Regeling vertrouwenspersonen Avres 2026
Regeling vertrouwenspersonen Avres 2026 Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Avres in vergadering bijeen op 09-07-2026, overwegende dat: Het dagelijks bestuur vertrouwenspersonen rollen en taken heeft toebedeeld in het kader van het integriteitsbeleid van Avres, in het bijzonder in de Basisnormen en gedragscode; in de Regeling Melden vermoeden misstand; en in de klachtenregeling ongewenst gedrag; Het dagelijks bestuur het wenselijk vindt de rol, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de vertrouwenspersonen in een regeling vast te leggen; Gelezen de schriftelijke instemming van de Ondernemingsraad van 28-04-2026; BESLUIT vast te stellen de volgende Regeling vertrouwenspersonen Avres 2026. Artikel 1 Begripsbepaling In deze regeling wordt verstaan onder: Avres: de gemeenschappelijke regeling Avres of een aan haar direct gelieerde privaatrechtelijke rechtspersoon; Melder: de (ex-)werknemer, die een melding maakt van ongewenst gedrag en/of een vermoeden van een misstand. Uitzendkrachten, ingeleende krachten, stagiaires en andere personen die werkzaamheden verrichten of hebben verricht ten behoeve van de werkgever en een melding maken van ongewenst gedrag en/of een vermoeden van een misstand. c. Melding ongewenst gedrag: een melding in het kader van de klachtenregeling ongewenst gedrag. d. Melding vermoeden van een misstand: een melding in het kader van de regeling melding vermoeden misstand. e. Ongewenst gedrag: het gedrag dat door een melder als ongewenst wordt ervaren. Dit kan onder meer zijn discriminatie, (seksuele) intimidatie, pesterij, agressie, geweld en/of pesten. f. Vermoeden van een misstand: een vermoeden van: 1. schending of gevaar voor schending van het Unierecht; 2. een handeling of nalatigheid waarbij het maatschappelijk belang in het geding is bij 1° Een schending of een gevaar voor schending van een wettelijk voorschrift of van interne regels die een concrete verplichting inhouden en die op grond van een wettelijk voorschrift door een werkgever zijn vastgesteld, dan wel 2°. Een gevaar voor de volksgezondheid, voor de veiligheid van personen, voor de aantasting van het milieu, of voor het goed functioneren van de openbare dienst of onderneming als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten. Het maatschappelijk belang is in ieder geval in het geding indien de handeling of nalatigheid niet enkel persoonlijke belangen raakt en er sprake is van oftewel een patroon of structureel karakter dan wel de handeling of nalatigheid ernstig of omvangrijk is. Vertrouwenspersoon: de persoon die als zodanig benoemd wordt door de werkgever. Werkgever: de gemeenschappelijke regeling Avres. Werknemer: de werknemer van Avres en uitzendkrachten, ingeleende krachten, stagiaires en andere personen die werkzaamheden verrichten of hebben verricht ten behoeve van de werkgever. Artikel 2 De vertrouwenspersoon 1. De werkgever benoemt, na instemming van de ondernemingsraad, minimaal twee personen als interne vertrouwenspersoon, waarbij bij voorkeur in ieder geval uitgaat naar één man en één vrouw die de positie bekleed, en een externe vertrouwenspersoon. 2. De benoeming is voor een periode van vier jaar, met de mogelijkheid om te verlengen. 3. De werkgever mag de vertrouwenspersoon niet ontslaan of benadelen om redenen die te maken hebben met het uitoefenen van de functie van vertrouwenspersoon. 4. De vertrouwenspersoon kan zijn taak altijd tussentijds neerleggen. Hij hoeft daarvoor geen reden te geven. 5. De vertrouwenspersoon wordt na zijn benoeming lid van de Landelijke Vereniging voor Vertrouwenspersonen (LVV). Artikel 3 Taken vertrouwenspersoon 1. De vertrouwenspersoon heeft als taken: a. de eerste opvang van de melder; b. het bijstaan, begeleiden en adviseren van de melder. Zo nodig verwijst de vertrouwenspersoon de melder door naar een professionele hulpverlener; c. het ondersteunen van de melder bij het indienen van een klacht bij de klachtencommissie. Als het om een strafbaar feit gaat, kan hij de melder ondersteunen bij het doen van aangifte. De vertrouwenspersoon blijft betrokken bij het traject dat volgt, als de melder dat wil. d. het verlenen van nazorg aan de melder als de melding afgerond is. 2. De vertrouwenspersoon verricht naar aanleiding van een melding geen handelingen zonder toestemming van de melder. 3. Een vertrouwenspersoon kan in voorkomende gevallen en indien gewenst ook de persoon op wie de melding vermoeden misstand betrekking heeft, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, lid 4 van de Regeling melden vermoeden misstand, en de persoon op wie de melding ongewenst gedrag betrekking heeft, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, lid 3 van de Klachtenregeling ongewenst gedrag, bijstaan. Deze vertrouwenspersoon is dan niet dezelfde die de melder bijstaat, noch treedt hij/zij daarbij in contact met de melder of de vertrouwenspersoon van de melder. Artikel 4 Overige taken vertrouwenspersoon 1. De vertrouwenspersoon houdt een registratie bij van alle meldingen en de afdoening hiervan. 2. De interne vertrouwenspersoon verstrekken jaarlijks, in samenwerking met de externe vertrouwenspersoon, een geanonimiseerd overzicht van het aantal meldingen en de afdoening ervan aan de werkgever. 3. De stukken die horen bij een melding worden vijf jaar na afdoening van de melding vernietigd. 4. De vertrouwenspersoon adviseert de werkgever gevraagd en ongevraagd over het beleid ten aanzien van ongewenst gedrag en meldingen vermoeden misstanden. 5. De vertrouwenspersoon signaleert de behoefte aan voorlichting over ongewenst gedrag en meldingen vermoeden misstanden. Ook signaleert hij eventuele knelpunten in het beleid ten aanzien van ongewenst gedrag en meldingen vermoeden misstanden. Artikel 5 Werkwijze en bevoegdheden van de vertrouwenspersoon 1. De vertrouwenspersoon heeft een geheimhoudingsplicht over al hetgeen hem ter kennis komt. Deze geheimhoudingplicht stopt niet na het beëindigen van de functie van vertrouwenspersoon. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen, mag de vertrouwenspersoon de geheimhouding doorbreken. Dit is bijvoorbeeld het geval als er gevaar dreigt voor de melder of zijn omgeving. 2. Ook voor personen die door de vertrouwenspersoon worden benaderd naar aanleiding van de melding, geldt een geheimhoudingsplicht. 3. De vertrouwenspersoon is bevoegd om een externe deskundige te raadplegen. Als daaraan kosten verbonden zijn, meldt hij dit aan de werkgever. 4. De werkgever en de vertrouwenspersoon voorkomen tegenstrijdige belangen tussen de werkzaamheden die de vertrouwenspersoon als gewoon werknemer vervult en de taken die hij als vertrouwenspersoon uitoefent. 5. De vertrouwenspersoon staat naast de melder. Dit betekent dat de vertrouwenspersoon: a. niet kan bemiddelen tussen de melder en de persoon waarop de melding betrekking heeft; b. geen hoor en wederhoor kan toepassen; c. niet corrigerend kan optreden en d. geen onafhankelijk advies over een melding kan geven aan de werkgever. 6. De vertrouwenspersoon is geen verantwoording verschuldigd over de uitvoering, het verloop en het resultaat van de begeleiding van een melder. Artikel 6 Faciliteiten voor de vertrouwenspersoon De interne vertrouwenspersoon kan zijn taken binnen de eigen werktijd uitoefenen. Als de interne vertrouwenspersoon zijn taken buiten de eigen werktijd uitoefent worden de uren die daarmee gemoeid zijn, als overwerk beschouwd. De werkgever stelt een budget beschikbaar, zodat de vertrouwenspersoon cursussen of scholing kan volgen. De cursussen of scholing moeten bijdragen aan de taken behorende bij de functie van vertrouwenspersoon. De werkgever zorgt ervoor dat de vertrouwenspersoon zijn stukken veilig en vertrouwelijk kan bewaren en bewerken. Artikel 7 Klacht over de handelwijze van de vertrouwenspersoon De melder kan een klacht over de handelwijze van de vertrouwenspersoon ten aanzien van zijn eigen melding indienen bij de werkgever of bij de Commissie van Toezicht van de Landelijke Vereniging voor Vertrouwenspersonen. Artikel 8 Onvoorziene gevallen In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, kan de werkgever een bijzondere voorziening treffen. Artikel 9 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang de eerste dag na bekendmaking van deze regeling. Deze regeling wordt aangehaald als “Regeling vertrouwenspersonen Avres 2026”. Aldus vastgesteld te Meerkerk door het dagelijks bestuur van Avres op 09-07-2026. K. Bel, Voorzitter P. van Uitert, Secretaris
Meer informatie