Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant, van 5 december 2023 tot vaststelling van een beleidsregel over nadeelcompensatie en tegemoetkoming in schade in verband met de invoering van titel 4.5 van de Algemene wet...
Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 8 september 2026 tot wijziging van de Beleidsregel nadeelcompensatie en andere schadevergoeding Noord-Brabant in verband met het opnemen van een tegemoetkoming in schade veroorzaakt door wilde zwijnen (Tweede wijziging Beleidsregel nadeelcompensatie en andere schadevergoeding Noord-Brabant) Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant; Gelet op artikel 4:81 en titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.5 van de Omgevingswet; Overwegende dat het wenselijk is de Beleidsregel nadeelcompensatie en andere schadevergoeding Noord-Brabant te wijzigen in verband met het opnemen van een tegemoetkoming in schade veroorzaakt door wilde zwijnen en enkele andere kleine technische wijzigingen; Besluiten vast te stellen de volgende regeling: Artikel I Wijziging Beleidsregel nadeelcompensatie en andere schadevergoeding Noord-Brabant De Beleidsregel nadeelcompensatie en andere schadevergoeding Noord-Brabant wordt als volgt gewijzigd: A. In artikel 1.1 wordt op alfabetische volgorde het volgende begrip ingevoegd: driejaarsomvang: som van de getaxeerde schade veroorzaakt door wilde zwijnen aan gewaspercelen van dezelfde grondgebruiker in de drie, aan het schadejaar waarop de aanvraag om een tegemoetkoming betrekking heeft, voorafgaande aaneengesloten schadejaren, waarbij een schadejaar loopt van 1 november tot en met 31 oktober; B. Artikel 4.2 wordt als volgt gewijzigd: 1.Voor de tekst wordt de aanduiding “1.” geplaatst. 2.Er worden vijf leden toegevoegd, luidende: 2.In afwijking van het eerste lid, onder c, komt schade aan gewaspercelen die is aangericht door wilde zwijnen voor een tegemoetkoming in aanmerking. 3.Bij schade aan hoog salderende gewassen bedraagt de hoogte van de tegemoetkoming 95% van de getaxeerde schade. 4.Tot 1 november 2028 bedraagt de hoogte van de tegemoetkoming bij schade aan laag en midden salderende gewassen 95 % van de getaxeerde schade. 5.Vanaf 1 november 2028 bedraagt de hoogte van de tegemoetkoming bij schade aan laag en midden salderende gewassen: a.indien tijdig een raster is aangebracht overeenkomstig de Faunaschade Preventiekit 95% van de getaxeerde schade; b.indien geen of niet tijdig een raster is aangebracht overeenkomstig de Faunaschade Preventiekit: 1°.95% van de getaxeerde schade, indien de driejaarsomvang minder bedraagt dan € 30.000; 2°.75% van de getaxeerde schade indien: i.de driejaarsomvang € 30.000 of meer bedraagt; en ii.de voor het voorgaande schadejaar vastgestelde driejaarsomvang minder bedraagt dan € 30.000; 3°.50% van de getaxeerde schade indien: i.de driejaarsomvang € 30.000 of meer bedraagt; en ii.de voor het voorgaande schadejaar vastgestelde driejaarsomvang € 30.000 of meer bedraagt. 6.In afwijking van het vijfde lid, onder b, betrekken Gedeputeerde Staten bij aanvragen die betrekking hebben op schade die geconstateerd is in de periode van 1 november 2028 tot en met 31 oktober 2030, uitsluitend de schadejaren vanaf 1 november 2027. C. Artikel 4.5 wordt als volgt gewijzigd: 1.Het derde lid komt te luiden: 3.Een taxateur: a.stelt de schade vast met inachtneming van de protocollen en taxatierichtlijnen van BIJ12; b.legt de oorzaak en omvang van de schade vast in een taxatierapport. 2.Het vierde lid komt te luiden: 4.Gedeputeerde Staten stellen de aanvrager in de gelegenheid binnen acht werkdagen na ontvangst van het taxatierapport zienswijzen op het taxatierapport naar voren te brengen. D. Artikel 4.6 wordt als volgt gewijzigd: 1.Het tweede lid, onder b, komt te luiden: b.tenminste twee verschillende maatregelen bij schade door zoogdieren aan midden- en hoog salderende gewassen, waarvan bij hoogsalderende gewassen in ieder geval het tijdig plaatsen van een raster; 2.Het derde lid komt te luiden: 3.Gedeputeerde Staten achten de schade voldoende voorkomen of beperkt voor zover: a.de aanvrager uiterlijk de dag waarop de schade is geconstateerd een maatwerkvoorschrift of vergunning heeft aangevraagd voor het nemen van schadevoorkomende of schadebeperkende maatregelen; b.aan aanvrager een maatwerkvoorschrift of vergunning als bedoeld in onderdeel a is verleend en daarvan op adequate wijze gebruik is gemaakt; en c.de bejaagacties tijdig en volledig in het Fauna Registratie Systeem zijn geregistreerd. E. Artikel 4.7, onder d, komt te luiden: d.de schade niet meer door de taxateur kan worden getaxeerd: 1°.door handelingen of het nalaten daarvan door de aanvrager; of 2°.omdat de schade eerder dan 10 dagen voor de schadeconstatering is opgetreden; Artikel II Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad. ’s-Hertogenbosch, 8 september 2026 Gedeputeerde Staten voornoemd, de voorzitter, mr. I.R. Adema de secretaris,drs. G.H.E. Derks MPA Toelichting behorende bij de Tweede wijziging Beleidsregel nadeelcompensatie en andere schadevergoeding Noord-Brabant I. Algemeen Op grond van artikel 4.2, eerste lid, onder c, van de beleidsregel wordt geen tegemoetkoming verleend voor schade veroorzaakt door beschermde diersoorten waarvoor Gedeputeerde Staten een omgevingsvergunning hebben verleend om de omvang van de populatie te beperken. Indien een grondgebruiker door regelgeving van overheidswege in belangrijke mate wordt beperkt in zijn mogelijkheden om percelen te beschermen en schade te voorkomen of te beperken, achten Gedeputeerde Staten een tegemoetkoming op zijn plaats. Indien Gedeputeerde Staten door het verlenen van een omgevingsvergunning mogelijkheden hebben gecreëerd voor populatiebeheer en schadebestrijding, behoort schade in beginsel redelijkerwijs ten laste van de grondgebruiker te blijven. Met deze wijziging wordt voor schade veroorzaakt door wilde zwijnen van dit uitgangspunt afgeweken. Deze afwijking houdt rechtstreeks verband met de Zesde wijziging van de Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant voor het onderdeel wilde zwijnen. Daarbij is gekozen voor scherp gereguleerd zwijnenbeheer. Aan deze beleidswijziging ligt het zwijnenadvies1 van de Faunabeheereenheid Noord-Brabant ten grondslag. Bij de vaststelling van deze wijziging hebben Gedeputeerde Staten gebruikgemaakt van de beoordelingsruimte die artikel 15.53 van de Omgevingswet biedt. Daarbij hebben zij beoordeeld in hoeverre schade veroorzaakt door wilde zwijnen, gelet op het gewijzigde beleid, redelijkerwijs ten laste van de grondgebruiker behoort te blijven. Met de Zesde wijziging van de Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant voor het onderdeel Wilde zwijnen wordt ruimte geboden voor scherp gereguleerd zwijnenbeheer. Daardoor verandert de situatie waarin grondgebruikers hun agrarische bedrijfsvoering uitoefenen. Gedeputeerde Staten achten het daarom niet redelijk de gevolgen van deze beleidswijziging onmiddellijk en volledig ten laste van grondgebruikers te laten komen, maar evenmin wenselijk dat herhaaldelijke schade blijvend en in overwegende mate door de provincie wordt gedragen. In deze belangenafweging hebben Gedeputeerde Staten betrokken dat grondgebruikers tijd nodig hebben om hun bedrijfsvoering en preventieve maatregelen aan de gewijzigde situatie aan te passen. Ook hebben zij in hun belangenafweging betrokken dat schade, naarmate deze zich gedurende meerdere jaren bij dezelfde grondgebruiker herhaaldelijk blijft voordoen, beter voorzienbaar wordt en verwacht mag worden dat daarop wordt ingespeeld. Daarmee verandert ook hetgeen redelijkerwijs van een grondgebruiker mag worden verwacht. Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten betrokken dat de provincie investeert in maatregelen die bijdragen aan het voorkomen, beperken en tijdig signaleren van schade. Deze omstandigheden zijn in onderlinge samenhang beoordeeld. Deze belangenafweging heeft geleid tot een regeling voor schade aan laag en midden salderende gewassen zonder raster. Zolang nog geen sprake is van herhaaldelijke schade van enige omvang blijft slechts een beperkt deel van de schade redelijkerwijs ten laste van de grondgebruiker. Zodra sprake is van herhaaldelijke schade van enige omvang, wordt de tegemoetkoming geleidelijk afgebouwd. De gekozen regeling beoogt daarmee een evenwicht te vinden tussen enerzijds het bieden van een redelijke tegemoetkoming als gevolg van het gewijzigde provinciale beleid voor wilde zwijnen en anderzijds het stimuleren van grondgebruikers om, naarmate schade zich vaker bij een grondgebruiker voordoet en beter voorzienbaar wordt, meer maatregelen te treffen om schade te voorkomen of te beperken. De tegemoetkomingsregeling staat niet op zichzelf. Gelijktijdig met de invoering van scherp gereguleerd zwijnenbeheer investeert de provincie Noord-Brabant in maatregelen die zijn gericht op het voorkomen, beperken en tijdig signaleren van schade door wilde zwijnen. Daarbij wordt onder meer ingezet op een stimuleringsregeling voor preventieve maatregelen, aanvullende coördinatie van schadepreventief beheer door de Faunabeheereenheid Noord-Brabant en de ontwikkeling van een signaleringsapp voor het laagdrempelig melden van schade en de aanwezigheid van wilde zwijnen. Hiermee wordt beoogd schade zoveel mogelijk te voorkomen en beperken en het beheer waar nodig tijdig bij te sturen. De tegemoetkomingsregeling vormt daarmee één onderdeel van deze bredere aanpak. De afbouwregeling is tot stand gekomen in afstemming met de Faunabeheereenheid Noord-Brabant (FBE) en de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO). Het beleid en de uitvoering daarvan worden jaarlijks binnen de FBE geëvalueerd, waarbij ook de provincie wordt betrokken. De overige wijzigingen betreffen uitsluitend technische aanpassingen. II. Artikelsgewijs Artikel I (Wijziging Beleidsregel nadeelcompensatie en andere schadevergoeding Noord-Brabant) Onder B, tweede lid (artikel 4.2, derde, vierde en vijfde lid) Het derde tot en met vijfde lid moeten gelezen worden in samenhang met artikel 4.6. Voor het vijfde lid, onder b, dat de afbouw van de tegemoetkoming bij schade aan laag en midden salderende gewassen regelt bij geen of niet tijdig geplaatst raster, is gekozen voor een latere inwerkingtreding, met ingang van 1 november 2028. Tot die datum geldt voor deze schade het vierde lid en bedraagt de tegemoetkoming 95% van de getaxeerde schade. Gedeputeerde Staten achten deze latere inwerkingtreding redelijk, omdat hiermee voldoende tijd bestaat om de ondersteunende uitvoeringsinstrumenten, zoals de signaleringsapp, de gebiedsgerichte aanpak en de escalatieladder, operationeel te maken voordat de afbouwregeling wordt toegepast. (artikel 4.2, vijfde lid, onderdeel b, onder 2° en 3°) Voor de hoogte van de drempel is aansluiting gezocht bij de schadepraktijk over de afgelopen tien jaar. Uit een analyse van de getaxeerde zwijnenschade per aanvrager per schadejaar blijkt dat het merendeel van de schadebedragen onder € 10.000 per schadejaar blijft en dat hogere schadebedragen zich bij een relatief beperkte groep grondgebruikers voordoen. Met een grens van € 30.000 over drie schadejaren wordt de afbouwregeling daarom gericht op situaties waarin sprake is van een bovengemiddelde en over meerdere jaren bezien omvangrijke schade. Indien de driejaarsomvang voor het eerst € 30.000 of meer bedraagt, wordt de tegemoetkoming vastgesteld op 75% van de getaxeerde schade. Indien de driejaarsomvang ook in het daaropvolgende schadejaar € 30.000 of meer bedraagt, wordt de tegemoetkoming vastgesteld op 50% van de getaxeerde schade. Daalt de driejaarsomvang daarna weer tot minder dan € 30.000, dan bedraagt de tegemoetkoming opnieuw 95%. Een schadejaar loopt van 1 november tot en met 31 oktober. De driejaarsomvang wordt telkens bepaald aan de hand van de drie aaneengesloten schadejaren die voorafgaan aan het schadejaar waarop de aanvraag betrekking heeft. Een jaar zonder schade, binnen die aaneengesloten driejaarperiode, telt ook mee. Met het voorgaande schadejaar genoemd in het vierde lid, onderdeel b, onder 2°, onder ii en 3°, onder ii, is bedoeld het schadejaar dat direct vooraf gaat aan het schadejaar waarin de schade is geconstateerd en waarop de aanvraag om tegemoetkoming betrekking heeft. Vanaf dat jaar wordt drie aaneengesloten jaren teruggekeken. Dus niet de datum van besluitvorming op een aanvraag is leidend, maar de datum van schadeconstatering, waarop de aanvraag ziet. Voorbeeld werking afbouwregeling Voor schade aan laag en midden salderende gewassen zonder deugdelijk raster wordt ieder jaar gekeken naar de getaxeerde zwijnenschade van dezelfde grondgebruiker in de voorafgaande drie schadejaren. De som daarvan wordt de driejaarsomvang genoemd. Een grondgebruiker heeft in drie opeenvolgende schadejaren respectievelijk € 6.000, € 10.000 en € 16.000 getaxeerde zwijnenschade. De driejaarsomvang bedraagt dan € 32.000. Omdat de grens van € 30.000 voor het eerst wordt bereikt, bedraagt de tegemoetkoming voor de schade in het daaropvolgende schadejaar 75% van de getaxeerde schade. Wanneer de driejaarsomvang bij de daaropvolgende aanvraag opnieuw € 30.000 of meer bedraagt, wordt 50% van de getaxeerde schade tegemoetgekomen. Daalt de driejaarsomvang later weer tot minder dan € 30.000, dan bedraagt de tegemoetkoming opnieuw 95%. Wanneer tijdig een deugdelijk raster overeenkomstig de Faunaschade Preventiekit is geplaatst, blijft de tegemoetkoming 95%, ongeacht de driejaarsomvang. Ook wanneer de driejaarsomvang minder dan € 30.000 bedraagt, blijft de tegemoetkoming 95%. (Artikel 4.2, zesde lid) De afbouwregeling treedt in werking op 1 november 2028. Bij de eerste aanvragen na 1 november 2028 zijn voor de driejaarsomvang nog niet drie volledige schadejaren beschikbaar die op of na 1 november 2027 zijn aangevangen. Artikel 4.2, zesde lid, bepaalt daarom dat bij aanvragen die betrekking hebben op schade die is geconstateerd van 1 november 2028 tot en met 31 oktober 2030, uitsluitend schadejaren vanaf 1 november 2027 worden betrokken bij de berekening van de driejaarsomvang. Voorbeeld werking overgangsregeling Een grondgebruiker heeft in de periode van 1 november 2027 tot en met 31 oktober 2028 € 18.000 getaxeerde zwijnenschade, in de periode van 1 november 2028 tot en met 31 oktober 2029 € 20.000 en in de periode van 1 november 2029 tot en met 31 oktober 2030 € 14.000. Bij een aanvraag voor schade die is geconstateerd in de periode van 1 november 2028 tot en met 31 oktober 2029, wordt alleen de schade uit de periode van 1 november 2027 tot en met 31 oktober 2028 betrokken. De driejaarsomvang bedraagt dan € 18.000. Omdat dit minder is dan € 30.000, bedraagt de tegemoetkoming 95% van de getaxeerde schade. Bij een aanvraag voor schade die is geconstateerd in de periode van 1 november 2029 tot en met 31 oktober 2030, worden de twee voorafgaande schadejaren betrokken, dat wil zeggen de schade uit de periode van 1 november 2027 tot en met 31 oktober 2029. De driejaarsomvang bedraagt dan € 18.000 + € 20.000 = € 38.000. Omdat de grens van € 30.000 voor het eerst wordt bereikt, bedraagt de tegemoetkoming voor de schade in dat jaar 75% van de getaxeerde schade. Bij een aanvraag voor schade die is geconstateerd vanaf 1 november 2030, zijn voor het eerst drie volledige schadejaren vanaf 1 november 2027 beschikbaar. De driejaarsomvang bestaat dan uit de schade over de periode van 1 november 2027 tot en met 31 oktober 2030: € 18.000 + € 20.000 + € 14.000 = € 52.000. Omdat de driejaarsomvang ook bij de voorgaande aanvraag € 30.000 of meer bedroeg, bedraagt de tegemoetkoming voor de schade in dat jaar 50% van de getaxeerde schade. Onder D, tweede lid (artikel 4.6, derde lid, onder c) In de praktijk zal het vaak de jachtaktehouder zijn die deze gegevens in het Fauna Registratie Systeem (FRS) registreert, maar de aanvrager is ervoor verantwoordelijk dat dit tijdig en volledig gebeurt. Om BIJ12 inzicht te geven in de aangeleverde gegevens moet de grondgebruiker akkoord geven in het Schade Registratie Systeem (SRS). Vervolgens raadpleegt BIJ12, bij de toetsing of sprake is van adequaat gebruik, de geregistreerde gegevens in het registratiesysteem. Acties die niet tijdig, binnen twee weken nadat aanvrager bevestiging taxatie heeft ontvangen, zijn ingevoerd in het systeem worden niet meegenomen in de toetsing op adequaat gebruik. Omwille van de uitvoeringslast en betrouwbaarheid van de gegevens worden alleen acties die in het Fauna Registratie Systeem (FRS) zijn ingevoerd geaccepteerd. Andere registraties, zoals handgeschreven verklaringen, briefjes of mailtjes met bejaaggegevens worden niet geaccepteerd. Onder E (artikel 4.7, onderdeel d, onder 2°) Een taxateur taxeert alleen “verse gewasschade”, dat wil zeggen schade die is opgetreden tot tien dagen voor de datum van schadeconstatering. Als sprake is van “oudere schade”, wordt deze oudere schade niet bij de taxatie betrokken. Deze schade en de oorzaak daarvan kan niet meer op zorgvuldige, betrouwbare wijze vastgesteld worden. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, de voorzitter, mr. I.R. Adema de secretaris, drs. G.H.E. Derks MPA
Meer informatie