Verkeersbesluit inhaalverbod N48 km 108,200-109,800
Verkeersbesluit inhaalverbod N48 km 108,200-109,800 Datum 4 augustus 2026 Kenmerk RWS-2026/16123 Onderwerp Verkeersbesluit inzake het uitbreiden van het inhaalverbod op de N48 tussen km 108,200 en km 109,800 Zaaknummer RWSZ2026-00010256 DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT Juridisch kader Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) moet een verkeersbesluit worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (hierna: BABW) genoemde verkeerstekens, alsmede voor onderborden, voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd. Op grond van artikel 15, tweede lid, van de WVW 1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken. Aangezien het hier een weg betreft die onder beheer is van het Rijk, ben ik ingevolge artikel 18, eerste lid, onder a WVW 1994 bevoegd dit besluit te nemen. Belangenafweging en motivering Op grond van artikel 21 van het BABW vermeldt de motivering van het verkeersbesluit in ieder geval welke doelstelling of doelstellingen, genoemd in artikel 2, lid 1 en 2, WVW 1994, met het verkeersbesluit worden beoogd. De doelstellingen die aan dit besluit ten grondslag liggen zijn: a. het verzekeren van de veiligheid op de weg; b. het beschermen van weggebruikers en passagiers; c. het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan; d. het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer; Op grond van artikel 7 BABW kan het bevoegd gezag slechts verkeerstekens plaatsen die opgenomen zijn in hoofdstuk II van het BABW. De N48 is aangeduid als autoweg en heeft de functie van een regionale stroomweg. Op de rijbaan is per rijrichting één rijstrook beschikbaar. Een fysieke scheiding tussen de rijrichtingen ontbreekt. De scheiding wordt aangegeven met markering op het midden van de rijbaan. Door verschillende omstandigheden kan een voertuig op de verkeerde weghelft terecht komen. Bijvoorbeeld door een stuurfout of door een inschattingsfout bij een inhaalmanoeuvre. Dit kan leiden tot een frontale aanrijding met ernstige gevolgen voor betrokkenen. In 2011 is voor het verbeteren van de verkeersveiligheid op de N48 tussen km 97,500 en km 108,200 een inhaalverbod ingesteld (Staatscourant 2011, nr. 17167). Op basis van inzichten van destijds is de mogelijkheid om in te halen blijven bestaan tussen km 108,200 en km 109,800. Om te voorkomen dat frontale aanrijdingen plaats vinden zullen in de toekomst de rijrichtingen op regionale stroomwegen fysiek worden gescheiden. Op korte termijn is dit niet mogelijk. Binnenkort vindt onderhoud plaats op de N48. Het asfalt wordt vervangen en de markering wordt opnieuw aangebracht. Om de kans op frontale aanrijdingen voorlopig zo veel mogelijk te verkleinen wordt: • De afstand tussen de twee tegengestelde verkeersstromen vergroot door de dubbele doorgetrokken streep in het midden van de rijbaan verder uit elkaar te leggen en de groene streep te verbreden; • het inhaalverbod uitgebreid zodat deze ook geldt voor de N48 tussen km 108,200 en km 109,800. Procedure De voorbereiding van dit besluit, op grond van artikel 15 lid 1 en 2 WVW 1994, heeft conform het gestelde in afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht plaatsgevonden. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 24, aanhef en sub a BABW heeft overleg plaatsgevonden met de Politie, Eenheid Noord-Nederland, waarbij geadviseerd is de voorgestelde maatregelen in te voeren. Met inachtneming van het besluit van 12 september 2011 (Staatscourant 2011, nr. 17167). En gelet op artikel 26 BABW en artikel 5 van de Bekendmakingswet, wordt dit besluit gepubliceerd in de Staatscourant Besluit Op grond van de Wegenverkeerswet 1994, het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) en de in dit verkeersbesluit opgenomen overwegingen besluit ik: • Dat het inhaalverbod in beide rijrichtingen wordt uitgebreid voor N48 km 108,200 en km 109,800. Dit zal wordt door een dubbel doorgetrokken streep zichtbaar worden aangegeven op het wegdek. Ondertekening De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, Namens deze, Hoofd van de afdeling Vergunningverlening, Rijkswaterstaat Noord-Nederland Mededelingen Beroep Op grond van de Algemene wet Bestuursrecht kan tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is bekend gemaakt, een beroepschrift worden ingediend bij de sector bestuursrecht van de rechtbank binnen het rechtsgebied waarin de indiener van het beroepschrift zijn woonplaats heeft. Het beroepschrift dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten: a. Naam en adres van de indiener; b. de dagtekening c. vermelding van de datum en nummer/kenmerk van het besluit, waartegen het beroepschrift zich richt; d. de opgave van de redenen waarom met zich niet met het besluit kan verenigen (motivering). Zo mogelijk dient bij het beroepschrift ook een afschrift te worden gevoegd van het besluit, waarop het beroep betrekking heeft. Het indienen van een beroepschrift heeft geen schorsende werking. Dat betekent dat het besluit blijft gelden in de tijd dat het beroepschrift in behandeling is. Voorlopige voorziening Het is mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen. Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de voorzieningenrechter van de voorgenoemde rechtbank. Het verzoek dient te zijn ondertekend en tenminste het volgende te bevatten: a. De naam en adres van de indiener; b. de dagtekening c. vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen, de datum en het nummer/kenmerk van het besluit; en d. de gronden voor het verzoek tot voorlopige voorziening. Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het beroepschrift te worden overgelegd. Zo mogelijk wordt ook een afschrift van besluit, waarop het geschil betrekking heeft, overgelegd. Naar aanleiding van het verzoek kan een voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen, als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor de behandeling van een beroepschrift en een verzoek om een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierecht geheven. U kunt uw verzoek om een voorlopige voorziening of uw beroep ook digitaal instellen bij de genoemde rechtbank via: http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.
Meer informatie