen c.31.120 euro voor de uitvoering van de regiefunctie JGZ in het kader van Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) gericht op het voorschools traject. d.9.570 euro voor de uitvoering van de regiefunctie JGZ in het kader van Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) gericht op het vroegschoolse traject. e.50.208 euro voor het ondersteunen, begeleiden en adviseren van onderwijspartners bij het inrichten en geven van effectieve taalverwerving en culturele integratie aan meertalige leerlingen; f.69.927 euro voor het organiseren van intensieve taalklas voor kinderen in de gemeente Dronten g.65.000 euro als aanzet voor het organiseren van een pilot met gerichte en intensieve taalsteun aan kleuters en/of leerlingen. h.34.481 voor het uitvoeren van begeleidingsactiviteiten ten behoeve van leerlingen in groep 8 van wie wordt verwacht dat ze moeite zullen hebben met de overstap naar het voortgezet onderwijs. i.30.279 euro voor een activiteit gericht op het laagdrempelig ondersteunen van kinderen met een risico op onderwijsachterstanden, ouders en scholen. j.89.145 euro voor het terugdringen van (on) geoorloofd (langdurig) ziekteverzuim bij kinderen en jongeren om onderwijsachterstanden tegen te gaan en te zorgen dat op de lange termijn meer kinderen de school verlaten met een startkwalificatie. k.17.259 euro voor de uitvoering van de logopedische screening van kinderen in groep 1 van het basisonderwijs in de gemeente Dronten. l.15.667 euro voor de ondersteuning van scholen die werken aan het verbeteren van de gezondheid van hun leerlingen met een risico op onderwijsachterstanden. m.36.014 euro voor de uitvoering van een activiteit gericht op de lees- en taalvaardigheden van kinderen en jongeren met een risico op taal- en onderwijsachterstanden. n.146.800 euro voor de uitvoering van de activiteit intermediairs ouderbetrokkenheid. De intermediairs ouderbetrokkenheid vormen een belangrijke spil in de toeleiding van VVE kinderen én in de ouderbetrokkenheid. o.50.000 euro voor de doorontwikkeling van het integraal ondersteuningsteam naar het expertteam en de rol die het expertteam speelt in de ondersteuning van doelgroepkinderen. Het college kan besluiten tot herverdeling van de beschikbare middelen tussen de in dit artikel genoemde deelplafonds, mits het totale subsidieplafond niet wordt overschreden. Het subsidieplafond geldt onder het voorbehoud van toekenning en beschikbaarstelling van rijksmiddelen; bij het uitblijven daarvan kan het subsidieplafond worden gewijzigd. De nadere invulling van de activiteiten binnen deze subsidieplafonds wordt jaarlijks vastgelegd in de subsidiebeschikking. Artikel 3.5 Subsidie activiteiten om gelijke behandeling te vergroten 1.Doel van de subsidie: De subsidie heeft tot doel activiteiten te ondersteunen die bijdragen aan het vergroten van gelijke behandeling binnen de gemeente Dronten. De activiteiten richten zich op het versterken van de bewustwording onder inwoners dat zij dezelfde rechten en kansen hebben om volwaardig mee te doen in de samenleving. 2.Effect: Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de activiteit aantoonbaar bijdragen aan: Inwoners ervaren bestaanszekerheid, gelijke kansen en doen mee naar vermogen. 3.Doelgroep: Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een onafhankelijk antidiscriminatiepunt (ADV) dat voldoet aan de vereisten van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen. 4.Voorwaarden: Een aanvraag komt slechts in aanmerking voor subsidie indien de subsidieontvanger activiteiten uitvoert die bijdragen aan het behalen van het volgende resultaat: a.Meer inwoners ervaren dat zij dezelfde rechten en kansen hebben om mee te doen in de samenleving. Daarnaast moet de subsidieontvanger: b.voldoen aan alle taken zoals beschreven in de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (ADV); c.uitvoering geven aan zowel klachtbehandeling, registratie, preventie als signalering op het gebied van discriminatie. 5.Monitoring en verantwoording: De bereikte resultaten worden gemeten aan de hand van de volgende indicatoren: Kwalitatief: •Een inhoudelijk verslag waarin wordt aangetoond dat is voldaan aan alle wettelijke ADV‑taken en waarin trends, signalen en bevindingen worden toegelicht. Kwantitatief: •Geanonimiseerde gegevens over ontvangen meldingen, signaleringen, voorlichtingsactiviteiten en bereikte inwoners. Daarnaast vindt tweemaal per jaar een gesprek plaats met de gemeente om trends en signaleringen te bespreken. 6.Subsidieplafond: Voor het begrotingsjaar 2027 geldt voor activiteiten gericht op gelijke behandeling en antidiscriminatie een subsidieplafond ter hoogte van de door het Rijk aan de gemeente Dronten beschikbaar gestelde middelen voor de uitvoering van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen Artikel 3.6 Subsidie ondersteuning gehandicapten en chronisch zieken 1.Doel van de subsidie: De subsidie heeft tot doel activiteiten te ondersteunen die bijdragen aan het vergroten van gelijke rechten en kansen voor inwoners met een handicap of chronische ziekte. De activiteiten zijn gericht op het versterken van hun deelname aan de samenleving en het bevorderen van zelfredzaamheid, zodat zij volwaardig kunnen meedoen. 2.Effect: Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de activiteit aantoonbaar bijdragen aan: Inwoners ervaren hun gezondheid en veerkracht als voldoende om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. 3.Doelgroep: Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door lokale vrijwilligersorganisaties, gevestigd in de gemeente Dronten, die activiteiten uitvoeren op het gebied van belangenbehartiging en ondersteuning van chronisch zieken en gehandicapten. 4.Voorwaarden: Een aanvraag komt slechts voor subsidie in aanmerking indien de activiteiten bijdragen aan het behalen van de volgende resultaten: a.Meer inwoners ervaren dat zij dezelfde rechten en kansen hebben om mee te doen in de samenleving; b.De activiteiten versterken de participatie van inwoners met een handicap of chronische ziekte; c.De activiteiten dragen bij aan het vergroten van de zelfredzaamheid van deze inwoners. 5.Monitoring en verantwoording: Tweemaal per jaar vindt een evaluatiegesprek plaats om de uitgevoerde activiteiten en hun impact te bespreken. De subsidieontvanger rapporteert over de wijze waarop de activiteiten hebben bijgedragen aan participatie en zelfredzaamheid. 6.Subsidieplafond: Voor het begrotingsjaar 2027 geldt een subsidieplafond van € 13.000 voor activiteiten van lokale vrijwilligersorganisaties die gericht zijn op belangenbehartiging en ondersteuning van inwoners met een handicap of chronische ziekte binnen de gemeente Dronten. Hoofdstuk 4 Gezond Samenleven Versterken Artikel 4.1 Subsidie activiteiten dorpsbelangen 1.Doel van de subsidie: De subsidie is bedoeld om activiteiten te ondersteunen die bijdragen aan het versterken van sociale cohesie en leefbaarheid in de dorpen van de gemeente Dronten. De subsidie richt zich op initiatieven die bijdragen aan saamhorigheid, betrokkenheid, ontmoeting en goede informatievoorziening voor inwoners. 2.Effect: Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de activiteit aantoonbaar bijdragen aan: a.Vergroten van de saamhorigheid en betrokkenheid tussen inwoners; b.Toename van het aantal laagdrempelige activiteiten en ontmoetingsmomenten; c.Verbeterde informatievoorziening en belangenbehartiging voor inwoners. 3.Doelgroep: Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door dorpsbelangenorganisaties die zijn gevestigd in de gemeente Dronten en die activiteiten uitvoeren voor de dorpen binnen de gemeente. 4.Voorwaarden: Een aanvraag komt slechts voor subsidie in aanmerking indien de activiteiten worden uitgevoerd door een dorpsbelangenorganisatie en bijdragen aan één of meer van de volgende doelen: a.het vergroten van de leefbaarheid en saamhorigheid in de dorpen van de gemeente Dronten; b.het organiseren van activiteiten voor inwoners van de dorpen; c.het behartigen van de belangen van inwoners van de dorpen; d.het informeren van inwoners van de dorpen over ontwikkelingen die relevant zijn voor hun woonomgeving. 5.Subsidieplafond: Voor het begrotingsjaar 2027 geldt een subsidieplafond van € 36.633 voor activiteiten dorpsbelangen. 6.Hoogte van de subsidie: De subsidie bedraagt per aanvrager in het begrotingsjaar 2027 maximaal € 12.211 en wordt verstrekt binnen het subsidieplafond als bedoeld in het vijfde lid. Artikel 4.2 Subsidie activiteiten sport 1.Doel van de subsidie: De subsidie heeft tot doel activiteiten te ondersteunen die bijdragen aan een gezonde leefomgeving voor inwoners van de gemeente Dronten. De activiteiten richten zich op het stimuleren van een actieve leefstijl en het vergroten van deelname aan sport en bewegen. 2.Effect: Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de activiteit aantoonbaar bijdragen aan: Inwoners ervaren hun gezondheid en veerkracht als voldoende om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. 3.Doelgroep: Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door organisaties zonder winstoogmerk die activiteiten organiseren gericht op sport en bewegen in de gemeente Dronten. 4.Subsidiecategorieën: Het college onderscheidt de volgende categorieën: a.Structurele sportactiviteiten: een nieuw sport- en beweegaanbod met een duurzaam en doorlopend karakter dat zich uitstrekt over een periode van minimaal tien weken (zoals een wekelijkse lessenreeks van ten minste tien bijeenkomsten). Dit aanbod is nadrukkelijk bedoeld om na deze opstartfase structureel te landen binnen de vereniging. Eenmalige of kortstondige activiteiten (zoals een toernooi, festival of weekendbijeenkomst) zijn uitgesloten van dit spoor en behoren tot de incidentele subsidies. b.Incidentele sportactiviteiten en initiatieven: Eenmalige of tijdelijke activiteiten die bijdragen aan (het stimuleren en/of kennismaken van) sport en bewegen, zoals toernooien, clinics, evenementen of eenmalige sportieve activiteiten. 5.Voorwaarden: Een aanvraag komt slechts voor subsidie in aanmerking indien de activiteiten: a.bijdragen aan het bevorderen van een actieve leefstijl; b.laagdrempelig en toegankelijk zijn voor inwoners; c.bijdragen aan deelname aan sport en bewegen; d.waar mogelijk openstaan voor nietleden; en e.een concrete activiteit betreffen en niet zien op reguliere exploitatielasten. Aanvullend geldt per categorie: Categorie a – structurele sportactiviteiten •activiteiten hebben een terugkerend karakter; •activiteiten zijn toegankelijk voor een brede doelgroep •activiteiten zijn vernieuwend, aanvullend of gericht op het bereiken van nieuwe (kwetsbare) doelgroepen •ze hebben bij voorkeur een sportief maatschappelijk karakter; Categorie b: incidentele sportactiviteiten en initiatieven •activiteiten hebben een duidelijk begin en einde; •activiteiten kunnen gericht zijn op specifieke doelgroepen, zoals jeugd, ouderen of kwetsbare inwoners. Categorie c: sportverkiezingen •worden georganiseerd door een vrijwilligersorganisatie; •dragen bij aan zichtbaarheid en waardering van sport en sporters in de gemeente. 6.Monitoring en verantwoording: De subsidieontvanger rapporteert na afloop over de uitvoering van de activiteit en de behaalde resultaten. De rapportage bevat in ieder geval: •het aantal deelnemers; •een beschrijving van de activiteit; •een korte evaluatie van het bereik en effect. 7.Subsidieplafond en hoogte van de subsidie: Voor het begrotingsjaar 2027 geldt een subsidieplafond van € 58.500, verdeeld in: a.€ 25.000 voor structurele sportactiviteiten; b.€ 26.000 voor incidentele sportactiviteiten en initiatieven. c.€ 7.500 voor het organiseren van de sportverkiezingen Per aanvrager geldt: •voor categorie a: maximaal € 3.000 •voor categorie b: maximaal € 1.500 •voor categorie c: maximaal € 7.500 Subsidie activiteiten promotie Dronten 1.Doel van de subsidie: De subsidie heeft tot doel activiteiten te ondersteunen die bijdragen aan het versterken van de verbinding tussen inwoners en de gemeente Dronten, het vergroten van betrokkenheid en het bevorderen van maatschappelijke participatie. 2.Effect: Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de activiteit aantoonbaar bijdragen aan: a.inwoners voelen zich verbonden met elkaar en hun omgeving; b.inwoners nemen actief of passief deel aan activiteiten binnen de gemeente. 3.Doelgroep: Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door organisaties zonder winstoogmerk die activiteiten organiseren op het gebied van sport, cultuur, gezondheid of ontmoeting in de gemeente Dronten. 4.Voorwaarden: Een aanvraag komt slechts voor subsidie in aanmerking indien de activiteiten: a.gericht zijn op ontmoeting, verbinding of maatschappelijke betrokkenheid; b.openbaar en laagdrempelig toegankelijk zijn voor inwoners; c.bijdragen aan deelname aan sport, cultuur of sociale activiteiten; d.bijdragen aan de leefbaarheid en saamhorigheid binnen de gemeente; e.een concrete activiteit betreffen en niet zien op reguliere exploitatielasten; f.een herkenbare bijdrage leveren aan het versterken van de betrokkenheid bij de gemeente Dronten. 5.Monitoring en verantwoording a.De subsidieontvanger rapporteert na afloop over de uitvoering van de activiteit. b.De rapportage bevat in ieder geval: •het aantal deelnemers; •een beschrijving van de activiteit; •een korte evaluatie van het bereik en effect. 6.Subsidieplafond: Voor het begrotingsjaar 2027 geldt een subsidieplafond van € 15.000 voor activiteiten van vrijwilligersorganisaties die: •door het organiseren van de tulpenroute bijdragen aan de bekendheid en identiteit van de gemeente Dronten; •door het organiseren van de Meerpaaldagen de leefbaarheid en saamhorigheid in de gemeente versterken; of •door het organiseren van de Dag van de ouderen bijdragen aan de positieve gezondheid en vitaliteit van oudere inwoners. Per aanvrager is, behoudens het genoemde subsidieplafond, in het begrotingsjaar maximaal € 5.000 beschikbaar. Artikel 4.4 Subsidie activiteiten kunst en cultuur 1.Doel van de subsidie: De subsidie heeft tot doel activiteiten te ondersteunen die bijdragen aan culturele participatie en het vergroten van leefbaarheid en welbevinden in de gemeente Dronten. De activiteiten richten zich op het stimuleren van actieve en passieve deelname aan cultuur en het bevorderen van (ver)binding tussen inwoners en hun leefomgeving. 2.Effect: Om voor deze subsidie in aanmerking te komen moet de activiteit aantoonbaar bijdragen aan een gevoel van verbondenheid dat inwoners ervaren onderling, of met hun omgeving. 3.Doelgroep: Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door vrijwilligersorganisaties, gevestigd in de gemeente Dronten, die publiek toegankelijke culturele activiteiten organiseren. 4.Voorwaarden: Een aanvraag komt slechts voor subsidie in aanmerking indien de activiteiten: a.bijdragen aan het vergroten van de leefbaarheid in de gemeente Dronten; b.gericht zijn op podiumkunst, beeldende kunst, letteren, audiovisuele kunst of erfgoed; c.publiek toegankelijk zijn voor inwoners van de gemeente Dronten; d.bijdragen aan culturele participatie, het leren van culturele vaardigheden of kennismaking met cultuur; e.bijdragen aan het resultaat dat inwoners (ver)binding ervaren met elkaar en met Dronten; f.Een aanvrager kan maximaal éénmaal per begrotingsjaar subsidie aanvragen. 5.Subsidieplafond: Voor het begrotingsjaar 2027 geldt een subsidieplafond van € 80.000 voor kunst en cultuur. De hoogte van de subsidie is afhankelijk van de totale uitgaven van de activiteit: a.Voor activiteiten met totale uitgaven boven de € 50.000 bedraagt de subsidie maximaal € 7.500; b.Voor activiteiten met totale uitgaven van € 50.000 of lager bedraagt de subsidie maximaal 50% van de totale uitgaven, met een maximum van € 3.000. Artikel 4.5 Subsidie lokale omroep 1.Doel van de subsidie: De subsidie heeft tot doel de instandhouding en versterking van een lokale publieke media‑instelling die een gevarieerd, betrouwbaar en toegankelijk media‑aanbod verzorgt binnen de gemeente Dronten. De activiteiten dienen bij te dragen aan een sterke lokale informatievoorziening, actieve betrokkenheid van inwoners bij het lokaal bestuur en een levendige lokale democratie. 2.Effect: Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de activiteit aantoonbaar bijdragen aan: Versterking van de lokale democratie en maatschappelijke betrokkenheid door toegankelijke en betrouwbare lokale nieuws- en informatievoorziening. 3.Doelgroep: Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een instelling die: a.door het Commissariaat voor de Media is aangewezen als lokale publieke media‑instelling voor de gemeente Dronten, conform artikel 2.61 van de Mediawet 2008; b.een rechtspersoon zonder winstoogmerk is; c.de publieke media-opdracht uitvoert zoals bedoeld in artikel 2.1 Mediawet 2008, gericht op informatie, educatie en cultuur op lokaal niveau; d.beschikt over een programmabeleidbepalend orgaan (PBO) dat voldoet aan artikel 2.62 Mediawet 2008; e.in staat is op aanvraag inzicht te geven in bereik, activiteiten en samenwerkingen binnen het verzorgingsgebied. 4.Voorwaarden: Een aanvraag komt slechts in aanmerking voor subsidie indien de subsidieontvanger aantoonbaar de volgende resultaten behaalt: a.Continuïteit van de lokale publieke media-instelling: de lokale omroep blijft operationeel en voert haar publieke taak uit; b.Informatieve en relevante content: de omroep biedt een gevarieerd media‑aanbod gericht op lokale actualiteit, cultuur, educatie en burgerparticipatie. 5.Monitoring en verantwoording a.De subsidieontvanger levert jaarlijks een inhoudelijke en financiële rapportage aan het college; b.Evaluatie vindt plaats aan de hand van de behaalde resultaten en overeengekomen indicatoren. 6.Subsidieplafond: Voor het begrotingsjaar 2027 geldt een subsidieplafond van € 29.000 voor de lokale omroep. Artikel 4.6 Subsidie jongerenactiviteiten 1.Doel van de subsidie: De subsidie heeft tot doel activiteiten te ondersteunen die bijdragen aan het versterken van (ver)binding tussen jongeren en hun leefomgeving. De activiteiten richten zich op ontmoeting, ondersteuning, participatie en het bevorderen van mentale gezondheid. 2.Effect: Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de activiteit aantoonbaar bijdragen aan: Jongeren voelen zich verbonden met elkaar en hun omgeving. 3.Doelgroep: Subsidie kan worden aangevraagd door organisaties die activiteiten uitvoeren voor jongeren van 0 tot en met 27 jaar binnen de gemeente Dronten. 4.Voorwaarden: Een aanvraag komt slechts voor subsidie in aanmerking indien de activiteiten bijdragen aan de volgende resultaten: a.een structurele vermindering van eenzaamheid onder jongeren door het faciliteren van ontmoeting; b.een stijging van het aantal jongeren dat zijn of haar mentale gezondheid als goed ervaart; c.jongeren leveren input op beleid en projecten die invloed hebben op hun leefomgeving. Daarnaast geldt dat: d.de activiteit aantoonbaar bijdraagt aan ontmoeting, verbinding of persoonlijke ontwikkeling van jongeren; e.de activiteit niet uitsluitend gericht is op vermaak of consumptie. 5.Monitoring en verantwoording – Indicatoren De bereikte resultaten worden gemeten aan de hand van: a.de mate waarin jongeren na afloop ervaren dat zij sterker in hun schoenen staan, nieuwe of hechtere sociale contacten hebben opgedaan, en zich meer betrokken voelen bij hun omgeving, in een setting die als veilig en toegankelijk wordt ervaren; b.de aantoonbare bijdrage aan ontmoeting, verbinding of persoonlijke ontwikkeling. Verplichtingen subsidieontvanger De subsidieontvanger levert na afloop een korte rapportage met: •het aantal deelnemers; •het type activiteit; •een korte evaluatie aan de hand van bovenstaande indicatoren (bijv. via een eenvoudige vragenlijst of nabespreking). 6.Subsidieplafond: Voor het begrotingsjaar 2027 geldt een subsidieplafond van € 15.000 voor jongerenactiviteiten. Per aanvrager is maximaal € 3.000 beschikbaar. Onder jongeren wordt verstaan: inwoners in de leeftijd van 0 tot en met 27 jaar. Artikel 4.7 Subsidie dorpsquiz 1.Doel van de subsidie: De subsidie heeft tot doel activiteiten te ondersteunen die bijdragen aan actieve en passieve deelname aan cultuur binnen de gemeente Dronten. De dorpsquiz draagt bij aan het culturele leven, stimuleert ontmoeting en vergroot het welbevinden van inwoners door gezamenlijke en toegankelijke culturele beleving. 2.Effect: Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de activiteit aantoonbaar bijdragen aan: Inwoners voelen zich verbonden met elkaar en hun omgeving. 3.Resultaten: De activiteiten leiden ertoe dat inwoners (ver)binding ervaren met elkaar en met de gemeente Dronten. 4.Doelgroep: Subsidie kan worden aangevraagd door organisaties die een dorpsquiz organiseren binnen de gemeente Dronten. 5.Voorwaarden: Een aanvraag komt slechts voor subsidie in aanmerking indien de activiteit: a.toegankelijk is voor alle inwoners van de gemeente Dronten, ongeacht leeftijd, achtergrond of woonplaats binnen de gemeente; b.openbaar en publiek toegankelijk is (niet alleen voor leden, afdelingen of besloten groepen); c.bijdraagt aan ontmoeting, samenwerking en verbinding tussen inwoners; d.gericht is op het versterken van het dorpsleven en de leefbaarheid in de gemeente Dronten; e.zorgvuldig wordt georganiseerd en plaatsvindt in een laagdrempelige, veilige en inclusieve setting. 6.Monitoring en verantwoording De subsidieontvanger verstrekt na afloop, op verzoek van de gemeente, een korte rapportage over uitvoering en aantal deelnemers. 7.Subsidieplafond: Voor het begrotingsjaar 2027 geldt een subsidieplafond van € 2.500 voor het organiseren van een dorpsquiz. Artikel 4.8 Subsidie steun bij rouw, verlies en eenzaamheid 1.Doel van de subsidie: De subsidie heeft tot doel activiteiten te ondersteunen die bijdragen aan het verbeteren van het mentaal welzijn van inwoners en het verminderen van eenzaamheid, sociaal isolement en rouwproblematiek. Daarnaast richten de activiteiten zich op het versterken van de sociale basis en onderlinge steun tussen inwoners. 2.Effect: Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de activiteit aantoonbaar bijdragen aan: a.inwoners ervaren een gezonde leefomgeving; b.inwoners hebben mensen om zich heen die zij kunnen steunen en waarop zij kunnen terugvallen; c.inwoners voelen zich verbonden met hun omgeving en ervaren steun. 3.Doelgroep: Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door organisaties die: a.activiteiten uitvoeren gericht op het verminderen van eenzaamheid, het bieden van ondersteuning bij verlies en rouw en het versterken van sociale verbondenheid binnen de gemeente Dronten; b.geen winstoogmerk hebben; c.aantoonbare ervaring hebben met de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; d.beschikken over een relevant netwerk binnen de gemeente Dronten, passend bij de uitvoering van de activiteiten. 4.Voorwaarden: Een aanvraag komt slechts voor subsidie in aanmerking indien de activiteiten: a.gericht zijn op het verminderen of voorkomen van eenzaamheid, sociaal isolement of rouwproblematiek; b.bijdragen aan ontmoeting, sociale verbinding of ondersteuning; c.laagdrempelig en toegankelijk zijn voor inwoners; d.waar nodig bijdragen aan het tijdig signaleren en doorgeleiden naar passende ondersteuning; en e.worden uitgevoerd in samenwerking met relevante partners in het sociaal domein. 5.Monitoring en verantwoording a.De subsidieontvanger rapporteert jaarlijks over de uitvoering van de activiteiten en de behaalde resultaten. b.De rapportage bevat in ieder geval: •een beschrijving van de uitgevoerde activiteiten; •een toelichting op het bereik van de doelgroep; •een reflectie op de bijdrage aan het verminderen van eenzaamheid en het versterken van sociale verbinding. c.Daarnaast vinden gedurende het subsidiejaar periodiek gesprekken plaats. 6.Subsidieplafond: Voor het begrotingsjaar 2027 geldt een subsidieplafond van € 40.000 voor activiteiten gericht op het verminderen van eenzaamheid, het bieden van ondersteuning bij verlies en rouw en het versterken van sociale verbondenheid binnen de gemeente Dronten. Artikel 4.9 Subsidie activiteiten veteranen 1.Doel van de subsidie: De subsidie heeft tot doel activiteiten te ondersteunen die bijdragen aan het versterken van verbondenheid tussen veteranen, hun naasten en andere belangstellenden binnen de gemeente Dronten. De activiteiten richten zich op ontmoeting, onderlinge steun en het vergroten van het sociale netwerk van veteranen. 2.Effect: Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de activiteit aantoonbaar bijdragen aan: Inwoners voelen zich verbonden met elkaar en hun omgeving. 3.Voorwaarden : Een aanvraag komt slechts in aanmerking voor subsidie indien de activiteiten bijdragen aan het bereiken van de volgende doelen en resultaten: Doelen; a.Inwoners hebben mensen om zich heen die zij kunnen steunen en/of waarop zij kunnen steunen (netwerken, informele en formele hulp, mantelzorg). Resultaten: a.Het bevorderen van contact tussen veteranen, hun naasten en belangstellenden in de gemeente Dronten; b.De stichting zet zich actief in om de onderlinge contacten tussen veteranen te versterken; c.Op jaarbasis worden verschillende reguliere bijeenkomsten georganiseerd; d.Daarnaast wordt deelgenomen aan speciale activiteiten, waaronder: •Aubade Koningsdag Biddinghuizen; •Nationale Dodenherdenking; •80 jaar Vrijheid; •Sleepbootdag Biddinghuizen. 4.Monitoring en verantwoording: Monitoring en verantwoording vinden als volgt plaats: a.Er vindt jaarlijks één ambtelijk gesprek plaats over de voortgang en ontwikkelingen; b.De gemeente verzamelt en vergelijkt de resultaten jaarlijks met de beleidsdoelen uit het Strategisch Beleidskader en het Uitvoeringsprogramma Gezond Samenleven Versterken. 5.Subsidieplafond: Voor het begrotingsjaar 2027 geldt een subsidieplafond van € 4.000 voor activiteiten voor veteranen. Artikel 4.10 Subsidie activiteiten slachtofferhulp 1.Doel van de subsidie: De subsidie heeft tot doel activiteiten te ondersteunen die inwoners directe steun bieden na het meemaken van een ingrijpend life‑event, zoals een ongeluk, crisis of andere ernstige gebeurtenis. De activiteiten richten zich op het versterken van onderlinge steun en het vergroten van de sociale verbondenheid tussen inwoners. 2.Effect: Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de activiteit aantoonbaar bijdragen aan: Inwoners voelen zich verbonden met elkaar en hun omgeving. 3.Voorwaarden: Een aanvraag komt slechts voor subsidie in aanmerking indien de activiteiten bijdragen aan het realiseren van de volgende resultaten: a.inwoners ontvangen directe ondersteuning na het meemaken van ingrijpende life‑events; b.inwoners hebben mensen om zich heen die zij kunnen steunen en/of waarop zij kunnen steunen (netwerken, informele en formele hulp, mantelzorg). 4.Monitoring en verantwoording: De bereikte resultaten worden gemeten aan de hand van de volgende indicator: a.het aantal interventies voor inwoners na het meemaken van life‑events. Verantwoording: De subsidieontvanger rapporteert jaarlijks aan de gemeente over: •het aantal uitgevoerde interventies; •de mate van inzet (frequentie, aard van ondersteuning); •de aard van de meegemaakte life‑events waarvoor ondersteuning is geboden. 5.Extra afspraken: Er vindt jaarlijks een terugkoppeling plaats met de domeinen Samenleving en Veiligheid over de uitvoering en ontwikkelingen binnen de activiteiten slachtofferhulp. 6.Subsidieplafond: Voor het begrotingsjaar 2027 geldt een subsidieplafond van € 19.000 voor activiteiten gericht op slachtofferhulp voor inwoners van de gemeente Dronten. Artikel 4.11 Subsidie preventieve verslavingszorg 1.Doel van de subsidie: De subsidie heeft tot doel activiteiten te ondersteunen die bijdragen aan een gezonde leefomgeving en het versterken van de veerkracht van inwoners van de gemeente Dronten. De activiteiten richten zich op preventie en vroegsignalering van middelengebruik onder jongeren, en op het versterken van ouders en professionals in het bespreekbaar maken en signaleren van middelengebruik. 2.Effect: Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de activiteit aantoonbaar bijdragen aan: Inwoners ervaren gezondheid en veerkracht als voldoende om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. 3.Doelgroep: Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door organisaties die: •activiteiten uitvoeren gericht op preventieve verslavingszorg in de gemeente Dronten; •geen winstoogmerk hebben; •aantoonbare ervaring hebben met de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; •beschikken over een aantoonbaar relevant netwerk binnen de gemeente Dronten, passend bij de uitvoering van de activiteit. 4.Voorwaarden: Een aanvraag komt slechts in aanmerking voor subsidie indien de activiteiten bijdragen aan de volgende doelen: Doelen •Inwoners leven in een gezonde leefomgeving; •Jongeren worden beschermd tegen de schadelijke effecten van middelengebruik (alcohol, tabak, cannabis, vapen) door middel van preventie en vroegsignalering, en ouders en professionals worden versterkt in hun rol. Resultaat: Het aantal inwoners met een verslaving aan middelen blijft stabiel. Indicatoren a.Impact‑indicatoren (richtinggevend, niet voor afrekening) •Afname van het percentage jongeren dat middelen gebruikt (alcohol, tabak, cannabis, vapen); •Stabiel of stijgend percentage inwoners dat de eigen gezondheid als goed ervaart. b.Effect‑indicatoren •Minimaal 75% van de jongeren geeft na een interventie aan beter in staat te zijn gezonde keuzes te maken rond middelengebruik; •Ouders voelen zich competenter om middelengebruik en vapen met hun kind te bespreken; •Deelnemers waarderen het aanbod gemiddeld met ≥ 7; •Jaarlijkse signalenrapportage over trends in middelengebruik en mentale gezondheid onder jongeren. c.Activiteiten‑indicatoren •Preventieve activiteiten op PO/VO/MBO/HBO, inclusief aandacht voor vapen; •Minimaal 20 jongeren nemen deel aan een individueel traject; •Minimaal 5 ouders nemen deel aan een oudercursus gericht op middelengebruik en ouderschap; •Minimaal 3 publiekscampagnes per jaar (bijvoorbeeld IkPas, Stoptober, Smokefree Challenge, social media); •Structurele samenwerking met welzijns- en zorgpartners, zoals PGA‑18 en integrale jeugd- en gezondheidsteams. 5.Monitoring en verantwoording a.Verantwoording via accounthoudersoverleg (minimaal 2 keer per jaar); b.Inhoudelijke evaluatie via gemeentelijk evaluatieformulier; c.Evaluatie gericht op activiteiten, samenwerking, bereik en ervaren maatschappelijke effecten. 6.Aanvraagtermijn: In afwijking van artikel 1.6, tweede lid, worden aanvragen op grond van deze paragraaf uiterlijk op 1 december 2026 ingediend. 7.Subsidieplafond: Het subsidieplafond voor het begrotingsjaar 2027 wordt op een later moment vastgesteld door het college. Artikel 4.12 Subsidie welzijnsaanbod GGZ 1.Doel van de subsidie: De subsidie heeft tot doel een algemene voorziening te ondersteunen die inwoners met een (ernstige) psychische kwetsbaarheid een laagdrempelige vorm van ondersteuning biedt. De activiteiten richten zich op het verbeteren van het welzijn van inwoners die wachten op ondersteuning, aanvullend zijn op lopende hulptrajecten, of inwoners betreffen die na afronding van behandeling nog behoefte hebben aan een luisterend oor, lotgenotencontact of een veilige plek voor ontmoeting. De ondersteuning wordt zowel sociaal als emotioneel geboden en kan ook preventief worden ingezet voor inwoners die mentale problemen ervaren maar voor wie de drempel naar formele hulp nog te hoog is. 2.Effect: Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de activiteit aantoonbaar bijdragen aan: Inwoners krijgen laagdrempelig en tijdig vanuit Stevige Lokale Teams lichte vormen van ondersteuning, aanvullend op eigen mogelijkheden en de samenleving. 3.Voorwaarden: Een aanvraag komt slechts voor subsidie in aanmerking indien de subsidieontvanger ten minste de volgende resultaten behaalt: a.In overleg met de gemeente wordt een minimaal aantal unieke deelnemers vastgesteld, in lijn met behaalde resultaten in voorgaande jaren; b.Bij iedere deelnemer wordt het welzijn gemeten om inzicht te krijgen in het effect van deelname; c.De organisatie stemt met de gemeente af hoeveel deelnemers jaarlijks doorstromen naar vrijwilligerswerk binnen het project of op een andere plek. De aantallen sluiten aan bij resultaten uit voorgaande jaren; d.De organisatie rapporteert het aantal deelnemers dat gebruikmaakt van het project: •tijdens wachttijd voor GGZ‑behandeling; •als vorm van nazorg na GGZ‑behandeling; •tijdens een lopende GGZ‑behandeling; e.De beeldvorming over de doelgroep wordt op positieve wijze onder de aandacht gebracht bij inwoners van de gemeente Dronten; f.Een overzicht wordt aangeleverd van partners in het maatschappelijk veld waarmee actief wordt samengewerkt; g.Een overzicht van activiteiten en het aantal deelnemers per activiteit wordt aangeleverd; h.De organisatie registreert van welke organisaties/hulpverleners deelnemers zijn verwezen; i.De organisatie registreert het aantal deelnemers dat uitstroomt en de reden daarvan. 4.Monitoring en verantwoording – Indicatoren De bereikte resultaten worden gemeten aan de hand van onder meer: a.het aantal inwoners dat deelneemt aan mentor- en maatjesprojecten of ondersteuningsgroepen; b.het aantal unieke deelnemers; c.de gemiddelde welzijnsscore per deelnemer op basis van enquête of vragenlijst; d.het aantal deelnemers dat vrijwilliger wordt of uitstroomt naar vrijwilligerswerk; e.het aantal deelnemers dat in wachttijd, nazorg of behandeling bevindt binnen de GGZ; f.communicatie-uitingen gericht op de doelgroep via sociale en lokale media; g.het aantal betrokken samenwerkingspartners; h.het aantal georganiseerde activiteiten en deelnemers per activiteit, met een korte schriftelijke evaluatie; i.het aantal verwijzingen door organisaties en hulpverlening; j.het aantal deelnemers dat uitstroomt en reden van uitstroom. 5.Monitoring a.Halverwege het jaar vindt een tussentijdse evaluatie plaats, waarvoor de organisatie vooraf een schriftelijk verslag aanlevert met de actuele stand van zaken; b.Gedurende het jaar vinden minimaal drie ambtelijke gesprekken plaats met de organisatie, waarvan één het tussentijdse evaluatiegesprek betreft. 6.Aanvraagtermijn: In afwijking van artikel 1.6, tweede lid, worden aanvragen op grond van deze paragraaf uiterlijk op 1 december 2026 ingediend. 7.Subsidieplafond: Het subsidieplafond voor het begrotingsjaar 2027 wordt op een later moment vastgesteld door het college. Artikel 4.13 Subsidie Kind naar Gezonder Gewicht 1.Doel van de subsidie: Het ondersteunen van de uitvoering van de ketenaanpak Kind naar Gezonder Gewicht, gericht op het vroegtijdig signaleren, begeleiden en ondersteunen van kinderen met overgewicht of obesitas en hun gezinnen. 2.Effect: Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de activiteit aantoonbaar bijdragen aan: a.Een gezondere leefstijl en een beter welzijn van kinderen met overgewicht of obesitas en hun gezinnen. b.Het versterken van de samenwerking tussen organisaties binnen het sociaal en medisch domein. c.Het bevorderen van passende ondersteuning en zorg voor kinderen met overgewicht of obesitas. 3.Doelgroep: Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door: a.GGD Flevoland voor de uitvoering van de ketenaanpak Kind naar Gezonder Gewicht binnen de gemeente Dronten. 4.Voorwaarden: Een aanvraag komt slechts voor subsidie in aanmerking indien: a.De activiteiten worden uitgevoerd volgens de landelijke aanpak Kind naar Gezonder Gewicht. b.De activiteiten zijn gericht op kinderen en jongeren van 4 tot en met 18 jaar met overgewicht of obesitas en hun gezinnen. c.De subsidieontvanger werkt samen met relevante partners uit het sociaal en medisch domein. d.De subsidieontvanger draagt zorg voor de inzet van een projectleider en/of Centrale Zorgverlener ten behoeve van de uitvoering van de ketenaanpak. 5.Subsidiecategorieën Het college onderscheidt twee categorieën activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt. 5.1 Categorie A: Casusregie en begeleiding Activiteiten gericht op het begeleiden van kinderen en gezinnen, waaronder: a.Inzet van de Centrale Zorgverlener. b.Coördinatie van ondersteuning en zorg. c.Toeleiding naar passend zorg-, welzijns- en leefstijlaanbod. 5.2 Categorie B: Ketenontwikkeling en netwerkversterking Activiteiten gericht op het ontwikkelen, onderhouden en versterken van de lokale ketenaanpak, waaronder: a.Netwerkontwikkeling en samenwerking. b.Deskundigheidsbevordering van betrokken professionals. c.Organisatie van overleg- en netwerkbijeenkomsten. d.Monitoring en doorontwikkeling van de aanpak. 6.Monitoring en verantwoording De subsidieontvanger rapporteert jaarlijks over: a.Het aantal kinderen en gezinnen dat ondersteuning heeft ontvangen. b.Het aantal begeleide trajecten door de Centrale Zorgverlener. c.Het aantal verwijzingen naar passend zorg-, welzijns- of leefstijlaanbod. d.De mate waarin ouders/verzorgers tevreden zijn over de ontvangen ondersteuning. e.De mate waarin betrokken professionals aangeven dat de samenwerking binnen de ketenaanpak is verbeterd. 7.Subsidieplafond: Voor het begrotingsjaar 2027 bedraagt het subsidieplafond voor de subsidie Kind naar Gezonder Gewicht € 45.000. Hoofdstuk 5 – Financiële bepalingen Artikel 5.1 Subsidiabele kosten 1.De volgende kosten zijn subsidiabel: a.personeelskosten; b.huisvestingskosten; c.organisatiekosten; d.materiaalkosten; e.activiteitenkosten; f.afschrijvingskosten; g.gemeentelijke belastingen en heffingen; h.accountantskosten. 2.De volgende kosten zijn niet subsidiabel: a.kosten van acties en dergelijke ter verwerving van inkomsten, inclusief ledenwerfacties; b.verzoeken om sponsorbijdragen; c.kosten van consumpties, traktaties, rookwaren, geschenken en attenties voor zover deze geen directe relatie hebben met de subsidieontvanger en de activiteiten van de subsidieontvanger; d.kosten verbonden aan festiviteiten ter gelegenheid van jubilea en dergelijke; e.kosten die ouders maken om kinderen aan activiteiten te laten deelnemen materiële en financiële ondersteuning van derden; f.kosten van barexploitatie; g.kosten van levering van goederen en diensten aan derden, tenzij het college hiervoor vooraf schriftelijk toestemming heeft verleend; h.BTW die door de subsidieontvanger kan worden teruggevorderd of op een andere wijze kan worden gecompenseerd; i.onvoorziene kosten; j.kosten van het voorbereiden en indienen van een aanvraag; k.salariskosten die strijdig zijn met een doelmatige besteding van subsidie, zoals salariskosten boven de norm als bedoeld in de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector of een vergelijkbare normering van topinkomens, tenzij de subsidie niet wordt besteed aan de bezoldiging, de subsidie eenmalig is, de subsidie minder dan 10% bedraagt van de omzet van de aanvrager, of het algemeen belang van de gesubsidieerde activiteit zwaarder weegt dan de hoogte van de bezoldiging. 3.Het college kan op de subsidiabele kosten als bedoeld in het eerste lid de volgende baten in mindering brengen: a.eigen bijdragen van leden of deelnemers; b.opbrengsten uit financiële tegoeden of beleggingen; c.ontvangsten van derden voor verrichte diensten; d.uitkeringen van verzekeringen; e.andere inkomsten waaronder sponsoring of donaties. Artikel 5.2 Afschrijvingen 1.Tenzij het college bij de subsidieverlening anders bepaalt moeten investeringen met een individuele aanschafwaarde van 1.000 euro of meer worden geactiveerd en over meerdere jaren afgeschreven. 2.Investeringen van minder dan 1.000 euro kunnen rechtstreeks ten laste van het resultaat van het jaar van aanschaf worden gebracht. 3.De vaste activa worden gewaardeerd op de aanschafwaarde. 4.Afgeschreven wordt er over de aanschafwaarde van goederen, verminderd met de nog te verwachten restwaarde. 5.Activa worden lineair afgeschreven in de volgende termijnen: a.stenen gebouwen 40 jaar; b.andere gebouwen 25 jaar; c.verbouwing (uitbreiding) of renovatie 25 jaar; d.installaties (lift, verwarming) 15 jaar; e.overige technische installaties 10 jaar; f.sportterreinen, met uitzondering van kunstgrasvelden 15 jaar; g.kunstgrasvelden: toplaag 15 jaar, onderlaag 30 jaar; h.waterveld: toplaag 10 jaar; i.speelterreinen en speeltoestellen 10 jaar; j.kantoorinrichting (inventaris) 10 jaar; k.telefooncentrale 8 jaar; l.vervoermiddelen 8 jaar; m.computers en printers 3 jaar; n.servers, actieve netwerkcomponenten en programmatuur 5 jaar. 6.Subsidieontvangers kunnen alleen na schriftelijke toestemming van het college afwijken van het bepaalde in het eerste tot en met het vijfde lid. Artikel 5.3 Zorgvuldig beheer en verzekeringsplicht 1.De subsidieontvanger beheert de tot haar beschikking staande middelen zorgvuldig en treft maatregelen ter voorkoming van vermogensschade. 2.De subsidieontvanger is verplicht haar roerende zaken te verzekeren en verzekerd te houden op basis van dagwaarde. 3.De subsidieontvanger is verplicht haar onroerende zaken te verzekeren en verzekerd te houden op basis van herbouw- of vervangingswaarde. 4.De subsidieontvanger is verplicht het bij haar in dienst zijnde personeel en de voor haar werkzame vrijwilligers, voor zover deze vrijwilligers niet al verzekerd zijn via de vrijwilligersverzekering van de gemeente, gedurende de tijd dat deze voor haar werkzaam zijn, te verzekeren tegen de gevolgen van wettelijke aansprakelijkheid. Artikel 5.4 Informatieplicht 1.De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over: besluiten of procedures die a.zijn gericht op beëindiging van de activiteiten van de subsidieontvanger, dan wel op ontbinding van de rechtspersoon; b.aanmerkelijke verschillen, waarmee in ieder geval afwijkingen van 20% of meer worden bedoeld, tussen de werkelijke uitgaven en inkomsten, en de begrote uitgaven en inkomsten, onder vermelding van de oorzaak van de verschillen; c.wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; d.andere inkomsten die kunnen worden aangewend voor de financiering van een activiteit; e.ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat gemaakte afspraken voortvloeiende uit een tussen gemeente en subsidieontvanger gesloten uitvoeringsovereenkomst niet kunnen worden verwezenlijkt; f.overige wijzigingen die gevolgen kunnen hebben voor de subsidieverlening en de hoogte van de subsidie. 2.Wijzigingen in de statuten, de stichtingsakte, het reglement en in de samenstelling van het bestuur van de subsidieontvanger worden op zijn laatst aan het college gemeld bij de eerstvolgende verantwoording. Artikel 5.5 Algemene reserve 1.Een ontvanger van subsidie kan , indien het college dat toestaat, eventuele exploitatieoverschotten in enig jaar toevoegen aan een algemene reserve, waarbij de hoogte van de algemene reserve wordt afgestemd op de omzet en het risico, met als maximum 10% van de omzet. 2.Wanneer een reserve als bedoeld in het eerste lid is gevormd, dan kan de subsidieontvanger deze reserve alleen met toestemming van het college bestemmen voor bepaalde uitgaven. 3.De uitgaven bedoeld in het tweede lid moeten passen binnen het doel van de verleende subsidie. 4.Wanneer de ontvanger van subsidie een algemene reserve heeft gevormd, dan wordt in de aanvraag tot subsidieverlening de omvang daarvan gemeld. 5.Wanneer de algemene reserve hoger is dan het bepaalde in het eerste lid, dan kan het college het meerdere in mindering brengen op de subsidie voor de huidige of voor de komende periode. 6.Het college kan afwijken van het percentage genoemd in het eerste lid wanneer daar, naar het oordeel van het college, voldoende aanleiding voor is. Artikel 5.6 Bestemmingsreserve en bestemmingsfonds 1.Een ontvanger van subsidie kan, indien het college dat toestaat, een bestemmingsreserve of bestemmingsfonds vormen. 2.Wanneer een bestemmingsreserve of bestemmingsfonds is gevormd, dan kan de subsidieontvanger deze reserve alleen met toestemming van het college bestemmen voor bepaalde uitgaven. 3.Een verzoek tot het vormen van een bestemmingsreserve of bestemmingsfonds dient vergezeld te gaan van: a.het doel van de bestemmingsreserve of bestemmingsfonds; b.de omvang van de bestemmingsreserve of het bestemmingsfonds en de hieraan periodiek toe te voegen bedragen; c.een meerjarig investeringsplan of onderhoudsplan. 4.De hoogte van de bestemmingsreserve of het bestemmingsfonds moet in redelijke relatie staan tot het doel van de reserve of het fonds. 5.Wanneer de ontvanger van subsidie toestemming heeft gekregen voor het vormen van een bestemmingsreserve of bestemmingsfonds, dan mag alleen na toestemming van het college worden afgeweken van vastgelegde periodieke toevoeging van bedragen. 6.Wanneer de ontvanger van subsidie een bestemmingsreserve of bestemmingsfonds heeft gevormd, dan wordt in de aanvraag tot subsidieverlening en in de jaarrekening de omvang daarvan gemeld. 7.Het college kan aanvullende gegevens verlangen als die nodig zijn om een oordeel te vormen over de vorming van een bestemmingsreserve of bestemmingsfonds. Artikel 5.7 Voorziening 1.Een ontvanger van subsidie kan, indien het college dat toestaat, een voorziening vormen. 2.Wanneer een voorziening als bedoeld in het eerste lid is gevormd, dan kan de subsidieontvanger deze voorziening alleen met toestemming van het college bestemmen voor bepaalde uitgaven. 3.Een verzoek tot het vormen van een voorziening dient vergezeld te gaan van: a.het doel van de voorziening; b.de omvang van de voorziening en de hieraan periodiek toe te voegen bedragen; c.een meerjarig overzicht van risico’s, verplichtingen en te verwachten kosten. 4.De hoogte van de voorziening moet in redelijke relatie staan tot het doel van de voorziening. 5.Wanneer de ontvanger van subsidie toestemming heeft gekregen voor het vormen van een voorziening, dan mag alleen na toestemming van het college worden afgeweken van vastgelegde periodieke toevoeging van bedragen. 6.Wanneer de ontvanger van subsidie een voorziening heeft gevormd, dan wordt in de aanvraag tot subsidieverlening en in de jaarrekening de omvang daarvan gemeld. 7.Het college kan aanvullende gegevens verlangen als die nodig zijn om een oordeel te vormen over de vorming van een voorziening. Artikel 5.8 Voorwaarden reserves en voorzieningen 1.Tenzij het college anders bepaalt is het vormen en voeden van een algemene reserve, een bestemmingsreserve of een voorziening met gebruikmaking van gemeentelijke subsidie uitsluitend toegestaan wanneer de subsidieontvanger een jaar met positief rekeningresultaat afsluit. 2.Tenzij het college anders bepaalt is het een subsidieontvanger niet toegestaan om een negatief rekeningresultaat ten laste te brengen van een bestemmingsreserve, een bestemmingsfonds of een voorziening. 3.Het positief resultaat als bedoeld in het eerste lid mag niet veroorzaakt zijn door het niet of niet in zijn geheel uitvoeren van activiteiten waarvoor de subsidie is verleend. Artikel 5.9 Vergoeding vermogensvorming 1.Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding als bedoeld in artikel 19, eerste lid Algemene subsidieverordening 2017, wordt uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen. 2.Wanneer het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door een onafhankelijk deskundige. 3.Wanneer de subsidieontvanger wordt ontbonden vervalt het batig saldo van de liquidatierekening aan de gemeente, tot maximaal het bedrag dat is opgebouwd met de subsidie van de gemeente, en zal het college daar een bestemming aan geven in overeenstemming met het doel van de subsidie. 4.Wanneer de activiteiten van de subsidieontvanger met toestemming van het college door een andere rechtspersoon worden voortgezet en de activa en passiva tegen boekwaarde aan de andere rechtspersoon in eigendom worden overgedragen, dan is de subsidieontvanger, in afwijking van het bepaalde in het derde lid, geen vergoeding aan het college verschuldigd. Artikel 5.10 Indexering van subsidies 1.Subsidies kunnen jaarlijks door het college worden geïndexeerd. Indexering wordt uitsluitend toegepast bij subsidies die drie jaar of meer achtereen worden verstrekt voor nagenoeg dezelfde activiteit. 2.Indien een subsidie wordt bekostigd uit middelen die de gemeente ontvangt van een derde partij (zoals het Rijk of de provincie), wordt de indexering toegepast overeenkomstig de indexeringssystematiek van deze derde partij. In dat geval is het eerste lid niet van toepassing. 3.Indexering kan betrekking hebben op het deel van de subsidie dat bedoeld is voor loonkosten. Dit deel van de subsidie wordt maximaal geïndexeerd met de cao gerelateerde loonstijging van de bedrijfstak van de subsidieontvanger in het jaar voorafgaande aan het jaar van de subsidieverlening. 4.Indexering kan betrekking hebben op het deel van de subsidie dat bedoeld is voor de kosten van goederen en diensten. Dit deel van de subsidie wordt maximaal geïndexeerd met het voorlopige consumentenprijsindexcijfer afgeleid (CPI afgeleid) in het jaar voorafgaande aan het jaar van de subsidieverlening zoals gepubliceerd door het CBS voor de maand oktober van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar. 5.Het college kan verlangen dat de aanvrager van subsidie de loon- en prijsstijgingen aantoont. Hoofdstuk 6 – Slotbepalingen Artikel 6.1 Hardheidsclausule en citeertitel 1.Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van bepalingen in deze subsidieregeling, voor zover toepassing daarvan leidt tot onbillijke of onevenredige gevolgen gelet op het doel van de subsidie. 2.De Subsidieregeling 2026 wordt ingetrokken, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op aanvragen die betrekking hebben op activiteiten die in 2026 plaatsvonden. 3.Deze regeling wordt aangehaald als ‘Subsidieregeling Maatschappelijke Activiteiten Dronten 2027’. Dronten, 30 juni 2026Het college van Dronten,drs. J.P. GebbenburgemeesterR. Hammenga MA secretaris Bijlage 1. Overzicht subsidieartikelen en subsidieplafonds 2026–2027 In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van alle subsidieartikelen uit de Subsidieregeling Maatschappelijke Activiteiten Dronten, met daarbij het maximale subsidieplafonds voor het begrotingsjaar 2026 en het voorgestelde maximale subsidieplafond voor 2027.

Meer informatie