Waddinxveense Isolatiesubsidie 2026
Waddinxveense Isolatiesubsidie 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen, Gelet op: •titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; •artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Waddinxveen 2021; Overwegende dat: •de gemeente Waddinxveen uitvoering geeft aan de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen zoals opgenomen in de ‘Koers naar Duurzaam Waddinxveen’ en de ‘Gemeentebrede Aanpak Energiebesparing’; •de gemeente de door het Rijk beschikbaar gestelde middelen uit het Nationaal Isolatieprogramma (Specifieke uitkering Lokale Aanpak Isolatie) doelmatig wil inzetten voor het verduurzamen van woningen; •met deze subsidieregeling eigenaar-bewoners en Verenigingen van Eigenaars worden ondersteund bij het treffen van energiebesparende isolatiemaatregelen; •voor bepaalde isolatiemaatregelen verplichtingen kunnen gelden op grond van het gemeentelijke soortenmanagementplan; •deze subsidieregeling uitsluitend voorziet in financiële ondersteuning van isolatiemaatregelen en geen beoordeling inhoudt van de naleving van het soortenmanagementplan. besluit vast te stellen de: Waddinxveense Isolatiesubsidie 2026 Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: appartement Een gedeelte van een gebouw waarop een appartementsrecht rust en waarvoor een vereniging van eigenaars is opgericht; arbeidskosten Kosten die rechtstreeks verband houden met het aanbrengen van subsidiabele isolatiemaatregelen of energiezuinige ventilatiemaatregelen door een bouwinstallatiebedrijf. ASV Algemene subsidieverordening Waddinxveen 2021. bouwinstallatiebedrijf Een onderneming die is ingeschreven in het handelsregister van een lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en die beroepsmatig isolatiewerkzaamheden uitvoert. college Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen. doe-het-zelfmaatregel Een subsidiabele isolatiemaatregel waarbij uitsluitend de materialen worden aangeschaft en de werkzaamheden door de eigenaar-bewoner zelf worden uitgevoerd. eigenaar-bewoner Een natuurlijke persoon die: •eigenaar is van de woning waarvoor subsidie wordt aangevraagd; •daarin zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben; •geen deel uitmaakt van een VvE voor de betreffende maatregel. energielabel Een energielabel als bedoeld in het Besluit energieprestatie gebouwen. energiezuinige ventilatiemaatregel Het voor de eerste keer aanbrengen van: •een CO₂-gestuurd ventilatiesysteem; of •een balansventilatiesysteem met warmteterugwinning (WTW) met een rendement van ten minste 90%. gemengde VvE Een vereniging van eigenaars waarin zich ten minste één koopappartement bevindt naast één of meer huurappartementen. lage WOZ-waarde Een WOZ-waarde van maximaal € 500.000,- (peildatum 1 januari 2022 of een latere peildatum overeenkomstig landelijke regelgeving); materiaalkosten Kosten van nieuwe isolatiematerialen of nieuwe energiezuinige ventilatiemaatregelen. Rc-waarde De warmteweerstand van de totale constructie, uitgedrukt in m²K/W. Rd-waarde De warmteweerstand van het isolatiemateriaal, uitgedrukt in m²K/W. Kozijnpaneel Een ondoorzichtig, thermisch isolerend paneel dat in plaats van glas in een kozijn of deur wordt geplaatst. slecht geïsoleerde woning Een woning met: •energielabel D, E, F of G; of, •ten minste twee slecht geïsoleerde bouwdelen als bedoeld in deze regeling. slecht geïsoleerd gebouw Een gebouw waarvoor een vereniging van eigenaars, wooncoöperatie of woonvereniging is opgericht en dat: •beschikt over een energielabel D, E, F of G; of •bestaat uit ten minste twee slecht geïsoleerde bouwdelen als bedoeld in deze regeling. slecht geïsoleerd bouwdeel Een bouwdeel dat voldoet aan de daarvoor geldende landelijke definitie en technische criteria in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma. soortenmanagementplan (SMP) Het SMP is een door de gemeente vastgesteld plan waarin maatregelen zijn opgenomen om beschermde diersoorten te beschermen bij onder meer isolatie- en renovatiewerkzaamheden. SMP-melding Een registratie of melding die, indien vereist op grond van het gemeentelijke soortenmanagementplan, is gedaan overeenkomstig de daarvoor geldende procedure en waarmee gebruik kan worden gemaakt van de binnen het soortenmanagementplan beschikbare werkwijze voor het uitvoeren van isolatiewerkzaamheden. U-waarden De warmtedoorgangscoëfficiënt van het glas, uitgedrukt in W/m²K. vereniging van eigenaars (VvE) De vereniging van eigenaars als bedoeld in Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek. woning Een woning als bedoeld in de Woningwet die: •is geregistreerd in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen; •is gebouwd vóór 1992; •bestemd en gebruikt wordt voor permanente bewoning. Artikel 2: doelstelling Deze subsidieregeling heeft tot doel eigenaar-bewoners en Verenigingen van Eigenaars financieel te ondersteunen bij het treffen van energiebesparende isolatiemaatregelen aan slecht geïsoleerde woningen en gebouwen met een lage WOZ-waarde, teneinde de energieprestatie te verbeteren en bij te dragen aan het verminderen van energiearmoede. De subsidieregeling strekt uitsluitend tot financiële ondersteuning van isolatiemaatregelen en bevat geen beoordeling van de naleving van het gemeentelijke soortenmanagementplan. Artikel 3: doelgroep 1.Subsidie kan worden aangevraagd door: a.eigenaar-bewoners indien de woning: 1)slecht geïsoleerd is; 2)een lage WOZ-waarde heeft; 3)is gelegen binnen de gemeente Waddinxveen; 4)is gebouwd vóór 1992. b.een vereniging van eigenaars of gemengde vereniging van eigenaars indien: 1)het gebouw een slecht geïsoleerd gebouw is; 2)de gemiddelde WOZ-waarde van de koopappartementen maximaal € 500.000 bedraagt, waarbij de WOZ-waarden worden vastgesteld overeenkomstig de daarvoor geldende landelijke regelgeving 3)het gebouw is gelegen in de gemeente Waddinxveen; 4)het gebouw is gebouwd vóór 1992. Een VvE kan uitsluitend subsidie aanvragen voor appartementen die grenzen aan het bouwdeel waarop de isolatiemaatregel betrekking heeft. Woningcorporaties en particuliere verhuurders komen niet voor subsidie op grond van deze regeling in aanmerking. Artikel 4: activiteiten 1.Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor de volgende maatregelen: a.Dakisolatie, zoldervloer- of vlieringvloerisolatie; b.gevelisolatie van bestaande buitengevels, waaronder begrepen buitengevelisolatie, binnengevelisolatie, voorzetwanden en borstweringisolatie; c.spouwmuurisolatie; d.vloer- of bodemisolatie; e.HR++-glas, triple glas en isolerende kozijnpanelen; f.Isolerende deuren in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen; g.CO₂-gestuurde ventilatie; h.balansventilatie met warmteterugwinning. De technische minimumeisen voor de hiervoor genoemde maatregelen zijn opgenomen in de toelichting bij deze regeling.2.Indien voor een subsidiabele maatregel op grond van het gemeentelijke soortenmanagementplan een SMP-melding is vereist, dient deze melding overeenkomstig artikel 7 te zijn gedaan. Artikel 5: aanvraagprocedure eigenaar-bewoners 1.Een aanvraag voor subsidieverlening wordt ingediend bij het college met gebruikmaking van het door het college vastgestelde aanvraagformulier.2.De aanvraag wordt digitaal ingediend, tenzij het college een andere wijze van indiening toestaat.3.Een aanvraag wordt beoordeeld nadat deze volledig is.4.Een aanvraag is volledig indien: a.het aanvraagformulier volledig en naar waarheid is ingevuld; b.alle in deze regeling voorgeschreven gegevens en bescheiden zijn overgelegd. 5.Bij de aanvraag worden in ieder geval overgelegd: a.naam en adres van de aanvrager; b.telefoonnummer; c.e-mailadres; d.IBAN-rekeningnummer; e.indien van toepassing: de verklaring dat de subsidie rechtstreeks aan het uitvoerende bouwinstallatiebedrijf mag worden uitbetaald; f.een offerte die op het moment van indiening niet ouder is dan drie maanden en waarop ten minste zijn vermeld: •naam van de eigenaar; •adres van de woning; •de voorgenomen isolatiemaatregelen; •de toe te passen materialen; •de isolatiewaarden; •de oppervlakte waarop de maatregel betrekking heeft; •de verwachte uitvoeringsdatum; •een uitsplitsing van materiaal- en arbeidskosten; g.bij een doe-het-zelfmaatregel: een begroting van de materiaalkosten met vermelding van de isolatiewaarden en de te isoleren oppervlakten; h.indien geen energielabel is geregistreerd: een verklaring waaruit blijkt dat de woning ten minste twee slecht geïsoleerde bouwdelen heeft. 6.Indien voor de aangevraagde isolatiemaatregel op grond van het gemeentelijke soortenmanagementplan een SMP-melding is vereist, verklaart de aanvrager bij de aanvraag dat deze melding is gedaan.Op beoordelingen van SMP-meldingen is artikel 7 van toepassing.7.Indien het college niet kan vaststellen dat een vereiste SMP-melding is geregistreerd, stelt het college de aanvrager overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid de aanvraag binnen vier weken aan te vullen.8.Per adres wordt slechts eenmaal subsidie verstrekt. Artikel 6: aanvraagprocedure VvE’s 1.Een aanvraag voor subsidieverlening wordt ingediend bij het college met gebruikmaking van het door het college vastgestelde aanvraagformulier.2.Een aanvraag wordt beoordeeld nadat deze volledig is3.Bij de aanvraag worden ten minste overgelegd: •naam van de vereniging; •contactpersoon; •telefoonnummer; •e-mailadres; •IBAN van de vereniging; •KvK-nummer; •een door de vereniging goedgekeurde offerte, met daarop ode naam van de vereniging; ode betrokken adressen; ode voorgenomen isolatiemaatregelen; ode toe te passen materialen; ode isolatiewaarden; ode oppervlakte waarop de maatregel betrekking heeft; ode verwachte uitvoeringsdatum; en oeen uitsplitsing van materiaal- en arbeidskosten; •een energieadvies; •Een verklaring dat het gebouw van de VvE een gemiddeld energielabel D of slechter heeft, of waaruit blijkt dat het tenminste twee slechte bouwdelen heeft. •het besluit van de algemene ledenvergadering; •een overzicht van de appartementen waarvoor subsidie wordt aangevraagd; •de WOZ-waarden; •de te isoleren bouwdelen per appartement; •het subsidiebedrag per appartement. 4.Indien sprake is van een gemengde vereniging van eigenaars worden tevens de gegevens verstrekt die noodzakelijk zijn voor de toepassing van de staatssteunregels.5.Indien voor de aangevraagde isolatiemaatregel op grond van het gemeentelijke soortenmanagementplan een SMP-melding is vereist, verklaart de vereniging dat deze melding is gedaan. Op beoordelingen van SMP-meldingen is artikel 7 van toepassing.6.Indien het college niet kan vaststellen dat een vereiste SMP-melding is geregistreerd, stelt het college de aanvrager overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid de aanvraag binnen vier weken aan te vullen.7.Per vereniging wordt eenmaal subsidie verstrekt. Artikel 7 Relatie met het soortenmanagementplan 1.Indien voor een subsidiabele isolatiemaatregel op grond van het gemeentelijke een SMP-melding is vereist, dient deze melding te zijn gedaan voordat met de werkzaamheden wordt begonnen.2.De aanvrager blijft zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan alle op de werkzaamheden toepasselijke wettelijke verplichtingen, waaronder verplichtingen die voortvloeien uit: a.het gemeentelijke soortenmanagementplan; b.de Omgevingswet; c.het Besluit bouwwerken leefomgeving; d.andere toepasselijke publiekrechtelijke voorschriften. 3.Het college controleert uitsluitend of een vereiste SMP-melding is geregistreerd.4.De beoordeling van subsidieaanvragen en aanvragen tot subsidievaststelling omvat geen inhoudelijke beoordeling van: a.de naleving van het soortenmanagementplan; b.de naleving van werkprotocollen; c.de ecologische uitvoerbaarheid van werkzaamheden; d.de naleving van natuurwetgeving; 5.Subsidieverlening of subsidievaststelling houdt geen oordeel in over de rechtmatigheid van de uitvoering van de werkzaamheden op grond van het soortenmanagementplan, de Omgevingswet of andere toepasselijke wet- en regelgeving.6.Voor woningen of gebouwen die buiten het toepassingsgebied van het gemeentelijke soortenmanagementplan zijn gelegen, is de aanvrager zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan alle wettelijke verplichtingen inzake natuurbescherming, waaronder het uitvoeren van eventueel noodzakelijk ecologisch onderzoek. Het college beoordeelt in het kader van deze subsidieregeling niet of aan deze verplichtingen is voldaan. Het niet voldoen aan deze verplichtingen heeft alleen gevolgen voor de subsidie voor zover deze regeling daarin voorziet.7.Indien blijkt dat voor een subsidiabele isolatiemaatregel waarvoor op grond van het soortenmanagementplan een SMP-melding is vereist, tijdelijk geen uitvoerbare route bestaat om de werkzaamheden overeenkomstig het soortenmanagementplan uit te voeren, kan het college besluiten aanvragen voor deze maatregel tijdelijk niet in behandeling te nemen. Het college maakt een dergelijk besluit openbaar bekend.8.De subsidieprocedure vormt geen instrument voor toezicht op of handhaving van natuurwetgeving. Eventuele overtredingen van natuurregelgeving worden beoordeeld binnen het daarvoor geldende wettelijke kader. Artikel 8 Subsidiabele kosten 1.Voor subsidie komen uitsluitend de redelijk gemaakte en rechtstreeks aan de uitvoering van de subsidiabele activiteit toe te rekenen kosten in aanmerking.2.Subsidiabel zijn uitsluitend: a.de kosten van nieuw isolatiemateriaal; b.de kosten van nieuwe CO₂-gestuurde ventilatiesystemen en balansventilatiesystemen met warmteterugwinning; c.de arbeidskosten die rechtstreeks verband houden met het aanbrengen van de subsidiabele maatregelen door een bouwinstallatiebedrijf; d.de kosten van bevestigingsmaterialen en overige materialen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de isolatiemaatregel. 3.Niet voor subsidie in aanmerking komen: a.arbeidskosten van doe-het-zelfmaatregelen; b.advieskosten; c.kosten van vergunningen; d.leges; e.huur of aanschaf van gereedschappen; f.vervoers- en verzendkosten; g.afwerkingskosten, waaronder begrepen: •schilderwerk; •stukadoorswerk; •behang; •vloerafwerking; •gipsplaten; •aftimmerwerk; h.materiaalkosten van gebruikte of tweedehands materialen; i.kosten die voortvloeien uit regulier onderhoud; j.kosten van maatregelen die op grond van andere wettelijke voorschriften verplicht zijn. k.de kosten van vervanging van volledige kozijnen. 4.Indien een factuur zowel subsidiabele als niet-subsidiabele kosten bevat, worden uitsluitend de subsidiabele kosten betrokken bij de vaststelling van de subsidie. Artikel 9: hoogte van de subsidie 1.De subsidie voor eigenaar-bewoners bedraagt maximaal € 1.500,- per woning.2.De subsidie bedraagt nooit meer dan de werkelijk gemaakte subsidiabele kosten.3.Voor een Vereniging van Eigenaars bedraagt de subsidie maximaal € 1.500,- per appartement dat overeenkomstig deze regeling voor subsidie in aanmerking komt.4.Indien tevens subsidie wordt ontvangen op grond van een andere subsidieregeling, wordt de subsidie zodanig vastgesteld dat de gezamenlijke subsidies niet meer bedragen dan 100% van de subsidiabele kosten. Artikel 10: verdeling van het subsidieplafond 1.Het subsidieplafond bedraagt € 1.150.000,-2.Van het subsidieplafond is beschikbaar: a.€ 750.000,- voor eigenaar-bewoners als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a; b.€ 400.000,- voor Verenigingen van Eigenaars als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b. 3.Het college kan de in het tweede lid genoemde deelplafonds wijzigen of verhogen, mits het totale subsidieplafond niet wordt overschreden dan wel aanvullend budget beschikbaar wordt gesteld.4.Het college kan niet-benutte middelen uit een deelplafond overbrengen naar een ander deelplafond indien dit noodzakelijk is voor een doelmatige besteding van de beschikbare middelen.5.Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend vanaf de dag na bekendmaking van deze regeling tot en met 31 december 2028, of zoveel eerder als het subsidieplafond is bereikt.6.Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor werkzaamheden die zijn aangevangen nadat subsidie is verleend.7.Volledige subsidieaanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst.8.Indien een aanvraag op grond van artikel 4:5 Awb wordt aangevuld, geldt als datum van ontvangst de datum waarop de aanvraag volledig is geworden.9.Wanneer op één dag meer volledige aanvragen worden ontvangen dan op grond van het resterende subsidieplafond kunnen worden verleend, bepaalt het college de volgorde door middel van loting. Artikel 11: weigeringsgronden 1.Onverminderd de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 13 van de Algemene subsidieverordening Waddinxveen 2021 weigert het college subsidie indien: a.niet wordt voldaan aan de voorwaarden van deze subsidieregeling; b.de activiteit niet behoort tot de subsidiabele activiteiten; c.de aanvrager niet behoort tot de doelgroep; d.het subsidieplafond is bereikt. 2.Het college kan de subsidie weigeren indien: a.de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens bevat die van invloed zijn op de beoordeling van de aanvraag; b.aannemelijk is dat de subsidiabele activiteit niet zal worden uitgevoerd; c.de opgevoerde kosten niet in redelijke verhouding staan tot de te treffen maatregelen; d.de werkzaamheden zijn aangevangen vóór de datum van subsidieverlening. 3.Indien voor een subsidiabele maatregel een SMP-melding is vereist en na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet kan worden vastgesteld dat een vereiste SMP-melding is geregistreerd, kan het college de aanvraag buiten behandeling laten. Artikel 12: Beslistermijn & betalingen 1.Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van een volledige aanvraag om subsidieverlening.2.Het college kan de beslistermijn eenmaal met ten hoogste zes weken verdagen.3.Van een verdaging als bedoeld in het tweede lid wordt de aanvrager vóór afloop van de oorspronkelijke beslistermijn schriftelijk in kennis gesteld.4.Het verleende subsidiebedrag wordt na subsidieverlening als voorschot uitbetaald.5.Indien de subsidie, op verzoek van de subsidieontvanger, rechtstreeks aan het uitvoerende bouwinstallatiebedrijf wordt betaald, geschiedt de betaling overeenkomstig de daartoe verstrekte machtiging. Artikel 13: verplichtingen van de subsidieontvanger 1.De subsidieontvanger is verplicht: a.de gesubsidieerde werkzaamheden uit te voeren overeenkomstig de subsidieaanvraag en de subsidieverleningsbeschikking; b.de werkzaamheden uiterlijk binnen twaalf maanden na de datum van de subsidieverlening af te ronden; c.het college onverwijld schriftelijk te informeren over omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de subsidieverlening of subsidievaststelling; d.desgevraagd medewerking te verlenen aan een controle als bedoeld in artikel 14. Artikel 14: verantwoording en vaststelling 1.Binnen dertien weken na afronding van de werkzaamheden dient de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in.2.Bij de aanvraag worden overgelegd: a.een volledig ingevuld vaststellingsformulier; b.de facturen van de uitgevoerde werkzaamheden; c.betaalbewijzen waaruit blijkt dat de subsidiabele kosten zijn voldaan; d.foto's van de uitgevoerde werkzaamheden, voor zover het college daarom heeft verzocht. 3.Bij doe-het-zelfmaatregelen worden overgelegd: a.aankoopbewijzen van de gebruikte materialen; b.foto's van de uitgevoerde werkzaamheden; c.gegevens waaruit blijkt dat is voldaan aan de minimale isolatiewaarden. 4.Indien voor de uitgevoerde maatregel een SMP-melding was vereist, kan het college controleren of deze melding is geregistreerd.5.Het college kan, indien dit noodzakelijk is voor de beoordeling van de aanvraag tot subsidievaststelling, een fysieke controle uitvoeren. Deze controle heeft uitsluitend betrekking op: • de uitvoering van de gesubsidieerde maatregelen; • de subsidiabele kosten; • de aanwezigheid van de voorzieningen. Artikel 15 Vaststelling en terugvordering 1.Het college stelt de subsidie vast binnen acht weken na ontvangst van een volledige aanvraag tot subsidievaststelling.2.Indien de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan deze regeling of aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, kan het college de subsidie lager vaststellen overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht.3.Indien blijkt dat meer subsidie is verstrekt dan waarop de subsidieontvanger op grond van deze regeling recht heeft, kan het college het te veel betaalde bedrag geheel of gedeeltelijk terugvorderen overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht.4.Een subsidievaststelling houdt geen oordeel in over de rechtmatigheid van de uitvoering van de werkzaamheden op grond van andere wettelijke voorschriften. Artikel 16: hardheidsclausule 1.Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van een bepaling van deze regeling, voor zover toepassing daarvan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.2.Het eerste lid wordt niet toegepast op het subsidieplafond en de regels over de verdeling van het subsidieplafond.3.Van toepassing van dit artikel wordt in de beschikking gemotiveerd melding gemaakt. Artikel 17: inwerkingtreding 1.Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.2.Deze regeling is van toepassing op subsidieaanvragen die worden ingediend vanaf de datum van inwerkingtreding.3.Op aanvragen die vóór de datum van inwerkingtreding zijn ingediend blijft de eerdere regeling “Waddinxveense Isolatiesubsidie 2024” van toepassing. Artikel 18: citeertitel Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Waddinxveense Isolatiesubsidie 2026. Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen, 21 april 2026. De secretaris, mw. J.M. van Vugt De burgemeester,dhr. E.J.Nieuwenhuis TOELICHTING Algemene toelichting Relatie met het Soortenmanagementplan (SMP) Bij isolatiewerkzaamheden kunnen verplichtingen gelden op grond van het gemeentelijke soortenmanagementplan (SMP), de Omgevingswet en andere toepasselijke regelgeving. De subsidieaanvrager blijft zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan deze verplichtingen. De gemeente gebruikt deze subsidieregeling uitsluitend als financieel stimuleringsinstrument. Indien voor een isolatiemaatregel een SMP-melding vereist is, controleert het college uitsluitend of deze melding is geregistreerd. De gemeente beoordeelt in het kader van deze subsidieregeling niet de inhoudelijke naleving van het SMP, werkprotocollen of andere natuurwetgeving. Subsidieverlening of subsidievaststelling houdt daarom geen oordeel in over de rechtmatigheid van de uitvoering van de werkzaamheden op grond van het SMP of andere toepasselijke wet- en regelgeving. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Artikel 1 De begripsbepalingen sluiten zoveel mogelijk aan bij de Algemene subsidieverordening, de Woningwet, het Burgerlijk Wetboek, de Omgevingswet en de landelijke uitvoeringsregels van de SPUK Lokale Aanpak Isolatie. Artikel 2 In dit artikel is expliciet opgenomen dat deze regeling uitsluitend voorziet in financiële ondersteuning. Artikel 3 De doelgroep sluit aan bij de voorwaarden van de SPUK Lokale Aanpak Isolatie. Artikel 4 De subsidiabele maatregelen zijn gebaseerd op de landelijke uitvoeringsregels van de Rijksoverheid. Maatregel Minimale omvang/ toepassingsgebied Technische eisen a. Dakisolatie, zolder- of vlieringvloerisolatie Eigenaar-bewoners: minimaal 20 m² dakoppervlak dan wel zolder- of vlieringvloeroppervlak isoleren. VvE’s: minimaal 70% van de oppervlakte van het gehele dak behorend tot de bestaande thermische schil isoleren. Toegevoegd isolatiemateriaal heeft een Rd-waarde van minimaal 3,5 m²K/W. Bij lokaal gespoten PIR of PUR: gebruik van HFK-vrije blaasmiddelen. b. Gevelisolatie Minimaal 10 m² per woning. Toegevoegd isolatiemateriaal heeft een Rd-waarde van minimaal 3,5 m²K/W. c. Spouwmuurisolatie Eigenaar-bewoners: minimaal 10 m² van de oppervlakte van bestaande spouwmuren binnen de bestaande thermische schil isoleren. VvE’s: minimaal 10 m² per appartement van de oppervlakte van bestaande spouwmuren binnen de bestaande thermische schil isoleren. Isolatiemateriaal heeft een Rd-waarde van minimaal 1,1 m²K/W. Bij lokaal gespoten PIR of PUR: gebruik van HFK-vrije blaasmiddelen. d. Vloer- of bodemisolatie Eigenaar-bewoners: minimaal 20 m² van het bestaande vloeroppervlak of bodemoppervlak binnen de bestaande thermische schil isoleren. VvE’s: minimaal 70% van de oppervlakte van de gehele vloer behorend tot de bestaande thermische schil isoleren. Isolatiemateriaal heeft een Rd-waarde van minimaal 3,5 m²K/W. Bij lokaal gespoten PIR of PUR: gebruik van HFK-vrije blaasmiddelen. e. HR++ glas, triple glas en kozijnpanelen Minimaal 3 m² per woning. Glas en kozijnpanelen hebben een Ug- en Up-waarde ≤ 1,2 W/m²K. g. Isolerende deuren in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen Toepassing in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen. Deur heeft een Ud-waarde ≤ 1,0 W/m²K. Nieuwe isolerende kozijnpanelen hebben een Uf-waarde ≤ 1,5 W/m²K. h. CO ₂ -gestuurde ventilatie Voor het eerst aanleggen. Het ventilatiesysteem wordt CO₂-gestuurd uitgevoerd. i. Balansventilatie met warmteterugwinning (WTW) Voor het eerst aanleggen. Het balansventilatiesysteem met warmteterugwinning heeft een rendement van minimaal 90%. Artikelen 5 en 6 Deze artikelen regelen de indieningsvereisten. De gemeente beoordeelt niet of de werkzaamheden inhoudelijk voldoen aan het soortenmanagementplan. Artikel 7 Indien voor een subsidiabele isolatiemaatregel een SMP-melding vereist is, controleert het college uitsluitend of deze melding is geregistreerd. De inhoudelijke naleving van het soortenmanagementplan, werkprotocollen en andere natuurwetgeving maakt geen onderdeel uit van de beoordeling van de subsidieaanvraag of de subsidievaststelling. Indien tijdelijk geen uitvoerbare route bestaat om een subsidiabele maatregel overeenkomstig het soortenmanagementplan uit te voeren, kan het college voorkomen dat voor die maatregel aanvragen worden ingediend. Deze bevoegdheid is uitsluitend bedoeld als tijdelijke uitvoeringsmaatregel en strekt niet tot wijziging van de subsidiabele activiteiten of de overige voorwaarden van deze regeling. Artikelen 8 en 9 Deze artikelen bepalen welke kosten subsidiabel zijn en hoe de subsidie wordt berekend. Daarbij geldt steeds dat nooit meer subsidie wordt verstrekt dan de werkelijk gemaakte subsidiabele kosten. Artikel 10 Het subsidieplafond voorkomt overschrijding van het beschikbare budget. Artikel 11 De weigeringsgronden sluiten aan bij de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening. Artikel 12 Dit artikel sluit aan bij de algemene beslistermijnen uit de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 13 De verplichtingen van de subsidieontvanger zijn beperkt tot hetgeen noodzakelijk is voor de uitvoering van de subsidieregeling. Artikel 14 Bij de subsidievaststelling wordt gecontroleerd of de gesubsidieerde maatregelen daadwerkelijk zijn uitgevoerd en of aan de voorwaarden voor subsidievaststelling is voldaan. Ecologische rapportages of werkprotocollen maken geen onderdeel uit van de subsidievaststelling, tenzij deze regeling uitdrukkelijk anders bepaalt. Artikel 15 In dit artikel is verduidelijkt dat de vaststelling van subsidie geen oordeel inhoudt over de naleving van andere wettelijke voorschriften. Artikel 16 De hardheidsclausule biedt het college de mogelijkheid om in bijzondere gevallen af te wijken van een bepaling van deze regeling indien toepassing daarvan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. De hardheidsclausule wordt niet toegepast op het subsidieplafond en de regels over de verdeling daarvan. Artikel 18 Dit artikel regelt de inwerkingtreding en citeertitel.
Meer informatie