Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Kampen
Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Kampen Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kampen tot vaststelling van de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Kampen Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Kampen Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kampen; gelezen het voorstel met kenmerk 45098-2026; gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet, artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en de artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3, van de Systeemcode elektriciteit 2026; besluit vast te stellen de volgende beleidsregels: Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Kampen Artikel 1 Definities In deze beleidsregels wordt verstaan onder: -bestuursverklaring: door of namens het college afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode Elektriciteit 2026; -BOPA: buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, zijnde een activiteit, inhoudende: a.een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of b.een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan; -civielrechtelijke overeenkomst: koopovereenkomst, anterieure overeenkomst, erfpachtovereenkomst of ieder andere overeenkomst als bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 waaruit blijkt dat het project binnen een bepaalde tijd start; -college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kampen; -congestiegebied: gebied binnen de gemeente waarvoor de netbeheerder heeft vastgesteld dat de transportcapaciteit op het elektriciteitsnet ontoereikend is als bedoeld in artikel 7.18 van de Systeemcode Elektriciteit 2026; -netbeheerder: distributiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet die het distributiesysteem voor elektriciteit beheert in het congestiegebied; -project: realisatie van een basisbehoefte, zijnde de functie woonbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026; -projectlocatie: locatie waar het project zal worden ontwikkeld; -projectontwikkelaar: een rechtspersoon, stichting, vereniging of natuurlijke persoon die een project realiseert of initieert; -prioriteringsverzoek: verzoek om prioriteit bij de toewijzing van transportcapaciteit als bedoeld in artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit 2026; -projectdossier: geheel van documenten ter onderbouwing van een prioriteringsverzoek en transportverzoek; -transportcapaciteit: capaciteit voor het transport van elektriciteit op het distributienet; -transportverzoek: verzoek tot het verzorgen van transport van elektriciteit als bedoeld in artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet; -volgordelijst: de door de gemeente vastgestelde rangordelijst van woningbouwprojecten conform tabel 3 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026, waarvoor de gemeente prioriteringsverzoeken indient bij de netbeheerder. Artikel 2 Toepassingsbereik 1.Deze beleidsregels zijn van toepassing op de plaatsing van projecten op de volgordelijst waarvoor de gemeente bevoegdheid heeft gekregen aanvraag te doen. Het gaat daarbij zowel om projecten van projectontwikkelaars als om projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert, projectontwikkelaars kunnen nog een zelfstandige bevoegdheid hebben om rechtstreeks bij de netbeheerder zelf een aanvraag in te dienen met prioriteit. 2.Als een project de gemeentegrens overschrijdt treedt de gemeente in overleg met de betreffende buurgemeente over wie het project opneemt op haar volgordelijst, waarbij de hoofdregel geldt dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst. 3.Deze beleidsregels zijn geldig tot 1 november 2026. Artikel 3 Doel Deze beleidsregels hebben tot doel: a.het uitwerken van de gemeentelijke bevoegdheid tot eerder aanvragen van transportcapaciteit en prioritering zoals aan de gemeente toegewezen in de Systeemcode Elektriciteit 2026; b.het bijdragen aan de realisatie van woonbehoefte in congestiegebieden, in uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor voldoende woongelegenheid, die de grondslag vormt voor de opname van woonbehoefte in categorie 3 van het prioriteringskader van de Systeemcode Elektriciteit 2026; c.het waarborgen van een transparante, gelijke, objectieve en niet-discriminatoire verdeling van posities op de volgordelijst, in overeenstemming met de Didam-jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661); d.het beperken van aansprakelijkheidsrisico's voor de gemeente als aanvrager van transportcapaciteit bij de netbeheerder, in het bijzonder het risico van schadevergoedingsclaims wegens ongelijke behandeling van projectontwikkelaars; en e.het bieden van rechtszekerheid over de wijze waarop de gemeente haar bevoegdheid als aanvrager van prioritering van transportcapaciteit uitoefent. Artikel 4 Gelijke behandeling projecten 1.Een project waarbij de gemeente zelf opdrachtgever is, wordt op basis van dezelfde regels beoordeeld als projecten van projectontwikkelaars. 2.Een gemeentelijk project geniet geen voorrangspositie, tenzij een hogere positie op grond van de prioriteringsregels dit rechtvaardigt. 3.De gemeente motiveert op transparante wijze de positie van gemeentelijke projecten op de volgordelijst. Artikel 5 Procedure verzoek opname volgordelijst 1.Vooruitlopend op de vaststelling van deze beleidsregels heeft de gemeente initiatiefnemers in de gelegenheid gesteld een verzoek in te dienen voor plaatsing van hun project op de volgordelijst. 2.De periode voor het indienen van een verzoek tot plaatsing van een project op de volgordelijst liep van 16 juli tot en met 14 augustus 2026. 3.Opname van een project op de volgordelijst resulteert in een inspanningsverplichting van de gemeente om zich aantoonbaar in te spannen om transportcapaciteit voor het betreffende project te verkrijgen bij de netbeheerder, zonder dat de gemeente de beschikbaarheid of toewijzing van prioritering en transportcapaciteit garandeert. Artikel 6 Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar 1.De projectontwikkelaar is verantwoordelijk voor het aanleveren van een volledig projectdossier van een project, 2.Na vaststelling van de beleidsregels verzoekt de gemeente aan de projectontwikkelaar om de voor het opstellen en indienen van de volgordelijst benodigde informatie voor het projectdossier binnen een week aan te leveren, waarbij de ontwikkelaar voor het indienen van het verzoek gebruik maakt van de daartoe beschikbaar gestelde formulieren. 3.De gemeente stuurt na ontvangst direct een ontvangstbevestiging van het verzoek. 4.Een verzoek dat onvolledig is, wordt niet in behandeling genomen. 5.Toewijzing op de volgordelijst is project en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie. Artikel 7 Opname op de volgordelijst van eigen projecten 1.De gemeente zorgt voor een volledig projectdossier van een project dat zij initieert of realiseert voor opname op de volgordelijst. 2.Toewijzing op de volgordelijst is project en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie. Artikel 8 Bestuursverklaring Ten behoeve van een verzoek om prioriteit als bedoeld in deze beleidsregels wordt een bestuursverklaring overgelegd. De bestuursverklaring maakt onderdeel uit van het projectdossier en voldoet aan de vereisten, bedoeld in artikel 7.21 en bijlage 3, tabel 4, van de Systeemcode Elektriciteit 2026. Artikel 9 Rangordebepaling volgordelijst De gemeente bepaalt de rangorde op de volgordelijst stapsgewijs op basis van de volgende stappen en legt de uitkomst daarvan schriftelijk vast: Stap 1: Start bouw Als eerste stap vindt een rangschikking plaats op basis van de maand van start bouw, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de bouw eerder start. Hierbij moet de maand van start bouw voldoende concreet zijn onderbouwd. Stap 2: Afwegingskader projecten Na afronding van stap 1 past de gemeente het afwegingskader toe op de woningbouwprojecten die voldoen aan de voorwaarden van het ACM-prioriteringskader. Op basis hiervan worden de projecten gerangschikt per startjaar van de bouw. Criterium Onderdeel Score / toelichting Max. punten A. Projectrijp Totaal criterium A Maximaal te behalen score voor projectrijpheid. 40 Beschikkingsmacht over projectlocatie en privaatrechtelijke bevoegdheid tot aanvang woningbouwproject In welke mate heeft de ontwikkelaar of initiatiefnemer beschikking over de projectlocatie: De ontwikkelaar of initiatiefnemer beschikt direct of indirect over het eigendom over de volledige projectlocatie en heeft de privaatrechtelijke bevoegdheid om aan te vangen met zijn woningbouwproject – 10 punten De ontwikkelaar of initiatiefnemer beschikt direct of indirect over de eigendom van een deel van de projectlocatie of van een aandeel in de projectlocatie en heeft de privaatrechtelijke bevoegdheid om aan te vangen met zijn woningbouwproject – 7 punten De ontwikkelaar of initiatiefnemer beschikt niet over de projectlocatie, maar heeft wel een overeenkomst gesloten met derden waardoor hij de privaatrechtelijke bevoegdheid heeft zijn woningbouwproject op de projectlocatie aan te vangen – 5 punten De ontwikkelaar beschikt al dan niet over de projectlocatie, maar heeft nog géén bindende privaatrechtelijke afspraken gemaakt waardoor hij zijn woningbouwproject op de projectlocatie mag aanvangen – 0 punten 10 Bestemmingsplan / omgevingsplan / BOPA onherroepelijk Zo ja: 15 punten, vastgesteld, maar niet onherroepelijk: 10 punten. Ontwerp-omgevingsplan / BOPA gepubliceerd, maar zienswijzeperiode loopt nog: 5 punten. Zo nee 0 punten 15 Behoud en hergebruik van bestaande aansluiting(en) Behoud en hergebruik van bestaande aansluiting(en), waardoor minder nieuwe netinfrastructuur nodig is. Ja: 5 punten. Nee: 0 punten. 5 Stikstofrisico Is een natuurvergunning noodzakelijk met het oog op stikstofdepositie? Nee: 5 punten. Ja, en de natuurvergunning is verleend: 5 punten. Ja, maar de natuurvergunning is nog niet verleend: 0 punten. 5 Obstakelrisico’s Er is geen publiekrechtelijke of fysieke belemmering waarvan objectief kan worden vastgesteld dat deze realisatie binnen vijf jaar onmogelijk maakt. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan: -hoogwaterveiligheid; -drinkwaterbescherming; -ernstige bodemverontreiniging; -provinciale instructieregels. 5 B. Wonen: maatschappelijk belang en aansluiting gemeentelijke woon Totaal criterium B Maximaal te behalen score voor maatschappelijk belang en aansluiting op de gemeentelijke woonvisie. 40 Herontwikkeling, inbreiding of transformatie Het project betreft herontwikkeling van een bestaande niet-woonfunctie naar woningbouw of betreft een binnenstedelijke inbreidingslocatie. Inbreiding/verdichting binnenstedelijk of transformatie vrijkomende agrarische bebouwing: Zo ja: 5 punten, zo nee: 0 punten. 5 Aandeel sociale huur Minder dan 20%: 0 punten. Tussen 20% en 30%: 5 punten. 30% of meer: 10 punten. 10 Aandeel betaalbaar, inclusief sociale en middenhuur Minder dan 50%: 0 punten. Meer dan 50%: 5 punten. Meer dan 66%: 10 punten. 10 Subsidierisico’s Project beschikt over een onherroepelijke subsidiebeschikking waarbij realisatie binnen een vastgestelde termijn verplicht is. Zo ja: 10 punten. Zo ja, maar de subsidie vervalt niet aantoonbaar bij vertraging: 5 punten. Nee: 0 punten. Subsidies die meetellen zijn onder meer: -Woningbouwimpuls (WBI); -Woningbouw op Korte Termijn (WoKT); -Gebiedsbudget; -Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT); -Stimuleringsregeling Zorggeschikte Woningen (SZGW); -Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting (SOO); -Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen (RHA); -Langer zelfstandig wonen, provincie Overijssel; -Betaalbaar wonen in kleine steden of dorpen, provincie Overijssel. 10 Stimulering seniorenhuisvesting en collectief particulier opdrachtgever Ten minste 25% van het project bevat nultredenwoningen voor senioren, of het project bevat een CPO-onderdeel. Ja: 5 punten. Nee: 0 punten. 5 C. Netimpact en flexibiliteit Totaal criterium C Maximaal te behalen score voor netimpact en flexibiliteit. 20 Collectieve maatregelen ter vermindering van piekbelasting op buurtniveau Geen collectieve netontlastende voorziening opgenomen: 0 punten. Ten minste één collectieve netontlastende voorziening die aantoonbaar piekbelasting vermindert: 5 punten. Minimaal twee collectieve netontlastende voorzieningen die aantoonbaar piekbelasting verminderen: 10 punten. Onder collectieve netontlastende voorzieningen worden verstaan: -buurtbatterij; -collectief energiebeheer (EMS); -collectieve laadvoorziening met load balancing; -collectief warmtesysteem / WKO; -lokaal energie-uitwisselingssysteem. 10 Individuele netontlastende maatregelen Minder dan 25% van de woningen beschikt over minimaal één individuele netontlastende maatregel: 0 punten. Tussen 25% en 75% van de woningen beschikt over minimaal één individuele netontlastende maatregel: 5 punten. Meer dan 75% van de woningen beschikt over minimaal één individuele netontlastende maatregel, of meer dan 50% van de woningen beschikt over minimaal twee van dergelijke maatregelen: 10 punten. Onder individuele maatregelen worden verstaan: -thuisbatterij; -woning-EMS; -slimme laadvoorziening voor EV; -warmwater- of warmtebuffer met actieve energiesturing; -bodemwarmtepomp. 10 Artikel 10 Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst 1.Als twee of meer projecten op basis van artikel 9 dezelfde positie behalen, bepaalt de gemeente de onderlinge volgorde door middel van een openbare loting. 2.De loting vindt plaats op een vooraf bekendgemaakte datum en locatie. 3.Betrokken projectontwikkelaars worden tijdig uitgenodigd om de loting bij te wonen. 4.De uitkomst van de loting is bindend. De gemeente legt de uitkomst schriftelijk vast. Artikel 11 Transparantie en motivering 1.De gemeente motiveert de vastgestelde volgordelijst transparant en toetsbaar door per project de toepassing van de stappen 1 en 2 en eventuele loting te vermelden. 2.Op verzoek van de projectontwikkelaar verstrekt de gemeente een schriftelijke toelichting op de positie die aan zijn project is toegekend. Artikel 12 Bekendmaking volgordelijst 1.De gemeente maakt de vastgestelde volgordelijst openbaar via de gemeentelijke website en het gemeenteblad en informeert de projectontwikkelaars die een verzoek hebben gedaan om te worden opgenomen op de volgordelijst hierover per email. 2.Op de gepubliceerde volgordelijst staat per project vermeld: de projectnaam, de locatie, het aantal woningen, en de positie op de lijst. Artikel 13 Wijziging en intrekking van de volgordepositie 1.De gemeente kan de positie van een project op de volgordelijst wijzigen of intrekken als: a.de projectontwikkelaar aantoonbaar onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt; b.het project naar het oordeel van de gemeente aantoonbaar niet meer voor realisatie in aanmerking komt; c.de projectontwikkelaar het project heeft gewijzigd en dit een herbeoordeling vergt; d.het project naar het oordeel van de gemeente onuitvoerbaar is geworden. 2.Een herbeoordeling na wijziging van het project kan betekenen dat het project een andere (hogere of lagere) plek op de volgordelijst zal krijgen. 3.De gemeente stelt de intrekking of wijziging vast en stelt de projectontwikkelaar hiervan onverwijld in kennis. 4.Wijzigen op grond van dit artikel is slechts mogelijk zolang de volgordelijst nog niet door de gemeente is ingediend bij de netbeheerder. Artikel 14 Indienen verzoek conform volgordelijst 1.De gemeente verzoekt de netbeheerder conform de positie op de volgordelijst het prioriteringsverzoek en transportverzoek in behandeling te nemen. 2.De gemeente stemt het indienen van de prioriteringsverzoeken af met de andere gemeenten binnen het congestiegebied met als doel dat de projecten in overeenstemming met hun rangorde op grond van de in artikel 9 en 10 genoemde criteria binnen het congestiegebied ook bovenaan de lijst van de netbeheerder komt. Artikel 15 Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie. Artikel 16 Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Kampen. Aldus vastgesteld in de vergadering van 24 augustus 2026.Burgemeester en wethouders van de gemeente Kampen,N.J. Middelbos, secretaris S. de Rouwe, burgemeester Toelichting bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kampen tot vaststelling van de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Kampen (Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Kampen). Algemeen Inleiding Met deze beleidsregels geeft de gemeente Kampen invulling aan de wijze waarop zij omgaat met haar op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en de Energiewet bestaande bevoegdheid om prioriteringsverzoeken en transportcapaciteitsverzoeken in te dienen voor de functie woonbehoefte bij de netbeheerder. Aanleiding Netbeheerders hebben onvoldoende elektriciteitstransportcapaciteit om alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen te voldoen. Voor onder andere woningbouwprojecten heeft dit concrete gevolgen. Projecten die planologisch gereed zijn, komen niet van de grond door een gebrek aan beschikbare aansluiting. In veel regio’s dreigen projecten vertraging op te lopen of te stranden. Netbeheerders kenden transportcapaciteit tot voor kort toe op volgorde van binnenkomst, het zogenaamde ‘first come, first served’-principe. Dit systeem houdt echter niet genoeg rekening met de maatschappelijke urgentie van bepaalde projecten en de behoefte om die voorrang te verlenen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft daarom op 2 december 2025 het Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken vastgesteld (gepubliceerd in Staatscourant 2025, nr. 42323, in werking getreden op 1 januari 2026). Dit Codebesluit verplicht netbeheerders om in congestiegebieden af te wijken van het 'first come, first served'-beginsel en in plaats daarvan te werken met landelijke voorrangsregels op basis van maatschappelijk belang. Binnen de prioritering categorieën 2 en 3, evenals voor niet-prioritaire partijen, blijft ‘first come, first served’ bestaan, waarbij de datum van aanvraag van transportcapaciteit leidend is. Dit kader is later opgenomen in de Systeemcode Elektriciteit 2026 en aangevuld tot het nu geldend recht. De Systeemcode Elektriciteit 2026 onderscheidt drie prioriteitscategorieën: 1.Netcongestieverzachters — partijen die direct bijdragen aan het vergroten van de beschikbare netcapaciteit; 2.Veiligheid — partijen waarvan het niet aansluiten een directe bedreiging vormt voor de nationale veiligheid of volksgezondheid; 3.Basisbehoeften — partijen die voorzien in een eerste levensbehoefte, waaronder woonbehoefte. Vanaf 1 juli 2026 worden groot- en kleinverbruikers in één en dezelfde rangorde beoordeeld. Er is geen overgangsperiode voorzien: alle aanvragen worden vanaf dat moment aan de nieuwe voorrangsregels getoetst. Gemeenten kunnen vanaf 1 oktober 2026 gebruikmaken van de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’. Deze werkwijze stelt gemeenten in staat om al in een vroeg planningsstadium transportcapaciteit te reserveren voor onder meer woningbouw, ook al voordat een ontwikkelaar definitief betrokken is. De bewijsvereisten voor dit aanvragen zijn hiervoor specifiek op gemeenten toegesneden (tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026). Als aanvrager van transportcapaciteit ten behoeve van derden, bevindt de gemeente zich in een dubbele rechtsrelatie. Enerzijds als contractpartij jegens de netbeheerder, anderzijds met projectontwikkelaars en andere initiatiefnemers die aanspraak maken op die capaciteit. Hoewel het aanvragen van transportcapaciteit een privaatrechtelijke bevoegdheid is, moet de gemeente daarbij op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek de beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, en met name het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De Hoge Raad heeft dit bevestigd in de Didam-arresten (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661). De VNG heeft gemeenten bij ledenbrief van 16 april 2026 opgeroepen vóór 1 oktober 2026 beleidsregels vast te stellen, zodat aanvragen op die datum gereed zijn voor indiening. De onderhavige beleidsregels zijn opgesteld om een juridisch houdbaar vertrekpunt te bieden voor de inrichting van de gemeentelijke aanvraagrol. Doelstelling De doelstelling van deze beleidsregels is om de gemeentelijke bevoegdheid tot het aanvragen van elektriciteitstransportcapaciteit voor woningbouwprojecten op een transparante, objectieve en niet-discriminatoire wijze in te richten. De gemeente geeft daarmee uitvoering aan haar taak om te voorzien in voldoende woongelegenheid. Deze taak kan in gebieden met netcongestie niet meer vanzelfsprekend tot uitvoering worden gebracht. De gemeente heeft via de Systeemcode Elektriciteit 2026 de mogelijkheid om als aanvrager vroeg in het planproces transportcapaciteit te reserveren voor woningbouw. Deze aanvragen hebben gevolgen voor de verdeling van schaarse transportcapaciteit door de netbeheerder. Gelet op de impact op deze schaarsteverdeling is een transparante, objectieve en niet-discriminatoire werkwijze vereist op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Deze beleidsregels voorzien daarin. De beleidsregels stellen de rangschikkingscriteria vast, beschrijven de aanvraagprocedure en borgen de gelijke behandeling van gemeentelijke en andere projecten. Verhouding tot andere regelgeving De beleidsregels zijn vastgesteld op grond van: •Artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet: het college is bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten. •Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht: een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid. •De artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026: het ACM-prioriteringskader stelt eisen aan de verdeling van transportcapaciteit in congestiegebieden en de gemeentelijke rol. •Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek: een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, mag niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiek recht. Hieruit vloeit de verplichting voort het gelijkheidsbeginsel in acht te nemen bij privaatrechtelijk handelen. De beleidsregels vullen het ACM-prioriteringskader aan op het niveau van de gemeente. Daarbij beperken de beleidsregels zich tot de prioriteitsfunctie: woonbehoefte (subfuncties: algemeen en collectieve woonvormen). Deze beleidsregels hebben geen betrekking op andere functies waarvoor de gemeente gelet op artikel 7.21 en tabel 3 van bijlage 3, van de Systeemcode Elektriciteit 2026 bevoegd is een prioriteringsverzoek in te dienen. Zij bepalen ook niet welke projecten prioriteit krijgen ten opzichte van andere aanvragers bij de netbeheerder, dat is immers de exclusieve bevoegdheid van de netbeheerder op grond van het ACM-prioriteringskader, maar regelen de interne gemeentelijke rangschikking die bepaalt welke verzoeken de gemeente indient en in welke volgorde. De beleidsregels laten de bevoegdheden op grond van de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Huisvestingswet onverlet. De gemeente kan Omgevingswet-instrumenten, zoals het regionale programma en het omgevingsplan benutten om projecten voor te bereiden op het ACM-prioriteringskader. VNG-modelbeleidsregels Bij het opstellen van deze beleidsregels is gebruik gemaakt van de VNG-modelbeleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten. In afwijking van het VNG-model zijn eigen keuzes gemaakt, die beter aansluiten bij de situatie van de gemeente Kampen. Inspraak Bij het opstellen van deze beleidsregels is geen inspraakprocedure gevolgd. De aansprakelijkheidsrisico’s voor de gemeente als gevolg van het niet tijdig vaststellen van beleidsregels met betrekking tot de aanvraag van prioriteit voor transportcapaciteit maken dat sprake is van spoedeisend belang bij het vaststellen van deze beleidsregels, waardoor inspraak niet kon worden afgewacht. Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel 1 Definities De begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Energiewet en de Systeemcode elektriciteit 2026. De in die regelingen gedefinieerde begrippen worden dan ook niet opnieuw gedefinieerd in deze beleidsregels. Civielrechtelijke overeenkomst De definitie van 'civielrechtelijke overeenkomst' volgt de bewijslastcriteria van tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. Project De definitie van ‘project’ volgt tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026. Als een project meerdere fases bevat dan wordt elke fase op grond van deze definitie als afzonderlijk project beschouwd. Dit sluit aan bij de systematiek van de Systeemcode elektriciteit 2026, op basis waarvan voor elke fase een afzonderlijke aanvraag wordt ingediend. Volgordelijst De definitie van 'volgordelijst' sluit aan bij het prioriteringskader van artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit en de werkwijze 'Eerder aanvragen' zoals beschreven in de VNG-ledenbrief lbr-26-010 (april 2026). Artikel 2 Toepassingsbereik Door het toepassingsbereik helder af te baken wordt voorkomen dat deze beleidsregels worden toegepast op situaties waarvoor zij niet zijn geschreven. De gemeente vervult bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ een intermediaire rol tussen netbeheerder en marktpartijen. Deze intermediaire positie brengt een dubbele rechtsrelatie mee: enerzijds met de netbeheerder als contractspartij voor transportcapaciteit, anderzijds met projectontwikkelaars die aanspraak maken op die capaciteit. Artikel 2 bakent af op welke beslissingen de beleidsregels van toepassing zijn. Het gaat om realisatie van de basisbehoefte woonbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. In dat kader hanteert de gemeente een volgordelijst, waarop projecten geplaatst worden met het oog op het indienen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek bij de netbeheerder. De regels hebben daarmee ook betrekking op de keuze om projecten niet op de volgordelijst te plaatsen. De gemeente gaat uiteraard niet over de wijze waarop een buurgemeente haar bevoegdheden uitoefent. Op het moment dat een project de gemeentegrens overschrijdt, treedt de gemeente daarom in overleg met de buurgemeente om af te stemmen wie het prioriteringsverzoek in zal dienen bij de netbeheerder. Uitgangspunt voor de inzet daarbij is dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst en het prioriteringsverzoek indient. Artikel 3 Doel De rol die de gemeente heeft op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 betreft het uitoefenen van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Het gaat om het contracteren van transportcapaciteit met de netbeheerder. Dit is het sluiten van een overeenkomst. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht is geen sprake. Besluiten ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn uitgesloten van de mogelijkheid van bezwaar en beroep (artikel 8:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). Eventuele conflicten zullen aan de civiele rechter moeten worden voorgelegd. De gemeente oefent de bevoegdheid tot het aanvragen van transportcapaciteit bij de netbeheerder uit als een privaatrechtelijke bevoegdheid en is daarbij gebonden aan de beginselen van behoorlijk bestuur op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, de wettelijke grondslag van het gelijkheidsbeginsel in de Didam-jurisprudentie. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur De Hoge Raad heeft in het Didam-I arrest (26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778) bepaald dat overheden bij vervreemding van onroerend goed het gelijkheidsbeginsel in acht moeten nemen en gelijke kansen aan potentiële gegadigden moeten bieden. In het Didam-II arrest (15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661) heeft de Hoge Raad deze lijn aangescherpt en de toepassing van de beginselen van behoorlijk bestuur – waaronder zorgvuldigheid, gelijkheid, evenredigheid en motivering – ook buiten de context van gronduitgifte bevestigd. Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk wetboek bepaalt dat een bevoegdheid krachtens burgerlijk recht niet mag worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven recht. De gemeente handelt bij het aanvragen van prioriteit en transportcapaciteit privaatrechtelijk, maar is desondanks als bestuursorgaan gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het gelijkheidsbeginsel verplicht de gemeente niet tot een formele aanbesteding, maar wel tot een openbare, transparante procedure met vooraf bekendgemaakte, objectieve en toetsbare criteria. Afwijking is slechts gerechtvaardigd als slechts één gegadigde in aanmerking kan komen (de 'unieke gegadigde'-uitzondering), en dit moet vooraf gemotiveerd en gepubliceerd worden. Uitwerking De beleidsregels hebben tot doel uitwerking te geven aan deze plichten. Zo dragen deze beleidsregels bij aan de realisatie van woningen in congestiegebieden binnen de kaders waaraan de gemeente moet voldoen. Artikel 4 Gelijke behandeling projecten De gelijke behandeling van gemeentelijke en private projecten is een cruciaal element van de Didam-doctrine. Artikel 4 borgt het gelijkheidsbeginsel door expliciet te bepalen dat gemeentelijke projecten niet worden bevoordeeld en dat de gemeente transparant is over de motivering van de rangorde van eigen projecten ten opzichte van projecten van projectontwikkelaars. Artikel 5 Procedure verzoek opname volgordelijst Het bieden van een transparante verdelingsprocedure, door vooraf kenbaar te maken wanneer een verzoek kan worden in gediend vormt een belangrijk element van de Didam-doctrine. De beleidsregels voorzien in een transparante selectieprocedure, waarbij de artikelen 5 en 6 voorzien in het vooraf kenbaar maken van het proces en de daaraan verbonden tijdvakken. De aanvraagperiode liep vooruit op het vaststellen van de beleidsregels. Door het benoemen van een concrete einddatum kan er ook geen misverstand bestaan over voor welke datum het verzoek moet worden ingediend om in aanmerking te komen voor plaatsing op de volgordelijst op basis waarvan de gemeente het verzoek om prioritering in zal dienen. De gemeente gaat uitsluitend een inspanningsverplichting aan jegens de projectontwikkelaar. Bij een resultaatsverplichting zou de gemeente instaan voor de daadwerkelijke toewijzing van transportcapaciteit, waarbij aansprakelijkheid op grond van wanprestatie open zou staan bij niet levering. Dat is niet mogelijk, nu niet de gemeente, maar de netbeheerder daarover gaat. Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar Een helder aanvraagproces is essentieel voor een rechtmatige uitvoering. Artikel 6 regelt daarom de aanvraagprocedure en bepaalt de informatiestroom tussen de projectontwikkelaar en de gemeente die de basis vormt voor de rangschikking. Voor de aanvraag van transportcapaciteit en prioritering moeten gemeenten zorgen voor een volledig projectdossier dat kan worden ingediend bij de netbeheerder. Van de projectontwikkelaar die de gemeente verzoekt om een project op de prioriteringslijst te zetten met het oog op het doen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek wordt verwacht dan hij daartoe de noodzakelijke informatie aanlevert. De gemeente stelt met het oog hierop standaardaanvraagformulieren beschikbaar waarin alle vereiste gegevens worden gevraagd. Het formulier voor het indienen van een aanvraag werd tussen 16 juli en 14 augustus 2026 gepubliceerd op de gemeentelijke website. De formulieren voor het aanleveren van nadere informatie om het projectdossier compleet te maken en de volgordelijst te bepalen wordt per email gedeeld met de projectontwikkelaars die een verzoek hebben ingediend. Aanvraag transportcapaciteit Een volledig projectdossier bevat voor het onderdeel transportcapaciteit ten minste: a.naam, contactgegevens en rechtsvorm van de gemeente, dan wel naam, contactgegevens en rechtsvorm van de projectontwikkelaar; b.omschrijving en locatie van het project, onder vermelding van het type bouw (hoogbouw, laagbouw of een combinatie) en de geografische begrenzing van het projectgebied (bij voorkeur als polygoon); c.het verwachte totale aantal en type woningen (sociaal, midden huur, koop); d.de verwachte elektrische belasting van het project, omvattende: 1het aantal en de grootte (doorlaatwaarde) van de benodigde aansluitingen, uitgesplitst naar wooneenheden, collectieve voorzieningen en onlosmakelijk verbonden activiteiten; 2de op planniveau gehanteerde wijze van verwarmen, als meest bepalende factor in de netbelasting; 3de gewenste datum van de definitieve aansluitingen, uitgesplitst per projectfase en met een maximale loopduur van tien jaar na datum van indiening. Aanvragen van prioritering volgens het prioriteringskader Een volledig projectdossier bevat voor de aanvraag van prioritering (overeenkomstig tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026) de volgende bewijsstukken die per subfunctie als volgt zijn vereist: Woningbouw — algemeen: 1.Bestuursverklaring (zie artikel 8); 2.Civiele overeenkomst gemeente–ontwikkelaar (primair) óf omgevingsplan (fallback); 3.Optioneel: aanvullende bestuursverklaring (artikel 7.21, vierde lid, van de Systeemcode Elektriciteit 2026) + bewijsstuk bij kleinschalige activiteiten/collectieve voorzieningen. Woningbouw — collectieve woonvormen: 1.Bestuursverklaring (zie artikel 8); 2.Overeenkomst over collectieve woonvorm (primair) óf omgevingsplan (fallback). Verder is van belang: 1.Een verklaring afgegeven door de projectontwikkelaar over de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens, ondertekend door een bevoegde vertegenwoordiger van de projectontwikkelaar, welke de gemeente vrijwaart voor aansprakelijkheden van onjuiste informatie jegens de netbeheerder; 2.Een verklaring afgegeven door de projectontwikkelaar dat het gaat om een inspanningsverplichting van de gemeente tot het aanvragen van prioritering en transportcapaciteit, niet een resultaatsverplichting; en 3.Indien voor het project op grond van de Omgevingswet een instructie als bedoeld in artikel 2.33 van de Omgevingswet is gegeven door gedeputeerde staten van de provincie, dan wel het project valt onder instructieregels van de provinciale omgevingsverordening (artikel 2.22 jo. artikel 2.6 van de Omgevingswet), of voor het project een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44 van de Omgevingswet door de provincie is genomen, dient de aanvrager bij het projectdossier aan te tonen dat het project in overeenstemming is met deze provinciale besluiten dan wel dat de vereiste afstemming met of toestemming van gedeputeerde staten heeft plaatsgevonden. Het verzoek kon tussen 16 juli en 14 augustus 2026 worden ingediend via de gemeentelijke website en e-mail-adres energie@kampen.nl. De aanvullende informatie die nodig is om het projectdossier compleet te maken en de volgordelijst te bepalen wordt via het mailadres energie@kampen.nl aangeleverd. De gemeente bevestigt ontvangst van het dossier binnen vijf werkdagen. Dit sluit aan bij de systematiek van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer. Een projectdossier dat onvolledig is wordt niet in behandeling genomen. Het in het verzoek opgenomen project komt dan ook niet op basis van het verzoek in aanmerking voor opname op de volgordelijst. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan schriftelijk in kennis. Het is niet mogelijk om op basis van een al ingediend verzoek een ander project aan te dragen dan waarvoor het verzoek is gedaan. Artikel 8 Bestuursverklaring De bestuursverklaring is een verplicht onderdeel van het verzoek om prioriteit. Op grond van artikel 7.21 en bijlage 3, tabel 4, van de Systeemcode Elektriciteit 2026 dient de gemeente bij een verzoek om prioriteit een bestuursverklaring en de daarbij behorende bewijsstukken te overleggen. De inhoudelijke vereisten voor de bestuursverklaring volgen rechtstreeks uit de Systeemcode Elektriciteit 2026. Om doublures te voorkomen en te waarborgen dat de beleidsregels blijven aansluiten bij eventuele toekomstige wijzigingen van de Systeemcode, zijn deze vereisten niet integraal in deze beleidsregels opgenomen. Artikel 9 Rangordebepaling volgordelijst De prioriteringscriteria vormen de kern van deze beleidsregels. Zij bepalen de volgorde op de volgordelijst en dienen objectief, toetsbaar en redelijk te zijn. Dit zijn de drie eisen die de Didam-jurisprudentie stelt aan selectiecriteria. Artikel 9 werkt de prioritering uit in 2 achtereenvolgende stappen. In de eerste stap worden projecten gerangschikt op basis van de maand van start bouw. Vervolgens wordt het afwegingskader toegepast om de projecten nader te rangschikken. De gemeente legt de uitkomst van de beoordeling schriftelijk vast. Stap 1 – Start bouw Projecten met een eerder geplande maand van start bouw worden hoger gerangschikt dan projecten met een latere start bouw. Het gaat daarbij niet om een gewenste startdatum, maar om een start bouwmaand die voldoende concreet en aannemelijk is onderbouwd met bijvoorbeeld een planning, een overeenkomst, subsidievoorwaarden of vergunningsafspraken. De bewijsstukken moeten de opgegeven start bouwdatum concreet en plausibel maken. Een omgevingsplan of BOPA zonder verdere planningsonderbouwing volstaat in de regel niet om een specifieke start bouwmaand aannemelijk te maken. De gemeente beoordeelt per geval of de aangeleverde stukken de opgegeven datum voldoende onderbouwen. Stap 2- Afwegingskader projecten Na afronding van stap 1 rangschikt de gemeente de projecten verder aan de hand van het afwegingskader. Het afwegingskader bestaat uit drie hoofdcriteria: •Projectrijpheid (maximaal 40 punten), waarmee wordt beoordeeld in hoeverre een project juridisch, planologisch en praktisch gereed is voor realisatie. •Maatschappelijk belang en aansluiting op de gemeentelijke woonvisie (maximaal 40 punten), waarmee wordt beoordeeld in welke mate een project bijdraagt aan de gemeentelijke woningbouwdoelen, betaalbaarheid en huisvesting van specifieke doelgroepen. •Netimpact en flexibiliteit (maximaal 20 punten), waarmee wordt beoordeeld in welke mate een project rekening houdt met een efficiënt gebruik van het elektriciteitsnet en maatregelen neemt om netbelasting te beperken. De afzonderlijke criteria, puntentoekenning en bewijsvereisten zijn opgenomen in het afwegingskader dat is opgenomen in deze beleidsregels. De gemeente beoordeelt projecten op basis van objectief verifieerbare gegevens en motiveert de toegekende scores en rangschikking schriftelijk. Artikel 10 Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst Loting als tiebreaker is noodzakelijk om te voorkomen dat gelijke gevallen ongelijk worden behandeld. De overgangsperiode bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ brengt een specifiek risico mee: als alle projecten gelijktijdig worden ingediend en de selectiecriteria geen onderscheid bieden, kan loting als enige objectieve methode gelden. Loting is een door de rechtspraak erkende en objectieve methode bij gelijkwaardigheid van aanvragen. De openbaarheid van de loting is vereist om de transparantie te waarborgen en bezwaren te voorkomen. De trekking kan digitaal uitgevoerd worden door een onafhankelijk systeem in aanwezigheid van een onafhankelijke getuige. De onafhankelijke getuige hoeft niet een notaris te zijn. De aanwezigheid van een onafhankelijke getuige neemt elke schijn van partijdigheid van de gemeente weg. De uitslag moet vastgelegd worden in een officieel proces-verbaal. Alle deelnemers worden individueel geïnformeerd over de uitslag en krijgen transparantie over hoe het proces is verlopen. Zij worden ook uitgenodigd om de loting bij te wonen. Artikel 13 Wijziging en intrekking van de volgordepositie De volgordepositiebepaling is een handeling ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling; van een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is geen sprake. Een volgordepositie wordt toegekend op basis van de informatie en het programma die de projectontwikkelaar op het moment van indiening heeft aangeleverd, of waarover de gemeente bij eigen projecten zelf over beschikt. De limitatieve gronden in het eerste lid kunnen rechtvaardigen dat de gemeente de positie herziet. Intrekking of wijziging op andere gronden vindt niet plaats. Relevante wijzigingen zijn wijzigingen die van invloed zijn op de plaatsing op de volgordelijst, zoals bijvoorbeeld het moment van start bouw. Over de wijziging in rangorde wordt transparant gecommuniceerd. Wijziging of intrekking van een volgordepositie kan alleen plaatsvinden voor zolang de volgordelijst nog niet is ingediend bij de netbeheerder. Op het moment dat de lijst is ingediend ligt de verdere verantwoordelijkheid bij de netbeheerder en kan die, op grond van de hem toekomende bevoegdheden, naar bevinden handelen. Hier speelt ook mee dat een wijziging die meer transportcapaciteit of een andere locatie vergt, op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 kwalificeert als een nieuw verzoek en daarmee de bestaande prioriteitspositie doet vervallen. Artikel 14 Indienen verzoek conform volgordelijst De gemeente volgt bij het indienen van de verzoeken de vastgestelde volgordelijst. De netbeheerder hanteert op grond van artikel 7.22, eerste lid, aanhef en onder b, van de Systeemcode elektriciteit 2026 voor de behandeling van de van gemeenten afkomstige verzoeken de volgorde op basis van volgorde van binnenkomst. Om te voorkomen dat eerst alle prioriteringsverzoeken van één gemeente, die toevallig het snelste is met indienen, bovenaan de volgordelijst van de netbeheerder komen te staan is gekozen voor afstemming met de andere gemeenten in het congestiegebied. Op deze wijze komt er binnen het congestiegebied een integrale volgordelijst tot stand. Aangezien dit het uitvoeringsproces van indiening betreft is dit in de beleidsregels niet nader uitgewerkt.
Meer informatie