Nadere regels verhogen biodiversiteit bij energieprojecten Provincie Flevoland
Nadere regels verhogen biodiversiteit bij energieprojecten Provincie Flevoland Het college van Gedeputeerde Staten van Flevoland, Overwegende dat: het Rijk € 788.499,00 budget beschikbaar heeft gesteld aan de Regionale Energie Strategie (hierna:RES) regio voor het verhogen van de biodiversiteit bij energieprojecten in Flevoland; Provincie Flevoland een van de partijen is in de RES regio Flevoland; het bestuurlijk overleg van het Energyboard van de RES op 7 juli 2025 heeft bepaald dat het door het Rijk beschikbare budget voor het verhogen van de biodiversiteit bij energieprojecten voor 75% beschikbaar wordt gesteld voor het verhogen van de biodiversiteit bij bestaande zon- en windparken en voor 25% beschikbaar wordt gesteld bij trafohuisjes, verdeelstations en batterijparken; andere partijen van de RES regio Flevoland de provincie hebben aangewezen als penvoerder voor het beschikbaar stellen van de van het Rijk ontvangen middelen; kosten ten behoeve van de werkzaamheden van het Subsidiebureau van de provincie geraamd worden op 10% van het beschikbare budget, zijnde € 78.850,00; Gedeputeerde Staten hieraan uitvoering willen geven door een subsidiemogelijkheid in het leven te roepen; de Algemene Subsidieverordening Flevoland 2023 een procedureel kader geeft voor subsidiering van activiteiten die passen in het provinciaal beleid; In deze Algemene Subsidieverordening Flevoland 2023 aan Gedeputeerde Staten de bevoegdheid is toegekend om nadere regels vast te stellen die onder meer betrekking hebben op subsidiecriteria; De ontwerp Nadere regels zes weken ter inzage hebben gelegen en er geen zienswijzen zijn ontvangen. De Nadere regels kunnen zonder wijziging definitief worden vastgesteld; Gelet op het bepaalde in artikel 4, eerste lid van de Algemene Subsidieverordening Flevoland 2023. BESLUITEN: De volgende nadere regels definitief vast te stellen: Nadere regels verhogen biodiversiteit bij energieprojecten Provincie Flevoland Artikel 1. Begripsbepalingen In deze nadere regels wordt verstaan onder: a.AGVV (Algemene Groepsvrijstellingsverordening): Ter rechtvaardiging van deze subsidie daar waar sprake van staatssteun, de volgende steunmaatregelen van toepassing worden geacht: de artikelen 45 van verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, Pb L 187/1 van 26 juni 2014 laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2023/1315 van de Commissie van 23 juni 2023). b.ASF 2023: de Algemene Subsidieverordening Flevoland 2023. c.De-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (De-mimimisverordening) d.energieproject: bestaande zon- en windparken in Flevoland, de aanleg van een nieuw trafohuisje, verdeelstation of batterijpark in Flevoland. e.windpark: een samenhangende ruimtelijke structuur van tenminste 10 windturbines. f.zonnepark: geschakelde zonnepanelen op land van tenminste 1 hectare. Artikel 2. Doel van de nadere regels 1.Deze nadere regels hebben tot doel de biodiversiteit in Flevoland te verhogen. De biodiversiteit wordt beschreven in het Natuurbeheerplan Flevoland, Doelen Landelijk Gebied Flevoland en Bossenstrategie Flevoland. Het doel is om de biodiversiteit te verhogen bij: a.bestaande zonneparken in Flevoland en zonneparken waarvoor een vergunning is verleend; b.de aanleg van trafohuisjes, verdeelstations en batterijparken in Flevoland; c.bestaande windparken in Flevoland en windparken waarvoor een vergunning is verleend. 2.De regeling is bedoeld voor maatregelen in het gebied van het project. Bij onvoldoende benutting kan zij, op basis van de uitkomsten van de tussenevaluatie, worden aangepast om ook toepassing buiten het projectgebied toe te staan. Artikel 3. Doelgroep Subsidie kan worden aangevraagd door privaatrechtelijke en publiekrechtelijke rechtspersonen die: a.een zon- of windpark hebben gerealiseerd in Flevoland of hier vergunning voor hebben; b.trafohuisjes, verdeelstations of batterijparken gaan aanleggen in Flevoland. Artikel 4. Subsidievorm Gedeputeerde Staten kunnen op grond van deze nadere regels een éénmalige subsidie verstrekken in de vorm van een geldbedrag. Artikel 5. Hoogte van de subsidie 1.De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een minimum bedrag van € 4000,00 en een maximaal bedrag van € 100.000,00 per zon- of windpark.2.De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een minimum bedrag van € 3000,00 en een maximaal bedrag van € 15.000,00 per trafohuisje, verdeelstation en batterijpark.3.Indien toepassing van het eerste en tweede lid zou leiden tot het overtreden van het verbod op het geven van staatssteun in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, wordt de subsidie verleend onder toepassing van de De-minimisverordening.4.Indien de subsidie staatssteun bevat en de subsidieontvanger geen De-minimisverklaring kan overleggen, wordt de subsidie verleend onder toepassing van artikel 45 van Verordening (EU) nr. 651/2014 (Algemene Groepsvrijstellingsverordening). In uitzondering op het eerste en tweede lid bedraagt de maximale steunintensiteit dan niet meer dat het percentage dat is toegestaan op grond van de AGVV. Artikel 6. Subsidieplafond 1.Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt voor de periode 01-01-2026 tot en met 31-12-2030 € 709.649,00 waarbij de volgende deelplafonds gelden: a.Voor het verhogen van de biodiversiteit bij bestaande zon- en windparken maximaal € 532.236,75. b.Voor het verhogen van de biodiversiteit bij de aanleg van trafohuisjes, verdeelstations en batterijparken maximaal € 177.412,25. 2.Gedeputeerde Staten kunnen besluiten middelen te verschuiven tussen de in het eerste lid genoemde deelplafonds, indien dit noodzakelijk is om beschikbare middelen optimaal te benutten. Artikel 7. Aanvraagtermijn Subsidieaanvragen kunnen tot en met 30 september 2030 worden ingediend. Artikel 8. Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens 1.In aanvulling op de in te dienen gegevens op grond van artikel 15 van de ASF 2023 worden bij de aanvraag de volgende gegevens overleg: a.Een plan van aanpak waarin in ieder geval het volgende is opgenomen: 1.een inhoudelijke beschrijving van de activiteit; 2.een planning van de uitvoering van de activiteit; 3.een ecologische onderbouwing van de activiteit; 4.een begroting van de kosten (op basis van offertes) van de activiteit; 5.een financieringsplan van de kosten van de activiteit; 6.een beschrijving en foto’s van de situatie ter plaatse voordat de te subsidiëren activiteit wordt uitgevoerd. 2.De-minimis verklaring.3.Een schriftelijke overeenkomst met de grondeigenaar over de instandhouding van de natuurmaatregelen (gedurende de looptijd van het energieproject, met een minimum van 10 jaar).4.In geval van artikel 2 lid 1 sub c, dient bij windparken een onderbouwde effectanalyse te worden aangeleverd, door een onafhankelijk ecologisch adviesbureau, met een heldere conclusie waaruit blijkt dat wordt voldaan aan het gestelde in artikel 10. Artikel 9. Weigeringsgronden In aanvulling op artikel 12 eerste lid van de ASF 2023, wordt een subsidieaanvraag in ieder geval geweigerd wanneer: a.de aanvraag niet voldoet aan deze nadere regels; b.voor hetzelfde energieproject reeds subsidie is verstrekt op basis van deze nadere regels of een andere subsidiestroom; c.het subsidieplafond is bereikt; d.voor activiteiten in het kader van het verhogen van de biodiversiteit die ten tijde van de aanvraag reeds zijn uitgevoerd; e.bij een aanvraag voor een windpark windturbines betrokken worden die deel uitmaken van een actief saneringsproces. Artikel 10. Subsidiecriterium Om voor een subsidie in aanmerking te kunnen komen, moeten de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd voldoen aan het volgende subsidiecriterium. Voor het verhogen van de biodiversiteit bij bestaande windparken in Flevoland, dient te worden aangetoond dat het verhogen van natuurwaarden bij het windpark niet zal leiden tot extra aanvaringsslachtoffers onder vogels en vleermuizen. Artikel 11. Subsidiabele kosten Subsidie kan in elk geval verstrekt worden voor de volgende kosten: a.maatregelen voor herstel of aanleg van natuurlijke landschapselementen; b.maatregelen ten behoeve van de waterhuishouding; c.aanplanten van vegetatie (inheems plantmateriaal); d.grondverzet en eventuele afvoer van grond; e.verwijderen begroeiing of beplanting; f.bodemkwaliteit versterkende maatregelen (geen bodemsanering); g.voorzieningen voor het ontwikkelen of versterken van habitats en migratieroutes, voorzieningen voor dieren en insecten; h.aanplanten van heg, of realiseren hekwerken met faunadoorgangen of het aanbrengen van faunadoorgangen in hekwerken. Artikel 12. Niet subsidiabele kosten In aanvulling op artikel 9 van de ASF 2023 zijn de volgende kosten niet subsidiabel: a.de reguliere exploitatiekosten, waaronder beheer- en onderhoudskosten, reserveringen voor vervanging e.d; b.kosten in de projectvoorbereiding en het opstellen van een projectplan ten behoeve van de aanvraag; c.kosten die voortvloeien uit dan wel te maken hebben met personele inzet van medewerkers die werkzaam zijn voor de overheid; d.doorbelaste kosten van andere ondernemingen/instellingen/burgers die uit één of meer dezelfde bestuursleden/eigenaren bestaan. e.het verwijderen van bodemverontreiniging of afval; f.de bouw van opstallen; g.de aanschaf van machines; h.de aanschaf of plaatsing van recreatieve voorzieningen; i.de aanleg van parkeergelegenheid; j.het wegwerken van achterstallig onderhoud; k.opstellen vergunningaanvraag, opstellen subsidieaanvraag, afstemming en overleg, communicatie en participatieproces; l.kosten die gemaakt worden als gevolg van een verplichting uit vergunningvoorschriften; m.terugkerende kosten gedurende de exploitatieperiode, zoals jaarlijks beheer, monitoring en compensatie voor stilstand van windturbines. Artikel 13. Verdeelcriteria 1.Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.2.Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van ontvangst. Artikel 14. Subsidievaststelling en betaling 1.Conform artikel 25 ASF 2023 stellen Gedeputeerde Staten de subsidies tot en met 25.000 euro direct vast.2.Gedeputeerde Staten leggen in de beschikking tot subsidieverlening vast op welke wijze de subsidieontvanger bij de aanvraag tot vaststelling aantoont dat de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de subsidie verbonden verplichtingen.3.Bij een beschikking als bedoeld in lid 1 vindt de betaling van het subsidiebedrag in een keer plaats.4.Bij een beschikking als bedoeld in lid 2, vindt de betaling van het subsidiebedrag als volgt plaats; 80% bij de subsidieverlening en 20% na de subsidievaststelling. Artikel 15. Verplichtingen subsidieontvanger In aanvulling op de artikelen 20 tot en met 24 van de ASF 2023 is de subsidieontvanger verplicht: a.Aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan op de in de beschikking opgenomen wijze; b.Medewerking te verlenen aan een daartoe bevoegd persoon die in opdracht van de provincie Flevoland ter plaatse vaststelt of subsidiabele activiteiten daadwerkelijk zijn uitgevoerd; c.Een aanvraag voor een subsidiabele activiteit dient uiterlijk binnen 2 jaar na aanvraag te zijn uitgevoerd. d.De subsidiabele activiteit dient in ieder geval voor 31 december 2031 te zijn uitgevoerd. e.De natuurmaatregel ten minste in stand te houden gedurende de tijd dat het energieproject in werking is. Artikel 16. Tussentijdse evaluatie Voor 1 maart 2028 zal de subsidieregeling worden geëvalueerd door na te gaan in hoeverre gebruik is gemaakt van deze subsidie. Artikel 17. Inwerkingtreding 1.Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst.2.Deze regeling vervalt met ingang van 1 juli 2032. Artikel 18. Citeertitel Dit besluit kan worden aangehaald als ‘Nadere regels verhogen biodiversiteit energieprojecten Provincie Flevoland”. Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Flevoland op 8 september 2026. Gedeputeerde Staten van Flevoland de secretaris, de voorzitter,
Meer informatie