Subsidieregeling Voorschoolse educatie en peuteropvang 2026 gemeente IJsselstein

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op21 september 2026
Gepubliceerd doorGemeente IJsselstein

Subsidieregeling Voorschoolse educatie en peuteropvang 2026 gemeente IJsselstein Het college van de gemeente IJsselstein; gelet op: - Artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente IJsselstein 2024 besluit vast te stellen de volgende: Subsidieregeling Voorschoolse educatie en peuteropvang gemeente IJsselstein 2026 Artikel 1 Begripsbepalingen 1.De in deze subsidieregeling gebruikte begrippen hebben dezelfde betekenis als de begrippen uit de Wet Kinderopvang, tenzij in lid 2 van dit artikel daarvan is afgeweken. 2.In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: a.Aanvrager: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en die met die onderneming een of meerdere kindercentra exploiteert als bedoeld in artikel 1.1 lid 1 van de Wet kinderopvang; b.College: het college van burgemeester en wethouders; c.Hbo’er: een medewerker met een opleiding op HBO- of WO-niveau op pedagogisch en didactisch gebied; d.Kindplaats: een plaats voor een kind in een kindercentrum die voor een heel kalenderjaar door één kind wordt bezet of door meerdere kinderen voor evenredige delen van dat jaar; e.Kindvolgsysteem: een systeem waarmee systematisch gegevens worden verzameld en waarmee de ontwikkeling van kinderen op diverse domeinen kan worden gevolgd. f.Ouderbijdrage: financiële vergoeding die ouders moeten betalen aan de aanvrager voor de afname van een kindplaats voor peuteropvang of voorschoolse educatie (VE) voor hun peuter, waarvan de hoogte wordt bepaald aan de hand van de tabel kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst of aan de hand van ‘VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang’ die gebaseerd is op de tabel kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst; g.Peuter: een kind in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar en ingeschreven in de basisregistratie personen van de gemeente IJsselstein; h.Peuteropvang: het aanbod in een kindercentrum, gericht op peuters; i.Reguliere peuter: een in IJsselstein woonachtige peuter tussen 2,5 en 4 jaar zonder VE-indicatie, waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag; j.Reguliere kindplaats: een plaats in de peuteropvang gedurende minimaal 40 weken per jaar, tenminste 6 uur tot en met 8 uur per week verdeeld over minimaal 2 dagen, met een totaal van minimaal 320 uur per jaar, voor reguliere peuters. k.Stedelijke regiegroep voorschoolse educatie: een structureel overleg waarin naast de houders van voorscholen ook vertegenwoordigers vanuit de bibliotheek, de jeugdgezondheidszorg, de scholen en de gemeente zitting hebben met als taak de regie te voeren en afspraken te maken over de uitvoering van de voorschoolse educatie; l.Subsidieregeling: deze subsidieregeling; m.Subsidieverslag: een door de aanvrager op te stellen verslag waarin gemotiveerd wordt aangeven welke activiteiten overeenkomstig het plan van aanpak zijn uitgevoerd en voor welke activiteiten de uitvoering anders is geweest dan in het plan van aanpak was voorzien. n.Tarievenblad: Overzicht met alle subsidietarieven en het subsidieplafond die betrekking hebben op de onderhavige subsidieregeling. o.Voorschool: een kindcentrum waar voorschoolse educatie wordt aangeboden; p.VE-geïndiceerde peuter: een kind vanaf de leeftijd van 2,5 jaar tot de leeftijd waarop het start met de basisschool dat van de GGD een VE-indicatie heeft gekregen op grond van de gemeentelijke doelgroepdefinitie; q.VE-kindplaats: een plaats op een VE-groep gedurende minimaal 40 weken per jaar, tenminste 12 uur tot en met 16 uur per week verdeeld over minimaal 3 dagen, met een totaal van minimaal 640 uur per jaar, voor VE-geïndiceerde peuters; r.VE-groep: groep van maximaal 16 kinderen waaraan voorschoolse educatie wordt aangeboden. De groep bestaat zowel uit VE-geïndiceerde kinderen en kinderen zonder een VE-indicatie (een gemengde groep); s.VE-programma: een erkend integraal programma dat in het kader van voorschoolse educatie wordt uitgevoerd en is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut; t.VE-uurtarief: vergoeding per uur voor een VE-kindplaats. u.Voorschoolse educatie (VE): uitvoering van een breed stimuleringsprogramma (met aandacht voor Nederlandse taalontwikkeling, denk-rekenontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling en (psycho)motorische ontwikkeling), dat gericht is op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes instromen in het basisonderwijs voor jonge kinderen, als bedoeld in artikel 166, eerste en tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs en dat voldoet aan de kwaliteitseisen Voorschoolse Educatie van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie vastgesteld op 7 juli 2010, en zoals nadien gewijzigd. Artikel 2 Doel 1.De subsidie heeft als doel in de gemeente voldoende –qua aantal en spreiding- voorzieningen voor voorschoolse educatie te realiseren, zoals bedoeld in artikel 159 van de Wet op het primair onderwijs. 2.De subsidie heeft als tweede doel een voorziening te realiseren voor kinderen tussen 2,5 en 4 jaar zonder VE-indicatie van wie de ouders geen kinderopvangtoeslag ontvangen. 3.De subsidie beoogt voorschoolse educatie te realiseren die voldoet aan de landelijke en gemeentelijke kwaliteitseisen. 4.De subsidie heeft als bijkomend doel het voorkomen van segregatie, het bevorderen van integratie en het bestrijden van onderwijsachterstanden, zoals bedoeld in artikel 161 van de Wet op het primair onderwijs. 5.Kinderen met een indicatie voor VE wordt voorschoolse educatie geboden in gemengde groepen. Dat betekent dat kinderen mét en zonder VVE indicatie samen spelen en zich ontwikkelen. 6.Gelijke kansen voor aanbieders: dat betekent dat er een plek is voor VE-kinderen bij alle kinderopvangorganisaties die voorschoolse educatie bieden en die aan de wettelijke kwaliteitseisen voldoen (en die worden gecontroleerd door de GGD en de Inspectie van het onderwijs). Artikel 3 Reikwijdte De subsidie die door de gemeente wordt verstrekt, heeft betrekking op de activiteiten zoals genoemd in artikel 4 en 5 van deze subsidieregeling en is bedoeld voor de doelgroep zoals genoemd in artikel 6 van deze regeling. Artikel 4 Voorwaarden subsidieactiviteiten voor voorschoolse educatie 1.De aanvrager moet voldoen aan de Wet kinderopvang en aan de basisvoorwaarden voor kwaliteit uit het Besluit kwaliteit kinderopvang; 2.De aanvrager van subsidie voor VE-plaatsen moet naast het onder lid 2 gestelde ook voldoen aan het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. 3.De aanvrager moet werken met een hbo’er voor de voorschoolse educatie. Deze moet 10 uren per VE-geïndiceerde peuter per jaar per locatie worden ingezet. Deze norm mag door de aanvrager naar eigen inzicht worden ingezet, zolang de inzet gericht is op de kwaliteitsverbetering van de beroepskrachten en op het aanbod van voorschoolse educatie. 4.Subsidie wordt slechts verleend per VE-kindplaats in de gemeente die wordt bezet door een VE-geïndiceerde peuter.5.De aanvrager moet minimaal 640 uur per jaar voorschoolse educatie aanbieden. Het gaat om een aanbod van minimaal 40 weken, minimaal 12 uur tot en met 16 uur per week, verdeeld over minimaal 3 dagen. In een periode van 1,5 jaar gaat het om een aanbod van minimaal 960 uur. 6.De activiteiten van de aanvrager moeten voldoen aan de kwaliteitsaspecten zoals met elkaar vastgesteld in 2022. Jaarlijks wordt door het College besloten welk kwaliteitsniveau (basis of extra) binnen de gemeentelijke financiële kaders past. Deze activiteiten worden verantwoord in het subsidieverslag door de aanvrager. Wat betreft de kwaliteitsaspecten gebeurt er in de basis altijd het volgende: a.De aanvrager maakt gebruik van een erkend VE-programma met toepassing van de instructies die bij dat programma horen. b.De aanvrager maakt gebruik van een kindvolgsysteem met toepassing van de instructies die bij dat systeem horen. c.De aanvrager werkt structureel aan het versterken van ouderbetrokkenheid via de oudercomponent ‘ouderbetrokkenheid’ in het VE-programma. Daarnaast organiseert de aanvrager samen met de andere aanvragers gemeenschappelijke ouderactiviteiten die vanuit de stedelijke regiegroep VE worden geïnitieerd. d.De aanvrager realiseert een goede (warme) overdracht naar het basisonderwijs of een andere passende instelling volgens gemeenschappelijk afgestemde afspraken. e.De aanvrager is aangesloten op de Peutermonitor en levert per kwartaal de voor de Peutermonitor benodigde gegevens aan: •BSN •NAW gegevens geboortedatum + woonplaats •Startdatum •Einddatum indien relevant •Naam organisatie kinderopvang •LRK nummer kindcentrum en adres •Geïndiceerd of niet-geïndiceerd •Kinderopvangtoeslag/niet kinderopvangtoeslag •Soort inkomenstoets •Ouderbijdrage f.De aanvrager plaatst VE-geïndiceerde peuters met voorrang op beschikbare plekken en streeft naar gemende groepen van minimaal 4 tot maximaal 10 kinderen met een VE-indicatie. g.De aanvrager neemt deel aan het overleg Lokaal Educatieve Agenda. h.De aanvrager neemt deel aan de Stedelijke Regiegroep VE in IJsselstein. i.De aanvrager zet zich in voor de kwaliteit- en resultaatafspraken voor- en vroegschoolse educatie IJsselstein. Artikel 5 Voorwaarden subsidie activiteiten voor peuteropvang 1.De aanvrager voldoet aan de kwaliteitseisen van de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang.2.Subsidie wordt slechts verleend per reguliere kindplaats in de gemeente die wordt bezet door een reguliere peuter. De aanvrager moet minimaal 40 weken per jaar peuteropvang aanbieden. Het gaat om een aanbod van minimaal 6 uur tot en met 8 uur per week verdeeld over minimaal 2 dagen. 3.De aanvrager moet voldoen aan de volgende eisen: a.Een goede overdracht van kinderopvang naar basisscholen volgens gemeenschappelijke afgestemd overdrachtsformulier. b.Inzetten op samenwerking met ouders. c.Subsidie aanvragen en verantwoorden via de Peutermonitor. d.Deelnemen aan de Stedelijke Regiegroep overleggen zo’n 4 keer per jaar. Artikel 6 Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan aanvragers die activiteiten aanbieden voor peuters van de volgende groepen ouders: a.Reguliere peuters van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag. b.VE-geïndiceerde peuters van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag. c.VE-geïndiceerde peuters van ouders met recht op kinderopvangtoeslag. Artikel 7 Subsidiebedragen 1.De subsidie bestaat uit een bedrag per uur per geplaatste reguliere peuter en een bedrag per uur voor VE-geïndiceerde peuters. 2.Jaarlijks worden de nieuwe tarieven bekend gemaakt op het Tarievenblad. 3.Voor een reguliere peuter van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag: per uur het verschil tussen het dat jaar geldende fiscaal maximum uurtarief en de inkomensafhankelijke ouderbijdrage per uur op basis van de VNG-adviestabel, voor maximaal 320 uur per jaar;4.Voor een VE-geïndiceerde peuter van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag: per uur het verschil tussen het vastgestelde VE-uurtarief en de inkomensafhankelijke ouderbijdrage per uur voor de eerste 320 uur per jaar, en per uur het vastgestelde VE-uurtarief, voor de tweede maximaal 320 uur per jaar;5.Voor een VE-geïndiceerde peuter van ouders met recht op kinderopvangtoeslag: per uur het verschil tussen het dat jaar geldende fiscaal maximum uurtarief en het vastgestelde VE-uurtarief voor de eerste 320 uur per jaar, en per uur het vastgestelde VE-uurtarief voor de tweede maximaal 320 uur per jaar. 6.Voor de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie (pbm’er) geldt een vast subsidiebedrag van €440 per VE-geïndiceerd kind. Als peildatum hiervoor geldt 1 april van het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Het geldende subsidiebedrag is te vinden op het Tarievenblad. Artikel 8 Subsidieplafond 1.Het subsidieplafond voor deze regeling wordt jaarlijks vastgesteld door het college. 2.Het subsidieplafond voor het kalenderjaar is te vinden op het Tarievenblad. 3.Indien er meer kindplaatsen worden aangevraagd dan waar het subsidieplafond financiële ruimte voor biedt, wordt de subsidie naar rato van de kindplaatsen die in de subsidieaanvraag zijn opgenomen verdeeld tussen de aanvragers. Artikel 9 Ouderbijdrage De maximale eigen bijdrage die de aanvrager bij ouders in rekening brengt voor een kindplaats is: 1.Voor een reguliere peuter van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag: ouders betalen de houder voor maximaal 320 uur per jaar de inkomensafhankelijke ouderbijdrage per uur tot het fiscaal maximum (op basis van de VNG-adviestabel) plus het verschil tussen het fiscaal maximum en de uurprijs van de aanbieder. Alle uren boven de 320 uur zijn volledig voor eigen kosten van de ouder. 2.Voor een VE-geïndiceerde peuter van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag: ouders betalen de houder voor maximaal 320 uur per jaar de inkomensafhankelijke ouderbijdrage per uur tot het fiscaal maximum (op basis van de VNG-adviestabel). De tweede 320 uur per jaar zijn gratis voor de ouders. 3.Voor een VE-geïndiceerde peuter van ouders met recht op kinderopvangtoeslag: ouders betalen de houder het fiscaal maximum voor de eerste 320 uur per jaar en vragen kinderopvangtoeslag terug bij de Belastingdienst. De tweede 320 uur per jaar zijn gratis voor de ouders. Artikel 10 Subsidieaanvragen 1.De aanvraag voor een subsidie op grond van deze regeling wordt ingediend uiterlijk op 15 oktober voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie bedoeld is. 2.Voor de aanvraag wordt een door het college vastgesteld formulier gebruikt. 3.Bij de aanvraag wordt de prognose voor de verwachte bezetting van kindplaatsen over het hele jaar gevoegd, uitgesplitst per half jaar en uitgesplitst in VE-geïndiceerde en niet VE-geïndiceerde peuters en bij VE-geïndiceerde peuters uitgesplist naar wel of geen recht op kinderopvangtoeslag. 4.Bij de aanvraag wordt een begroting gevoegd voor de benodigde uren inzet pedagogisch beleidsmedewerker op basis van het aantal verwachte VE-kindplaatsen. Als peildatum hiervoor geldt 1 januari van het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 5.De aanvraag wordt aangevuld met een beleidsplan. In het beleidsplan worden in ieder geval beschreven hoe de aanvrager de onder artikel 4 en 5 genoemde activiteiten voor voorschoolse educatie en peuteropvang gaat realiseren. 6.Het college beslist op een aanvraag voor de subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Artikel 11 Weigeringsgronden Onverminderd de weigeringsgronden zoals opgenomen in artikel 10 van de Algemene subsidieverordening gemeente IJsselstein 2024 kan de subsidie ook (gedeeltelijk) worden geweigerd indien: a.de aanvrager op het moment van subsidieaanvraag onderwerp is van een bestuursrechtelijke handhavingsprocedure in het kader van de Wet kinderopvang; b.niet voldaan wordt aan het gestelde onder artikel 4 of 5 van deze regeling. Artikel 12 Verantwoording en subsidievaststelling 1.Vóór 1 april van het jaar dat volgt op het desbetreffende kalenderjaar dient de aanvrager een aanvraag tot subsidievaststelling in. 2. De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van: a.een subsidieverslag met in ieder geval een verslag van hoe de voorschoolse educatie is gerealiseerd en welke resultaten ermee zijn bereikt. b.de daadwerkelijke kindplaatsbezetting per kwartaal over het voorgaande jaar; c.de ontvangen eigen bijdragen van ouders in het uitvoeringsjaar; d.een jaarrekening waaruit valt af te leiden welke kosten voor voorschoolse educatie gemaakt zijn. 3.De hoogte van het subsidiebedrag wordt op basis van de verantwoording definitief vastgesteld. 4.De hoogte van het subsidiebedrag wordt vastgesteld op basis het aantal afgenomen opvanguren per kind per jaar; b.het in artikel 7 genoemde bedrag per uur dat wordt vastgesteld met inachtneming van de daadwerkelijk ontvangen eigen bijdragen van ouders. Artikel 13 Hardheidsclausule Het college kan de bepalingen in deze subsidieregeling in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of - ontvanger gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen. Artikel 14 Inwerkingtreding en intrekking geldende regeling 1.Deze regeling treedt, na bekendmaking daarvan, in werking per 1 januari 2026. 2.De Subsidieregeling Voorschoolse educatie en peuteropvang 2023 gemeente IJsselstein wordt ingetrokken. Artikel 15 Citeertitel Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Voorschoolse Educatie en Peuteropvang gemeente IJsselstein 2026. Vastgesteld door het college op 30 september 2025. Wilma van de Werken secretaris burgemeesterEster Weststeijn

Meer informatie