Gemeente Rhenen - Beleidsregels Wet Bibob gemeente Rhenen 2026

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op14 september 2026
Gepubliceerd doorGemeente Rhenen

Gemeente Rhenen - Beleidsregels Wet Bibob gemeente Rhenen 2026 De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rhenen, ieder voor zover het hun eigen bevoegdheden betreft, gelet op • het bepaalde in de Wet Bibob en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), overwegende dat • de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) hen beleidsruimte geeft bij de besluitvorming voor wat betreft het toepassen van hun uit deze wet voortvloeiende bevoegdheden; • dat het wenselijk is om inzichtelijk te maken op welke wijze zij het Bibob-instrumentarium toepassen, besluiten vast te stellen de ‘Beleidsregels wet Bibob Rhenen 2026’, onder intrekking van de ‘Beleidsregels wet Bibob 2019’ Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen 1.De definities in artikel 1.1 van de Wet Bibob zijn van toepassing op deze beleidsregels. 2.Andere van toepassing zijnde begrippen. a.APV: de Algemene Plaatselijke Verordening Rhenen. b.Bestuursorgaan: de burgemeester en / of het college van burgemeester en wethouders. c.Gemeente: de gemeente Rhenen. d.OM: het openbaar Ministerie. e.Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC): regionaal samenwerkingsverband voor de aanpak van georganiseerde criminaliteit als bedoeld in artikel 28 lid 2 sub d van de Wet Bibob. f.LBB: het Landelijk Bureau Bibob. g.Aanvraag: de vraag om een beschikking als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de Wet Bibob. h.Bibob-onderzoek: het onderzoek door een bestuursorgaan of het LBB of en zo ja in hoeverre er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3, artikel 4 en / of artikel 9 van de Wet Bibob. i.Bibob-register: het register waar bestuursorganen en het LBB informatie over Bibob-onderzoeken registreren en opvragen. j.Bibob-vragenformulier: het formulier bedoeld in artikel 2 van de Regeling Bibob-formulieren. k.Paracommerciële horeca-inrichtingen: rechtspersonen zoals stichtingen of verenigingen die zich in de eerste plaats richten op het stimuleren van activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard, waarbij de horeca niet de hoofdzaak is maar bijzaak. l.Semi-overheidsinstanties: rechtspersonen die met enig openbaar gezag zijn bekleed, voor zover de een beschikking wordt aangevraagd in het kader van de uitoefening van hun publiekrechtelijke bevoegdheden. m.Subsidie: een financiële bijdrage van de overheid om activiteiten te ondersteunen die in het algemeen belang zijn (artikel 4:21 Awb). n.Aanbesteding: het zoeken van een opdrachtnemer voor het uitvoeren van een overheids-opdracht door middel van een selectieprocedure waarbij elke marktpartij kan meedingen naar gunning van de opdracht. o.Overheidsopdracht: een opdracht als bedoeld in artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012. Artikel 1.2 Toepassing beleidsregel 1.Als er bijzondere omstandigheden zijn, kunnen de bestuursorganen besluiten om de Wet Bibob ook op niet in deze beleidsregel beschreven situaties toe te passen. 2.Een integriteitstoets kan ook op een andere manier worden uitgevoerd; de uitkomsten daarvan worden bij de verdere besluitvorming betrokken. Hoofdstuk 2 Toepassing Wet Bibob Algemeen Artikel 2.1 Wanneer de Wet Bibob in elk geval wordt toegepast 1. Er wordt een Bibob-toets uitgevoerd: 1.als er sprake is van een nieuwe vestiging van een inrichting of bedrijf, of 2.als er sprake is van een overname of wijziging van een exploitant, of 3.als er vragen zijn over de integriteit van de aanvrager, de organisatiestructuur, de wijze van financiering of zijn huidige of voormalige relaties als bedoeld in artikel 3 lid 4 van de Wet Bibob op grond van: •eigen ambtelijke informatie; •informatie uit het Bibob-register, of •informatie van het LBB, of •informatie van het RIEC, of •informatie van het OM, of •informatie van een bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak, die bevoegd is tot toepassing van verkregen Bibob-informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob, of •overige signalen. 2. Een aanvraag heeft in ieder geval betrekking op één of meer van de volgende branches: a.horeca- en seksbedrijven, coffeeshops en speelautomatenhallen; b.smart-, head- en growshops; c.shisha lounges, waterpijpcafés of andere instellingen met een vergelijkbaar concept; d.sportscholen en fitnesscentra; e.dienstverleners, zoals bijvoorbeeld kapsalons en belwinkels en wellnessbranche (massage- en beautysalons, nagel- en zonnebankstudio’s) f.autobranche (autohandel, garages, lease- en verhuurbedrijven en autodemontage) g.opkopers en handelaren in gebruikte of ongeregelde goederen; h.verblijfsinrichtingen; i.woonwagenterreinen; j.categorieën die een sterke relatie hebben met bovenstaande branches. 3. De bestuursorganen kunnen de in lid 2 van dit artikel genoemde branches door middel van een afzonderlijk besluit inperken of uitbreiden. Artikel 2.2 Aanvragen waarop de Wet Bibob kan worden toegepast 1.Het bestuursorgaan kan, met inachtneming van hetgeen in deze beleidsregels daarover is bepaald, een Bibob-toets uitvoeren met betrekking tot een aanvraag om een beschikking die betrekking heeft op: •de Alcoholwet; •de Algemene Plaatselijke Verordening Rhenen; •de gemeentelijke huisvestingsverordening; •de gemeentelijke subsidieverordening; •de artikelen 30b en 30h van de Wet op de Kansspelen; •de Omgevingswet; •overheidsopdrachten die conform het gemeentelijke aanbestedingsbeleid moeten worden aanbesteed; •vastgoedtransacties. 2.Er kan ook een Bibob-toets plaatsvinden als uit navraag bij het LBB blijkt dat in de afgelopen twee jaar tegen de aanvrager een negatief advies is uitgebracht of een adviesaanvraag in behandeling is genomen bij het LBB. Artikel 2.3 Wanneer de Wet Bibob in beginsel niet wordt toegepast In onderstaande gevallen wordt er in beginsel geen Bibob-toets uitgevoerd, tenzij er sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c. a.Bij een aanvraag zoals bedoeld in artikel 30a Alcoholwet (wijziging leidinggevende op de bestaande Alcoholvergunning). b.Bij een aanvraag zoals bedoeld in artikel 3 Alcoholwet, ingediend door een slijterij. c.Bij een aanvraag zoals bedoeld in artikel 3 Alcoholwet, ingediend door een paracommerciële horeca-inrichting als bedoeld in artikel 4 Alcoholwet (zoals een dorpshuis, buurthuis, clubhuis, kantine van een sportvereniging, etc.) waarvan de horeca in eigen beheer is en niet verpacht. d.Bij een aanvraag afkomstig van (semi-)overheidsinstanties. e.Bij een aanvraag afkomstig van toegelaten woning(bouw)corporaties als bedoeld in artikel 19 Woningwet. Specifiek Artikel 2.4 Omgevingswet Wanneer er een aanvraag voor een beschikking zoals bedoeld in artikel 5.1 lid 2 sub a van de Omgevingswet wordt gedaan, kan het bestuursorgaan in ieder geval een Bibob-toets doen wanneer er sprake is van: a.een aanvraag met een bouwvolume groter dan 1000m3 voor woningen, kantoorgebouwen en bedrijfsgebouwen met bijbehorende woningen; b.een aanvraag met een bouwvolume groter dan 2000m3 voor bedrijfsgebouwen zonder bijbehorende woningen. Artikel 2.4 Overheidsopdrachten Bij een overheidsopdracht als bedoeld in artikel 1 van de Wet Bibob, kan het bestuursorgaan als dit van aanbestedingsrechtelijk oogpunt tot de mogelijkheden behoort, een Bibob-onderzoek onderzoek starten als vanuit: •eigen ambtelijke informatie, of •informatie van het Bureau, of •informatie uit het Bibob-register, of •informatie vanuit het RIEC, of •informatie van het OM, of •informatie van een bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak, die bevoegd is tot toepassing van Bibob-informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob, of •overige signalen; •vragen ontstaan over de manier van financiering, de organisatiestructuur of de integriteit van de betrokkene of zijn huidige, potentiële of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3 lid 4 van de Wet Bibob. Artikel 2.5 Vastgoedtransacties 1.Wanneer er sprake is van een vastgoedtransactie zoals bedoeld in artikel 1 lid 1 sub 2° van de Wet Bibob waarbij de gemeente partij is, kan het bestuursorgaan de Wet Bibob toepassen. 2.Bij de start van de onderhandelingen zal het bestuursorgaan de wederpartij ervan in kennis stellen dat een Bibob-toets onderdeel kan uitmaken van de procedure. 3.In de overeenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst. 4.Als de Bibob-toets nog niet is afgerond voor het sluiten van de overeenkomst, wordt hierover door het bestuursorgaan een ontbindende voorwaarde in de overeenkomst opgenomen. Artikel 2.6 Screening achteraf bij vastgoedtransacties 1.Nadat de vastgoedtransactie tot stand is gekomen kan het bestuursorgaan een Bibob-onderzoek starten, als in de overeenkomst of notariële akte een Bibob-beëindigingsclausule als bedoeld in artikel 5a sub b van de Wet Bibob is opgenomen, op grond van: •eigen ambtelijke informatie, of •informatie van het Bureau, of •informatie uit het Bibob-register, of •informatie vanuit het RIEC, of •informatie van het OM, of •informatie van een bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak, die bevoegd is tot toepassing van Bibob-informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob, of •overige signalen. 1.Nadat de vastgoedtransactie tot stand is gekomen kan het bestuursorgaan periodiek een Bibob-onderzoek uitvoeren op momenten zoals die in de overeenkomst bepaald zijn. Hoofdstuk 3 Uitvoering van de Wet Bibob Artikel 3.1 De Bibob-vragenlijst 1.Een Bibob-toets start met een vragenlijst. Naast de ingevulde vragenlijst moeten ook de stukken meegestuurd worden waar om wordt verzocht. 2.Als de vragenlijst met bijlagen niet binnen 14 dagen door het bestuursorgaan ontvangen is of als de vragenlijst niet volledig ingevuld is, kan de termijn eenmaal worden verlengd of (bij gerechtvaardigd vermoeden van opzet) de aanvraag worden geweigerd. Artikel 3.2 Eigen onderzoek 1.Wanneer het bestuursorgaan de vragenlijst en de bijbehorende stukken compleet en tijdig heeft ontvangen, wordt het ‘eigen onderzoek’ gedaan, waarbij de Bibob-coördinator de stukken beoordeelt. 2.Bij het eigen onderzoek kunnen ook andere bronnen worden gebruikt. 3.De Bibob-coördinator gaat bij het LBB na of er eerder een advies is aangevraagd. 4.Als er eerder door het LBB een advies is afgegeven over een aanvrager, dan meldt het LBB dit aan het bestuursorgaan samen met wat de conclusie was van dit advies. 5.De Bibob-coördinator kan ondersteuning vragen bij het RIEC. 6.Het bestuursorgaan of de Bibob-coördinator namens het bestuursorgaan, is bevoegd om informatie op te vragen bij politie en justitie (artikel 11a Wet Bibob). 7.Wanneer alle informatie binnen is, toetst de Bibob-coördinator de aanvraag aan artikel 3 van de Wet Bibob. 8.Wanneer uit het eigen onderzoek blijkt dat er geen ‘ernstig gevaar’ is zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob, wordt de aanvraag verder behandeld. Blijkt uit het eigen onderzoek dat er sprake is van ‘ernstig gevaar’, dan wordt de aanvraag gemotiveerd geweigerd. 9.De Bibob-coördinator kan op basis van het eigen onderzoek en artikel 9 van de Wet Bibob er ook voor kiezen een advies aan het LBB te vragen. Artikel 3.3 Adviesaanvraag bij het LBB 1.De adviesaanvraag bij het LBB wordt ingediend met inachtneming van de wettelijke eisen daarvoor. 2.Ingevolge artikel 29 van de Wet Bibob kan het advies van het Bureau tot 5 jaar na dato worden betrokken bij andere beslissingen in relatie tot de betrokkene. 3.Er wordt advies gevraagd aan het LBB als er na het eigen onderzoek: •vragen blijven bestaan over de persoon van de betrokkene of daarmee in verband te brengen derden als bedoeld in artikel 3 lid van de Wet Bibob; •vragen blijven bestaan over de bedrijfsstructuur van de aan de aanvraag verbonden ondernemingen of personen; •vragen blijven bestaan over de financiën van de aan de aanvraag verbonden ondernemingen of personen; •de Officier van Justitie het bestuursorgaan de tip geeft om in een bepaalde zaak een Bibob-advies te vragen; •het LBB het bestuursorgaan bericht als bedoeld in artikel 11a van de Wet Bibob. 4.De aanvrager wordt schriftelijk geïnformeerd als de Bibob-coördinator namens het bestuurs-orgaan besluit over te gaan tot een adviesaanvraag bij het LBB. 5.Als het bestuursorgaan een advies aanvraagt bij het LBB wordt de beslistermijn opgeschort op grond van artikel 31 van de Wet Bibob, voor een periode die begint met de dag waarop de aanvraag in behandeling is genomen en eindigt met de dag waarop het advies is ontvangen, met dien verstande dat de opschorting niet langer duurt dan de termijn genoemd in artikel 15 lid 1 van de Wet Bibob. 6.Als het LBB het advies niet binnen de in lid 5 genoemde termijn kan geven, kan de termijn verlengd worden op grond van artikel 15 lid 3. De betrokkene wordt hierover schriftelijk geïnformeerd. 7.Als het advies van het LBB leidt tot het weigeren van de aanvraag, dan wordt de betrokkene hierover schriftelijk geïnformeerd. Hij of zij krijgt een kopie van het advies van het LBB. Hoofstuk 4 Uitkomst Bibob-onderzoek Artikel 4.1 Niet of niet op tijd aanleveren van informatie 1.Het bestuursorgaan kan een aanvraag buiten behandeling laten, als het Bibob-formulier niet of niet volledig ingevuld is of als de gevraagde bijlagen niet zijn bijgesloten, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gekregen tot herstel van dit gebrek. 2.Het bestuursorgaan kan een aanvraag buiten behandeling laten, als de door het LBB op grond van artikel 12 lid 3 van de Wet Bibob gestelde vragen niet beantwoord worden of als de door hen gevraagde bijlagen niet zijn bijgesloten, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gekregen tot herstel van dit gebrek. Artikel 4.2 Mate van gevaar 1.Bij een Bibob-toets zijn drie uitkomsten mogelijk: a.gevaar; b.in mindere mate gevaar; c.ernstig gevaar. 2.Bij ernstig gevaar zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Wet Bibob of bij een situatie als bedoeld in artikel 3 lid 6 van de wet, kan het bestuursorgaan een aanvraag weigeren of voorschriften verbinden aan het besluit als weigering niet proportioneel is. Deze voorschriften zijn gericht op het wegnemen of beperken van het gevaar. 3.De mate van gevaar kan dienen als onderbouwing van één of meerdere uitsluitingsgronden als genoemd in de Aanbestedingswet 2012. Artikel 4.3 Bibob-register De informatie uit het onderzoek wordt verwerkt in het Bibob-register. Bekendmaking en inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking op de dag nadat zij bekend zijn gemaakt. Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels wet Bibob Rhenen 2026’ Inleiding De Wet Bibob Het doel van de Wet Bibob is voorkomen dat de gemeente criminele activiteiten of het witwassen van crimineel geld mogelijk maakt. Bibob staat voor “bevordering integriteits beoordelingen door het openbaar bestuur”. Door middel van een Bibob-onderzoek controleert de gemeente iemands integriteit, dus of iemand te vertrouwen is en niet betrokken bij criminele activiteiten. De gemeente kan daarbij ook mensen uit iemands zakelijke omgeving onderzoeken. De grondslag voor deze beleidsregels is, naast de Wet Bibob en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, te vinden in de relevante bepalingen van de Alcoholwet, de Omgevingswet, de Huisvestingswet, de Algemene Plaatselijke verordening Rhenen (APV), de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de gemeentelijke subsidieverordening(en), de Aanbestedingswet 2012 en het Burgerlijk Wetboek. Bij welke activiteiten kan de gemeente een Bibob-onderzoek doen ? •Bij activiteiten waarvoor een vergunning / ontheffing nodig is. •Bij activiteiten waarvoor een subsidie wordt aangevraagd. •Bij overheidsopdrachten. •Bij vastgoedtransacties. Wat kunnen de gevolgen zijn van een Bibob-onderzoek ? De gemeente kan bij het vermoeden van criminieel misbruik beslissen geen vergunning, ontheffing, subsidie of overheidsopdracht te geven, of geen vastgoedtransactie te sluiten. Ook kan de gemeente beslissen om een vergunning of subsidie in te trekken of een overeenkomst op te heffen. Aldus besloten door de burgemeester van Rhenen op 8 september 2026.mr. drs. G.A. KaaiburgemeesterAldus besloten door het college van burgemeester en wethouders op 8 september 2026.dhr. P. Bonthuis gemeentesecretaris mr. drs. G.A. Kaai burgemeester

Meer informatie