Regeling melden vermoeden van misstanden Avres 2026 (Klokkenluidersregeling)

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op6 augustus 2026
Gepubliceerd doorRegionaalSamenwerkingsorgaan Avres

Regeling melden vermoeden van misstanden Avres 2026 (Klokkenluidersregeling) Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Avres in vergadering bijeen d.d. 09-07-2026; Gelet op de Wet bescherming klokkenluiders; Gelezen het instemmingsbesluit van de ondernemingsraad van Avres d.d. 28-04-2026; Overwegende dat: Sinds 2019 de Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Europese Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden (de Richtlijn) van kracht is. Deze richtlijn door Nederland is omgezet in nationale wetgeving en op 18 februari 2023 de Wet bescherming klokkenluiders in werking is getreden. In de regeling melden vermoeden misstanden Avres 2026, Avres formeel de kaders, procedures, rechten en plichten vastlegt, die gelden wanneer iemand vermoedt dat er sprake is van een misstand. Besluit: De navolgende regeling melden vermoeden misstanden (klokkenluidersregeling) vast te stellen: Artikel 1 Begrippen en toelichting In deze regeling wordt verstaan onder: a. Afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders: de afdeling advies van het Huis voor klokkenluiders, bedoeld in artikel 3a lid 2 van de Wet bescherming klokkenluiders; b. Afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders: de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders, bedoeld in artikel 3a lid 3 van de Wet bescherming klokkenluiders; c. Avres: de gemeenschappelijke regeling Avres of een aan haar direct gelieerde privaatrechtelijke rechtspersoon. d. Betrokken derde: een derde die in een werkgerelateerde context verbonden is met een melder of een rechtspersoon die eigendom is van de melder, waarvoor de melder werkt, of waarmee de melder anderszins werkgerelateerd verbonden is; e. Bevoegde autoriteit: een autoriteit die op grond van de wet is aangewezen voor het ontvangen en behandelen van meldingen van een vermoeden van een misstand; f. Contactpersoon integriteit: De contactpersoon integriteit is de functionaris binnen Avres die verantwoordelijk is voor het coördineren en begeleiden van meldingen van vermoedens van misstanden. De contactpersoon integriteit informeert de melder over de beschikbare meldroutes, ondersteunt bij het indienen van meldingen, ziet toe op een correcte en zorgvuldige registratie en doorgeleiding van meldingen binnen de organisatie, en kan de melder adviseren over beschikbare ondersteuningsmogelijkheden, zoals rechtsbijstand of mediation. De contactpersoon integriteit heeft een procedurele en coördinerende rol en vervult geen onafhankelijke adviserende of vertrouwensrol naast de melder; deze rol wordt vervuld door de vertrouwenspersoon. Evenmin heeft deze functionaris een onderzoeksrol. g. Degene die een melder bijstaat: een natuurlijke persoon die een melder adviseert in het meldingsproces in een werkgerelateerde context en wiens advisering vertrouwelijk is; h. Melder: een natuurlijke persoon die in de context van zijn werkgerelateerde activiteiten een vermoeden van een misstand meldt of openbaar maakt; i. Melding: de melding van een vermoeden van een misstand; j. Meldkanaal: organisatie en procedure bij een bevoegde autoriteit voor het ontvangen en in behandeling nemen van meldingen; k. Misstand: I. een schending of een gevaar voor schending van het Unierecht, of II. een handeling of nalatigheid waarbij het maatschappelijk belang in het geding is bij 1° Een schending of een gevaar voor schending van een wettelijk voorschrift of van interne regels die een concrete verplichting inhouden en die op grond van een wettelijk voorschrift door een werkgever zijn vastgesteld, dan wel 2°. Een gevaar voor de volksgezondheid, voor de veiligheid van personen, voor de aantasting van het milieu, of voor het goed functioneren van de openbare dienst of onderneming als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten. Het maatschappelijk belang is in ieder geval in het geding indien de handeling of nalatigheid niet enkel persoonlijke belangen raakt en er sprake is van oftewel een patroon of structureel karakter dan wel de handeling of nalatigheid ernstig of omvangrijk is. l. Onderzoeker(s): de persoon/personen of organisatie aan wie Avres het onderzoek naar de misstand opdraagt, en die daartoe benoemd zijn door het dagelijks bestuur voor een periode van drie jaar, welke periode telkens voor een periode van drie jaar (stilzwijgend) kan worden verlengd en welke benoeming de instemming heeft van de ondernemingsraad van Avres; m. Richtlijn: Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Europese Raad van 23 oktober 2019 (PbEU 2019, L 305), inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden. n. Schending van het Unierecht: een handeling of nalatigheid die: I. Onrechtmatig is en betrekking heeft op Uniehandelingen en beleidsterreinen die binnen het in artikel 2 van de Richtlijn bedoelde materiële toepassingsgebied vallen; of II. Het doel of de toepassing ondermijnt van de regels in de Uniehandelingen en beleidsterreinen die binnen het in artikel 2 van de Richtlijn bedoelde materiële toepassingsgebied vallen; o. Vermoeden van een misstand: het vermoeden van een melder, dat binnen de organisatie waarin hij werkt of heeft gewerkt, of bij een andere organisatie indien hij door zijn werkzaamheden daarmee in aanraking is gekomen, sprake is van een misstand voor zover het vermoeden gebaseerd is op redelijke gronden, die voortvloeien uit de kennis die de melder bij de werkgever heeft opgedaan of voortvloeien uit de kennis die de melder heeft gekregen door werkzaamheden bij een ander bedrijf of een andere organisatie; p. Vertrouwenspersoon: de functionaris die als zodanig benoemd is door Avres; q. Werkgerelateerde context: toekomstige, huidige of vroegere werkgerelateerde activiteiten in de publieke of private sector waardoor, ongeacht de aard van die werkzaamheden, personen informatie kunnen verkrijgen over inbreuken op het Unierecht of misstanden en waarbij die personen te maken kunnen krijgen met benadeling als bedoeld in artikel 10, vierde en vijfde lid van deze regeling, indien zij dergelijke informatie zouden melden; r. Werkgever: de gemeenschappelijke regeling Avres. Artikel 2 Informatie, advies en ondersteuning voor de melder 1. Een melder kan bij een vermoeden van een misstand: a) een adviseur in vertrouwen raadplegen; b) de interne of externe vertrouwenspersoon van Avres raadplegen; en/of c) de afdeling advies van het Huis voor klokkenluiders in vertrouwen raadplegen. 2. Degene die de melder bijstaat of een betrokken derde kan bij een vermoeden van een misstand en/of informatie over een schending van het Unierecht, de afdeling advies van het Huis voor klokkenluiders in vertrouwen raadplegen. 3. De melder kan onder voorwaarden een beroep doen op de rechtsbijstandsverzekering van Avres. De contactpersoon integriteit kan hem helpen om een beroep te doen op die verzekering. 4. Ook de perso(o)n(en) op wie de melding betrekking heeft kan een beroep doen op een van de vertrouwenspersonen binnen Avres. Deze vertrouwenspersoon is dan niet dezelfde die de melder bijstaat. Artikel 3 Interne melding 1. Een interne melding kan gedaan worden door een persoon die bij Avres in dienst is of was. Een interne melding kan ook gedaan worden door een sollicitant en een persoon die niet bij Avres in dienst is of was, maar die door werkzaamheden wel met de organisatie in aanraking is gekomen. 2. Het heeft de voorkeur dat de melder de melding intern doet. Maar de melder kan op grond van artikel 8 van deze regeling ook direct een melding doen van een vermoeden van een misstand bij een bevoegde autoriteit of de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders. 3. Een melder met een vermoeden van een misstand kan daarvan melding doen bij de volgende functionarissen: • iedere leidinggevende die binnen Avres hiërarchisch een hogere positie bekleedt dan hij; • de directeur van Avres of diens plaatsvervanger; • de contactpersoon integriteit; 2. De melder kan op de volgende wijze een melding doen: a. Schriftelijk; b. Mondeling via de telefoon of andere (spraak)berichtensystemen; of c. Op zijn verzoek binnen een redelijke termijn door middel van een gesprek op een locatie. 3. Een mondelinge melding wordt geregistreerd door: a. het maken van een gespreksopname in een duurzame en opvraagbare vorm. Hiervoor is voorafgaande instemming van de melder vereist; of b. een volledige en nauwkeurige schriftelijke weergave van het gesprek, waarbij de melder de gelegenheid krijgt om deze weergave te controleren, te corrigeren en voor akkoord te ondertekenen. 4. Voor zover de melding niet is binnen is gekomen bij de directeur van Avres of diens plaatsvervanger, stuurt de functionaris als genoemd in het derde lid, de melding in overleg met de melder door naar de directeur van Avres of diens plaatsvervanger. 5. De contactpersoon integriteit stuurt namens Avres de melder, of indien de melder dit wenst degene bij wie hij/zij de melding kenbaar heeft gemaakt, binnen zeven dagen na ontvangst van een melding daarvan een ontvangstbevestiging. Het bepaalde in artikel 9, vierde lid, is daarbij van toepassing. De ontvangstbevestiging bevat minimaal een zakelijke beschrijving van de melding, de datum waarop deze is ontvangen en een afschrift van de melding. 6. Als er sprake is van een strafbaar feit moet de melder aangifte doen. Ook als er een melding gedaan is. Artikel 4 Behandeling van de interne melding 1. De contactpersoon integriteit registreert een melding van een vermoeden van een misstand bij de ontvangst ervan in een daarvoor ingericht register. Als de gemelde misstand betrekking heeft op een schending van het Unierecht, dan vermeldt Avres dat. 2. De gegevens van de melding in het register worden vernietigd als zij niet langer noodzakelijk zijn. Zolang een onderzoek naar een melding loopt of nadien een melding bij een bevoegde autoriteit is gedaan of een klacht- of gerechtelijke procedure loopt, blijven de gegevens van een melding in een registratie in ieder geval behouden. 3. Avres stelt direct na de melding een onderzoek in naar de vermoede misstand, tenzij: a. het vermoeden niet gebaseerd is op redelijke gronden; of b. op voorhand duidelijk is dat het gemelde geen betrekking heeft op een vermoeden van een misstand. 4. Avres draagt via de directeur of diens plaatsvervanger het onderzoek op aan onderzoekers die onafhankelijk en onpartijdig zijn. 5. Avres informeert de melder, of indien de melder dit wenst degene bij wie hij/zij de melding kenbaar heeft gemaakt schriftelijk dat een onderzoek is ingesteld en door wie het onderzoek wordt uitgevoerd. Dit doet zij direct nadat het onderzoek ingesteld is. 6. Als Avres besluit geen onderzoek in te stellen, informeert zij de melder, of indien de melder dit wenst degene bij wie hij/zij de melding kenbaar heeft gemaakt, schriftelijk binnen twee weken na de melding. Daarbij geeft zij aan waarom geen onderzoek wordt ingesteld. 7. Avres beoordeelt of de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders of een bevoegde autoriteit van de melding van een vermoeden van een misstand op de hoogte moet worden gebracht. Als Avres de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders of een bevoegde autoriteit op de hoogte stelt, stuurt zij de melder, of indien de melder dit wenst degene bij wie hij/zij de melding kenbaar heeft gemaakt, hiervan een afschrift, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor wordt geschaad. 8. Avres informeert de personen op wie een melding betrekking heeft over de melding, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor wordt geschaad. Artikel 5 De uitvoering van het interne onderzoek 1. De onderzoekers stellen de melder in de gelegenheid te worden gehoord. De onderzoekers zorgen voor een verslag, en leggen dit verslag ter goedkeuring en ondertekening voor aan de melder. De melder ontvangt het vastgestelde verslag. 2. De onderzoekers kunnen ook anderen horen. De onderzoekers zorgen voor een verslag en leggen dit verslag ter goedkeuring en ondertekening voor aan de persoon die gehoord is. De persoon die gehoord is ontvangt het vastgestelde verslag. 3. De onderzoekers kunnen binnen de organisatie van Avres alle documenten inzien en opvragen die zij voor het doen van het onderzoek redelijkerwijs nodig achten. 4. Melders mogen de onderzoekers alle documenten verstrekken waarvan zij het redelijkerwijs nodig achten dat de onderzoekers daar in het kader van het onderzoek kennis van nemen. 5. De onderzoekers stellen een concept onderzoeksrapport op en stellen de melder in de gelegenheid daar opmerkingen bij te maken, tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan. De melder is tot geheimhouding van het conceptrapport verplicht. 6. De onderzoekers stellen vervolgens het onderzoeksrapport vast. Zij sturen Avres en de melder hiervan een afschrift, tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan. Artikel 6 Standpunt van de werkgever 1. Avres informeert de melder, of indien de melder dit wenst degene bij wie hij/zij de melding kenbaar heeft gemaakt, uiterlijk binnen drie maanden na de verzending van de ontvangstbevestiging van de melding schriftelijk over het standpunt met betrekking tot het gemelde vermoeden van een misstand en tot welke opvolging de melding en eventueel het interne onderzoek hebben geleid. 2. Als duidelijk is dat Avres het standpunt niet binnen drie maanden na de verzending van de ontvangstbevestiging van de melding kan geven, informeert zij de melder, of indien de melder dit wenst degene bij wie hij/zij de melding kenbaar heeft gemaakt, daar schriftelijk over. Daarnaast geeft Avres feedback over de stappen die al zijn gezet en de procedure die de melder kan verwachten. 3. Na afronding van het interne onderzoek beoordeelt Avres, of de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders of een bevoegde autoriteit, van de melding van het onderzoeksrapport en/of van het standpunt van Avres op de hoogte moet worden gebracht. Als Avres de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders of een bevoegde autoriteit op de hoogte stelt, stuurt zij de melder, of indien de melder dit wenst degene bij wie hij/zij de melding kenbaar heeft gemaakt, hiervan een afschrift. 4. Avres informeert de perso(o)n(en) op wie de melding betrekking heeft op dezelfde manier als de melder, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor wordt geschaad. Artikel 7: Hoor en wederhoor ten aanzien van standpunt werkgever en onderzoeksrapport 1. Avres stelt de melder in de gelegenheid op het onderzoeksrapport en het standpunt van Avres te reageren. 2. Als de melder in reactie op het onderzoeksrapport of het standpunt van Avres onderbouwd aangeeft dat: a. het vermoeden van een misstand niet daadwerkelijk of niet deugdelijk is onderzocht; of b. in het onderzoeksrapport of het standpunt van Avres sprake is van wezenlijke onjuistheden, reageert Avres hierop en stelt zij zo nodig een nieuw of aanvullend onderzoek in. Voor dit nieuwe of aanvullende onderzoek gelden dezelfde regels als voor het eerste onderzoek. 3. Als Avres de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders of een bevoegde autoriteit op de hoogte brengt of heeft gebracht over het onderzoeksrapport en/of haar standpunt ten aanzien van de melding, stuurt zij ook de reactie van de melder als bedoeld in lid 1 en 2 van dit artikel aan deze instantie toe. De melder ontvangt hiervan een kopie. Artikel 8: Externe melding 1. De melder is niet verplicht om een melding van een vermoeden van een misstand eerst intern te melden. Er kan ook direct een externe melding worden gedaan. Verder kan de melder ook kiezen voor een externe melding als hij: a. het niet eens is met het standpunt van Avres of van oordeel is dat de melding ten onrechte terzijde is gelegd of onvoldoende onderzocht is; of b. niet binnen drie maanden na de verzending van de ontvangstbevestiging van de melding een standpunt heeft ontvangen over zijn interne melding. 2. Externe meldingen kunnen gedaan worden bij een bevoegde autoriteit. Bevoegde autoriteiten zijn in elk geval: a. Het Huis voor Klokkenluiders (Externe link:www.huisvoorklokkenluiders.nl); b. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) (Externe link:www.acm.nl); c. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) (Externe link:www.afm.nl); d. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) (Externe link:www.autoriteitpersoonsgegevens.nl); e. De Nederlandsche Bank N.V. (DNB) (Externe link:www.dnb.nl); f. De Inspectie gezondheidszorg en jeugd (IGJ) (Externe link:www.igj.nl); g. De Nederlandse Zorgautoriteit (Nza) (Externe link:www.nza.nl); h. De Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) (Externe link:www.autoriteitnvs.nl); i. Bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling aangewezen organisaties; en j. bestuursorganen, of onderdelen daarvan, die taken of bevoegdheden hebben op een van de gebieden, genoemd in artikel 2, eerste lid van de richtlijn. Op de websites van de bevoegde autoriteiten staat de procedure voor het doen van een externe melding. 3. De melder kan op de volgende wijze melding doen: a. Schriftelijk; b. Mondeling via de telefoon of andere spraakberichtsystemen: of c. Op zijn verzoek binnen een redelijke termijn door middel van een gesprek op een locatie. 4. Een mondelinge melding wordt geregistreerd door a. Het maken van een geluidsopname in een duurzame en opvraagbare vorm. Hiervoor is voorafgaande instemming van de melder vereist; of b. Een volledige en nauwkeurige schriftelijke weergave van het gesprek, waarbij de melder de gelegenheid krijgt om deze weergave te controleren, te corrigeren en voor akkoord te ondertekenen. 5. Indien nodig kan de melder bij de afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders informatie inwinnen over het doen van een externe melding en de keuze voor de bevoegde autoriteit. Artikel 9: Vertrouwelijkheid 1. Voor iedereen die betrokken is bij de melding van of het onderzoek naar een vermoeden van een misstand en/of informatie over een inbreuk op het Unierecht, geldt een geheimhoudingsplicht. Die geheimhoudingsplicht geldt voor gegevens waarvan de betrokkenen weten dat het vertrouwelijke gegevens zijn of waarvan zij redelijkerwijs moeten vermoeden dat die gegevens vertrouwelijk zijn. De geheimhoudingsplicht geldt niet als mededeling verplicht is op grond van een wettelijk voorschrift. Vertrouwelijk zijn in elk geval: a. gegevens over de identiteit van de melder; b. gegevens van degene over wie de melding wordt gedaan of met wie die persoon in verband wordt gebracht; c. gegevens van in de melding genoemde derden; d. alle informatie die tot de hiervoor onder a, b en c genoemde gegevens herleidbaar is; e. bedrijfsgeheimen in de zin van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen. 2. Avres zorgt ervoor dat de informatie over de melding en het onderzoek zodanig wordt bewaard, dat deze fysiek en digitaal alleen toegankelijk is voor de personen die bij de behandeling van de melding en het onderzoek betrokken zijn. 3. De identiteit van de melder en de informatie aan de hand waarvan direct of indirect de identiteit van de melder kan worden achterhaald, wordt niet bekend gemaakt zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de melder. 4. Als de melder geen toestemming heeft gegeven voor het bekendmaken van de identiteit, wordt alle correspondentie over de melding verstuurd aan de functionaris bij wie de melder de melding gedaan heeft of aan degene die de melder bijstaat. Deze persoon stuurt deze correspondentie direct door aan de melder. 5. Als bekendmaking van de identiteit van de melder verplicht is op grond van enig wettelijk voorschrift in het kader van onderzoek door een bevoegde autoriteit of een gerechtelijke procedure, dan wordt de melder daarvan vooraf in kennis gesteld met schriftelijke opgaaf van redenen. Behalve als dit het onderzoek of de gerechtelijke procedure in gevaar zou kunnen brengen. 6. De identiteit van de adviseur van de melder of degene die hem bijstaat en van betrokken derden is ook vertrouwelijk. Deze wordt niet bekend gemaakt zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de melder respectievelijk de adviseur of degene die de melder bijstaat of de betrokken derden. Artikel 10: Bescherming van de melder, degene die de melder bijstaat en betrokken derden tegen benadeling 1. Avres zorgt ervoor dat de melder in het werk op geen enkele wijze nadelige gevolgen ondervindt van de melding. 2. De melder mag tijdens en na de behandeling van een melding van een vermoeden van een misstand niet worden benadeeld, onder de voorwaarde dat de melding naar behoren is gedaan en de melder bij de melding redelijke gronden waren om aan te nemen dat de gemelde informatie over het vermoeden van een misstand op het moment van de melding juist is. 3. De melder mag tijdens en na openbaarmaking van een vermoeden van een misstand en/of van informatie over een inbreuk op het Unierecht niet worden benadeeld, onder de voorwaarde dat: a. de melder bij de openbaarmaking redelijke gronden had om aan te nemen dat de gemelde informatie over het vermoeden van een misstand op het moment van de openbaarmaking juist is; en b. de melder voorafgaand aan de openbaarmaking een interne en externe melding heeft gedaan of direct een externe melding heeft gedaan als bedoeld in deze regeling, en de melder op basis van de verkregen informatie over de beoordeling en/of opvolging van de melding redelijke gronden heeft om aan te nemen dat het onderzoek onvoldoende voortgang heeft; of c. de melder redelijke gronden heeft om aan te nemen dat I. de misstand een dreigend of reëel gevaar kan zijn voor het algemeen belang; of II. een risico bestaat op benadeling bij melding aan een bevoegde autoriteit of een andere bevoegde instantie; of III. het niet waarschijnlijk is dat de misstand of inbreuk op het Unierecht doeltreffend wordt verholpen. 4. Onder benadeling wordt in ieder geval verstaan het nemen van een voor de melder nadelige maatregel, zoals: a. ontslag of schorsing; b. een boete zoals bedoeld in artikel 7:650 BW; c. demotie; d. het onthouden van bevordering; e. een negatieve beoordeling; f. een schriftelijke berisping; g. overplaatsing naar een andere vestiging; h. discriminatie; i. intimidatie, pesterijen of uitsluiting; j. smaad of laster; k. voortijdige beëindiging van een overeenkomst voor het leveren van goederen of diensten, en l. intrekking van een vergunning. 5. Onder benadeling wordt ook verstaan een dreiging met en een poging tot benadeling 6. Als Avres na het doen van een melding een voor de melder nadelige maatregel neemt, motiveert Avres waarom zij deze maatregel nodig acht. Ook legt zij uit waarom deze maatregel geen verband houdt met de melding. 7. Avres spreekt personen die zich schuldig maken aan benadeling van de melder daarop aan en kan hen een waarschuwing, een disciplinaire maatregel of een sanctie opleggen, die in verhouding staat tot het gedrag van de werknemer. 8. Hetgeen in dit artikel is bepaald, geldt ook voor degene die de melder bijstaat en voor een betrokken derde. Artikel 11: Het tegengaan van benadeling en onderzoek naar benadeling 1. De functionaris bij wie de melder zijn melding gedaan heeft en/of de contactpersoon integriteit, bespreekt samen met de melder welke risico’s op benadeling aanwezig zijn. Ook bespreekt deze functionaris/contactpersoon op welke wijze die risico’s kunnen worden verminderd en wat de melder kan doen als hij van mening is dat er sprake is van benadeling. 2. Als de melder vindt dat er daadwerkelijk sprake is van benadeling, kan de melder: a. dat bespreken met de functionaris bij wie de melding gedaan is en/of de contactpersoon integriteit. De functionaris/contactpersoon en de melder bespreken welke maatregelen genomen kunnen worden om benadeling tegen te gaan. De functionaris/contactpersoon maakt een verslag van deze bespreking en stuurt dit, na goedkeuring door de melder, naar Avres; en/of b. Avres verzoeken om onderzoek te doen naar de wijze van benadelen; en/of c. hierover advies inwinnen bij de afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders; en/of d. een bejegeningsonderzoek aanvragen bij de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders. 3. De melder, de persoon die voornemens is om een vermoeden van een misstand te melden, degene die hem bijstaat of een betrokken derde, heeft recht op juridische bijstand wanneer hij als gevolg van de melding benadeeld wordt en aan de voorwaarden hiervoor voldoet. Dit geldt zowel tijdens als na de behandeling van de melding bij Avres of een bevoegde autoriteit. De juridische bijstand wordt kosteloos verleend en geldt ook voor bemiddeling via mediation. Voorwaarde hierbij is dat de melding verloopt via de afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders. Zij beoordelen of rechtsbijstand en/of mediation noodzakelijk is en kunnen een verwijzingsbrief geven voor gratis rechtsbijstand van een advocaat of mediator. 4. Hetgeen in dit artikel is bepaald, geldt ook voor degene die de melder bijstaat en voor een betrokken derde. Artikel 12: Rapportage en evaluatie 1. Avres stelt jaarlijks een rapportage op over de uitvoering van deze regeling. Deze rapportage bevat in ieder geval: a. informatie over het in het afgelopen jaar gevoerde beleid aangaande het omgaan met het melden van vermoedens van misstanden en het in het komende jaar te voeren beleid op dit vlak; b. informatie over het aantal meldingen en een indicatie van de aard van de meldingen, de uitkomsten van de onderzoeken en de standpunten van Avres; c. algemene informatie over eventuele ervaringen met het tegengaan van benadeling van de melder; d. informatie over het aantal verzoeken om onderzoek naar benadeling in verband met het doen van een melding, een indicatie van de uitkomsten van de onderzoeken en de standpunten van Avres. 2. Avres stuurt de rapportage ter bespreking aan de ondernemingsraad. Artikel 13: Slotbepaling Deze regeling wordt aangehaald als Klokkenluidersregeling 2026 en treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking van deze regeling. Aldus besloten te Meerkerk door het dagelijks bestuur van Avres op 09-07-2026.K. Bel,Voorzitter P. van Uitert, Secretaris

Meer informatie