Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Oldebroek 2026

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op27 augustus 2026
Gepubliceerd doorGemeente Oldebroek

Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Oldebroek 2026 De raad van de gemeente Oldebroek; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 31 maart 2026, gelet op artikel 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 97, 98, 99 van de Gemeentewet en de artikelen 3.1.1, vijfde lid, 3.1.3, eerste lid, 3.1.4, eerste lid, artikel 3.1.4a, eerste lid, 3.1.8, eerste lid, 3.1.9, eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.4.1, eerste lid, en 3.4.2 en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers; gezien het advies van de werkgeverscommissie; overwegende dat het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers is gewijzigd; B E S L U I T: besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Oldebroek 2026. Artikel 1 Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden Van de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, wordt maximaal 20% uitgekeerd op basis van het aantal bijgewoonde raadsvergaderingen ten opzichte van het aantal gehouden vergaderingen. Artikel 2. Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie 1.Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet ontvangt een maandelijkse toelage zolang de commissie actief is. De toelage is per jaar maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.)2.Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers ontvangt een maandelijkse toelage van maximaal 20% procent van het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is.3.Een raadslid dat voorzitter is van een commissie als bedoeld in artikel 3.1.4a, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, ontvangt een maandelijkse toelage van maximaal 20% procent van het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is.4.Raadsleden die roulerend voorzitter zijn in één commissie als bedoeld in artikel 3.1.4a, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, ontvangen ieder een maandelijkse toelage van maximaal 10% procent van het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, per persoon, zolang de commissie actief is. Artikel 3. Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak 1.Een commissielid krijgt een verhoogde vergoeding van 10% bovenop de vergoeding van artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, als het commissielid op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid deelneemt. 2.Een commissielid krijgt een verhoogde vergoeding van 10% bovenop de vergoeding van artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, als de vergoeding van artikel 3.4.1, eerste lid niet redelijk wordt geacht ten opzichte van de zwaarte van zijn taak en/of de omvang van de werkzaamheden. Artikel 4. Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1.Een raads- of commissielid dat een vergoeding wil ontvangen in verband met het deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor de uitvoering van zijn functie, zoals bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daarvoor vooraf een gemotiveerd verzoek in bij de werkgeverscommissie of het Presidium via de griffier. 2.Bij dit verzoek worden documenten (papier of digitaal) met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald. Artikel 5. Informatie- en communicatievoorzieningen 1.Een raads- of commissielid tekent, zolang hij actief is in zijn functie, een bruikleenovereenkomst voor de informatie- en communicatievoorzieningen die ter beschikking zijn gesteld. Het gaat hier om de informatie- en communicatievoorzieningen zoals bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.2.Een raads- of commissielid levert binnen 2 weken na beëindiging van zijn functie, de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. 3.Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen is mogelijk na schoning en tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer. Artikel 6. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1.Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.2.Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964. Artikel 7. Betaling vaste vergoedingen De betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers vindt periodiek plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering, tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen. Artikel 8. Betaling en declaratie van onkosten 1.Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a.betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur; b.betaling vooruit uit eigen middelen; of c.betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard. 2.Een verzoek om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.3.Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 1 maand na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend via de griffier.4.Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen een 2 maanden na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt. Artikel 9. Titel en inwerkingtreding 1.Deze verordening word aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Oldebroek en treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin deze regeling wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2024.2.De Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden 2019 wordt ingetrokken. Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Oldebroek op 11 juni 2026., voorzitter T.H. Haseloop-Amsing, griffier A. S. Stokreef

Meer informatie