Subsidieregeling decentrale politieke partijen Geldrop-Mierlo 2026
Subsidieregeling decentrale politieke partijen Geldrop-Mierlo 2026 Burgemeester en wethouders van de gemeente Geldrop-Mierlo; besluiten : besluit vast te stellen de volgende subsidieregeling: Subsidieregeling decentrale politieke partijen Geldrop-Mierlo 2026; Artikel 1. Definities In deze regeling wordt verstaan onder: 1.Asv: Algemene Subsidieverordening Geldrop-Mierlo 2017; 2.college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Geldrop-Mierlo; 3.decentrale politieke partij: a.vereniging die met haar conform artikel G 3 van de Kieswet geregistreerde aanduiding boven de kandidatenlijst heeft deelgenomen aan de laatstgehouden verkiezing van de gemeenteraad van de gemeente Geldrop-Mierlo, waarbij aan die lijst ten minste een zetel is toegewezen; of b.orgaan zonder rechtspersoonlijkheid dat blijkens de statuten deel uitmaakt van een vereniging die met haar conform artikel G 1 of G 2 van de Kieswet geregistreerde aanduiding boven de kandidatenlijst heeft deelgenomen aan de laatstgehouden verkiezing van de gemeenteraad van de gemeente Geldrop-Mierlo, waarbij aan die lijst ten minste een zetel is toegewezen; 4.gift: door een decentrale politieke partij aanvaarde handeling, niet zijnde subsidie, die er toe strekt dat degene die de handeling verricht, een decentrale politieke partij ten koste van zijn eigen vermogen verrijkt; 5.zetel: zetel in de gemeenteraad van de gemeente Geldrop-Mierlo. Artikel 2. Toepassingsbereik Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 5 bedoelde activiteiten. Artikel 3. Doel van de subsidie Het doel van de subsidieregeling is de gemeentelijke democratie te ondersteunen en financiële en organisatorische transparantie van decentrale politieke partijen te bevorderen. Artikel 4. Doelgroep Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt aan een decentrale politieke partij. Artikel 5. Subsidiabele activiteiten a.De subsidie wordt verleend voor uitgaven die direct samenhangen met de volgende activiteiten: a.politieke vormings- en scholingsactiviteiten b.informatievoorziening; c.het onderhouden van contacten met zusterpartijen buiten Nederland en het ondersteunen van vormings- en scholingsactiviteiten ten behoeve van het kader van die partijen; d.politiek-wetenschappelijke activiteiten; e.activiteiten ter bevordering van de politieke participatie van jongeren en andere ondervertegenwoordigde groepen; f.het werven van leden; g.het betrekken van niet-leden bij activiteiten van de politieke partij; h.werving, selectie en begeleiding van politieke ambtsdragers; i.activiteiten in het kader van verkiezingscampagnes. 2.De in het eerste lid genoemde activiteiten komen alleen voor subsidie in aanmerking voor zover zij plaatsvinden binnen of gericht zijn op het gebied van de gemeente Geldrop-Mierlo. Artikel 6. Subsidietermijn De subsidie wordt verleend voor de periode 1 juli tot en met 30 juni van het daaropvolgende kalenderjaar. Artikel 7. Subsidiebedrag 1.De hoogte van de subsidie die aan een decentrale politieke partij wordt toegekend, is afhankelijk van het aantal zetels dat bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van de raad is toegekend aan de lijst waarboven de voor deze decentrale politieke partij geregistreerde aanduiding, of een afkorting daarvan, heeft gestaan.2.Als bij de laatstgehouden verkiezingen een of meer zetels zijn toegewezen aan een lijst waarop artikel H 3, derde lid, van de Kieswet is toegepast, wordt voor de vaststelling van het aantal zetels als bedoeld in het eerste lid uitgegaan van een daartoe strekkende gezamenlijke verklaring van de betreffende decentrale politieke partijen over de toerekening van de toegekende zetels bij de laatstgehouden verkiezingen aan deze partijen.3.Als een decentrale politieke partij als bedoeld in het eerste lid fuseert in de zin artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wordt de som van het aantal zetels als bedoeld in het eerste lid aan de nieuwe decentrale politieke partij toegerekend, met dien verstande dat door de rechtsvoorganger niet al subsidie op basis van de betreffende zetel(s) is aangevraagd.4.De subsidie bedraagt € 634.00 per zetel voor de in artikel 6 genoemde periode van één jaar. Artikel 8. Subsidieaanvraag 1.Een decentrale politieke partij kan subsidie aanvragen voor de in artikel 5 genoemde activiteiten bij het college.2.In afwijking van artikel 5 Asv legt de aanvrager de volgende gegevens over: a.Naam en adres van de aanvrager en de dagtekening; b.de geregistreerde aanduiding dan wel afkorting daarvan van de aanvrager die bij de laatstgehouden verkiezing boven een lijst heeft gestaan; c.het aantal zetels dat bij de vaststelling van de verkiezingsuitslag aan de onder a. bedoelde lijst is toegewezen; d.het IBAN-rekeningnummer en tenaamstelling waarop het subsidiebedrag overgemaakt dient te worden. 3.De aanvraag kan digitaal per mail worden gericht aan het college via het mailadres Bestuurssecretariaat@geldrop-mierlo.nl onder vermelding van “aanvraag subsidie decentrale politieke partijen”. Artikel 9. Aanvraagtermijn In afwijking van artikel 6, eerste lid Asv wordt een aanvraag vóór 6 april van het subsidiejaar ingediend. Artikel 10. Beslistermijn subsidievaststelling 1.Het college besluit in afwijking van artikel 8 eerste lid Asv uiterlijk op 30 juni van het jaar waarin de periode aanvangt waarvoor de subsidie is aangevraagd.2.Het college gaat daarbij in afwijking van artikel 13 Asv e.v. direct over tot het nemen van het besluit tot subsidievaststelling. Artikel 11. Aanvullende verplichtingen 1.In aanvulling op artikel 11 Asv is de subsidieontvanger verplicht transparant te zijn over zijn organisatie en een zodanige administratie te voeren dat deze een betrouwbaar beeld geeft van de financiële positie van de partij.2.Op grond van de in het eerste lid genoemde transparantieplicht maakt de subsidieontvanger op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch actueel openbaar: a.uiterlijk 30 juni een financieel verslag over het voorafgaande kalenderjaar; en b.uiterlijk 31 augustus een activiteitenverslag van de met de subsidie (mede) mogelijk gemaakte activiteiten. Artikel 12. Afwijkende termijnen eerste jaar 1.In afwijking van de in artikel 9 genoemde aanvraagtermijn kan een aanvraag worden ingediend binnen acht weken na bekendmaking van deze subsidieregeling.2.In afwijking van de in artikel 10 genoemde uiterlijke beslisdatum, beslist het college binnen acht weken na ontvangst van de in het eerste lid genoemde aanvraag. Artikel 13. Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 juli 2026. Artikel 14. Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling decentrale politieke partijen Geldrop-Mierlo 2026. Aldus vastgesteld in vergadering van Burgemeester en wethouders van de gemeente Geldrop-Mierlo dd. 4 augustus 2026; Burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo, N.J.H. Scheltens secretaris J.C.J. van Breeburgemeester TOELICHTING Algemeen Aanleiding Tijdens de begrotingsbehandeling is door de Kamer besloten om de in afwachting van de aanname van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen (Kamerstukken II 2024/25, 36 742, nr. 2) op de begroting van BZK gereserveerde € 8,15 miljoen voor de subsidiering van decentrale politieke partijen gedeeltelijk toe te voegen aan het gemeentefonds. Het gewijzigd amendement van de leden Clemminck en Tijs van den Brink (Kamerstukken II 2025/26, 36 800 B, nr. 19) heeft geleid tot een toevoeging van € 5,45 miljoen, waarbij het de bedoeling is om de inhoudelijke voorwaarden uit de Wpp zoveel mogelijk te volgen. Gemeenten worden hiermee in staat gesteld om in afwachting van de Wpp zelf een subsidieregeling te treffen voor het ondersteunen van decentrale politieke partijen. Deze subsidieregeling voorziet hierin. Doelstelling Deze subsidieregeling beoogd de gemeentelijke democratie te ondersteunen en financiële transparantie te bevorderen. Politieke partijen vervullen een belangrijke en onmisbare rol in het Nederlandse politieke systeem. Ze verwoorden en vormen de politieke opvattingen in de samenleving, rekruteren kandidaten voor functies in het openbaar bestuur, en betrekken burgers bij de politieke besluitvorming. Het is voor de gemeentelijke democratie belangrijk dat decentrale politieke partijen budget hebben voor onder meer opleiding- en training van kandidaat raadsleden en het organiseren van bijeenkomsten met inwoners. Ook is het belangrijk dat inwoners inzicht hebben in hoe partijen zijn georganiseerd en in belangrijke financieringsstromen en de potentiële invloed daarvan op de gemeentelijke politiek. Voor deze regeling is het model van de VNG gevolgd. Omdat deze regeling vooruitloopt op de vaststelling van de Wet op de politieke partijen, waarmee de financiering en transparantie van decentrale politieke partijen voor langere tijd moet worden geregeld, is bij het opstellen van deze regeling zoveel mogelijk aangesloten bij de criteria uit dit wetsvoorstel en de Memorie van Toelichting daarbij. In de artikelsgewijze toelichting wordt hier ook gericht naar verwezen. Effecten Het is de verwachting dat de decentrale politieke partijen door gebruik te maken van de financieringsmogelijkheden op grond van deze subsidieregeling beter in staat zijn om kennis te vergaren en activiteiten te organiseren, waardoor de leden van deze partijen en de inwoners van de gemeente beter bij het democratisch proces betrokken kunnen worden. Door het bevorderen van de transparantie bij de subsidieontvangers draagt de regeling ook bij aan het vertrouwen in de gemeentelijke politiek. De uitvoeringskosten zijn door de keuze voor directe subsidievaststelling en het publiceren van de gerealiseerde activiteiten op de website van de subsidieontvanger, zo laag mogelijk gehouden. Verwacht wordt dat de transparantie ervoor zorgt dat de subsidiemiddelen goed worden besteed en het terugvorderen van subsidiegelden niet nodig zal zijn. Verhouding tot andere regelgeving Wanneer het gaat om het opstellen van een subsidieregeling dan is de gemeenteraad bevoegd om op grond van de gemeentelijke autonome verordenende bevoegdheid een subsidieverordening vast te stellen (artikel 149 van de Gemeentewet). Op grond van die bevoegdheid kan zij de bevoegdheid echter ook (gedeeltelijk) delegeren aan het college van burgemeester en wethouders (artikel 156 van de Gemeentewet). Deze delegatie is geregeld in de Algemene subsidieverordening Geldrop-Mierlo 2017. Deze subsidieregeling is dan ook gebaseerd op deze verordening en sluit aan op de titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (subsidietitel). De subsidieregeling loopt vooruit op de aanname van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen en vervalt op het moment dat deze wet in werking treedt van rechtswege op grond van artikel 122 van de Gemeentewet. Dit artikel zegt dat de bepalingen van gemeentelijke verordeningen in wier onderwerp door een wet, een algemene maatregel van bestuur of een provinciale verordening wordt voorzien, van rechtswege vervallen. Deze subsidieregeling is geen vervanging of aanvulling op de fractieondersteuning die fracties in de gemeenteraad ontvangen op basis van artikel 33 van de Gemeentewet. Deze subsidieregeling is bedoeld voor de ondersteuning van decentrale politieke partijen, ter versterking van de partijorganisatie. Het is niet bedoeld voor de ondersteuning van raadsleden bij raadswerkzaamheden. Artikelsgewijze toelichting Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel 1. Definities Decentrale politieke partij Met deze definitie wordt aangesloten bij de Kieswet. De tweede definitie sluit aan bij de wijze waarop landelijke en provinciale politieke partijen in lokale afdelingen zijn georganiseerd met een eigen lokaal afdelingsbestuur. Voor beide geldt dat men moet hebben meegedaan met de laatstgehouden verkiezingen en tenminste één zetel moet hebben behaald om aangemerkt te kunnen worden als decentrale politieke partij. Gift De definitie van gift is ontleend aan artikel 186, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Het gaat om zowel geld als economisch voordeel (een zaak of dienst waar geen of geen evenredige tegenprestatie tegenover staat) die door een decentrale politieke partij wordt ontvangen. Subsidies als bedoeld in artikel 4:21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn uitgezonderd. Belangrijk hierbij is dat de gift ook door de decentrale politieke partij wordt aanvaard. Artikel 3. Doel van de subsidie Het doel van de subsidieregeling sluit op lokaal niveau aan bij het tweeledige doel van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen. Naast de versterking van de positie van decentrale politieke partijen wordt beoogd de democratie en de weerbaarheid van de decentrale politiek te versterken. Daarbij staat transparantie centraal. Door decentrale politieke partijen te verplichten tot transparantie over de financiering en hun interne organisatie wordt het risico op oneigenlijke beïnvloeding verkleind en wordt de weerbaarheid van politieke partijen en de democratische rechtsstaat versterkt (Kamerstukken II 2024/25, 36 742, nr. 3, p. 2). Artikel 5. Subsidiabele activiteiten De opgenomen subsidiabele activiteiten komen overeen met de in artikel 104 van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen genoemde activiteiten. Onder de voorwaarde dat de subsidie wordt besteed aan een of meer van de in het eerste lid genoemde activiteiten mogen decentrale politieke partijen de subsidie naar eigen inzicht besteden. De in deze limitatieve opsomming opgenomen activiteiten zijn zo breed en divers geformuleerd dat in beginsel alle reguliere partijactiviteiten voor subsidie in aanmerking komen. Deels is er ook sprake van een zekere overlap. Wel vindt na afloop van het jaar verantwoording plaats door middel van de publicatie van een financieel verslag en een activiteitenverslag (zie artikel 11). Onderdeel a (Politieke vorming en scholing) Politieke partijen hebben een prominente rol bij de vorming, scholing en coaching van politieke ambtsdragers alsmede van actieve partijleden in de gemeente. De subsidie versterkt de mogelijkheid dat decentrale politieke partijen naar eigen inzicht en politieke opvatting professionele cursussen en opleidingen kunnen realiseren of laten volgen. Onderdeel b (Informatievoorziening) Het informeren van kiezers is een kerntaak van decentrale politieke partijen. Het gaat hierbij zowel om informatievoorziening op papier als om informatievoorziening via andere media zoals het internet. Onder informatievoorziening moet ook worden begrepen de productie van radio en tv uitzendingen. De subsidie die partijen ontvangen kan dus ook gebruikt worden voor het maken van politieke uitzendingen, ongeacht het medium dat daarvoor wordt gebruikt. Eventueel kunnen deze uitgaven ook worden gebracht onder verkiezingscampagnes (onder i). Informatievoorziening aan de leden beoogt hen inhoudelijk betrokken te houden bij de activiteiten van de politieke partij. Op die manier kan ook bevorderd worden dat het aantal actieve leden groeit (zie ook: werven van leden, onder f). Onderdeel c (Buitenlandse zusterpartijen) Tot de subsidiabele activiteiten behoort tevens het onderhouden van contacten met buitenlandse zusterpartijen en het ondersteunen van vormings- en scholingsactiviteiten ten behoeve van het kader van deze zusterpartijen. Samenwerking van decentrale politieke partijen met geestverwanten in Europa en elders bevordert de internationale samenwerking op politiek en bestuurlijk niveau. Hierbij is vooral gedacht aan ondersteuning van geestverwanten in landen waar de democratie of het herstel daarvan van recentere datum is. [eventueel invullen: In het bijzonder kan ook gedacht worden aan de contacten met decentrale politieke partijen in [invullen: naam gemeente(n) met wie een vriendschapsband bestaat] met wie een vriendschapsband bestaat.] Onderdeel d (Politiek-wetenschappelijke activiteiten) Deze activiteit wordt in de regel verricht door het daartoe aangewezen politiek-wetenschappelijk instituut. De decentrale politieke partij kan echter ook een wetenschappelijke onderzoeksopdracht uitzetten bij bijvoorbeeld een hogeschool, een universiteit of een onderzoeksbureau. Onderdeel e (Politieke participatie van jongeren en andere ondervertegenwoordigde groepen) Op basis van dit onderdeel kan de decentrale politieke partij subsidiegelden besteden aan de bevordering van de politieke participatie van jongeren en/of de participatie van andere groepen burgers die in de politiek ondervertegenwoordigd zijn. Er is niet vastgelegd welke groepen burgers minder dan gemiddeld politiek actief zijn. Het staat de decentrale politieke partijen vrij om zelf een groep aan te wijzen. Bijvoorbeeld: vrouwen, personen met een migratieachtergrond of mensen die in een bepaald deel van de gemeente woonachtig zijn. Onderdeel f (Werving van leden) Ledenwerving is van groot belang voor de positie en toekomst van de decentrale politieke partijen en voor het functioneren van het democratisch bestel in de gemeente. De politieke participatie van burgers en de ledentallen van decentrale politieke partijen blijven een punt van aandacht. Het is daarom dat politieke partijen de subsidie ook kunnen aanwenden voor de werving van nieuwe leden. Onderdeel g (Betrekken van niet-leden) Een belangrijke functie van een decentrale politieke partij is het vergroten van de betrokkenheid van burgers bij de gemeentelijke politiek. De meest herkenbare activiteit is het mobiliseren van het electoraat. Decentrale politieke partijen moeten burgers de mogelijkheid geven om te kiezen en moeten burgers stimuleren om hun stem uit te brengen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Een andere manier om niet-leden te betrekken bij de activiteiten van een politieke partij is het uitnodigen van niet-leden bij discussieavonden en bijeenkomsten. Deze activiteiten kunnen er mede op gericht zijn om als politieke partij nieuwe leden te werven en zodoende de politieke participatie van burgers te vergroten (onder f). Onderdeel h (Werving, selectie en begeleiding van politieke ambtsdragers) Werving en selectie van politieke ambtsdragers is van groot belang voor het democratisch bestel en het functioneren van het openbaar bestuur in de gemeente. Onder “begeleiding van politieke ambtsdragers” wordt niet alleen verstaan de begeleiding van politieke ambtsdragers tijdens het vervullen van hun ambt. Het kan tevens eventuele nazorg na afloop van het vervullen van de politieke functie betreffen. Hierdoor zijn politieke partijen beter in staat om blijvend aandacht te besteden aan de kwaliteit van en de functievervulling door politieke ambtsdragers. Opgemerkt zij dat het hier dient te gaan om bekostiging van activiteiten die door de politieke partij worden verricht. De individuele rechtspositionele aanspraken van politieke ambtsdragers zijn geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) en de andere respectievelijke rechtspositionele regelingen. Onderdeel i (Verkiezingscampagnes) De mogelijkheid goede verkiezingscampagnes te kunnen voeren is van belang voor de gemeentelijke democratie. Subsidiëring van verkiezingscampagnes draagt bij aan het effectief en efficiënt kunnen presenteren door decentrale politieke partijen van hun politieke standpunten en partijprogramma’s. De kiezer wordt zo beter in staat gesteld te kiezen uit verschillende inhoudelijke alternatieven. Uitgaven tijdens een verkiezingscampagne betreffen onder meer het ontwikkelen van een campagne, de facilitaire organisatie van de verkiezingsactiviteiten, het bevorderen van de participatie van leden in de verkiezing, het bevorderen van opkomst en het uitwisselen van standpunten met potentiële kiezers. Uit het tweede lid volgt dat de activiteiten gericht moeten zijn op of ter bevordering van de inwoners, leden en/of ambtsdragers in de [invullen: naam gemeente]. Het kan dus gaan om activiteiten binnen de gemeente, zoals flyeren, alsook om activiteiten die gericht zijn op inwoners, volksvertegenwoordigers of bestuurders van de gemeente. In dat laatste geval kunnen de activiteiten ook buiten de gemeentegrenzen plaatsvinden. Denk bijvoorbeeld aan een conferentie of scholingsactiviteit. Artikel 6. Subsidietermijn De subsidietermijn (het subsidietijdvak) komt overeen met de in artikel 105 van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen genoemde termijn. Het subsidiejaar loopt van 1 juli tot en met 30 juni van het volgende kalenderjaar. Voor deze termijn is gekozen omdat deze aansluit bij het moment waarop de verkiezingen worden gehouden en waardoor er direct rekening gehouden kan worden met een nieuwe zetelverdeling na de verkiezingen in maart (Kamerstukken II 2024/25, 36 742, nr. 3, p. 54-55). Artikel 7. Subsidiebedrag De hoogte van het subsidiebedrag is afhankelijk van het aantal behaalde zetels tijdens de laatstgehouden verkiezingen. Deze bepaling is ontleend aan artikel 106, eerste lid, van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen. Een afsplitsing of een afgesplitste volksvertegenwoordiger die zich aansluit bij een andere politieke partij heeft dus geen invloed op de hoogte van de subsidie. De decentrale politieke partij houdt gedurende de periode tot de nieuwe verkiezingen recht op hetzelfde bedrag. Als meerdere politieke partijen meedoen onder één kandidatenlijst, dan is het aan de partijen zelf om onderling uit te maken welke zetelverdeling wordt gehanteerd bij de subsidieaanvraag. Indien de gezamenlijke kandidatenlijst één zetel krijgt toegewezen dan geldt dat maar één van de partijen of afdelingen een subsidieaanvraag kan indienen. Het is niet mogelijk een zetel te delen. Zonder gezamenlijk ondertekende verklaring kan geen van de partijen een subsidie ontvangen. Dit stemt overeen met artikel 109 van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen. Ook is het mogelijk dat twee politieke partijen met elkaar fuseren. In dat geval kunnen de twee gefuseerde politieke partijen voor hun subsidie de zetelaantallen corresponderend met de twee “oude” partijen optellen voor het bepalen van de hoogte van de aanspraak op subsidie. Dit stemt overeen met artikel 110 van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen. Daarbij is het niet mogelijk om zowel voor als na de fusie een aanvraag in te dienen en zo per zetel tweemaal voor subsidie in aanmerking te komen. De hoogte van het subsidiebedrag per zetel is afgestemd op het bedrag dat bij gewijzigd amendement van de leden Clemminck en Tijs van den Brink (Kamerstukken II 2025/26, 36 800 B, nr. 19) aan het gemeentefonds is toegevoegd. Artikel 8. Subsidieaanvraag De bij de subsidieaanvraag over te leggen gegevens zijn ontleend aan artikel 102 van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen. Omdat sprake is van een overgangsperiode naar een landelijke regeling is gekozen voor een vereenvoudigde aanvraag die afwijkt van het model van de VNG. De aanvraag zal daarnaast moeten voldoen aan de in artikel 4:2, eerste lid, van de Awb. Dit betekent dat de aanvraag ook is voorzien van de naam en het adres van de aanvrager en de dagtekening. Artikel 9. Aanvraagtermijn Op basis van deze bepaling wordt de aanvraag in afwijking van artikel 6 Asv, uiterlijk ingediend vóór 6 april. Deze datum stemt overeen met de in artikel 102, tweede lid, van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen genoemde datum. Daar is de datum van 6 april gekozen omdat, in een verkiezingsjaar, 3 april de uiterlijke datum is waarop het vertegenwoordigend orgaan besluit over de toelating van de nieuwgekozen leden (artikel C 4, tweede lid, van de Kieswet). Als 6 april valt op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag, dan wordt deze termijn conform de Algemene termijnenwet verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. Dit maakt het voor het college ook mogelijk om de aanvraag tijdig te behandelen voor aanvang van het subsidietijdvak. Artikel 10. Beslistermijn subsidievaststelling Deze bepaling sluit aan bij artikel 107 van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen. Daarin zijn de aanvraag en de directe subsidievaststelling geregeld. Eerste lid Op basis van deze bepaling besluit het college in afwijking van artikel 8 eerste lid Asv uiterlijk op 30 juni. Dit maakt dat de decentrale politieke partij voor aanvang van het subsidietijdvak duidelijkheid heeft over het recht op de subsidie op grond van deze regeling. Tweede lid In afwijking van artikel 13 Asv e.v. wordt de subsidie direct en zonder voorafgaande verantwoording door de ontvanger vastgesteld. Dit neemt niet weg dat het college, conform artikel 4:49 van de Awb alsnog de mogelijkheid heeft om ook ná de vaststelling controle uit te voeren op de subsidie en in specifieke gevallen de subsidie terug te vorderen. Dit kan naar aanleiding van meldingen, nieuwsberichten en/of op basis van een steekproef. Artikel 11. Afwijkende termijnen eerste jaar Nadat de Kamer in maart 2026 heeft bepaald dat er een bedrag aan het gemeentefonds wordt toegevoegd voor de subsidiëring van decentrale politieke partijen heeft het zorgvuldig opstellen en vaststellen van deze regeling enige voorbereidingstijd gekost. De regeling is daarom na het reguliere aanvraag en besluitvormingstijdvak bekendgemaakt. Om de decentrale politieke partijen dit jaar al wel in aanmerking te brengen voor subsidie op grond van deze regeling bevat deze bepaling afwijkende termijnen voor het eerste jaar. Artikel 12. Inwerkingtreding Aan de werking van deze subsidieregeling is terugwerkende kracht gegeven. Dit zorgt ervoor dat decentrale politieke partijen dit jaar al voor het jaar 2026-2027 in aanmerking komen voor subsidieverlening op grond van deze regeling. Aangezien het hier een begunstigende regeling betreft bestaan hiertegen geen bezwaren.
Meer informatie