Subsidieregeling extra onderwijsondersteuners primair onderwijs Den Haag 2026

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op15 september 2026
Gepubliceerd doorGemeente 's-Gravenhage

Subsidieregeling extra onderwijsondersteuners primair onderwijs Den Haag 2026 Toelichting Voor de periode 2026-2028 ontvangt het college middelen vanuit het Rijk voor activiteiten die bijdragen aan de doelstellingen van het onderdeel ‘meedoen in de samenleving’ van het Nationaal Programma Zuidwest. Met deze Subsidieregeling extra onderwijsondersteuners primair onderwijs Den Haag 2026 maakt het college het mogelijk voor schoolbesturen van scholen in Den Haag Zuidwest om voor de periode 1 augustus 2026 tot en met 2028 subsidie aan te vragen voor extra onderwijsondersteunend personeel voor leerlingen in groep 1 en 2. Daarmee volgt deze subsidieregeling de Subsidieregeling extra onderwijsondersteuners primair onderwijs Den Haag 2024 op die werd bekostigd vanuit de eerste tranche van de Regeling kansrijke wijk. Besluitvorming Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, gelet op: –artikel 1.6 van de Verordening gelijkstelling onderwijs Den Haag 2019; en, –artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020; besluit vast te stellen de Subsidieregeling extra onderwijsondersteuners primair onderwijs Den Haag 2026: Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: –ASV: Algemene subsidieverordening Den Haag 2020; –Awb: Algemene wet bestuursrecht; –BRIN-nummer: vestigingsnummer van de school, zoals opgenomen in de Basisregistratie Instellingen van de Dienst Uitvoering Onderwijs; –college: college van burgemeester en wethouders van Den Haag; –Den Haag Zuidwest: de Haagse wijken Moerwijk, Bouwlust, Vrederust en Morgenstond; –fte: fulltime-equivalent: een rekeneenheid waarmee de personeelssterkte of de omvang van een dienstverband wordt uitgedrukt; –Nationaal Programma Zuidwest: een langjarig samenwerkingsprogramma voor Den Haag Zuidwest, gericht op het verbeteren van de leefbaarheid, kansen en veiligheid in de wijken Bouwlust, Vrederust, Morgenstond en Moerwijk. Het programma loopt tot 2040 en wordt uitgevoerd door bewoners, gemeente, rijksoverheid, woningcorporaties, onderwijsinstellingen, zorgorganisaties, ondernemers en andere maatschappelijke partners; –onderwijsondersteuner: een onderwijsassistent of leraarondersteuner van wie de inzet aanvullend is op de reguliere personele inzet die door het schoolbestuur uit de reguliere onderwijsbekostiging wordt bekostigd; –school: een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; –vroegschoolse leerling: leerling in groep 1 en groep 2 van het primair onderwijs; –vroegschoolse periode: de periode waarin een leerling onderwijs volgt in groep 1 en 2 van het primair onderwijs. Artikel 1:2 Toepassingsbereik Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 1:4 bedoelde activiteiten. Artikel 1:3 Doel van de subsidie 1.Het doel van de subsidieregeling is het mogelijk maken van de inzet van een extra onderwijsondersteuner op scholen gevestigd in Den Haag Zuidwest, zodat er meer direct contact mogelijk is tussen de vroegschoolse leerling, leraar en onderwijsondersteuner.2.Het achterliggende maatschappelijke doel van de subsidieregeling is de vroegschoolse periode van leerlingen op scholen in Den Haag Zuidwest te optimaliseren om zo de kans op onderwijsachterstand voor deze leerlingen te verkleinen en het jonge kind een kansrijke start te bieden. Artikel 1:4 Activiteiten Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor het inzetten of voortzetten van de inzet van een extra onderwijsondersteuner in de vroegschoolse periode, aanvullend op de reguliere personele inzet. Artikel 1:5 Doelgroep Subsidie voor de activiteiten bedoeld in artikel 1:4 wordt uitsluitend verstrekt aan het bestuur van een school voor primair onderwijs gevestigd in Den Haag Zuidwest. Artikel 1:6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor uitvoering van de activiteiten, genoemd in deze regeling.2.Voor subsidie in aanmerking komen de kosten voor het in dienst nemen of inhuren van één of meerdere onderwijsondersteuners. Artikel 1:7 Hoogte van de subsidie Een subsidie bedraagt voor het gehele subsidietijdvak maximaal € 105.000,- per school. Dit bedrag wordt als volgt verdeeld: a.voor de periode 1 augustus 2026 tot en met 31 december 2026 maximaal € 14.500,-; b.voor kalenderjaar 2027 maximaal € 45.250,-; en c.voor de periode 1 januari 2028 tot 1 augustus 2029 maximaal € 45.250,-. Artikel 1:8 Indexatie Subsidies worden gedurende het subsidietijdvak niet geïndexeerd. Artikel 1:9 Subsidieplafond 1.Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt een totaal subsidieplafond van € 1.890.000,- met de volgende deelplafonds: a.€ 261.000,- voor de periode 1 augustus tot en met 31 december 2026; b.€ 814.500,- voor het kalenderjaar 2027; en c.€ 814.500,- voor het kalenderjaar 2028 en de periode 1 januari tot 1 augustus 2029 gezamenlijk. 2.Het college kan het subsidieplafond verlagen conform artikel 7, tweede lid, van de ASV. Artikel 1:10 Wijze van verdeling 1.Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt in volgorde van digitale indiening bij het college, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.2.Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de subsidieaanvraag aan te vullen, geldt als tijdstip van indiening van de subsidieaanvraag het tijdstip waarop de digitale subsidieaanvraag volledig is aangevuld. Hoofdstuk 2 Aanvraag subsidie en termijnen Artikel 2:1 Subsidietijdvak Een aanvraag om subsidie wordt ingediend voor het gehele subsidietijdvak, dat loopt vanaf 1 augustus 2026 tot en met 31 juli 2029. Artikel 2:2 Aanvraag subsidie De aanvrager maakt voor de aanvraag gebruik van het door het college voor deze regeling vastgestelde digitale aanvraagformulier. Artikel 2:3 Aanvraagtermijn In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de ASV wordt een aanvraag om subsidie in de periode van 15 september tot en met 15 oktober 2026 ingediend. Artikel 2:4 Beslistermijn Het college beslist, in afwijking van artikel 10, eerste lid, van de ASV, binnen 12 weken nadat de volledige aanvraag om subsidie is ingediend. Hoofdstuk 3 Weigeringsgronden Artikel 3:1 Weigeringsgronden Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Awb en artikel 11, eerste tot en met vierde lid van de ASV, weigert het college een subsidie als de aanvraag wordt gedaan voor activiteiten waarvoor de aanvrager al subsidie of financiering vanuit het college of het Rijk ontvangt. Hoofdstuk 4 Verplichtingen en betaling Artikel 4:1 Verplichtingen Onverminderd artikel 4:37 van de Awb en artikelen 12 en 13 van de ASV, geldt voor de subsidieontvanger de verplichting om mee te werken aan inhoudelijk onderzoek ten behoeve van monitoring en evaluatie. Artikel 4:2 Bevoorschotting Bevoorschotting vindt plaats op de volgende wijze: a.100% van de verleende subsidie ten behoeve van kalenderjaar 2026 uiterlijk 30 dagen na dagtekening van het besluit; b.100% van de verleende subsidie ten behoeve van kalenderjaar 2027 in januari 2027; en c.100% van de verleende subsidie ten behoeve van kalenderjaar 2028 en de periode 1 januari tot 1 augustus 2029 in 2028. Hoofdstuk 5 Tussentijdse verantwoording Artikel 5:1 Indieningstermijn tussentijdse verantwoording 1.In afwijking van artikel 16a, tweede lid, van de ASV, wordt tussentijds verantwoording afgelegd op uiterlijk 1 juli volgend op het kalenderjaar waarop de tussentijdse verantwoording ziet.2.De aanvrager maakt voor de tussentijdse verantwoording gebruik van het door het college voor deze regeling vastgestelde digitale formulier voor verantwoording. Artikel 5:2 Wijze van tussentijdse verantwoording In aanvulling op artikel 16a, derde lid, van de ASV, dient de ontvanger bij de tussentijdse verantwoording ook een projectverantwoording in, waaruit het aantal ingezette fte voor vroegschoolse leerlingen per BRIN-nummer per kalenderjaar blijkt. Hoofdstuk 6 Eindverantwoording en vaststelling na verlening vooraf Artikel 6:1 Indieningstermijn aanvraag tot vaststelling 1.In afwijking van artikel 17, eerste lid, van de ASV dient de subsidieontvanger de aanvraag tot vaststelling in uiterlijk 1 juli van het kalenderjaar dat volgt op het laatste kalenderjaar waar de subsidieverlening op ziet.2.De aanvrager maakt voor de aanvraag tot subsidievaststelling gebruik van het door het college voor deze regeling vastgestelde digitale formulier voor vaststelling. Artikel 6:2 Wijze van verantwoorden In aanvulling op artikel 17, vierde lid, van de ASV bevat de aanvraag tot vaststelling tevens een projectverantwoording, waaruit het aantal ingezette fte voor vroegschoolse leerlingen per BRIN-nummer per kalenderjaar blijkt. Hoofdstuk 7 Overige bepalingen Artikel 7:1 Evaluatie Het college sluit voor een evaluatie van deze subsidieregeling aan bij het Nationaal Programma Zuidwest. Artikel 7:2 Inwerkingtreding Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst, werkt terug tot 1 augustus 2026 en vervalt op 31 december 2031. Artikel 7:3 Intrekking De Subsidieregeling extra onderwijsondersteuners primair onderwijs Den Haag 2024 wordt ingetrokken. Artikel 7:4 Overgangsrecht De bepalingen van de Subsidieregeling extra onderwijsondersteuners primair onderwijs Den Haag 2024 blijven van toepassing op subsidies die vóór 1 juli 2026 zijn verleend op basis van de Subsidieregeling extra onderwijsondersteuners primair onderwijs Den Haag 2024. Artikel 7:5 Citeertitel Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling extra onderwijsondersteuners primair onderwijs 2026. Den Haag, 8 september 2026 Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, de secretaris, Ilma Merx de burgemeester,Jan van Zanen Artikelsgewijze toelichting Artikel 1:1 Met onderwijsondersteuners wordt in deze regeling een leraarondersteuner of een onderwijsassistent bedoeld. Een leraarondersteuner is een ondersteuner die onder de verantwoordelijkheid van een leraar ondersteuning aan de leraar biedt of leerlingen begeleidt op een school en ten minste beschikt over een diploma van een middenkaderopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder d, van de Wet educatie en beroepsonderwijs. Een onderwijsassistent is een assistent die onder de verantwoordelijkheid van een leraar ondersteuning aan de leraar biedt of leerlingen begeleidt op een school en ten minste beschikt over een diploma van een vakopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs. Artikel 1:4 In de periode 2024-2026 hebben meerdere schoolbesturen, met subsidie uit de Subsidieregeling extra onderwijsondersteuners primair onderwijs Den Haag 2024, extra onderwijsondersteuning ingezet door een leraarondersteuner of onderwijsassistent in dienst te nemen of in te huren. Het college hecht er waarde aan dat deze professionals zich in kunnen blijven zetten, maar ook dat ruimte is voor het inhuren of in dienst nemen van extra leraarondersteuners of onderwijsassistenten. Artikel 1:5 Het college ontvangt vanuit de Regeling kansrijke wijk (tweede tranche) middelen vanuit het Rijk om een impuls te geven aan de ontwikkeling van Den Haag Zuidwest. Daarmee ligt de focus op het versterken van de vroegschoolse periode van leerlingen, met als doel hun ontwikkelkansen te vergroten en de kans op onderwijsachterstanden te verkleinen. Omdat de middelen specifiek voor Den Haag Zuidwest beschikbaar zijn gesteld, kunnen scholen buiten Den Haag Zuidwest geen gebruik maken van deze subsidieregeling. Artikel 1:7 De aanvrager, het schoolbestuur, kan per school die onder dit bestuur valt, maximaal € 105.000,- aanvragen. Voor bijvoorbeeld tien scholen kan een schoolbestuur dan maximaal € 1.050.000,- aanvragen. Artikel 7:1 Deze subsidieregeling is onderdeel van het Nationaal Programma Zuidwest en valt onder de actielijn ‘Leefbaarheid en Veiligheid’ van de Rijksoverheid. De resultaten van de verschillende beleidsinterventies die worden ingezet ten behoeve van dit programma worden in gezamenlijkheid gemonitord, verantwoord en geëvalueerd binnen de context van dit programma.

Meer informatie