Reglement van orde van het algemeen en dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep 2026 versie 2.0
Reglement van orde van het algemeen en dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep 2026 versie 2.0 Inleiding Het reglement bevat regels over de gang van zaken in een vergadering van het algemeen en dagelijks bestuur van de RBG en de wijze van besluitvorming. Artikel 1. Begripsbepalingen Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder: De RBG: De Regionale Belasting Groep; De GR RBG: de gemeenschappelijke regeling RBG Het algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de RBG; Het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van De RBG; De voorzitter: de voorzitter van het algemeen- en dagelijks bestuur van de RBG; De directeur: de directeur van de RBG. De vergadering: de vergadering van het algemeen- of dagelijks bestuur van de RBG. Artikel 2. De voorzitter 1.De voorzitter leidt de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.2.Bij afwezigheid van de voorzitter wordt deze vervangen door de plaatsvervangend voorzitter. Als die ook afwezig is, wordt de voorzitter vervangen door een lid van het algemeen bestuur.3.De directeur is bij elke vergadering van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur aanwezig. Artikel 3. De vergaderingen 1.De voorzitter maakt tijd en plaats van de vergadering tijdig bekend aan de deelnemers van de RBG.2.De voorzitter stelt samen met de directeur de agenda op. 3.De agenda vermeldt datum, tijd en plaats van de vergadering. 4.De agenda en bijbehorende stukken worden uiterlijk veertien dagen vóór de vergadering verzonden, tenzij sprake is van spoedeisende zaken. 5.De voorzitter behandelt de agenda in de daarop aangegeven volgorde.6.Ieder lid van het bestuur kan tijdens de vergadering voorstellen om onderwerpen toe te voegen die niet op de agenda zijn vermeld. Het bestuur beslist bij meerderheid of deze onderwerpen direct of in een volgende vergadering worden behandeld. Artikel 4. Benoeming en aanwezigheid van de bestuursleden 1.Van de aanwijzing van een lid van het algemeen bestuur doet het college van de deelnemer die het lid heeft aangewezen zo spoedig mogelijk in een brief mededeling aan de secretaris van het bestuur. Daarbij wordt tevens vermeldt wie als plaatsvervangend lid is aangewezen. 2.Een lid van het algemeen bestuur dat verhinderd is om een vergadering bij te wonen, meldt dit zo spoedig mogelijk bij brief of e-mail bij de secretaris van het bestuur. Daarbij wordt aangegeven of het plaatsvervangend lid van de betreffende deelnemers de vergadering zal bijwonen.3.Een lid van het dagelijks bestuur dat verhinderd is om een vergadering bij te wonen, meldt dit zo spoedig mogelijk bij de secretaris van het bestuur. 4.Indien van toepassing levert een lid van het algemeen of dagelijks bestuur dat verhinderd is een vergadering bij te wonen, zo veel als mogelijk diens inbreng schriftelijk aan bij de secretaris van het bestuur. Artikel 5. Vergaderorde Het algemeen bestuur vergadert volgens de bepalingen van hoofdstuk 4 van de gemeenschappelijke regeling RBG zoals ingegaan op 1 januari 2026. Artikel 6. Het verslag 1.De directeur zorgt dat van de vergaderingen een verslag wordt gemaakt.2.Het verslag vermeldt de namen van de leden en andere personen die aanwezig waren. Het verslag vermeldt de namen van de afwezige leden en of zij met of zonder kennisgeving afwezig waren. 3.Het verslag bevat een korte beschrijving van de ingekomen stukken en de mededelingen, voorstellen, rapportages en notities die zijn behandeld en de genomen besluiten. 4.In het verslag aangebrachte wijzigingen worden in het verslag van de volgende vergadering opgenomen. 5.Het verslag wordt in de volgende vergadering vastgesteld en na de vaststelling door de voorzitter en de directeur ondertekend. 6.Van de vergaderingen of gedeelten daarvan kan een afzonderlijk verslag worden gemaakt waarvan de verspreiding beperkt blijft tot de leden van het Algemeen of Dagelijks Bestuur en de bij de vergadering of gedeelte daarvan aanwezige personen. Artikel 7. De beraadslagingen 1.Over elk onderwerp dat in de vergadering wordt besproken krijgen de leden van de voorzitter de gelegenheid om het woord te voeren. 2.Na het sluiten van de beraadslaging brengt de voorzitter het voorstel in stemming. 3.Een stemming van het algemeen bestuur is geldig indien ten minste vijf leden daaraan hebben deelgenomen4.Een stemming van het dagelijks bestuur is geldig indien ten minste twee leden daaraan hebben deelgenomen.5.Een besluit is aangenomen als een gewone meerderheid daarmee heeft ingestemd. 6.Indien geen stemming wordt gevraagd, wordt het voorstel geacht met algemene stemmen te zijn aangenomen. Artikel 8. Het quorum 1.De voorzitter opent de vergadering op het in de uitnodiging genoemde tijdstip.2.Indien niet tenminste twee leden van het dagelijks bestuur of vijf leden van het algemeen bestuur aanwezig zijn, constateert de voorzitter dat de vergadering niet kan worden geopend.3.Ingeval zich de situatie als genoemd in lid 2 voor doet, belegt de voorzitter een nieuwe vergadering die tenminste 24 uur na het verzenden van de uitnodiging zal plaatsvinden.4.In een vergadering als genoemd in lid 3 kunnen besluiten worden genomen ongeacht het aantal aanwezige leden, voor zover deze onderwerpen op de agenda van de niet geopende vergadering stonden. Artikel 9. De rondvraag Aan het einde van de vergadering wordt een rondvraag gehouden. Nadat alle onderwerpen op de agenda zijn behandeld, sluit de voorzitter de vergadering. Artikel 10. Het handhaven van de orde 1.Als een lid zich beledigend of onbehoorlijk uitdrukt, afwijkt van het onderwerp of op andere wijze de orde verstoort, roept de voorzitter dit lid tot de orde.2.Als het betrokken lid daar geen gehoor aan geeft, kan de voorzitter het lid het woord ontnemen. In dat geval neemt het lid niet langer deel aan de beraadslagingen over het betreffende onderwerp. Artikel 11. Deskundigen Het bestuur kan besluiten deskundigen in de vergadering over een onderwerp het woord te laten voeren. De voorzitter bepaalt hun spreektijd. Artikel 12. Spreekrecht toehoorders 1.Toehoorders bij een openbare vergadering van het algemeen bestuur hebben het recht aan het begin van de vergadering over een agendapunt het woord te voeren.2.Als een toehoorder over een agendapunt het woord wil voeren, meldt deze dat voorafgaand aan de vergadering aan de voorzitter.3.Per toehoorder geldt een maximale spreektijd van vijf minuten. De voorzitter kan bepalen dat de spreektijd wordt verlengd. Artikel 13. Uitleg reglement Bij twijfel over de uitleg van dit reglement of in gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur conform artikel 6 van dit reglement. Artikel 14. Inwerkingtreding Dit reglement treedt in werking op de dag na de vaststelling. Het reglement van orde van 11 september 2025 wordt hierbij ingetrokken. Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur van de Regionale Belasting Groep, Schiedam, 10 september 2026, Directeur, Wg J.F. Kooistra Voorzitter, wg P. Ouwendijk
Meer informatie