Beleidsregel Indoorsport Hoogeveen
Beleidsregel Indoorsport Hoogeveen Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoogeveen; gelezen het ambtelijk voorstel; Overwegende dat, het gewenst is om een beleidsregel op te stellen voor de realisatie van indoorsportfaciliteiten op bedrijventerreinen en andere bedrijfslocaties waar dit zonder planologische afwijking niet mogelijk is, omdat; -Indoorsportfaciliteiten bijdragen aan een gezond en vitaal aanbod voor de inwoners van de gemeente Hoogeveen; -het realiseren van sportfuncties volgens de regels van het omgevingsplan van de gemeente Hoogeveen doorgaans niet is toegestaan op bedrijventerreinen en bedrijfslocaties; -het wenselijk is om een helder afwegingskader en duidelijke randvoorwaarden te bieden waarbinnen kan worden afgeweken van het Omgevingsplan met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA); gelet op artikel 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in samenhang met artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet; besluit vast te stellen: Beleidsregel Indoorsport Hoogeveen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a.Bedrijventerrein: een aaneengesloten gebied dat hoofdzakelijk is bestemd en wordt gebruikt voor de vestiging van bedrijven in de sectoren industrie, nijverheid, groothandel, logistiek en transport, alsmede commerciële en niet-commerciële dienstverlening, met uitzondering van zelfstandige kantoren, reguliere detailhandel en horeca, tenzij expliciet anders in de regels bepaald;b.Bedrijfslocatie: een aaneengesloten stuk grond dat hoofdzakelijk is bestemd en wordt gebruikt voor de vestiging van een bedrijf in de sectoren industrie, nijverheid, groothandel, logistiek en transport, alsmede commerciële en niet-commerciële dienstverlening, met uitzondering van zelfstandige kantoren, reguliere detailhandel en horeca, tenzij expliciet anders in de regels bepaald;c.BOPA: Een activiteit die in strijd is met het omgevingsplan, en waarvoor een omgevingsvergunning nodig is als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet;d.Bruto vloeroppervlakte: De totale oppervlakte van een ruimte of een verzameling van ruimten, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies die de ruimte of ruimten omhullen, conform NEN 2580;e.Geluidarme sportfunctie: Een indoorsportactiviteit die door haar aard, lichte apparatuur of beperkte menselijke of akoestische dynamiek geen noemenswaardige geluidshinder naar de omgeving veroorzaakt (bijvoorbeeld: yoga, pilates, boksschool met lichte trainingen, darts, of personal training op afspraak);f.Geluidrijke sportfunctie: Een indoorsportactiviteit die door de inzet van versterkte muziek, het gebruik van zware gewichten/toestellen, of grootschalige groepsdynamiek een substantieel geluidsniveau genereert (bijvoorbeeld: boulderen/klimmen, crossfit, padel, of grootschalige fitnesscentra);g.Indoorsportfaciliteit: Een overdekte voorziening die primair is ingericht en wordt gebruikt voor de actieve beoefening van sport, beweging of fysieke recreatie (zoals fitness, padel, boulderen, martial arts of dans), niet zijnde een reguliere gymzaal van een onderwijsinstelling;h.Ondergeschikte en ondersteunende horeca: Een horecavoorziening die ruimtelijk en functioneel ondergeschikt en dienstbaar is aan de exploitatie van de indoorsportfaciliteit, uitsluitend gericht is op de bezoekers en sporters van de faciliteit, geen eigen toegang/front vanaf de openbare weg heeft en geen zelfstandige horecabestemming of -functie vormt;i.Parkeerbalans: Een berekening van de parkeerbehoefte en het beschikbare aanbod aan parkeerplaatsen op verschillende maatgevende momenten van de week (dag, avond, weekend), opgesteld conform de binnen de gemeente Hoogeveen geldende parkeernormen. Artikel 2 Criteria voor indoorsportfaciliteiten op bedrijfslocaties Voor zover dit ingevolge het omgevingsplan niet is toegestaan, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor indoorsportfaciliteiten op bedrijventerreinen en bedrijfslocaties indien aan de onderstaande criteria wordt voldaan: a.Geen tekorten in de oorspronkelijke functie: Als een locatie een andere functie of bestemming heeft (zoals detailhandel, bedrijvigheid of wonen), dient te worden aangetoond dat de marktruimte voor deze oorspronkelijke functie op die locatie niet noodzakelijk is, om schaarste in andere sectoren te voorkomen. b.Milieutechnische inpassing en zonering: Het initiatief dient te passen binnen de milieutechnische randvoorwaarden van de omgeving. Een geluidrijke indoorsportfunctie mag alleen in gebieden waar hogere geluidsnormen gelden of waar dit ruimtelijk aanvaardbaar is. Een geluidarme functie mag niet in een gebied met een hoge milieucategorie die niet nodig is voor indoorsport. c.Parkeren en mobiliteit op eigen terrein: Er dient te worden aangetoond dat in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien. Het uitgangspunt is het realiseren van de parkeerbehoefte op eigen terrein. Dubbelgebruik met omliggende functies is toegestaan mits dit onderbouwd en geborgd is. Voor de parkeernormen wordt verwezen naar ‘Nota Parkeernomen Gemeente Hoogeveen 2026’. d.Ruimtelijke inpassing en beeldkwaliteit: Het initiatief dient aan te sluiten bij de stedenbouwkundige uitgangspunten en de 'geest van de bouwregels' van het betreffende gebied (zoals bouwhoogte, massa, oppervlakte en terreininrichting). e.Aanvaardbare impact op de omgeving en bescherming van concrete plannen: Het initiatief mag geen onaanvaardbare hinder veroorzaken voor de bestaande omgeving of voor omgevingsinitiatieven die voldoende concreet zijn. Hypothetische of niet-concrete plannen van derden worden niet in de afweging betrokken. De gemeente beoordeelt per casus de concrete status van omliggende plannen. f.Ondergeschikte en ondersteunende horeca: Indien ondergeschikte horeca onderdeel uitmaakt van het initiatief, dient te worden aangetoond dat deze ruimtelijk en functioneel ondergeschikt is aan de sportfunctie en voldoet aan de bepalingen uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Zelfstandige horeca is niet toegestaan. Hieronder een nadere toelichting op het onderdeel ondergeschikte en ondersteunende horeca: 1.Omvang: De ondergeschikte horeca mag in de basis maximaal 10% van het totale bruto vloeroppervlak van de voorziening beslaan, met een absoluut maximum van 200m². 2.Afwijking: Het college kan maatwerk toepassen als een afwijkend oppervlak aantoonbaar passend is bij de schaal en specifieke functie van de indoorsportgelegenheid. Optionele onderbouwing: Een initiatiefnemer kan aantonen hoe het plan extra bijdraagt aan de ambities van de gemeente Hoogeveen. Dit geldt als een pre. Deze meerwaarde kan blijken uit een optimale en veilige bereikbaarheid (fiets, voet, OV en auto), clusteren van sport- of aan sport gelieerde functies, maatschappelijke koppelkansen (samenwerking met zorg, welzijn of onderwijs), een kwalitatieve en duurzame inpassing (vergroening en klimaatadaptatie), of een aantoonbare economische versterking van het gebied zonder negatieve effecten (zoals leegstand) elders. Artikel 3 Toepassing beleidsregel Indoorsport Hoogeveen Deze beleidsregel is van toepassing bij de beoordeling van initiatieven in het kader van vooroverleg en het beslissen op aanvragen om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit op basis van artikel 5.1 eerste lid, onder a, van de Omgevingswet ten behoeve van het realiseren van een indoorsportfaciliteit met een oppervlakte van minimaal 1.000 m² op een bedrijventerrein of bedrijfslocatie. Voor kleinere indoorsportfaciliteiten en voor gemeentelijke indoorsportaccommodaties kan deze beleidsregel eveneens worden toegepast, maar dit is geen verplichting. Artikel 4 Slotbepalingen Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na de datum van publicatie. Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 1 september 2026.De secretaris, De burgemeesterMike Hacking Martijn Breukelman Toelichting bij ‘Beleidsregel Indoorsport Hoogeveen’ 1. Inleiding 1.1 Inleiding Deze beleidsregel is primair opgesteld voor de vestiging van commerciële indoorsportcentra en indoorsportcentra van verenigingen in Hoogeveen met een bruto vloeroppervlak van minimaal 1.000 m². De gemeente Hoogeveen kiest hierbij bewust voor een faciliterende rol; initiatieven worden getoetst aan vooraf vastgestelde criteria, zodat duidelijkheid ontstaat voor initiatiefnemers en de gemeente. Het doel van dit kader is om een ruimtelijk afwegingskader te geven richting de initiatiefnemer. Het toetsen van de haalbaarheid is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. 1.2 Scope Deze beleidsregel richt zich primair op indoorsportvoorzieningen met een omvang van minimaal 1.000 m² die worden gerealiseerd door commerciële partijen of verenigingen. Uit een inventarisatie van lopende initiatieven en afstemming met onder andere de KNLTB, specifiek voor padel, blijkt dat een dergelijke omvang gebruikelijk en vaak noodzakelijk is voor een succesvolle business case voor (commerciële) indoorsport. Voor kleinere indoorsportlocaties en voor gemeentelijke indoorsportaccommodaties kunnen deze nadere regels eveneens worden toegepast, maar dit is geen verplichting. Het biedt hiermee een richtinggevend kader dat waar nodig breder inzetbaar is, zonder dat dit voor alle typen initiatieven formeel bindend is. 1.3 Definitie In de beleidsregel wordt onder indoorsportfaciliteiten verstaan: een overdekte voorziening die primair is ingericht en wordt gebruikt voor de actieve beoefening van sport, beweging of fysieke recreatie, niet zijnde een reguliere gymzaal van een onderwijsinstelling. Indoorsport omvat enerzijds de zuivere sportactiviteiten, zoals indoortennis en padel, schaatsen en boulderen. Anderzijds betreft het ook activiteiten met een meer recreatief sportief of vrijetijdsgericht karakter, zoals karten, bowlen en lasergamen. Het beleid sluit hiermee aan bij de brede praktijk waarin zowel sport als sportieve recreatie gebruikmaken van vergelijkbare ruimtelijke functies en voorzieningen en erkent in deze dat de scheidslijn tussen sportief en recreatief soms dun is. De beleidsregel is erop gericht om duidelijkheid te bieden richting initiatiefnemers zonder flexibiliteit richting maatwerk te verliezen. 1.4 Proces De beleidsregel die dit toetsingskader vormt is op basis van drie interactieve workshops met de gemeente Hoogeveen, gehouden op 5 november, 17 december 2025 en 18 februari 2026. De inzichten uit deze sessies hebben geleid tot een zorgvuldig afgewogen set van uitgangspunten die richting geven aan toekomstige besluitvorming. Gedurende het proces zijn verschillende opties besproken zoals knock-out criteria en een beoordelingssysteem op basis van punten. Uiteindelijk is gekozen voor een systeem waarin per casus kan worden bepaald voor welke criteria er een onderbouwing van de initiatiefnemer/aanvrager nodig is. Dit borgt dat een initiatiefnemer aan de voorkant zelf aan de hand van het kader een inschatting kan maken van hetgeen van hem of haar gevraagd wordt, maar waarbij het college na overleg met de initiatiefnemer bepaalt welke informatie er nodig is voor de beoordeling van een initiatief of aanvraag. 2. Afwegingen Bij het opstellen van de beleidsregel voor indoorsportinitiatieven in Hoogeveen is een reeks afwegingen gemaakt die richting geven aan de beoordeling van nieuwe plannen. Deze afwegingen zijn bedoeld om transparantie en consistentie te waarborgen in het besluitvormingsproces. Ze geven inzicht in de belangrijkste aandachtspunten en criteria die van belang zijn bij het bepalen van de wenselijkheid van een initiatief. Het gaat hierbij om aspecten zoals de functies ter plaatse, clustering van functies, bouwregels ter plaatse, impact op toekomstige ontwikkelingen, milieutechnische uitgangspunten, economische effecten, bereikbaarheid, parkeren, horeca en haalbaarheid. Deze afwegingen vormen de context waarbinnen het toetsingskader is opgesteld. Functie ter plaatse Ten behoeve van het toetsingskader is besproken of een initiatief uitsluitend kan worden gerealiseerd op een locatie met een bestaande sportbestemming of sportfunctie. Afgewogen is dat dit niet noodzakelijk is. Het hanteren van een dergelijke eis zou de mogelijkheden voor nieuwe initiatieven te sterk beperken en de verantwoordelijkheid voor het (vooraf) aanwijzen van geschikte indoorsportlocaties vrijwel volledig bij de gemeente leggen. Omdat de gemeente nadrukkelijk een faciliterende rol wil innemen in het proces, is ervoor gekozen om de functie ter plaatse niet voorwaardelijk te stellen. Kansrijke gebieden De gemeente Hoogeveen wijst vooraf geen gebieden aan waar indoorsport nadrukkelijk wel of niet is toegestaan, bijvoorbeeld middels een planologisch kader. In dit beleid wordt dan ook niet uitgegaan van vooraf aangewezen locaties die per definitie goed of fout zijn, maar verzorgt een afweging van de voor- en nadelen per locatie. Clustering van functies Het clusteren van sport- of aan sport gelieerde functies wordt gezien als een meerwaarde, maar is niet randvoorwaardelijk. Indien een initiatiefnemer kan aantonen dat het initiatief koppelkansen biedt met de omgeving, bijvoorbeeld door samenwerking met andere functies, zoals zorg, fysiotherapie of onderwijsinstellingen, heeft dit een positief effect op de beoordeling. Deze koppelingen kunnen bijdragen aan een breder maatschappelijk en functioneel gebruik van de locatie en versterken de ruimtelijke en sociale kwaliteit van het initiatief. Passend binnen de geest van de bouwregels Een voorgenomen ontwikkeling moet aansluiten bij de stedenbouwkundige uitgangspunten die gelden voor het betreffende gebied. Dit betekent dat het initiatief past binnen de geest van de geldende bouwregels, zoals bepalingen over bouwhoogte, oppervlakte en inrichting van het perceel. Door deze afweging wordt geborgd dat nieuwe indoorsportlocaties niet alleen functioneel, maar ook ruimtelijk verantwoord worden ingepast in hun omgeving. Het toetsingskader vraagt daarom om een toets op deze aspecten, zodat de ontwikkeling harmonieert met de bestaande ruimtelijke structuur. Impact op toekomstige ontwikkelingen Bij het beoordelen van een initiatief voor indoorsport wordt gekeken naar het effect op de omgeving. Deze toetsing richt zich naast het bestaande gebruik op nieuwe ontwikkelingen die voldoende ver gevorderd zijn om mee te wegen. De gemeente maakt per locatie hiervoor een afweging op basis van de status van eventuele andere initiatieven in de omgeving. Mogelijke toekomstige ontwikkelingen die nog onvoldoende concreet zijn, worden niet meegenomen in de beoordeling. Hiermee wordt voorkomen dat initiatieven onnodig worden beperkt door hypothetische plannen, terwijl tegelijkertijd rekening wordt gehouden met concrete ruimtelijke keuzes. Milieutechnische uitgangspunten Een voorgenomen ontwikkeling moet passen binnen de bestaande milieutechnische uitgangspunten van de omgeving. Dit betekent dat een indoorsportinitiatief dat bijvoorbeeld veel geluid produceert alleen wenselijk is in een gebied waar al hogere geluidsnormen gelden en/of waar dergelijke activiteiten ruimtelijk en milieutechnisch aanvaardbaar zijn. Het toetsingskader vraagt daarom om een beoordeling van de milieutechnische inpassing van het initiatief in relatie tot de kenmerken van de omgeving. Voorkomen van negatieve economische effecten en leegstand Een belangrijk uitgangspunt in het toetsingskader is dat nieuwe ontwikkelingen geen onaanvaardbare negatieve economische effecten veroorzaken en niet leiden tot leegstand. Dit betekent dat een initiatief zorgvuldig moet worden getoetst om te voorkomen dat er een nieuwe indoorsportlocatie wordt gerealiseerd terwijl er onvoldoende marktruimte is voor indoorsport, of dat bestaande geschikte locaties ongebruikt blijven. Deze beoordeling vindt plaats aan de hand van de “Ladder voor duurzame verstedelijking”, waarbij wordt gekeken naar de noodzaak van de ontwikkeling, de beschikbare alternatieven en de ruimtelijke inpassing. Afgewogen is dat de verantwoordelijkheid voor een haalbare business case bij de initiatiefnemer ligt en niet bij de gemeente. Het aantonen van de haalbaarheid vindt plaats middels de “Ladder voor duurzame verstedelijking”. Op deze manier wordt geborgd dat nieuwe initiatieven bijdragen aan een evenwichtige en duurzame ontwikkeling van het indoorsportaanbod in de gemeente Hoogeveen zonder dat er te veel gevraagd wordt aan de voorkant. Vervanging van functies Bij initiatieven die worden ontwikkeld op locaties met een andere functie, zoals detailhandel, bedrijvigheid of wonen, is het van belang dat de wijziging van functie geen onaanvaardbare negatieve gevolgen heeft voor deze bestaande functies, bijvoorbeeld leidt tot een tekort aan beschikbare ruimte. Afgewogen is dat de beoordeling hiervoor bij de gemeente ligt zonder bewijslast vanuit de initiatiefnemer. De beoordeling voorkomt dat er tekorten ontstaan aan beschikbare ruimte voor detailhandel, bedrijvigheid of woningaanbod als gevolg van de functiewijziging. Het toetsingskader vraagt daarmee om een onderbouwing waarin duidelijk wordt gemaakt dat de beoogde ontwikkeling geen afbreuk doet aan de beschikbaarheid van marktruimte voor de oorspronkelijke bestemming. Bereikbaarheid van de locatie Het toetsingskader richt zich primair op grotere indoorsportlocaties met een bruto vloeroppervlak van 1.000 m² of meer. Bij het beoordelen van initiatieven is bereikbaarheid een belangrijk aandachtspunt. Afgewogen is dat het een duidelijke meerwaarde heeft wanneer een locatie op loop- en/of fietsafstand van woongebieden ligt, omdat dit de toegankelijkheid voor gebruikers vergroot en bijdraagt aan duurzame mobiliteit. Tegelijkertijd is besloten dat dit geen harde eis is, om te voorkomen dat de mogelijkheden voor geschikte locaties te sterk worden beperkt. Bereikbaarheid blijft daarmee een belangrijk criterium, maar niet doorslaggevend in de beoordeling. Bij het stimuleren van verplaatsingen per fiets of te voet verdient ook de sociale veiligheid van de route aandacht, zodat eventuele risico’s rond sociale veiligheid tijdig in beeld zijn en gekeken kan worden naar eventuele oplossingsrichtingen. Parkeren Voor elk initiatief moet worden aangetoond dat er voldoende parkeergelegenheid kan worden gerealiseerd om de verwachte bezoekersstromen op te vangen. In de meeste gevallen geldt hierbij als uitgangspunt dat dit op eigen terrein moeten gebeuren, zodat de parkeerdruk in de omgeving niet toeneemt. Afgewogen is echter dat dubbelgebruik met andere functies, bijvoorbeeld kantoren of detailhandel die op andere momenten piekbelasting kennen, een pré kan zijn. Dit kan leiden tot een reductie in het aantal benodigde parkeerplaatsen en draagt bij aan een efficiënter gebruik van ruimte. Het toetsingskader vraagt daarom om een onderbouwing waarin de parkeeroplossing en eventuele mogelijkheden voor dubbelgebruik duidelijk worden beschreven. Hierbij dient te worden aangesloten bij de vastgestelde ‘Nota Parkeernormen Gemeente Hoogeveen 2026’. Ruimtelijke inpassing (‘geest van bouwregels’) Het initiatief moet passen bij de stedenbouwkundige uitgangspunten van het gebied, zoals bouwhoogte, massa, oppervlakte en inrichting. • Voorbeelden van bewijsstukken: °Schetsontwerp of stedenbouwkundige analyse °Toetsing aan geldende bouwregels en beeldkwaliteitsplan 3. Proces Het proces rondom de beoordeling van een initiatief voor een indoorsportcentrum in Hoogeveen is gericht op duidelijkheid, samenwerking en maatwerk. Door vanaf het eerste contactmoment samen met de initiatiefnemer te bepalen welke stappen nodig zijn, ontstaat een transparant en voorspelbaar traject. Hiervoor wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de bestaande processen van de gemeente Hoogeveen. Het proces kan starten met een vrijblijvend voorgesprek tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Dit gesprek is gericht op het toelichten van het beleid en het te doorlopen proces. Als alternatief kan de initiatiefnemer gelijk een initiatief indienen via de website van de gemeente of het Omgevingsloket. Nadat een initiatief is ingediend bepaald de gemeente eerst de vervolgstappen. Gezien dit beleid primair gericht is op bedrijven met een oppervlakte van meer dan 1.000 m2 zullen de initiatieven doorgaans doorgestuurd worden naar de intaketafel. Aan de intaketafel zal het initiatief besproken worden en zullen de randvoorwaarden en de gevraagde bewijslast door de gemeente worden vastgesteld. Dit wordt vervolgens doorgegeven aan de initiatiefnemer. Vervolgens is het aan de initiatiefnemer om de benodigde onderbouwing aan te leveren bij de gemeente en het initiatief naar de Omgevingstafel te brengen. Aan deze tafel vindt de eerste afweging plaats. De beleidsregel kent geen "harde maten". Hierdoor is er ruimte voor een kwalitatieve beoordeling en kan per situatie integraal beoordeeld worden of een initiatief passend is op een specifieke locatie. Deze beoordeling ligt primair bij de vergunningverleners en vindt plaats in overleg met de specialisten van Ruimtelijke Ontwikkeling en Stedenbouw. Dit proces wordt uitgebreider beschreven op de gemeentelijke website. 4. Behoefte indoorsport rond vaststelling 4.1 Overwegingen De gemeente Hoogeveen hecht waarde aan een zorgvuldig en toekomstbestendig aanbod van indoorsportfaciliteiten. Bij nieuwe initiatieven ligt de verantwoordelijkheid voor het aantonen van de behoefte in de basis bij de initiatiefnemer. Het al dan niet voldoen aan de daadwerkelijke marktvraag wordt daarmee beschouwd als een ondernemingsrisico. Om te borgen dat nieuwe ontwikkelingen passen binnen een verantwoord ruimtelijk kader, wordt iedere aanvraag getoetst aan de “Ladder voor Duurzame Verstedelijking”. Deze toets maakt inzichtelijk of er sprake is van een aantoonbare behoefte. De gemeente onderkent tegelijkertijd dat het vaststellen van nieuw beleid voor indoorsport kan leiden tot een toename van vergelijkbare verzoeken in dezelfde periode na vaststelling. Gezien de snelle opkomst van padel en de landelijke trend waarin deze sport in korte tijd sterk aan populariteit wint, verwacht de gemeente dat direct na vaststelling van dit beleid meerdere nieuwe initiatieven voor indoorpadel zullen worden ingediend. Deze verwachting wordt versterkt doordat vooruitlopend op de beleidsvaststelling al verschillende plannen bij de gemeente zijn aangemeld. Het ligt voor de hand dat indieners willen anticiperen op de duidelijkheid die het beleid biedt, waardoor een concentratie van aanvragen in een relatief korte periode na vaststelling aannemelijk is. In dit kader is specifiek gekeken naar de behoefte aan indoorpadelbanen in samenwerking met de KNLTB. 4.2 Inzichten KNLTB en ruimte indoortennis en padel De KNLTB gaat bij het behoefteonderzoek uit van de elementen bereikbaarheid, beschikbaarheid en bezetting. Doelen rond deze punten laten zich als volgt samenvatten: •Reisafstand indoor tennis en padel maximaal 20 minuten met auto; •Richtlijn baandruk indoor tennis en padel (160-240 personen). De minimale baandruk is 160 personen die twee keer per week kunnen tennissen of padellen. De maximale baandruk is 260 personen die twee keer per week kunnen tennissen of padellen. De geadviseerde baandruk ligt rond de 200 personen. Aangegeven wordt dat de behoefteraming van de KNLTB indicatief is, waarmee het aansluit bij het gemeentelijke uitgangspunt dat het uiteindelijk aan de ondernemer is om de daadwerkelijke behoefte aan te tonen. Indoortennis is volgens de KNLTB relatief onderbelicht ten opzichte van padel, waar relatief veel aandacht voor is. De huidige capaciteit aan indoortennis betreft 11 banen in de omgeving van Hoogeveen. Op basis van de richtlijn baandruk wordt tussen de 16 en 23 banen geadviseerd. Indoorpadel concurreert niet direct met outdoor racketsporten, maar de twee versterken elkaar juist. Daarom wordt er bij de capaciteitsberekening alleen gekeken naar de autonome behoefte. De ruimte voor indoorpadel is op basis van de capaciteitsberekening van de KNLTB beperkt. Het geadviseerde aantal banen zit op 5 tot 7 banen voor de regio Hoogeveen. Belangrijk hierbij is om aan te geven dat deze berekening grotendeels gestuurd wordt vanuit de grotere bereidheid om tot 20 minuten te reizen voor indoorpadel. In andere kernen in de omgeving van Hoogeveen is momenteel al een groot aanbod van indoorpadelbanen. Hiermee bestaat de kans dat lokale indoorpadel in Hoogeveen concurreert met alternatieven elders, zoals in Meppel, Staphorst en Coevorden. Voor de regio wordt de potentie gezien van 21 tot 32 banen, waarbij in de huidige situatie al 32 banen gerealiseerd zijn. 4.3 Kansen Bij vaststelling van het beleid zijn er zeker kansen voor indoorsport. Ook in het kader van duurzaamheid en concurrentie is er zeker mogelijkheid voor het realiseren van indoorpadelbanen binnen de gemeente Hoogeveen. Het totale aantal is echter beperkt. Specifiek worden kansen gezien in samenspel met indoortennis waarvoor de berekende capaciteit groter is en waarvan de aanwezigheid in de bredere omgeving ook kleiner is. Tot slot laat de markt rond snel opkomende sporten zich moeilijk karakteriseren. De vraag is of padel een modesport blijkt te zijn en het aantal beoefenaren weer afneemt, of dat de aantallen richting de toekomst stabiliseren of zelfs verder groeien. Uiteindelijk blijft dit een inschatting van de ondernemer. Daarbij helpt het dat de hallen over het algemeen breed inzetbaar zijn en gemakkelijk gedemonteerd kunnen worden of een andere invulling kunnen krijgen.
Meer informatie