Uitvoeringsregeling Ondernemersfonds Renkum 2026-2031
Uitvoeringsregeling Ondernemersfonds Renkum 2026-2031 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Renkum, gelet op artikel 2, derde lid van de Algemene subsidieverordening gemeente Renkum 2014 (ASV) en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; vast te stellen: de Uitvoeringsregeling Ondernemersfonds Renkum 2026-2031. Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: a.College: College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Renkum; b.Raad: raad van de gemeente Renkum; c.Ondernemersfonds: de financiële middelen die door de gemeenteraad van Renkum beschikbaar zijn gesteld voor het Ondernemersfonds; d.Werklocatie: een geografisch economisch samenhangend gebied van substantiële omvang en van relevant belang voor de Renkumse economie en werkgelegenheid en met een samenwerkingsverband van ondernemers. e.Werklocatiemanagement: omvat de activiteiten die gericht zijn op de sociaal-economische versterking van een werklocatie en het op peil houden/optimaliseren van de kwaliteit van een werklocatie. f.Subsidieaanvraag: een aanvraag om subsidie op basis van de Uitvoeringsregeling. g.Subsidieplafond: het jaarlijks voor subsidie beschikbare bedrag. Artikel 2 Reikwijdte en doelstelling Ondernemersfonds 1.Op subsidieverlening volgens deze regeling is de Algemene subsidieverordening gemeente Renkum 2014 (ASV) van toepassing, tenzij hiervan in deze regeling wordt afgeweken. 2.De gemeente Renkum verstrekt geen subsidies die in strijd zijn met nationale en Europese regels betreffende staatssteun. 3.De doelstelling van het Ondernemersfonds is: •het versterken van het lokale ondernemersklimaat en de economische positie van de gemeente Renkum; •het versterken van de sociaal–economische positie van de werklocatie en daarmee de Renkumse economie en werkgelegenheid; •het verbeteren/optimaliseren van de kwaliteit en innovatiekracht van werklocaties en het werklocatiemanagement. Artikel 3 Activiteiten die voor subsidieverlening in aanmerking komen Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Renkum kan op basis van deze regeling subsidie verlenen voor een plan en de uitvoering van dat plan gericht op een of meerdere werklocaties ter realisering van de doelstelling zoals in artikel 2 lid 3 is omschreven, waaronder: •het stimuleren van deelname van ondernemers aan collectieve ondernemersinitiatieven van de werklocaties; •het vergroten van de synergie tussen de verschillende werklocaties binnen de gemeente Renkum; •het verbeteren van de innovatiekracht op de werklocaties; •het versterken van de werkgelegenheid op de werklocaties; •het managen van de samenwerking van een werklocatie; •het versterken van samenwerking tussen ondernemers op werklocaties in de gemeente Renkum; •het veiliger maken van werklocaties; •het stimuleren van het verduurzamen van werklocaties; •het aanjagen van investeringen in verbetering van de kwaliteit van werklocaties en het werklocatiemanagement; •het vergroten van de weerbaarheid van werklocaties ten behoeve van continuïteit in crisissituaties. Artikel 4 Advisering 1.De aanvraag wordt na indiening door het college getoetst op ontvankelijkheid en compleetheid. 2.Voordat het college op een aanvraag om een subsidie beslist, wordt advies gevraagd aan het Platform Renkum Onderneemt (hierna: Platform). Het advies van het Platform heeft een niet-bindend karakter. Het college beslist zelfstandig op de subsidieaanvraag. 3.Het in lid 2 bedoelde Platform bestaat uit minimaal 1 afgevaardigde namens een ondernemerscollectief in Renkum. Bij start van het ondernemersfonds Renkum in 2026 zijn de volgende ondernemerscollectieven lid van het Platform Renkum Onderneemt: •Koninklijke Horeca Nederland (Renkum) •Ondernemend Oosterbeek •Ondernemerskring Wolfheze •Ondernemersvereniging Renkum Centrum •TOPinuwregio •Unicum •Winkeliersvereniging Doorwerth Nieuwe ondernemerscollectieven mogen - met instemming van het vigerende Platform Renkum Onderneemt- lid worden van het platform. 4.De taken van het Platform met betrekking tot het ondernemersfonds zijn: het uitbrengen van advies aan het college over subsidieaanvragen op grond van deze uitvoeringsregeling, waarbij het Platform beoordeelt in hoeverre de aanvraag bijdraagt aan de doelstelling genoemd in artikel 2, derde lid, en de activiteiten genoemd in artikel 3; bij overschrijding van het subsidieplafond het uitbrengen van advies aan het college over de prioritering van aanvragen op basis van de mate waarin deze bijdragen aan de doelstelling van deze regeling. 5.Het Platform Renkum Onderneemt komt elke twee maanden bijeen en brengt binnen één week na overleg advies uit aan het college. Artikel 5 Subsidieplafond en verdeling 1.Voor de uitvoering van deze regeling is voor de periode 2026 tot en met 2031 een totaalbudget van maximaal € 500.000,- beschikbaar. 2.Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast met inachtneming van het nog beschikbare budget. 3.Subsidies worden verleend op volgorde van ontvangst van volledige aanvragen. 4.Indien honorering van een aanvraag zou leiden tot overschrijding van het vastgestelde subsidieplafond, wordt de aanvraag afgewezen voor zover het subsidieplafond daardoor zou worden overschreden. Artikel 6 Hoogte 1.De subsidie bedraagt maximaal € 7.500,- per initiatief. 2.Voor een initiatief met een totale financieringsbehoefte van meer dan € 7.500,- bedraagt de subsidie maximaal 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 25.000,-. 3.Voor een initiatief vanaf € 25.000,- bedraagt de subsidie maximaal 50% van de kosten. 4.De aanvrager toont aan dat de overige financiering beschikbaar is. 5.Het college kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van artikel 6, tweede en derde lid, als een initiatief naar het oordeel van het college een uitzonderlijke bijdrage levert aan de doelstellingen van artikel 2, derde lid, en het belang daarvan zwaarder weegt dan toepassing van de in artikel 6, tweede en derde lid, opgenomen subsidiebeperking. Artikel 7 Aanvrager Voor subsidie komen in aanmerking: •ondernemersverenigingen en ondernemerscollectieven met rechtspersoonlijkheid; •samenwerkingsverbanden van ondernemers, mits de aanvraag wordt ingediend door een deelnemende rechtspersoon die als penvoerder optreedt. Artikel 8 Voorwaarden voor subsidiering 1.Een aanvraag dient te passen binnen de doelstelling van het Ondernemersfonds, artikel 2 lid 3 en het bepaalde in artikel 3. 2.Een aanvraag kan voor honorering in aanmerking komen als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a.de aanvraag voldoet, naast het bepaalde in deze uitvoeringsregels, aan het bepaalde in de Algemene subsidieverordening gemeente Renkum 2014 (ASV); b.de aanvrager maakt aannemelijk dat er sprake is van voldoende draagvlak binnen het samenwerkingsverband voor de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; c.de aanvrager maakt de financieringsbehoefte aannemelijk; d.de financiering heeft geen betrekking op sanering van schulden, dan wel op een afbouw van bedrijfsactiviteiten; e.de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement, vereffening of surseance van betaling en deze zijn niet aangevraagd of aanhangig; f.de subsidie moet binnen één jaar na verlening zijn ingezet volgens het ingediende plan, tenzij door of namens het college tot een verlenging is besloten. 3.Uitzonderingsgrond: Subsidie wordt niet verstrekt voor structurele exploitatie-, beheer- of onderhoudskosten, tenzij deze onderdeel uitmaken van een eenmalig project dat aantoonbaar bijdraagt aan de doelstellingen van deze regeling. Artikel 9 Aanvraag en te overleggen gegevens 1.Aanvragen om een verleningsbeschikking kunnen uiterlijk tot 1 juli 2031 worden ingediend. De uitvoering van de gesubsidieerde activiteit moet vóór 31 december 2031 plaatsvinden. 2.Onverminderd het bepaalde in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de aanvraag voor subsidieverlening in enkelvoud ingediend overeenkomstig het door het College vastgestelde aanvraagformulier. Bij de aanvraag worden in ieder geval gevoegd: a.een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; b.een beschrijving van de doelstelling en resultaten die daarmee worden nagestreefd en een beschrijving hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen; c.een begroting en dekkingsplan van de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Als de aanvraag betrekking heeft op een subsidie als bedoeld in artikel 6, tweede lid, bevat het dekkingsplan ook een overzicht van de cofinanciering en de wijze waarop het niet door subsidie gedekte deel van de kosten wordt gefinancierd. Daarbij wordt ook opgave gedaan van bij andere bestuursorganen, private organisaties of personen aangevraagde of ontvangen subsidies en vergoedingen voor dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan. Artikel 10 Beslistermijn subsidieaanvraag 1.Het College beslist uiterlijk vier weken na advies van het Platform Renkum Onderneemt op een subsidieaanvraag als bedoeld in deze regeling. 2.Als de aanvraag niet volledig is, wordt de aanvrager door de gemeente in de gelegenheid gesteld om binnen 1 maand na de indiening, aanvullingen hierop te geven. 3.De termijn, bedoeld in het eerste lid, kan door het College in bijzondere omstandigheden en ter beoordeling aan het College, met een termijn van acht weken worden verlengd. De gemeente informeert de aanvrager hierover schriftelijk. Artikel 11 Voorschotverlening 1.Het college kan een voorschot verstrekken van maximaal 100% van de verleende subsidie. 2.Als de activiteiten niet worden uitgevoerd, de subsidiemiddelen niet volgens de aanvraag zijn besteed, of anderszins niet is voldaan aan de verplichtingen van de subsidie, kan het College besluiten tot terugvordering van de verstrekte voorschotten. Artikel 12 Rapportageplicht, evaluatie en subsidievaststelling 1.Subsidies tot en met € 7.500,- kunnen direct door het college worden vastgesteld. 2.Voor subsidies hoger dan € 7.500,- dient de subsidieontvanger binnen 13 weken na afloop van de gesubsidieerde activiteit een verzoek tot subsidievaststelling in. 3.Bij het verzoek tot subsidievaststelling als bedoeld in het tweede lid wordt een inhoudelijke verantwoording op hoofdlijnen overgelegd waaruit blijkt: a.welke activiteiten zijn uitgevoerd; b.in hoeverre de beoogde resultaten zijn bereikt; c.dat de subsidie overeenkomstig de doelstelling is besteed. 4.Het college kan in de verleningsbeschikking aanvullende verantwoordingsverplichtingen opnemen als de aard of omvang van de subsidie daartoe aanleiding geeft. 5.De subsidieontvanger verleent desgevraagd medewerking aan een evaluatie van deze uitvoeringsregeling. Artikel 13 Intrekking, of wijziging van de subsidieverlening Naast de gevallen in de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening gemeente Renkum 2014 (ASV) kan de subsidie worden ingetrokken of het subsidiebedrag ten nadele van de subsidieontvanger worden gewijzigd als: a.de subsidieontvanger wijzigingen in aanwending van de subsidie niet ter beoordeling heeft voorgelegd aan het Platform en het College; b.de subsidieontvanger de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, beëindigt; c.de subsidieontvanger de voorschriften in deze regeling, of de verplichtingen vermeld in de beschikking of in de akkoordverklaring bij de beschikking niet nakomt; d.de subsidieontvanger in surseance van betaling of in staat van faillissement geraakt. Artikel 14 Overgangsbepaling Aanvragen om vaststelling van subsidie die op basis van de Uitvoeringsregeling Ondernemersfonds Renkum 2026-2031 zijn verleend, worden afgedaan op basis van de regelgeving die van kracht was ten tijde van de verlening. Artikel 15 Inwerkingtreding en Citeertitel 1.Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2.Deze uitvoeringsregeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Ondernemersfonds Renkum 2026-2031. Aldus vastgesteld in de collegevergadering van: 25 augustus 2026.de gemeentesecretarisde burgemeester Artikelsgewijze toelichting Artikel 3 Hier volgen een aantal voorbeelden die van toepassing kunnen zijn voor een subsidieaanvraag. Vanzelfsprekend is meer mogelijk binnen de doelstellingen in artikel 2, derde lid en vanuit een collectief. De onderstaande voorbeelden zijn bestemd om inwoners en bezoekers (opnieuw) kennis te laten maken met de dorpen in de gemeenten. Voorbeelden: •Kennis delen door thema-avonden te organiseren •Invoeren parkmanagement op bedrijventerreinen •Braderie in de centrumgebieden •Met vastgoedeigenaren etalages van leegstaande panden verfraaien om aantrekkelijkheid winkelgebied te vergroten •Kunstmarkt in of nabij centrumgebied •Evenement (eenmalig voor pilot uitvoering) •Kerstactiviteit •Renkumse pas “Koop lokaal”. •Free guides •Dorpen-run •Uitnodigende bordjes ‘energiebesparing, maar wij zijn open’. •Ondernemerscoaches voor startende bedrijven •Sfeer brengende maatregelen (eenmalige investering) Etc. etc. Artikel 6.4 Hier volgen een aantal voorbeelden voor cofinanciering: •Beschikbaar stellen van budget vanuit de reclamebelasting als het om Oosterbeek Centrum gaat; •Sponsoring door bedrijven •Sponsoring vanuit fondsen, zoals Cultuurfonds, Fonds 21. Kijk ook eens op Subsidies en fondsen voor Evenementen | Fondswervingonline.nl. •In natura: maak zichtbaar in euro’s wat een bedrijf/ondernemer beschikbaar stelt.
Meer informatie