Reglement Gilde van Heusdense Molenaars 2026

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op26 augustus 2026
Gepubliceerd doorGemeente Heusden

Reglement Gilde van Heusdense Molenaars 2026 Het college van Heusden heeft in de vergadering van 14 juli 2026 besloten: het ‘Reglement Gilde van Heusdense Molenaars 2026’ vast te stellen. namens het college van Heusden, de secretaris, mr. H.J.M. Timmermans Artikel 1. Op 26 juni 1984 is door burgemeester en wethouders van de voormalige gemeente Heusden een "Gilde van Heusdense Molenaars" ingesteld. De taak van het gilde bestaat uit het in gezamenlijk overleg met de molenaars zo goed mogelijk beheren en in werking houden van de Heusdense molens. Onder de Heusdense molens wordt verstaan de molens die zich bevinden in de vesting Heusden. Artikel 2. In dit Gilde hebben zitting de stadsmolenaar, molenaars en molenaars in opleiding die officieel zijn benoemd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heusden. Artikel 3. Om tot stadsmolenaar of molenaar te kunnen worden benoemd, dient men in het bezit te zijn van een getuigschrift van de "Hollandse Molen", Vereniging tot behoud van Molens in Nederland, dat men met goed gevolg examen heeft gedaan of een opleiding heeft gevolgd volgens de methode van de heer L.J. van Hooff, voormalig stadsmolenaar te Heusden. Artikel 4. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heusden stelt uit de aanwezige molenaars een stadsmolenaar aan. Deze molenaar is in principe het aanspreekpunt voor de eigenaar, de gemeente Heusden, en coördineert binnen het gilde van Heusdense molenaars. Belanghebbende zaken rondom het gebruik, beheer en onderhoud worden in principe door de stadsmolenaar bij de eigenaar aangemeld. Artikel 5. 1.De stadsmolenaar draagt via de aangestelde contactpersonen van het cluster Welzijn,aan het college van burgemeester en wethouders van Heusden degene voor die zich heeft aangemeld en over de vereiste papieren beschikt, als bedoeld in artikel 3, om aan te stellen als molenaar.2.De stadsmolenaar deelt het college van burgemeester en wethouders tevens mede de naam/namen van degenen die als molenaar in opleiding de desbetreffende molen(s) mede wil bedienen. Een molenaar in opleiding assisteert de molenaar onder diens leiding en verantwoordelijkheid. 3.Het college van burgemeester en wethouders neemt daarop zo spoedig mogelijk een besluit over de benoeming van de voorgedragen molenaars en molenaars in opleiding. Artikel 6. De benoeming van de stadsmolenaar en molenaars geschiedt door middel van vaste aanstelling, de benoeming van molenaars in opleiding door middel van voorlopige aanstelling. Na een proefperiode van een half jaar zal worden bezien of de voorlopige aanstelling kan worden omgezet in een vaste aanstelling. Artikel 7. Het college van burgemeester en wethouders kan beslissen de benoeming te beëindigen indien blijkt dat de molenaar de in dit reglement opgenomen voorschriften niet of niet juist nakomt. Artikel 8. De molenaar kan beëindiging/uittreding van de benoeming verzoeken. Aan dit verzoek wordt binnen 2 maanden na datum van binnenkomst voldaan. Deze beëindiging geschiedt eervol, tenzij anders is vermeld. Artikel 9. 1.De molenaar heeft het algemeen toezicht op de molen. Hij verplicht zich tot het regelmatig schoonhouden, smeren, controleren op gebreken en het uitvoeren van alle verdere werkzaamheden welke in het algemeen door molenaars worden verricht. en welke dienen tot het in goede staat houden van de molen. 2.De molenaar zal de molen minstens eenmaal per kalendermaand laten draaien. De molen zal tevens draaien op de Nationale Molendag en alsdan voor het publiek te bezichtigen zijn, alsmede indien mogelijk, op verzoek van de eigenaar, op andere dagen in verband met feestdagen in de regio. De molenaar zal daartoe zoveel mogelijk zijn medewerking dienen te verlenen, alsmede voor het nakomen van de regionale en plaatselijke gebruiken voor wat betreft wiekstanden, versiering, of uitsteken van de vlag op de daarvoor in aanmerking komende dagen.3.De eigenaar zal geen opdrachten aan de molenaar tot draaien of malen verstrekken. Aan een schriftelijk gedaan verzoek van de eigenaar om op een aangegeven tijd te draaien of te malen zal de molenaar gevolg geven, tenzij gewichtige redenen hem dit onmogelijk maken.4.De te bemalen molen moet met de nodige omzichtigheid door de molenaar worden bediend; de molenaar is gehouden de grootst mogelijke zorg te betrachten met betrekking tot de veiligheid van personen en goederen in de molen en in de naaste omgeving van de molen (conform bijlagen 1+2 van de RI&E molens 2022). Hierbij wordt verwezen naar de maatregelen van het door het gilde uitgewerkte en door de gemeente vastgestelde uitvoeringsplan risicobeheersing.5.Voordat de molen bedrijfsklaar wordt gemaakt, worden ten behoeve van derden, de nodige veiligheidsmaatregelen door de molenaar genomen; in het bijzonder zal hij aandacht geven aan het afschermen van gevaar biedende plaatsen en deze van de nodige waarschuwingsborden voorzien (conform bijlagen 1+2 van de RI&E molens 2022).6.Alvorens met het draaien wordt begonnen, zal de molenaar zich ervan overtuigen, dat in de molen geen beletselen voor het draaien aanwezig zijn en dat de molen geen zichtbare gebreken heeft. 7.Wanneer de molen bedrijfsklaar staat, of in bedrijf is, zal de molenaar zich niet van het molenerf verwijderen.8.Het is de molenaar en derden verboden om in de molen of op het molenerf, te roken of open vuur te gebruiken. De molenaar heeft de plicht om voor de handhaving van dit artikel te zorgen.9.Het is de molenaar verboden de molen door derden te laten bedienen, tenzij het een assistent betreft die onder zijn leiding en verantwoording staat. Onder assistent wordt in dit verband tevens begrepen een vrijwillige molenaar in opleiding.10.De eigenaar zorgt, te zijnen laste, ten eerste voor een verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid als eigenaar van de molen en ten tweede voor een verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid voor de molenaar en zijn assistent(en). Indien deze verzekeringen in een polis zijn verenigd, dienen de eigenaar c.q. degene die namens hem optreedt, de aangestelde molenaar of de aangestelde molenaar in opleiding, ten opzichte van elkaar als derden te worden aangemerkt. Indien en voor zover de aangestelde molenaar en/of de molenaar in opleiding als lid van het Gilde van vrijwillige molenaars tegen wettelijke aansprakelijkheid zijn medeverzekerd, vervalt daarmede voor de eigenaar de verplichting omschreven in de eerste alinea van dit artikel onder "ten tweede". De molenaar zal bij beëindiging van het lidmaatschap van het Gilde van vrijwillige molenaars van hemzelf of de molenaars in opleiding onmiddellijk mededeling doen aan de moleneigenaar. Totdat hem door of namens de eigenaar is medegedeeld, dat de betrokkene(n) opnieuw is/zijn verzekerd, dient/dienen deze(n) zich te onthouden van alle werkzaamheden aan of met de molen.11.Indien tijdens het draaien van de molen een gebrek wordt geconstateerd dat gevaar kan opleveren voor de molen, moet de molen zo snel mogelijk tot stilstand worden gebracht en het gebrek zo mogelijk door de molenaar worden hersteld. Indien herstel door de molenaar niet mogelijk is, moet het gebrek worden gemeld aan de eigenaar c.q. de gemeenteambtenaar belast met onderhoudszaken. Door de molenaar wordt dit daarna schriftelijk bevestigd.12.Tenminste eenmaal per jaar stelt de eigenaar c.q. de met het onderhoud belaste gemeenteambtenaar met de stadsmolenaar vast welke onderhoudswerkzaamheden dienen te worden verricht, wat deze onderhoudswerkzaamheden inhouden en wie deze werkzaamheden zal uitvoeren. De bestaande meerjarenplanning wordt in dit kader jaarlijks geactualiseerd. Voor het klein onderhoud zorgt, indien mogelijk, regelmatig de desbetreffende molenaar.13.Alle kosten van groter onderhoudswerk zoals molenreparaties, als bedoeld in de leden 11 en 12 van dit artikel, waaronder begrepen schilderen afrastering, waterschapslasten, consequenties van de periodieke dijkschouw, onroerende zaakbelasting, brand- en stormschadeverzekering komen ten laste van de eigenaar. Mede komt ten laste van de eigenaar de eens per twee jaar te houden controle van de bliksemafleider door een deskundige.14.De molenaar verplicht zich bij het beëindigen van het draaien de molen op vakkundig wijze vast te zetten en verder zodanig maatregelen te treffen dat calamiteiten zoveel mogelijk worden voorkomen. Hierbij is het verplicht de wieken met de roedekettingen te verankeren. Bij het afsluiten van de molen en het vergrendelen van de roeden wordt gebruik gemaakt van de hiervoor ter beschikking gestelde (uniforme) sloten, dit in het kader van calamiteiten en brandbestrijding. 15.Het verrichten van maalwerkzaamheden wordt niet op commerciële basis uitgevoerd. Meestal wordt het graan door de aanvrager aangeleverd. In dat geval komen daar geen inkomsten uit voort.16.Afgesproken wordt dat de stadsmolenaar jaarlijks voor 31 januari een kort schriftelijk verslag uitbrengt over het voorgaande jaar waarin een opgave van de deelnemende molenaars wordt gedaan en tevens verslag wordt gedaan van de afdracht van inkomsten van bezoekers en de stand van zaken t.a.v. de kas voor kleine materialen. Daarnaast stort de stadsmolenaar tenminste 1 keer per jaar de inhoud van de geldbussen op de rekening van de gemeente Heusden. Binnen 1 maand na ontvangst van het verslag zal de gemeente de onkostenvergoeding over het voorgaande jaar aan de molenaars uitbetalen.17.Zaken die geen betrekking hebben op de molen mogen niet in de molen worden opgeslagen zonder toestemming van de eigenaar. Artikel 10. De onkostenvergoeding ter dekking van werkkleding, klein gereedschap etc. wordt jaarlijks geïndexeerd met het bij de gemeentebegroting vast te stellen percentage voor inflatiestijging. Reiskosten worden alleen vergoed als een molenaar van buiten de gemeente Heusden komt. Dit wordt door de betreffende molenaar (jaarlijks) op eigen initiatief aangevraagd. De hoogte van dat bedrag is zoals wettelijk is toegestaan met een maximum van 50 km enkele reis. Artikel 11. De stadsmolenaar pleegt regelmatig overleg met de overige molenaars. Op iedere molen wordt in principe een vaste molenaar aangewezen. Artikel 12. Op de dagen dat de molen draait zorgt de desbetreffende molenaar ervoor dat er in de molen een door de gemeente verstrekte gesloten geldbus aanwezig is waarin de bezoekers een bijdrage kunnen deponeren. Deze molenaar zorgt ervoor dat na afloop van de openstelling van de molen de geldbus mee naar huis wordt genomen of veilig in afgesloten ruimte wordt bewaard. Hij/zij zorgt ervoor dat het ontvangen geld minimaal jaarlijks wordt gestort op de bankrekening van de gemeente. De uitgaven zullen in een kasboekje worden vermeld en eenmaal per jaar worden verantwoord. Artikel 13. De in het vorige artikel gestorte gelden worden bijgeschreven op de algemene rekening van de gemeente Heusden. Bij de storting van de gelden zal duidelijk aangegeven worden dat het bedragen betreft inzake storting van ontvangen bijdrage ten behoeve van de molens, onder vermelding van het molennummer. Art 14. Klein onderhoud (of wat nodig is voor klein onderhoud) wordt, in afstemming met ambtelijke medewerker beheer / projecten bouwkunde door de gemeente ingekocht. Vooraf afstemming en goedkeuring, daar waar de gemeente niet kan inkopen wordt er door ons eerst een prijsopgaaf aangevraagd met gegevens van de ondernemer. De ambtelijke medewerker voert dit dan op in het systeem t.b.v. verwerking factuur. Artikel 15. Het college van burgemeester en wethouders beslist over datgene waar in dit reglement niet is voorzien. Artikel 16. Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 augustus 2026. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het college van de Gemeente Heusden van 14 juli 2026. de secretaris, H. Timmermans de burgemeester,drs. W. van Hees

Meer informatie