Beleidsregel Verkoop Groen- en reststroken 2026
Beleidsregel Verkoop Groen- en reststroken 2026 Inleiding In 2012 heeft de raad de Beleidslijn Tuinvergrotingen 2012 vastgesteld. Deze beleidslijn was het resultaat van de ervaringen uit de jaren ervoor, de resultaten van het onderzoek Noordmark en het rapport van de raadscommissie Tuinvergrotingen. Er zijn veel signalen dat dit beleid niet meer aansluit bij de hedendaagse wensen en plannen van de gemeente Almere en eisen van externe partijen, waaronder nutspartijen. Enkele zaken zijn wezenlijk anders dan ruim 13 jaar geleden: •De gemeente kijkt anders naar de functie van groen in de openbare ruimte. De waardering van groen (dus ook kleine stukjes) is hoger geworden en heeft een belangrijke rol gekregen, onder andere op het gebied van klimaatadaptatie (o.a. wateropvang, tegengaan van hittestress), biodiversiteit, woonbeleving, et cetera. •Er is een nog grotere druk gekomen op de openbare ruimte door in- en uitbreiding. •Er is een grote vraag naar openbaar groen en een plek en/of ruimtereservering in de openbare ruimte, bijvoorbeeld met het oog op de energietransitie en de bijbehorende uitbreiding van het netwerk. Bovenstaande geeft andere afwegingen voor het al dan niet meewerken aan de verkoop van groen- en reststroken. Het is daarom belangrijk dat het beleid wordt geactualiseerd. Vanaf vaststelling van dit beleid zal het uitgangspunt ‘nee, tenzij’ gelden. Dit betekent dat de gemeente in principe niet meer meewerkt aan een tuinvergroting, tenzij er een uitzonderingsgrond van toepassing is. Als blijkt dat een uitzonderingsgrond van toepassing is, wordt ook nog getoetst aan enkele toetsingscriteria. De gemeente Almere streeft ernaar om zoveel mogelijk rechtsgelijkheid te creëren bij het uitgeven van Groen- en reststroken. Door middel van deze beleidsregel legt de gemeente heldere en transparante uitgangspunten vast. De beleidsregel heeft als doel om aan te geven hoe het college bepaalde belangen afweegt voor de verkoop en om aan te sluiten bij de gewijzigde inzichten, gewijzigde wet- en regelgeving, de wijze van uitgifte, waaronder de beoordeling, juridisch vast te leggen en hierover duidelijkheid te geven hoe de gemeente omgaat met gemeentegrond dat een inwoner in gebruik heeft genomen, zonder hier recht op te hebben en verjaring. Met de vaststelling van de beleidsregel vervalt de voorgaande Beleidslijn Tuinvergrotingen 2012. Hoofdstuk 1 – Uitgifte van Groen- en reststroken Artikel 1. Definitie ‘Groen- en reststroken’ Dit beleid is van toepassing op Groen- en reststroken. Hieronder wordt verstaan: 1.grond die in eigendom is van de gemeente; 2.direct grenst aan het kadastrale perceel van de aanvrager; en 3.(oorspronkelijk) is ingericht als een strook openbare ruimte. Onder reststroken kan onder andere ook water vallen. Artikel 2. Uitgangspunt ‘Nee, tenzij’ In de openbare ruimte heeft de gemeente te maken met ontwikkelingen, zoals het creëren van een klimaatbestendige woonomgeving en de energietransitie. Elke strook grond in de openbare ruimte heeft een functie, waaronder groen, waterberging of verkeer. De gemeente is daarom terughoudend in de uitgifte van Groen- en reststroken. In het voorliggende beleid is het uitgangspunt voor uitgifte van Groen- en reststroken is “Nee, tenzij”. Groen- en reststroken worden aldus niet uitgegeven, tenzij artikel 3 (Uitzonderingssituaties) van toepassing is en aan het bepaalde in artikel 4 (Toetsingscriteria) is voldaan: Voor wijken en buurten waarin de gemeente nog (volop) aan het ontwikkelen is in het kader van terreinafwerking, kan gelden dat het aankopen van Groen- en reststroken nog niet mogelijk is. Uitgifte van percelen die in het verleden zijn verkocht, dan wel in bruikleen of anderszins zijn uitgegeven en die volgens het nieuwe beleid niet (meer) voor uitgifte in aanmerking komen, scheppen geen precedentwerking. Dat wil zeggen, dat die omstandigheid alleen géén aanleiding is om in een vergelijkbare situatie tot uitgifte over te gaan. Artikel 3. Uitzonderingssituaties Als een aanvraag tot uitgifte van een Groen- of reststrook wordt gedaan, wordt eerst beoordeeld of sprake is van één van de onderstaande uitzonderingssituaties: a.Door uitgifte ontstaat een logische(re) kadastrale grens met de aangrenzende stukken grond (percelen), waaronder bijvoorbeeld het beheer van de openbare ruimte door de gemeente duidelijk, overzichtelijk en/of eenvoudiger wordt; en/of b.De Groen- of reststrook ligt nagenoeg of geheel ingesloten tussen andere naastgelegen stukken grond (percelen), waaronder deze lastig bereikbaar is voor onderhoud door de gemeente en bijvoorbeeld nutspartijen en uitgifte geen belemmering oplevert voor de toegankelijkheid van de aangrenzende percelen. Als geen van de uitzonderingssituaties van toepassing is, wijst het college de aanvraag tot uitgifte af. Als wel sprake is van een van de uitzonderingssituaties, dan bekijken de adviserende afdelingen of één of meer van de toetsingscriteria genoemd in artikel 4 (Toetsingscriteria) van toepassing is op de Groen- of reststrook. Artikel 4. Toetsingscriteria Als sprake is van een uitzonderingssituatie als genoemd in artikel 3 (Uitzonderingssituaties) vindt nog een toetsing plaats of de Groen- of reststrook kan worden uitgegeven. Deze toetsing moet onder meer voorkomen dat de verkoop van Groen- en reststroken de (toekomstige) kwaliteit van de omgeving (vermoedelijk) kan verstoren. Hieronder staan de criteria waaraan in ieder geval getoetst wordt. De gemeente is bevoegd om in een specifieke situatie, voldoende beargumenteerd aanvullende criteria aan te voeren waardoor een Groen- of reststrook desondanks niet verkocht kan worden en/of alleen onder bepaalde aanvullende voorwaarden. Indien één of meer van de onderstaande criteria van toepassing is of zijn op de desbetreffende Groen- of reststrook, kan niet tot verkoop worden overgegaan. A. De aanvraag voldoet niet aan de randvoorwaarden Groenkader Beleidsaspecten met betrekking tot openbaar groen in de gemeente Almere zijn beschreven in onder andere het Groenkader en kunnen meespelen in de afweging om wel of niet tot verkoop van een Groen- of reststrook over te gaan. In sommige gevallen kunnen nadere vereisten worden gesteld ten aanzien van het behoud van groen, waardoor desondanks tot verkoop kan worden overgegaan. Verkoop van Groen- of reststrook mag niet leiden tot vermindering van openbaar groen waardoor de hoeveelheid openbaar groen in desbetreffende straat onder het minimum komt in lijn met het Groenkader. De volgende groentypen worden niet verkocht: ▪ Groenhoofdstructuur: de groenstrook maakt onderdeel uit van de groenhoofdstructuur. ▪ Verkeersgroen: groen langs wegen (verkoop van strook verkeersgroen mag niet ten koste gaan van verkeersveiligheid, bijvoorbeeld in verband met zichthoeken en geleiding langs wegen, fiets- en voetpaden, waardoor de strook groen direct komt te grenzen aan bijvoorbeeld het fietspad); ▪ Gebruiksgroen: specifiek groen onder andere op en/of langs parken, speelterreinen, trapveldjes en parkeerplaatsen. Het groen om deze plekken heen kan een beschermende en aankledende functie hebben; ▪ Groen-blauw raamwerk en ecologische verbindingszone: groen dat door planten en dieren wordt gebruikt om van het ene geschikte leefgebied in het andere te komen; ▪ Cruciaal groen: in de specifieke groenstrook zijn waarnemingen bekend van beschermde soorten en/of zeldzame rode-lijst soorten; ▪Openbaar groen met de bestemming bos, natuur of landgoed; ▪Groenstroken bij een schouwlocatie langs een bosvak/bosplantsoen; ▪Op de groenstrook mag geen boom staan; ▪Er moet in vrije ruimte overblijven van 2 meter rondom de groen- of reststrook waar geen boom staat; ▪Groenstroken waarop een invasieve exoot staat mag niet worden verkocht; ▪ Hondenlosloopgebied: groen dat onderdeel is van een losloopveld of -gebied. B. Mogelijke toekomstige en ruimtelijke ontwikkelingen en strategisch grondbezit De Groen- of reststrook kan niet worden verkocht als de gemeente verwacht dat de strook een rol zal spelen in toekomstige (ruimtelijke) ontwikkeling, waaronder op het gebied van gebiedsontwikkeling, verruiming watersystemen, de energietransitie en/of wegens aanpassing van huidig of nieuw toekomstig beleid. C. Beperkte rechten op percelen Als op de Groen- of reststrook een (ander) gevestigd beperkt zakelijk recht rust en tot gevolg heeft dat een aanvrager niet vrijelijk over de Groen- of reststrook kan beschikken, kan de strook niet worden verkocht. D. Verkeerssituatie De Groen- of reststrook wordt niet verkocht indien: i.dit ten koste gaat van infrastructuur die aangelegd is ten behoeve van voertuigen en/of voetgangers; ii.de ruimte aangewend kan worden voor het realiseren van parkeerplaatsen in situaties waarin sprake is van hoge parkeerdruk; of iii.door verkoop de verkeersveiligheid in gevaar komt of kan komen, bijvoorbeeld doordat een andere inrichting zichtbelemmering veroorzaakt dan wel kan veroorzaken. E. Lichtmasten Er mogen zich geen lichtmasten of aansluitkabels op de Groen- of reststrook bevinden. F. Klimaatadaptatie De Groen- of reststrook wordt niet verkocht als aan de Groen- of reststrook een relevante functie kan worden gekoppeld ten aanzien van klimaatadaptatie in een buurt of wijk, nu of in de toekomst. Dit is het geval wanneer de Groen- of reststrook: i.een bijdrage levert aan het tegengaan van hittestress, bijvoorbeeld door het tegengaan van verharding, door de aanwezigheid van bomen of er de potentie is om deze aan te planten of in een hitte-gevoelige wijk ligt met een tekort aan groen; of ii.een belangrijke rol speelt bij het opvangen en afvoeren van regenwater en oppervlaktewater. G. (Sociale) veiligheid De Groen- of reststrook wordt niet verkocht wanneer het vermoeden bestaat dat dit negatieve gevolgen kan hebben voor de veiligheid, dan wel het algemene gevoel van veiligheid. Voorbeelden hiervan zijn onder meer ongewenste vervuiling van straatprofielen, het creëren van donkere stegen/hoeken, vermindering van verlichtingsmogelijkheden, de beperking van valzones bij speeltoestellen en/of belemmering van bereikbaarheid van en voor nood- en hulpdiensten. H. Nutsvoorzieningen: kabels en leidingen Een Groen- of reststrook kan in beginsel niet worden verkocht als boven of in de bodem voorzieningen als kabels en/of leidingen van nutsbedrijven of de gemeente zijn gelegen, dan wel een gemeentelijk hoofdriool ligt. Daarnaast moet bij verkoop van een Groen- of reststrook een specifieke vrije ruimte overblijven rondom bestaande kabels en/of leidingen ten behoeve van onderhoudsruimte. De benodigde ruimte is vastgelegd in het Handboek kabels & leidingen en de Algemene verordening Ondergrondse Infrastructuren. Ook worden alle aanvragen getoetst aan de meest actuele criteria uit de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met de vele extra transformatorhuisjes die moeten worden ingepast in de komende jaren. Uitzondering De gemeente kan in bepaalde gevallen de ligging van kabels en/of leidingen (nader) laten onderzoeken. Indien er kabels en/of leidingen aanwezig (lijken te) zijn in de betreffende Groen- of reststrook, dan wordt alleen tot verkoop van de gemeentegrond overgegaan, als de nutsbedrijven en/of de gemeente geen bezwaren hebben tegen: ▪het omleggen van de kabels en/of leidingen (de kosten van het omleggen zijn altijd volledig voor rekening van de aanvrager, tenzij het nutsbedrijf aanbiedt deze kosten voor zijn rekening te nemen); of ▪het vestigen van een zakelijk recht ten behoeve van de kabels en/of leidingen (de notaris- en kadasterkosten zijn dan volledig voor rekening van de aanvrager). Het verzoek om mee te werken aan het omleggen c.q. het vestigen van een zakelijk recht ten behoeve van kabels en leidingen wordt door de gemeente bij de nutsbedrijven ingediend, tenzij met de nutsbedrijven is afgesproken dat de gemeente in de naam van dat nutsbedrijf mag handelen. I. Geen nadelig effect op de civiele situatie Een Groen- of reststrook kan niet worden verkocht als dit een nadelig effect heeft op de civieltechnische functies van naastgelegen constructies en het onderhoud hiervan. Het gaat hierbij onder andere maar niet uitsluitend om fietspaden, wegen en bruggen. J. Water Ten aanzien van Groen- en reststroken rondom water gelden een aantal specifieke criteria c.q. uitgangspunten wanneer de keuze wordt gemaakt om over te gaan tot uitgifte: ▪Bij verkoop van een Groen- of reststrook grenzend aan water moet 0,5 meter water mee kunnen worden verkocht, zodat het onderhoud van de beschoeiing/kade een verantwoordelijkheid voor de aanvrager is; ▪Een watergang dient een onderhoudsman te behouden van minimaal 5 meter breed, zodat de watergang bereikbaar is voor onder meer het maaien van riet, het verwijderen van waterplanten en baggeren; ▪Groen- of reststroken die onderdeel uitmaken van een bestaand onderhoudspad kunnen niet worden verkocht; ▪Groenstroken bij een schouwlocatie langs een watergang worden niet verkocht; ▪Groen- of reststroken waarbij een natuurvriendelijke oever is aangelegd worden niet verkocht. Artikel 5. Uitgiftevorm Verkoop is de algemene uitgiftevorm voor uitgiften van Groen- en reststroken. Dit betekent dat de uit te geven Groen- of reststrook in volledig eigendom wordt uitgegeven onder de vigerende algemene verkoopvoorwaarden van de gemeente Almere. Artikel 6. Grondprijs en bijkomende kosten De hoogte van de grondprijs wordt in beginsel bepaald in de Nota Grondprijsbeleid. Deze nota wordt jaarlijks vastgesteld. Onderhandelen over deze prijs is niet mogelijk. De transactieprijs voor een Groen- of reststrook dient kostendekkend te zijn. Op het moment van vaststellen van deze beleidslijn geldt als minimale transactieprijs voor een Groen- of reststrook het bedrag van €2.000,-. Dit is het startbedrag voor kostendekkendheid voor de uren die worden besteed aan de uitgifte van een Groen- of reststrook. Bij een Groen- of reststrook waarbij het bedrag al naar gelang van het aantal vierkante meters boven dit startbedrag uitkomt, geldt deze prijs. Deze minimale transactieprijs kan jaarlijks worden bijgesteld. Taxatie In specifieke gevallen kan de gemeente besluiten om af te wijken van de grondprijs als bepaald in de Nota Grondprijsbeleid. Dit kan zo zijn in het geval dat door de verkoop de prijs van de totale kavel sterk toeneemt of bij een oppervlakte groter dan 100 m2. Kosten koper De kosten die met de verkoop verband houden en belastingen die over verkoop moet worden betaald, komen voor rekening van de aanvrager (kosten koper). Dit houdt in dat in ieder geval de overdrachtskosten (notariële, kadastrale inschrijvings- en uitmetingskosten, taxatiekosten, verwervingskosten, overdrachtsbelasting en eventuele overige bijkomende kosten voor rekening komen van de aanvrager. Artikel 7. Verhuur en bruikleen: uitsterfconstructie De gemeente Almere verhuurt geen Groen- en reststroken en geeft geen Groen- en reststroken (meer) uit in bruikleen. Bestaande bruikleenovereenkomsten worden zoveel mogelijk beëindigd. De bestaande bruikleenovereenkomsten en/of andersoortige gebruiksovereenkomsten worden waar mogelijk omgezet in verkoop, voor zover de nieuwe uitgiftecriteria de verkoop niet in de weg staan. Wanneer de huidige gebruiker niet wil kopen, wordt de bestaande ingebruikgeving beëindigd dan wel omgezet in een bruikleenovereenkomst met uitsterfconstructie. Een nieuwe bewoner/eigenaar kan geen nieuwe bruikleenovereenkomst sluiten. Bij beëindiging van een gebruikssituatie moet de grond weer worden teruggebracht in de originele staat, dat wil zeggen dat de grond openbaar moet worden ingericht (op maaiveldhoogte ingezaaid met graszaad), meer specifiek dat de grond vrij van hekwerken, palen, tegels en/of andere bebouwing en vrij van door de gebruiker aangebrachte beplantingen moet worden opgeleverd (tenzij anders overeengekomen door beide partijen). Artikel 8. Bouwmogelijkheden Na de aankoop van een Groen- of reststrook is deze bedoeld om gebruikt te worden als (onderdeel van een) tuin. Wanneer een Groen- of reststrook in eigendom wordt verkregen, bestaat soms de wens om hierop “iets” te bouwen. Deze bouwmogelijkheden zijn afhankelijk van de bestemming van de grond. Een aanvraag om omgevingsvergunning (voor bijvoorbeeld een erfafscheiding, aanbouw of vrijstaand gebouw) wordt altijd getoetst aan het Omgevingsplan. Bebouwing is niet zonder meer toegestaan en/of er kan niet zonder meer een vergunning worden verleend. Artikel 9. Didam-arrest Aanvragen voor de uitgifte van Groen- of reststroken worden afgehandeld volgens de dan geldende beleidsregel voor het selectieproces bij uitgifte, in lijn met het Didam-arrest. Artikel 10. Meerdere gegadigden Wanneer een Groen- of reststrook voor verkoop in aanmerking komt, maar zo is gelegen dat deze Groen- of reststrook logischerwijs ook aan andere aangrenzende eigenaren zou kunnen worden verkocht, worden de eigenaren van deze overige aangrenzende percelen per brief gevraagd of zij interesse hebben in aankoop van (een deel van) de Groen- of reststrook. Zij krijgen dan de gelegenheid om een evenredig deel van de Groen- of reststrook te kopen. In het geval één of meerdere eigenaren hiervan afziet dan kan de Groen- en reststrook verdeeld worden tussen de overige gegadigden of in zijn geheel aan één gegadigde worden verkocht. De Groen- of reststrook wordt alleen in zijn geheel verkocht aan één of meerdere gegadigden. Artikel 11. Procedure aanvraag Algemene spelregels Bij de behandeling van aanvragen voor de koop van een Groen- of reststrook moet de gemeente zich houden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dit betekent onder andere dat zij zorgvuldigheid moet betrachten en willekeur moet voorkomen. Daarnaast gelden de algemene wettelijke regels voor de aan- en verkoop en het gebruik van onroerende zaken. Bij het aangaan van de koopovereenkomst in geval van verkoop van de Groen- of reststrook, worden deze regels verder ingevuld en/of kan hiervan worden afgeweken voor zover de wet dit toestaat. Instemming en ondertekening van de aanvrager en de gemeente is noodzakelijk voor het geldig zijn van een koopovereenkomst. Bij de beoordeling van een aanvraag legt het college de beoordeling schriftelijk vast in de motivering van het besluit. Daarbij wordt in ieder geval gemotiveerd: a.welke uitzonderingssituatie als bedoeld in artikel 3 van de Beleidsregel is beoordeeld; b.welke toetsingscriteria als bedoeld in artikel 4 van de Beleidsregel zijn toegepast; c.op welke wijze de betrokken belangen zijn afgewogen; d.op welke gronden de aanvraag wordt toegewezen of afgewezen. Personen die een aanvraag hebben ingediend, kunnen niet worden verplicht om grond aan te kopen. Aan de andere kant kan de gemeente niet worden verplicht om een koopovereenkomst aan te gaan. Behandeling van een aanvraag -Een aanvraag om een Groen- of reststrook aan te kopen moet digitaal worden ingediend via de website. -De aanvraag wordt getoetst op grond van de hierboven omgeschreven definitie, uitzonderingssituaties en toetsingscriteria van onderhavig beleid door Bureau Tuinvergrotingen als onderdeel van de afdeling Economische Ontwikkeling & Grondzaken. -Als uit de ambtelijke toets blijkt dat de Groen- of reststrook verkocht kan worden op basis van onderhavig beleid, ontvangt de aanvrager een schriftelijk aanbod. In dit schriftelijke aanbod wordt een termijn gesteld waarbinnen de aanvrager kan reageren op het aanbod. Hierin wordt de van toepassing zijnde grondprijs opgenomen. Na het verlopen van deze termijn komt het aanbod te vervallen. -Als het aanbod wordt tijdig geaccepteerd door de aanvrager, zal de gemeente het voornemen tot uitgifte van de Groen- of reststrook publiceren op haar website. Op deze wijze is het voor een ieder duidelijk dat de gemeente het voornemen heeft de grond uit te geven. Een partij die van mening is ook recht te hebben op de grond, kan dat kenbaar maken. Op welke wijze en binnen welke termijn dit moet gebeuren staat vermeld op de website. Afhankelijk van de uitkomst zal wel of geen koopovereenkomst worden aangegaan met de aanvrager. -Als binnen de gestelde termijn geen reacties worden ontvangen, zal de gemeente aan de aanvrager een koopovereenkomst aanbieden. De aanvrager is niet verplicht om akkoord te gaan met de koopovereenkomst. Ondertekening betekent wel dat de aanvrager met de inhoud van de koopovereenkomst akkoord gaat en dat deze bindend is. -Nadat de aanvrager de koopovereenkomst heeft ondertekend wordt de koopovereenkomst ook door de gemeente ondertekend. De koopovereenkomst is nu een feit. De getekende koopovereenkomst wordt aan de aanvrager en de door de aanvrager gekozen notaris toegezonden. -De aanvrager kan vervolgens een afspraak maken met de notaris voor de juridische eigendomsoverdracht van de grond. De notaris zorgt dat in het Kadaster de gekochte grond op naam van aanvrager komt te staan. Betaling van de koopprijs en de kosten koper gebeurt bij de notaris. Als de overdracht heeft plaatsgevonden is de aanvrager eigenaar van de grond geworden. Bovenstaande procedure is van toepassing op één op één verkoop. Bij een Groen- of reststrook die verdeeld wordt tussen meerdere omwonenden of anderszins verschilt, kan van bovenstaande stappen worden afgeweken. Hoofdstuk 2 – Oneigenlijk gebruik gemeentegrond Artikel 12. Oneigenlijk in gebruik genomen gronden Uit een inventarisatie is gebleken dat een groot aantal percelen in de gemeente Almere (variërend qua grootte) in gebruik zijn genomen zonder dat daarover afspraken zijn gemaakt met de gemeente. Het kan ook zo zijn dat in het verleden wel afspraken zijn gemaakt met de gemeente, maar dat die afspraken niet meer bij ons bekend zijn. Om duidelijkheid te verkrijgen kan de gemeente de eigenaren van de aangrenzende percelen een informatiebrief sturen met het verzoek om aan te tonen dat er in het verleden schriftelijke afspraken zijn gemaakt over het gebruik van de grond. Als blijkt dat dergelijke afspraken er niet zijn, beoordeelt de gemeente overeenkomstig hoofdstuk 1 van deze beleidsregel of de grond voor verkoop in aanmerking komt. Indien verkoop niet mogelijk is, zal de gemeente de gebruiker verzoeken de grond binnen een redelijke termijn te ontruimen. De grond dient ook ontruimd te worden als de gebruiker niet wenst mee te werken aan de totstandkoming van een koopovereenkomst of als deze niet wordt gesloten. Mocht hier niet aan worden voldaan dan kan de gemeente via tussenkomst van de civiele rechter het eigendom terug vorderen. De projectmatige aanpak van oneigenlijk grondgebruik in de gehele gemeente, wordt nader uitgewerkt in een Plan van aanpak Oneigenlijk grondgebruik. Hoofdstuk 3 – Verjaring Artikel 13. Verjaring Het is mogelijk dat personen na een ontvangst van de informatiebrief vanuit oneigenlijk grondgebruik zich beroepen op verjaring, dan wel naar aanleiding van een andere omstandigheid een beroep op verjaring doen. Verjaring houdt kort gezegd in dat de gemeente het eigendom van de grond verliest en de bezitter het eigendom verkrijgt. Het leerstuk verjaring is opgenomen in het Burgerlijk Wetboek. Er zijn twee vormen van verjaring: verkrijgende verjaring (art. 3:99 BW) en bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW). Voor verjaring is vereist dat er sprake is van bezit. Diegene die een beroep doet op verjaring moet bewijzen dat sprake is van bezit gedurende een aaneengesloten periode. De gemeente zal het beroep op verjaring beoordelen aan de hand van de geldende wetgeving en jurisprudentie. Afhankelijk van het soort verjaring en de omstandigheden van het geval kan de gemeente een schadevergoeding vorderen van de nieuwe eigenaar wegens onrechtmatig handelen. De schadevergoeding kan in natura (het terug leveren van de grond) als ook in geld worden gevorderd. Deze schadevergoeding kan ook zien op het verhalen van kosten voor het verleggen van mogelijke kabels en leidingen. Hoofdstuk 4 - Slotbepalingen Artikel 14. Beslissingsbevoegdheid van het college over verkoop Het besluit om grond, in dit geval een Groen- of reststrook, te verkopen op grond van artikel 160 lid 1 sub d van de Gemeentewet is een bevoegdheid van het college. Het sluiten van overeenkomsten tot uitgifte van een Groen- of reststrook is een privaatrechtelijke handeling waartegen geen bezwaar of beroep openstaat, omdat er geen sprake is van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Het college heeft de besluitvormende bevoegdheid gemandateerd, zodat alle reguliere aanvragen voor aankoop van een Groen- of reststrook ambtelijk kunnen worden afgedaan. Het afwijzen van verzoeken valt daar ook onder. Artikel 15. Hardheidsclausule Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om in zeer uitzonderlijke gevallen gemotiveerd af te wijken van de in dit beleid vastgestelde regels. Artikel 16. Intrekking De Beleidslijn Tuinvergrotingen 2012 wordt ingetrokken. Artikel 17. Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als Beleidsregel Verkoop Groen- en reststroken 2026.
Meer informatie