Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Tilburg 2026

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op22 september 2026
Gepubliceerd doorGemeente Tilburg

Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Tilburg 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg; -gelet op de artikelen 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; Besluit: vast te stellen de Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Tilburg 2026. Artikel 1. Definities a.Aanvraag: verzoek om, of het accepteren van, een aanbod voor schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet; b.Afloscapaciteit: het deel van het inkomen dat een inwoner kan inzetten om schulden af te lossen; c.Bedreigende situatie: gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water of andere bedreigende situaties als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet; d.Begeleidingstraject: een tijdelijk traject waarin een inwoner wordt ondersteund bij het op orde brengen, stabiliseren en verbeteren van de financiële situatie; e.Betalingsregeling: een regeling tussen een inwoner en één of meer schuldeisers waarin wordt bepaald dat de schuld helemaal wordt terugbetaald in termijnen; f.BKR: Bureau Krediet Registratie is een stichting die kredietgegevens van personen registreert, zoals leningen en betalingsachterstanden, met als doel het voorkomen van problematische schulden; g.College: het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Tilburg; h.Eerste gesprek: het gesprek waarin de hulpvraag wordt vastgesteld; i.Inwoner: ingezetenen van de gemeente als bedoeld in artikel 1 van de wet; j.Plan Tilburgse Schuldhulpverlening 2025-2029: het door de gemeenteraad vastgestelde plan bedoeld in artikel 2 Wgs, waarin het gemeentelijk beleid voor integrale schuldhulpverlening op hoofdlijnen is beschreven; k.Problematische schulden: een situatie waarin niet binnen 36 maanden alle opeisbare vorderingen door een inwoner kunnen worden betaald; l.Psychosociale situatie: omstandigheden op mentaal en sociaal vlak die het financiële gedrag van een inwoner beïnvloeden; m.Schuldenknooppunt: digitaal platform voor gegevensuitwisseling tussen schuldhulpverleners en schuldeisers; n.Schuldhulpverlening: schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 1 van de wet; o.Schuldregeling: regeling tussen een inwoner en schuldeisers waarbij een deel van de schulden wordt kwijtgescholden en waarbij het college optreedt als tussenpersoon tussen een inwoner en schuldeisers; p.Verwijsindex schuldhulpverlening: een instrument waarmee gemeenten aan deurwaarders kunnen doorgeven dat iemand schuldhulp krijgt; q.Vroegsignaal: een signaal van een schuldeiser aan het college over een betalingsachterstand bij een inwoner, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de wet; r.Wet: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; s.Wsnp: Wet schuldsanering natuurlijke personen. Artikel 2. Doelgroep 1.Alle inwoners van de gemeente Tilburg van 18 jaar en ouder kunnen zich tot het college wenden voor schuldhulpverlening. 2.Inwoners over wie het college een vroegsignaal van een betalingsachterstand ontvangt, worden proactief benaderd met een aanbod voor een eerste gesprek. Artikel 3. Aanvraag 1.Een aanvraag voor schuldhulpverlening is vormvrij. Inwoners kunnen zich op werkdagen zonder afspraak melden bij het team Schuldhulpverlening in de Stadswinkel, waar direct het eerste gesprek plaatsvindt. Inwoners kunnen er ook voor kiezen om een afspraak te maken voor een eerste gesprek. 2.Als een inwoner een aanbod voor schuldhulpverlening via een vroegsignaal accepteert, wordt dit gezien als een aanvraag Artikel 4. Aanbod 1.Het college biedt schuldhulpverlening aan op basis van de wet en het plan Tilburgse Schuldhulpverlening 2025-2029.2.Tijdens het eerste gesprek stelt het college samen met de inwoner de hulpvraag vast. 3.Bij een bedreigende situatie wordt de hulpvraag direct opgepakt. 4.Het college biedt informatie en advies wanneer dit aansluit bij de hulpvraag van de inwoner.5.Wanneer meer ondersteuning nodig is, start het college een begeleidingstraject en informeert het college de inwoner in elk geval over: a.de ondersteuning die het college biedt; b.het vervolgproces; c.de verwachte doorlooptijd. 6.Het college biedt op verzoek ook een begeleidingstraject aan voor inwoners bij de aanvraag en het doorlopen van de Wsnp;7.Als blijkt dat de inwoner een hulpvraag heeft waarvoor andere ondersteuning nodig is en de inwoner deze ondersteuning wenst, wordt de inwoner begeleid naar de juiste ondersteuning. 8.Inwoners die inzicht willen krijgen in hun budget en beschikbare voorzieningen kunnen gebruikmaken van een gratis budgetcursus.9.Bij het bepalen van het aanbod houdt het college rekening met: a.de (financiële) vaardigheden van de inwoner en de mate van leerbaarheid; b.de houding en het gedrag van de inwoner; c.de psychosociale situatie; d.de gezinssituatie en/of woonsituatie; e.de aard en/of hoogte van het inkomen; f.de aard en/of omvang van de schulden; g.eerder gebruik van schuldhulpverlening, een schuldregeling en de Wsnp. Beslissing op de aanvraag Artikel 5. Beschikking 1.Het college neemt, overeenkomstig artikel 1 van de Verordening beslistermijn schuldhulpverlening Tilburg 2026, binnen maximaal 8 weken na het eerste gesprek een besluit over de toegang tot of weigering van schuldhulpverlening en bevestigt dit in een beschikking.2.Als tijdens het eerste gesprek blijkt dat de inwoner geen schuldhulpverlening wil aanvragen en informatie en advies voldoende zijn voor de hulpvraag, komt er geen aanvraag tot stand. De gemeente neemt dan geen besluit en geeft geen beschikking af. Artikel 6. Toegang 1.Het college geeft toegang tot schuldhulpverlening aan inwoners die financiële zorgen hebben, hun betalingsverplichtingen niet meer nakomen, of die hun schulden niet meer kunnen betalen.2.Als het college toegang tot schuldhulpverlening geeft, meldt het de inwoner aan bij de verwijsindex schuldhulpverlening. Artikel 7. Weigering 1.Het college kan de toegang tot schuldhulpverlening weigeren op grond van de bepalingen zoals opgenomen in de wet. 2.In aanvulling op artikel 3, tweede en derde lid, van de wet kan het college de toegang tot schuldhulpverlening weigeren als de inwoner zich misdraagt tegenover personen die betrokken zijn bij de uitvoering van schuldhulpverlening. 3.Het college kan de toegang tot schuldhulpverlening weigeren wanneer de inwoner zich opnieuw meldt en niet heeft voldaan aan eerder opgelegde verplichting(en) of voorwaarde(n). 4.Het college kan de toegang tot een schuldregeling weigeren wanneer de inwoner binnen 3 jaar na afronding van een eerdere schuldregeling opnieuw een aanvraag indient. Artikel 8. Plan van aanpak 1.Als het college de inwoner toegang tot schuldhulpverlening geeft, stelt het in samenspraak met de inwoner een plan van aanpak op als onderdeel van de toegangsbeschikking. 2.Het plan van aanpak bevat: a.de hulpvraag; b.het doel van de schuldhulpverlening; c.de ondersteuning die wordt geboden om dit doel te bereiken; d.de beslagvrije voet, bedoeld in artikel 4a, vijfde lid, van de wet; e.de afspraken waar de inwoner zich aan moet houden; f.de nazorg die geboden wordt. Artikel 9. Verplichtingen 1.De inlichtingenplicht uit artikel 6 van de wet en de medewerkingsplicht uit artikel 7 van de wet zijn van toepassing vanaf de aanvraag tot de beëindiging van de schuldhulpverlening. 2.Het college houdt bij de beoordeling van de naleving van de inlichtingenplicht in ieder geval rekening met de tijdige aanlevering van noodzakelijke bewijsstukken voor de schuldhulpverlening en de melding van wijzigingen in de financiële situatie. 3.Het college verstaat onder de medewerking die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de schuldhulpverlening in elk geval: a.het nakomen van gemaakte afspraken en verplichtingen; b.geen nieuwe schulden laten ontstaan; c.het meewerken aan de begeleiding; d.het zorgen voor zoveel mogelijk afloscapaciteit en die ook gebruiken om schulden af te lossen; en e.het volledig benutten van de arbeidscapaciteit om inkomsten te verwerven, het aanvaarden van passende arbeid of het proberen te verkrijgen van passende arbeid in de mate die redelijkerwijs van de inwoner gevraagd kan worden. 4.Het college geeft de inwoner in het gesprek en in de beschikking uitleg over de verplichtingen die voor de inwoner gelden. Artikel 10. Beëindiging 1.Wanneer de inwoner weer zelf verder kan beëindigt het college na overleg de schuldhulpverlening en geeft zij een beëindigingsbeschikking af.2.Het college kan besluiten de schuldhulpverlening voortijdig te beëindigen als: a.de inwoner een verplichting niet of onvoldoende nakomt, dit aan de inwoner te verwijten is, de inwoner de mogelijkheid heeft gekregen om dit alsnog te doen, en de verplichting daarna nog steeds niet (voldoende) is nagekomen; b.de inwoner zelf om beëindiging van de schuldhulpverlening verzoekt; c.de inwoner zich misdraagt tegenover personen die betrokken zijn bij de uitvoering van schuldhulpverlening. In deze gevallen geeft het college een beëindigingsbeschikking af.3.De schuldhulpverlening eindigt bij verhuizing naar een andere gemeente, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. 4.De schuldhulpverlening eindigt van rechtswege bij het overlijden van de inwoner. Artikel 11. Nazorg 1.Het college neemt zes maanden na beëindiging van de schuldhulpverlening contact op met de inwoner om te vragen hoe het gaat en of verdere ondersteuning nodig is, tenzij dit niet uitvoerbaar is.2.Als er binnen zes maanden na de beëindigingsbeschikking een vroegsignaal binnenkomt, neemt het college ook contact op met de inwoner. Artikel 12. BKR-Registratie 1.Het college maakt een SchuldHulpverlening‑melding (SH) bij het BKR wanneer voor de inwoner een schuldregelingstraject wegens problematische schulden wordt opgestart. 2.Wanneer een schuldregelingstraject wordt uitgevoerd met een saneringskrediet, wordt de SH-melding verwijderd zodra het schuldregelingstraject is afgerond. De Kredietbank West-Brabant registreert het saneringskrediet vervolgens met een SK-code. Deze SK-code wordt zes maanden na betaling van het volledige kredietbedrag verwijderd3.Wanneer een schuldregelingstraject wordt uitgevoerd met een schuldbemiddeling, wordt de SH‑code zes maanden nadat de schuldbemiddeling succesvol is afgerond verwijderd. Artikel 13. Inwerkingtreding 1.Deze beleidsregels treden in werking op 1 september 2026.2.De beleidsregels Schuldhulpverlening Tilburg worden per deze datum ingetrokken. Artikel 14. Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Tilburg 2026. Toelichting Inleiding Schuldhulpverlening is een wettelijke taak van de gemeente volgens de wet. Op grond van de wet moet de gemeenteraad een plan opstellen dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan inwoners. In het plan Tilburgse Schuldhulpverlening 2025-2029 staat op welke manier de gemeente schuldhulpverlening geeft aan inwoners en hoe de gemeente inwoners helpt om schulden te voorkomen. Het college heeft de taak om dit plan uit te voeren en schuldhulpverlening toegankelijk te maken voor inwoners, waarbij maatwerk en een integrale aanpak centraal staan. De uitvoering is belegd bij Schuldhulpverlening onderdeel van de afdeling werk en inkomen. De integrale aanpak betekent dat de ondersteuning niet alleen is gericht op het oplossen van financiële problemen, maar ook op de omstandigheden die hiermee samenhangen. Bij veel inwoners spelen naast schulden ook psychosociale problemen, relatie- of gezinsproblemen, gezondheidsklachten, verslaving of onzekerheid rond wonen. Deze factoren kunnen bijdragen aan het ontstaan of voortbestaan van schulden. Schuldhulpverlening vervult hierin een regierol. Samen met partners zorgen we voor samenhangende, tijdige en passende ondersteuning. Door integraal te werken pakken we zowel de schulden zelf als de achterliggende oorzaken aan. Het doel is dat inwoners na de schuldhulpverlening weer financieel fit zijn en de vaardigheden hebben om hun financiële situatie stabiel te houden, danwel de nodige ondersteuning hierbij hebben. Inhoud en basis beleidsregels Het college geeft schuldhulpverlening op een laagdrempelige en integrale manier aan inwoners die deze hulp vragen of daar via vroegsignalering voor in aanmerking komen. In deze beleidsregels wordt nader ingegaan op welke manier het aanbod voor de schuldhulpverlening tot stand komt en hoe het college inwoners helpt om schulden te voorkomen. Verder is geregeld hoe de inwoner een aanvraag voor schuldhulpverlening kan indienen en hoe het proces er dan uit ziet. De beleidsregels zijn gebaseerd op de wetgeving, in het bijzonder de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Artikel 1. Definities In dit artikel zijn de begrippen omschreven die worden gebruikt in deze beleidsregels. Daarbij is aangesloten bij de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Artikel 2. Doelgroep Schuldhulpverlening is breed toegankelijk en bedoeld voor iedere inwoner van 18 jaar en ouder met financiële zorgen of schulden. Inwoners die zich niet zelf melden, maar hun huur, energie, water of zorgverzekering niet op tijd betalen, worden proactief benaderd om hen hulp aan te bieden. In bijzondere omstandigheden, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, kan het college ook schuldhulpverlening geven aan personen die geen inwoner zijn van de gemeente. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als een inwoner tijdens de schuldhulpverlening naar een andere gemeente verhuist. Artikel 3. Aanvraag Om te voorkomen dat inwoners met financiële zorgen of schulden, ongeacht de omvang daarvan, een drempel ervaren om schuldhulpverlening aan te vragen, is in dit artikel geregeld dat een aanvraag vormvrij kan worden gedaan. Het kenbaar maken dat er behoefte is aan schuldhulpverlening is voldoende. Als een inwoner een aanbod voor schuldhulpverlening via vroegsignalering van schulden accepteert, wordt dit ook gezien als een aanvraag. Artikel 4. Aanbod Het aanbod sluit aan op de wet en het plan Tilburgse Schuldhulpverlening 2025‑2029. Het begint met het vaststellen van de hulpvraag. Dit gebeurt tijdens de aanvraag in het eerste gesprek. In bedreigende situaties wordt de hulpvraag direct opgepakt. Afhankelijk van de hulpvraag geeft het college informatie en advies of start het een begeleidingstraject. Bij de start van een begeleidingstraject voert het college één of meerdere gesprekken om een integraal beeld van de situatie van de inwoner te krijgen (de intake). Gedurende het begeleidingstraject wordt gekeken naar het op orde brengen, stabiliseren en verbeteren van de financiële situatie. Ook inwoners die een aanvraag willen doen of zijn toegelaten tot de Wsnp kunnen op verzoek begeleiding krijgen. Als ondersteuning buiten schuldhulpverlening nodig is en de inwoner dit wil, begeleidt het college naar passende hulp binnen of buiten de gemeente. Daarnaast biedt het college inwoners de mogelijkheid om gebruik te maken van een gratis budgetcursus om inzicht te krijgen in hun financiële situatie en beschikbare voorzieningen. Voor inwoners met psychosociale problematiek, verslaving, een verstandelijke beperking of vergelijkbare omstandigheden kan doorverwijzing naar een zorginstelling nodig zijn om schuldhulpverlening effectief en duurzaam in te zetten. Artikel 5. Beschikking Nadat het college een compleet beeld heeft wordt een beschikking afgegeven. De beschikking is het besluit of de inwoner toegang krijgt tot schuldhulpverlening. De inwoner krijgt een toegangsbeschikking of een afwijzingsbeschikking. Een plan van aanpak is onderdeel van de toegangsbeschikking. De inwoner die het niet eens is met de beslissing kan bezwaar maken en in beroep gaan. Artikel 6. Toegang Het uitgangspunt is dat schuldhulpverlening laagdrempelig is en toegankelijk is voor iedere inwoner met schulden of financiële zorgen. Het betekent dat inwoners, ongeacht de aard en omvang van hun schulden of financiële zorgen, ondersteuning kunnen krijgen. Als de inwoner is toegelaten tot de schuldhulpverlening, worden aangemeld bij de verwijsindex schuldhulpverlening (VISH). Dit is een instrument waarmee het college aan deurwaarders doorgeeft dat het aan een inwoner schuldhulpverlening geeft. Zij informeren hun klant (de schuldeiser) dat er schuldhulpverlening is aangevraagd en adviseren om af te zien van verdere stappen. Artikel 7. Weigering Schuldhulpverlening is in beginsel toegankelijk voor alle inwoners die voldoen aan de voorwaarden van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). In sommige situaties kan het college echter besluiten om de toegang (tijdelijk) te weigeren. Dit artikel verduidelijkt in welke gevallen dit mogelijk is. Een inwoner zonder geldige verblijfsstatus heeft geen toegang tot schuldhulpverlening, omdat de wet uitsluitend geldt voor ingezetenen. Daarnaast bepaalt artikel 3, tweede en derde lid, van de wet dat het college schuldhulpverlening kan weigeren wanneer sprake is van fraude, misleiding of herhaald terugvallen in gedrag dat een zorgvuldig traject onmogelijk maakt. Wanneer een inwoner opnieuw schuldhulpverlening aanvraagt, kan het college de toegang weigeren als eerder opgelegde verplichtingen of voorwaarden niet zijn nagekomen. Het gaat hierbij om verplichtingen die noodzakelijk zijn voor een effectief traject en waarvan de inwoner aantoonbaar en tijdig op de hoogte is gesteld. Deze bevoegdheid is van belang om herhaalde, onuitvoerbare of niet‑doelmatige trajecten te voorkomen. Ook kan het college de toegang tot een schuldregeling weigeren wanneer een inwoner binnen drie jaar na afronding van een eerdere schuldregeling opnieuw een aanvraag indient. Binnen deze periode blijft de inwoner wel welkom voor informatie, advies en/of begeleiding buiten een schuldregeling. Verder mag schuldhulpverlening voor een bepaalde periode geweigerd worden wanneer een inwoner zich misdraagt tegenover medewerkers of andere betrokkenen bij de uitvoering van schuldhulpverlening. Deze weigeringsgronden worden steeds beoordeeld in samenhang met de persoonlijke omstandigheden van de inwoner waaronder diens eigen mogelijkheden. Het college houdt daarbij rekening met proportionaliteit, subsidiariteit, redelijkheid en de mogelijkheid om passende ondersteuning te bieden. Artikel 8. Plan van aanpak Wanneer de inwoner toegang krijgt tot schuldhulpverlening, wordt in samenspraak met de inwoner een plan van aanpak opgesteld. Het plan van aanpak is een onderdeel van een toegangsbeschikking en beschrijft welke ondersteuning de inwoner tijdens het begeleidingstraject ontvangt om de financiële situatie op orde te brengen, te stabiliseren en te verbeteren. Deze ondersteuning kan bestaan uit: -administratie ordenen en overzicht creëren; -inkomsten, uitgaven en schulden inzichtelijk maken; -budget in evenwicht brengen; -inkomensondersteunende en kostenverlagende regelingen uitwinnen; -vermogensbestanddelen benutten; -bewustwording van de noodzaak tot inspanningsverplichtingen (waaronder aandacht voor werk) van de inwoner; -opstellen van een betalingsregeling of schuldregeling; -nazorg. De ondersteuning wordt regelmatig geëvalueerd en waar nodig aangepast. Het uitgangspunt is dat de inwoner met een betalingsregeling 100% aan de financiële verplichtingen voldoet en de schulden volledig aflost. Wanneer sprake is van problematische schulden en volledige betaling niet haalbaar is, wordt een schuldregelingstraject opgestart. Het doel daarvan is te komen tot een regeling voor alle schulden tussen de inwoner en de schuldeisers. Deze regeling komt tot stand met ondersteuning van het college. Wanneer een schuldregelingstraject wordt gestart, vindt de gegevensuitwisseling met schuldeisers plaats via het Schuldenknooppunt. Artikel 9. Verplichtingen Op grond van de wet is de inwoner aan wie het college schuldhulpverlening geeft verplicht om bepaalde inlichtingen te verstrekken en bepaalde medewerking te verlenen. In het eerste lid van dit artikel is verduidelijkt dat deze verplichtingen gelden vanaf het moment dat de inwoner zich voor schuldhulpverlening tot het college heeft gewend of, bij vroegsignalering, een aanbod voor schuldhulpverlening heeft geaccepteerd. De inwoner moet zich aan de verplichtingen houden tot het moment dat de schuldhulpverlening eindigt. Verder is in het tweede lid bepaald hoe het college beoordeelt of een inwoner voldoet aan de inlichtingenplicht. Het derde lid bevat de invulling die het college aan de medewerkingsplicht geeft. Voorop staat dat het gaat om de medewerking die nodig is om schuldhulpverlening te laten slagen. Tot deze medewerking kunnen ook praktische maatregelen behoren, voor zover deze noodzakelijk zijn voor een effectieve uitvoering van het traject. Onderstaand enkele voorbeelden: - dat, in het geval van een gezamenlijke huishouding, de partner bij de gesprekken aanwezig is vanwege de gezamenlijke financiële verantwoordelijkheid; - dat de inwoner zorgt voor adequate communicatie, waaronder het organiseren van ondersteuning wanneer Nederlandse/ Engelse taalbeheersing een belemmering vormt. Artikel 10. Beëindiging Op het moment dat de inwoner weer zelfstandig verder kan, wordt een beëindigingsbeschikking gestuurd. Tegen de beëindigingsbeschikking kan de inwoner in bezwaar en beroep gaan. Het college kan de schuldhulpverlening ook voortijdig beëindigen. In dit artikel is verduidelijkt wanneer daar sprake van is. Daarbij geldt dat de schuldhulpverlening niet kan worden beëindigd wegens een schending van de inlichtingenplicht of medewerkingsplicht, voordat de inwoner een hersteltermijn heeft gekregen. Het is afhankelijk van de concrete verplichting, welke termijn daarbij als redelijk wordt gezien. Ook een misdraging richting medewerkers, waaronder belediging of intimidatie, kan reden zijn om het traject voortijdig te beëindigen. De schuldhulpverlening eindigt in principe bij verhuizing naar een andere gemeente. Het college kan in bijzondere omstandigheden maatwerk toepassen en het traject toch voortzetten wanneer daarvoor dringende redenen bestaan. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn bij een vergevorderd begeleidingstraject of een lopend schuldregelingstraject. Deze opsomming is niet limitatief. Bij voortijdige beëindiging geeft het college een beëindigingsbeschikking af waarin de reden voor beëindiging wordt gemotiveerd. Tegen de beëindigingsbeschikking kan de inwoner in bezwaar en beroep gaan. Artikel 11. Nazorg Het college biedt na beëindiging van het schuldhulpverleningstraject gedurende een periode van ten minste zes maanden nazorg aan de inwoner. Op grond van het tweede lid kan het college, indien binnen zes maanden na de beëindigingsbeschikking een vroegsignaal wordt ontvangen, opnieuw contact opnemen met de inwoner. Dit gebeurt bij voorkeur door de laatst bekende professional. Tijdens dit gesprek wordt, wanneer daar aanleiding toe is, samen met de inwoner bekeken welke ondersteuning nodig is om de stabiliteit te behouden of te herstellen. Artikel 12. BKR-Registratie In dit artikel is geregeld dat als een inwoner is toegelaten tot een schuldregelingstraject wegens problematische schulden, het college een melding (SH) doet bij het BKR. De registratie voorkomt dat inwoners nieuwe kredieten aangaan en de problematische schulden groter worden.

Meer informatie