Ontwerp Participatiekader en Verordening Inspraak en Participatie Hof van Twente 2026 ter inzage
Ontwerp Participatiekader en Verordening Inspraak en Participatie Hof van Twente 2026 ter inzage Ontwerp Participatiekader en Verordening Inspraak en Participatie Hof van Twente 2026 ter inzage De Wet versterking participatie op decentraal niveau verplicht gemeenten om het uitdaagrecht voor 1 januari 2027 in de participatieverordening te regelen. Dit was voor Hof van Twente een logisch moment om ook het bestaande participatiekader te actualiseren. In het nieuwe Participatiekader en de nieuwe Verordening Inspraak en Participatie Hof van Twente 2026 staan de uitgangspunten en spelregels voor inspraak, inwonersparticipatie, overheidsparticipatie en het uitdaagrecht. In juni 2026 zijn twee participatiebijeenkomsten gehouden met ambtenaren en met raads- en inwonervertegenwoordigers, professionele partners en plaatselijke belangengroepen. Ook konden na afloop aanvullende reacties worden meegegeven. De opbrengsten daarvan zijn verwerkt in de ontwerpstukken. De ontwerpstukken liggen vier weken ter inzage Het ontwerp Participatiekader en de ontwerp Verordening Inspraak en Participatie Hof van Twente 2026 liggen van 23 september 2026 tot en met 21 oktober 2026 ter inzage. U kunt de stukken hieronder bekijken of in het gemeentehuis. Wilt u reageren? Iedereen kan gedurende deze vier weken reageren. Dat kan schriftelijk via m.bosma@hofvantwente.nl of bel 0547 – 85 85 85 en vraag naar Marco Bosma. Vermeld bij uw reactie ‘Participatiekader en Verordening Inspraak en Participatie 2026’. Uw reactie moet uiterlijk 19 oktober 2026 bij ons binnen zijn. Dan beoordelen we of reacties nog aanleiding geven om de ontwerpstukken aan te passen. Daarna worden het Participatiekader en de Verordening Inspraak en Participatie ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. Verordening Inspraak en Participatie Hof van Twente 2026 De gemeenteraad van de gemeente Hof van Twente, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet en Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht; BESLUIT vast te stellen de “Verordening Inspraak en Participatie Hof van Twente 2026” Paragraaf 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: bestuursorgaan: de raad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester van de gemeente Hof van Twente; initiatiefnemer: degene die een maatschappelijk initiatief neemt of een verzoek doet op grond van het uitdaagrecht; inspraak: de mogelijkheid voor inwoners en belanghebbenden om hun zienswijze naar voren te brengen over een door een bestuursorgaan voorgenomen beleid of besluit, voordat hierover een definitief besluit wordt genomen; inwonersparticipatie: het vroegtijdig betrekken van inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van gemeentelijk beleid of projecten; inwoners: personen die hun woonplaats hebben in de gemeente Hof van Twente; maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtinitiatieven, bewonerscollectieven en andere organisaties die zonder winstoogmerk bijdragen aan de samenleving in Hof van Twente; overheidsparticipatie: de wijze waarop de gemeente initiatieven uit de samenleving ondersteunt, stimuleert of faciliteert om maatschappelijke doelen te bereiken; participatie: inwonersparticipatie en overheidsparticipatie; uitdaagrecht: het recht van inwoners of maatschappelijke organisaties om een gemotiveerd voorstel in te dienen bij het college om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen. Artikel 2 Doelstelling en reikwijdte 1. Deze verordening heeft tot doel: a.inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen vroegtijdig te betrekken bij gemeentelijke beleids- en besluitvorming; b.maatschappelijke initiatieven vanuit de samenleving te stimuleren en waar mogelijk te ondersteunen; c.regels te stellen over het uitdaagrecht; d.transparantie te bevorderen over de manier waarop de gemeente Hof van Twente inwoners betrekt en initiatieven ondersteunt. 2.Deze verordening beoogt de kwaliteit van lokale democratische processen te vergroten, de samenwerking tussen gemeente en bewoners te versterken, bij te dragen aan draagvlak en helderheid te scheppen over proces en rolverdeling. 3.Inspraak of participatie wordt niet verleend: a.ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; b.indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c.indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsruimte heeft; d.inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e.indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak of participatie niet kan worden afgewacht; f.indien het belang van inspraak of participatie niet opweegt tegen zwaarwegende publieke belangen, waaronder de bescherming van kwetsbare groepen, privacy, openbare orde of veiligheid. 4.Deze verordening is niet van toepassing als inspraak, participatie of andere inbreng van inwoners en belanghebbenden al op een andere manier is geregeld in wetgeving, gemeentelijke regels of vaste procedures. Artikel 3 Kader en uitvoering van participatie 1.De raad stelt het participatiekader vast waarin de visie, ambitie en uitgangspunten voor participatie zijn opgenomen. 2.Het college draagt zorg voor de uitvoering binnen de kaders van deze verordening en het participatiekader en kan daarvoor nadere regels, werkwijzen, handleidingen en andere uitvoeringsdocumenten vaststellen. 3. Artikel 4 Uitgangspunten Bestuursorganen handelen bij de toepassing van deze verordening volgens de volgende uitgangspunten: a.inspraak/participatie vindt zo vroeg mogelijk plaats; b.vooraf is duidelijk wat het doel van de inspraak/participatie is; c.duidelijk wordt gemaakt welke kaders vaststaan en welke onderwerpen openstaan voor inbreng; d.de gekozen participatievorm past bij de aard van het onderwerp en de doelgroep; e.het bestuursorgaan spant zich in om verschillende doelgroepen te bereiken; f.tijdens en na het participatieproces wordt teruggekoppeld over de voortgang, de opgehaalde inbreng en de manier waarop deze wordt betrokken bij de besluitvorming. Paragraaf 2 Inspraak Artikel 5 Procedure bij inspraak 1.Op inspraak is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bevoegde bestuursorgaan gemotiveerd besluit dat een andere inspraakprocedure wordt toegepast. 2.Het bestuursorgaan kan gemotiveerd besluiten om geen inspraak te verlenen als een van de onderdelen uit Artikel 2 lid 3 geldt of wanneer de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht. 3.Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een verslag op met daarin een weergave van de inspraakreacties of zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht en de reactie hierop, waarbij beargumenteerd aangegeven is op welke punten het voorstel wordt aangepast. 4.Het bestuursorgaan maakt het verslag openbaar. Paragraaf 3 Inwonersparticipatie Artikel 6 Procedure bij inwonersparticipatie 1.Het bestuursorgaan stelt voorafgaand aan de voorbereiding, wijziging, uitvoering of evaluatie van beleid vast of en, zo ja, op welke manier inwonersparticipatie wordt toegepast. 2.Het bestuursorgaan kan gemotiveerd besluiten om af te zien van inwonersparticipatie als een van de onderdelen uit Artikel 2 lid 3 geldt of wanneer de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inwonersparticipatie niet kan worden afgewacht. 3.Als inwonersparticipatie wordt toegepast, neemt het bestuursorgaan een besluit over: a.het doel en de intentie van de inwonersparticipatie; b.de beïnvloedingsruimte van de participanten; c.de groepen en belanghebbenden die worden betrokken en hoe de gemeente zich inspant om ook groepen te betrekken die minder gemakkelijk worden bereikt; d.de kernvragen en de inhoudelijke, financiële en overige kaders; e.de manier waarop en de periode waarin inbreng kan worden geleverd; f.het tijdpad, inclusief momenten van terugkoppeling en de voorziene besluitvorming; g.de kosten van het participatieproces. 4.Het bevoegde bestuursorgaan maakt voor de start van het participatieproces bekend hoe wordt omgegaan met de uitkomsten en hoe de besluitvorming plaatsvindt. 5.Ter afronding van de inwonersparticipatie stelt het bestuursorgaan een openbaar eindverslag op, met daarin: a.een overzicht van de gevolgde participatieprocedure op hoofdlijnen; b.een weergave van de belangrijkste uitkomsten; c.een toelichting op de manier waarop de inbreng is gewogen en verwerkt, waaronder welke relevante inbreng wel en niet is overgenomen en waarom. Paragraaf 4 Overheidsparticipatie Artikel 7 Procedure bij overheidsparticipatie 1.Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen het college verzoeken om deelname van de gemeente aan een initiatief uit de samenleving. 2.Overheidsparticipatie kan plaatsvinden als het college van oordeel is dat het initiatief bijdraagt aan gemeentelijke beleidsdoelen of bijdraagt aan maatschappelijke waarden binnen Hof van Twente. 3.Ondersteuning kan onder meer bestaan uit meedenken, verbinden, adviseren, faciliteren, het beschikbaar stellen van kennis of middelen en/of het wegnemen van belemmeringen. 4.Het college kan gemotiveerd besluiten een maatschappelijk initiatief niet of slechts gedeeltelijk te ondersteunen wanneer: a.het initiatief in strijd is met wet- of regelgeving; b.het initiatief strijdig is met het algemeen belang of het gemeentelijk beleid; c.de veiligheid, gezondheid of openbare orde onvoldoende kan worden gewaarborgd; d.onvoldoende aannemelijk is dat het initiatief uitvoerbaar of duurzaam is; e.het initiatief hoofdzakelijk een individueel of commercieel belang dient; f.de gevraagde ondersteuning niet in redelijke verhouding staat tot het initiatief of de beschikbare gemeentelijke capaciteit en middelen; g.het initiatief naar het oordeel van het college onvoldoende rekening houdt met de belangen van direct betrokkenen of omwonenden. 5.Het college informeert de indiener binnen acht weken over de beslissing op het verzoek. 6.Bij overheidsparticipatie blijven eigenaarschap en verantwoordelijkheid voor het initiatief in beginsel bij de initiatiefnemer. De gemeente neemt het initiatief niet over. 7.Indien de aard of omvang van de gemeentelijke ondersteuning daartoe aanleiding geeft, maken het college en de initiatiefnemer vooraf afspraken over rollen en verantwoordelijkheden, de duur en omvang van de ondersteuning, evaluatie, continuïteit en de wijze waarop de ondersteuning kan worden beëindigd. Paragraaf 5 Uitdaagrecht Artikel 8 Procedure bij het uitdaagrecht 1.De gemeente biedt inwoners en maatschappelijke partijen de mogelijkheid een voorstel te doen om de uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen, als deze ten minste gelijkwaardig kan worden uitgevoerd, waarbij sprake is van een betere kwaliteit, lagere kosten of beide. 2.Het voorstel wordt ingediend bij het college van burgemeester en wethouders en bevat ten minste: a.een omschrijving van de taak die de indiener wil overnemen; b.een onderbouwing waaruit blijkt dat de taak ten minste gelijkwaardig kan worden uitgevoerd en welke verbetering in kwaliteit, kosten of beide wordt verwacht; c.informatie over de betrokkenheid, kennis of ervaring van de indiener; d.een indicatie van het draagvlak onder belanghebbenden; e.een raming van de kosten die aan de uitvoering van de taak verbonden zijn; f.inzicht in hoe de indiener garant staat voor de kwaliteit en de uitvoering van de taak op de langere termijn. 3.Het uitdaagrecht is niet van toepassing op: a.wettelijke taken die zich naar hun aard niet lenen voor overname; b.taken waarvoor al een overeenkomst is gesloten die nog van kracht is, tenzij de overeenkomst daarin voorziet; c.besluiten over belastingen, heffingen en leges; d.taken die de gemeente uitvoert in het kader van haar rol als bevoegd gezag of toezichthouder; e.taken waarbij de openbare orde, veiligheid of de continuïteit van essentiële dienstverlening niet voldoende kan worden gewaarborgd; f.verzoeken die uitsluitend een commercieel belang dienen. 4.Het college beoordeelt een verzoek op basis van de in lid 2 en 3 genoemde criteria en kan om aanvullende informatie vragen. 5.Als de gemeenteraad het bevoegde bestuursorgaan is, bereidt het college een reactie voor op het voorstel over het al dan niet honoreren van het uitdaagrecht. 6.Het bestuursorgaan wijst een voorstel af wanneer: a.onvoldoende aannemelijk wordt gemaakt dat het voorstel voldoet aan de in lid 2 genoemde voorwaarden; b.overname van de taak niet verantwoord is vanwege kwaliteit, veiligheid, continuïteit, financiële risico’s, uitvoerbaarheid of belangen van derden; c.sprake is van één of meer van de uitsluitingsgronden zoals genoemd in lid 3, of van andere zwaarwegende omstandigheden die zich naar het oordeel van het bestuursorgaan verzetten tegen toepassing van het uitdaagrecht. 7.Bij toewijzing van het voorstel worden afspraken gemaakt over: a.het proces, het resultaat en de looptijd; b.het budget en de financieringswijze; c.de eisen aan kwaliteit, veiligheid en continuïteit; d.de verdeling van verantwoordelijkheden en, waar van toepassing, aansprakelijkheid; e.monitoring, toezicht en evaluatie; f.het contact met het bestuursorgaan gedurende de uitvoering; g.de gevolgen van het niet nakomen van afspraken; h.de voorwaarden waaronder de uitvoering tussentijds kan worden beëindigd of de gemeente de taak weer overneemt. 8.Het college zorgt ervoor dat de indiener een vast aanspreekpunt heeft tijdens de behandeling van het voorstel. 9.Het bevoegde bestuursorgaan beslist binnen acht weken na ontvangst van een volledig voorstel. Deze termijn kan eenmaal gemotiveerd met maximaal zes weken worden verlengd. Indien besluitvorming door de gemeenteraad noodzakelijk is, wordt de indiener binnen deze termijn geïnformeerd over de verdere procedure en de verwachte beslistermijn. Paragraaf 6 Slotbepalingen Artikel 9 Evaluatie en monitoring 1.Het college stuurt tweejaarlijks een verslag aan de raad over de uitvoering van deze verordening. 2.In dit verslag staat in ieder geval informatie over: a.de inspraakprocedures en participatieprocessen die zijn doorlopen; b.de maatschappelijke initiatieven waarbij de gemeente heeft meegedaan; c.de voorstellen die zijn ingediend op grond van het uitdaagrecht; c.de belangrijkste leerpunten en verbeterpunten. De raad bespreekt het verslag en kan op basis daarvan kaders aanpassen. Artikel 10 Toepassing 1.Bij twijfel over toepassing of uitleg van deze verordening beslist het bevoegde bestuursorgaan. 2.Als toepassing van een bepaling van deze verordening zou leiden tot een onredelijke uitkomst, kan het bevoegde bestuursorgaan hiervan afwijken. Artikel 11 Intrekking oude verordening De Verordening Inspraak en Participatie gemeente Hof van Twente, zoals vastgesteld bij besluit 23-04-2022 wordt ingetrokken. Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking. Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening Inspraak en Participatie Hof van Twente 2026.” Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. De voorzitter, De griffier, ALGEMENE TOELICHTING De gemeente Hof van Twente vindt het belangrijk dat inwoners, ondernemers, maatschappelijke partijen en andere betrokkenen kunnen meedenken en meedoen. Soms maakt de gemeente zelf plannen. Dan kan de gemeente inwoners betrekken bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie daarvan. Dat noemen we inwonersparticipatie. Soms komt het initiatief juist uit de samenleving. Inwoners of organisaties hebben dan zelf een idee voor hun buurt, dorp of gemeente. De gemeente kan zo’n initiatief ondersteunen. Dat noemen we overheidsparticipatie. Daarnaast kunnen inwoners of maatschappelijke partijen voorstellen om een gemeentelijke taak over te nemen. Dat noemen we het uitdaagrecht. Deze verordening geeft regels voor inspraak, inwonersparticipatie, overheidsparticipatie en het uitdaagrecht. De verordening maakt duidelijk wanneer participatie wordt toegepast, welke stappen worden gezet en hoe de gemeente omgaat met de inbreng van inwoners en andere betrokkenen. Participatie betekent niet dat iedereen altijd gelijk krijgt. Het betekent wel dat vooraf duidelijk is waarover inwoners kunnen meepraten, welke ruimte er is voor invloed en wat er met de inbreng gebeurt. Zo werken we aan zorgvuldige besluiten en aan een goede samenwerking tussen gemeente en samenleving. TOELICHTING PER ARTIKEL Artikel 1 definities In dit artikel leggen we uit wat we bedoelen met de belangrijkste woorden in deze verordening. Artikel 2 Doelstelling en reikwijdte Dit artikel legt uit waarvoor deze verordening bedoeld is. De gemeente wil inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties vroeg betrekken bij plannen en besluiten. Ook wil de gemeente initiatieven uit de samenleving stimuleren en ondersteunen waar dat kan. Daarnaast regelt dit artikel wanneer inspraak of participatie niet wordt toegepast. Bijvoorbeeld als er geen ruimte is om invloed uit te oefenen, als de wet inspraak uitsluit, als het gaat om de begroting of belastingen, of als een besluit niet kan wachten. Tot slot staat in dit artikel dat deze verordening niet geldt als inspraak of participatie al op een andere manier is geregeld. Bijvoorbeeld in landelijke wetgeving (zoals de Omgevingswet), gemeentelijke regels of vaste procedures. Artikel 3 Beleid en uitvoering van participatieprocessen Dit artikel maakt duidelijk wie waarover besluit. De raad stelt de hoofdlijnen vast in de participatieverordening en het participatiebeleid. Het college zorgt voor de praktische uitvoering. Daarvoor kan het college nadere regels, werkwijzen, handleidingen en andere uitvoeringsdocumenten vaststellen. Zo blijven de kaders bij de raad en kan de uitvoering in de praktijk goed worden georganiseerd. Artikel 4 Uitgangspunten Dit artikel beschrijft hoe we als gemeente met participatie om willen gaan. Belangrijk is dat vooraf duidelijk is waarover inwoners kunnen meepraten, hoeveel invloed zij hebben en wat vaststaat. Na afloop laten we weten wat met de inbreng is gedaan. Indien nodig koppelen we ook tussentijds terug waar we staan. Artikel 5 procedure bij inspraak Dit artikel beschrijft hoe inspraak georganiseerd wordt. Inspraak is een formele manier om te reageren op een plan of besluit van de gemeente. Inwoners en belanghebbenden kunnen hun zienswijze geven voordat het definitieve besluit wordt genomen. Soms is inspraak wettelijk verplicht. In andere gevallen beslist het bestuursorgaan of inspraak wordt verleend. Na afloop maakt het bestuursorgaan een verslag. Daarin staat welke reacties zijn ontvangen en wat daarmee is gedaan. Artikel 6 Procedure bij inwonersparticipatie In dit artikel staat hoe we inwoners en andere belanghebbenden betrekken bij plannen die de gemeente zelf maakt of uitvoert. We gebruiken richtlijnen om te bepalen welke vorm van participatie het beste past bij een specifieke situatie. Na afloop maken we een participatieverslag. Deze delen we met deelnemers en maken we openbaar. Daarin staat ook wat we met de inbreng gedaan hebben en waarom sommige suggesties niet zijn meegenomen. Artikel 7 Procedure bij overheidsparticipatie Hier staat hoe en onder welke voorwaarden de gemeente meedoet bij plannen van inwoners of maatschappelijke organisaties. Een verzoek wordt ingediend bij het college. Als de gemeenteraad bevoegd is, doet het college een voorstel aan de raad. Een initiatief kan op verschillende manieren ondersteund worden, zoals: 1.Materieel: menskracht, locaties, geld, praktische ondersteuning; • Formeel: regelgeving, vergunningen, richtlijnen, monitoren en meten; 2.Informeel: verbinden, inspireren, aandacht geven en communiceren. Deze vormen van ondersteuning zijn geen rechten, maar mogelijkheden die we als gemeente kunnen inzetten. Daarom maken we afspraken met elkaar over het proces, het resultaat, de looptijd, het contact met en mogelijke ondersteuning door de gemeente, de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en de evaluatie. Artikel 8 Uitdaagrecht Dit artikel gaat over het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om een gemeentelijke taak over te nemen. Het moet daarbij gaan om taken waarvoor geld beschikbaar is in de gemeentebegroting. Omdat het uitdaagrecht relatief nieuw is, geven we ook aan in welke situaties we een voorstel afwijzen. Het college kan daarnaast ook andere zwaarwegende redenen hebben om een voorstel af te wijzen. In alle gevallen wordt duidelijk uitgelegd waarom een voorstel wel of niet wordt overgenomen. We zorgen ervoor dat indieners een vast contactpersoon krijgen. Artikel 9 Evaluatie en monitoring De gemeente wil leren van de praktijk. Daarom wordt de uitvoering van deze verordening eens per twee jaar geëvalueerd. Het college stuurt hierover een verslag aan de raad. Daarin staan de belangrijkste ervaringen, leerpunten en eventuele verbeterpunten. Artikel 10 Toepassing Soms past een procedurele regel uit deze verordening niet goed bij een bijzondere situatie. Het bevoegde bestuursorgaan kan dan gemotiveerd afwijken, als dat juridisch mag en betrokkenen daardoor niet onevenredig worden benadeeld. We leggen dan wel goed uit waarom. Artikelen 11 en 12 hebben geen verdere toelichting nodig. Participatiekader Hof van Twente Inleiding Hof van Twente gelooft dat de samenleving sterker wordt wanneer inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en gemeente samen optrekken. Daarom kiezen we bewust voor een herkenbare Hofse manier van samenwerken. Dat betekent dat we als gemeente waar mogelijk naast onze inwoners en ondernemers staan, luisteren naar hun kennis en ervaringen en samen werken aan plannen en oplossingen. Participatie is daarbij een belangrijk speerpunt. Met de inzet van gemeentelijk wijkbeheer hebben we hier de afgelopen jaren ervaring mee opgedaan rondom projecten in de leefomgeving. En ook binnen ons sociaal domein staan we in contact met de samenleving om ons beleid sterker en beter te maken, met name door samenwerking met verschillende partners, zoals bijvoorbeeld Salut. Samenwerken is voor ons dan ook geen nieuw begrip. In 2022 hebben we onze inspraakverordening al aangepast naar een ‘Verordening Inspraak en Participatie’. Hierin was het nog geen verplichting om het uitdaagrecht wettelijk te verankeren. Dat is nu wel nodig en daarom herijken we de participatieverordening en het participatiekader. De samenhang tussen kader, verordening en werkwijzer Met dit participatiekader legt de gemeenteraad de visie, ambitie en uitgangspunten voor participatie in Hof van Twente vast. Het kader geeft richting aan de manier waarop de gemeente inwoners, ondernemers, maatschappelijke partijen en andere belanghebbenden wil betrekken en wil samenwerken met initiatieven uit de samenleving. De Verordening Inspraak en Participatie Hof van Twente 2026 bevat de juridische regels voor inspraak, inwonerparticipatie, overheidsparticipatie en het uitdaagrecht. De verordening wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering binnen deze kaders. De praktische vertaling naar de gemeentelijke organisatie wordt vastgelegd in de Werkwijzer Participatie. Daarin staan werkwijzen, hulpmiddelen en praktische handvatten voor het organiseren en uitvoeren van participatieprocessen. De Werkwijzer wordt vastgesteld en actueel gehouden door het college. Zo vormen het participatiekader, de verordening en de Werkwijzer samen een geheel: de raad bepaalt de richting en de juridische kaders, het college zorgt voor de uitvoering. 1. Waar hebben we het over? Het is goed om eerst te benadrukken dat dit participatiekader gericht is op deelname aan publieke besluitvorming. De spelregels daarover staan in de Verordening Inspraak en Participatie 2026. Participatie gaat niet over het bereiken van overeenstemming, maar over het zorgvuldig betrekken van verschillende belangen, kennis en perspectieven bij de besluitvorming. Het is dus nadrukkelijk iets anders dan de Participatiewet, die gaat over actieve deelname (van specifieke doelgroepen) aan de samenleving. De nieuwe participatieverordening en dit kader bouwen we zorgvuldig op langs verschillende manieren van participatie. Die lichten we hieronder toe. Inspraak: Inspraak biedt inwoners, ondernemers, organisaties en andere belanghebbenden de mogelijkheid om te reageren op een voorgenomen besluit van de gemeente. Inwonersparticipatie: Bij inwonersparticipatie neemt de gemeente het initiatief om inwoners en andere belanghebbenden te betrekken bij beleid, plannen of projecten. De mate van invloed kan verschillen. Overheidsparticipatie: Bij overheidsparticipatie komt het initiatief vanuit de samenleving. Inwoners, ondernemers of organisaties nemen het voortouw en de gemeente denkt mee, ondersteunt of faciliteert waar mogelijk. Uitdaagrecht: Met het uitdaagrecht kunnen inwoners of maatschappelijke partijen de gemeente voorstellen om een gemeentelijke taak zelf uit te voeren. Daarbij moet aannemelijk worden gemaakt dat deze taak minstens gelijkwaardig kan worden uitgevoerd, waarbij sprake is van betere kwaliteit, lagere kosten of beide. De participatieladder De participatieladder helpt ons om te bepalen hoeveel invloed inwoners en andere belanghebbenden hebben binnen een participatieproces. Hoe hoger op de ladder, hoe groter de invloed van deelnemers is. De participatieladder van Hof van Twente onderscheidt zes niveaus. In de Werkwijzer Participatie gaan we dieper in op de betekenis ervan. Welke vorm van participatie wordt gekozen hangt af van de opgave. Niet ieder vraagstuk vraagt dezelfde mate van invloed. De participatieladder helpt om hierover vooraf duidelijke keuzes te maken. 2.Visie, ambitie en uitgangspunten Onze visie In Hof van Twente geloven we dat de beste oplossingen ontstaan door gemeente en samenleving samen te laten optrekken. Onze inwoners kennen hun dorp, buurt en omgeving als geen ander. Hun kennis, ervaring, ideeën en initiatief maken plannen beter en versterken de leefbaarheid van onze gemeente. Participatie is voor ons daarom geen verplicht onderdeel van een project, maar een vanzelfsprekende manier van samenwerken. We zoeken inwoners, ondernemers, maatschappelijke partijen en andere betrokkenen vroegtijdig op, luisteren oprecht naar verschillende belangen en maken samen afwegingen. Daarbij sluiten we aan bij de kracht van het noaberschap: elkaar kennen, elkaar helpen en samen verantwoordelijkheid nemen voor de leefomgeving. Iedere situatie vraagt om maatwerk. Tegelijkertijd mag iedereen rekenen op dezelfde kwaliteit. Daarom zijn we vanaf het begin duidelijk over het doel van participatie, de ruimte voor invloed en de manier waarop inbreng wordt meegenomen in de uiteindelijke besluitvorming. We laten zien wat er met ideeën gebeurt en leggen uit waarom keuzes worden gemaakt. Zo bouwen we aan vertrouwen, betere plannen en een sterke samenwerking tussen gemeente en samenleving. Onze ambitie Onze ambitie is dat participatie in Hof van Twente herkenbaar en zorgvuldig wordt uitgevoerd, vanuit openheid, vertrouwen en duidelijkheid. Deze manier van participeren sluit aan bij de grondhouding van wat we in bredere zin de ‘Hofse aanpak’ noemen: open en pragmatisch, met ruimte voor maatwerk, binnen duidelijke en herkenbare spelregels. Om deze ambitie waar te maken, werken we bij participatie vanuit een aantal vaste uitgangspunten. Deze uitgangspunten bieden houvast voor inwoners, initiatiefnemers, bestuurders en medewerkers. Onze uitgangspunten Iedere participatieopgave is anders, maar de manier waarop we samenwerken kent een aantal vaste uitgangspunten. Zo creëren we een zorgvuldig en transparant participatieproces, waarin inwoners weten waar zij aan toe zijn en waarin de gemeente verantwoordelijkheid neemt voor een evenwichtige besluitvorming. 1. We zijn vooraf duidelijk Bij ieder participatieproces maken we vooraf helder: • Waarover participatie plaatsvindt • Wat het doel is • Hoeveel invloed deelnemers hebben • Hoe het proces en het tijdpad verlopen • Wanneer en hoe deelnemers kunnen meedoen en wanneer zij terugkoppeling kunnen verwachten • Wanneer besluitvorming plaatsvindt en wat er met de uitkomsten gebeurt Zo weten deelnemers waar zij aan toe zijn en voorkomen we onduidelijke verwachtingen. 2. We betrekken de juiste mensen We zorgen ervoor dat de mensen die geraakt worden door een onderwerp de kans krijgen om mee te doen. Daarbij hebben we extra aandacht voor groepen die niet vanzelfsprekend deelnemen, zoals jongeren of inwoners die minder makkelijk de weg naar de gemeente vinden. We kiezen werkvormen, taal en communicatie die passen bij de doelgroep en zoeken inwoners actief op. 3. Participatie is maatwerk Geen vraagstuk, omgeving of groep deelnemers is hetzelfde. Daarom kiezen we steeds een aanpak die past bij het doel, de mensen en de situatie. We sluiten waar mogelijk aan bij plekken en netwerken waar mensen al zijn en werken met ambassadeurs of sleutelfiguren om verschillende groepen te bereiken. De gekozen werkvorm moet bijdragen aan een open gesprek waarin verschillende stemmen ruimte krijgen. Een dynamische participatietoolbox en een Samenwerkwijzer ondersteunen medewerkers met passende werkvormen en instrumenten. De vorm volgt het doel: we kiezen wat werkt. 4. We zijn eerlijk over de ruimte voor invloed Participatie heeft alleen waarde als er daadwerkelijk iets te beïnvloeden is. Als er geen of nauwelijks ruimte is voor invloed, kiezen we niet voor een participatieproces maar informeren we inwoners over de besluitvorming. Niet ieder onderwerp leent zich namelijk voor participatie. Soms moeten we als overheid ook ‘nee’ zeggen of zelf het besluit nemen. Per opgave bepalen we zorgvuldig of participatie toegevoegde waarde heeft, welke vorm daarbij het beste past en hoeveel ruimte er is voor invloed. We leggen deze keuzes vooraf uit. 5. We laten zien wat we met de inbreng doen Na afloop van ieder participatieproces koppelen we terug wat we hebben gehoord, welke afwegingen zijn gemaakt en hoe de inbreng is verwerkt in het uiteindelijke besluit. Niet iedere wens kan worden overgenomen, maar deelnemers mogen altijd weten waarom keuzes zijn gemaakt. 6. We wegen alle belangen zorgvuldig af De gemeente weegt alle belangen zorgvuldig af. Daarbij hebben we oog voor alle deelnemers aan het participatieproces (en niet alleen degenen die op de voorgrond treden) en voor inwoners en belanghebbenden die niet actief (willen) deelnemen. Deelname aan een participatieproces betekent namelijk niet automatisch dat deelnemers een representatieve afspiegeling vormen van alle inwoners. De gemeente betrekt daarom de uitkomsten van participatie altijd in samenhang met andere belangen, beleidsdoelen en het algemeen belang. 7. We blijven leren en verbeteren We evalueren participatieprocessen en gebruiken de ervaringen om onze werkwijze voortdurend te verbeteren. De praktische uitwerking hiervan is opgenomen in de Werkwijzer Participatie. 3. Rollen en verantwoordelijkheden Participatie geeft inwoners invloed op de voorbereiding van besluiten, maar de mate van de uiteindelijke besluitvorming blijft de verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. Participatie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Iedereen heeft daarbij een eigen rol. Door deze rollen vooraf helder te maken, weten alle betrokkenen wat zij van elkaar mogen verwachten. Daarom beschrijven we hieronder welke verantwoordelijkheden de gemeenteraad, het college, medewerkers en deelnemers hebben. De gemeenteraad De gemeenteraad stelt de kaders vast waarbinnen participatie plaatsvindt en stelt dit participatiekader vast. Bij voorstellen waarbij participatie heeft plaatsgevonden, is voor de raad inzichtelijk hoe het proces is ingericht, welke inbreng is opgehaald, hoe deze is gewogen en wat ermee is gedaan. De raad ontvangt periodiek informatie over de uitvoering en resultaten van participatie, zodat raadsleden vanuit hun kaderstellende en controlerende rol kunnen beoordelen hoe het participatiekader in de praktijk werkt en waar bijsturing nodig is. Belangrijk aandachtspunt is dat er vooraf afstemming is over de mate van invloed van deelnemers (zie participatieladder) en de gemeenteraad zich hier ook aan kan conformeren. Het college Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van het participatiekader en de participatieverordening. Het college zorgt ervoor dat participatie zorgvuldig en organisatiebreed wordt toegepast, stelt de Samenwerkwijzer participatie vast en ondersteunt medewerkers bij de uitvoering van participatieprocessen. Daarbij zorgt het college voor passende organisatorische randvoorwaarden. Medewerkers Medewerkers vertalen het participatiebeleid naar de praktijk. Zij bepalen welke aanpak past bij de opgave, maken vooraf rollen en verantwoordelijkheden duidelijk, organiseren het participatieproces zorgvuldig en zorgen voor terugkoppeling tijdens en na het proces over de voortgang, opbrengsten en de gemaakte afwegingen. De verantwoordelijkheid voor een goed participatieproces blijft bij de verantwoordelijke medewerker, projectleider of opdrachtgever. Goede participatie vraagt om een organisatie die medewerkers ondersteunt en waarin tijd, capaciteit, kennis en eenduidige kaders beschikbaar zijn. Daarom belegt de gemeente expertise en eigenaarschap centraal binnen de organisatie bij een adviseur inwoners- en overheidsparticipatie. Deze adviseur bewaakt de kwaliteit en de doorontwikkeling van participatie. Met deze expertise ondersteunt en adviseert hij/zij medewerkers, draagt bij aan kwaliteitsborging en helpt de werkwijze verder te ontwikkelen, maar neemt de verantwoordelijkheid voor het participatieproces niet over. Inwoners en organisaties Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties brengen kennis, ervaring en ideeën in. Zij denken mee over plannen en ontwikkelingen, nemen soms zelf initiatief en dragen dan, afhankelijk van de vorm van participatie, ook verantwoordelijkheid voor de totstandkoming of uitvoering van plannen. 4. Overheidsparticipatie: ruimte voor initiatieven uit de samenleving Bij overheidsparticipatie ligt het initiatief bij inwoners, ondernemers of organisaties. Hof van Twente wil ruimte geven aan inwoners die zelf aan de slag willen en kijkt vanuit een open houding naar wat mogelijk is. Het uitgangspunt is dat het eigenaarschap en de regie bij de initiatiefnemers blijven. De gemeente neemt het initiatief niet over, maar kan passend meedenken, adviseren, verbinden, faciliteren en helpen om de weg naar andere partijen te vinden. Voor initiatiefnemers moet duidelijk zijn waar zij terecht kunnen, wat zij van de gemeente mogen verwachten en welke verantwoordelijkheid zij zelf houden. Het ‘Noaberfonds’ is een van de mogelijkheden om initiatieven te ondersteunen. Ondersteuning kan daarnaast bestaan uit: • Partijen aan elkaar verbinden (netwerken) • Kennis beschikbaar stellen (advisering) • Wijzen op subsidies en fondsen (de weg wijzen) • Waar mogelijk procedures eenvoudiger maken (deregulering) • Kijken naar wat wel kan (houding) Bij initiatieven kijken we ook naar continuïteit en toekomstbestendigheid. Waar dat nodig is maken gemeente en initiatiefnemers vooraf afspraken over rollen, verantwoordelijkheden, ondersteuning, evaluatie en wat er gebeurt als een initiatief voortijdig stopt. 5. Uitdaagrecht Het uitdaagrecht geeft inwoners en maatschappelijke partijen de mogelijkheid om de gemeente voor te stellen een gemeentelijke taak helemaal zelf uit te voeren. Hof van Twente staat open voor zulke voorstellen wanneer initiatiefnemers aannemelijk maken dat zij de taak ten minste gelijkwaardig kunnen uitvoeren, waarbij sprake is van een betere kwaliteit, lagere kosten of beide. Het uitdaagrecht is een bijzondere vorm van overheidsparticipatie. Initiatiefnemers komen niet alleen met een idee, maar willen ook verantwoordelijkheid nemen voor de uitvoering en continuïteit van een gemeentelijke taak. Dat vraagt om heldere en eenduidige kaders vooraf. De juridische voorwaarden en procedure zijn opgenomen in de ‘Verordening Inspraak en Participatie gemeente Hof van Twente 2026’. Bij de beoordeling is in ieder geval aandacht voor kwaliteit, veiligheid, continuïteit, financiële haalbaarheid en aansprakelijkheid. Bestaande wettelijke verplichtingen en contractuele afspraken worden daarbij gerespecteerd. Vanuit de gemeente is er een vast aanspreekpunt die, al naar gelang het onderwerp, de juiste expertise aan tafel brengt. Aan deze tafel wordt een zorgvuldige afweging gemaakt of het uitdaagrecht passend en haalbaar is. De praktische uitwerking hiervan staat in de Werkwijzer Participatie. 6. Leren, monitoren en doorontwikkelen De samenleving verandert voortdurend en daarmee ook de manier waarop we samenwerken. Daarom blijven we leren, experimenteren en verbeteren. We gebruiken ervaringen uit onze eigen trajecten, signalen uit de samenleving en relevante lessen en goede voorbeelden van andere gemeenten om onze aanpak verder te ontwikkelen. We willen niet alleen weten of we participatie zorgvuldig uitvoeren, maar ook wat participatie oplevert. Daarom volgen we de uitvoering en resultaten van participatie en gebruiken we daarbij waar passend ook de ervaringen van deelnemers. De inzichten gebruiken we om onze werkwijze te verbeteren en om college en gemeenteraad periodiek inzicht te geven in hoe participatie in Hof van Twente in de praktijk werkt. Daarom: • Evalueren we trajecten • Delen we goede voorbeelden • Ontwikkelen we onze werkwijze continu • Ondersteunen we medewerkers met praktische hulpmiddelen, zoals de Samenwerkwijzer participatie • Zorgen we dat expertise en eigenaarschap binnen de organisatie zijn geborgd 7. Tot slot: samen maken we Hof van Twente! Met dit participatiekader bouwen we verder aan wat Hof van Twente sterk maakt: korte lijnen, persoonlijk contact, de bereidheid om samen te zoeken naar wat wel kan en noaberschap. Noaberschap betekent naar elkaar omkijken, elkaar helpen en samen verantwoordelijkheid nemen voor de leefbaarheid van je buurt, kern en gemeenschap. Tegelijkertijd leren we van de praktijk. Open samenwerken vraagt om duidelijkheid, voorspelbaarheid en een zorgvuldige terugkoppeling. Daarom combineren we ruimte voor maatwerk met herkenbare uitgangspunten en blijven we volgen wat participatie oplevert. Zo behouden we wat goed gaat en verbeteren we wat beter kan. Niet omdat participatie ooit ‘af’ is, maar omdat goed samenwerken voortdurend onze aandacht vraagt. Samen maken we Hof van Twente.
Meer informatie