Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting gemeente Eemsdelta 2026

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op2 september 2026
Gepubliceerd doorGemeente Eemsdelta

Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting gemeente Eemsdelta 2026 Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemsdelta tot vaststelling van de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting Eemsdelta 2026 (Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting Eemsdelta 2026) Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemsdelta gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet, artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en de artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3, van de Systeemcode elektriciteit 2026; besluit vast te stellen de volgende beleidsregels: Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting Eemsdelta 2026 Artikel 1. Definities In deze beleidsregels wordt verstaan onder: - aanvullende lijst: de door de gemeente vastgestelde lijst van projecten waarvoor de gemeente uitsluitend het transportverzoek indient bij de netbeheerder en waarvoor de gemeente geen prioriteringsverzoek indient. - bestuursverklaring: door of namens het college afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode Elektriciteit 2026; - BOPA: buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, zijnde een activiteit, inhoudende: a.een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of b.een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan; - civielrechtelijke overeenkomst: koopovereenkomst, anterieure overeenkomst, erfpachtovereenkomst of ieder andere overeenkomst als bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 waaruit blijkt dat het project binnen een bepaalde tijd start; - college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemsdelta; - congestiegebied: gebied binnen de gemeente waarvoor de netbeheerder heeft vastgesteld dat de transportcapaciteit op het elektriciteitsnet ontoereikend is als bedoeld in artikel 7.18 van de Systeemcode Elektriciteit 2026; - netbeheerder: distributiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet die het distributiesysteem voor elektriciteit beheert in het congestiegebied; - project: realisatie van een basisbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026, zijnde: •woonbehoefte, waaronder zowel algemene woonbehoefte als collectieve woonvormen; en •onderwijsvoorzieningen, zijnde primair onderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs waarvoor de gevraagde transportcapaciteit aantoonbaar noodzakelijk is voor de uitvoering van de wettelijke onderwijstaak. - projectlocatie: locatie waar het project zal worden ontwikkeld; - projectontwikkelaar: een rechtspersoon, stichting, vereniging of natuurlijke persoon die een project realiseert of initieert; - prioriteringsdossier: het geheel van bewijsstukken en verklaringen dat op grond van artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en tabel 4 van bijlage 3 bij die code is vereist voor de indiening van een prioriteringsverzoek, waaronder in ieder geval de bestuursverklaring, bedoeld in artikel 8; - prioriteringsverzoek: verzoek om prioriteit bij de toewijzing van transportcapaciteit als bedoeld in artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit 2026; - projectdossier: geheel van documenten ter onderbouwing van een prioriteringsverzoek en transportverzoek; - transportcapaciteit: capaciteit voor het transport van elektriciteit op het distributienet; - transportverzoek: verzoek tot het verzorgen van transport van elektriciteit als bedoeld in artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet; - volgordelijst: de door de gemeente vastgestelde rangordelijst van woningbouw- en onderwijsprojecten conform tabel 3 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026, waarvoor de gemeente zowel een prioriteringsverzoek als het daarbij behorende transportverzoek indient bij de netbeheerder. Artikel 2. Toepassingsbereik 1.Deze beleidsregels zijn van toepassing op de plaatsing van projecten op de volgordelijst en op de aanvullende lijst. Het gaat daarbij zowel om woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten van projectontwikkelaars als om projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert. 2.Als een project de gemeentegrens overschrijdt treedt de gemeente in overleg met de betreffende buurgemeente over wie het project opneemt op haar volgordelijst, waarbij de hoofdregel geldt dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst. Artikel 3. Doel Deze beleidsregels hebben tot doel: a.het uitwerken van de gemeentelijke bevoegdheid tot eerder aanvragen van transportcapaciteit en prioritering zoals aan de gemeente toegewezen in de Systeemcode Elektriciteit 2026; b.het bijdragen aan de realisatie van woonbehoefte en onderwijshuisvesting in congestiegebieden, in uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor voldoende woongelegenheid en onderwijshuisvesting, die de grondslag vormt voor de opname van woonbehoefte in categorie 3 van het prioriteringskader van de Systeemcode Elektriciteit 2026; c.het waarborgen van een transparante, gelijke, objectieve en niet-discriminatoire verdeling van posities op de volgordelijst, in overeenstemming met de Didam-jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661); d.het beperken van aansprakelijkheidsrisico's voor de gemeente als aanvrager van transportcapaciteit bij de netbeheerder, in het bijzonder het risico van schadevergoedingsclaims wegens ongelijke behandeling van projectontwikkelaars; en e.het bieden van rechtszekerheid over de wijze waarop de gemeente haar bevoegdheid als aanvrager van prioritering van transportcapaciteit uitoefent. Artikel 4. Gelijke behandeling projecten 1.Een project waarbij de gemeente zelf opdrachtgever is, wordt op basis van dezelfde regels beoordeeld als projecten van projectontwikkelaars. 2.Een gemeentelijk project geniet geen voorrangspositie, tenzij een hogere positie op grond van de prioriteringsregels dit rechtvaardigt. 3.De gemeente motiveert op transparante wijze de positie van gemeentelijke projecten op de volgordelijst. Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst of aanvullende lijst 1.De periode voor het indienen van een verzoek tot plaatsing van een project op de volgordelijst vangt aan op de dag van publicatie van deze beleidsregels in het gemeenteblad. 2.Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan worden ingediend tot en met 1 september 2026. 3.Een verzoek strekt tot opname op de volgordelijst. Indien bij het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn het transportdossier volledig is en het prioriteringsdossier niet, strekt het verzoek tot opname op de aanvullende lijst. 4.Opname van een project op de volgordelijst resulteert in een inspanningsverplichting van de gemeente om zich aantoonbaar in te spannen om transportcapaciteit voor het betreffende project te verkrijgen bij de netbeheerder, zonder dat de gemeente de beschikbaarheid of toewijzing van prioritering en transportcapaciteit garandeert. 5.Opname van een project op de aanvullende lijst resulteert uitsluitend in een inspanningsverplichting van de gemeente om het transportverzoek voor het betreffende project tijdig en volledig in te dienen bij de netbeheerder. De gemeente dient voor deze projecten geen prioriteringsverzoek in. Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar 1.De projectontwikkelaar zorgt bij een verzoek tot opname op de volgordelijst voor een volledig projectdossier, bestaande uit een trasportdossier en een prioriteringsdossier, waarbij hij voor het indienen van het verzoek gebruik maakt van het daartoe beschikbaar gestelde formulier. 2.De gemeente stuurt binnen twee werkdagen een ontvangstbevestiging van het verzoek waarbij tevens wordt gewezen op de in artikel 13 genoemde rechtsbeschermingsprocedure. 3.De gemeente toetst het transportdossier en het prioriteringsdossier afzonderlijk op volledigheid en legt de uitkomst van beide toetsen schriftelijk vast. 4.Een verzoek waarbij het transportdossier onvolledig is, wordt niet in behandeling genomen. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek schriftelijk in kennis en informeert de projectontwikkelaar over de al dan niet bestaande mogelijkheid om het dossier nog aan te vullen. Aanvulling is uitsluitend mogelijk binnen de termijn, bedoeld in artikel 5, tweede lid. 5.Een verzoek waarvan het transportdossier volledig is en het prioriteringsdossier onvolledig, wordt in behandeling genomen en leidt tot opname op de aanvullende lijst. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek schriftelijk in kennis. 6.Aanvulling van het prioriteringsdossier is mogelijk zolang de termijn, bedoeld in artikel 5, tweede lid, niet is verstreken en de volgordelijst niet is vastgesteld. Een aanvulling die leidt tot een volledig prioriteringsdossier heeft tot gevolg dat het project alsnog op de volgordelijst wordt geplaatst. 7.Toewijzing op de volgordelijst is project en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie. Daarvoor moet een nieuw verzoek worden ingediend. Artikel 7. Opname op de volgordelijst of aanvullende lijst van eigen projecten 1.De gemeente zorgt voor een volledig projectdossier, bestaande uit het transportdossier en het prioriteringsdossier, van een project dat zij initieert of realiseert voor opname op de volgordelijst. 2.Artikel 6, derde, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing op projecten die de gemeente initieert of realiseert. 3.Toewijzing op de volgordelijst of op de aanvullende lijst is project en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie. Artikel 8. Bestuursverklaring De bestuursverklaring maakt onderdeel uit van het prioriteringsdossier en bevat: a.een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de taken behorend bij de woonbehoefte of onderwijsvoorziening, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026; b.een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is om te starten met de activiteiten of de taken, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en niet kan starten zonder de gevraagde transportcapaciteit; c.een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de activiteit op korte termijn, na toekenning van de gevraagde transportcapaciteit en, voor zover van toepassing, na de realisatie van de aansluiting, zal starten; d.een verklaring dat de bewijsstukken, bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026 compleet zijn; e.een verklaring dat de bestuursverklaring naar waarheid is ingevuld; f.instemming met het feit dat de met prioriteit toegekende transportcapaciteit wordt afgenomen als de verklaring niet naar waarheid is ingevuld of als er sprake is van vervalsing van de bewijsstukken genoemd in tabel 4, van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026; g.als sprake is van kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze activiteiten nodig zijn om de woonbehoefte te realiseren; en h.als sprake is van collectieve voorzieningen, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie. Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst 1.De gemeente bepaalt de rangorde op de volgordelijst stapsgewijs op basis van de volgende stappen en legt de uitkomst daarvan schriftelijk vast. Elke volgende stap is uitsluitend van toepassing wanneer de voorgaande stap geen onderscheid oplevert. 2.De gemeente stelt de rangorde vast op basis van de bewijsstukken die deel uitmaken van het prioriteringsdossier. Gegevens die uitsluitend deel uitmaken van het transportdossier, waaronder het aangevraagde aansluitvermogen en het aantal aansluitingen, blijven bij de rangordebepaling buiten beschouwing. Stap 1: start bouw Als eerste stap vindt een rangschikkingsplaats op basis van de maand van start bouw, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de bouw eerder start. Hierbij moet de maand van start bouw voldoende concreet zijn onderbouwd. Stap 2: projectrijpheid Na de rangschikking van stap 1 stelt de gemeente de projectrijpheid van het project vast op basis van de beschikbare documenten in een onderrangorde van één tot en met zes: Rangorde: Beschikbare documenten: 1 Er is een civielrechtelijke overeenkomst, en een onherroepelijk omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit verleend voor de projectlocatie. 2 Er is een civielrechtelijke overeenkomst, en een onherroepelijk omgevingsplan vastgesteld of onherroepelijke vergunning voor en BOPA verleend voor de projectlocatie. 3 Er is alleen een onherroepelijke omgevingsvergunning verleend voor de projectlocatie. 4 Er is alleen een civielrechtelijke overeenkomst. 5 Er is alleen een omgevingsplan vastgesteld of vergunning voor een BOPA verleend voor de projectlocatie 6 Er zijn andere bewijsstukken waardoor een project in aanmerking komt voor prioritering. Stap 3: maatschappelijk belang Binnen de op basis van de stappen 1 en 2 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van het maatschappelijk belang van het project, a.een project wordt hoger gerangschikt indien 1.het een onderwijshuisvestingsproject betreft dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting; of 2.het een woningbouwproject betreft dat noodzakelijk is voor de uitvoering of voortgang van de versterkingsopgave als gevolg van de gaswinning. Hieronder wordt in ieder geval verstaan woningbouw die noodzakelijk is voor: i.vervangende nieuwbouw in het kader van de versterkingsopgave; ii.herhuisvesting die noodzakelijk is voor de uitvoering van de versterkingsopgave; of iii.de uitvoering of voortgang van een samenhangende gebiedsgerichte versterkingsaanpak. b.Binnen de na toepassing van het eerste lid resterende onderverdeling worden woningbouwprojecten hoger gerangschikt naarmate zij aan meer van de volgende criteria voldoen: 1.de projectlocatie is een transformatielocatie waarbij een onwenselijke activiteit plaatsmaakt; 2.het aandeel sociale huur, sociale koop of midden huurwoningen conform de jaarlijks landelijk vastgestelde koopprijs/huurprijsgrenzen bedraagt meer dan 20%; of 3.het voorziet in de huisvesting voor bijzondere doelgroepen (ouderen, zorgbehoevenden, statushouders, spoedzoekers). Stap 4: datum oplevering Binnen de op basis van de stappen 1 tot en met 3 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van de verwachte opleverdatum, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de verwachte oplevering eerder plaatsvindt. Volgorde aanvullende lijst De gemeente bepaalt de volgorde op de aanvullende lijst op basis van stap 1. Als stap 1 geen onderscheid oplevert, zijn de datum en het tijdstip van ontvangst van het volledige transportdossier bepalend. Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst 1.Als twee of meer projecten op basis van artikel 9 dezelfde positie behalen, bepaalt de gemeente de onderlinge volgorde door middel van een openbare loting. 2.De loting vindt plaats op een vooraf bekendgemaakte datum en locatie. 3.Betrokken projectontwikkelaars worden tijdig uitgenodigd om de loting bij te wonen. 4.De uitkomst van de loting is bindend. De gemeente legt de uitkomst schriftelijk vast. Artikel 11. Transparantie en motivering 1.De gemeente motiveert de vastgestelde volgordelijst transparant en toetsbaar door per project de toepassing van de stappen 1 tot en met 4 en eventuele loting te vermelden. 2.Op verzoek van de projectontwikkelaar verstrekt de gemeente een schriftelijke toelichting op de positie die aan zijn project is toegekend. Artikel 12. Bekendmaking volgordelijst en aanvullende lijst 1.De gemeente maakt de vastgestelde volgordelijst en aanvullende lijst openbaar via de gemeentelijke website en het gemeenteblad, uiterlijk twee weken voor de datum van indiening bij de netbeheerder. 2.Op de gepubliceerde volgordelijst staat per project vermeld: de projectnaam, de locatie, het type project (woningbouw of onderwijshuisvesting), voor zover van toepassing het aantal woningen en de positie op de lijst. Artikel 13. Rechtsbescherming 1.Een projectontwikkelaar die bezwaar heeft tegen zijn positie op de volgordelijst of tegen de afwijzing van zijn verzoek tot plaatsing op de volgordelijst kan binnen tien kalenderdagen na bekendmaking van de volgordelijst schriftelijk bezwaar indienen bij de gemeente. Na deze termijn vervalt het recht om bezwaar in te dienen. 2.Een projectontwikkelaar die bezwaar heeft tegen zijn positie op de volgordelijst of tegen de afwijzing van zijn verzoek tot plaatsing op de volgordelijst kan na de in het eerste lid bedoelde bezwaarprocedure binnen tien dagen een kort geding aanhangig maken. Na deze termijn vervalt het recht om een kort geding aanhangig te maken. 3.Door indiening van een verzoek overeenkomstig artikel 6 stemt de projectontwikkelaar uitdrukkelijk in met de in dit artikel geregelde rechtsbeschermingsprocedure. Artikel 14. Wijziging en intrekking van de positie op de lijsten 1.De gemeente kan de positie van een project op de volgordelijst wijzigen of intrekken als: a.de projectontwikkelaar aantoonbaar onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt; b.het project naar het oordeel van de gemeente aantoonbaar niet meer voor realisatie in aanmerking komt; c.de projectontwikkelaar het project heeft gewijzigd en dit een herbeoordeling vergt; d.het project naar het oordeel van de gemeente onuitvoerbaar is geworden. 2.Een herbeoordeling na wijziging van het project kan betekenen dat het project een andere (hogere of lagere) plek op de volgordelijst zal krijgen. 3.De gemeente stelt de intrekking of wijziging vast en stelt de projectontwikkelaar hiervan onverwijld in kennis. 4.Wijzigen op grond van dit artikel is slechts mogelijk zolang de volgordelijst nog niet door de gemeente is ingediend bij de netbeheerder. Artikel 15. Indienen verzoek conform volgordelijst en aanvullende lijst 1.De gemeente verzoekt de netbeheerder conform de positie op de volgordelijst het prioriteringsverzoek en transportverzoek in behandeling te nemen nadat de bezwaartermijn, bedoeld in artikel 13 is verstreken, dan wel – als tijdig bezwaar is ingediend – nadat op het bezwaar is beslist. 2.De gemeente dient uitsluitend prioriteringsverzoeken en transportverzoeken in waarvoor financiële dekking bestaat voor de aanbetaling aan de netbeheerder op grond van: a.financiële afspraken met een projectontwikkelaar, waarbij de projectontwikkelaar zich verplicht tot het voldoen van de financiële verplichtingen aan de netbeheerder en daarvoor materiële zekerheid biedt; of b.de door de gemeenteraad vastgestelde begroting. 3.De gemeente stemt het indienen van de prioriteringsverzoeken af met de andere gemeenten binnen het congestiegebied zodat het verzoek met de hoogste rangorde op grond van de in artikel 9 en 10 genoemde criteria binnen het congestiegebied ook bovenaan de lijst van de netbeheerder komt. Artikel 16. Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie. Artikel 17. Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als de: Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten en onderwijsthuisvesting Eemsdelta 2026. Aldus vastgesteld in de vergadering van 25 augustus 2026.De burgemeester,De secretaris, Toelichting bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemsdelta tot vaststelling van de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting gemeente Eemsdelta 2026 (Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting gemeente Eemsdelta 2026) Algemeen Inleiding Met deze beleidsregels geeft de gemeente Eemsdelta invulling aan de wijze waarop zij omgaat met haar op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en de Energiewet bestaande bevoegdheid om prioriteringsverzoeken en transportcapaciteitsverzoeken in te dienen voor de functies woonbehoefte en onderwijsvoorzieningen bij de netbeheerder. Aanleiding Netbeheerders hebben onvoldoende elektriciteitstransportcapaciteit om alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen te voldoen. Voor onder andere woningbouwprojecten heeft dit concrete gevolgen. Projecten die planologisch gereed zijn, komen niet van de grond door een gebrek aan beschikbare aansluiting. In veel regio’s dreigen projecten vertraging op te lopen of te stranden. De gevolgen van netcongestie kunnen zich eveneens voordoen bij de realisatie van onderwijshuisvesting. Gelet op de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting en de maatschappelijke betekenis van onderwijsvoorzieningen worden deze projecten eveneens binnen het bereik van deze beleidsregels gebracht. Netbeheerders kenden transportcapaciteit tot voor kort toe op volgorde van binnenkomst, het zogenaamde ‘first come, first served’-principe. Dit systeem houdt echter niet genoeg rekening met de maatschappelijke urgentie van bepaalde projecten en de behoefte om die voorrang te verlenen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft daarom op 2 december 2025 het Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken vastgesteld (gepubliceerd in Staatscourant 2025, nr. 42323, in werking getreden op 1 januari 2026). Dit Codebesluit verplicht netbeheerders om in congestiegebieden af te wijken van het 'first come, first served'-beginsel en in plaats daarvan te werken met landelijke voorrangsregels op basis van maatschappelijk belang. Binnen de prioritering categorieën 2 en 3, evenals voor niet-prioritaire partijen, blijft ‘first come, first served’ bestaan, waarbij de datum van aanvraag van transportcapaciteit leidend is. Dit kader is later opgenomen in de Systeemcode Elektriciteit 2026 en aangevuld tot het nu geldend recht. De Systeemcode Elektriciteit 2026 onderscheidt drie prioriteitscategorieën: 1.Netcongestieverzachters — partijen die direct bijdragen aan het vergroten van de beschikbare netcapaciteit; 2.Veiligheid — partijen waarvan het niet aansluiten een directe bedreiging vormt voor de nationale veiligheid of volksgezondheid; 3.Basisbehoeften — partijen die voorzien in een eerste levensbehoefte, waaronder woonbehoefte. Vanaf 1 juli 2026 worden groot- en kleinverbruikers in één en dezelfde rangorde beoordeeld. Er is geen overgangsperiode voorzien: alle aanvragen worden vanaf dat moment aan de nieuwe voorrangsregels getoetst. Gemeenten kunnen vanaf 1 oktober 2026 gebruikmaken van de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’. Deze werkwijze stelt gemeenten in staat om al in een vroeg planningsstadium transportcapaciteit te reserveren voor onder meer woningbouw, ook al voordat een ontwikkelaar definitief betrokken is. De bewijsvereisten voor dit aanvragen zijn hiervoor specifiek op gemeenten toegesneden (tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026). Als aanvrager van transportcapaciteit ten behoeve van derden, bevindt de gemeente zich in een dubbele rechtsrelatie. Enerzijds als contractpartij jegens de netbeheerder, anderzijds met projectontwikkelaars en andere initiatiefnemers die aanspraak maken op die capaciteit. Hoewel het aanvragen van transportcapaciteit een privaatrechtelijke bevoegdheid is, moet de gemeente daarbij op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek de beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, en met name het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De Hoge Raad heeft dit bevestigd in de Didam-arresten (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661). De VNG heeft gemeenten bij ledenbrief van 16 april 2026 opgeroepen vóór 1 oktober 2026 beleidsregels vast te stellen, zodat aanvragen op die datum gereed zijn voor indiening. De onderhavige beleidsregels zijn opgesteld om een juridisch houdbaar vertrekpunt te bieden voor de inrichting van de gemeentelijke aanvraagrol. Doelstelling De doelstelling van deze beleidsregels is om de gemeentelijke bevoegdheid tot het aanvragen van elektriciteitstransportcapaciteit voor woningbouwprojecten en onderwijshuisvestingsprojecten op een transparante, objectieve en niet-discriminatoire wijze in te richten. De gemeente geeft daarmee uitvoering aan haar verantwoordelijkheden op het gebied van voldoende woongelegenheid en onderwijshuisvesting. Deze taken kunnen in gebieden met netcongestie niet meer vanzelfsprekend tot uitvoering worden gebracht. De gemeente heeft via de Systeemcode Elektriciteit 2026 de mogelijkheid om als aanvrager vroeg in het planproces transportcapaciteit te reserveren voor woningbouw en onderwijshuisvesting. Deze aanvragen hebben gevolgen voor de verdeling van schaarse transportcapaciteit door de netbeheerder. Gelet op de impact op deze schaarsteverdeling is een transparante, objectieve en niet-discriminatoire werkwijze vereist op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Deze beleidsregels voorzien daarin. De beleidsregels stellen de rangschikkingscriteria vast, beschrijven de aanvraagprocedure en borgen de gelijke behandeling van gemeentelijke en andere projecten. Verhouding tot andere regelgeving De beleidsregels zijn vastgesteld op grond van: •Artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet: het college is bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten. •Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht: een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid. •De artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026: het ACM-prioriteringskader stelt eisen aan de verdeling van transportcapaciteit in congestiegebieden en de gemeentelijke rol. •Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek: een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, mag niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiek recht. Hieruit vloeit de verplichting voort het gelijkheidsbeginsel in acht te nemen bij privaatrechtelijk handelen. De beleidsregels geven op gemeentelijk niveau invulling aan de werkwijze ‘Eerder aanvragen’. Zij beperken zich tot woonbehoefte en onderwijsvoorzieningen voor zover de gemeente daarvoor binnen deze werkwijze een transportverzoek en, indien van toepassing, een prioriteringsverzoek kan indienen. De beleidsregels vormen geen integraal gemeentelijk prioriteringskader voor alle ontwikkelingen waarvoor transportcapaciteit benodigd is. Andere functies en ontwikkelingen, waaronder maatschappelijk vastgoed, zorgvastgoed, MKB en industrie, kunnen afhankelijk van hun functie onder het landelijke prioriteringskader vallen. De netbeheerder beoordeelt de uiteindelijke prioriteit. Deze beleidsregels regelen welke woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten de gemeente vroegtijdig voordraagt, of zij daarbij ook een prioriteringsverzoek indient en hoe de projecten op de gemeentelijke lijsten onderling worden geordend. VNG-modelbeleidsregels Bij het opstellen van deze beleidsregels is gebruikgemaakt van de VNG-modelbeleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten. In afwijking van het VNG-model zijn onderwijshuisvestingsprojecten aan het toepassingsbereik toegevoegd en is bij de bepaling van het maatschappelijk belang rekening gehouden met de bijzondere versterkingsopgave als gevolg van de gaswinning binnen de gemeente Eemsdelta. Daarnaast wordt een aanvullende lijst gehanteerd voor projecten waarvoor het transportdossier tijdig volledig is, maar waarvoor de gemeente geen prioriteringsverzoek indient. Hierdoor kan voor deze projecten wel vroegtijdig een transportverzoek worden ingediend, terwijl de initiatiefnemer een eventueel prioriteringsverzoek op een later moment zelf kan indienen. Inspraak Bij het opstellen van deze beleidsregels is geen inspraakprocedure gevolgd. De aansprakelijkheidsrisico’s voor de gemeente als gevolg van het niet tijdig vaststellen van beleidsregels met betrekking tot de aanvraag van prioriteit voor transportcapaciteit maken dat sprake is van spoedeisend belang bij het vaststellen van deze beleidsregels, waardoor inspraak niet kon worden afgewacht. Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel 1. Definities De begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Energiewet en de Systeemcode elektriciteit 2026. De in die regelingen gedefinieerde begrippen worden dan ook niet opnieuw gedefinieerd in deze beleidsregels. Civielrechtelijke overeenkomst De definitie van 'civielrechtelijke overeenkomst' volgt de bewijslastcriteria van tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. Project De definitie van ‘project’ volgt tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026. Onder project worden voor toepassing van deze beleidsregels zowel woningbouwprojecten als onderwijshuisvestingsprojecten verstaan. Voor onderwijs gaat het om de onderwijsvoorzieningen die binnen tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 vallen en waarvoor de gemeente bevoegd is een prioriteringsverzoek in te dienen. Als een project meerdere fases bevat dan wordt elke fase op grond van deze definitie als afzonderlijk project beschouwd. Dit sluit aan bij de systematiek van de Systeemcode elektriciteit 2026, op basis waarvan voor elke fase een afzonderlijke aanvraag wordt ingediend. Volgordelijst De definitie van 'volgordelijst' sluit aan bij het prioriteringskader van artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit en de werkwijze 'Eerder aanvragen' zoals beschreven in de VNG-ledenbrief lbr-26-010 (april 2026). Aanvullende lijst De aanvullende lijst bevat projecten waarvoor het transportdossier volledig is, maar waarvoor de gemeente geen prioriteringsverzoek indient. Deze projecten worden afzonderlijk geordend. Plaatsing op de aanvullende lijst houdt geen gemeentelijke rangschikking naar maatschappelijk belang in en geeft geen aanspraak op prioriteit bij de netbeheerder. Artikel 2. Toepassingsbereik Door het toepassingsbereik helder af te bakenen wordt voorkomen dat deze beleidsregels worden toegepast op situaties waarvoor zij niet zijn geschreven. De gemeente vervult bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ een intermediaire rol tussen netbeheerder en initiatiefnemers. Artikel 2 ziet op woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten die kunnen worden opgenomen op de volgordelijst of de aanvullende lijst. Op de volgordelijst worden projecten geplaatst waarvoor de gemeente zowel het transportverzoek als het prioriteringsverzoek indient. Op de aanvullende lijst worden projecten geplaatst waarvoor de gemeente uitsluitend het transportverzoek indient. De regels hebben daarmee ook betrekking op de keuze om een project niet op een van beide lijsten te plaatsen. De gemeente gaat uiteraard niet over de wijze waarop een buurgemeente haar bevoegdheden uitoefent. Op het moment dat een project de gemeentegrens overschrijdt, treedt de gemeente daarom in overleg met de buurgemeente om af te stemmen wie het prioriteringsverzoek in zal dienen bij de netbeheerder. Uitgangspunt voor de inzet daarbij is dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst en het prioriteringsverzoek indient. Artikel 3. Doel De rol die de gemeente heeft op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 betreft het uitoefenen van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Het gaat om het contracteren van transportcapaciteit met de netbeheerder. Dit is het sluiten van een overeenkomst. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht is geen sprake. Besluiten ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn uitgesloten van de mogelijkheid van bezwaar en beroep (artikel 8:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). Eventuele conflicten zullen aan de civiele rechter moeten worden voorgelegd. De gemeente oefent de bevoegdheid tot het aanvragen van transportcapaciteit bij de netbeheerder uit als een privaatrechtelijke bevoegdheid en is daarbij gebonden aan de beginselen van behoorlijk bestuur op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, de wettelijke grondslag van het gelijkheidsbeginsel in de Didam-jurisprudentie. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur De Hoge Raad heeft in het Didam-I arrest (26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778) bepaald dat overheden bij vervreemding van onroerend goed het gelijkheidsbeginsel in acht moeten nemen en gelijke kansen aan potentiële gegadigden moeten bieden. In het Didam-II arrest (15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661) heeft de Hoge Raad deze lijn aangescherpt en de toepassing van de beginselen van behoorlijk bestuur – waaronder zorgvuldigheid, gelijkheid, evenredigheid en motivering – ook buiten de context van gronduitgifte bevestigd. Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk wetboek bepaalt dat een bevoegdheid krachtens burgerlijk recht niet mag worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven recht. De gemeente handelt bij het aanvragen van prioriteit en transportcapaciteit privaatrechtelijk, maar is desondanks als bestuursorgaan gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het gelijkheidsbeginsel verplicht de gemeente niet tot een formele aanbesteding, maar wel tot een openbare, transparante procedure met vooraf bekendgemaakte, objectieve en toetsbare criteria. Afwijking is slechts gerechtvaardigd als slechts één gegadigde in aanmerking kan komen (de 'unieke gegadigde'-uitzondering), en dit moet vooraf gemotiveerd en gepubliceerd worden. Uitwerking De beleidsregels hebben tot doel uitwerking te geven aan deze plichten. Zo dragen deze beleidsregels bij aan de realisatie van woningen en onderwijshuisvesting in congestiegebieden binnen de kaders waaraan de gemeente moet voldoen. Artikel 4. Gelijke behandeling projecten De gelijke behandeling van gemeentelijke en private projecten is een cruciaal element van de Didam-doctrine. Artikel 4 borgt het gelijkheidsbeginsel door expliciet te bepalen dat gemeentelijke projecten niet worden bevoordeeld en dat de gemeente transparant is over de motivering van de rangorde van eigen projecten ten opzichte van projecten van projectontwikkelaars. Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst of aanvullende lijst Het bieden van een transparante procedure, door vooraf kenbaar te maken wanneer een verzoek kan worden ingediend, vormt een belangrijk element van de gelijke behandeling. Artikel 5 maakt het proces en de termijnen vooraf kenbaar en onderscheidt twee routes. Een project met een volledig transport- en prioriteringsdossier kan op de volgordelijst worden geplaatst. Is het transportdossier tijdig volledig maar het prioriteringsdossier niet, dan wordt het project op de aanvullende lijst geplaatst en dient de gemeente uitsluitend het transportverzoek in. Door de aanvraagperiode direct te koppelen aan de publicatie van de beleidsregels is voor iedere projectontwikkelaar onmiddellijk duidelijk wanneer een verzoek kan worden ingediend. Door het benoemen van een concrete einddatum kan er ook geen misverstand bestaan over voor welke datum het verzoek moet worden ingediend om in aanmerking te komen voor plaatsing op de volgordelijst op basis waarvan de gemeente het verzoek om prioritering in zal dienen. De gemeente gaat uitsluitend een inspanningsverplichting aan jegens de projectontwikkelaar. Bij een resultaatsverplichting zou de gemeente instaan voor de daadwerkelijke toewijzing van transportcapaciteit, waarbij aansprakelijkheid op grond van wanprestatie open zou staan bij niet levering. Dat is niet mogelijk, nu niet de gemeente, maar de netbeheerder daarover gaat. Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar Een helder aanvraagproces is essentieel voor een rechtmatige uitvoering. Artikel 6 regelt daarom de aanvraagprocedure en bepaalt de informatiestroom tussen de projectontwikkelaar en de gemeente die de basis vormt voor de rangschikking. Voor de aanvraag van transportcapaciteit en prioritering moeten gemeenten zorgen voor een volledig projectdossier dat kan worden ingediend bij de netbeheerder. Van de projectontwikkelaar die de gemeente verzoekt om een project op de prioriteringslijst te zetten met het oog op het doen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek wordt verwacht dan hij daartoe de noodzakelijke informatie aanlevert. De gemeente stelt met het oog hierop een standaardaanvraagformulier beschikbaar waarin alle vereiste gegevens worden gevraagd. Dit formulier is te vinden op de gemeentelijke website en bevat tevens het in artikel 13, derde lid genoemde akkoord met de van toepassing zijnde bepalingen omtrent de rechtsbescherming. Aanvraag transportcapaciteit Een volledig projectdossier bevat voor het onderdeel transportcapaciteit ten minste: a.naam, contactgegevens en rechtsvorm van de gemeente, dan wel naam, contactgegevens en rechtsvorm van de projectontwikkelaar; b.omschrijving en locatie van het project, onder vermelding van het type bouw (hoogbouw, laagbouw of een combinatie) en de geografische begrenzing van het projectgebied (bij voorkeur als polygoon); c.voor woningbouw: het verwachte totale aantal en type woningen (sociaal, middenhuur, koop); voor onderwijshuisvesting: het type onderwijsvoorziening, de omvang van de voorziening en de relevante capaciteit/gebruikseenheden; d.de verwachte elektrische belasting van het project, omvattende: 1.het aantal en de grootte (doorlaatwaarde) van de benodigde aansluitingen, uitgesplitst naar wooneenheden, collectieve voorzieningen en onlosmakelijk verbonden activiteiten; 2.de op planniveau gehanteerde wijze van verwarmen, als meest bepalende factor in de netbelasting; 3.de gewenste datum van de definitieve aansluitingen, uitgesplitst per projectfase en met een maximale loopduur van tien jaar na datum van indiening. Aanvragen van prioritering volgens het prioriteringskader Een volledig projectdossier bevat voor de aanvraag van prioritering (overeenkomstig tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026) de volgende bewijsstukken die per subfunctie als volgt zijn vereist: Woningbouw — algemeen: 1.Bestuursverklaring (zie artikel 5); 2.Civiele overeenkomst gemeente–ontwikkelaar (primair) óf omgevingsplan (fallback); 3.Optioneel: aanvullende bestuursverklaring (artikel 7.21, vierde lid, van de Systeemcode Elektriciteit 2026) + bewijsstuk bij kleinschalige activiteiten/collectieve voorzieningen. Woningbouw — collectieve woonvormen: 1.Bestuursverklaring (zie artikel 5); 2.Overeenkomst over collectieve woonvorm (primair) óf omgevingsplan (fallback). Verder is van belang: 1.Een verklaring afgegeven door de projectontwikkelaar over de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens, ondertekend door een bevoegde vertegenwoordiger van de projectontwikkelaar, welke de gemeente vrijwaart voor aansprakelijkheden van onjuiste informatie jegens de netbeheerder; 2.Een verklaring afgegeven door de projectontwikkelaar over dat hij instemt met de op de procedure van toepassing zijnde rechtsbescherming, en dat zij hierbij expliciet akkoord gaat met de vervaltermijnen conform artikel 13; 3.Een verklaring dat het gaat om een inspanningsverplichting van de gemeente tot het aanvragen van prioritering en transportcapaciteit, niet een resultaatsverplichting; en 4.Indien voor het project op grond van de Omgevingswet een instructie als bedoeld in artikel 2.33 van de Omgevingswet is gegeven door gedeputeerde staten van de provincie, dan wel het project valt onder instructieregels van de provinciale omgevingsverordening (artikel 2.22 jo. artikel 2.6 van de Omgevingswet), of voor het project een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44 van de Omgevingswet door de provincie is genomen, dient de aanvrager bij het projectdossier aan te tonen dat het project in overeenstemming is met deze provinciale besluiten dan wel dat de vereiste afstemming met of toestemming van gedeputeerde staten heeft plaatsgevonden. Het projectdossier wordt ingediend via een webformulier op de gemeentelijke website. De gemeente bevestigt ontvangst van het dossier binnen twee werkdagen. Dit sluit aan bij de systematiek van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer. Een verzoek met een onvolledig transportdossier wordt niet in behandeling genomen. Is het transportdossier volledig maar het prioriteringsdossier onvolledig, dan wordt het verzoek wel in behandeling genomen en wordt het project op de aanvullende lijst geplaatst. Zolang de indieningstermijn niet is verstreken en de volgordelijst nog niet is vastgesteld, kan het prioriteringsdossier worden aangevuld; zodra dit dossier volledig is, kan het project alsnog op de volgordelijst worden geplaatst. Het is niet mogelijk om op basis van een al ingediend verzoek een ander project aan te dragen dan waarvoor het verzoek is gedaan. Daarvoor moet, conform de daarvoor geldende bepalingen een nieuw verzoek worden ingediend. Artikel 8. Bestuursverklaring De bestuursverklaring is het centrale bewijsstuk van het prioriteringsverzoek. Deze stelt de netbeheerder in staat te toetsen of het verzoek daadwerkelijk betrekking heeft op een prioriteitswaardige activiteit en of de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk en reëel is. Zonder deugdelijk ingevulde bestuursverklaring is het verzoek incompleet en zal de netbeheerder de aanvraag afwijzen. De elementen in artikel 8 zijn cumulatief: alle onderdelen moeten zijn opgenomen. De eisen komen overeen met de eisen die zijn opgenomen in artikel 7.21, derde en vierde lid van de Systeemcode Elektriciteit 2026. De Systeemcode Elektriciteit 2026 stelt dat partijen in de bestuursverklaring moeten onderbouwen dat de gevraagde transportcapaciteit nodig is voor de uitoefening van hun geprioriteerde taken, dat de capaciteit noodzakelijk is om te starten, en dat de activiteit op korte termijn na toekenning zal aanvangen. De elementen uit artikel 8 corresponderen rechtstreeks met deze Systeemcode Elektriciteit 2026-vereisten. Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst De prioriteringscriteria vormen de kern van deze beleidsregels. Zij bepalen de volgorde op de volgordelijst en dienen objectief, toetsbaar en redelijk te zijn. Dit zijn de drie eisen die de Didam-jurisprudentie stelt aan selectiecriteria. Artikel 9 werkt de prioritering uit in vier achtereenvolgende stappen. Elke volgende stap is uitsluitend van toepassing wanneer de voorgaande stap geen onderscheid oplevert. Stap 1 – Start bouw Projecten met een eerder geplande maand van start bouw staan hoger op de volgordelijst dan projecten met een latere start bouw. Het gaat hier niet om een wens, maar om een start bouwmaand die is onderbouwd met: een planning, een overeenkomst, subsidievoorwaarden of een vergunning planning. De bewijsstukken moeten de opgegeven start bouwdatum concreet en plausibel maken, op basis van bewijsstukken zoals opgesomd in de rangorde van stap 2. Een omgevingsplan of BOPA zonder verdere planningsonderbouwing volstaat in de regel niet om een specifieke start bouwmaand te staven. Een combinatie van een civielrechtelijke overeenkomst met een planning, subsidieafspraken of vergunningsconditie biedt dat wel. De gemeente beoordeelt per geval of de bewijsstukken de opgegeven datum afdoende onderbouwen. Stap 2- Projectrijpheid Stap 2 is gebaseerd op de planologische en de privaatrechtelijke positie van het project. De rangschikking weerspiegelt de mate van realisatiezekerheid: hoe concreter de positie, hoe groter de kans dat de aangevraagde transportcapaciteit ook daadwerkelijk en tijdig wordt benut. De hiërarchie van de bewijsstukken berust op de planologische zekerheid en de privaatrechtelijke binding. Voor de rangschikking zijn drie soorten bewijsstukken relevant: de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, de civielrechtelijke overeenkomst en het onherroepelijk omgevingsplan of de onherroepelijke vergunning voor een BOPA. Elk bewijsstuk vertegenwoordigt een andere mate van zekerheid over de realisatie van het project. Een project wordt ingedeeld in de hoogste subcategorie waaraan het de vereiste bewijsstukken kan overleggen. Voldoet een project aan meerdere subcategorieën tegelijk, dan geldt de hoogste. De gemeente motiveert de indeling per project transparant. Een anterieure overeenkomst, koopovereenkomst of exploitatieovereenkomst die voor 1 juli 2026 is gesloten, verleent geen automatisch recht op transportcapaciteit en levert evenmin een bevoorrechte positie op de volgordelijst op. Dergelijke overeenkomsten worden voor de toepassing van stap 2 gelijkgesteld met andere civielrechtelijke overeenkomsten die na 1 juli 2026 zijn gesloten. Zij kunnen bijdragen aan de projectrijpheidonderbouwing, maar worden beoordeeld aan de hand van dezelfde rangorde als overeenkomsten die na inwerkingtreding zijn gesloten. Onder categorie 6 onder stap 2 worden projecten bedoeld met de volgende bewijsstukken: - Overeenkomst tussen gemeente en het Rijk over rijkssubsidies voor woningbouw. - Prestatieafspraken tussen gemeenten en woningcorporaties. - College- of raadsbesluit met gemeente als initiatiefnemer voor woningbouwontwikkeling. Stap 3 – Maatschappelijk belang Nadat projecten op basis van start bouw en projectrijpheid zijn gerangschikt, wordt binnen de resterende onderverdeling rekening gehouden met het maatschappelijk belang. De gemeente Eemsdelta kent daarbij bijzonder gewicht toe aan onderwijshuisvesting en aan woningbouwprojecten die aantoonbaar noodzakelijk zijn voor de uitvoering of voortgang van de versterkingsopgave als gevolg van de gaswinning. Onderwijshuisvesting dient een wettelijke gemeentelijke verantwoordelijkheid en voorziet in een essentiële maatschappelijke basisbehoefte. De versterkingsopgave heeft binnen Eemsdelta een uitzonderlijk karakter en is nauw verweven met de woningbouw- en gebiedsontwikkelingsopgave. Vertraging van woningbouw die noodzakelijk is voor vervangende nieuwbouw, herhuisvesting of een samenhangende gebiedsgerichte versterkingsaanpak kan tevens de voortgang van de versterking en de terugkeer of herhuisvesting van bewoners belemmeren. Onderwijshuisvestingsprojecten en versterkingsgerelateerde woningbouwprojecten worden binnen deze stap daarom als gelijkwaardige zwaarwegende maatschappelijke belangen behandeld. Binnen de daarna resterende onderverdeling van woningbouwprojecten wordt rekening gehouden met transformatie van locaties met een onwenselijke activiteit, het aandeel betaalbare woningen en huisvesting van bijzondere doelgroepen. De gemeente acht het van belang om het maatschappelijk belang van een project een rol te geven bij de verdere rangschikking van gelijkwaardige aanvragen, nadat stap 1 en stap 2 geen onderscheid hebben opgeleverd. Stap 4 – Datum van oplevering Stap 4 is van toepassing wanneer na toepassing van de eerdere stappen nog geen onderscheid bestaat. De verwachte maand waarop het project wordt opgeleverd biedt de laatste onderscheiding tussen gelijkwaardige projecten. Een eerder verwacht tijdstip van oplevering geeft een sterkere aanwijzing dat de toegewezen transportcapaciteit ook daadwerkelijk en snel wordt benut. Dit sluit aan op het doel van het ACM-prioriteringskader: transportcapaciteit wordt toegewezen aan de partij die die capaciteit het eerst benut. Een project dat eerder zijn eerste woningen oplevert, doet al eerder een beroep op het net. Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst Loting als tiebreaker is noodzakelijk om te voorkomen dat gelijke gevallen ongelijk worden behandeld. De overgangsperiode bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ brengt een specifiek risico mee: als alle projecten gelijktijdig worden ingediend en de selectiecriteria geen onderscheid bieden, kan loting als enige objectieve methode gelden. Loting is een door de rechtspraak erkende en objectieve methode bij gelijkwaardigheid van aanvragen. De openbaarheid van de loting is vereist om de transparantie te waarborgen en bezwaren te voorkomen. De trekking kan digitaal uitgevoerd worden door een onafhankelijk systeem in aanwezigheid van een onafhankelijke getuige. De onafhankelijke getuige hoeft niet een notaris te zijn. De aanwezigheid van een onafhankelijke getuige neemt elke schijn van partijdigheid van de gemeente weg. De uitslag moet vastgelegd worden in een officieel proces-verbaal. Alle deelnemers worden individueel geïnformeerd over de uitslag en krijgen transparantie over hoe het proces is verlopen. Zij worden ook uitgenodigd om de loting bij te wonen. Artikel 12. Bekendmaking volgordelijst en aanvullende lijst De publicatietermijn van twee weken vóór de datum van indiening door de gemeente is afgestemd op de bezwaartermijn van artikel 13. Aanvragers hebben tien kalenderdagen na bekendmaking van de volgordelijst om bezwaar te maken. De resterende dagen binnen de twee-wekentermijn bieden de gemeente de benodigde verwerkingstijd om eventuele correcties naar aanleiding van bezwaar door te voeren en de definitieve volgordelijst in te dienen. Artikel 13. Rechtsbescherming Het aanvragen van transportcapaciteit is een privaatrechtelijke rechtshandeling van de gemeente op grond van artikel 160, eerste lid, onderdeel d, van de Gemeentewet. De plaatsing en rangschikking op de volgordelijst en aanvullende lijst zijn handelingen ter voorbereiding daarvan. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht is daarom geen sprake en bestuursrechtelijk bezwaar en beroep staan niet open. Om initiatiefnemers wel een korte mogelijkheid te bieden om de toepassing van de beleidsregels te laten heroverwegen, voorziet artikel 13 in een interne klacht-/heroverwegingsprocedure, gevolgd door de mogelijkheid van een kort geding bij de civiele rechter. De bezwaartermijn van tien kalenderdagen wijkt bewust af van de twintig-dagentermijn die in het aanbestedingsrecht geldt. Tien kalenderdagen is voldoende, omdat aanvragers voorafgaand aan indiening volledig zijn geïnformeerd over de selectiecriteria en de rangschikkingsmethode, en omdat het spoedeisende belang van de werkwijze 'Eerder aanvragen' — in het bijzonder de deadline van 1 oktober 2026 — een compacte procedure vereist die tijdige indiening van prioriteringsverzoeken bij de netbeheerder niet in gevaar brengt. Hierdoor krijgen aanvragers een concrete termijn om hun positie te beoordelen en zo nodig bezwaar te maken, zonder dat de procedure onnodig lang blokkerende werking heeft op de indiening bij de netbeheerder. Artikel 15, eerste lid, verankert die standstill. Het tweede en derde lid introduceren een contractuele vervaltermijn voor twee onderscheiden rechtsmiddelen: het bezwaar bij de gemeente en de kortgedingprocedure bij de civiele rechter. Het recht op bezwaar bij de gemeente vervalt tien kalenderdagen na bekendmaking van de volgordelijst, tien kalenderdagen hierna vervalt het recht om een kortgedingprocedure aanhangig te maken. De contractuele grondslag maakt de termijn robuuster dan een eenzijdig door de gemeente vastgestelde termijn: zij berust op de wilsovereenstemming van de aanvrager, zodat een beroep op rechtsverwerking wegens het niet-tijdig aanwenden van een rechtsmiddel een sterkere basis heeft. De VNG Handreiking Toepassing Didam-regels in de gemeentelijke gronduitgiftepraktijk beveelt een dergelijke constructie aan. Artikel 14. Wijziging en intrekking positie op de lijsten De positiebepaling op de volgordelijst en de aanvullende lijst is een handeling ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling; van een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is geen sprake. Een volgordepositie wordt toegekend op basis van de informatie en het programma die de projectontwikkelaar op het moment van indiening heeft aangeleverd, of waarover de gemeente bij eigen projecten zelf over beschikt. De limitatieve gronden in het eerste lid kunnen rechtvaardigen dat de gemeente de positie herziet. Intrekking of wijziging op andere gronden vindt niet plaats. Relevante wijzigingen zijn wijzigingen die van invloed zijn op de plaatsing op de volgordelijst, zoals bijvoorbeeld het moment van start bouw. Over de wijziging in rangorde wordt transparant gecommuniceerd. Uiteraard kan wijziging alleen plaatsvinden voor zolang de volgordelijst nog niet is ingediend bij de netbeheerder. Op het moment dat de lijst is ingediend ligt de verdere verantwoordelijkheid bij de netbeheerder en kan die, op grond van de hem toekomende bevoegdheden, naar bevinden handelen. Hier speelt ook mee dat een wijziging die meer transportcapaciteit of een andere locatie vergt, op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 kwalificeert als een nieuw verzoek en daarmee de bestaande prioriteitspositie doet vervallen. Artikel 15. Indienen verzoek conform volgordelijst en aanvullende lijst Het indienen van de transportverzoeken en, voor projecten op de volgordelijst, de prioriteringsverzoeken vormt het sluitstuk van de gemeentelijke procedure. Voor projecten op de aanvullende lijst dient de gemeente uitsluitend het transportverzoek in. De gemeente volgt bij de indiening de vastgestelde volgorde van de betreffende lijst en wacht de in artikel 13 opgenomen reactietermijn af. Met het indienen van een transportverzoek en een prioriteringsverzoek bij de netbeheerder gaat de gemeente financiële verplichtingen aan jegens de netbeheerder. Er moet namelijk een aanbetaling worden gedaan. Hiervoor is financiële dekking noodzakelijk. Deze dekking kan bestaan uit het feit dat een bij het project betrokken projectontwikkelaar zich verbindt tot het voldoen van deze kosten en daarvoor materiële zekerheid stelt, zodat de gemeente geen financieel risico loopt. Anders moet de gemeente voor het aangaan van deze verplichting financiële dekking hebben op de begroting. Het budgetrecht ligt namelijk bij de gemeenteraad. Deze financiële dekking kan verwerkt zijn binnen de begroting van het project of op basis van een andere begrotingspost waarmee de raad hiervoor middelen beschikbaar heeft gesteld. Deze bepaling betreft dan ook een financieringsvoorbehoud met betrekking tot het indienen van verzoeken bij de netbeheerder De netbeheerder hanteert op grond van artikel 7.22, eerste lid, aanhef en onder b, van de Systeemcode elektriciteit 2026 voor de behandeling van de van gemeenten afkomstige verzoeken de volgorde op basis van volgorde van binnenkomst. Om te voorkomen dat eerst alle prioriteringsverzoeken van één gemeente, die toevallig het snelste is met indienen, bovenaan de volgordelijst van de netbeheerder komen te staan is gekozen voor afstemming met de andere gemeenten in het congestiegebied. Op deze wijze komt er binnen het congestiegebied een integrale volgordelijst tot stand. Aangezien dit het uitvoeringsproces van indiening betreft is dit in de beleidsregels niet nader uitgewerkt.

Meer informatie