Beleidsregels Samenwonen Op Proef
Beleidsregels Samenwonen Op Proef Inleiding In de praktijk blijkt dat de stap naar samenwonen voor mensen met een uitkering nog steeds groot is. Dat komt onder meer doordat dit binnen de huidige regels van de Participatiewet, IOAW en IOAZ direct grote gevolgen heeft. Zodra uitkeringsgerechtigden een relatie hebben en gaan samenwonen, wijzigt hun uitkering en ontstaat er direct een financiële afhankelijkheid van de partner. Hierdoor ervaren veel mensen de keuze om samen te wonen als risicovol en onzeker. Dit kan voor uitkeringsgerechtigden een belemmering zijn om te gaan samenwonen. Werkzaak Rivierenland maakt het mogelijk om op proef te gaan samenwonen. Het geeft uitkeringsgerechtigden de mogelijkheid om geleidelijk de overstap te maken naar duurzaam samenwonen, zonder dat dit de eerste periode gevolgen heeft voor de uitkering. Hierdoor krijgen mensen de kans om hun eigen woonruimte aan te houden en bij beëindiging van het samenwonen terug te gaan naar de oude situatie. Op deze manier wordt de stap naar samenwonen voor mensen met een uitkering kleiner. Wettelijk kader Artikel 3 lid 3 en 4 van de Participatiewet, IOAW en IOAZ. Artikel 1: Begripsbepalingen In deze beleidsregels verstaan we onder: a.Wij: het dagelijks bestuur van Werkzaak Rivierenland; b.Aanvrager(s): de persoon of personen die verzoeken om te mogen “Samenwonen Op Proef” waarvan minstens één uitkeringsgerechtigde is van Werkzaak Rivierenland; c.Uitkeringsgerechtigde: de persoon met een uitkering op grond van de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) of Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004); d.Proefperiode: een periode van maximaal 6 maanden waarin wij toestemming geven om samen te wonen op proef, zoals bedoeld in deze regeling, zonder gevolgen voor de uitkering. Artikel 2: Samenwonen Op Proef 1.Wij kunnen op aanvraag aan één of beide aanvragers die een uitkering ontvangen op grond van de Participatiewet, IOAW, IOAZ of Bbz 2004 gedurende maximaal 6 maanden “Samenwonen Op Proef” toestaan.2.Het “Samenwonen Op Proef” moet voor aanvang van de proefperiode worden aangevraagd. De proefperiode start op de 1e dag van de maand nadat wij schriftelijke toestemming hebben gegeven.3.De duur van het “Samenwonen Op Proef” wordt in overleg met de aanvragers individueel bepaald en vastgesteld op de periode die nodig wordt geacht om een definitief besluit te kunnen nemen op het samenwonen. Als de periode is vastgesteld op minder dan 6 maanden, dan kan de periode op verzoek van aanvragers in overleg worden verlengd tot maximaal 6 maanden.4.Gedurende het “Samenwonen Op Proef” behoudt de uitkeringsgerechtigde de uitkering naar de norm die deze ontving ten tijde van de aanvraag, tenzij deze norm wijzigt door andere omstandigheden dan het samenwonen.5.De aanvragers moeten uiterlijk 4 weken voor het einde van de afgesproken periode schriftelijk doorgeven of zij definitief gaan samenwonen of niet.6.Alle verplichtingen uit de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 zijn voor de uitkeringsgerechtigde(n) onverkort van toepassing tijdens de proefperiode. Artikel 3: Voorwaarden 1.De personen die op proef willen samenwonen en waarbij in ieder geval één van de twee een uitkering ontvangt van Werkzaak Rivierenland, dienen gezamenlijk de aanvraag in bij het dagelijks bestuur van Werkzaak Rivierenland. 2.Als beide aanvragers een uitkering ontvangen en één van hen afkomstig is uit een andere gemeente, dan dienen beide uitkeringsinstanties schriftelijk toestemming te geven voor “Samenwonen Op Proef”. De aanvragers zijn hiervoor zelf verantwoordelijk. 3.Beide aanvragers houden hun eigen woonruimte aan en blijven op dat adres ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen. 4.Het derde lid van dit artikel is niet van toepassing voor wat betreft het aanhouden van de eigen woonruimte voor de aanvrager die niet beschikt over een eigen woonruimte. 5.Aanvragers moeten voorafgaand aan het “Samenwonen Op Proef” voor zover van toepassing zelf zorgdragen voor toestemming van andere instanties zoals: a.Woningbouwverenigingen en woningeigenaren; b.Instanties waarvan zij begeleiding ontvangen op basis van een ondersteuningsplan of persoonlijk plan. 6.Aanvragers zijn zelf verantwoordelijk voor eventuele financiële gevolgen voor het samenwonen vanuit andere uitkeringsinstanties en regelgeving, zoals AOW (SVB), Toeslagenwet (UWV) of alimentatie. Artikel 4: Uitsluitingen 1.De aanvraag voor “Samenwonen Op Proef” wordt afgewezen indien: a.Er al sprake is of is geweest van een rechtsvermoeden van een gezamenlijke huishouding, zoals bedoeld in artikel 3 lid 4 Participatiewet, IOAW of IOAZ; b.Er tussen aanvragers sprake is (geweest) van een kostendelersrelatie, onderhuurrelatie of familierelatie in de eerste of tweede graad; c.Aanvragers al een gezamenlijke huishouding voeren of hier eerder sprake van is geweest; d.Aanvragers al voorbereidingen hebben getroffen voor een huwelijk of een geregistreerd partnerschap; e.Een van de aanvragers in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag eerder gebruik heeft gemaakt van het “Samenwonen Op Proef”; f.Uitkeringsgerechtigden hun samenwoning niet vooraf hebben gemeld en waarbij we een gezamenlijke huishouding vaststellen vanuit een onderzoek hiernaar. 2.lndien één van de partners gedurende de proefperiode langer dan achtentwintig dagen in een inrichting verblijft, zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel f van de Participatiewet, wordt de proefperiode beëindigd. Indien de partner na terugkeer opnieuw in aanmerking wil komen voor “Samenwonen op Proef”, kan een nieuwe aanvraag worden ingediend. Daarbij wordt rekening gehouden met de reeds verstreken duur van de proefperiode, waarbij geldt dat de totale duur van de proefperiode niet meer bedraagt dan zes maanden. Dit geldt ook wanneer één van beide partners langer dan achtentwintig dagen in het buitenland verblijft of is gedetineerd. Artikel 5: Toestemming intrekken Wij kunnen op ieder moment de toestemming voor het “Samenwonen Op Proef” intrekken als blijkt dat een of beide aanvragers: a.Niet voldoen aan de voorwaarden zoals beschreven in artikel 3; b.Toch onder de uitsluitingsgronden zoals beschreven in artikel 4 vallen. Artikel 6: Maatwerkbepaling Indien het toepassen van deze beleidsregels in een individueel geval leidt tot onredelijke gevolgen kunnen wij ten gunste van de aanvrager(s) afwijken van de beleidsregels. Artikel 7: Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na bekendmaking ervan. Aldus vastgesteld op 10 september 2026 Het dagelijks bestuur van Werkzaak Rivierenland De secretaris De heer C.H. van de Wetering De voorzitterDe heer J.M. de Geus
Meer informatie