Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem tot vaststelling van de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Doetinchem 2026 (Beleidsregels aanvraag prioriteit...

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op11 september 2026
Gepubliceerd doorGemeente Doetinchem

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem tot vaststelling van de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Doetinchem 2026 (Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Doetinchem 2026) Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem; gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet, artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en de artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3, van de Systeemcode elektriciteit 2026; besluit vast te stellen de volgende beleidsregels: Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Doetinchem 2026. Artikel 1. Definities In deze beleidsregels wordt verstaan onder: •bestuursverklaring: door of namens het college afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode Elektriciteit 2026; •BOPA: buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, zijnde een activiteit, inhoudende: a.een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of b.een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan; •civielrechtelijke overeenkomst: koopovereenkomst, anterieure overeenkomst, erfpachtovereenkomst of ieder andere overeenkomst als bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 waaruit blijkt dat het project binnen een bepaalde tijd start; •college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem. •congestiegebied: gebied binnen de gemeente waarvoor de netbeheerder heeft vastgesteld dat de transportcapaciteit op het elektriciteitsnet ontoereikend is als bedoeld in artikel 7.18 van de Systeemcode Elektriciteit 2026; •netbeheerder: distributiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet die het distributiesysteem voor elektriciteit beheert in het congestiegebied; •project: realisatie van een basisbehoefte, zijnde de functie woonbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026; •projectlocatie: locatie waar het project zal worden ontwikkeld; •projectontwikkelaar: een rechtspersoon, stichting of vereniging die een project realiseert of initieert; •prioriteringsverzoek: verzoek om prioriteit bij de toewijzing van transportcapaciteit als bedoeld in artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit 2026; •projectdossier: geheel van documenten ter onderbouwing van een prioriteringsverzoek en transportverzoek; •transportcapaciteit: capaciteit voor het transport van elektriciteit op het distributienet; •transportverzoek: verzoek tot het verzorgen van transport van elektriciteit als bedoeld in artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet; •volgordelijst: de door de gemeente vastgestelde rangordelijst van woningbouwprojecten conform tabel 3 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026, waarvoor de gemeente transportverzoeken en prioriteringsverzoeken indient bij de netbeheerder; •aansluiting ten behoeve van een wooneenheid: aansluiting op het distributiesysteem voor elektriciteit die dient voor de elektriciteitsvoorziening van één zelfstandige of onzelfstandige wooneenheid, niet zijnde een aansluiting ten behoeve van een collectieve voorziening of van een kleinschalige onlosmakelijk met de woonfunctie verbonden activiteit; •indieningsblok: het door de netbeheerder vastgestelde tijdvak waarbinnen de gemeente prioriteringsverzoeken en transportverzoeken kan indienen voor projecten met een bepaald jaar van start bouw. Artikel 2. Toepassingsbereik 1.Deze beleidsregels zijn van toepassing op de plaatsing van projecten op de volgordelijst. Het gaat daarbij zowel om projecten van projectontwikkelaars als om projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert.2.Als een project de gemeentegrens overschrijdt treedt de gemeente in overleg met de betreffende buurgemeente over wie het project opneemt op haar volgordelijst, waarbij de hoofdregel geldt dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst. Artikel 3. Doel Deze beleidsregels hebben tot doel: a.het uitwerken van de gemeentelijke bevoegdheid tot eerder aanvragen van transportcapaciteit en prioritering zoals aan de gemeente toegewezen in de Systeemcode Elektriciteit 2026; b.het bijdragen aan de realisatie van woonbehoefte in congestiegebieden, in uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor voldoende woongelegenheid, die de grondslag vormt voor de opname van woonbehoefte in categorie 3 van het prioriteringskader van de Systeemcode Elektriciteit 2026; c.het waarborgen van een transparante, gelijke, objectieve en niet-discriminatoire verdeling van posities op de volgordelijst, in overeenstemming met de Didam-jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661); d.het beperken van aansprakelijkheidsrisico's voor de gemeente als aanvrager van transportcapaciteit bij de netbeheerder, in het bijzonder het risico van schadevergoedingsclaims wegens ongelijke behandeling van projectontwikkelaars; en e.het bieden van rechtszekerheid over de wijze waarop de gemeente haar bevoegdheid als aanvrager van prioritering van transportcapaciteit uitoefent. Artikel 4. Gelijke behandeling projecten 1.Een project waarbij de gemeente zelf opdrachtgever is, wordt op basis van dezelfde regels beoordeeld als projecten van projectontwikkelaars.2.Een gemeentelijk project geniet geen voorrangspositie, tenzij een hogere positie op grond van de prioriteringsregels dit rechtvaardigt.3.De gemeente motiveert op transparante wijze de positie van gemeentelijke projecten op de volgordelijst. Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst 1.De periode voor het indienen van een verzoek tot plaatsing van een project op de volgordelijst vangt aan op 17 september 2026, doch niet eerder dan de dag waarop deze beleidsregels in werking treden. Eerder binnengekomen aanvragen worden geweigerd.2.Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan, afhankelijk van het bouwjaar, worden ingediend tot en met: a.startbouw t/m 2028: 24 september 2026. b.startbouw 2029 t/m 2030: 29 september 2026. c.startbouw 2031 t/m 2035: 05 oktober 2026. 3.Na afloop van de in het tweede lid genoemde termijnen kunnen verzoeken worden ingediend overeenkomstig artikel 15.4.Opname van een project op de volgordelijst resulteert in een inspanningsverplichting van de gemeente om zich aantoonbaar in te spannen om transportcapaciteit voor het betreffende project te verkrijgen bij de netbeheerder, zonder dat de gemeente de beschikbaarheid of toewijzing van prioritering en transportcapaciteit garandeert.5.Op de volgordelijst worden uitsluitend woningbouwprojecten geplaatst waarvoor ten minste twee aansluitingen ten behoeve van wooneenheden worden aangevraagd. Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar 1.De projectontwikkelaar zorgt voor een projectdossier, met alle benodigdheden voor het aanvragen van transportcapaciteit, bij een verzoek tot opname op de volgordelijst waarbij hij voor het indienen van het verzoek gebruik maakt van het daartoe beschikbaar gestelde formulier. Het verzoek wordt ondertekend door een tot vertegenwoordiging bevoegde persoon en gaat vergezeld van een uittreksel uit het handelsregister, niet ouder dan drie maanden, waaruit die bevoegdheid blijkt. Bij het verzoek levert de projectontwikkelaar de onderbouwing aan voor de onderdelen a, b, c, g en h van artikel 8, door invulling van het daartoe door de netbeheerder beschikbaar gestelde model. De bestuursverklaring zelf wordt afgegeven overeenkomstig artikel 8, tweede lid.2.De gemeente stuurt uiterlijk binnen drie werkdagen een ontvangstbevestiging van het verzoek, met daarin een aanvraagnummer, het aantal aangevraagde aansluitingen ten behoeve van wooneenheden, en het moment dat het projectdossier is ontvangen.3.Een verzoek dat onvolledig is of niet voldoet aan de in dit beleid gestelde eisen, wordt niet in behandeling genomen. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan schriftelijk in kennis en informeert de projectontwikkelaar over de al dan niet bestaande mogelijkheid om het dossier nog aan te vullen.4.Toewijzing op de volgordelijst is project en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie. Daarvoor moet een nieuw verzoek worden ingediend.5.De projectontwikkelaar verplicht zich bij het verzoek, door ondertekening van de daartoe in het formulier opgenomen verklaring, tot voldoening van de aanbetaling die de netbeheerder voor de aangevraagde aansluitingen in rekening brengt, en vrijwaart de gemeente voor de gevolgen van het niet of niet tijdig voldoen daarvan. Wordt de aanbetaling niet tijdig voldaan, dan vervalt het verzoek en trekt de gemeente het betrokken transportverzoek en eventueel prioriteringsverzoek in. Artikel 7. Opname op de volgordelijst van eigen projecten 1.De gemeente zorgt voor een projectdossier, met alle benodigdheden voor het aanvragen van transportcapaciteit van een project, bij een verzoek tot opname op de volgordelijst waarbij zij voor het indienen van het verzoek gebruik maakt van het daartoe beschikbaar gestelde formulier. Bij het verzoek levert de gemeente de onderbouwing aan voor de onderdelen a, b, c, g en h van artikel 8, door invulling van het daartoe door de netbeheerder beschikbaar gestelde model. De bestuursverklaring zelf wordt afgegeven overeenkomstig artikel 8, tweede lid.2.Toewijzing op de volgordelijst is project en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie. Artikel 8. Bestuursverklaring 1.De bestuursverklaring bevat: a.een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de taken in de omschrijving van woonbehoefte algemeen en collectief, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026; b.een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is om te starten met de activiteiten of de taken, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en niet kan starten zonder de gevraagde transportcapaciteit; c.een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de activiteit op korte termijn, na toekenning van de gevraagde transportcapaciteit en, voor zover van toepassing, na de realisatie van de aansluiting, zal starten; d.een verklaring dat de bewijsstukken, bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026 compleet zijn; e.een verklaring dat de bestuursverklaring naar waarheid is ingevuld; f.instemming met het feit dat de met prioriteit toegekende transportcapaciteit wordt afgenomen als de verklaring niet naar waarheid is ingevuld of als er sprake is van vervalsing van de bewijsstukken genoemd in tabel 4, van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026; g.als sprake is van kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze activiteiten nodig zijn om de woonbehoefte te realiseren, en h.als sprake is van collectieve voorzieningen, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie. 2.De bestuursverklaring wordt afgegeven uiterlijk op het moment waarop de gemeente een prioriteringsverzoek indient. Zij maakt geen deel uit van het projectdossier dat bij een verzoek als bedoeld in artikel 6 wordt aangeleverd. Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst 1.De gemeente bepaalt de rangorde per indieningsblok op de volgordelijst stapsgewijs op basis van de volgende stappen en legt de uitkomst daarvan schriftelijk vast: Stap 1: aantal aansluitingen ten behoeve van wooneenheden Projecten worden gerangschikt op het aantal aansluitingen ten behoeve van wooneenheden dat voor het project is aangevraagd, waarbij een project hoger wordt gerangschikt naarmate dat aantal groter is. Aansluitingen ten behoeve van collectieve voorzieningen en ten behoeve van kleinschalige onlosmakelijk met de woonfunctie verbonden activiteiten blijven bij de toepassing van deze stap buiten beschouwing. Stap 2: moment van binnenkomst Als twee of meer projecten op grond van stap 1 een gelijke positie innemen, wordt het project waarvan het verzoek het eerst volledig is ingekomen hoger gerangschikt. 2.Voor ieder indieningsblok wordt een afzonderlijke volgordelijst vastgesteld.3.Een project wordt geplaatst op de volgordelijst van het eerst mogelijke indieningsblok waarvoor het op grond van het jaar van start bouw in aanmerking komt. Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst 1.Als twee of meer projecten na toepassing van artikel 9 een gelijke positie innemen doordat het tijdstip van binnenkomst voor die projecten gelijk is of niet kan worden vastgesteld, bepaalt de gemeente de onderlinge volgorde door middel van een openbare loting.2.De loting vindt plaats op een vooraf bekendgemaakte datum en locatie.3.Betrokken projectontwikkelaars worden tijdig uitgenodigd om de loting bij te wonen.4.De uitkomst van de loting is bindend. De gemeente legt de uitkomst schriftelijk vast. Artikel 11. Transparantie en motivering 1.De gemeente motiveert de vastgestelde volgordelijst transparant en toetsbaar door per tijdig ontvangen project het aantal aansluitingen ten behoeve van wooneenheden, het tijdstip van binnenkomst voor zover stap 2 is toegepast en een eventuele loting te vermelden.2.Op verzoek van de projectontwikkelaar verstrekt de gemeente een schriftelijke toelichting op de positie die aan zijn project is toegekend. Artikel 12. Bekendmaking volgordelijst 1.De gemeente maakt iedere vastgestelde volgordelijst openbaar per e-mail aan de indieners en op de website, uiterlijk twee werkdagen voor indiening bij de netbeheerder.2.Op de gepubliceerde volgordelijst staat per project vermeld: de rangschikking, een aanvraagnummer, het aantal aansluitingen ten behoeve van wooneenheden, en indien van toepassing het moment van binnenkomst. Artikel 13. Wijziging en intrekking van de volgordepositie 1.De gemeente kan de positie van een project op de volgordelijst wijzigen of intrekken als: a.de projectontwikkelaar aantoonbaar onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt; b.het project naar het oordeel van de gemeente aantoonbaar niet meer voor realisatie in aanmerking komt; c.de projectontwikkelaar het project heeft gewijzigd en dit een herbeoordeling vergt; d.het project naar het oordeel van de gemeente onuitvoerbaar is geworden. 2.Een herbeoordeling na wijziging van het project kan betekenen dat het project een andere (hogere of lagere) plek op de volgordelijst zal krijgen.3.De gemeente stelt de intrekking of wijziging vast en stelt de projectontwikkelaar hiervan onverwijld in kennis.4.Wijzigen op grond van dit artikel is slechts mogelijk zolang de volgordelijst nog niet door de gemeente is ingediend bij de netbeheerder. Artikel 14. Indienen verzoek conform volgordelijst 1.De gemeente verzoekt de netbeheerder conform de positie op de volgordelijst het transportverzoek in behandeling te nemen.2.De gemeente dient voor een project waarvoor een transportverzoek is ingediend op een later moment een prioriteringsverzoek in, zodra de daarvoor vereiste bewijsstukken beschikbaar zijn en er geen mogelijkheid is voor de projectontwikkelaar om dit zelf te doen. Artikel 15. Doorlopende verzoeken 1.Na afloop van de in artikel 5, tweede lid, genoemde termijnen kan doorlopend om het eerder aanvragen van transportcapaciteit en prioritering worden verzocht. Het gaat daarbij zowel om projecten van projectontwikkelaars als om projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert.2.Artikel 9 is op deze verzoeken niet van toepassing. 3.Artikel 12 is op deze verzoeken niet van toepassing. 4.Artikel 5 vijfde lid, artikel 6, artikel 7 en artikel 13 zijn van overeenkomstige toepassing op verzoeken als bedoeld in dit artikel.5.De gemeente dient de transportverzoeken in op volgorde van het moment waarop het verzoek volledig is ingekomen, dan wel, bij een project dat de gemeente zelf realiseert of initieert, het moment waarop het projectdossier volledig is vastgelegd, zodra indiening op doorlopende basis bij de netbeheerder mogelijk is.6.De gemeente bevestigt de ontvangst overeenkomstig artikel 6, tweede lid, en bericht de projectontwikkelaar schriftelijk zodra het transportverzoek is ingediend. Artikel 16. Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie. Artikel 17. Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als de: Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Doetinchem 2026. Aldus vastgesteld in de vergadering van 8 september 2026.De burgemeester,De secretaris, Toelichting bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem tot vaststelling van de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Doetinchem Algemeen Inleiding Met deze beleidsregels geeft de gemeente gemeente Doetinchem invulling aan de wijze waarop zij omgaat met haar op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en de Energiewet bestaande bevoegdheid om prioriteringsverzoeken en transportcapaciteitsverzoeken in te dienen voor de functie woonbehoefte bij de netbeheerder. Aanleiding Netbeheerders hebben onvoldoende elektriciteitstransportcapaciteit om alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen te voldoen. Voor onder andere woningbouwprojecten heeft dit concrete gevolgen. Projecten die planologisch gereed zijn, komen niet van de grond door een gebrek aan beschikbare aansluiting. In veel regio’s dreigen projecten vertraging op te lopen of te stranden. Netbeheerders kenden transportcapaciteit tot voor kort toe op volgorde van binnenkomst, het zogenaamde ‘first come, first served’-principe. Dit systeem houdt echter niet genoeg rekening met de maatschappelijke urgentie van bepaalde projecten en de behoefte om die voorrang te verlenen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft daarom op 2 december 2025 het Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken vastgesteld (gepubliceerd in Staatscourant 2025, nr. 42323, in werking getreden op 1 januari 2026). Dit Codebesluit verplicht netbeheerders om in congestiegebieden af te wijken van het 'first come, first served'-beginsel en in plaats daarvan te werken met landelijke voorrangsregels op basis van maatschappelijk belang. Binnen de prioritering categorieën 2 en 3, evenals voor niet-prioritaire partijen, blijft ‘first come, first served’ bestaan, waarbij de datum van aanvraag van transportcapaciteit leidend is. Dit kader is later opgenomen in de Systeemcode Elektriciteit 2026 en aangevuld tot het nu geldend recht. De Systeemcode Elektriciteit 2026 onderscheidt drie prioriteitscategorieën: 1.Netcongestieverzachters — partijen die direct bijdragen aan het vergroten van de beschikbare netcapaciteit; 2.Veiligheid — partijen waarvan het niet aansluiten een directe bedreiging vormt voor de nationale veiligheid of volksgezondheid; 3.Basisbehoeften — partijen die voorzien in een eerste levensbehoefte, waaronder woonbehoefte. Sinds 1 juli 2026 worden groot- en kleinverbruikers in één en dezelfde rangorde beoordeeld. Er is geen overgangsperiode voorzien: alle aanvragen worden vanaf dat moment aan de nieuwe voorrangsregels getoetst. Gemeenten kunnen vanaf 1 oktober 2026 gebruikmaken van de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’. Deze werkwijze stelt gemeenten in staat om al in een vroeg planningsstadium transportcapaciteit te reserveren voor onder meer woningbouw, ook al voordat een ontwikkelaar definitief betrokken is. De bewijsvereisten voor dit aanvragen zijn hiervoor specifiek op gemeenten toegesneden (tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026). Als aanvrager van transportcapaciteit ten behoeve van derden, bevindt de gemeente zich in een dubbele rechtsrelatie. Enerzijds als contractpartij jegens de netbeheerder, anderzijds met projectontwikkelaars en andere initiatiefnemers die aanspraak maken op die capaciteit. Hoewel het aanvragen van transportcapaciteit een privaatrechtelijke bevoegdheid is, moet de gemeente daarbij op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek de beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, en met name het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De Hoge Raad heeft dit bevestigd in de Didam-arresten (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661). De VNG heeft gemeenten bij ledenbrief van 16 april 2026 opgeroepen vóór 1 oktober 2026 beleidsregels vast te stellen, zodat aanvragen op die datum gereed zijn voor indiening. Met deze beleidsregels geeft de gemeente daaraan gevolg. Doelstelling De doelstelling van deze beleidsregels is om de gemeentelijke bevoegdheid tot het aanvragen van elektriciteitstransportcapaciteit voor woningbouwprojecten op een transparante, objectieve en niet-discriminatoire wijze in te richten. De gemeente geeft daarmee uitvoering aan haar taak om te voorzien in voldoende woongelegenheid. Deze taak kan in gebieden met netcongestie niet meer vanzelfsprekend tot uitvoering worden gebracht. De gemeente heeft via de Systeemcode Elektriciteit 2026 de mogelijkheid om als aanvrager vroeg in het planproces transportcapaciteit te reserveren voor woningbouw. Deze aanvragen hebben gevolgen voor de verdeling van schaarse transportcapaciteit door de netbeheerder. Gelet op de impact op deze schaarsteverdeling is een transparante, objectieve en niet-discriminatoire werkwijze vereist op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Deze beleidsregels voorzien daarin. De beleidsregels stellen de rangschikkingscriteria vast, beschrijven de aanvraagprocedure en borgen de gelijke behandeling van gemeentelijke en andere projecten. Verhouding tot andere regelgeving De beleidsregels zijn vastgesteld op grond van: 1.Artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet: het college is bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten. 2.Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht: een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid. 3.De artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026: het ACM-prioriteringskader stelt eisen aan de verdeling van transportcapaciteit in congestiegebieden en de gemeentelijke rol. 4.Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek: een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, mag niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiek recht. Hieruit vloeit de verplichting voort het gelijkheidsbeginsel in acht te nemen bij privaatrechtelijk handelen. De beleidsregels vullen het ACM-prioriteringskader aan op het niveau van de gemeente. Daarbij beperken de beleidsregels zich tot de prioriteitsfunctie: woonbehoefte (subfuncties: algemeen en collectieve woonvormen). Deze beleidsregels hebben geen betrekking op andere functies waarvoor de gemeente gelet op artikel 7.21 en tabel 3 van bijlage 3, van de Systeemcode Elektriciteit 2026 bevoegd is een prioriteringsverzoek in te dienen. Zij bepalen ook niet welke projecten prioriteit krijgen ten opzichte van andere aanvragers bij de netbeheerder, dat is immers de exclusieve bevoegdheid van de netbeheerder op grond van het ACM-prioriteringskader, maar regelen de interne gemeentelijke rangschikking die bepaalt welke verzoeken de gemeente indient en in welke volgorde. De beleidsregels laten de bevoegdheden op grond van de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Huisvestingswet onverlet. De gemeente kan Omgevingswet-instrumenten, zoals het regionale programma en het omgevingsplan benutten om projecten voor te bereiden op het ACM-prioriteringskader. VNG-modelbeleidsregels Bij het opstellen van deze beleidsregels is gebruik gemaakt van de VNG-modelbeleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten. In afwijking van het VNG-model zijn bij de artikelen 5, 6, 7, 8, 9, 12, 14, het vervallen van het oorspronkelijke artikel 13 en het nieuwe artikel 15 eigen keuzes gemaakt, die beter aansluiten bij de situatie van de gemeente Doetinchem. De afwijkingen betreffen de wijze waarop de gemeente intern haar volgordelijsten opstelt en de procedure die zij daarbij jegens aanvragers hanteert; de werkwijze waarmee de gemeente verzoeken bij de netbeheerder indient, verandert daardoor niet. Inspraak Bij het opstellen van deze beleidsregels is geen inspraakprocedure gevolgd. De aansprakelijkheidsrisico’s voor de gemeente als gevolg van het niet tijdig vaststellen van beleidsregels met betrekking tot de aanvraag van prioriteit voor transportcapaciteit maken dat sprake is van spoedeisend belang bij het vaststellen van deze beleidsregels, waardoor inspraak niet kon worden afgewacht. Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel 1. Definities De begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Energiewet en de Systeemcode elektriciteit 2026. De in die regelingen gedefinieerde begrippen worden dan ook niet opnieuw gedefinieerd in deze beleidsregels. Civielrechtelijke overeenkomst De definitie van 'civielrechtelijke overeenkomst' volgt de bewijslastcriteria van tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. Project De definitie van ‘project’ volgt tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026. Als een project meerdere fases bevat dan wordt elke fase op grond van deze definitie als afzonderlijk project beschouwd. Dit sluit aan bij de systematiek van de Systeemcode elektriciteit 2026, op basis waarvan voor elke fase een afzonderlijke aanvraag wordt ingediend. Volgordelijst De definitie van 'volgordelijst' sluit aan bij het prioriteringskader van artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit en de werkwijze 'Eerder aanvragen' zoals beschreven in de VNG-ledenbrief lbr-26-010 (april 2026). Aansluiting ten behoeve van een wooneenheid Dit begrip bakent nader af welke aansluitingen meetellen bij de rangschikking op grond van artikel 9. Aansluitingen ten behoeve van collectieve voorzieningen, zoals liften, blokverwarming of laadinfrastructuur, en ten behoeve van kleinschalige onlosmakelijk met de woonfunctie verbonden activiteiten blijven daarbij buiten beschouwing. Zij maken wel deel uit van het transportverzoek, maar vertegenwoordigen geen wooneenheden. De afbakening sluit aan bij de uitsplitsing die het projectdossier op grond van artikel 6 vraagt. Indieningsblok De netbeheerder hanteert voor de aanvragen in oktober 2026 een schema van tijdvakken, gekoppeld aan het jaar van start bouw. De gemeente stelt op grond van artikel 9 voor ieder van die tijdvakken een afzonderlijke volgordelijst vast. Artikel 2. Toepassingsbereik Door het toepassingsbereik helder af te baken wordt voorkomen dat deze beleidsregels worden toegepast op situaties waarvoor zij niet zijn geschreven. De gemeente vervult bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ een intermediaire rol tussen netbeheerder en marktpartijen. Deze intermediaire positie brengt een dubbele rechtsrelatie mee: enerzijds met de netbeheerder als contractspartij voor transportcapaciteit, anderzijds met projectontwikkelaars die aanspraak maken op die capaciteit. Artikel 2 bakent af op welke beslissingen de beleidsregels van toepassing zijn. Het gaat om realisatie van de basisbehoefte woonbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. In dat kader hanteert de gemeente een volgordelijst, waarop projecten geplaatst worden met het oog op het indienen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek bij de netbeheerder. De regels hebben daarmee ook betrekking op de keuze om projecten niet op de volgordelijst te plaatsen. De gemeente gaat uiteraard niet over de wijze waarop een buurgemeente haar bevoegdheden uitoefent. Op het moment dat een project de gemeentegrens overschrijdt, treedt de gemeente daarom in overleg met de buurgemeente om af te stemmen wie het transportverzoek en prioriteringsverzoek in zal dienen bij de netbeheerder. Uitgangspunt voor de inzet daarbij is dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst en het transportverzoek en prioriteringsverzoek indient. Artikel 3. Doel De rol die de gemeente heeft op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 betreft het uitoefenen van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Het gaat om het contracteren van transportcapaciteit met de netbeheerder. Dit is het sluiten van een overeenkomst. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht is geen sprake. Besluiten ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn uitgesloten van de mogelijkheid van bezwaar en beroep (artikel 8:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). Deze beleidsregels voorzien niet in een afzonderlijke bezwaarprocedure. Gelet op het voorgaande staat bestuursrechtelijke rechtsbescherming niet open; een projectontwikkelaar die het niet eens is met zijn positie op de volgordelijst kan zich tot de civiele rechter wenden. Die gang wordt door deze beleidsregels op geen enkele wijze beperkt. Eventuele conflicten zullen aan de civiele rechter moeten worden voorgelegd. De gemeente oefent de bevoegdheid tot het aanvragen van transportcapaciteit bij de netbeheerder uit als een privaatrechtelijke bevoegdheid en is daarbij gebonden aan de beginselen van behoorlijk bestuur op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, de wettelijke grondslag van het gelijkheidsbeginsel in de Didam-jurisprudentie. Het VNG-model bevat een artikel over rechtsbescherming, waarin een bezwaarprocedure en een contractuele vervaltermijn voor het kort geding zijn opgenomen. De implementatiehandleiding merkt op dat dit een gemeentelijke keuze is en beveelt opneming aan, omdat een rechtsbeschermingstermijn geschillen sneller beslecht en de gemeente in staat stelt fouten te herstellen vóórdat de volgordelijst bij de netbeheerder wordt ingediend. De gemeente neemt die voorziening niet over. De rangorde berust op twee gegevens die geen beoordelingsruimte kennen: het door de aanvrager opgegeven aantal aansluitingen ten behoeve van wooneenheden en het geregistreerde moment van binnenkomst. Beide worden op grond van artikel 6, tweede lid, al bij de ontvangstbevestiging aan de aanvrager teruggekoppeld, zodat een onjuistheid aan het licht komt ruim vóórdat de volgordelijst wordt vastgesteld, en niet pas in een termijn daarna. Een afzonderlijke procedure zou daaraan weinig toevoegen, terwijl het indieningsschema van de netbeheerder er ook geen ruimte voor laat. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur De Hoge Raad heeft in het Didam-I arrest (26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778) bepaald dat overheden bij vervreemding van onroerend goed het gelijkheidsbeginsel in acht moeten nemen en gelijke kansen aan potentiële gegadigden moeten bieden. In het Didam-II arrest (15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661) heeft de Hoge Raad deze lijn aangescherpt en de toepassing van de beginselen van behoorlijk bestuur – waaronder zorgvuldigheid, gelijkheid, evenredigheid en motivering – ook buiten de context van gronduitgifte bevestigd. Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk wetboek bepaalt dat een bevoegdheid krachtens burgerlijk recht niet mag worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven recht. De gemeente handelt bij het aanvragen van prioriteit en transportcapaciteit privaatrechtelijk, maar is desondanks als bestuursorgaan gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het gelijkheidsbeginsel verplicht de gemeente niet tot een formele aanbesteding, maar wel tot een openbare, transparante procedure met vooraf bekendgemaakte, objectieve en toetsbare criteria. Afwijking is slechts gerechtvaardigd als slechts één gegadigde in aanmerking kan komen (de 'unieke gegadigde'-uitzondering), en dit moet vooraf gemotiveerd en gepubliceerd worden. Daar staat tegenover dat de gemeente de aanvrager op geen enkel punt beperkt in zijn gang naar de civiele rechter. Voorts corrigeert de gemeente kennelijke onjuistheden in de volgordelijst uit eigen beweging, zolang de lijst nog niet bij de netbeheerder is ingediend. Uitwerking De beleidsregels hebben tot doel uitwerking te geven aan deze plichten. Zo dragen deze beleidsregels bij aan de realisatie van woningen in congestiegebieden binnen de kaders waaraan de gemeente moet voldoen. Artikel 4. Gelijke behandeling projecten De gelijke behandeling van gemeentelijke en private projecten is een cruciaal element van de Didam-doctrine. Artikel 4 borgt het gelijkheidsbeginsel door expliciet te bepalen dat gemeentelijke projecten niet worden bevoordeeld en dat de gemeente transparant is over de motivering van de rangorde van eigen projecten ten opzichte van projecten van projectontwikkelaars. De gemeente hanteert voor eigen projecten hetzelfde aanvraagformulier en dezelfde verklaringen als voor projecten van projectontwikkelaars, waaronder de betalingsverplichting voor de aanbetaling aan de netbeheerder. Dat voor eigen projecten geen uittreksel uit het handelsregister wordt overgelegd, vloeit voort uit het verschil in rechtsvorm: de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de gemeente volgt uit de Gemeentewet en de gemeentelijke mandaatregeling. Het moment waarop een project van de gemeente meetelt, wordt op dezelfde wijze en in hetzelfde register vastgelegd als het moment van binnenkomst van een verzoek van een projectontwikkelaar. Daarmee is achteraf toetsbaar dat eigen projecten geen tijdsvoordeel hebben genoten. Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst Het bieden van een transparante verdelingsprocedure, door vooraf kenbaar te maken wanneer een verzoek kan worden in gediend vormt een belangrijk element van de Didam-doctrine. De beleidsregels voorzien in een transparante selectieprocedure, waarbij artikel 5 voorziet in het vooraf kenbaar maken van het proces en de daaraan verbonden tijdvakken. De aanvraagperiode vangt aan op een vooraf bekendgemaakte datum, en niet eerder dan de dag waarop deze beleidsregels in werking treden. Daarmee staat voor iedere projectontwikkelaar op voorhand vast vanaf wanneer een verzoek kan worden ingediend. Het tweede lid bevat drie einddata, gekoppeld aan het jaar van start bouw. Die indeling volgt het tijdblokkenschema van de netbeheerder, waarin per tijdvak projecten met een bepaald jaar van start bouw kunnen worden ingediend. Door de sluitingsdata daarop af te stemmen beschikt de gemeente tijdig over een vastgestelde volgordelijst per tijdvak, zonder dat aanvragers van projecten met een later bouwjaar dezelfde vroege datum moeten halen. De gemeente gaat uitsluitend een inspanningsverplichting aan jegens de projectontwikkelaar. Bij een resultaatsverplichting zou de gemeente instaan voor de daadwerkelijke toewijzing van transportcapaciteit, waarbij aansprakelijkheid op grond van wanprestatie open zou staan bij niet levering. Dat is niet mogelijk, nu niet de gemeente, maar de netbeheerder daarover gaat. Het vijfde lid stelt een ondergrens van twee aansluitingen ten behoeve van wooneenheden. Ieder verzoek vergt beoordeling, een positie op de volgordelijst, een transportverzoek en een aanbetaling aan de netbeheerder. Bij een aanvraag die op één wooneenheid ziet staat die last niet in verhouding tot de bijdrage aan de woonbehoefte. Een dergelijke aansluiting kan bovendien langs de reguliere weg bij de netbeheerder worden aangevraagd, zodat de ondergrens geen toegang tot transportcapaciteit ontzegt maar uitsluitend tot de collectieve route die de gemeente hanteert. Voor een individuele woningeigenaar geldt bij nieuwbouw bovendien een aanzienlijk lichtere bewijslast: op grond van tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026 volstaat een uittreksel uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen waaruit de woonfunctie blijkt. Een bestuursverklaring is daarbij niet vereist. De aanvraag valt in dezelfde prioriteitscategorie als de projecten waarop deze beleidsregels zien. Het college stelt de beleidsregels en het aanvraagformulier direct na vaststelling op de gemeentelijke website beschikbaar, vóór de bekendmaking in het gemeenteblad. Aanvragers beschikken daardoor over een langere feitelijke voorbereidingstijd dan de formele aanvraagperiode. Het eerste lid bepaalt dat verzoeken die vóór aanvang van de aanvraagperiode binnenkomen worden geweigerd. Omdat het moment van binnenkomst op grond van artikel 9 bepalend is wanneer projecten een gelijk aantal aansluitingen hebben, zou een vroegtijdig ingediend verzoek anders een tijdsvoordeel opleveren. Het staat de indiener vrij het verzoek binnen de aanvraagperiode opnieuw in te dienen. Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar Een helder aanvraagproces is essentieel voor een rechtmatige uitvoering. Artikel 6 regelt daarom de aanvraagprocedure en bepaalt de informatiestroom tussen de projectontwikkelaar en de gemeente die de basis vormt voor de rangschikking. Voor de aanvraag van transportcapaciteit en prioritering moeten gemeenten zorgen voor een volledig projectdossier dat kan worden ingediend bij de netbeheerder. Van de projectontwikkelaar die de gemeente verzoekt om een project op de volgordelijst te zetten met het oog op het doen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek wordt verwacht dat hij daartoe de noodzakelijke informatie aanlevert. De gemeente stelt met het oog hierop een standaardaanvraagformulier beschikbaar waarin alle vereiste gegevens worden gevraagd. Dit formulier is te vinden op de gemeentelijke website. Aanvraag transportcapaciteit Een volledig projectdossier bevat voor het onderdeel transportcapaciteit ten minste: a.naam, contactgegevens en rechtsvorm van de gemeente, dan wel naam, contactgegevens en rechtsvorm van de projectontwikkelaar; b.De onderdelen a, b, c, g en h van artikel 8 vragen om een inhoudelijke motivering van de noodzaak en de startdatum van het project. Die informatie berust bij de projectontwikkelaar. Hij levert die daarom bij het verzoek aan, door invulling van het model dat de netbeheerder daarvoor beschikbaar stelt. De onderdelen d, e en f zijn verklaringen die alleen kunnen worden afgelegd door degene die de bestuursverklaring ondertekent; die worden op grond van artikel 8 afgegeven op het moment van het prioriteringsverzoek. c.omschrijving en locatie van het project, onder vermelding van het type bouw (hoogbouw, laagbouw of een combinatie) en de geografische begrenzing van het projectgebied (bij voorkeur als polygoon); d.het verwachte totale aantal en type woningen (sociaal, midden huur, koop); e.de verwachte elektrische belasting van het project, omvattende: 1.het aantal en de grootte (doorlaatwaarde) van de benodigde aansluitingen, uitgesplitst naar wooneenheden, collectieve voorzieningen en onlosmakelijk verbonden activiteiten; 2.de op planniveau gehanteerde wijze van verwarmen, als meest bepalende factor in de netbelasting; 3.de gewenste datum van de definitieve aansluitingen, uitgesplitst per projectfase en met een maximale loopduur van tien jaar na datum van indiening. Aanvragen van prioritering volgens het prioriteringskader De onderstaande bewijsstukken zijn vereist voor het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 14. Een volledig projectdossier bevat voor de aanvraag van prioritering (overeenkomstig tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026) de volgende bewijsstukken die per subfunctie als volgt zijn vereist: Woningbouw — algemeen: 1.Bestuursverklaring (zie artikel 8); 2.Civiele overeenkomst gemeente–ontwikkelaar (primair) óf omgevingsplan (fallback); 3.Optioneel: aanvullende bestuursverklaring (artikel 7.21, vierde lid, van de Systeemcode Elektriciteit 2026) + bewijsstuk bij kleinschalige activiteiten/collectieve voorzieningen. Woningbouw — collectieve woonvormen: 1.Bestuursverklaring (zie artikel 8); 2.Overeenkomst over collectieve woonvorm (primair) óf omgevingsplan (fallback). Verder is van belang: 1.Een verklaring afgegeven door de projectontwikkelaar over de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens, ondertekend door een bevoegde vertegenwoordiger van de projectontwikkelaar, welke de gemeente vrijwaart voor aansprakelijkheden van onjuiste informatie jegens de netbeheerder; 2.Een verklaring dat het gaat om een inspanningsverplichting van de gemeente tot het aanvragen van prioritering en transportcapaciteit, niet een resultaatsverplichting; en 3.Indien voor het project op grond van de Omgevingswet een instructie als bedoeld in artikel 2.33 van de Omgevingswet is gegeven door gedeputeerde staten van de provincie, dan wel het project valt onder instructieregels van de provinciale omgevingsverordening (artikel 2.22 jo. artikel 2.6 van de Omgevingswet), of voor het project een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44 van de Omgevingswet door de provincie is genomen, dient de aanvrager bij het projectdossier aan te tonen dat het project in overeenstemming is met deze provinciale besluiten dan wel dat de vereiste afstemming met of toestemming van gedeputeerde staten heeft plaatsgevonden. Het projectdossier wordt ingediend per e-mail op het op de website aangegeven e-mailadres. De gemeente bevestigt ontvangst van het dossier binnen drie werkdagen. Bepalend is het tijdstip waarop de e-mail door de gemeente is ontvangen. Een verzoek dat onvolledig is of niet voldoet aan de in dit beleid gestelde eisen wordt niet in behandeling genomen. Het in het verzoek opgenomen project komt dan ook niet op basis van het verzoek in aanmerking voor opname op de volgordelijst. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan schriftelijk in kennis, waarbij ook wordt aangegeven in hoeverre het nog mogelijk is alsnog een volledig verzoek in te dienen. Dit is alleen mogelijk als de in artikel 5, tweede lid genoemde termijn voor het indienen van een verzoek nog niet is verstreken. Het is niet mogelijk om op basis van een al ingediend verzoek een ander project aan te dragen dan waarvoor het verzoek is gedaan. Daarvoor moet, conform de daarvoor geldende bepalingen een nieuw verzoek worden ingediend. Artikel 8. Bestuursverklaring De bestuursverklaring is het centrale bewijsstuk van het prioriteringsverzoek. Deze stelt de netbeheerder in staat te toetsen of het verzoek daadwerkelijk betrekking heeft op een prioriteitswaardige activiteit en of de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk en reëel is. Zonder deugdelijk ingevulde bestuursverklaring is het prioriteringsverzoek incompleet en zal de netbeheerder de aanvraag afwijzen. De elementen in artikel 8 zijn cumulatief: alle onderdelen moeten zijn opgenomen. De eisen komen overeen met de eisen die zijn opgenomen in artikel 7.21, derde en vierde lid van de Systeemcode Elektriciteit 2026. De Systeemcode Elektriciteit 2026 stelt dat partijen in de bestuursverklaring moeten onderbouwen dat de gevraagde transportcapaciteit nodig is voor de uitoefening van hun geprioriteerde taken, dat de capaciteit noodzakelijk is om te starten, en dat de activiteit op korte termijn na toekenning zal aanvangen. De elementen uit artikel 8 corresponderen rechtstreeks met deze Systeemcode Elektriciteit 2026-vereisten. Het tweede lid bepaalt dat de bestuursverklaring wordt afgegeven op het moment waarop de gemeente een prioriteringsverzoek indient, en niet reeds bij het verzoek om opname op de volgordelijst. De inhoudelijke onderbouwing voor de onderdelen a, b, c, g en h wordt op grond van artikel 6 wél bij dat verzoek aangeleverd; het gaat hier uitsluitend om het moment waarop de verklaring zelf wordt afgegeven en ondertekend. Daarvoor bestaan twee redenen. De bestuursverklaring hoort bij het prioriteringsverzoek en niet bij het transportverzoek. Binnen de prioriteitscategorie waarin woonbehoefte valt is de datum van de aanvraag van transportcapaciteit leidend voor de plaats op de wachtlijst, zodat het later afgeven van de verklaring die plaats onverlet laat. Daarnaast verklaart het college met de bestuursverklaring dat de bewijsstukken compleet zijn, dat de verklaring naar waarheid is ingevuld, en dat het instemt met afname van de toegekende capaciteit indien dat niet zo blijkt. Die verklaringen kunnen pas worden afgelegd wanneer de bewijsstukken er daadwerkelijk zijn. Zou de bestuursverklaring reeds bij het verzoek om opname worden verlangd, dan zou zij worden afgegeven op een moment waarop die onderdelen niet naar waarheid kunnen worden ingevuld. Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst De prioriteringscriteria vormen de kern van deze beleidsregels. Zij bepalen de volgorde op de volgordelijst en dienen objectief, toetsbaar en redelijk te zijn. Dit zijn de drie eisen die de Didam-jurisprudentie stelt aan selectiecriteria. Artikel 9 werkt de prioritering uit in twee achtereenvolgende stappen. Elke volgende stap is uitsluitend van toepassing wanneer de voorgaande stap geen onderscheid oplevert. Keuze voor twee stappen Het VNG-model rangschikt in drie of vier stappen, waaronder de maand van start bouw en een indeling naar projectrijpheid. De gemeente kiest voor een eenvoudiger systematiek, om twee redenen. De beoordeling moet binnen een kort tijdsbestek plaatsvinden. De termijnen tussen sluiting van de aanvraagperiode, vaststelling en bekendmaking van de volgordelijst en de indieningsmomenten van de netbeheerder laten geen ruimte voor een meerledige, per project wegende beoordeling. Daarnaast wordt de realisatiezekerheid langs een andere weg geborgd. De netbeheerder toetst ieder prioriteringsverzoek zelfstandig aan tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026 en aan de bestuursverklaring, waarin wordt onderbouwd dat het project niet zonder de gevraagde capaciteit kan starten en op korte termijn na toekenning zal starten. Een project dat die toets niet doorstaat verkrijgt geen prioriteit, ongeacht zijn positie op de volgordelijst. Daarnaast verbindt de aanvrager zich op grond van artikel 6, vijfde lid, tot voldoening van de aanbetaling aan de netbeheerder, wat een financiële drempel opwerpt tegen niet-serieuze aanmeldingen. Stap 1 – Aantal aansluitingen ten behoeve van wooneenheden De gemeente rangschikt op omvang, gemeten in het aantal aansluitingen ten behoeve van wooneenheden. Het criterium sluit aan bij het doel van artikel 3, onder b: het bijdragen aan de realisatie van woonbehoefte in congestiegebieden, in uitvoering van de zorgplicht voor voldoende woongelegenheid. Naarmate een project in meer wooneenheden voorziet, draagt het meer aan die opgave bij. Bij schaarse transportcapaciteit acht de gemeente het gerechtvaardigd de beschikbare ruimte eerst in te zetten voor de projecten met de grootste bijdrage. Het criterium is objectief en toetsbaar: het berust op een getal dat de aanvrager op grond van artikel 6 hoe dan ook moet opgeven en dat in het projectdossier reeds uitgesplitst wordt aangeleverd. Er is geen weging of waardering nodig. De gemeente is zich ervan bewust dat dit criterium grotere projecten stelselmatig boven kleinere plaatst, ook wanneer een kleiner project verder is in de planvorming. Dat is een bewuste verdelingskeuze die volgt uit de hierboven beschreven doelstelling. Het criterium is niet toegeschreven op één gegadigde en geldt onverkort voor projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert. Aansluitingen ten behoeve van collectieve voorzieningen — zoals liften, blokverwarming of laadinfrastructuur — en ten behoeve van kleinschalige onlosmakelijk met de woonfunctie verbonden activiteiten blijven bij deze stap buiten beschouwing. Zij maken wel deel uit van het transportverzoek, maar vertegenwoordigen geen wooneenheden. Stap 2 – Moment van binnenkomst Omdat aantallen wooneenheden zich in de praktijk in ronde getallen groeperen, zullen projecten regelmatig op grond van stap 1 gelijk eindigen. Het moment van binnenkomst dient als objectieve en zonder nadere beoordeling toepasbare tiebreaker. Bepalend is het tijdstip waarop het verzoek volledig is ingekomen. Een verzoek dat aanvankelijk onvolledig is en later wordt aangevuld, ontleent zijn tijdstip aan het moment van aanvulling. Daarmee wordt voorkomen dat een aanvrager een positie reserveert met een onvolledig dossier. Volgordelijst per indieningsblok De netbeheerder hanteert voor de aanvragen in oktober 2026 een schema van tijdvakken, gekoppeld aan het jaar van start bouw. Voor ieder tijdvak stelt de gemeente een afzonderlijke volgordelijst vast. Een project wordt geplaatst op de lijst van het eerst mogelijke tijdvak waarvoor het op grond van het jaar van start bouw in aanmerking komt; de gemeente heeft daarin geen keuzevrijheid. Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst Loting voorkomt dat gelijke gevallen ongelijk worden behandeld. Doordat de rangorde in tweede instantie berust op het tijdstip van binnenkomst, dat per verzoek uniek is, zal een gelijke positie zich in de praktijk zelden voordoen: alleen wanneer twee verzoeken op hetzelfde tijdstip zijn geregistreerd of wanneer het tijdstip niet kan worden vastgesteld. Voor die gevallen blijft loting beschikbaar als sluitstuk. Loting is een door de rechtspraak erkende en objectieve methode bij gelijkwaardigheid van aanvragen. De trekking kan digitaal uitgevoerd worden door een onafhankelijk systeem in aanwezigheid van een onafhankelijke getuige. De onafhankelijke getuige hoeft niet een notaris te zijn. De aanwezigheid van een onafhankelijke getuige neemt elke schijn van partijdigheid van de gemeente weg. De uitslag moet vastgelegd worden in een officieel proces-verbaal. Alle deelnemers worden individueel geïnformeerd over de uitslag en krijgen transparantie over hoe het proces is verlopen. Zij worden ook uitgenodigd om de loting bij te wonen. Artikel 12. Bekendmaking volgordelijst De volgordelijst wordt bekendgemaakt vóórdat de gemeente de transportverzoeken indient. Aanvragers weten daardoor welke positie hun project heeft ingenomen op een moment dat die positie nog kan worden gecontroleerd, en niet pas nadat de verzoeken bij de netbeheerder liggen. Na indiening is de volgorde niet meer te wijzigen. De termijn van twee werkdagen is afgestemd op het indieningsschema van de netbeheerder, dat de indieningsmomenten per tijdvak vastlegt en waarvan de gemeente terugrekent. De termijn is kort omdat deze beleidsregels niet voorzien in een procedure die tussen bekendmaking en indiening moet worden afgewikkeld. Zij dient ertoe dat de uitkomst bekend is vóór de indiening; constateert de gemeente in die periode een kennelijke onjuistheid, dan corrigeert zij die uit eigen beweging. De bekendmaking geschiedt langs twee wegen. De indieners ontvangen de lijst rechtstreeks per e-mail. Daarnaast wordt de lijst op de gemeentelijke website geplaatst, zodat de uitkomst voor ieder controleerbaar en gedateerd is vastgelegd. Het tweede lid wijkt af van het VNG-model, dat voorschrijft dat per project de projectnaam, de locatie en het aantal woningen worden vermeld. De gemeente publiceert in plaats daarvan per project een aanvraagnummer, het aantal aansluitingen ten behoeve van wooneenheden en de rangschikking. Publicatie van naam en locatie zou per project kenbaar maken welke partij welke positie inneemt en welke omvang zij aanvraagt. Dat betreft gegevens over projecten die nog niet in alle gevallen openbaar zijn en die inzicht geven in de marktpositie van de betrokken partijen. Voor de controleerbaarheid van de procedure is publicatie daarvan niet nodig. Die controleerbaarheid gaat door de anonimisering namelijk niet verloren. Iedere aanvrager ontvangt op grond van artikel 6, tweede lid, een aanvraagnummer bij de ontvangstbevestiging. Aan de hand daarvan kan hij zijn eigen regel terugvinden, controleren of het geregistreerde aantal aansluitingen juist is verwerkt, en vaststellen of de lijst inderdaad aflopend op dat aantal is gerangschikt. De toepassing van de rangordebepaling is daarmee volledig verifieerbaar zonder dat de identiteit van aanvragers wordt gepubliceerd. Het moment van binnenkomst wordt uitsluitend vermeld waar het is toegepast, dat wil zeggen bij projecten die op grond van stap 1 een gelijke positie innamen. Publicatie van alle registratietijdstippen zou meer gegevens prijsgeven dan voor de controle nodig is. Artikel 13. Wijziging en intrekking van de volgordepositie De volgordepositiebepaling is een handeling ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling; van een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is geen sprake. Een volgordepositie wordt toegekend op basis van de informatie en het programma die de projectontwikkelaar op het moment van indiening heeft aangeleverd, of waarover de gemeente bij eigen projecten zelf over beschikt. De limitatieve gronden in het eerste lid kunnen rechtvaardigen dat de gemeente de positie herziet. Intrekking of wijziging op andere gronden vindt niet plaats. Relevante wijzigingen zijn wijzigingen die van invloed zijn op de plaatsing op de volgordelijst, zoals bijvoorbeeld het gevraagde aantal aansluitingen voor wooneenheden. Over de wijziging in rangorde wordt transparant gecommuniceerd. Uiteraard kan wijziging alleen plaatsvinden voor zolang de volgordelijst nog niet is ingediend bij de netbeheerder. Op het moment dat de lijst is ingediend ligt de verdere verantwoordelijkheid bij de netbeheerder en kan die, op grond van de hem toekomende bevoegdheden, naar bevinden handelen. Hier speelt ook mee dat een wijziging die meer transportcapaciteit of een andere locatie vergt, op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 kwalificeert als een nieuw verzoek en daarmee de bestaande prioriteitspositie doet vervallen. Artikel 14. Indienen verzoek conform volgordelijst Het indienen van de transportverzoeken vormt het sluitstuk van de selectieprocedure. De gemeente volgt daarbij de vastgestelde volgordelijst. Dat is van belang omdat de netbeheerder op grond van artikel 7.22, eerste lid, aanhef en onder b, van de Systeemcode elektriciteit 2026 de van gemeenten afkomstige verzoeken behandelt op volgorde van binnenkomst: de volgorde waarin de gemeente indient, bepaalt de onderlinge positie van de projecten. Het prioriteringsverzoek volgt op een later moment. Binnen de prioriteitscategorie waarin woonbehoefte valt is de datum van de aanvraag van transportcapaciteit leidend voor de plaats op de wachtlijst, zodat het later indienen van het prioriteringsverzoek die plaats onverlet laat. De gemeente dient dat verzoek in zodra de vereiste bewijsstukken beschikbaar zijn. De gemeente doet dat alleen wanneer de projectontwikkelaar daartoe zelf niet in staat is. Beschikt hij over een verleende omgevingsvergunning, dan kan hij het prioriteringsverzoek op grond van tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026 op eigen naam bij de netbeheerder indienen; deze beleidsregels zien daar niet op. Daarnaast wordt gewerkt aan een procedure waarbij een projectontwikkelaar namens de gemeente van de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ gebruik kan maken. Wordt daarvan gebruikgemaakt, dan blijven deze beleidsregels van toepassing: alleen het indienen geschiedt door de gemachtigde. Artikel 15. Doorlopende verzoeken Het VNG-model voorziet uitsluitend in de aanvraagronde van oktober 2026. De implementatiehandleiding merkt daarover op dat ook daarna beleidsregels nodig blijven en dat de VNG voor die periode nog met modelbeleidsregels komt. Zonder aanvullende regeling zou de aanvraagperiode sluiten terwijl de gemeente haar bevoegdheid blijft uitoefenen: de netbeheerder maakt het vanaf 23 oktober 2026 mogelijk doorlopend transportcapaciteit aan te vragen. De verdeling van schaarse capaciteit zou dan doorgaan zonder vooraf bekendgemaakte criteria. Artikel 15 voorziet daarin, in afwachting van een volgende regeling. Volgorde van binnenkomst Artikel 9 blijft buiten toepassing. De rangschikking van dat artikel is geschreven voor een aanvraagronde waarin alle verzoeken binnen dezelfde termijn binnenkomen en onderling moeten worden vergeleken. Na afloop van die termijnen komen verzoeken afzonderlijk binnen en is er geen gelijktijdigheid die om vergelijking vraagt. De gemeente dient de transportverzoeken daarom in op volgorde van het moment waarop het verzoek volledig is ingekomen. Dat sluit aan bij de systematiek van de netbeheerder, die de van gemeenten afkomstige verzoeken op grond van artikel 7.22, eerste lid, aanhef en onder b, van de Systeemcode elektriciteit 2026 behandelt op volgorde van binnenkomst. Geen bekendmaking per verzoek Ook artikel 12 blijft buiten toepassing. Bekendmaking van een volgordelijst vóór indiening veronderstelt een vastgestelde lijst waarop meerdere projecten onderling zijn gerangschikt. Bij afzonderlijk binnenkomende verzoeken zou dat een publicatiecyclus per verzoek betekenen, terwijl er geen onderlinge rangschikking is die kan worden gecontroleerd. In plaats daarvan bericht de gemeente iedere aanvrager afzonderlijk: bij ontvangst overeenkomstig artikel 6, tweede lid, en opnieuw zodra het transportverzoek is ingediend. Wat onverkort blijft gelden De overige bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing. Ook voor doorlopende verzoeken geldt de ondergrens van artikel 5, blijven het projectdossier, het formulier, de ondertekening, het uittreksel uit het handelsregister en de betalingsverplichting van artikel 6 onverkort van toepassing, hanteert de gemeente voor eigen projecten dezelfde eisen als voor projecten van derden, en kan de gemeente een positie wijzigen of intrekken op de gronden van artikel 13. Wie na de aanvraagtermijnen indient, doet dat dus onder dezelfde voorwaarden als wie daarbinnen indiende. Eigen projecten Voor projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert komt geen verzoek binnen. Voor die projecten geldt daarom het moment waarop het projectdossier volledig is vastgelegd. De gemeente legt dat moment vast in hetzelfde register en op dezelfde wijze als het moment van binnenkomst van verzoeken van projectontwikkelaars. Nu het tijdstip in deze procedure het enige onderscheidende gegeven is, is dat noodzakelijk om achteraf toetsbaar te maken dat eigen projecten geen voordeel hebben genoten.

Meer informatie