Verkeersbesluit voor het tijdelijk instellen van een maximumsnelheid van 30 km/u ten behoeve van een in-uitrit van het bouwverkeer aan Westelijke Randweg te Schiphol
Verkeersbesluit voor het tijdelijk instellen van een maximumsnelheid van 30 km/u ten behoeve van een in-uitrit van het bouwverkeer aan Westelijke Randweg te Schiphol XS-26082610.2697 Gelet op het volgende: •Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer genoemde verkeerstekens, alsmede voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd. • De Algemene wet bestuursrecht (AWB) vereist zorgvuldigheid en belangenafweging bij de totstandkoming van besluiten, waaronder verkeersbesluiten. Artikel 3:2 van de AWB schrijft voor dat het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen vergaart. Naast de belangenafweging bepaalt artikel 3:4 van de AWB dat de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. • Artikel 21 van het BABW bevat voorschriften omtrent de motivering van verkeersbesluiten. Het verkeersbesluit moet in ieder geval weergeven welke doelstelling of doelstellingen met het verkeersbesluit worden beoogd. Daarbij moet worden aangegeven welke van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 genoemde belangen ten grondslag liggen aan het besluit. Indien tevens andere van die belangen in het geding zijn, wordt voorts aangegeven op welke wijze de belangen tegen elkaar zijn afgewogen. • Artikel 2 van de Wegenverkeerswet noemt de volgende doelen: 1.In eerste instantie: a. Het verzekeren van de veiligheid op de weg; b. Het beschermen van weggebruikers en passagiers; c. Het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan; d. Het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer. 2. In tweede instantie ook voor: a. Het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer; b. Het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden. •Overeenkomstig artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) dient overleg te worden gevoerd met de commandant van de Koninklijke Marechaussee. • Krachtens artikel 18, lid 1 onder d, van de Wegenverkeerswet 1994 worden verkeersbesluiten genomen door het college van B&W. In het Mandaat-, machtiging en volmachtsbesluit Haarlemmermeer 2026 is de bevoegdheid tot het nemen en intrekken van verkeersbesluiten een ondermaat verleend aan de cluster- en teammanagers van de cluster B&O (Beheer & Onderhoud). De maatregelen vallen onder dit ondermaat. De vermelde wegen zijn in eigendom, beheer en onderhoud van de N.V. Luchthaven Schiphol Motivatie: Ten behoeve van het project Aanleg 50 kV Mainstation Schiphol is het noodzakelijk om gedurende de uitvoering van de werkzaamheden één rijstrook van de Westelijke Randweg tijdelijk aan het reguliere verkeer te onttrekken. Deze rijstrook wordt ingericht als in- en uitrit en opstellocatie voor bouwverkeer dat benodigd is voor de uitvoering van de werkzaamheden. Door het gebruik van deze rijstrook als bouwontsluiting worden de beschikbare invoeg- en uitvoeglengtes voor het reguliere verkeer beperkt. Verkeer afkomstig vanaf de Schiphol Boulevard Zuid beschikt hierdoor over een kortere invoegstrook op de Westelijke Randweg. Daarnaast wordt de uitvoegstrook voor verkeer vanaf de Westelijke Randweg richting Schiphol Boulevard Noord eveneens verkort. De verkorting van de invoeg- en uitvoegstroken leidt tot een afname van de beschikbare manoeuvreerruimte voor weggebruikers en vergroot de kans op conflicten tussen invoegend, uitvoegend en doorgaand verkeer. Ook ontstaat er een menging van regulier verkeer met bouwverkeer, hetgeen een verhoogd verkeersveiligheidsrisico met zich meebrengt. Om deze risico’s te beperken en de veiligheid van zowel weggebruikers als uitvoerend personeel te waarborgen, is het noodzakelijk de snelheid van het verkeer ter plaatse te verlagen. Door de maximumsnelheid te verlagen van 50 km/u naar maximum 30 km/u krijgen weggebruikers meer tijd om verkeerssituaties te herkennen en hierop adequaat te reageren. Hierdoor worden de kans op ongevallen en de ernst van eventuele incidenten verminderd. De maatregel geldt van 31 juli 2026 en duurt tot 31 december 2026. Na deze datum vervalt de tijdelijke maatregel en geldt de maximumsnelheid 50km/u binnen de bebouwde kom. Overwegende: 1:dat het uit oogpunt van verkeersveiligheid wenselijk is de maximumsnelheid ter hoogte van de bouwlocatie tijdelijk te verlagen van maximum 50 km/u naar 30 km/u, om de veiligheid van weggebruikers en werknemers in het werkvak te waarborgen; 2:dat deze snelheidsverlaging een tijdelijke verkeersmaatregel betreft die van kracht is op 31 juli 2026 en duurt tot en met 31 december 2026 en dat na afloop van deze periode de binnen de bebouwde kom geldende maximumsnelheid van 50 km/u van rechtswege weer van kracht wordt. Maatregelen: a:door het plaatsen van bord conform model A130 uit bijlage 1 van het RVV 1990 zoals aangegeven op tekening. b: door het plaatsen van bord conform model C15 (2x) uit bijlage 1 van het RVV 1990 zoals aangegeven op tekening. c: door het plaatsen van bord conform model C16 (2x) uit bijlage 1 van het RVV 1990 zoals aangegeven op tekening. Belangenafweging: Bedrijven: De maatregelen heeft geen gevolgen voor bedrijven daar er geen bedrijven gevestigd zijn aan de Westelijkerandweg. (Doorgaand) verkeer: Het instellen van een maximumsnelheid van 30 km/u ter hoogte van de bouw in- en uitrit heeft een beperkt nadelig effect op de doorstroming van het doorgaande verkeer. Daar staat tegenover dat deze maatregel leidt tot een verbetering van de verkeersveiligheid, doordat bouwverkeer de bouwlocatie veiliger kan bereiken en verlaten. Door de lagere rijsnelheid van het passerende verkeer ontstaat meer reactietijd voor weggebruikers, neemt de remweg af en wordt de kans op en de ernst van eventuele ongevallen verminderd. Gelet hierop weegt het belang van het waarborgen van de verkeersveiligheid zwaarder dan het beperkte nadeel voor de doorstroming van het verkeer. Langzaam verkeer en bromfietsers: De maatregel heeft gevolgen voor fietsers en bromfietsers, aangezien het naast de Westelijkerandweg gelegen (brom)fietspad gedurende de werkzaamheden tijdelijk wordt afgesloten. Voor deze verkeersdeelnemers wordt een omleidingsroute ingesteld. Hoewel deze omleiding leidt tot een beperkte extra reistijd, wordt deze vertraging geacht gering en aanvaardbaar te zijn. Daar staat tegenover dat met de afsluiting van het (brom)fietspad een veilige uitvoering van de werkzaamheden kan worden gewaarborgd. Openbaar vervoer: De maategel heeft geen gevolgen voor openbaar vervoer. De Westelijkerandweg is geen route voor openbaar vervoer. Nood- en hulpdiensten: De maatregel heeft geen gevolgen voor nood– en hulpdiensten. Parkeerders: De maatregel heeft geen gevolgen voor parkeerders. Algemeen belang: De maatregelen verbeteren de verkeersveiligheid en de bereikbaarheid. Dit is in het algemeen belang. Afweging: Alles afwegende zijn burgemeester en wethouders van mening dat de maatregel in het algemeen belang is en in bijzonder in het belang van de verkeersveiligheid en bereikbaarheid. Voorbereiding en overleg: Om de rechtstreeks bij het verkeersbesluit betrokken belangen goed af te kunnen wegen verdient het de aanbeveling om, vooral bij complexe en omstreden maatregelen, een voorbereidingsprocedure te volgen. Hier is vanaf gezien omdat de maatregel geen complexe maatregel betreft en de belangen voldoende in beeld zijn. Overleg heeft plaatsgevonden in de Werkgroep Verkeer met de Koninklijke Marechaussee, die belast is met de politiediensten op Luchthavens waarin de door Commandant van de Koninklijke Marechaussee gemandateerde medewerker verkeersadvisering (artikel 24, onder b, van de BABW) en de Brandweer en Connexxion, vertegenwoordigd zijn. Op 20-07-2026 is dit besluit voorgelegd aan de leden van de werkgroep. De leden van de Werkgroep Verkeer gaan akkoord met de voorgestelde maatregelen. Publicatie: Het besluit wordt gepubliceerd het digitale Gemeenteblad (overheid.nl). Het besluit en de tekening waarop de maatregelen staan aangegeven, liggen gedurende zes weken vanaf de publicatiedatum voor een ieder na een telefonische afspraak ter inzage op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur in het Informatiecentrum van het raadhuis, Taurusavenue 100 in Hoofddorp. Besluiten: In overeenstemming met de tekening met het nummer 26.21.0568.1 die een onderdeel is van dit besluit, wordt besloten tot de volgende verkeersmaatregelen: 1.door het plaatsen van bord conform model A130 uit bijlage 1 van het RVV 1990 zoals aangegeven op tekening; 2.door het plaatsen van bord conform model C15 (2x) uit bijlage 1 van het RVV 1990 zoals aangegeven op tekening; 3.door het plaatsen van bord conform model C16 (2x) uit bijlage 1 van het RVV 1990 zoals aangegeven op tekening; 4.te bepalen dat de maatregelen van kracht zijn vanaf 31 juli 2026 tot en met uiterlijk 31 december 2026; Burgemeester en Wethouders van Haarlemmermeer namens dezen, de gemeentesecretaris, voor deze, de teammanager contract en uitvoering B. Wendelgelst Terinzagelegging: Het besluit wordt gepubliceerd in het digitale Gemeenteblad van Haarlemmermeer (overheid.nl). Het besluit en de tekening waarop de maatregelen staan aangegeven, liggen gedurende zes weken vanaf de publicatiedatum voor eenieder na een telefonische afspraak ter inzage op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur in het Informatiecentrum van het raadhuis, Taurusavenue 100 in Hoofddorp. Bezwaar: Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan iedereen wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken, binnen zes weken na publicatie van dit besluit een met redenen omkleed bezwaarschrift indienen bij het college van Burgemeester en Wethouders van Haarlemmermeer, het cluster Juridische Zaken van het team Ondersteuning, Postbus 250, 2130 AG Hoofddorp. Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van dit besluit niet. Gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift kan een verzoek om een voorlopige voorziening worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland, p/a Arrondissementsrechtbank Haarlem, sector Bestuursrecht Postbus 1621, 2003 BR Haarlem. Een dergelijk verzoek kan pas worden gedaan als het bezwaarschrift is ingediend en onverwijlde spoed, gelet op het betrokken belang, dat vereist. Voor de behandeling van het verzoek wordt een bedrag aan griffierecht geheven.
Meer informatie