Wijzigingsbesluit tot wijziging van compensatiebeleid in het Natuurbeheerplan Overijssel 2026 en het Natuurbeheerplan Overijssel 2027
Wijzigingsbesluit tot wijziging van compensatiebeleid in het Natuurbeheerplan Overijssel 2026 en het Natuurbeheerplan Overijssel 2027 Gedeputeerde Staten van Overijssel, Maken bekend dat zij in de vergadering van 30 juni 2026 besloten (kenmerk: 2026-021705) het Natuurbeheerplan Overijssel 2026 en het Natuurbeheerplan Overijssel 2027 als volgt te wijzigen: Artikel 1: Wijzigingen A Het ‘compensatiebeleid weidevogelgebieden conform het derde lid van artikel 4.65 van de Omgevingsverordening’ in het Natuurbeheerplan 2026 Provincie Overijssel (pagina 12 en 13) en in het Natuurbeheerplan 2027 Provincie Overijssel (pagina 15 en 16) wijzigt naar de volgende tekst: Compensatiebeleid weidevogelgebieden conform het derde lid van artikel 4.66 van de Omgevingsverordening Volgens de Omgevingsverordening mag de omvang van het leefgebied voor weidevogels niet worden verkleind. Wanneer een bepaald aantal hectare leefgebied verdwijnt, moet hetzelfde aantal hectare leefgebied worden toegevoegd. Dit is de kwantitatieve compensatie. Volgens de omgevingsverordening moeten overblijvende negatieve effecten worden gecompenseerd. Daarom wordt de compensatie gerelateerd aan het verstorende effect dat de ontwikkeling heeft op het leefgebied weidevogels en eventueel afgesloten weidevogelbeheer. Daarbij gaat het om het verstorend effect op de directe omgeving, waardoor weidevogels in deze zone niet of nauwelijks meer broeden. Dit is de kwalitatieve compensatie. Uitwerking kwalitatieve compensatie: Compensatie van verstoren van leefgebied Voor het verstoren van leefgebied weidevogels, moeten in het (nieuwe) aangewezen leefgebied weidevogels extra maatregelen worden genomen ter versterking van de kwaliteit van het weidevogelgebied. Deze maatregelen houden in dat met belangstellende eigenaren/agrariërs afspraken worden gemaakt voor de inzet van weidevogelbeheerpakketten die inhoudelijk overeenkomen met de beheerpakketten uit het actuele ‘Overzicht beheerpakketten ANLb’ conform de systematiek van het Agrarische Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). Door beheer kan de weidevogelstand op de betreffende percelen met een factor 3.5 worden verhoogd in vergelijking met gebruik in reguliere landbouw binnen het leefgebied. Dit is gebaseerd op het feit dat in percelen met weidevogelbeheer gemiddeld ca. 3.5 keer hogere dichtheden voorkomen van soorten als grutto en tureluur, dan in percelen zonder weidevogelbeheer. Zo kan bijvoorbeeld een verstoord leefgebied van weidevogels van 20 hectare zonder beheer kwalitatief gecompenseerd worden door elders in het leefgebied (open grasland weidevogel) 5.7 ha weidevogelbeheer te realiseren. Op basis van bovengenoemde uitgangspunten is het aan de initiatiefnemer van het project om nadere uitwerking te geven aan de weidevogelcompensatie. Daarbij gelden onderstaande stappen. Stap 1. Bepaal hoeveel hectare leefgebied van weidevogels worden verstoord door de ontwikkeling. Er geldt geen compensatieplicht voor verstoord leefgebied als dat leefgebied door bestaande fysieke inrichting al op zo een manier wordt verstoord dat daar geen condities als openheid, rust en voldoende hoog waterpeil ontwikkeld kunnen worden en niet kan bijdragen het behoud van een voorkomende populatie weidevogels of nieuwe broedgevallen. Onder fysieke inrichting verstaan we de tastbare inrichting van de omgeving, zoals bebouwing, infrastructuur en boom- en struweelelementen. Stap 2. Deel het aantal verstoorde hectaren door 3.5. Dat is het aantal hectares aan beheer wat nodig is ter compensatie van de verstoring. Stap 3. Het aantal hectares dat de initiatiefnemer moet compenseren met beheer wordt vermenigvuldigd met een gemiddelde hectareprijs per jaar. Deze gemiddelde hectareprijs is het gemiddelde van de actuele vergoedingen van de van onderstaande drie ANLb-pakketten. •Bij verstoring van leefgebied voor kritische soorten zijn het de pakketten: rustperiode 1 april-15 juni, kruidenrijk grasland en plas-dras 1 maart-1 juni. •Bij verstoring van leefgebied voor niet-kritische soorten zijn het de pakketten: rustperiode 1 april-1 juni, voorbeweiding en plas-dras 1 maart-1 juni. Stap 4. De som van stap 3 leidt tot een in te zetten budget voor compensatie per jaar. Dit budget dient als rekenmiddel dat de initiatiefnemer gebruikt om tot inzet van een combinatie van beheerpakketten te komen die inhoudelijk overeenkomen met beheerpakketten uit het actuele ‘Overzicht beheerpakketten ANLb’. Dat doet de initiatiefnemer door dit beschikbare budget in te zetten voor beheerpakketten voor weidevogelbeheer op open grasland binnen leefgebied weidevogels. Een initiatiefnemer kan kiezen uit alle beheerpakketten weidevogelbeheer (ANLb), met uitzondering van legselbeheer. De tarieven van de beheeractiviteiten uit de beheerpakketten staan op de website van BIJ12.nl : Agrarisch Natuurbeheer (ANLb) - BIJ12. De tabel is te vinden onder het kopje ‘Downloads - tabellen, lijsten en bijlagen’. Deze wijze van samenstellen biedt de initiatiefnemer keuzevrijheid. Het is mogelijk om te komen tot een klein oppervlak van duurdere beheerpakketten, of een groot oppervlak van goedkopere beheerpakketten. Beide varianten vertegenwoordigen ongeveer dezelfde toegevoegde waarde voor weidevogels. De samenstelling van de beheerpakketten moet aantoonbaar bijdragen aan de instandhouding van weidevogels en voldoen aan de beheerrichtlijnen uit het vigerende Natuurbeheerplan van Overijssel. Het is aan de initiatiefnemer en de agrariër zelf om te bepalen welke prijs/vergoeding daadwerkelijk betaald wordt voor het beheer. De ANLb-prijzen functioneren slechts als rekenmiddel om te komen tot verschillende combinaties van beheer. Stap 5. Deze combinatie van beheer wordt, na goedkeuring van Gedeputeerde Staten, voor een aaneengesloten periode van 25 jaar vastgelegd in een voorwaardelijke verplichting die onderdeel is van het ruimtelijke besluit dat de nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt. Compensatie van verstoren van beheer Als de ontwikkeling leidt tot verdwijnen/verstoring van percelen met lopende contracten weidevogelbeheer, dan zal het beheer 1 op 1 moeten worden gecompenseerd. Het aantal hectaren dat verdwijnt/wordt verstoord wordt meegenomen bij de rekensom in stap 3. Gedeputeerde Staten komen tot deze termijn omdat het weidevogelbeheer blijvend verdwijnt, investeringen in beheer en inrichting van de afgelopen jaren verloren gaan en het meerdere jaren in beslag zal nemen om weer tot een vergelijkbare weidevogelstand te komen. Uitgangspunt is dat de compensatie vereist is als er de afgelopen 6 jaar minimaal 3 jaar weidevogelbeheer op de betreffende percelen is afgesloten. Dit voorkomt dat als op het laatste moment het beheercontract wordt beëindigd, de compensatie niet in beeld komt. Het ANLb-beheerpakket legselbeheer (bescherming legsels) wordt hier niet bij betrokken. Artikel 2: Inwerkingtreding De wijzigingen treden in werking op de dag na publicatie in het provinciaal blad.
Meer informatie