Beleidsregel ontheffingen vuurwerk jaarwisseling gemeente Tynaarlo
Beleidsregel ontheffingen vuurwerk jaarwisseling gemeente Tynaarlo De burgemeester van de gemeente Tynaarlo; gelet op de Wet veilige jaarwisseling, artikel 9.2.2.1a, vierde lid, van de Wet milieubeheer en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; overwegende dat: - met ingang van de jaarwisseling 2026-2027 een vuurwerkverbod voor particulieren geldt; - de burgemeester de bevoegdheid heeft om op verzoek ontheffing te verlenen van het verbod op het bezit en gebruik van vuurwerk van de categorie F2; - georganiseerde groepen inwoners met lokale binding, zoals buurt- of dorpsverenigingen of stichtingen in Tynaarlo de mogelijkheid hebben een verzoek tot ontheffing in te dienen; - het wenselijk is beleid vast te stellen over de aanvullende voorwaarden waaronder ontheffingen voor het afsteken van F2-vuurwerk tijdens de jaarwisseling worden verleend. besluit: vast te stellen de ‘Beleidsregel ontheffingen vuurwerk jaarwisseling gemeente Tynaarlo’ Artikel 1. begripsbepalingen 1.Voor de toepassing van deze beleidsregel hebben begrippen die zijn gedefinieerd in de Wet milieubeheer en het Vuurwerkbesluit dezelfde betekenis als in die regelgeving. 2.In deze beleidsregel wordt verder verstaan onder: a. APV: Algemene Plaatselijke Verordening Tynaarlo; b. ontheffing: een ontheffing als bedoeld in artikel 9.2.2.1a, vierde lid, van de Wet milieubeheer; c. aanvrager: een vereniging of stichting die een aanvraag indient voor een ontheffing; d. ontheffinghouder: de houder van een geldige ontheffing als bedoeld in artikel 9.2.2.1a, vierde lid, van de Wet milieubeheer; e. jaarwisseling: de periode van 31 december; 18.00 uur tot 1 januari; 02.00 uur. Artikel 2. Reikwijdte en doel Deze beleidsregel geeft invulling aan de bevoegdheid van de burgemeester tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 9.2.2.1a, vierde lid, van de Wet milieubeheer juncto artikel 2.3.2 van het Vuurwerkbesluit. De beleidsregel bevat aanvullende voorwaarden voor de beoordeling van aanvragen om ontheffing. Artikel 3. Aanvraagprocedure 1. Een aanvraag om ontheffing wordt schriftelijk via het daarvoor bestemde webformulier ingediend. 2. De aanvraag bevat ten minste: a. de naam, het adres en de inschrijfgegevens van de aanvrager; b. statuten van de vereniging of stichting; c. afschrift van de inschrijving in het handelsregister; d. de contactgegevens van het bestuur, de namen en geboortedatums van de supervisor(s) (1 of 2) en de ontbranders (max. 8), het telefoonnummer van de supervisor(s) en de gegevens van de verantwoordelijke voor de vuurwerkshow; e. de beoogde locatie; f. een beschrijving van de wijze waarop het publiek, omwonenden en andere belanghebbenden worden geïnformeerd; g. een veiligheidsplan met ten minste: i. een situatietekening van het afsteekterrein, de veiligheidszone, de publieksopstelling en de vluchtroutes. De situatietekening is op schaal 1:1000 en voorzien van een legenda; ii. een overzicht van het af te steken vuurwerk, met vermelding van de soorten en het totale gewicht (maximaal 200 kg verpakt F2-vuurwerk); iii. een beschrijving van het toezicht en de bezetting, met aanwijzing van 1 of 2 supervisors en ten hoogste 8 ontbranders; iv. een beschrijving van de risico’s op maatregelen bij calamiteiten. •h. een bewijs van indiening van aanvraag voor een evenementenvergunning op grond van de APV, indien het afsteken van het vuurwerk plaatsvindt in het kader van een evenement; •g. een verklaring dat op de locatie een afschrift van de factuur van het aangeschafte vuurwerk aanwezig is en dat ten minste twee goedgekeurde blusapparaten (6 kg ABC-poeder of 9 kg schuim) gereedstaan. 3. Een aanvraag kan uitsluitend worden ingediend van 15 augustus tot en met 30 september voorafgaand aan de jaarwisseling. 4. Een aanvraag die na 30 september wordt ingediend, wordt slechts in behandeling genomen indien een zorgvuldige beoordeling van de aanvraag nog mogelijk is. Indien dit naar het oordeel van de burgemeester niet het geval is, kan de aanvraag worden geweigerd. 5. Indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag, stelt de burgemeester de aanvrager overeenkomstig artikel 4:5 Awb in de gelegenheid de aanvraag binnen redelijke termijn aan te vullen. 6. In afwijking van lid 3 geldt voor de jaarwisseling 2026-2027 een aanvraagtermijn van 19 september tot en met 19 oktober 2026. Artikel 4 Ontheffingenplafond 1. De burgemeester kan per jaarwisseling maximaal achttien ontheffingen verlenen. 2. Van de in het eerste lid genoemde ontheffingen worden maximaal: a. twee ontheffingen per kern verleend voor locaties in Zuidlaren en Eelde-Paterswolde; b. één ontheffing verleend voor locaties in elk van de volgende dorpskernen: Vries, Eelderwolde, Tynaarlo, Yde-De Punt, Donderen, Midlaren, Zuidlaarderveen, Zeijen, De Groeve, Taarlo, Zeegse, Oudemolen, Bunne en Winde. 3. Aan een vereniging of stichting wordt per jaarwisseling maximaal één ontheffing verleend. Artikel 5. Verdeling 1. Indien het aantal aanvragen het voor een kern beschikbare maximumaantal ontheffingen niet overschrijdt, verleent de burgemeester ontheffingen aan de aanvragen die voldoen aan de eisen van deze beleidsregel. 2. Indien meerdere aanvragen betrekking hebben op dezelfde locatie of op locaties die naar het oordeel van de burgemeester niet gelijktijdig kunnen worden gebruikt voor het afsteken van vuurwerk, beoordeelt de burgemeester welke aanvraag voor verlening in aanmerking komt. Daarbij betrekt hij in ieder geval de mate waarin de aanvraag voldoet aan de eisen van artikel 3. Indien de aanvragen in gelijke mate aan deze eisen voldoen, wordt de volgorde bepaald door middel van een openbare loting. 3. Indien het aantal aanvragen dat voldoet aan de eisen van deze beleidsregel het voor een kern of voor Tynaarlo beschikbare maximumaantal ontheffingen overschrijdt, worden de beschikbare ontheffingen verdeeld door middel van een openbare loting. 4. De loting bepaalt de volgorde waarin de aanvragen worden behandeld. Een plaats in de loting betekent niet automatisch dat een ontheffing wordt verleend. De aanvraag wordt daarvoor eerst inhoudelijk beoordeeld. Indien uit de inhoudelijke beoordeling blijkt dat meerdere aanvragen betrekking hebben op dezelfde locatie of op locaties die naar het oordeel van de burgemeester niet gelijktijdig kunnen worden gebruikt voor het afsteken van vuurwerk, wordt bij de toekenning van een locatie de door de loting vastgestelde volgorde aangehouden. 5. Indien een aanvraag waarvoor op grond van de loting een ontheffing beschikbaar is alsnog wordt afgewezen, ingetrokken of buiten behandeling wordt gelaten, komt de eerstvolgende aanvraag op de rangorde in aanmerking voor behandeling. Artikel 6. Voorwaarden verlenen ontheffing 1. De burgemeester verleent uitsluitend een ontheffing als bedoeld in artikel 9.2.2.1a, vierde lid, van de Wet milieubeheer indien wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.3.2 van het Vuurwerkbesluit. 2. Voor de toepassing van artikel 2.3.2 van het Vuurwerkbesluit wordt onder een vereniging of stichting met lokale binding verstaan een vereniging of stichting die: a. statutair is gevestigd in de gemeente Tynaarlo; of b. indien niet wordt voldaan aan onderdeel a, aantoonbaar lokale binding heeft door eerder in de gemeente Tynaarlo georganiseerde activiteiten of op grond van haar statutaire doelstelling. 3. Bij de beoordeling van het veiligheidsplan als bedoeld in artikel 2.3.2 van het Vuurwerkbesluit betrekt de burgemeester in ieder geval: a. de bereikbaarheid van het afsteekterrein voor hulpdiensten; b. de omvang en ligging van de veiligheidszone; c. de aanwezigheid van kwetsbare objecten en functies in de omgeving; 4. Bij de beoordeling van het veiligheidsplan kan de burgemeester advies inwinnen van partijen die naar zijn oordeel beschikken over voor de beoordeling relevante expertise 5. Onverminderd de voorwaarden van artikel 2.3.2 van het Vuurwerkbesluit komen locaties niet in aanmerking voor een ontheffing indien de veiligheidszone geheel of gedeeltelijk is gelegen binnen: •a. een Natura 2000-gebied of een gebied dat behoort tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of binnen een afstand van 500 meter daarvan; •b. een locatie waar bedrijfsmatig dieren worden gehouden; c. de directe omgeving van ziekenhuizen, hospices, kinderboerderijen, tunnels en brandgevaarlijke monumenten, indien naar het oordeel van de burgemeester het gebruik van consumentenvuurwerk aldaar niet verantwoord is gelet op gevaar, schade of overlast voor mens en dier. Artikel 7. Voorschriften ontheffing 1. De ontheffing bevat in ieder geval de voorschriften als bedoeld in artikel 2.3.2a van het Vuurwerkbesluit. De burgemeester kan besluiten aanvullende voorschriften te verbinden aan de ontheffing. 2. De aanvrager is verantwoordelijk voor de naleving van de ontheffing en de daaraan verbonden voorschriften. Artikel 8. Verlenen van de ontheffing 1. De burgemeester beslist binnen acht weken op de aanvraag, en in ieder geval uiterlijk op 1 december voorafgaand aan de jaarwisseling waarop de aanvraag betrekking heeft. Deze termijn kan met een redelijke termijn worden verlengd als de burgemeester niet binnen acht weken tot een beslissing kan komen, met dien verstande dat ook bij verlenging de in de vorige zin genoemde uiterste datum van 1 december in acht wordt genomen. 2. De ontheffing wordt verleend voor bepaalde tijd en geldt uitsluitend voor de jaarwisseling die plaatsvindt in het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend. 3. De uiterste datum van 1 december uit lid 1 geldt niet voor de jaarwisseling 2026-2027. Artikel 9. Vuurwerk tijdens een evenement 1. Indien het afsteken van vuurwerk onderdeel uitmaakt van of samenhangt met een evenement beoordeelt de burgemeester of naast de ontheffing ook een evenementenvergunning op grond van de APV vereist is. 2. De ontheffing laat onverlet dat voor de vuurwerkshow andere toestemmingen, vergunningen of meldingen vereist kunnen zijn. De aanvrager is verantwoordelijk voor het verkrijgen daarvan. 3. Indien een voor de vuurwerkshow vereiste evenementenvergunning wordt geweigerd of niet tijdig kan worden verleend, kan de burgemeester de ontheffing weigeren. Artikel 10. Intrekking of wijziging van de ontheffing 1. De burgemeester trekt een ontheffing geheel of gedeeltelijk onverwijld in in de gevallen waarin artikel 2.3.2b, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit dit voorschrijft. 2. De burgemeester kan de ontheffing intrekken in de gevallen, bedoeld in artikel 2.3.2b, tweede lid, van het Vuurwerkbesluit. 3. Onverminderd de intrekkingsgronden genoemd in het eerste en tweede lid kan de burgemeester de ontheffing intrekken of wijzigen indien: - gewijzigde omstandigheden maken dat veilig afsteken niet langer is gewaarborgd; - ter plaatse is geconstateerd dat voorschriften niet worden nageleefd; - sprake is van ernstige verstoring van de openbare orde of een concreet risico daarop. Artikel 11. Hardheidsclausule De burgemeester handelt overeenkomstig deze beleidsregels, tenzij toepassing daarvan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregels te dienen doelen. Artikel 12. Evaluatie De burgemeester evalueert deze beleidsregel en de uitvoeringspraktijk uiterlijk in het derde kwartaal na de jaarwisseling waarop de beleidsregel voor het eerst is toegepast. Artikel 13. Slotbepalingen 1. Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking. 2. Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregel ontheffingen vuurwerk jaarwisseling gemeente Tynaarlo
Meer informatie