VTH Beleid 2024 – 2028 ‘Een integrale aanpak voor kwalitatieve dienstverlening’
Besluit tot wijziging van het VTH Beleid 2024 – 2028 ‘Een integrale aanpak voor kwalitatieve dienstverlening’ Te nemen besluit 1.Het Uitvoeringsprogramma 2026 vast te stellen. 2.Het Uitvoeringsprogramma 2026 als bijlage C aan het VTH Beleid 2024 – 2028 toe te voegen. 3.De bijgewerkte versie van de landelijke kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving versie 3.1 (2026) op te nemen in het VTH-beleid 2024 – 2028 en daarmee vast te stellen. 4.De versie van het landelijke kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving versie 3.0 in te trekken. 5.Het raadsmemo VTH Beleid Uitvoeringsprogramma vast te stellen en ter kennisname naar de raad te sturen. Bijlage C – Uitvoeringsprogramma VTH 2026 Dit Uitvoeringsprogramma is een bijlage bij het Vergunningen, Toezicht en Handhavingsbeleid 2024 – 2028, Een integrale aanpak voor kwalitatieve dienstverlening. Voor u ligt het Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) 2026. Dit Uitvoeringsprogramma geeft een vooruitblik op de VTH-activiteiten die de komende jaren worden uitgevoerd. De doelen die in het VTH Beleid worden beschreven zijn hier dan ook in meegenomen. Deze doelstellingen zijn verdeeld, net zoals in het beleid, in vergunningverlening (omgevingsrecht en APV en bijzondere wetten), toezicht en handhaving. Jaarlijks wordt aan de verschillende doelen gewerkt om na vier jaar, de looptijd van het VTH Beleid 2024-2028, alle doelstellingen te hebben behaald. Jaarlijks wordt het Uitvoeringsprogramma bijgewerkt en wordt de voortgang vastgelegd. Verder wordt een evaluatie verwerkt en er wordt vooruit gekeken naar het komende jaar waarin ook aan de doelstellingen wordt gewerkt. A. Vergunningverlening – Omgevingsrecht Doelstelling Duur Voortgang Integratie van de Omgevingswet en Wkb. Deze wetswijziging brengt grote veranderingen met zich mee en zullen zorgen voor onvoorziene omstandigheden, hier wordt rekening mee gehouden. 2024 – 2028 Toelichting doelstelling De Omgevingswet en Wkb zijn sinds 1 januari 2024 van kracht. Deze wetten zijn hiermee geïmplementeerd. De verdere integratie van de Omgevingswet en Wkb wordt gedaan aan de hand van regionale werkafspraken en het aanpassen van interne processen. Hiermee heeft VTH zich voorbereid op de komst van de Omgevingswet en de Wkb. Hier wordt sinds 1 januari 2024 ervaring in opgedaan. Door continu te monitoren en waar nodig de processen aan te passen wordt dienstverlening op peil gehouden en wordt deze de komende jaren verder verbeterd. Evaluatie 2025 Net als in 2024 zijn er in 2025 meerdere trainingen gevolgd over de Omgevingswet en de Wkb. Bouwmatrixen en bouwveiligheid zijn in 2025 volledig geïntegreerd. Ook zijn in het afgelopen jaar diverse beleidsregels aangepast op basis van nieuwe wetgeving. Nog niet alle verbetersjablonen (sjablonen ontwikkeld om standaard verbeterprocessen vast te leggen) zijn in 2025 doorgevoerd. Uitvoering 2026 – 2027 De inventarisatie voor workshops en trainingen over de Omgevingswet en Wkb is gestart. In 2026-2027 worden meerdere trainingen en workshop gevolgd. De komende periode worden ook nog verbeteringen in processen, sjablonen en beleidsregels doorgevoerd waar nodig. Daarnaast wordt rekening gehouden met ontwikkelingen die op het vlak van nieuwe wet- en regelgeving nog kunnen komen. De verwachting is dat eind 2026 het eerste deel van het omgevingsplan is afgerond. Het klanttevredenheidsonderzoek wordt gedurende een kalenderjaar afgenomen onder aanvragers van vergunningen binnen het omgevingsrecht. Het streven is om minimaal een 7 te scoren. 2024 – 2028 Toelichting doelstelling Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de verwachting dat de dienstverlening in de eerste instantie achteruit zal gaan ten opzichte van Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Echter met het combineren van andere doelen (zoals de uitkomsten van het klanttevredenheidsonderzoek gebruiken om dienstverlening te verbeteren en het continu monitoren van bestaande processen) wordt dienstverlening verbeterd en daarmee is de verwachting dat de cijfers van de klanttevredenheidsonderzoeken zullen stijgen. Het klanttevredenheidsonderzoek wordt naar alle aanvragers verzonden die een vergunning hebben aangevraagd op basis van de Omgevingswet. Evaluatie 2024-2025 In 2024 is het klanttevredenheidsonderzoek verbeterd waardoor, nog meer dan voorheen, de juiste vragen worden gesteld. Dit maakt het mogelijk de resultaten te gebruiken voor het verbeteren van de processen en het vergroten van de dienstverlening. Het klanttevredenheidsonderzoek van 2025 is afgenomen. Uitvoering 2026 – 2027 Het onderzoek van 2025 wordt verwerkt in een rapportage en deze wordt vervolgens gepubliceerd. Zodra de uitkomsten bekend zijn, wordt door vergunningverlening gekeken waar mogelijk verbeteringen in processen en/of dienstverlening doorgevoerd kunnen worden. De uitkomsten van het klanttevredenheidsonderzoek worden gebruikt om dienstverlening te verbeteren. 2024 – 2028 Toelichting doelstelling Zodra er uitkomsten bekend zijn van het voorgaande jaar worden deze gebruikt door VTH om dienstverlening te verbeteren. Afhankelijk van het onderwerp wordt dit verwerkt in het proces van vergunningverlening. Evaluatie 2024 – 2025 In 2024 is het tevredenheidsonderzoek verbeterd. Hierdoor worden, nog meer dan eerst, de juiste vragen gesteld. Door deze verbeteringen kunnen de resultaten beter worden benut voor het verbeteren van de processen en/of dienstverlening. Op dit moment zijn de uitkomsten van 2025 nog niet bekend. Uitvoering 2026 – 2027 Wanneer de uitkomsten van het klanttevredenheidsonderzoek van 2025 bekend zijn, worden de uitkomsten gebruikt om daar waar van toepassing de dienstverlening te verbeteren. Dienstverlening op peil houden met de komst van de Omgevingswet en de Wkb. 2024 – 2028 Toelichting doelstelling Aan de hand van regionale werkafspraken en het aanpassen van interne processen heeft VTH zich voorbereid op de komst van de Omgevingswet en de Wkb. Hier wordt sinds 1 januari 2024 ervaring mee opgedaan. Het is van belang om de dienstverlening op peil te houden bij veranderingen. Door continu te monitoren en waar nodig de processen aan te passen, wordt dienstverlening verbeterd. Evaluatie 2025 Door de nieuwe wetgeving zijn processen voor het aanvragen van een vergunning, in het kader van de Omgevingswet, aangepast. In het algemeen worden aanvragen complexer. Door nieuwe wetgeving kwam het voor dat aanvragers bijvoorbeeld een verkeerde aanvraag doen. Deze aanvragers worden hierover geïnformeerd en geholpen bij het indienen van de juiste aanvraag. Daarnaast wordt de aanvrager waar nodig geïnformeerd en worden vragen zo spoedig mogelijk beantwoord. Hierdoor is de verwachting dat de dienstverlening, ondanks de nieuwe wetgeving, op peil blijft. Uitvoering 2026 – 2027 Voor komend jaar wordt gewerkt aan het voortzetten van deze doelstelling. Daarnaast worden processen waar mogelijk verbeterd om dienstverlenend te blijven. Met het nieuwe omgevingsplan op komst krijgen sommige processen in 2027 meer aandacht krijgen dan in 2026. In het kader van dienstverlening wordt onderzocht hoe het proces rondom het aanvragen en het verlenen van vergunningen verbeterd kan worden. 2024 – 2028 Toelichting doelstelling Zoals eerder beschreven worden de processen waar nodig aangepast om de dienstverlening te behouden en te verbeteren. Hier zal gedurende de looptijd van dit beleid aandacht aan worden gegeven. Evaluatie 2025 Processen worden onder andere aangepast op basis van uitkomsten van het klanttevredenheidsonderzoek en ervaringen van medewerkers. Daarnaast wordt gewerkt aan het verbeteren van de website, zodat wet- en regelgeving zo duidelijk mogelijk wordt gepresenteerd aan de aanvragers. Ook worden de brieven continu verbeterd. Uitvoering 2025 – 2026 De komende periode wordt deze werkwijze doorgezet. Ook neemt Zoetermeer deel aan een landelijke werkgroep om de informatie op de website en de vragen en/of informatie die een aanvrager heeft of tijdens het doen van de aanvraag, zo veel mogelijk op elkaar af te stemmen om de vergunningverlening zo makkelijk mogelijk te maken. 99% van de vergunningen wordt binnen de wettelijke termijn verleend. 2024 – 2028 Toelichting doelstelling De wens is om vergunningen zoveel mogelijk te verlenen binnen de daarvoor bestemde wettelijke termijnen. Dit betreft dan de reguliere termijn van acht weken, de mogelijke verlenging van zes weken en de eventuele verdere opschortingen. Evaluatie 2024 In het afgelopen jaar is deze doelstelling niet behaald. Hiervoor zijn meerdere oorzaken aan te wijzen. Ook complexe aanvragen vallen onder de wettelijke termijn van 8 of 14 weken. Het is echter niet realistisch om complexe en omvangrijke aanvragen met een maatschappelijke impact altijd binnen deze termijnen af te ronden. Wanneer wordt afgeweken van de termijnen zullen aanvragers hierover geïnformeerd worden. Uitvoering 2026 – 2027 Om de doelstelling te behalen, moeten er in de komende periode aanvullende stappen worden gezet. Eerder in het proces moet gebruik worden gemaakt van opschorting en intern zullen termijnen strakker worden gehanteerd om ervoor te zorgen dat benodigde informatie tijdig wordt aangeleverd. De verwachting is dat met deze maatregelen de doelstelling zal worden behaald. Zichtbaarheid van vergunningverlening blijft de komende jaren onder de aandacht gebracht worden en waar nodig vergroot. 2024 – 2028 Toelichting doelstelling In een aantal projecten is gebleken dat aan de voorkant van het ontwikkelproces afspraken met betrekking tot vergunningverlening worden gemaakt. Vergunningverlening is hier niet altijd bij betrokken maar de gevolgen zijn merkbaar in het vergunningverleningsproces. Evaluatie 2025 Het afgelopen jaar is de ervaring van Vergunningverlening dat zij eerder wordt betrokken bij projecten om mee te praten over de aanvraag voor een vergunning. Dit is verbeterd ten opzichte van de voorgaande jaren. Uitvoering 2026 – 2027 De komende periode blijft hier aandacht voor. Zo is het wenselijk dat zichtbaarheid en samenwerking verder wordt vergroot, bijvoorbeeld bij het vooroverleg en de omgevingstafel. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld een bijeenkomst c.q. informatieoverdracht richting projectmanagement. B. Vergunningverlening – APV & Bijzondere wetten Doelstelling Planning Voortgang Jaarlijks wordt een evenementenkalender opgesteld. 2024 – 2028 Toelichting doelstelling Deze evenementenkalender wordt jaarlijks gemaakt om overzicht te creëren van alle evenementen in Zoetermeer. Evaluatie 2025 In 2025 is de evenementenkalender 2025 opgesteld en gepubliceerd. De vaststelling van de evenementenkalender 2026 heeft in 2026 plaatsgevonden. De doelstelling om deze in 2025 vast te stellen en te publiceren is daarmee niet behaald. Voor 2026 is het noodzakelijk hier meer aandacht aan te besteden. Uitvoering 2026 – 2027 Na publicatie van de evenementenkalender van 2026 is iedere organisator geïnformeerd. Voor de evenementenkalender 2027 is de verwachting dat deze eind 2026 wordt gepubliceerd. Organisatoren worden geattendeerd op jaarlijks terugkerende evenementen in verband met aanvraagtermijnen. Ook worden zij geattendeerd op het tijdig indienen van aanvragen. 2024 – 2028 Toelichting doelstelling Aanvragen moeten tijdig worden ingediend, wanneer dit niet gebeurt kan een vergunning mogelijk niet op tijd verleend worden. Een gevolg hiervan kan zijn dat de bezwaarprocedure op een verleende vergunning niet van tevoren doorlopen kan worden. Hierom wordt benadrukt dat organisatoren een aanvraag tijdig moeten indienen. De komende jaren wordt hier actief over gecommuniceerd naar organisatoren. Evaluatie 2025 De organisatoren die jaarlijks evenementen organiseren in Zoetermeer zijn gewezen op de aanvraagtermijnen. Er worden herinneringen verstuurd naar het evenementenloket (onderdeel van het team Vrije Tijd) om te voorkomen dat de aanvraagtermijnen worden overschreden. Uitvoering 2026 – 2027 Het komende jaar worden organisatoren hier opnieuw op gewezen en blijft er contact met het evenementenloket om te voorkomen dat de aanvraagtermijnen verlopen. Mogelijkheden onderzoeken tot het uitbreiden van de kaders voor het in aanmerking komen voor een melding in plaats van een evenementenvergunning. 2024 – 2028 Toelichting doelstelling Komende jaren wordt onderzocht of er mogelijkheden zijn om de kaders voor meldingen uit te breiden. Als dit mogelijk is heeft dat als gevolg dat sommige aanvragen op een kortere termijn afgehandeld kunnen worden omdat deze niet in het proces van vergunningverlening terecht komen, maar van het meldingenproces. Evaluatie 2025 In 2025 is het Uitvoeringsbeleid Evenementen opgesteld, waarin de voorgenomen versoepeling is opgenomen. Dit beleid is in maart 2026 vastgesteld. Uitvoering 2026 – 2027 Omdat het beleid in maart 2026 is gepubliceerd, kan er nog niets worden gezegd over de resultaten van de voorgenomen versoepeling. In 2026 moeten de resultaten worden gemonitord, zodat in 2027 uitspraken hierover kunnen worden gedaan. Streven naar het verstrekken van 90% van de evenementenvergunningen minimaal vier weken voor het evenement. 2024 – 2028 Toelichting doelstelling Het verlenen van vergunningen voor evenementen wordt minimaal vier weken van tevoren gedaan. Soms komt het voor dat, door bepaalde factoren, deze termijn niet haalbaar is. Dit is een uitzondering. Evaluatie 2025 Voor de B en C evenementen is 62% van de vergunningen vier weken voor het evenement verleend. Het is niet mogelijk om in Powerbrowser (het computerprogramma dat hiervoor wordt gebruikt) na te gaan of 90% van alle evenementenvergunningen minimaal vier weken voor het evenement worden verleend. Uitvoering 2026 – 2027 Er worden werkafspraken gemaakt om evenementenvergunningen tijdig te versturen, zodat de gegevens uit Powerbrowser bruikbaar zijn voor het berekenen van een reëel percentage. Op basis daarvan kan vervolgens gericht worden gewerkt aan eventuele verbeteringen Onderzoeken of het mogelijk wordt om evaluatie te organiseren naar behoefte. 2024 – 2028 Toelichting doelstelling De afgelopen jaren zijn diverse evenementen geëvalueerd na afloop. Hierbij ging het voornamelijk om de grotere evenementen. De komende jaren wordt onderzocht of er behoefte is aan het evalueren van meer evenementen, waaronder ook de kleinere evenementen. Het doen van evaluaties geeft mogelijkheid om verbeterpunten te bespreken voor eventueel terugkerende evenementen. Daarnaast kan dit bijdragen aan het verbeteren van processen en dienstverlening. Evaluatie 2025 Het streven om alle B‑ en C‑evenementen te evalueren is in 2025 behaald. Voor de A‑evenementen (kleine evenementen) was er bij aanvragers weinig tot geen behoefte aan evaluatie. Uitvoering 2026 – 2027 Voor 2026–2027 blijft het streven om alle B- en C-evenementen te evalueren. Mochten er bij A-evenementen bijzonderheden voordoen, bestaat ook de mogelijkheid om deze te evalueren. De verwachting is dat dit haalbaar is in 2026- 2027. In het kader van dienstverlening wordt onderzocht hoe het proces rondom het aanvragen en het verlenen van vergunningen verbeterd kan worden. 2024 – 2028 Toelichting doelstelling De komende jaren wordt gekeken waar mogelijk verbeteringen in de verschillende processen kunnen worden uitgevoerd. Wanneer processen verbeterd worden draagt dit bij aan efficiëntie van werkzaamheden en vervolgens kan dit ook bijdragen aan dienstverlening. Evaluatie 2025 In het kader van het opstellen van het Uitvoeringsbeleid Evenementen is dit in 2024 onderzocht. Uitkomsten zijn verwerkt in het Uitvoeringsbeleid Evenementen. Uitvoering 2026 – 2027 De verbeteringen die hieruit zijn gekomen worden meegenomen in de processen. Voorbeelden hiervan zijn dat alle relevante beleidsregels en besluiten samen zijn gevoegd in dit beleid en dat de indieningstermijn voor meldingen en C-evenementen is verkort. C. Toezicht Doelstelling Planning Voortgang Integratie van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging (Wkb) 2024 – 2028 Toelichting doelstelling De Omgevingswet is sinds 2024 van kracht. De Wkb is gevolgklasse 1 geïmplementeerd. Deze wetten zijn hiermee geïmplementeerd. De verdere integratie van de Omgevingswet en Wkb wordt gedaan aan de hand van regionale werkafspraken en het aanpassen van interne processen. Hiermee heeft VTH zich voorbereid op de komst van de Omgevingswet en de Wkb. Met de komst van de Wkb zal bouwtoezicht op bepaalde onderdelen op aanvraag zijn van de kwaliteitsborger (dit is een onafhankelijke private partij die controleert of een gebouw voldoet aan technische en wettelijke eisen). In de processen rondom Toezicht worden deze werkafspraken en aanpassingen geïntegreerd. Evaluatie 2025 De integratie van de Omgevingswet is vorig jaar gerealiseerd, voor de Wkb was men hier in 2024 nog niet zover. In 2025 zijn er trainingen gevolgd . Vanuit vanuit het Rijk is geen duidelijke uitleg gegeven over hoe om te gaan met Wkb‑projecten. Daarnaast biedt de wetgeving onvoldoende mogelijkheden kwaliteitsborgers te controleren. Dit zal verder worden gemonitord. Er wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden om signalen met het rijk te delen. Uitvoering 2025 – 2026 Zoals beschreven is deze doelstelling voor wat betreft de Omgevingswet behaald. In 2026 is de verwachting dat voor de Wkb verder aan de doelstelling wordt gewerkt. Inzetten op preventie via waarschuwingen en gesprekken om te zorgen dat de wetgeving wordt nageleefd. Bemiddelen voor dat er wordt overgegaan tot het opleggen van sancties. 2024 – 2028 Toelichting doelstelling Waar mogelijk wordt ook de komende jaren bemiddeld voordat wordt overgegaan tot het opleggen van sancties. Wanneer sprake is van een handhavingsverzoek is dit niet altijd mogelijk (dan moet rekening worden gehouden met behandeltermijnen). Evaluatie 2025 In 2025 is, net als in 2024, waar mogelijk deze route gevolgd. Het volgen van deze route heeft ook de voorkeur zolang dit de veiligheid niet in te weg staat. Er wordt eerst geprobeerd om te bemiddelen door middel van een gesprek. Uitvoering 2026 – 2027 Voor het komende jaar wordt deze werkwijze ook toegepast waar nodig. De verwachting is dat ook komend jaar deze doelstelling wordt behaald. Net als in 2025 wordt er de komende tijd doorgegaan met het verstrekken van informatie aan inwoners over aanvragen van omgevingsvergunning, situaties waarin geen vergunning is vereist of bouwactiviteiten die vallen onder het Wkb. Proactief oppakken van signalen en meldingen. 2024 – 2028 Toelichting doelstelling Signalen kunnen bestaan uit vragen, verzoeken, meldingen en uit algemene ontwikkelingen en/of voorvallen. Toezicht zet zich in om deze signalen op te pakken en waar nodig signalen door te zetten naar andere verantwoordelijke instanties. Evaluatie 2025 Afgelopen jaar is deze doelstelling behaald. Als er een melding binnenkomt wordt deze opgepakt conform de vastgestelde prioriteitenlijst. Daarnaast biedt de wetgeving onvoldoende mogelijkheden om kwaliteitsborgers te controleren. Dit zal verder worden gemonitord. Er wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden om signalen met het rijk te delen. Uitvoering 2025 – 2026 Het komende jaar is de verwachting dat deze doelstelling ook wordt behaald. Meldingen worden bij binnenkomst opgepakt in overeenstemming met de vastgestelde prioriteitenlijst. Een verbeterpunt dat mee wordt genomen is nog meer te werk gaan volgens de prioriteitenlijst. Daarnaast wordt het komende jaar, zoals bij een vorige doelstelling ook benoemd, bekeken hoe omgegaan wordt met meldingen in het kader van de Wkb. Door het bepalen van prioriteiten kan gedurende dit beleid aandacht worden besteed aan gericht toezicht houden volgens de prioriteitenlijst. 2024 – 2028 Toelichting doelstelling Door het volgen van een prioriteitenlijst is het mogelijk om aandacht te vestigen op de onderwerpen waar de prioriteit het hoogst ligt. Processen en dagelijkse werkzaamheden kunnen, tot op een bepaalde hoogte, hierop ingericht worden. Evaluatie 2025 In 2025 is meer dan in 2024 gestuurd op basis van de prioriteitenlijst. Dit betekent wel dat signalen met een lagere prioriteit blijven liggen. Met melders is contact opgenomen om toe te lichten waarom een melding wel of niet (direct) kan worden opgepakt. Uitvoering 2025 – 2026 Deze werkwijze wordt de komende tijd voortgezet. Door meer te werken op basis van de prioriteitenlijst blijven, zoals eerder vermeld, lager geprioriteerde signalen liggen. Het vinden van de juiste balans hierin is voor de komende periode een uitdaging. D. Handhaving Doelstelling Planning Voortgang Integreren van de Omgevingswet en Wkb. 2024 – 2028 Toelichting doelstelling De Omgevingswet en Wkb zijn sinds 1 januari 2024 van kracht. Deze wetten zijn hiermee geïmplementeerd. De verdere integratie van de Omgevingswet en Wkb wordt gedaan aan de hand van regionale werkafspraken en het aanpassen van interne processen. Hiermee heeft VTH zich voorbereid op de komst van de Omgevingswet en de Wkb. In de processen rondom handhaving worden deze werkafspraken en aanpassingen geïntegreerd. Evaluatie 2025 In 2025, zijn waar nodig, processen en werkafspraken verder verbeterd vanwege de komst van nieuwe wetgeving. Daarnaast zijn verschillende Webinars gevolgd om casuïstiek te bespreken en kennis op te doen. Intern vindt ook regelmatig overleg plaats ter bevordering van continue verbetering. Uitvoering 2026 – 2027 De verwachting is dat het verbeteren van processen en vergroten van kennis de komende jaren wordt voortgezet en deze doelstelling dan wordt behaald. Daarnaast worden er, naar behoefte, trainingen georganiseerd. 90% van alle schriftelijk ingediende handhavingsverzoeken wordt binnen de daarvoor geldende termijn een besluit genomen. 2024 – 2028 Toelichting doelstelling De komende jaren wordt naar deze doelstelling gestreefd om dienstverlenend te zijn en om de processen rondom handhaving zoveel mogelijk binnen de daarvoor geldende termijnen af te ronden. Evaluatie 2025 Handhavingsverzoeken worden zoveel mogelijk binnen de daarvoor geldende termijn afgehandeld. Wanneer een besluit buiten de daarvoor geldende termijn wordt genomen, gebeurt dit met gegronde redenen en wordt hierover gecommuniceerd met de verzoeker en eventuele andere betrokkenen. Het nemen van een besluit buiten de geldende termijnen is een uitzondering en komt daarom niet vaak voor. Deze doelstelling is het afgelopen jaar behaald. Uitvoering 2026 – 2027 In het komende jaar wordt deze werkwijze voortgezet en wordt verwacht dat de doelstelling ook wordt behaald. Inzetten op preventie via waarschuwingen en gesprekken om te zorgen dat de wet wordt nageleefd. Het doel is om te bemiddelen voordat wordt overgegaan tot het opleggen van sancties. 2024 – 2028 Toelichting doelstelling Waar mogelijk wordt ook de komende jaren bemiddeld voor wordt overgegaan tot het opleggen van sancties. Evaluatie 2025 Net als bij Toezicht wordt deze werkwijze, waar mogelijk, ook door handhaving toegepast. Wanneer er wordt overgegaan tot handhaving is er al sprake van een overtreding. Indien mogelijk wordt eerst een (bestuurlijke) waarschuwing opgelegd. Ook wanneer handhaven niet leidt tot de meest passende oplossing, wordt waar mogelijk het gesprek aangegaan om toelichting te geven. Dit is geen standaardprocedure, maar afhankelijk van de casus kunnen aanvullende instrumenten worden ingezet, zoals een gesprek of een schriftelijke toelichting. Uitvoering 2026 – 2027 In het komende jaar wordt deze werkwijze voortgezet en wordt verwacht dat de doelstelling ook wordt behaald. Door het bepalen van prioriteiten kan gedurende dit beleid aandacht worden besteed aan gericht handhaven volgens de prioriteitenlijst. 2024 – 2028 Toelichting doelstelling Door het volgen van een prioriteitenlijst is het mogelijk om aandacht te vestigen op de onderwerpen waar de prioriteit het hoogst ligt. Processen en dagelijkse werkzaamheden kunnen, tot op een bepaalde hoogte, hierop ingericht worden. Evaluatie 2025 Er is in 2026 meer aandacht gekomen voor de prioriteitenlijst. Het afgelopen jaar is echter, net als in voorgaande jaren, voornamelijk reactief gewerkt. Uitvoering 2026 – 2027 Het komende jaar komt er meer aandacht voor de prioriteitenlijst en worden de werkzaamheden hierop afgestemd. Er wordt meer projectmatig gewerkt; voorbeelden hiervan zijn de pandenbrigade en het nieuwe omgevingsplan. Bijlage F – Landelijke kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving versie 3.1 Voor uitvoering en handhaving krachtens de Omgevingswet KC 3.0 vastgesteld door BO IBP VTH op 25 september 2024 Inwerkingtreding 1 januari 2025 Voorwoord Het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) is een cruciale schakel in de bescherming van onze leefomgeving. Daarbij is het van groot belang dat er een geborgde kwaliteit van uitvoering en handhaving is. Kwaliteit van toezicht en handhaving gaat al terug naar 20051 toen hiervoor procescriteria zijn ontwikkeld, nog voor de oprichting van de omgevingsdiensten. Daarna zijn er in 2012 procescriteria voor vergunningverlening en de kwaliteitscriteria voor de kritieke massa aan toegevoegd. Vanwege de komst van de Omgevingswet is er in 2022 en 2023 een update gemaakt van deel B naar versie 2.3 en zijn de competentieprofielen (deel D) toegevoegd. Er is een breed gedragen gevoel dat voldoen aan kwaliteitscriteria belangrijk is en blijft. Daarnaast is ook een uniforme toetsing/validatie van deze criteria van belang. In de toekomst zal hier in overleg inhoud aan worden gegeven. De aanleiding voor de aanpassing van de kwaliteitscriteria is aanbeveling 2 van de commissie Van Aartsen. Dat heeft onder IBP VTH geleid tot de volgende ambitie: het opstellen van landelijke uniforme minimum kwaliteitscriteria voor kritieke massa met de mogelijkheid voor regionale aanscherping. Er is voor de actualisatie gekozen om de huidige indeling te behouden. Voor toekomstige actualisaties is het behouden van één document het uitgangspunt. In dit stadium is er nog geen aanpassing gedaan aan de competenties van deel D. Onder andere omdat daar nog ervaring mee moet worden opgedaan. Suggesties voor aanpassing/uitbreiding worden in een volgende versie opgenomen. Aandacht voor kwaliteit gaat alleen maar werken als duidelijk is wat de criteria precies inhouden en hoe ze in de praktijk moeten worden toegepast. De geactualiseerde kwaliteitscriteria voor de uitvoering en handhaving hebben betrekking op het minimale kwaliteitsniveau dat nodig is om taken op het gebied van uitvoering en handhaving op alle taken die met de invoering van de Omgevingswet uit de Wabo zijn overgegaan naar die wet. Het gaat dus om de taken vergunningverlening, toezicht en handhaving (inclusief de in deze versie nieuw opgenomen adviestaak) en gelden voor de verplichte basistaken, de vrijwillige plustaken, de thuistaken van provincies en gemeenten en taken die milieubelastende activiteiten betreffen2. NB. De actualisatie heeft hierin geen verandering in gebracht. Er is, in samenspraak met het hele werkveld, gepoogd een samenhangende set te maken, gerelateerd aan wetgeving en de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). De consultatie heeft 608 inspraakreacties opgeleverd die allemaal zijn beantwoord en zo mogelijk zijn overgenomen. Er is een optimale aansluiting gezocht op de uitvoeringspraktijk van zowel omgevingsdiensten als provincies, gemeenten en rijksinspecties3. Er is tegemoet gekomen aan de wens om de eisen niet te gedetailleerd te maken, maar maatwerk toe te laten en daar flexibel in kunnen zijn. Er is aandacht voor de beschrijving van de opleidingen en de relatie met kennis die op peil moet worden gehouden. De werkgroep acht het noodzakelijk dat de kwaliteitscriteria worden doorontwikkeld. Niet zozeer op inhoud, maar wel op de randvoorwaarden en aanpalend instrumentarium. Er is een algemene gedachte vanuit de werkgroep om toe te werken naar een systeem waarin medewerkers voor scholing en bijscholing ‘punten’ moeten hebben. Vanuit de wens voor ‘onderhoud en beheer’ is een dergelijk systeem gewenst. Dit vraagt om doorontwikkeling van de KC in relatie tot het opleidingsveld. Een dergelijke wens kon op de (korte) termijn van de actualisatie niet worden gerealiseerd, maar verdient wel de aandacht. Dat geldt ook voor het digitaliseren van de kwaliteitscriteria, zodat makkelijker een relatie kan worden gelegd tussen de kwaliteitscriteria en de registratie van het eraan voldoen. Daarnaast is er een wensbeeld dat er voor de VTH opleidingen wordt gewerkt met curricula en een systeem van permanente educatie. De kwaliteitscriteria zijn het vertrekpunt voor de verbetering van de kwaliteit van uitvoering. De kwaliteitscriteria beogen de kwaliteit van de uitvoering te borgen en daarmee de beste resultaten te behalen voor de bescherming van de leefomgeving. Er wordt door de werkgroep van uitgegaan dat de uitvoeringspraktijk met deze set tot en met 2026 vooruit kan en er ervaring mee opgedaan kan worden. Tussentijds zijn wel kleine wijzigingen/updates mogelijk. Het advies van de werkgroep om deze set na de vaststelling op 1 januari 2025 van kracht te laten worden is door het bestuurlijk overleg overgenomen. Organisaties hebben hierdoor een jaar de tijd om aan de nieuwe set te gaan voldoen. Op grond van artikel 5 van de modelverordening moet jaarlijks mededeling over de naleving van de kwaliteitscriteria aan de gemeenteraad en/of Provinciale Staten worden gedaan. In (bij voorkeur) Q1 van 2026 is dat dus voor het eerst het geval over de kwaliteitscriteria 3.0 (daartoe is december 2025 een format (bijlage) aan alle organisaties beschikbaar gesteld). Om ervoor te zorgen dat het papier ook werkelijkheid wordt, is na vaststelling van de kwaliteitscriteria in Bestuurlijk omgevingsberaad door het Kernteam Kwaliteitscriteria een implementatieplan gemaakt, dat op 2 oktober 2025 door de stuurgroep Versterking VTH-stelsel is vastgesteld. Tevens is medio september 2025 aan alle organisaties een zelfevaluatietool beschikbaar gesteld, om te kunnen bepalen in welke mate aan de kwaliteitscriteria 3.0 wordt voldaan. De huidige set kwaliteitscriteria wordt inhoudelijk niet gewijzigd tot 1 januari 2028. De komende twee jaar staan in het teken van het opvolgen van punten uit de consultatie die als pm zijn gemarkeerd, voorbereiding deskundigheidsgebieden (DG) voor rijksinspecties en mogelijke uitbreiding van deskundigheidsgebieden als circulaire economie en klimaatadaptatie en duurzaamheid, evaluatie van de huidige set (inclusief reacties uit het werkveld) en verwerken van consequenties Wet Kwaliteitsborging (WKB). Op basis van veel gestelde vragen en ervaringen uit de praktijk zijn in deze versie 3.1 de volgende beperkte wijzigingen opgenomen: •aanpassing in DG geluid van 900 naar 450 uur (in overeenstemming met KC 2.3 en rekenvoorbeeld in spelregel 2); •nadere toelichting dat medewerkers voor complexe taken ook kunnen worden ingezet voor eenvoudige taken (mits deze aan de kritieke massa voldoen); •nadere toelichting op verbijzondering voor de deskundigheden 3. Vergunningverlening milieu en 5. Toezicht en handhaving milieu met onderscheid in de sectoren (1) procesindustrie, (2) agrarisch, (3) afval en Seveso; •nadere toelichting deskundigheidsgebied advisering fysieke leefomgeving (bedoeld voor OD’s); •enkele kleine tekstuele correcties. Leeswijzer De opbouw van de kwaliteitscriteria in delen A t/m D en deel B in 3 delen (Taken, Eisen aan medewerkers en Eisen aan organisatie) is gehandhaafd. Het format van de deskundigheidsgebieden in deel B is iets aangepast voor een logische ordening en er is een link met de competenties gemaakt van deel D. De procescriteria in deel C zijn vereenvoudigd vanwege de link met de handreiking Regionale Beleidscyclus. In deel A is een beschrijving gegeven van de kwaliteitscriteria en zijn spelregels, begrippen en definities opgenomen. Voor de volledigheid is in de bijlage een verwijzing opgenomen van de begrippen uit de Omgevingswet, Omgevingsbesluit, Besluit activiteiten leefomgeving en Besluit kwaliteit leefomgeving. In deel B zijn de criteria opgenomen voor kritieke massa en de deskundigheidsgebieden. In vergelijking met de vorige set zijn de juridische deskundigheidsgebieden samengevoegd, is Bouwakoestiek onderdeel geworden van Geluid, zijn Groen en ecologie (vergunningverlening en beoordeling initiatieven) samengevoegd, zijn Stedenbouw en inrichting openbare ruimte en Kostenverhaal gebiedsontwikkeling en planeconomie vervallen en is een nieuw deskundigheidgebied Advisering Fysieke leefomgeving opgenomen. In deel C zijn de vereenvoudigde procescriteria opgenomen, is een link gelegd met de handreiking Regionale Beleidscyclus en is de vorm gewijzigd in een checklist. In deel D zijn de huidige competentieprofielen opgenomen. In de consultatie zijn voor enkele deskundigheidsgebieden nieuwe competenties voorgesteld. Deze zijn in dit stadium van de actualisatie nog niet uitgewerkt omdat daar eerst meer ervaring mee moet worden opgedaan. Deel A: Algemeen 1 Inleiding In artikel 21 van de Grondwet staat de zorgplicht van de overheid voor het milieu vermeld. De Omgevingswet is daarvoor een belangrijk instrument4. Een van de doelstellingen voor het bundelen van omgevingsrechtregels in de Omgevingswet is om de dienstverlening door overheden te verbeteren. Het realiseren van de verbeter- en maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de overheden. Het vraagt om een goede en uniforme borging van de uitvoeringskwaliteit. Als overheid zijn we verantwoordelijk voor een goede taakinvulling. Belangrijk hierbij zijn afspraken over wat een goede taakinvulling is. In de Omgevingswet biedt Afdeling 18.3 de grondslag voor de kwaliteitsbevordering van de uitvoering en handhaving. Er zijn regels over de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken: Artikel 18.20 beschrijft een zorgplicht voor in principe alle VTH-taken van het bevoegd gezag. Het artikel laat open hoe bevoegde gezagen dit invullen. Een optie is om dit via een verordening te doen. Artikel 18.23 gaat over de taken die onder het basistakenpakket vallen. Hiervoor geldt dat het kwaliteitsniveau via een verordening moet vastliggen. Omdat deze taken verplicht zijn ondergebracht bij omgevingsdiensten moeten ook zij afspraken maken over de formulering van de kwaliteitscriteria. Door de bovenstaande artikelen is vastgelegd dat provincies en gemeentes bij verordening wat moeten opnemen over de kwaliteit van de uitvoering van de basistaken. Voor de achterblijvende en plustaken geldt ten minste de zorgplicht. Men kan daarvan gemotiveerd afwijken. De werkgroep vindt het wenselijk om de eisen die gesteld worden aan het bevoegd gezag en de omgevingsdiensten gelijk te trekken5. Om de kwaliteit van de uitvoering zo uniform mogelijk te regelen hebben het IPO en de VNG gezamenlijk een modelverordening opgesteld. De modelverordening is omgevingsrecht-breed opgesteld en niet alleen voor de basistaken. Een groot deel van de bevoegde gezagen heeft dit model gebruikt voor hun provinciale - of gemeentelijke verordening. Door ongewijzigde vaststelling van de modelverordening besluiten provincies en gemeenten dat ze ook voor de thuistaken aan de kwaliteitscriteria voldoen6. De kwaliteitscriteria zijn bedoeld om de uitvoering en handhaving door gemeenten en provincies en Rijksdiensten in het Omgevingsrecht te professionaliseren en de kwaliteit in de organisatie te borgen. De criteria gaan over proces, inhoud en kritieke massa. Het voldoen aan de criteria zorgt ervoor dat het bevoegd gezag in staat is om de gewenste kwaliteit en continuïteit te leveren. De set maakt inzichtelijk welke kwaliteit van de uitvoering en handhaving burgers, bedrijven en instellingen, maar ook overheden onderling en als opdrachtgevers, mogen verwachten. De kwaliteitscriteria zijn op verschillende niveaus beschreven. Deels hebben ze betrekking op de organisatie en deels op de medewerkers. Voor de organisatie betekent dit dat er een sluitende beleidscyclus moet zijn om de kwaliteit te borgen, er een inhoudelijke ondergrens7 is en de taken belegd moeten worden bij organisaties die continuïteit in de uitvoering kunnen garanderen. Op medewerkersniveau moeten de taken belegd worden bij medewerkers die voldoende deskundig zijn om deze taken adequaat uit te kunnen voeren. De kwaliteitscriteria zijn als essentiële kpi opgenomen voor de robuustheid van omgevingsdiensten. Hiermee is de kwaliteitsborging gekoppeld aan alle taken (basis- en plustaken) die belegd zijn bij een omgevingsdienst. Zo wordt de kwaliteit van de uitvoering optimaal geborgd en is het streven dat alle taken belegd bij een omgevingsdienst op eenzelfde minimaal kwaliteitsniveau worden uitgevoerd. Omgevingsdiensten worden door opdrachtgevers steeds vaker gevraagd als adviseur in het kader van de Omgevingswet of de landelijke en provinciale opgaven. Advies bij het opstellen van omgevingsplannen is hier een voorbeeld van. De omgevingsdiensten hebben kennis over het gebied, kunnen zorgen voor regionale afstemming en brengen praktijkervaring in. Volgens de commissie Van Aartsen moeten omgevingsdiensten betrokken zijn bij de opstelling van de milieunormen in het omgevingsplan. Hoewel advisering geen wettelijke taak is, is gelet op het toenemende belang van deze taak ervoor gekozen om hier een nieuw deskundigheidsgebied voor op te nemen. Dat betekent dat als een regio kiest voor het laten uitvoeren van deze adviestaak, de OD aan de kwaliteitscriteria voor dit deskundigheidsgebied moet voldoen. N.B. Dit deskundigheidsgebied is bedoeld voor de omgevingsdiensten. Uiteraard staat het provincies en gemeenten vrij om de eisen uit dit deskundigheidsgebied ook van toepassing te verklaren op de adviestaken fysieke leefomgeving die door medewerkers in de eigen organisatie worden verricht. 2 Afbakening en uitgangspunten De criteria hebben betrekking op het minimale kwaliteitsniveau dat nodig is om taken op het gebied van uitvoering en handhaving op alle milieubelastende taken (inclusief de hiervoor benodigde taken) tijdig, met de juiste procedurele en inhoudelijke kwaliteit en in continuïteit te kunnen uitvoeren. In lijn met het gedachtegoed vanuit (inter-)nationale standaarden voor kwaliteitsmanagement is gekeken naar de belangrijkste elementen voor het opstellen van de kwaliteitscriteria om de uitvoeringspraktijk naar een steeds hoger niveau te tillen. Deze elementen zijn de kritieke massa, proceskwaliteit en inhoud en prioriteiten. Deze elementen worden in onderstaande toegelicht. Gezien de verschillen in de organisaties en hun werkaanbod (342 gemeenten, 12 provincies, 28 omgevingsdiensten en 3 rijksdiensten) is het vinden van een passende structuur voor alle organisaties niet realistisch. Voor de borging van kwaliteit is daarom gekozen om een aantal uitgangspunten te formuleren: – Onafhankelijkheid van werkaanbod De criteria voor kritieke massa hebben geen relatie met de omvang van het werkaanbod. Organisaties die een beperkt aantal taken uitvoeren, dienen te voldoen aan dezelfde criteria als organisaties die veelvuldig deze taken uitvoeren. De criteria voor kritieke massa geven de organisaties een ondergrens van het aantal medewerkers en hun deskundigheid, die nodig is om taken op een bepaald minimum niveau en met zekere continuïteit uit te kunnen voeren. Indien er op onderdelen onvoldoende werkaanbod is voor het benodigde aantal medewerkers en de bijbehorende tijdsbesteding per persoon, verdient het in dat geval aanbeveling om de samenwerking met andere partijen te zoeken8. De kwaliteitscriteria geven behalve de ondergrens niet aan wat het aantal benodigde medewerkers is op basis van het werkaanbod. De probleemanalyse en borging van personele en financiële capaciteit uit de procescriteria geven aan op basis waarvan de capaciteit moet worden vastgesteld en geborgd. – Verschil in complexiteit In de deskundigheidstabellen is per deskundigheidsgebied aangegeven of er een onderscheid is te maken tussen eenvoudige en complexe situaties. Aan het uitvoeren van deze taken zijn afhankelijk van de complexiteit verschillende eisen gesteld. De mate van complexiteit bepaalt aan welke delen van de kritieke massa de organisatie moet voldoen. Het bevoegd gezag dan wel de gemandateerde omgevingsdienst bepaalt zelf welke situaties eenvoudig of complex zijn. Een medewerker die voldoet aan de kwaliteitscriteria voor dat deskundigheidsgebied (bij voorkeur op hbo-niveau) beoordeelt bij de intake per geval of er sprake is van een complexe situatie. Daarbij gelden wel enkele richtlijnen: •Voor bouw wordt de indeling in gevolgklassen aangehouden op grond van de Wkb: ogevolgklasse 1: bestaat uit relatief eenvoudige bouwwerken zoals woningen, lage bedrijfsgebouwen en kleine infrastructurele werken. Bij deze gevolgklasse zijn de mogelijke maatschappelijke gevolgen van bouwfouten beperkt; ogevolgklasse 2: te denken aan bibliotheken, gemeentehuizen, onderwijsgebouwen, woongebouwen tot 70 meter hoogte. Deze gevolgklasse bestrijkt op deze manier een breed spectrum aan verschillende typen bouwwerken en gebruik; ogevolgklasse 3: gaat het om alle bouwwerken die niet in gevolgklasse 2 vallen. Hieronder kunnen vallen bouwwerken zoals metrostations, voetbalstadions, ziekenhuizen, gebouwen hoger dan 70 meter. Dit betekent dat er sprake is van eenvoudige situaties bij gevolgklasse 1 en van complexe situaties bij gevolgklasse 2 en 3 en/of er sprake is van complexe omgevingsplantaken of BOPA’s. •Voor milieu wordt onderscheid gemaakt in de klassen: o I informatie en meldingsplichtige bedrijven; o II meldings- en vergunningsplichtige activiteiten; o III vergunningsplichtige activiteiten en IPPC en Seveso. Dit betekent dat er sprake is van eenvoudige situaties bij klasse I en II meldingsplichtige activiteiten en van complexe situaties bij klasse II vergunningsplichtige activiteiten en III. Voor de deskundigheden “3. Vergunningverlening milieu‟ en “5. Toezicht en handhaving milieu‟ geldt een verbijzondering. Voor deze deskundigheden is onderscheid gemaakt in de sectoren (1) procesindustrie, (2) agrarisch (3) afval en Seveso. Medewerkers die binnen deze sectoren actief zijn, dienen minimaal 450 uur (Seveso 675 uur) te besteden aan deze sector én in totaal minimaal 900 uur te besteden aan de deskundigheid “3. Vergunningverlening milieu‟ of “5. Toezicht en handhaving milieu‟. (Zie ook spelregel 2). – Uitbesteding in sommige gevallen niet mogelijk Taken dienen binnen de overheid uitgevoerd te worden, indien: •De activiteit behoort tot één van de kerntaken van de Omgevingswet; •Een mogelijkheid bestaat voor belangenverstrengeling wanneer taken worden uitgevoerd door een marktpartij en de onafhankelijkheid van de uitvoerende medewerker in het geding kan komen. De mogelijkheid tot uitbesteden is op takenniveau binnen de deskundigheidsgebieden aangegeven. Indien de deskundigheid benodigd voor het uitvoeren van de activiteit redelijkerwijs alleen bij gespecialiseerde bureaus te verwachten is, dan bestaat de mogelijkheid deze taken uit te besteden. Hiervoor geldt dat specifieke taken of deskundigheidsgebieden binnen de overheid georganiseerd dienen te zijn. Deskundigheden zijn binnen de overheid georganiseerd als zij belegd zijn bij personen: •die zijn aangesteld door het bevoegd gezag; •die zijn aangesteld door het bestuur van een gemeenschappelijke regeling waaraan het bevoegd gezag voor de betreffende taken deelneemt9; •aangesteld door derden of werkzaam als zelfstandige zonder personeel, in de vorm van detachering (de persoon werkt een vast aantal dagen per week voor een vaste periode bij de overheidsorganisatie). Waarbij de overheidsorganisatie zelf verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de uitgevoerde taken en in staat is deze zelf te beoordelen. Daarvoor is het nodig dat de overheid zelf minimaal één persoon in dienst heeft die beschikt over de betreffende deskundigheden en behoort tot het eerste en tweede punt van bovenstaande opsomming; •die zijn aangesteld door andere overheden (waar het bevoegd gezag geen bestuurlijke verantwoordelijkheid voor draagt), waarmee het bevoegd gezag een structureel samenwerkingscontract heeft. Deskundigheden zijn uitbesteed als zij belegd zijn bij personen: •die zijn aangesteld door andere overheden (waar het bevoegd gezag geen bestuurlijke verantwoordelijkheid voor draagt), waarmee het bevoegd gezag een ad hoc-contract of convenant heeft gesloten voor het leveren van die deskundigheden; •die zijn aangesteld door derden in de vorm van adviesdiensten (ad hoc advies, geen detachering). Bij het uitbesteden van taken aan een derde (commerciële) partij (niet zijnde de OD), is het bevoegd gezag verantwoordelijk voor de kwaliteit. In het contract moet worden opgenomen dat moet worden voldaan aan de kwaliteitscriteria (zie spelregel 6). Er zijn regels voor taken die alleen binnen de overheid uitgevoerd kunnen worden. Dat is per deskundigheidsgebied vermeld. Dat betekent dat door samenwerking met andere overheden ook aan de kwaliteitscriteria kan worden voldaan. Door de toepassing van spelregels is er meer maatwerk mogelijk om te voldoen aan de criteria. Ten opzichte van de vorige set is er sprake van een vereenvoudiging (zie verder toelichting onder 3). 3 Toelichting criteria voor kritieke massa (Deel B) Het fundament van kwaliteit is het afleveren van een zo goed mogelijk product. Hiervoor is vooral vakmanschap nodig. De criteria voor kritieke massa adresseren dit vakmanschap in termen van voldoende opleiding, kennis, werkervaring en competenties en het onderhouden en borgen daarvan. Organisaties en medewerkers die aan deze criteria voldoen moeten in de kern in staat zijn om producten af te leveren met de gewenste kwaliteit. Met de kwaliteitscriteria voor kritieke massa kan een antwoord gegeven worden op de vraag of een organisatie en haar medewerkers in staat zijn om de taken en onderliggende operationele taken op een adequaat kwaliteitsniveau uit te voeren, gegeven de minimaal benodigde deskundigheid voor de uitvoering van deze taken en de continuïteit daarvan. In dit hoofdstuk worden de criteria van de kritieke massa uiteen gezet, mede aan de hand van enkele spelregels die voor de organisaties gelden. De organisatie heeft voor de uitvoering van VTH-taken disciplines voor Uitvoering, Handhaving en Advies. Binnen deze disciplines werken mensen in een bepaalde functie en voeren zij specifieke taken uit. Voor de borging dient de organisatie over voldoende gekwalificeerde medewerkers te beschikken (kritieke massa). Dat is per deskundigheidsgebied weergeven. In vergelijking met de vorige set zijn de juridische deskundigheidsgebieden samengevoegd, is Bouwakoestiek onderdeel geworden van Geluid, zijn Groen en ecologie (vergunningverlening en beoordeling initiatieven) samengevoegd, zijn Stedenbouw en inrichting openbare ruimte en Kostenverhaal gebiedsontwikkeling en planeconomie vervallen vanwege praktische onuitvoerbaarheid en is een nieuw deskundigheidgebied Advisering Fysieke leefomgeving opgenomen. Afhankelijk van de besluitvorming volgt nog DG toezicht mest (NVWA). Bovenstaande resulteert in de volgende 23 deskundigheidsgebieden: Generieke deskundigheidsgebieden 1.Casemanagen 2.Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening 3.Vergunningverlening milieu (Bal + omgevingsplan) 4.Toezicht en handhaving bouwen en ruimtelijke ordening 5.Toezicht en handhaving milieu 6.Toezicht en handhaving bodem 7.Toezicht en handhaving groene wetgeving Juridische deskundigheidsgebieden 8.Behandelen juridische zaken 9.Ketentoezicht 10.Buitengewone opsporing natuur en milieu en fysieke leefomgeving Specialistische deskundigheidsgebieden accent bouwen 11.Bouwfysica 12.Brandveiligheid 13.Constructieve veiligheid 14.Sloop en asbest Specialistische deskundigheidsgebieden accent milieu 15.Afvalwater (indirecte lozingen) 16.Bodem, bouwstoffen, water 17.Omgevingsveiligheid 18.Geluid & trillingen (milieu en bouw) 19.Luchtkwaliteit & geur 20.Natuuractiviteiten Specialistische deskundigheidsgebieden accent ruimtelijke ordening en duurzaamheid 21.Cultuurhistorie 22.Energiebesparing en duurzaamheid 23.Advisering fysieke leefomgeving (nieuw) Om de criteria voor kritieke massa goed te kunnen begrijpen en te interpreteren zijn heldere definities nodig (zie ook bijlage). Er is aangesloten bij de terminologie van de Omgevingswet. Kritieke massa komt tot uitdrukking in deskundigheid en continuïteit. De verschillende elementen zijn in onderstaande schema weergegeven: Deskundigheid •Opleiding: de minimale basisopleiding (uitgedrukt mbo, hbo of wo niveau). •Aanvullende opleiding(en): benodigde opleiding(en) op het betreffende vakgebied waarmee de kennis en/of vaardigheden zijn te verkrijgen10 (alleen van toepassing indien de betreffende onderwerpen niet aantoonbaar onderdeel uitmaken van de basisopleiding).Van medewerkers wordt verwacht dat zij de kennis die uit de genoten opleidingen voortkomt, altijd actueel houden. Voor (permanente) bijscholing zijn daartoe (nog) geen criteria opgenomen. •Aanvullende kennis (in aanvulling op de opleidingen): de minimaal benodigde basiskennis en diepgaande kennis voor de zelfstandige uitvoering van de taak (inclusief bv. bijhouden vakliteratuur en jurisprudentie). •Werkervaring: het minimale aantal jaren relevante werkervaring dat men nodig heeft om de taak zelfstandig uit te kunnen voeren. •Competentie: het geheel van aantoonbare kenmerken en vaardigheden die de kwaliteit van het werk mogelijk maken of verbeteren. Continuïteit •Frequentie: de minimale aantal vlieguren per jaar waarmee een taak zelfstandig moet worden uitgevoerd om de deskundigheid te behouden. Daarmee wordt een bepaalde routine opgebouwd. •Aantal medewerkers: het minimale aantal medewerkers met de omschreven deskundigheid en frequentie waarover de organisatie moet kunnen beschikken om de noodzakelijke deskundigheid te kunnen borgen. •Borging: de omgeving waar deze taken uitgevoerd moeten worden (binnen de overheid of uitbesteed) en de mogelijkheden die er zijn om in te huren. Spelregels Door de toepassing van onderstaande spelregels is er meer maatwerk mogelijk om te voldoen aan de criteria. Ten opzichte van de vorige set is er sprake van een vereenvoudiging. Spelregel 1: De taken die zijn benoemd onder één deskundigheid kunnen door verschillende personen binnen de organisatie worden uitgevoerd. Voor de medewerker gelden de criteria die gekoppeld zijn aan die taken die hij uitvoert. De organisatie als geheel moet voldoen aan de criteria voor alle taken. Toelichting: Als er bv. 5 medewerkers zijn die onder een deskundigheidsgebied vallen, dienen er minimaal 2 medewerkers (bij de meeste deskundigheidsgebieden) aan de criteria te voldoen (organisatie-eis). In het kader van de kwaliteitsontwikkeling is het streven dat de andere 3 gaan voldoen. Deze ontwikkeling is de verantwoordelijkheid van de organisatie en de individuele medewerker. Spelregel 2: Het is mogelijk om deskundigheden te combineren, maar de organisatie moet te allen tijde aan de kritieke massa voldoen zoals opgenomen bij dat deskundigheidsgebied. Toelichting: De kwaliteitscriteria beschrijven over hoeveel medewerkers met bepaalde kennis en ervaring een organisatie moet beschikken. Eén medewerker kan echter over meerdere deskundigheden beschikken of anders gezegd sommige deskundigheden kunnen binnen één persoon gecombineerd worden. Voor het voldoen aan de kwaliteitscriteria als organisatie, dient het aantal vlieguren te worden gemaakt binnen het deskundigheidsgebied (de 450 of 900 uur). Als op basis van de probleemanalyse is vastgesteld dat 2 medewerkers toereikend zijn, kan worden volstaan met twee medewerkers voor complexe zaken die daar elk 900 uur aan besteden en die voor de overige 450 uur eenvoudige situaties uitvoeren. Het praktisch gebruik maken van inhoudelijke overlap tussen taken maakt meer en verschillende combinaties mogelijk. Rekenvoorbeeld (uitgaande dat deze 4 medewerkers full me werken): Medewerker 1: 900 uur dg VV Milieu + 450 uur dg geluid Medewerker 2: 900 uur dg TZ Milieu + 450 uur dg geluid Medewerker 3: 900 uur dg TZ Milieu + 450 uur dg BOA Medewerker 4: 900 uur dg VV Milieu + 450 uur dg Bodem, bouwstoffen en water De organisatie heeft: 2 medewerkers op dg Geluid en voldoet daarmee; 2 medewerkers op dg TZ Milieu en voldoet daarmee; 2 medewerkers op dg VV Milieu en voldoet daarmee. Voor het deskundigheidsgebied BOA moeten nog minimaal 2 medewerkers voor 450 uur werkzaam zijn (er moeten er in totaal minimaal 3 zijn) en voor het deskundigheidsgebied Bodem, bouwstoffen en water moet dan nog minimaal 1 andere medewerker voor 450 uur aanwezig zijn, omdat anders de organisatie niet voldoet. Je kunt echter niet berekenen hoeveel medewerkers een organisatie nodig hee door het vereiste aantal deskundigheden bij elkaar op te tellen. Spelregel 3: Voor de generalistische deskundigheden geldt een functiescheiding op persoonsniveau tussen uitvoering (vergunningverlening) enerzijds en handhaving (toetsing op naleving) anderzijds. Toelichting: Op afdelingsniveau hoe er geen scheiding te zijn tussen bouw en milieu. Voor de specialistische functies geldt een scheiding op object- of dossierniveau. Een specialist die een advies hee uitgebracht in het vergunningverleningsproces voor een dossier kan niet dezelfde zijn die in het toezicht- en handhavingsproces een advies opstelt voor ditzelfde dossier. Bij toezicht en handhaving voor bouwwerken geldt nog een extra eis. De scheiding op dossier- of objectniveau geldt ook tussen de bouwfase en de gebruiksfase voor de toezichthouders. De toezichthouder die tijdens de bouw het toezicht hee gehouden kan niet dezelfde zijn die in de gebruiksfase het toezicht op ditzelfde object of dossier uitvoert. Spelregel 4: Taken kunnen worden uitgevoerd door medewerkers die (nog) niet voldoen aan de gestelde eisen voor het deskundigheidsgebied, onder voorwaarde dat deze uitvoering onder verantwoordelijkheid wordt uitgevoerd door een medewerker die wel voldoet aan de gestelde eisen voor dit deskundigheidsgebied. Toelichting: Nieuwe medewerkers zullen niet per definitie direct aan de gestelde eisen voor het deskundigheidsgebied voldoen, door onvoldoende opleiding of werkervaring. Begeleiding door een ervaren medewerker is in dat geval de oplossing. Daarbij is het wel van belang te realiseren dat de nieuwe medewerkers zolang ze nog niet voldoen aan de gestelde eisen, nog niet meetellen in het voldoen aan de kwaliteitscriteria als organisatie. Spelregel 5: Aan de opleidingseisen kan ook voldaan worden door aantoonbaar gelijkwaardige opleiding en/of gelijkwaardig werk- en denkniveau verkregen door ervaring. Dit is de verantwoordelijkheid van de organisatie. Hier is een belangrijke rol weggelegd voor de leidinggevenden. Ook kan ervoor gekozen worden om dit met een EVC (erkende verworven competenties)-traject onaankelijk te laten valideren. Spelregel 6: Een deel van de taken kan worden uitbesteed, of worden ingehuurd of door samenwerking met andere overheden worden georganiseerd. Het bevoegd gezag blij in die gevallen al tijd (bestuurlijk) verantwoordelijk voor de deskundigheid en continuïteit. Voor de borging dient het bevoegd gezag dit contractueel vast te leggen met de par j waarvan de dienst wordt afgenomen. Toelichting: Bij het uitbesteden van taken aan een derde (commerciële) par j is het bevoegd gezag verantwoordelijk voor de kwaliteit. In het contract moet worden opgenomen dat moet worden voldaan aan de kwaliteitscriteria. Er zijn regels voor taken die alleen binnen de overheid uitgevoerd kunnen worden. Dat is per deskundigheidsgebied vermeld. Dat betekent dat door samenwerking met andere overheden ook aan de kwaliteitscriteria kan worden voldaan. Voor wat betreft het voldoen aan de kwaliteitscriteria, gelden bij uitbesteden, inhuren of samenwerking de volgende eisen: •Uitbesteden of samenwerken: de medewerkers van de organisatie waaraan wordt uitbesteed of mee wordt samengewerkt en die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van deze taken, moeten voldoen aan de kwaliteitscriteria deel B en deel D; •Inhuren: ingehuurde medewerkers dienen inzichtelijk te maken in welke mate zij aan de kwaliteitscriteria deel B in relatie tot hun opdracht/rol/taken voldoen. De organisatie dient met inbegrip van de ingehuurde medewerkers te voldoen aan de kwaliteitscriteria deel B. Op grond van artikel 5 van de modelverordening moet jaarlijks mededeling over de naleving van de kwaliteitscriteria aan de gemeenteraad en/of Provinciale Staten worden gedaan. Spelregel alleen voor omgevingsdiensten Elke OD moet op grond van de robuustheidscriteria (vastgelegd in komende AMvB) voldoen aan de kwaliteitscriteria. Voor een minimaal adequaat uitvoeringsniveau wordt voor de kritieke massa verwezen naar de door het bestuurlijk overleg IBP VTH vastgestelde no e Robuustheid Omgevingsdiensten en de daarin opgenomen tabel (bijlage 4) met het minimaal aantal e per taak. Deze tabel is opgesteld voor het omzetcriterium van € 16,5 miljoen (peildatum 2023) en wordt jaarlijks geïndexeerd. 4 Toelichting procescriteria (Deel C) De procescriteria betreffen eisen aan het proces. De criteria geven de elementen aan die minimaal aanwezig moeten zijn: –Evaluatie –Beleid –Strategie –Uitvoeringsprogramma –Voorbereiding –Uitvoering VTH en advisering –Monitoring Daarnaast moeten de criteria gebruikt worden bij het inrichten van de organisatie. De criteria bieden de kaders voor het kwaliteitssysteem van het bevoegd gezag. In de procescriteria wordt op een systematische wijze de samenhang tussen beleid en uitvoering beschreven. De samenhang tussen de beleids- en uitvoeringscyclus noemen we de regionale beleidscyclus (BIG8). Het doorlopen van deze cyclus is uitgebreid beschreven in de handreiking regionale beleidscyclus en hoe dit in de praktijk wordt vormgegeven. Ter illustratie het plaatje zoals opgenomen in de handreiking. Om organisaties behulpzaam te zijn bij de vaststelling of aan de procescriteria wordt voldaan, is een checklist opgenomen in deel C. Voor de totstandkoming van producten zoals vergunningen, controles en handhavingsacties zijn diverse werkprocessen nodig. Transparantie en bestuurlijke vastlegging spelen daarin een belangrijke rol. De procescriteria samen leiden tot een sluitende cyclus en kwaliteitsborging. Op alle kritieke punten van overdracht in het hoofdproces van uitvoering en handhaving dient goed nagedacht te worden over de borging van kwaliteit. De criteria bieden de kaders voor het kwaliteitssysteem van het bevoegd gezag. Door het proces te verbeteren zal de output en outcome zich in positieve zin te ontwikkelen. 5 Toelichting Competenties (Deel D) Processen gaan pas werken als mensen er vorm aan geven. Daarom zijn competentieprofielen opgesteld voor de nieuwe of meest veranderende rollen onder de Omgevingswet. Het gaat om de rollen van casemanager, vergunningverlener, toezichthouder/handhaver, juridisch adviseur en specialistisch adviseur. Lijnmanagers en HR-adviseurs van gemeenten en omgevingsdiensten kunnen de profielen gebruiken als hulpmiddel (bij voorkeur als onderdeel van de strategische personeelsplanning) om hun teams te ontwikkelen. Met als doel om samen steeds beter in de geest van de Omgevingswet te kunnen werken. De systematiek van de competentieprofielen is anders dan van de inhoudelijke kwaliteitscriteria. Competenties zijn moeilijker objectief en kwantitatief meetbaar te maken dan de inhoudelijke kwaliteitscriteria. Ook de ontwikkeling van competenties is complexer dan die van inhoudelijke kennis en vaardigheden. Bovendien zeggen competenties primair iets over de individuele medewerkers en het is niet wenselijk om deze informatie op individueel niveau openbaar te maken. Daarnaast bevinden de organisaties zich in een andere fase van ontwikkeling dan bij hun oprichting en de start van de inhoudelijke kwaliteitscriteria. De organisaties hebben al de nodige stappen gezet om kwaliteit te verbeteren. De krapte op de arbeidsmarkt maakt het moeilijk om goed personeel te vinden en te behouden. Vandaar dat gekozen is voor een groeimodel met een positieve invulling: een lonkend perspectief voor de organisaties en de medewerkers. Aan de hand van een stappenplan wordt dit groeimodel geconcretiseerd. De keuze voor de competentieprofielen en het stappenplan is gebaseerd op een aantal uitgangspunten. Daarna volgen de vijf competentieprofielen en het stappenplan ‘inzicht in competentieprofielen’, om het goede gesprek hierover intern en indien gewenst ook extern te faciliteren. In alle deskundigheidsgebieden zijn de 5 belangrijkste competenties opgenomen. Dit is een selectie uit de 7 beschreven competenties van de 5 rollen onder de Omgevingswet. Er zijn meerdere verzoeken in de consultatie gedaan om deze uit te breiden (bv. communicatief bij Verduurzaming energie en adviesvaardigheid bij Advisering fysieke leefomgeving). Dat is vanwege de benodigde uitwerking niet in deze actualisatie meegenomen. Daarbij wordt geadviseerd om eerst een aantal jaren ervaring op te doen met werken in de geest van de Omgevingswet, zodat na evaluatie de competentieprofielen geactualiseerd kunnen worden. Uitgangspunten Voor de ontwikkeling van de competentieprofielen en het stappenplan van “inzicht in competentieprofielen” zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Competentieprofielen: •Het startpunt voor het toevoegen van competenties aan de kwaliteitscriteria is de aanbeveling van Berenschot (2019). •De competentieprofielen zijn een nieuwe toevoeging aan de kwaliteitscriteria. De insteek is daarom dat ook de competentieprofielen en het stappenplan doorontwikkeld zullen worden aan de hand van ervaringen uit de praktijk. •De Omgevingswet is het uitgangspunt, daarom is gekozen voor om de competentieprofielen die voor de implementatie van de omgevingswet worden gehanteerd als vertrekpunt te gebruiken. Deze zijn verder uitgewerkt. •Door gelijke begrippen en definiëring te hanteren kan de beoogde VTH-uitvoeringspraktijk zo goed mogelijk aansluiten bij de voorgestane denk- en werkwijze van de omgevingswet. Omwille van de consistentie is daarnaast aansluiting gezocht bij de bestaande deskundigheidsgebieden uit bijlage B van de kwaliteitscriteria. Op deze manier hebben we gekozen voor een pragmatische concretisering van het advies van Berenschot. •Toezicht en handhaving worden in de praktijk vaak gezien als aparte rollen. In de kwaliteitscriteria is dit samengenomen binnen de deskundigheidsgebieden. Daarom is ervoor gekozen dit ook als één profiel te beschrijven. •Elk profiel beschrijft de situatie waaraan de organisatie als geheel moet voldoen. Daarom is er geen onderscheid gemaakt binnen het profiel op basis van kennis- en ervaringsniveau. Stappenplan: •De competentieprofielen en het stappenplan hebben oog voor de organisatie, het werk en de mensen. Het zegt iets over de visie, processen en afspraken, maar ook iets over uitvoering van de VTH-taken binnen teams en functioneren van individuen daarbij. Om recht te doen aan de lokale autonomie is gekozen om de focus niet op medewerkersniveau, maar op organisatieniveau te leggen. Op dat niveau is dan sprake van een soort ‘bundeling’ van de in de organisatie (bij de individuele medewerkers) aanwezige competenties. De beoordeling van de medewerkers blijft daarmee de verantwoordelijkheid van de eigen organisatie. •Deze nieuwe werkwijze is lerend, waarderend en reflectief: Wat is de stand van zaken? Waar is (al) groei zichtbaar? En waar liggen aanknopingspunten om te verbeteren? Het zet organisaties zelf in de lead om met de competentieprofielen te werken en eraan te voldoen, in plaats van dit te organiseren met externe prikkels en externe toezichthouders. •De competentieprofielen en het stappenplan voeden het goede gesprek over de competentieprofielen: in de eigen organisatie en indien gewenst ook tussen organisaties. •In het goede gesprek wordt leren van en met elkaar gestimuleerd. •Er wordt uitgegaan van verschillende bronnen. Informatie over de mate waarin organisaties al voldoen aan de competentieprofielen is te vinden in verschillende documenten in de organisatie (de ‘harde’ kant), maar óók te ‘voelen en beluisteren’ in gesprekken met betrokkenen uit de organisatie (de ‘zachte’ kant). Door deze verschillende bronnen te benutten kan een optimaal beeld van de organisatie worden neergezet. •De competentieprofielen en de waardering ervan is contextueel. Dit doet recht aan een verschillend startpunt en verschillende ontwikkelingsfasen van organisaties. Waar staat men nu en waar wil men heen? Wat zijn de ontwikkel- en verbeterpunten? Wat heeft de organisatie (aanvullend) nodig voor een professionele uitvoering van de publieke taak? Het doet recht aan de specifieke inrichting en uitvoering van VTH-taken binnen de organisatie. •Het stappenplan moet afvinken ontmoedigen. Werken aan de verbetering van de kwaliteit van de VTH-uitvoering is alleen zinvol als dat gebeurt vanuit intrinsieke motivatie. Afvinken stimuleert kwaliteitsdenken en ontwikkeling veelal niet. Deel B: Criteria voor kritieke massa Het fundament van kwaliteit is het afleveren van een zo goed mogelijk product. Hiervoor is vooral vakmanschap nodig. De criteria voor kritieke massa adresseren dit vakmanschap in termen van voldoende opleiding, kennis, werkervaring en competenties en het onderhouden en borgen daarvan. Organisaties en medewerkers die aan deze criteria voldoen moeten in de kern in staat zijn om producten af te leveren met de gewenste kwaliteit. Met de kwaliteitscriteria voor kritieke massa kan een antwoord gegeven worden op de vraag of een organisatie en haar medewerkers in staat zijn om de taken en onderliggende operationele taken op een adequaat niveau uit te voeren, gegeven de minimaal benodigde deskundigheid voor de uitvoering van deze taken en de continuïteit daarvan. In onderstaande wordt een toelichting gegeven op het format deskundigheidsgebied. Daarbij is het goed te weten dat de deskundigheidsgebieden waarvoor de kritieke massa geldt geen functieprofielen zijn. Zij ordenen de taken die uitgevoerd moeten worden en geven vervolgens per taak aan welke kritieke massa nodig is. In de praktijk kan één medewerker over meerdere deskundigheden beschikken. Belangrijk dat bij de deskundigheidsgebieden de geldende spelregels, zoals opgenomen in deel A, in acht worden genomen. Met deze spelregels is er meer flexibiliteit om te voldoen. In de tabellen is aangegeven of bepaalde taken binnen de overheid uitgevoerd moeten worden of aan marktpartijen uitbesteed kunnen worden. De criteria voor kritieke massa zijn opgebouwd uit generieke en specialistische deskundigheden. Generieke taken kunnen in principe uitgevoerd worden door generalisten zonder expert te zijn op een specifiek aspect. Voor deze deskundigheidsgebieden is het veelal voldoende om over basiskennis van verschillende aspecten te beschikken. Deze basiskennis stelt de generalist in staat om zelfstandig afwegingen te maken, waar nodig specialisten in te schakelen en om de toepasbaarheid van het werk van de specialist te kunnen beoordelen. Onder specialistische deskundigheidsgebieden zijn die taken/taken uitgewerkt die een expertmatig karakter hebben. Om deze taken te kunnen uitvoeren is diepgaande kennis van een bepaald aspect nodig. De organisatie heeft voor de uitvoering van VTH-taken disciplines voor Uitvoering, Handhaving en Advies. Binnen deze disciplines werken mensen in een bepaalde functie en voeren zij specifieke taken uit. Voor de borging dient de organisatie over voldoende gekwalificeerde medewerkers te beschikken (kritieke massa). Of de medewerkers geschikt en bekwaam zijn wordt bepaald door: (aanvullende) opleidingen, (aanvullende) kennis (werk- en denkniveau), werkervaring, frequentie (routine met de uitvoering van de taak) en competenties (waarneembaar werkgedrag). Eisen aan organisaties die onderstaande taken uitvoeren minimaal x medewerkers per sector die voldoen aan ondergenoemde criteria (afhankelijk van het vereiste niveau) In dit veld worden de taken behorend tot deze deskundigheid opgesomd. NB. Het is geen functieprofiel. Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren Er kunnen verschillende eisen worden gesteld aan het niveau waarop de taak wordt uitgevoerd. Dit is afhankelijk van de complexiteit van de taken. De mate van complexiteit is daarmee mede bepalend voor aan welke delen van de kritieke massa criteria de organisatie moet voldoen. Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: Hier wordt het minimale niveau aangegeven. Is sommige specialistische situaties ook de opleiding. Basiskennis: Hier wordt het minimale niveau aangegeven. Minimaal aantal jaren relevante werkervaring. Minimale tijdsbesteding die medewerkers per jaar aan de beschreven taken dienen te besteden. Daarbij zijn minimaal 450 of 900 productieve uren opgenomen. Hier zijn de 5 belangrijkste competenties (kerncompetenties) uit deel D overgenomen. Aanvullende opleiding(en): Hier worden de benodigde opleidingen beschreven. Diepgaande kennis: Hier wordt beschreven welke specifieke kennis nodig is. Generieke deskundigheidsgebieden 1. Casemanagen Onderstaande taken moeten binnen de overheid uitgevoerd worden. Het betreffen kerntaken van de Omgevingswet van het bevoegd gezag. Een medewerker op hbo-niveau beoordeelt bij de intake per geval of er sprake is van een complexe of eenvoudige situatie. Eisen aan organisaties die onderstaande taken uitvoeren voor: alleen eenvoudige situaties Minimaal 2 medewerkers die voldoen aan de ondergenoemde criteria voor eenvoudige situaties óf de criteria voor de deskundigheid "2 Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening‟ óf de criteria voor de deskundigheid "3 Vergunningverlening milieu‟. een of meerdere complexe situaties Minimaal 2 medewerkers die voldoen aan ondergenoemde criteria voor complexe situaties óf de criteria voor de deskundigheid "2 Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening‟ óf de criteria voor de deskundigheid "3 Vergunningverlening milieu‟. Taken 1.Organiseren/ begeleiden van overleg met de aanvrager (omgevingsoverleg). 2.Uitvoeren toets op volledigheid 3.Bewaken proces, integraliteit en voortgang van de aanvraag. 4.Inschakelen van vakdisciplines en wanneer nodig externe partijen (coördineren inhoudelijke volledigheid). 5.Het uitzetten van adviesaanvragen aan de wettelijke adviseurs. 6.Besluit (laten) samenstellen en coördineren. Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren voor gevolgklasse 1 of eenvoudige gevolgklasse 2 Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competenties (deel D) Basisopleiding: mbo4-niveau Basiskennis: •Structuur en systematiek (bouw)tekeningen. •Identificeren van vereiste deskundigheid. 1 jaar in procesmanagement en het behandelen van Awb procedures Besteden van minimaal 900 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Bestuurlijke sensitiviteit •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid Aanvullende opleiding(en): •Omgevingsrecht •Awb Diepgaande kennis: N.v.t. Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren voor complexe situaties gevolgklasse 2 of gevolgklasse 3 Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: •Structuur en systematiek (bouw)tekeningen. •Identificeren van vereiste deskundigheid. 2 jaar in procesmanagement en het behandelen van Awbprocedures Besteden van minimaal 900 uur aan bovengenoemde 6 taken en/of begeleiden van 5 complexe meervoudige aanvragen per jaar. Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Bestuurlijke sensitiviteit •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid Aanvullende opleiding(en): •Omgevingsrecht •Awb Diepgaande kennis: N.v.t. 2. Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening Onderstaande taken moeten binnen de overheid uitgevoerd worden. Het betreffen kerntaken van de Omgevingswet van het bevoegd gezag. Een medewerker op hbo-niveau beoordeelt bij de intake per geval of er sprake is van een complexe of eenvoudige situatie. Eisen aan organisaties die onderstaande taken uitvoeren voor alleen eenvoudige situaties minimaal 2 medewerkers die voldoen aan de ondergenoemde criteria voor eenvoudige situaties een of meerdere complexe situaties minimaal 2 medewerkers die voldoen aan ondergenoemde criteria voor complexe situaties Taken 1.Inhoudelijke input leveren voor omgevingsoverleg en overleg met adviseurs. 2.Beoordelen aanvraag omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit (technisch) / omgevingsplanactiviteit bouwwerken (ruimtelijk) (of deel van meervoudige aanvraag dat daarop betrekking heeft): a.controleren van de volledigheid, juistheid van de inhoud (inclusief berekeningen en rapportages) van aanvragen in relatie tot de aanvraagvereisten; b. toetsen aan omgevingsplan of Besluit kwaliteit leefomgeving; b.toetsen aan Besluit bouwwerken leefomgeving en maatwerkregels in omgevingsplan op grond van Besluit bouwwerken leefomgeving; c.opstellen concept-vergunning en bepalen voorschriften, eventueel op basis van bijdragen jurist en specialisten; d.beoordelen aanvraag om toestemming voor gelijkwaardige maatregel of het anderszins toepassen van de gelijkwaardigheid bepaling van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 3.Beoordelen en afwegen legalisatiemogelijkheden bij afwijking van de vergunning. 4.Beoordelen aanvraag tijdelijke omgevingsvergunning, omgevingsplanplanactiviteit of buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het omgevingsplan (in verband met het afwijkingsbesluit) (of deel van meervoudige aanvraag dat daarop betrekking heeft) 5. Beoordelen aanvraag: a.opstellen concept-vergunning op basis van integrale afweging van (eventuele) bijdragen van jurist en specialisten. 5.Beoordelen zienswijzen, bezwaren en beroep bij een bouwactiviteit (technisch), omgevingsplanactiviteit bouwwerken (ruimtelijk) en/of omgevingsplanactiviteit gebruik gronden en bouwwerken in strijd met het omgevingsplan. 6.Beoordelen melding of gegevens en bescheiden voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van bouwwerken: a.beoordelen eventuele monumentale status, situatie beschermd stads- en dorpsgezicht en andere geldende kaders; b.beoordelen wanneer specialisten (slopen, asbest, monumenten e.a.) moeten worden ingeschakeld; c.eventueel opstellen concept- maatwerkvoorschrift op basis van integrale afweging van (eventuele) bijdragen van jurist en specialisten (o.a. sloop en asbest en monumentenzorg). Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren voor gevolgklasse 1 en eenvoudige gevolgklasse 2 Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: mbo4-niveau Basiskennis: •bouwkundige basisprincipes en –constructies •Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) •constructieve veiligheid 1 jaar (inclusief het verzamelen en/of opmaken van voorschriften) Besteden van minimaal 900 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid •Oordeelsvorming Aanvullende opleiding(en): •Ambtenaar bouw- en Woningtoezicht I (inclusief omgevingsrecht algemeen, brandveiligheid, bouw/RO-regelgeving in Ow-stelsel, omgevingsplan, monumenten en bouwfysica) •milieuregelgeving in Ow-stelsel •natuurregelgeving in Ow-stelsel •weg -en waterbouw Diepgaande kennis: •Besluit bouwwerken leefomgeving •Relevante jurisprudentie Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren voor complexe gevolgklasse 2 of gevolgklasse 3 Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: Zie eenvoudige situaties 3 jaar (inclusief het verzamelen en/of opmaken van voorschriften) Besteden van minimaal 900 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid •Oordeelsvorming Aanvullende opleiding(en): •Zie eenvoudige situaties •Specialistische opleiding ambtenaar bouw- en woningtoezicht II Diepgaande kennis: •Zie eenvoudige situaties •Constructieve veiligheid •Voorbereidingsbesluit en voorbeschermingsregels 3. Vergunningverlening milieu (BAL + omgevingsplan) Onderstaande taken 1 t/m 6 moeten binnen de overheid uitgevoerd worden. Het betreffen kerntaken van de Omgevingswet van het bevoegd gezag. Het is aan het bevoegd gezag om de portefeuille aan milieubelastende taken te beoordelen (probleemanalyse) en te bepalen welke milieubelastende taken vallen onder klasse I, klasse II eenvoudig, klasse II complex en klasse III. Taken 7 en 8 kunnen worden uitbesteed aan een marktpartij, mits de uitbestedende overheidsorganisatie beschikt over minimaal één medewerker die de deskundigheid heeft die nodig is voor activiteit 7. Eisen aan organisaties die onderstaande taken uitvoeren minimaal 2 medewerkers per sector die voldoen aan ondergenoemde criteria (afhankelijk van de klasse) Taken 1.Inhoudelijke input leveren voor omgevingsoverleg en overleg met adviseurs. 2.Beoordelen aanvraag omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit (Bal-mba-vergunningplicht) en/of voor een omgevingsplanactiviteit (omgevingsplanvergunningplicht met milieu-oogmerk) (of deel van meervoudige aanvraag dat daarop betrekking heeft) a.controleren van de volledigheid, juistheid van de inhoud (inclusief berekeningen en rapportages) van aanvragen in relatie tot de aanvraagvereisten; b.toetsen aan van toepassing zijnde beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving en/of het omgevingsplan; c.opstellen concept-vergunning en bepalen voorschriften, eventueel op basis van bijdragen jurist en specialisten. 3.Adviseren over noodzaak ambtshalve actualisering, wijziging of intrekking omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit (Bal-mbavergunningplicht) en/of voor een omgevingsplanactiviteit (omgevingsplanvergunningplicht met milieu-oogmerk) a.toepassen van toepassing zijnde beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving en/of het omgevingsplan; b.opstellen concept-vergunning en bepalen voorschriften, eventueel op basis van bijdragen jurist en specialisten. 4.Beoordelen zienswijzen, bezwaren en beroep bij milieubelastende activiteit (Bal-MBA-vergunningplicht) en omgevingsplanactiviteit (omgevingsplanvergunningplicht met milieu-oogmerk). 5.Afhandelen van meldingen of het gegevens en bescheiden (verstrekt bij informatieplicht start activiteit) met betrekking tot milieu in het kader van het Bal en/of het omgevingsplan, inclusief het beoordelen van gekwantificeerde doelvoorschriften, erkende maatregelen, verplichte maatregelen en/of het beoordelen van een gelijkwaardige voorziening op basis van representatieve meetgegevens, onderbouwde berekeningen of een risicoanalyse en het opstellen van maatwerkvoorschriften en instemmende beschikkingen. 6.Tijdig signaleren welke milieuspecialisten en/of juristen moeten worden ingeschakeld en hun bijdragen op relevantie, toepasbaarheid en benodigde diepgang beoordelen 7.Begeleiden, beoordelen en toepassen van een milieuzoneringsonderzoek in relatie tot bijv. geluid, lucht of geur. 8.Uitvoeren van een milieuzoneringsonderzoek in relatie tot bijv. geluid, lucht of geur. Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren voor klasse I en eenvoudig II Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: mbo4-niveau Basiskennis: □natuurregelgeving in Ow-stelsel □Identificeren van vereiste deskundigheid. 1 jaar in klasse I of II Afhandelen van 10 meldingen, gegevens en bescheiden (verstrekt bij informatieplicht start activiteit) en/of vergunningaanvragen per jaar in deze of een zwaardere klasse. Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid •Oordeelsvorming Aanvullende opleiding(en): •Omgevingsrecht •Awb •milieuregelgeving in Ow-stelsel, inclusief Bal en omgevingsplan •PGS-richtlijnen •geluid •bodem / BB-CVM •afval •energie •(afval)water •bouwregelgeving in Ow-stelsel •RO-regelgeving in Ow-stelsel Diepgaande kennis: □Herkenning gevaarseigenschappen van stoffen Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren voor klasse II Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: □Zie klasse I en eenvoudig II □Luchtemissies 2 jaar in klasse I of II Besteden minimaal 900 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid •Oordeelsvorming Aanvullende opleiding(en): □Zie klasse I en eenvoudig II □Omgevingsveiligheid in Ow-stelsel Diepgaande kennis: □Zie klasse I en eenvoudig II □Cumulatie- en ketenrelaties milieuthema’s Medewerkers die aan deze eisen voldoen, voldoen ook aan de eisen om de taken 1 t/m 6 uit te voeren van de deskundigheid "Casemanagen". Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren voor klasse II complex en klasse III Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: Zie klasse II 3 jaar in klasse II of III, waarvan ten minste 2 jaar in klasse III Besteden minimaal 900 uur aan deze taken bij klasse III Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid •Oordeelsvorming Aanvullende opleiding(en): □Zie klasse II Diepgaande kennis: □Zie klasse II □IPPC-regelgeving □kennis van structuur en toepassing BREF's Medewerkers die aan deze eisen voldoen, voldoen ook aan de eisen om de taken 1 t/m 6 uit te voeren van de deskundigheid “Casemanagen". Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren voor klasse I, II of III in de sector procesindustrie Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: Zie klasse II complex en klasse III 3 jaar in de sector procesindustrie in klasse II of III, waarvan ten minste 2 jaar in klasse III. Besteden van 900 uur aan deze zes taken bij klasse III, waarvan 450 uur aan deze zes taken bij klasse III in de sector procesindustrie. Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid •Oordeelsvorming Aanvullende opleiding(en): Zie klasse II complex en klasse III □basiscursus regelgeving voor Seveso inrichtingen (alleen voor klasse II complex en klasse III) Diepgaande kennis: Zie klasse II complex en klasse III □Technische procesvoering gevaarlijke stoffen Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren voor klasse I, II of III in de sector agrarisch Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: Zie klasse II complex en klasse III □Verspreidingsmodellen geur, fijnstof en ammoniak □natuurregelgeving in Ow-stelsel 3 jaar in de sector agrarisch in klasse II of III, waarvan ten minste 2 jaar in klasse III Besteden van 900 uur aan deze zes taken bij klasse III, waarvan 450 uur aan deze zes taken bij klasse III in de sector agrarisch. Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid •Oordeelsvorming Aanvullende opleiding(en): Zie klasse II complex en klasse III (met uitzondering van basiscursus regelgeving voor Seveso inrichtingen) Diepgaande kennis: Zie klasse II complex en klasse III •geurregelgeving in Ow-stelsel voor agrarische taken •regelgeving emissiearme huisvesting in het Ow-stelsel •ammoniakregelgeving in Ow-stelsel Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren voor klasse I, II of III in de sector afval Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: Zie klasse II complex en klasse III □Landelijk Afvalstoffen Plan □Meldgegevens in AMICE 3 jaar in de sector afval in klasse II of III, waarvan ten minste 2 jaar in klasse III Besteden van 900 uur aan deze zes taken bij klasse III, waarvan 450 uur aan deze zes taken bij klasse III in de sector afval. Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid •Oordeelsvorming Aanvullende opleiding(en): Zie klasse II complex en klasse III (basis cursus regelgeving Seveso inrichtingen alleen voor klasse III) Diepgaande kennis: Zie klasse II complex en klasse III •Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen •Acceptatie- en verwerkingsbeleid •Technische procesvoering gevaarlijke stoffen Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren voor klasse III Seveso-inrichtingen Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: Zie klasse II complex en klasse III 3 jaar met gevaarlijke stoffen, waarvan ten minste 2 jaar in uitvoering Sevesoinrichtingen. Besteden van 900 uur bij klasse III, waarvan 675 uur bij klasse III Sevesoinrichtingen Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Integraal (samen) werken •Verantwoordelijkheid •Oordeelsvorming Aanvullende opleiding(en): •Seveso •Vastgestelde modules Chemische technologie, procestechnologie en Procesveiligheid door de 6 Seveso OD’s, conform het besluit “Differentiatie in opleidingsprogramma BRZO voor VTH-taken bij bedrijven met uitsluitend opslag van verpakte gevaarlijke stoffen dan wel overige bedrijven vallend onder Marscategorie 8 of 9” van 7 juni 2021 Diepgaande kennis: Zie klasse II complex en klasse III 4. Toezicht en handhaving bouwen en ruimtelijke ordening Onderstaande taken moeten binnen de overheid uitgevoerd worden. Het betreffen kerntaken van de Omgevingswet van het bevoegd gezag. Een medewerker op Hboniveau beoordeelt bij de intake per geval of er sprake is van een complexe of eenvoudige situatie. Eisen aan organisaties die onderstaande taken uitvoeren minimaal 2 medewerkers die voldoen aan ondergenoemde criteria voor eenvoudige situaties minimaal 2 medewerkers die voldoen aan ondergenoemde criteria voor complexe situaties Taken 1.Toezicht houden overeenkomstig en aan de hand van de wet- en regelgeving, vergunningstekeningen, vergunningvoorschriften met name t.a.v. algemene bouw en ROregels op/bij: a.de omgevingsplanactiviteit (bestemmingsplannen) t.a.v. strijdigheid; b.de uitvoering van de bouw; c.bestaande bouw; d.slooptaken, exclusief asbest en mobiel puin breken. Gemeente blijft verantwoordelijk voor bouwveiligheid; e. de naleving van veiligheidsvoorschriften; e.de naleving van brandvoorschriften; f.het gebruik van gebouwen; g.het gebruik van gronden; h.werken/taken. 2.Inschakelen van specialist voor complexe situaties en beoordelen toepasbaarheid advies van specialist. 3.Bevindingen rapporteren, overtredingen melden, optreden en ambtelijke vooraankondiging maken. 4.Handhaven bij geconstateerde overtredingen. 5.Behandelen van de start- en gereed melding van aanleg, bouw en/of sloop. 6.Behandelen ongewone voorvallen, klachten, meldingen en handhavingsverzoeken en WOO verzoeken Eisen aan medewerkers die deze taken of taken uitvoeren voor eenvoudige situaties Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: mbo4-niveau Basiskennis: □Bouwkunde □Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) □Asbestherkenning 1 jaar (inclusief het verzamelen en/of opmaken van voorschriften) Besteden minimaal 900 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden □Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid •Assertiviteit Aanvullende opleiding(en): □Specialistische opleiding BWT met tenminste: Awb, omgevingsrecht algemeen, brandveiligheid, bouw-/ROregelgeving in Ow-stelsel, inclusief omgevingsplan, monumenten en bouwfysica. □Milieuregelgeving in Ow-stelsel, inclusief Bal en omgevingsplan □Natuurregelgeving in Ow-stelsel Diepgaande kennis: Besluit bouwwerken leefomgeving (incl. beoordelen van gelijkwaardigheid) Eisen aan medewerkers die deze taken of taken uitvoeren voor complexe situaties Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: Zie eenvoudige situaties 3 jaar Besteden minimaal 900 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden □Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid •Assertiviteit Aanvullende opleiding(en): Zie eenvoudige situaties Diepgaande kennis: •Zie eenvoudige situaties •Constructieve veiligheid op de bouw Relevante jurisprudentie 5. Toezicht en handhaving milieu Onderstaande taken moeten binnen de overheid uitgevoerd worden. Het betreffen kerntaken van de Omgevingswet van het bevoegd gezag. Het is aan het bevoegd gezag om de portefeuille aan milieubelastende taken te beoordelen (probleemanalyse) en te bepalen welke milieubelastende taken vallen onder klasse I, klasse II eenvoudig, klasse II complex en klasse III. Eisen aan organisaties die onderstaande taken uitvoeren minimaal 2 medewerkers per sector die voldoen aan ondergenoemde criteria (afhankelijk van de klasse) Taken 1.Opstellen en/of uitvoeren van: a.risicoanalyse b.toezichtsplan milieu met risico’s, beoordelingspunten en bijbehorende toezichtmethode en frequentie. 2.Administratief toezicht houden op basis van openbare en bedrijfsspecifieke documenten (inclusief het beoordelen van rapporten). 3.Voorbereiden en uitvoeren van controles ter plaatse op basis van Omgevingswet (vergunningvoorschriften), rechtstreekse verboden, meldingen en/of verstrekte gegevens en bescheiden en/of de milieueisen uit het BAL en/of het omgevingsplan (of de gelijkwaardige voorzieningen)taken en/of het omgevingsplan (of de gelijkwaardige voorzieningen). 4.Bevindingen rapporteren, overtredingen melden, optreden en ambtelijke vooraankondiging maken. Opstellen bezoekverslag/brief. 5.Handhaven bij (opnieuw) geconstateerde overtredingen conform landelijk Handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO). 6.Behandelen ongewone voorvallen, klachten, meldingen en handhavingsverzoeken (voor alle klassen milieubelastende taken of taken. 7.Tijdig signaleren welke specialisten en/of juristen moeten worden ingeschakeld en hun bijdragen op relevantie, toepasbaarheid en benodigde diepgang beoordelen. 8.Opvolging van de adviezen die op basis van de taken van ketentoezicht worden gegeven. 9.Deelname aan gezamenlijke interventies. Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren voor klasse I en eenvoudig II Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: mbo4-niveau Basiskennis: •Luchtemissies •Inzicht kerntaken ketenpartners en werkwijze van andere handhavingsorganisaties •Identificeren van vereiste deskundigheid. 1 jaar in klasse I of II Besteden van minimaal 900 uur aan deze taken bij klasse I en II. Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid •Assertiviteit Aanvullende opleiding(en): •Omgevingsrecht en Awb •Milieuregelgeving in Ow-stelsel, •PGS-richtlijnen •geluid •administratief toezicht •bodem / BB-CVM •afval •energie •(afval)water Diepgaande kennis: •Werking gelijkwaardigheidsbesluit •Werking maatwerkbesluit •Relevante jurisprudentie Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren voor klasse II complex en klasse III Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: Zie klasse I en eenvoudig II 3 jaar in klasse II of III, waarvan ten minste 2 jaar in klasse III Besteden van minimaal 900 uur aan deze taken bij klasse III Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid •Assertiviteit Aanvullende opleiding(en): •Zie klasse I en eenvoudige klasse II •Verdiepingscursus administratief toezicht en auditvaardigheden •omgevingsveiligheid in Ow-stelsel Diepgaande kennis: Zie klasse I en eenvoudige klasse II •Europese milieurichtlijnen milieumanagementsystemen en bijbehorende toetsingstechnieken •IPPC-regelgeving •kennis van structuur en toepassing BREFs, •PRTR (indien van toepassing) Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren voor klasse I, II of III in de sector procesindustrie Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: Zie klasse I en eenvoudig klasse II 3 jaar in de sector procesindustrie in klasse II of III, waarvan ten minste 2 jaar in klasse III. Besteden van 900 uur aan deze taken bij klasse III, waarvan 450 uur aan deze zes taken bij klasse III in de sector procesindustrie én vijf fysieke inspecties bij IPPC installaties procesindustrie per jaar uitvoeren. Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid •Oordeelsvorming Aanvullende opleiding(en): Zie klasse II complex en klasse III □Basis cursus regelgeving voor Seveso inrichtingen (alleen voor klasse III) Diepgaande kennis: •Zie klasse II complex en klasse III •Kennis van procestechniek, procestechnische installaties en gevaarlijke stoffen. Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren voor klasse I, II of III in de sector agrarisch Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: Zie klasse II complex en klasse III •Verspreidingsmodellen geur, fijnstof en ammoniak •Wetgeving rondom stikstof, dierwelzijn en fosfaatrechten •natuurregelgeving in Ow-stelsel 3 jaar in de sector agrarisch in klasse II of III, waarvan ten minste 2 jaar in klasse III Besteden van 900 uur aan deze taken bij klasse III, waarvan 450 uur aan deze zes taken bij klasse III in de sector agrarisch én vijf fysieke inspecties bij IPPC installaties agrarisch per jaar uitvoeren. Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid •Oordeelsvorming Aanvullende opleiding(en): Zie klasse II complex en klasse III Diepgaande kennis: Zie klasse II complex en klasse III •ammoniak-regelgeving in Ow-stelsel •geur-regelgeving in Ow-stelsel •Diepgaande kennis van onderlinge samenhang wetsvoorschriften en normen •regelgeving emissiearme huisvesting in Ow-stelsel Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren voor klasse I, II of III in de sector afval Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: □Zie klasse II complex en klasse III □ Landelijk Afvalstoffen Plan 3 jaar in de sector afval in klasse II of III, waarvan ten minste 2 jaar in klasse III Besteden van 900 uur aan deze taken bij klasse III, waarvan 450 uur aan deze zes taken bij klasse III in de sector afval én vijf fysieke inspecties bij IPPC installaties afval per jaar uitvoeren. Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid •Oordeelsvorming Aanvullende opleiding(en): Zie klasse II complex en klasse III □Basis cursus regelgeving voor Seveso inrichtingen (alleen bij klasse III) Diepgaande kennis: •Zie klasse II complex en klasse III •Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen •Technische procesvoering gevaarlijke stoffen •Acceptatie en verwerkingsbeleid •AO/IC afvalverwerkende bedrijven Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren voor klasse III Seveso-inrichtingen Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: Zie klasse II complex en klasse III •Veiligheidsbeheerssystemen •Auditkennis met VBS 4 jaar met gevaarlijke stoffen, waarvan ten minste 3 jaar in uitvoering Seveso-inrichtingen. Besteden van 900 uur bij klasse III, waarvan 675 uur bij klasse III Seveso-inrichtingen én uitvoeren van vier audits per jaar Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijk •Assertiviteit Aanvullende opleiding(en): •Basis cursus regelgeving voor Seveso inrichtingen •Auditing Specialistisch Opleidingsprogramma voor LBR/GIR Seveso toezicht •Vast gestelde modules Chemische technologie, procestechnologie en Procesveiligheid door de 6 Seveso OD’s, conform het besluit “Differentiatie in het opleidingsprogramma BRZO voor VTH-taken bij bedrijven met uitsluitend opslag van verpakte gevaarlijke stoffen danwel overige bedrijven vallend onder Marscategorie 8 of 9” van 7 juni 2021 Diepgaande kennis: •Zie klasse II complex en klasse III •Kennis van procestechniek, procestechnische installaties en gevaarlijke stoffen. 6. Toezicht en handhaving bodem Onderstaande taken bij saneringen, meldingen grondverzet en (tijdelijke) opslag van grond/baggerspecie buiten inrichtingen moeten binnen de overheid worden uitgevoerd. Eisen aan organisaties die onderstaande taken uitvoeren minimaal 2 medewerkers die taken 1 t/m 8 uitvoeren voldoen aan ondergenoemde criteria minimaal 2 medewerkers die taak 9 uitvoeren voldoen aan ondergenoemde criteria Taken 1.Maken van een risicoanalyse en op basis daarvan de toezichtmethode en -frequentie bepalen. 2.Voorbereiden en uitvoeren van controles ter plaatse. 3.Toezicht houden: bevindingen rapporteren, overtredingen melden, optreden en ambtelijke vooraankondiging maken; opstellen van een bezoekverslag of brief. 4.Handhaven conform de LHSO indien er overtredingen worden geconstateerd. 5.Bodemadvies geven op verzoek van het meldpunt of de piketdienst. 6.Overleggen met specialisten en/of juristen. 7.Bepaalt afhankelijk van de situatie relevantie, toepasbaarheid en diepgang van adviezen. 8.Opvolging van de adviezen die op basis van de taken van ketentoezicht worden gegeven. 9.Administratief toezicht Eisen aan medewerkers die de taken of taken 1 t/m 8 uitvoeren Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: •Awb - toezicht en handhaving •Bodemregelgeving in de Omgevingswet •(SIKB)protocollen Bodem en bodemonderzoek en -sanering •relevante normen en praktijkrichtlijnen (bijv. NEN 5725 en 5740 en 5750 en NTA 5755, NEN 5707) •Milieu- en kwaliteitsmanagementsystemen en bijbehorende toetsingstechnieken •Inzicht kerntaken ketenpartners en werkwijze van andere handhavingsorganisaties 1 jaar Besteden van minimaal 900 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid •Assertiviteit Aanvullende opleiding(en): •Omgevingsrecht •Awb Diepgaande kennis: N.v.t. Eisen aan medewerkers die de taak 9 uitvoert Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: •Bodemregelgeving in het Ow-stelsel •Wet bodembescherming / besluit bodemkwaliteit •(SIKB)protocollen Bodem en bodemonderzoek en -sanering •relevante normen en praktijkrichtlijnen (bijv. NEN 5725 en 5740 en 5750 en NTA 5755, NEN 5707) •(in situ) saneringstechnieken en risico’s •civiele techniek •geohydrologie •Milieu- en kwaliteitsmanagementsystemen en bijbehorende toetsingstechnieken •Inzicht kerntaken ketenpartners en werkwijze van andere handhavingsorganisaties Minimaal 2 jaar Besteden van minimaal 900 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid •Assertiviteit Aanvullende opleiding(en): • Omgevingsrecht Diepgaande kennis: n.v.t. 7. Toezicht en handhaving natuur (Natura 2000, soortenbescherming, faunabeheer, hout) Onderstaande taken moeten binnen de overheid uitgevoerd worden. Het betreffen kerntaken die bij het bevoegd gezag thuishoren. Eisen aan organisaties die onderstaande taken uitvoeren minimaal 2 medewerkers per taakveld van Natura 2000, die voldoen aan ondergenoemde criteria minimaal 2 medewerkers per taakveld soortenbescherming, die voldoen aan ondergenoemde criteria minimaal 2 medewerkers per taakveld faunabeheer en hout, die voldoen aan ondergenoemde criteria Taken 1.Het beoordelen of vergunningsplichtige taken op basis van de natuurregelgeving in het Ow-stelsel plaatsvinden, met name Natura 2000-taken, flora- en faunataken en houttaken. 2.Maken van een risicoanalyse en indien nodig vertalen naar een situatie specifiek toezichtsplan met risico’s, beoordelingspunten en bijbehorende toezichtmethode en frequentie. 3.Voorbereiden op basis van openbare en situatie specifieke bronnen en uitvoeren van controles ter plaatse. 4.Bevindingen rapporteren, overtredingen melden, optreden en ambtelijke vooraankondiging maken. Opstellen bezoekverslag/brief. 5.Handhaven bij (opnieuw) geconstateerde overtredingen conform sanctiestrategie. 6.Behandelen klachten, meldingen (ongewone voorvallen) en handhavingsverzoeken. 7.Tijdig signaleren welke specialisten en/of juristen moeten worden ingeschakeld en hun bijdragen op relevantie, toepasbaarheid en benodigde diepgang beoordelen. Eisen aan medewerkers die deze bovenstaande taken uitvoeren Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding voor Natura 2000 en soortenbescherming: □hbo-niveau Basisopleiding voor faunabeheer en □mbo4-niveau hout: Basiskennis: □Ecologische en landschappelijke condities Extra voor soortenbescherming: □Gedragscodes Extra voor faunabeheer: □Vrijstellingen Extra voor Hout: □Bos- en natuurbeheer Minimaal 2 jaar Besteden van 900 uur aan deze taken. Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid •Assertiviteit Aanvullende opleiding(en): •Basiscursus natuurregelgeving in Ow-stelsel •Basiscursus Awb •Basiscursus Omgevingsrecht Extra voor Natura 2000 en Soortenbescherming: •Basiscursus Milieuregelgeving in Ow-stelsel •Basiscursus RO-regelgeving in Ow-stelsel Diepgaande kennis voor Natura 2000: □AERIUS Calculator Juridische deskundigheidsgebieden 8. Behandelen juridische zaken Onderstaande taken moeten binnen de overheid uitgevoerd worden. Het betreffen kerntaken die op grond van de Omgevingswet door (of in opdracht van) het bevoegd gezag uitgevoerd worden. Eisen aan organisaties die onderstaande taken uitvoeren Minimaal 2 juridisch medewerkers voor vergunningverlening en 2 juridisch medewerkers voor handhaving die voldoen aan ondergenoemde criteria Taken Algemeen: 1.Adviseren over juridische vraagstukken op het terrein van het omgevingsrecht. 2.Behandelen van bezwaar- en beroepschriften, verzoeken om voorlopige voorziening en zienswijzen, opstellen verweerschriften en pleitnota’s en vertegenwoordigen van het bevoegd gezag bij de behandeling ter zitting. 3.Behandelen van WOO verzoeken. Vergunningverlening: 4.(Procedureel) beoordelen van vergunningaanvragen. 5.Adviseren over dan wel opstellen van beschikkingen ten aanzien van (complexe) aanvragen op grond van de Omgevingswet of o.g.v. een omgevingsplan. 6.Adviseren over gedoogbeschikkingen (zorgvuldige voorbereiding, deugdelijke motivering, gebaseerd op actuele wetgeving en conform de jurisprudentie). 7.Adviseren over initiatieven i.r.t. een omgevingsplan en maken van een keuze voor het geëigende juridische/planologische instrument per initiatief (omgevingsvergunning voor een BOPA of een andere planvorm/besluit op basis van de Omgevingswet). Handhaving: 8.(Procedureel) beoordelen van handhavingsverzoeken en gedoogbeschikkingen. 9.Behandelen en begeleiden van handhavingsprocedures. 10.Opstellen van beschikkingen ten aanzien van (complexe) handhavingszaken (ook gedoogbeschikkingen) en het doen van aanschrijvingen in het kader van de Omgevingswet onderdelen bouw, RO en milieu (zorgvuldige voorbereiding, deugdelijke motivering, gebaseerd op actuele wetgeving en conform de jurisprudentie). 11.Adviseren over flankerend beleid/ afstemming bestuursrechtelijke acties en strafrechtelijk vervolg door boa. 12.Adviseren over invorderen bestuurlijke geldschulden. Eisen aan medewerkers die deze taken of taken uitvoeren Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau algemeen juridisch Basiskennis: LHSO Minimaal 1 jaar voor eenvoudige situaties Minimaal 3 jaar voor complexe situaties Besteden van minimaal 900 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Bestuurlijk sensitief •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid Aanvullende opleiding(en): •Basiscursus milieuregelgeving in de WM •Basiscursus OW-stelsel (OW, Bal, Bkl, Bbl incl. toepassing van gelijkwaardigheid en OR) en invoeringswet/besluit/rege ling OW •Basiscursus WKB •Basiscursus natuurregelgeving in OWstelsel •Basiscursus erfgoed regelgeving in OW-stelsel •Basis- en verdiepingscursus Awb en omgevingsrecht •Opleiding in Europese regelgeving zoals RIE, Seveso en Bref’s •Basiscursus WOO •Basiscursus opstellen verweerschriften en pleitnota’s Diepgaande kennis: n.v.t. 9. Ketentoezicht Onderstaande taken (of werkzaamheden) moeten binnen de overheid uitgevoerd worden. Het betreffen kerntaken (of werkzaamheden) van de Omgevingswet die bij het bevoegd gezag thuishoren. Eisen aan organisaties die onderstaande taken (of werkzaamheden) uitvoeren minimaal 6 medewerkers voor de onderstaande taken die voldoen aan ondergenoemde criteria Taken (of werkzaamheden) 1.Voorbereidend onderzoek externe, schriftelijke, open en gesloten bronnen. 2.Uitvoeren van integrale strategische, tactische of operationele analyses of risicoanalyses keten/branche/bedrijf/milieubelastende activiteiten c.q. gedragingen o.b.v. prioriteiten, beleid of op verzoek. 3.Opstellen van analyseprofielen en interventie strategieën/handelingsperspectieven. 4.Kwantitatieve en kwalitatieve data en informatie verzamelen, veredelen en analyseren. 5.Draaiboek c.q. plan van aanpak opstellen voor (diepgaand) administratief onderzoek. 6.Inspecties ter plaatse uitvoeren (diverse administraties en registraties, combineren financiële en stofstromen). 7.Identificeren onregelmatigheden en oorzaken (bv. opzettelijkheid). 8.Samenwerken in multidisciplinaire ketenteams. 9.Fungeren als intern en extern informatieknooppunt en uitwisselen van informatie met ketenpartners. 10.Onderhouden van netwerken met andere betrokkenen bij de ketens op landelijk en regionaal niveau Onderhouden van netwerken met andere betrokkenen bij de ketens op landelijk en regionaal niveau 11.Opstellen van ketenbeschrijvingen en barrièremodellen. 12.Advisering bevoegde gezagen, omgevingsdiensten en ketenpartners waar de inzet van (keten)toezicht nodig is en ten behoeve van vervolgaanpak. Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: •Omgevingswet •milieuregelgeving in Ow-stelsel, Wet milieubeheer. •Wet- en regelgeving over afvalstoffen •Algemene wet bestuursrecht (Awb) •Wet op de economische delicten (WED) •LMA, LAVS en Inspectieview •AO/IC •Milieu- en kwaliteitsmanagementsystemen en bijbehorende toetsingstechnieken •Rapportagevaardigheden •Milieukunde en Chemie •ZZS •Circulaire economie •Bestuurskunde •Inzicht kernactiviteiten ketenpartners •Inzicht in activiteiten en werkwijze van andere toezicht en handhavingsorganisaties 2 jaar (bv. als (administratief) toezichthouder, ketentoezichthouder, financieel rechercheur of analist) Besteden van 900 uur aan deze taken of werkzaamheden. Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid •Assertiviteit Aanvullende opleiding(en): •Verdiepingscursus (tactisch) informatieanalist •Informatiegestuurde Handhaving (IGH) •Informatieanalyse omgevingsrecht •Operationeel auditing Diepgaande kennis: •AV-beleid •Goederenadministratie •Financiële boekhouding •Administratief toezicht/onderzoeksopzet •Data-analyse, analysetools en informatieverwerking •Informatieanalyse (o.a. strategisch, tactisch, operationeel en risico en t.a.v. milieucriminaliteit en ondermijning) •Straf- en bestuursrechtelijke werkveld (RIEC) 10. Buitengewone opsporing natuur en milieu en fysieke leefomgeving Onderstaande taken moeten binnen de overheid uitgevoerd worden. Het betreffen kerntaken van de Omgevingswet van het bevoegd gezag. Eisen aan organisaties die onderstaande taken uitvoeren Minimaal 3 medewerkers die de taken uitvoeren en voldoen aan ondergenoemde criteria Elke organisatie moet voor het kunnen uitvoeren van de sanctiestrategie 24 uur per dag, 7 dagen per week beschikken over Boa’s met bevoegdheden voor alle wettelijke bepalingen uit de afbakening De organisatie dient bevoegde functionarissen aan te wijzen in het kader van de WPG De organisatie dient interne en externe WPG-audits uit te voeren Taken 1.Opsporen van (economische) delicten op het terrein van natuur, milieu en fysieke leefomgeving (waaronder bouwen, bodem, afvalstoffen, asbest, zwemwater) voor de benodigde deskundigheidsgebieden: a.uitvoerend ondersteunen bij (eenvoudige) strafrechtzaken; b.deskundig ondersteunen bij gecompliceerde strafrechtelijke onderzoeken (o.a. Seveso-bedrijven); c. deelname aan gezamenlijke interventies; c.signaleren van strafbare feiten die buiten de opsporingsbevoegdheid of competenties vallen; d.terugkoppelen uitvoerbaarheid/handhaafbaarheid van normen en beleid e.Opvolging zaken afstemmen met OM/FP. 2.Opmaken strafrechtelijke stukken (proces-verbaal, SAM-verbaal, BSB-m, politietransactie) 3.Participatie in (boven)regionale overleggen met handhavingspartners 4.Informatie-uitwisseling politie, justitie en overige opsporingspartners binnen de juiste wettelijke kaders (WPG) 5 Opstellen preweegdocument voor LMK 5.Zorgvuldig beheer strafrechtelijke informatie (WPG) en persoonsgegevens (AVG) 6.Businessintelligence: verwerking en analyse waarborgen en binnen netwerk delen. Eisen aan medewerkers die deze taken of taken uitvoeren De eisen die aan individuele Boa’s worden gesteld, zijn op basis van het Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BBO) en de bijbehorende Circulaire bekwaamheid verankerd. Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: □mbo4-niveau Basiskennis: •Afhankelijk van taakgebied conform criteria voor dat taakgebied □Strafvordering/WED •WPG/AGV/WOO/geheimhoudingsbepalingen •Opsporingsmethoden en –technieken •Kennis van deelnemers binnen het speelveld •Informatiegestuurd werken 1 jaar Besteden minimaal 450 uur aan deze taak Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid •Assertiviteit •Oordeelsvorming Aanvullende opleiding(en): •Basisopleiding voor boa’s domein II •Permanente her- en bijscholing voor boa’s domein II Diepgaande kennis: •Handhavingsprocedures en jurisprudentie •Verhoortechnieken •Taakgericht kunnen zoeken naar mogelijke overtredingen via digitale weg •Doorvertalen signalen naar beelden aanpak milieucriminaliteit •Financiële administratie Specialistische deskundigheidsgebieden accent bouwen 11. Bouwfysica Onderstaande taken 1 t/m 10 kunnen worden uitbesteed aan een marktpartij, mits de uitbestedende overheidsorganisatie beschikt over het deskundigheidsgebied ‘2. Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening’ of '4. Toezicht en handhaving bouwen en ruimtelijke ordening’. Een medewerker op Hbo-niveau beoordeelt bij de intake per geval of er sprake is van een complexe of eenvoudige situatie. Eisen aan organisaties die onderstaande taken uitvoeren minimaal 2 medewerkers die voldoen aan ondergenoemde criteria voor eenvoudige situaties minimaal 2 medewerkers die voldoen aan ondergenoemde criteria voor complexe situaties Taken 1.Bespreken bevindingen met architect en/of adviesbureau. 2.Toetsen tekeningen en berekeningen daglichttoetreding. 3.Toetsen tekeningen en berekeningen rookgasafvoer. 4.Controleren door visuele inspecties tijdens uitvoering van de bouw. 5.Controleren door uitvoeren controlemetingen geluid, ventilatie, luchtdichtheid. 6.Toetsen uitgangspunten, tekeningen en berekeningen ventilatie. 7.Beoordelen bouwplan op samenhang tussen alle bouwfysische aspecten. 8.Toetsen tekeningen en berekeningen geluidwering. 9.Toetsen bouwkundige details koudebruggen. 10.Toetsen uitgangspunten en berekeningen BENG en luchtdoorlatendheid. Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren voor eenvoudige situaties Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: Hbo-niveau Basiskennis: Kennis van in BBL aangewezen normen omgevingsregeling 3 jaar Besteden van minimaal 900 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Bestuurlijke sensitiviteit •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid Aanvullende opleiding(en): □Post HTO Bouwakoestiek □ABW 1 □Verdiepingscursus Besluit bouwwerken leefomgeving (incl. beoordelen van gelijkwaardigheid) □Basiscursus geluid meten Diepgaande kennis: •NEN 5077 •Opzet, data-invoer, technische toepassingen en resultaten diverse rekenmethodes bouwfysica Eisen aan medewerkers die deze taken of taken uitvoeren voor complexe situaties Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: HBO niveau Basiskennis: •Kennis van in BBL aangewezen normen omgevingsregeling •Actuele bouwnormen •Praktijkkennis vanuit bouwinspecties •Gebruik meetapparatuur 3 jaar Besteden van minimaal 900 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Bestuurlijke sensitiviteit •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid Aanvullende opleiding(en): •Post HBO Bouwakoestiek •ABW 2 •Post HBO bouwfysica Diepgaande kennis: •NEN 5077 •Opzet, data-invoer, technische toepassingen en resultaten diverse rekenmethodes bouwfysica 12. Brandveiligheid Onderstaande taken 1 t/m 8 moeten binnen de overheid uitgevoerd worden. Een medewerker op Hbo-niveau beoordeelt bij de intake per geval of er sprake is van een complexe of eenvoudige situatie. Eisen aan organisaties die onderstaande taken uitvoeren minimaal 2 medewerkers die voldoen aan ondergenoemde criteria voor 1 t/m 5 minimaal 2 medewerkers die voldoen aan ondergenoemde criteria voor 6 t/m 8 Taken 1.Adviseren bij meldingen (inclusief meldingen brandveilig gebruik) en informatieplichten. 2.Adviseren bij niet-complexe vergunningen. 3.Monitoren en analyseren van controlegegevens, ingekomen meldingen e.d. 4.Afhandelen van klachten. 5.Uitvoeren van standaard / niet complexe inspecties brandpreventie. 6.Adviseren bij complexe vergunningen, meldingen en gegevens/bescheiden (verstrekt i.v.m. informatieplicht bij start activiteit) bouw en milieu. 7.Uitvoeren van complexe inspecties brandpreventie. 8.Beoordelen, adviseren en laten informeren bij een complexe gelijkwaardigheden of afwijkingsbesluiten (o.a. t.a.v. bereikbaarheid, bluswatervoorzieningen, brandweerzorg, opkomsttijden etc.). Eisen aan medewerkers die de taken 1 t/m 5 (eenvoudig) uitvoeren Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: mbo4-niveau Basiskennis: □Awb 1 jaar Besteden van minimaal 900 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Bestuurlijke sensitiviteit •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid Aanvullende opleiding(en): •Specialistische opleiding Brandpreventiedeskundig e minimaal bestaande uit de onderdelen: Bbl gelijkwaardigheid, omgevingsplan en brandveiligheid, brandpreventietechnieken •Basiscursus milieu in Ow-stelsel •Basiscursus ROregelgeving in RO-stelsel •Basiscursus omgevingsrecht Diepgaande kennis: Eisen aan medewerkers die de taken 6 t/m 8 (complex) uitvoeren Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: □Awb 3 jaar Besteden van minimaal 900 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Bestuurlijke sensitiviteit •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid Aanvullende opleiding(en): •Specialistische opleiding Brandpreventiedeskundi ge minimaal bestaande uit de onderdelen: Bbl gelijkwaardigheid, omgevingsplan en brandveiligheid, brandpreventietechniek en •Basiscursus milieu in Ow-stelsel •Basiscursus ROregelgeving in ROstelsel •Basiscursus omgevingsrecht Diepgaande kennis: □Kennis van procestechniek, procestechnische installaties en chemische, gevaarlijke stoffen 13. Constructieve veiligheid Onderstaande taken kunnen uitbesteed worden aan een marktpartij mits de uitbestedende overheidsorganisatie beschikt over het deskundigheidsgebied ‘2. Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening’ en ‘4. Toezicht en handhaving bouwen en ruimtelijke ordening’. Eisen aan organisaties die onderstaande taken uitvoeren minimaal 2 medewerkers die voldoen aan ondergenoemde criteria voor eenvoudige situaties minimaal 2 medewerkers die voldoen aan ondergenoemde criteria voor complexe situaties Taken 1.Controleren constructietekeningen en berekeningen op constructieve veiligheid. 2.Beoordelen bouwmaterialen betrekking hebbende op de constructie van het bouwwerk. 3.Toetsen van de constructie van een bouwaanvraag. 4.Bespreken en vastleggen van bevindingen over de gehanteerde rekenmethode en schematisering met het raadgevend ingenieursbureau dat de bouwconstructie heeft ontworpen. 5.Inspecteren op uitvoering complexe constructieve zaken. 6.Inspecteren op constructies in de gebruiksfase. Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren voor alleen gevolgklasse 1 en eenvoudige gevolgklasse 2 Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: •Toegepaste mechanica •Actuele constructienormen •Oude constructienormen (GBV, TGB) bij verbouwingen en bestaande bouw •Bouwmaterialen •Hoe om te gaan met innovatie in de bouw nieuwe bouwmethoden / lijmen van constructieonderdelen •Hoe om te gaan met constructieonderdelen waar geen NEN-EN norm beschikbaar is (overgang naar CUR rapporten, richtlijnen) •Brandwerendheid •Rekenprogramma’s wetsvoorschriften en Besluit bouwwerken leefomgeving 1 jaar Besteden van minimaal 900 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Bestuurlijke sensitiviteit •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid Aanvullende opleiding(en): •Specialisatieopleidingen beton-, staal- of houtconstructies op Hboniveau •Basiscursus Bbl incl. gelijkwaardigheid Diepgaande kennis: •Monumenten •Hergebruik van bouwmaterialen •Constructies bij Evenementen Eisen aan medewerkers die deze taken of taken uitvoeren voor complexe gevolgklasse 2 of gevolgklasse 3 Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: •Toegepaste mechanica •Actuele constructienormen •Oude constructienormen (GBV, TGB) bij verbouwingen en bestaande bouw •Bouwmaterialen •Hoe om te gaan met innovatie in de bouw nieuwe bouwmethoden / lijmen van constructieonderdelen •Hoe om te gaan met constructieonderdelen waar geen NEN-EN norm beschikbaar is (overgang naar CUR rapporten, richtlijnen) •Brandwerendheid •Rekenprogramma’s wetsvoorschriften en Besluit bouwwerken leefomgeving 3 jaar ervaring Besteden van minimaal 900 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Bestuurlijke sensitiviteit •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid Aanvullende opleiding(en): •Specialisatieopleidingen beton-, staal- of houtconstructies op Hboniveau •Basiscursus Bbl incl. gelijkwaardigheid Diepgaande kennis: •Monumenten •Hergebruik van bouwmaterialen •Constructies bij Evenementen 14. Sloop en asbest Onderstaande taken kunnen uitbesteed worden aan een marktpartij mits de uitbestedende overheidsorganisatie beschikt over het deskundigheidsgebied ‘4. Toezicht en handhaving bouwen en ruimtelijke ordening’. Eisen aan organisaties die onderstaande taken uitvoeren minimaal 2 medewerkers die voldoen aan ondergenoemde criteria Activiteit 1. Beoordelen indieningsvereisten melding en informatieplichten slooptaken of een risicomatrix en veiligheidsplan benodigd is. 2. Inschakelen van specialisten voor complexe situaties en beoordelen toepasbaarheid advies van specialist; 3. Beoordelen melding voor het geheel of gedeeltelijk slopen van bouwwerken: a.controleren van de volledigheid, juistheid van de inhoud van de meldingen in relatie tot de indieningsvereisten; b.toetsen aan sloop- en asbestregelgeving in Besluit bouwwerken leefomgeving en/of Asbestverwijderingsbesluit (werkwijze, asbestinventarisatierapport, afvalscheiding, eindbeoordelingsrapportage en stortbewijs); c. opstellen adviesrapport; 4.Toezicht op slooptaken, onderdeel asbestsloop en -verwijdering incl. eindbeoordeling op de taken. 5.Nemen van materiaalmonsters op locatie. 6.Toezicht op mobiele brekers. 7.Bevindingen rapporteren, overtredingen melden, optreden en ambtelijke vooraankondiging maken (dit laatste indien niet door een marktpartij wordt getoetst). Eisen aan medewerkers die deze taken of taken uitvoeren Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: mbo4-niveau Basiskennis: □Besluit bouwwerken leefomgeving □Bodemregelgeving in Ow-stelsel □Omgevingsrecht □Asbestherkenning □Asbestverwijderingsbesluit □Besluit mobiel breken □Kennis van gerelateerde certificatieschema’s (m.n. asbest) □Kennis over asbest als gevaarlijke afvalstof uit hoofdstuk 10 Wet milieubeheer □Awb 1 jaar Besteden van minimaal 900 uur aan deze taken Kerncompetenties •Omgevingsbewust •Verbinden •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid •Assertiviteit Aanvullende opleiding(en): ADK certificatieschema (initieel het landelijke examen theorie en praktijk ADK cat. I) excl. PE Diepgaande kennis: Jaarlijks te behalen PE-punten conform nader uit te werken schema van de werkkamer asbest ODNL Specialistische deskundigheidsgebieden accent milieu 15. Afvalwater (Indirecte Lozingen) Taken kunnen uitbesteed worden mits overheid over het deskundigheidsgebied toezicht en handhaven milieu beschikt en minimaal één medewerker met de deskundigheid voor afvalwater. Activiteit 1.(Adviseren over) monsterneming, het beoordelen en het uitvoeren van (standaard) controles van indirecte lozingen die vallen onder algemene regels en vergunde indirecte lozingen. 2.Opstellen/beoordelen van en adviseren over bemonsteringsplannen (exclusief bodemsaneringen). 3.Beoordelen van afvalwaterpreventieplannen op zowel kwaliteit als kwantiteit. 4.Het uitvoeren van handhaafbaarheidstoetsen bij vergunningen- en maatwerkprocedures. 5.Behandelen van en adviseren bij klachten. Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren voor Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: •Protocollen voor emissiemetingen en normstellingen (emissie-eisen) van afvalwater. •Kennis van andere overheidsorganen binnen de afvalwaterketen •Kennis relevante wetgeving 2 jaar Besteden van 450 uur aan deze taken Kerncompetenties: Omgevingsbewust Verbinden Integraal (samen) werken Verantwoordelijkheid Assertiviteit Aanvullende opleiding(en): □Chemie en afvalwatertechnologie □Industriële bedrijfsprocessen □Zuiveringsproces RWZI (TAZ) □Monsterneming strategieën □Bemonsteringsopstellingen □Indirecte lozingen Diepgaande kennis: Het in samenhang interpreteren en hanteren van wettelijke voorschriften bodem- en waterregelgeving in Ow-stelsel 16. Bodem, bouwstoffen, water Onderstaande adviestaken 1 en 4 moeten binnen de overheid worden uitgevoerd. Taken 2 en 3 kunnen worden uitbesteed aan een marktpartij, mits de uitbestedende overheidsorganisatie beschikt over de deskundigheidsgebieden 2. Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening, 4. Toezicht en handhaving bouwen en ruimtelijke ordening, 6. Toezicht en handhaving bodem en 11. Ketentoezicht Eisen aan organisaties die onderstaande taken uitvoeren minimaal 2 medewerkers voldoen aan de bekwaamheidseisen van 1 minimaal 2 medewerkers voldoen aan de bekwaamheidseisen van 2 en 3 minimaal 2 medewerkers voldoen aan bekwaamheidseisen van 4 Taken 1.Onderhouden, gebruiken en toegankelijk maken van informatie uit een Bodeminformatiesysteem (BIS). Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: mbo4-niveau Basiskennis: •Functionaliteit Bodeminformatiesysteem •Bodemregelgeving in Ow •Bodem •Bodemverontreiniging en- sanering 1 jaar Voert regelmatig (minstens 10x per jaar) gegevens in het bodeminformatiesysteem Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid •Oordeelsvorming Aanvullende opleiding(en): n.v.t. Diepgaande kennis: n.v.t. 2. Ondersteunen en adviseren in het kader van vergunningverlening en toezicht en handhaving, waaronder: a.laten uitvoeren, begeleiden bij en toetsen/controleren van bodemonderzoek/lozingsonderzoek; b.uitvoeren van het grondstromenbeheer in het kader van de betreffende bodemregelgeving in het Ow-stelsel; c.beoordelen (aanvragen) grondwateronttrekking, verlenen van de vergunning; d.beoordelen (aanvragen) bodemenergiesystemen; e.beoordelen bodemsanering (noodzaak en plan), bodemonderzoek laten uitvoeren. 3. Adviseren in het kader van een eenvoudig ‘afwijkingsbesluit’; beoordelen bodemkwaliteit vanuit een oogpunt van volksgezondheid. Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: •VTH-procedures •basiskennis Waterwet •bodemregelgeving in Ow- stelsel (BAL en Regeling bodemkwaliteit 2022 (Rbk 2022)) •Combinaties van voorzieningen en maatregelen (BB-CVM) •Werking van bodemenergiesystemen •Geohydrologische situatie •Risico evaluatie (humane risico’s) •Chemie en toxicologie •Asbest •Bodemonderzoek (protocollen) •Saneringstechnieken (BRL normen) 1 jaar Besteden van minimaal 450 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid •Oordeelsvorming Aanvullende opleiding(en): □ Verdiepingscursus bodem Diepgaande kennis: n.v.t. 4. Adviseren in het kader van een complex ‘afwijkingsbesluit’; beoordelen geohydrologische situatie in relatie tot beoogde functie, beoordelen effecten van beoogde functies op waterkwaliteit, waterkwantiteit en waterveiligheid. Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: •VTH-procedures •basiskennis Waterwet •bodemregelgeving in Ow- stelsel (BAL en Regeling bodemkwaliteit 2022 (Rbk 2022)) •Combinaties van voorzieningen en maatregelen (BB-CVM) •Werking van bodemenergiesystemen •Risico evaluatie (humane risico’s) •Chemie en toxicologie •Asbest •Bodemonderzoek (protocollen) •Saneringstechnieken (BRL normen) 1 jaar Besteden van minimaal 450 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid •Oordeelsvorming Aanvullende opleiding(en): •Verdiepingscursus bodem •Geohydrologie Diepgaande kennis: •Geohydrologische situatie •Bodemonderzoek/sanering 17. Omgevingsveiligheid Onderstaande taken 1 t/m 6 moeten binnen de overheid uitgevoerd worden. Taak 5 wordt bij voorkeur door bovenregionale samenwerkingsverbanden en/of gespecialiseerde bureaus uitgevoerd. Dit geldt ook voor taak 6, omdat een relatief groot en ruimtelijk complex grondgebied nodig is om met voldoende frequentie het grote aantal verschillende typen situaties te kunnen beoordelen. Eisen aan organisaties die onderstaande taken uitvoeren minimaal 2 medewerkers die voldoen aan ondergenoemde criteria voor 1 t/m 6 Taken 1.Vaststellen omgevingsveiligheidsituatie op basis van de omgevingsveiligheid regelgeving in het Ow-stelsel en Basisnet (relatie kunnen leggen tussen risicobronnen en ruimtelijke situatie en ontwikkelingen en vice versa). 2.Inbrengen aspecten omgevingsveiligheid in het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving en Ruimtelijke Ordening 3.Het bijhouden van de omgevingsveiligheidsituatie (Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV)). 4.Toetsen ontvankelijkheid QRA en het beoordelen van het resultaat van een QRA. 5.Uitvoeren van risicoberekening in het kader van Omgevingsveiligheid regelgeving in het Ow-stelsel (Safeti-NL, RBM-II, LPG-rekentool, CAROLA), bepalen aandachtsgebieden en groepsrisico's. 6.Advisering ten aanzien van aandachtsgebieden en voorschriftengebieden. Eisen aan medewerkers die deze taken of taken uitvoeren Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: •Omgevingsveiligheid wet en regelgeving en gerelateerde documenten voor mba’s, transport en buisleidingen. •Begrippen Omgevingsveiligheid, waaronder aandachtsgebieden en voorschriftengebieden •Windturbines •Werken met Safeti-NL, RBM-II en CAROLA •Milieudeel BAL •QRA/risicoberekening/ milieubelastende taken •Basis Seveso •BBT (PGS-en) •Waarschijnlijkheidsberekeningen •Wet- en regelgeving Vervoer •Bron- en Beheermaatregelen •Voorbereiden rampenbestrijding •Veiligheidsmaatregelen voorschriftengebied •Regelgeving voor Seveso inrichtingen 3 jaar (waaronder regelmatig advisering omgevingsplannen) Besteden 900 uur aan de taken 1 t/m 6 Per jaar minimaal 5 beoordelingen ter plaatse op PGSrichtlijnen uitvoeren Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Bestuurlijke sensitiviteit •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid Aanvullende opleiding(en): •Basiscursus omgevingsveiligheid regelgeving in OW-stelsel, PGS, omgevingsveiligheid & transport •Basiscursus Algemene wet Bestuursrecht •Basiscursus omgevingsrecht •Basiscursus omgevingsvergunningen •Basiscursus Ruimtelijke Ordening •Specialistisch toegepaste opleidingen (Safeti-NL) •Verdiepingscursus procesveiligheid Diepgaande kennis: •Stofcategorieën ADR/CLP/GHS, etikettering, labelling, insluitsystemen •Chemische technologie •Procestechnologie •Software voor toetsing QRA •Fysische transportverschijnselen •Technische systeembeveiliging •Risicoanalysetechnieken en risicoanalysemethode •Bestuurlijke gevoeligheden 18. Geluid & trillingen (milieu, ruimtelijke ontwikkeling en bouw) Onderstaande taak 7 moet binnen de overheid uitgevoerd worden. Taken 1 t/m 6, 10 t/m 14 kunnen uitbesteed worden aan een marktpartij mits de uitbestedende overheidsorganisatie beschikt over minimaal één medewerker die beschikt over de deskundigheid nodig voor taken 8 en 9 Eisen aan organisaties die onderstaande taken 7, 8 en 9 (eventueel aangevuld met 1 t/m 6, 10 t/m 14) uitvoeren minimaal 2 medewerkers die voldoen aan onderstaande criteria Taken 1.Uitvoeren geluidsonderzoeken, opstellen van berekeningen en modellen en daarover adviseren. 2.Inventariseren en controleren van invoergegevens geluids- en akoestische rapporten. 3.Opstellen en controleren van rekenmodellen. 4.Bewerken van gegevens en databestanden met o.a. geluidsoftwarepakketten. 5.Bewerken van de berekeningsresultaten en toetsen aan de wet- en regelgeving en rapporteren. 6.Beoordelen/toetsen van metingen in het kader van VTH. 7.Beoordelen of een hogere geluidbelasting afkomstig van (spoor)wegen, industrieterreinen of milieubelastende taken kan worden toegestaan. 8.Uitvoeren van geluidsmetingen 9.Beoordelen noodzaak onderzoek en beoordelen rapportages in het kader van vergunningverlening, toezicht, handhaving, beleidsvraagstukken, omgevingsplannen en omgevingsplantaken. 10.Adviseren over geluidsaspecten bij toestemmingen mba’s (inclusief hanteren voorschriften). 11.(Laten) Uitvoeren van trilling onderzoeken (metingen) en adviseren hierover. 12.Optreden als getuige-deskundige bij hoor- en adviescommissies, rechtbanken en Raad van State 13. Opstellen van geluidbeleid 14. Monitoring (d.m.v. metingen en/of berekeningen, basisgeluidemissie, geluidproductieplafonds en de Environmental Noise Directive (END) Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: □ hbo-niveau Basiskennis: •Milieueffectrapportage (MER) •Kennis van meettechnieken en (beschrijvende) statistiek •Handreiking activiteiten en milieuzonering 3 jaar Besteden van minimaal 450 uur aan deze taken Kerncompetentie: •Omgevingsbewust •Verbinden •Bestuurlijke sensitiviteit •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid Aanvullende opleidingen: •Specialistische opleiding geluid (zoals opleiding geluid en milieu, of hogere akoestiek dan wel gelijkwaardig) •Basiscursus Algemene wet Bestuursrecht •Basiscursus omgevingsrecht Basiscursus RO-regelgeving in Ow-stelsel •Diepgaande kennis: •Meten en rekenen met trillingen •Geluidsoverdracht modellen industrie- en (spoor)weglawaai •Geluidnormen (nationaal en internationaal) •Reken- en meetvoorschriften geluid (o.a. in Omgevingsregeling, Besluit bouwwerken leefomgeving, Besluit kwaliteit leefomgeving •Meet en beoordelingsrichtlijn (SBRrichtlijnen trillingen, deel B, Hinder voor personen in gebouwen 2006) •GIS (omgaan met geografische informatie, raadplegen en creëren) •Geluidaspecten in het Besluit bouwwerken leefomgeving 19. Luchtkwaliteit & geur Onderstaande taak 4 moet binnen de overheid uitgevoerd worden. Zonder de benodigde deskundigheid voor deze activiteit is het niet goed mogelijk om werkprocessen op een juiste manier uit te voeren en het werk van externen te beoordelen. Taken 1 t/m 3, 5 t/m 7 kunnen uitbesteed worden aan een marktpartij. Eisen aan organisaties die onderstaande taak 4 (eventueel aangevuld met 1 t/m 3, 5 t/m 7) uitvoert minimaal 2 medewerkers die voldoen aan ondergenoemde criteria Taken 1.Het beoordelen en interpreteren van rapportages (van interne of externe adviseurs) en daarover adviseren i.h.k.v. de vergunningverlening, toezicht, handhaving, beleidsvraagstukken, omgevingsplannen en omgevingsplantaken 2.Bepalen of een onderzoek verplicht of noodzakelijk is (o.a. op basis van de luchtkwaliteitsregelgeving in het Ow-stelsel), en zo ja het kunnen bepalen welk rekenmodel van toepassing is. a. (Laten) uitvoeren van luchtonderzoeken met toepassing van de vigerende Europese SRM methodes (middels het NNM): b. inventariseren en controleren van invoergegevens; c. bewerken van gegevens en databestanden; 3.Bewerken en interpreteren van de berekeningsresultaten. 4.Het uitvoeren van luchtonderzoeken met behulp van complexe rekenmodellen (juiste input leveren en output genereren) 5. Het beoordelen van geurrapportages 6.Het (laten) uitvoeren van emissiemetingen 7.Het (laten) uitvoeren van geuronderzoeken (metingen in de schoorstenen, Olfactometrie, Snuffelploegwaarnemingen in het veld, rekenen aan geurvrachten en geurbelasting (NNM berekening) Eisen aan medewerkers die deze taken uitvoeren Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: □ hbo-niveau Basiskennis: •Omgevingsrecht •Algemene wet Bestuursrecht •milieu- en lucht-regelgeving in RO en Owstelsel (Europese kaderrichtlijn Luchtkwaliteit), •meet-, reken- en rapportage-regels voor lucht in de Omgevingsregeling, •MER regelgeving in OW-stelsel •Opstellen en beoordelen meetplannen •Handreiking activiteiten en milieuzonering 3 jaar (waaronder het werken met en kunnen rekenen aan computer modellen) Besteden van 900 uur aan deze taken Kerncompetentie: •Omgevingsbewust •Verbinden •Bestuurlijke sensitiviteit •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid Aanvullende opleidingen •Basiscursus RO-regelgeving in Ow-stelsel (incl. activiteiten en milieuzonering) •Basiscursus Algemene wet Bestuursrecht •Basiscursus omgevingsrecht •Specialistische opleiding Lucht met tenminste de onderdelen: •Lucht en Industrie: Besluitvorming • Lucht en Industrie: Emissiemetingen, schattingen en geur •Luchtkwaliteit: meten, modelleren, besluitvorming , maatregelen en depositie •Luchtkwaliteit (incl. NNM berekeningen) •Luchtemissies (wet- en regelgeving) •Emissiemetingen (meetmethoden met alle normen) •Geur als de special van luchtkwaliteit •Stikstofdepositie (incl. AERIUS rekenmodel) Diepgaande kennis: •Opzet, werking en modellering van rekenmodellen •Programma's luchtkwaliteit, en Europese Richtlijn Luchtkwaliteit (voor taak 4) •Emissie- en immissiemetingen •Chemische technologie □Procestechnologie 20. Natuuractiviteiten Onderstaande taken moeten binnen de overheid uitgevoerd worden. Het betreffen kerntaken die bij het bevoegd gezag thuishoren. Eisen aan organisaties die onderstaande taken uitvoeren minimaal 2 medewerkers die voldoen aan ondergenoemde criteria Taken 1. Beoordelen aanvragen voor omgevingsvergunningen voor Natura 2000-taken, flora- en fauna-taken of houttaken; al dan niet in de vorm van "advies met instemming". 2. Adviseren bij aanvragen voor Natura 2000-taken en flora- en fauna-taken en buitenplanse omgevingsplantaken. Eisen aan medewerkers die deze taken of taken uitvoeren Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: Hbo-niveau Basiskennis: •Ecologische en landschappelijke condities Extra voor soortenbescherming: •Gedragscodes Extra voor faunabeheer: □ Vrijstellingen Extra voor Hout: •Bos- en natuurbeheer 2 jaar Besteden van 900 uur aan deze taken. Kerncompetenties •Omgevingsbewust •Verbinden •Integraal(samen)werken •Verantwoordelijkheid •Oordeelsvorming Aanvullende opleiding(en): •Basiscursus Awb •Basiscursus Omgevingsrecht Extra voor Natura 2000 en Soortenbescherming: •Basiscursus Milieuregelgeving in Ow-stelsel •Basiscursus RO-regelgeving in Ow-stelsel Voor Natura 2000: •Verdiepingscursus gebiedsbescherming (incl. stikstof) in Ow-stelsel Voor soortenbescherming: •Verdiepingscursus soortenbescherming in Ow-stelsel Voor faunabeheer: •Verdiepingscursus jacht, beheer en schadebestrijding in Ow-stelsel Voor hout: •Verdiepingscursus houtopstanden in Ow-stelsel. Diepgaande kennis voor Natura 2000: □ AERIUS Calculator Specialistische deskundigheidsgebieden accent ruimtelijke ordening en duurzaamheid 21. Cultuurhistorie Onderstaande taken 1 t/m 5 moeten binnen de overheid uitgevoerd worden. De overige taken kunnen uitbesteed worden aan een marktpartij. Eisen aan organisaties die onderstaande taken uitvoeren minimaal 2 medewerkers die voldoen aan ondergenoemde criteria 1 t/m 5 minimaal 2 medewerkers die voldoen aan ondergenoemde criteria 6 t/m 10 minimaal 2 medewerkers die voldoen aan ondergenoemde criteria 11 t/m 15 Activiteit 1. Adviseren t.a.v. cultuurhistorische aspecten in het kader van omgevingsvergunningen, toezicht en handhaving op het gebied van monumenten, cultuurhistorie in omgevingsplannen, beschermde stads- en dorpsgezichten en archeologie. 2.Beoordelen van de aanvraag aan cultuurhistorische, monumentale en archeologische waarde. 3.Toetsen aan de cultuurhistorische waarde uit het omgevingsplan, en de RO-regelgeving in het Ow-stelsel. 4.Opstellen van voorschriften voor omgevingsvergunning. 5.Inhoudelijk adviseren bij bezwaar en beroep. Eisen aan medewerkers die de taken of taken 1 t/m 5 uitvoeren Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: •Erfgoed-regelgeving in Ow-stelsel •verhouding van Ow-regelgeving tot Erfgoedwet en Erfgoedverordening •Restauratietechniek/ restauratie Uitvoeringsrichtlijnen (URL) •Architectuurgeschiedenis 3 jaar Besteden van minimaal 900 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Bestuurlijke sensitiviteit •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid Aanvullende opleiding(en): •Basiscursus Awb •Basiscursus •Omgevingsrecht •Basiscursus RO-regelgeving in Ow-stelsel •HBO erfgoedopleiding/ monumenten of een specialistische opleiding restauratie minimaal bestaande uit de modules over: stelsel kwaliteitsnormen voor restauratie, documenteren en opnemen van bouwsporen en gebreken, historische constructies, gebruikte materialen en afwerking monumenten, bouwgeschiedenis Nederland, wet- en regelgeving monumentenzorg, bouwkundig advies URL 2001 en inspecties van monumentale gebouwen URL 2005 •Bouwkunde Diepgaande kennis: Activiteit 6.Adviseren ten aanzien van omgevingsvergunningaanvragen (activiteit wijzigen monument, slopen beschermd stads- en dorpsgezicht), cultuurhistorische aspecten in het kader van de omgevingsvergunning (activiteit bouwen, aanleggen en afwijken omgevingsplan), cultuurlandschappelijke aspecten in het kader van de omgevingsvergunning en handhaving. 7.Beoordelen van de aanvraag aan cultuurhistorische waarden en cultuurhistorisch onderzoek, ruimtelijke analyse, bouwhistorisch onderzoek en waardenstellingen: interpreteren van waarden. 8.Toetsen van de aanvraag aan de erfgoed-regelgeving in het Ow-stelsel, cultuurhistorische aspecten uit het omgevingsplan (niet zijnde archeologisch), technische uitvoeringsvoorschriften voor monumenten en aan de doelstelling van het instrument beschermd gezicht en het ter bescherming strekkend omgevingsplan en ruimtelijk kwaliteitsbeleid. 9.Maken van cultuurhistorische analyses en waardenstellingen ten aanzien van monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en cultuurhistorische aspecten (landschap en bebouwing) in het omgevingsplan en het vertalen naar ruimtelijke uitgangspunten. 10.Opstellen van voorschriften voor de omgevingsvergunning en inhoudelijk adviseren bij bezwaar en beroep. Eisen aan medewerkers die de taken of taken 6 t/m 10 uitvoeren Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: •Erfgoed-regelgeving in Ow-stelsel •verhouding van Owregelgeving tot Erfgoedwet en Erfgoedverordening •Restauratietechniek/ restauratie Uitvoeringsrichtlijnen (URL) •Architectuurgeschiedenis 5 jaar Besteden van minimaal 900 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Bestuurlijke sensitiviteit •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid Aanvullende opleiding(en): •Basiscursus Awb •Basiscursus •Omgevingsrecht •Basiscursus RO-regelgeving in Ow-stelsel •HBO erfgoedopleiding/ monumenten of een specialistische opleiding restauratie minimaal bestaande uit de modules over: stelsel kwaliteitsnormen voor restauratie, documenteren en opnemen van bouwsporen en gebreken, historische constructies, gebruikte materialen en afwerking monumenten, bouwgeschiedenis Nederland, wet- en regelgeving monumentenzorg, bouwkundig advies URL 2001 en inspecties van monumentale gebouwen URL 2005 •Bouwkunde Diepgaande kennis: Activiteit 11.Adviseren ten aanzien van archeologische aspecten in het kader van omgevingsvergunningen, toezicht en handhaving. 12.Beoordelen van archeologisch onderzoek en waardenstelling in het kader van de omgevingsvergunning. 13.Toetsen van aanvraag omgevingsvergunning aan de hand van vastgelegde archeologische verwachtingswaarden in het omgevingsplan, en overige RO-regelgeving in het Ow-stelsel. 14.Opstellen van voorschriften voor de omgevingsvergunning en inhoudelijk adviseren bij bezwaar en beroep. 15.Maken van archeologische analyses en waardenstellingen en het vertalen van archeologische (verwachtings-) waarden naar ruimtelijke uitgangspunten. Eisen aan medewerkers die deze taken of taken 11 t/m 15 uitvoeren Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: wo-archeologie Basiskennis: •Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie •Bewoningsgeschiedenis landelijk en regionaal. •Bouwhistorie voor archeologen •Historische geografie •Paleogeografie 1 jaar Besteden van minimaal 900 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Bestuurlijke sensitiviteit •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid Aanvullende opleiding(en): •Basiscursus Awb •Basiscursus omgevingsvergunningen •Basiscursus ROregelgeving in Ow-stelsel Basiscursussen (zoals gegeven door PASTA (Postacademisch ScholingsTraject Archeologie): •Archeologie duurzaam bouwen •Omgevingswet voor archeologen •Cursus BRL •Archeologiebestel in Nederland Diepgaande kennis: 22. Verduurzaming Energie Onderstaande taken 1 tot en met 3 moeten binnen de overheid worden uitgevoerd. Eisen aan organisaties die onderstaande taken uitvoeren minimaal 2 medewerkers voldoen aan de criteria van taak 1 minimaal 2 medewerkers voldoen aan de criteria van taak 2 en 3 Taak 1. Toezicht houden en adviseren over energie bij eenvoudige bedrijven: a.administratief toezicht informatieplicht (Bal, Bbl) b.fysiek toezicht erkende maatregelen (Bal, Bbl) c.beoordeling van alternatieven van de EML Eisen aan medewerkers die deze taken of taken uitvoeren Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: mbo4-niveau Basiskennis: •Verduurzaming Energie en Erkende Maatregelen •Energieonderzoeksplicht •Rijksregels betreffende Energie en labelplicht in Bal en Bbl Minimaal 1 jaar met deze taken Besteden van minimaal 900 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbindend •Integraal samenwerken •Verantwoordelijkheid •Assertiviteit Aanvullende opleiding(en): •Basiscursus Omgevingsrecht •Basiscursus Awb •Basiscursus omgevingsvergunningen •Basiscursus milieuregelgeving en RO-regelgeving in Ow-stelsel •Basiscursus Bbl •Verdiepingscursus energietoezicht Diepgaande kennis: •EPBD (BEG en REG) •Toetsing Erkende Maatregelen bij omgevingsvergunning bouwen bij bedrijfsgebouwen □Energieprestatie van technische bouwsystemen:Installatietechniek & binnenklimaat (verwarming/tapwater/ verlichting/ koeling/ventilatie) •Wettelijke regels over energielabels BENG - ENG - NOM Taken 2.Toezichthouden en adviseren bij complexere en vergunningsplichtige bedrijven. a.Administratief toezicht en beoordelen rapportages onderzoekplicht en informatieplicht (Bal) b.Beoordelen plan van aanpak uitvoeren (erkende) maatregelen c.Fysiek toezicht op maatregelen onderzoekplicht 3.Beoordelen terugverdientijd berekeningen en afwijken energieprijzen bij zeer grootverbruikers Eisen aan medewerkers die deze taken of taken uitvoeren Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: •alle vereisten van activiteit 1 •duurzame energie •werking energiemarkt •waterstoftechnieken en regelgeving •actuele duurzame energieopwektechnieken buiten de Erkende Maatregelen •congestie op energienetwerken in de lokale /regionale situatie •Onderlinge samenhang bedrijfseconomie en bouw- en installatietechniek Minimaal 3 jaar met deze taken Voor ETS/Seveso bedrijven: minimaal 5 jaar met deze taken Besteden van minimaal 900 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbindend •Integraal samenwerken •Verantwoordelijkheid •Assertiviteit Aanvullende opleiding(en): •PHOE: post hoger onderwijs introductie Energiekunde (of vergelijkbare opleiding) •Voor ETS of Seveso bedrijven: alle PHOE modules (of vergelijkbare opleiding) succesvol afgerond met uitzondering van module Energieconsulent Diepgaande kennis: •Best Beschikbare Technieken •RIE / BREF energie en efficiëntie •Regelgeving ETS-bedrijven in relatie tot onderzoeksplicht 23. Advisering fysieke leefomgeving Onderstaande taken worden bij voorkeur door een omgevingsdienst uitgevoerd. Op die manier blijft de kennis binnen de organisatie. NB. Het blijft de keuze van een regio (gezamenlijke opdrachtgevers OD) om deze taak af te nemen en zo ja welk niveau. Afhankelijk van de keuze dient aan de kwaliteitscriteria zoals hieronder beschreven te worden voldaan. Taken kunnen uitbesteed worden aan een marktpartij mits de uitbestedende overheidsorganisatie beschikt over deskundigheidsgebieden Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening, vergunningverlening milieu (Bal + omgevingsplan). Eisen aan organisaties die onderstaande taken uitvoeren De minimale hoeveelheid medewerkers is 2. De minimale hoeveelheid is voorts afhankelijk van: •de afspraken die worden gemaakt over de in samenhang te beschouwen aspecten uit de fysieke leefomgeving (denk aan geluid, trillingen, geur, luchtkwaliteit, bodem, archeologie, omgevingsveiligheid, ecologie, bedrijven en milieuzonering, MER, klimaatadaptatie, …). •Van ieder in samenhang te beschouwen aspect uit de fysieke leefomgeving is ten minste 1 specialistisch adviseur beschikbaar. Taken Niveau 1: Integraal adviseren over de fysieke leefomgeving (beleidsontwikkeling) 1.Kennis nemen van ambities van opdrachtgever m.b.t. de te beschouwen aspect(en) uit de fysieke leefomgeving 2.Gevraagd en ongevraagd adviseren op het gebied van een schone, veilige en gezonde fysieke leefomgeving in het algemeen en bij gebiedsontwikkelingen 3.Onderhouden van contacten richting stakeholders zoals gemeente, provincie, RWS, GGD, VR, waterschappen 4.Organiseren of mede mogelijk maken van overleg waarin beleidsontwikkelingen over één of meer aspecten uit de fysieke leefomgeving met alle in het werkgebied aanwezige bevoegde gezagen worden besproken 5.Adviseren op de formulering van (nieuw) samenhangend beleid over één of meerdere aspecten uit de fysieke leefomgeving ten behoeve van bestuurlijke besluitvorming 6.Het in samenhang en zo nodig in overleg met specialisten adviseren over de verschillende aspecten uit de fysieke leefomgeving die qua beleid een plek krijgen in de omgevingsvisie Eisen aan medewerkers die deze taken of taken uitvoeren Niveau 1 (Integraal adviseren over de fysieke leefomgeving (beleidsontwikkeling) Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: □ Kennis van ‘Handboek opstellen omgevingsplan’ van VNG of soortgelijke handreikingen met daarin de kerninstrumenten Ow m.b.t. het omgevingsplan Minimaal 3 jaar Besteden van minimaal 450 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Bestuurlijke sensitiviteit •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid Aanvullende opleiding(en): □Basiscursus Awb □Basiscursus Omgevingsrecht □Basiscursus RO-regelgeving in Ow-stelsel □Basiscursus milieuregelgeving in Ow-stelsel □Verdiepingscursus fysieke leefomgeving met tenminste de aspecten: lucht, geluid, omgevingsveiligheid, activiteiten en milieuzonering □Basiscursus projectmanagement Diepgaande kennis: Taken Niveau 2: Integraal adviseren over (en gebruiken van) de kerninstrumenten onder de omgevingswet (beleidsdoorwerking) 7.Kennis nemen van ambities van opdrachtgever m.b.t. de te beschouwen aspect(en) uit de fysieke leefomgeving 8.Het in samenhang en zo nodig in overleg met specialisten adviseren over aspecten uit de fysieke leefomgeving bij het opstellen van (milieu-) regels in de omgevingsverordening en het omgevingsplan. 9.Het in samenhang en zo nodig in overleg met specialisten adviseren over aspecten uit de fysieke leefomgeving bij het opstellen van programma’s Niveau 2 (Adviseren over (en gebruiken van) de kerninstrumenten onder de omgevingswet (beleidsdoorwerking) Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: □ Kennis van ‘Handboek opstellen omgevingsplan’ van VNG of soortgelijke handreikingen met daarin de kerninstrumenten Ow m.b.t. het omgevingsplan Minimaal 1 jaar Besteden van minimaal 450 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Bestuurlijke sensitiviteit •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid Aanvullende opleiding(en): □Basiscursus Awb □Basiscursus Omgevingsrecht □Basiscursus RO-regelgeving in Ow-stelsel □Basiscursus milieuregelgeving in Ow-stelsel □Verdiepingscursus fysieke leefomgeving met tenminste de aspecten: lucht, geluid, omgevingsveiligheid, activiteiten en milieuzonering □Basiscursus projectmanagement Diepgaande kennis: Taken Niveau 3: Integraal adviseren over regels uit het omgevingsplan en de omgevingsverordening (uitvoering) 8.Kennis nemen van ambities van opdrachtgever m.b.t. de te beschouwen aspect(en) uit de fysieke leefomgeving 9.Zorgdragen dat aspecten uit de fysieke leefomgeving worden ingebracht in overlegsituaties over ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen in het beleid (denk bijvoorbeeld aan intake- of omgevingstafel) 10.De haalbaarheid inschatten van ruimtelijke ontwikkelingen of initiatieven die niet passen in het beleid op aspecten uit de fysieke leefomgeving, indien nodig hierbij specialisten inschakelen. Dan hun bijdragen beoordelen op samenhang, relevantie, toepasbaarheid en benodigde diepgang 11.Beoordelen van onderbouwingen bij een (B)OPA of wijziging omgevingsplan / omgevingsverordening op aspecten uit de fysieke leefomgeving, indien nodig hierbij specialisten inschakelen. Dan hun bijdragen beoordelen op samenhang, relevantie, toepasbaarheid en benodigde diepgang. Deze beoordeling is een advies. 12.Beoordelen op hoofdlijnen van zienswijzen, bezwaren en beroepen bij een BOPA of wijziging omgevingsplan / omgevingsverordening op aspecten uit de fysieke leefomgeving, indien nodig hierbij specialisten inschakelen. Deze beoordeling is een advies. Eisen aan medewerkers die deze taken of taken uitvoeren Niveau 3 (adviseren over regels uit het omgevingsplan en de omgevingsverordening)(uitvoering) Opleiding Aanvullende kennis Werkervaring Frequentie Competentie (deel D) Basisopleiding: hbo-niveau Basiskennis: N.v.t. Besteden van minimaal 450 uur aan deze taken Kerncompetenties: •Omgevingsbewust •Verbinden •Bestuurlijke sensitiviteit •Integraal (samen)werken •Verantwoordelijkheid Aanvullende opleiding(en): □Basiscursus Awb □Basiscursus Omgevingsrecht □Basiscursus RO-regelgeving in Ow-stelsel □Basiscursus milieuregelgeving in Ow-stelsel □Verdiepingscursus fysieke leefomgeving met tenminste de aspecten: lucht, geluid, omgevingsveiligheid, activiteiten en milieuzonering. Diepgaande kennis: Deel C: Procescriteria Inleiding De procescriteria bieden de kaders voor het kwaliteitssysteem van het bevoegd gezag. In de procescriteria wordt op een systematische wijze de samenhang tussen beleid en uitvoering beschreven. De criteria geven de elementen aan die minimaal aanwezig moeten zijn: –Evaluatie –Beleid –Strategie –Uitvoeringsprogramma –Voorbereiding –Uitvoering VTH en advisering –Monitoring De procescriteria betreffen eisen aan het proces. Daarnaast moeten de criteria gebruikt worden bij het inrichten van de organisatie. De procescriteria vinden hun oorsprong in deel C van de kwaliteitscriteria versie 2.1 (2012). De geactualiseerde procescriteria komen daarnaast voor een groot deel voort uit het Omgevingsbesluit (§ 13.2.2. Strategische en programmatische uitvoering en handhaving). Voor de onderdelen die niet zijn te herleiden naar het Omgevingsbesluit ligt de grondslag in andere wetgeving zoals de Omgevingswet11. Deze procescriteria gelden voor alle VTH-processen uitgevoerd door of namens het bevoegd gezag. Dit deel C vervangt het oude deel C. Cruciale onderdelen zijn overgenomen en opgenomen en blijven zo van toepassing indien de tekst van de modelverordening (ongewijzigd) overgenomen is in een eigen kwaliteitsverordening. Voor een werkbare toepassing hebben de procescriteria de vorm van een checklist. In de kolom ‘Toelichting’ van de checklist is waar mogelijk een toelichting opgenomen voor het betreffende criterium. Naast deze toelichting is het raadzaam de op 20 juni 2024 bestuurlijk vastgestelde Handreiking regionale beleidscyclus te raadplegen. De Handreiking is een dynamisch document en daarom wordt in de checklist alleen naar de paragraaf uit de Handreiking verwezen. De Handreiking regionale beleidscyclus is, net als de modelverordening, van toepassing op de VTH-processen bij omgevingsdiensten, gemeenten en provincies. Het verdient aanbeveling de onderstaande checklist jaarlijks te doorlopen, tegelijk met het opstellen van de jaarrapportage (zoals beschreven onder 1 in de checklist) en het overzicht waarmee bepaald kan worden of de organisatie voldoet aan de in deel B beschreven kritieke massa. Er is ook een verplichting in artikel 5 van de modelverordening voor colleges van Burgemeester en Wethouders en Gedeputeerde Staten om hierover een mededeling te doen richting respectievelijk gemeenteraden en Provinciale Staten. Bij het invullen van de checklist wordt aangeven of is gehandeld conform de geldende verplichtingen De vraag kan geantwoord worden met ja, nee of niet van toepassing. Wanneer “nee” wordt geantwoord, of “niet van toepassing” moet dit worden uitgelegd en gemotiveerd. Procescriteria (aanvullend op de wettelijk verplichte procescriteria) 1.Vergelijking en visitatie Het bestuursorgaan (of in het geval van een omgevingsdienst de gezamenlijke bestuursorganen) ontwikkelt een systematiek (bijvoorbeeld via benchmarking of visitatie) om inzet, organisatie en het resultaat van de vergunningverlening en handhaving te vergelijken, te toetsen en te adviseren over verbetermogelijkheden. 2.Strategie vergunningverlening Het bestuursorgaan (of in het geval van een omgevingsdienst de gezamenlijke bestuursorganen) handelt op grond van een strategie en objectieve criteria voor het beoordelen en beslissen over een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen, ter uitwerking van de in de wet bepaalde criteria. In deze strategie is vastgelegd welke vormen van vergunningverlening worden onderscheiden en wat de basiswerkwijze daarbij is. Het bestuursorgaan (of in het geval van een omgevingsdienst de gezamenlijke bestuursorganen) zorgt ervoor dat de basiswerkwijze van vergunningverlening volgens een geborgd proces verloopt. 3.Nalevingsstrategie (interventiestrategie) Het bestuursorgaan (of in het geval van een omgevingsdienst de gezamenlijke bestuursorganen) handelt op grond van een nalevingsstrategie/ interventiestrategie, waarin is vastgelegd met welke instrumenten zij naleving wil bereiken en welke rol handhaving daarbinnen speelt. 4.Toezichtstrategie Het bestuursorgaan (of in het geval van een omgevingsdienst de gezamenlijke bestuursorganen) handelt op grond van een toezichtstrategie, waarin is vastgelegd welke vormen van toezicht worden onderscheiden en wat de basiswerkwijze daarbij is. 5.Sanctiestrategie a.Het bestuursorgaan (of in het geval van een omgevingsdienst de gezamenlijke bestuursorganen) handelt op grond van een sanctiestrategie, waarin de basisaanpak voor het bestuursrechtelijke en strafrechtelijke optreden bij overtredingen is vastgelegd. a. De sanctiestrategie omvat ten minste: aa.een op elkaar afgestemd bestuursrechtelijk – strafrechtelijk optreden tegen overtreding van de gestelde normen in lijn met de vastgestelde handhavingsstrategie; ab.een passende reactie op geconstateerde overtredingen en een stringentere reactie bij voortduring of herhaling van de overtreding; ac.transparantie over te stellen termijnen voor het opheffen van (standaard)overtredingen en over de zwaarte van sancties daarvoor; ad.een regeling voor optreden tegen overtredingen door de eigen organisatie en andere overheden. b.Het toepassen van de landelijke sanctiestrategie is verplicht12. c.Afwijken van de landelijke sanctiestrategie is alleen toegestaan indien dit aantoonbaar effectiever is. 6.Gedoogstrategie Het bestuursorgaan (of in het geval van een omgevingsdienst de gezamenlijke bestuursorganen) handelt op grond van een restrictieve gedoogstrategie, waarin is vastgelegd in welke situaties (overmacht, overgangssituatie en onmogelijkheid van handhaving) en onder welke condities inzet van sancties tegenover overtreders tijdelijk achterwege kan worden gelaten. Deze gedoogstrategie volgt de inhoud van de algemene “Nota Grenzen aan gedogen”13. 7.Externe afstemming Het bestuursorgaan (of in het geval van een omgevingsdienst de gezamenlijke bestuursorganen) zorgt in de voorbereiding en uitvoering van haar vergunning- en handhavingstaken voor externe afstemming met andere bestuursorganen als de waterschappen. Dit geldt ook vertegenwoordigers van het Strafrecht (Politie en Functioneel Parket) en Veiligheidsregio’s (brandweer). 8.Kwaliteitsborging Het bestuursorgaan (of in het geval van een omgevingsdienst de gezamenlijke bestuursorganen) handelt op grond van een systematiek van interne borging (beschrijving, toetsing en verbetering) van de wijze waarop de taken beheerst kunnen worden uitgevoerd. De systematiek kent minimaal de volgende elementen: A.Verantwoordelijkheid beleggen voor het ontwikkelen en in stand houden van kwaliteitszorg en het rapporteren over de voortgang. B. Zorg dragen voor kwaliteitsplan en – doelstellingen welke gericht zijn op het continu verbeteren, evalueren en (zo nodig) bijstellen. B.Zorg dragen voor een kwaliteitsprogramma inclusief planning. C.Borging werkwijze in cultuur en systemen. D.Het managen van verbeterpunten. E.Vergelijking en benchmark: interne en externe ogen houden ons scherp. 9.Monitoring Het bestuursorgaan (of in het geval van een omgevingsdienst de gezamenlijke bestuursorganen) handelt op grond van een systematiek van monitoring van het proces van vergunningverlening, toezicht en handhaving, de resultaten en voor zover mogelijk de effecten hiervan. Checklist 1. Evaluatie Vragen J/N/n.v.t Argumentatie (uitleg en motivering van afwijkingen) Vindplaats Toelichting Wordt jaarlijks gerapporteerd over de mate waarin het uitvoeringsprogramma is uitgevoerd? Ob, art 13.11 lid 1 art 13.7 lid 2 (IPPC-installaties) Wordt jaarlijks gerapporteerd over de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de doelen die zijn gesteld in het uitvoerings- en handhavingsbeleid? Ob Art. 13.11 lid 1 Rapportage aan het AB (dan wel aan de gemeenteraden (art. 169 Gemeentewet) en Gedeputeerde Staten (art. 167 Provinciewet). Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) kunnen gemeenteraden Gedeputeerde Staten ook de AB leden vragen om informatie (art. 19 lid 1 jo art. 16 lid 1 Wgr) Wordt het uitvoerings- en handhavingsbeleid aangepast op grond van de resultaten uit de verantwoordingsrapportage? Ob Art. 13.11 lid 2 Vergelijkt mijn organisatie haar prestaties met anderen? Modelverordening Deel C Art 1 Handreiking regionale beleidscyclus Bijlage I. Denk bijvoorbeeld aan visitaties bij andere omgevingsdiensten 2. Beleid Vragen J/N/ n.v.t Argumentatie (uitleg en motivering van afwijkingen) Vindplaats Toelichting Heeft mijn organisatie een uitvoerings- en handhavingsstrategie waarin is aangegeven welke doelen worden gesteld voor de uitvoering en handhaving en welke taken met het oog op die doelen zullen worden verricht? Ob Art 13.5 lid1 (BG) en art 13.5 lid 2 (OD) De uitvoeringstaak omvat in ieder geval: a.het stellen van maatwerkvoorschriften en het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 4.5, b.het beoordelen van en beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in de paragrafen 5.1.2 en 5.1.3, c.de toepassing van paragraaf 5.1.5, d.het uitbrengen van advies, bedoeld in de artikelen 16.15 tot en met 16.19. De bestuursrechtelijke handhavingstaak omvat: a.het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met inbegrip van het verzamelen en registreren van gegevens die hiervoor van belang zijn, b.het behandelen van klachten over de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, en c.het opleggen en ten uitvoer leggen van een bestuurlijke sanctie vanwege enig handelen of nalaten in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet. Heeft mijn organisatie in een uitvoerings- en handhavingsstrategie rekening gehouden met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen? Ow Art. 2.2 lid 1 Stemt mijn organisatie de uitvoerings- en handhavingsstrategie af met andere bestuursorganen? Ow Art. 2.2 lid 1 Alleen indien nodig Is de handhavingsstrategie afgestemd met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving? Ob Art 13.5 lid 3 Alleen indien nodig Is de handhavingsstrategie gebaseerd op een analyse van problemen die zich kunnen voordoen bij de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet? Ob Art 13.5 lid 4 Zijn de voor de doelen en prioriteiten benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk gemaakt en in de begroting gewaarborgd? Ob Art. 13.10. onder a 3. Strategie Vragen J/N/n.v.t Argumentatie (uitleg en motivering van afwijkingen) Vindplaats Toelichting Geeft de uitvoerings- en handhavingsstrategie inzicht in de manier waarop de prioriteiten zijn gesteld? Ob Art 13.6 lid 1 onder a Geeft de uitvoerings- en handhavingsstrategie aan welke methode wordt gebruikt om te bepalen of de doelen worden bereikt? Ob Art 13.6 lid 1 onder b Geeft de uitvoerings- en handhavingsstrategie inzicht in de criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen van vergunningen en het beoordelen van meldingen? Ob Art 13.6 lid 1 onder c Heeft mijn organisatie een werkwijze beschreven voor het verlenen van vergunningen en het beoordelen van meldingen? Ob Art 13.6 lid 1 onder d Zijn de afspraken door bestuursorganen onderling en met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving opgenomen in de handhavingsstrategie? Ob Art 13.6 lid 2 onder a Denk hierbij ook aan de Landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht (LHSO) Is de wijze waarop toezicht op de naleving wordt gehouden opgenomen in de handhavingsstrategie? Ob Art 13.6 lid 2 onder b Is de wijze waarop wordt gerapporteerd over bevindingen over de naleving en eventueel daaraan verbonden consequenties opgenomen in de handhavingsstrategie? Ob Art 13.6 lid 2 onder c Is de wijze waarop bestuurlijke sancties (inclusief termijnen die bij het opleggen en ten uitvoer daarvan worden gehanteerd) en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, opgenomen in de handhavingsstrategie? Ob Art 13.6 lid 2 onder d Is de wijze waarop wordt gehandeld na geconstateerde overtredingen die zijn begaan door of in naam van een bestuursorgaan of een andere tot de overheid behorende instantie, opgenomen in de handhavingsstrategie? Ob Art 13.6 lid 2 onder e Worden de benodigde en beschikbare financiële en personele middelen voor het verrichten van de taken, inzichtelijk gemaakt in de begroting en gewaarborgd om de gestelde doelen te bereiken? Ob Art 13.10 onder a Wordt bij de voorbereiding van het toezicht uitgegaan van een register waarin in ieder geval IPPC-installaties zijn opgenomen? Ob Art 13.7 lid 1 onder a Is in de handhavingsstrategie een frequentie opgenomen voor het routinematig toezicht? Ob Art 13.7 .lid 1 onder b Is in de handhavingsstrategie opgenomen dat bij de bepaling van frequentie van het routinematig toezicht op IPPC-installaties minimaal rekening gehouden met: de milieurisico’s, het nalevingsgedrag en de aanwezigheid van een gecertificeerd milieuzorgsysteem en is de toezicht frequentie minimaal: 1°.eenmaal per drie jaar bij beperkte milieurisico’s; of 2°.eenmaal per jaar bij grote milieurisico’s. Ob Art 13.7 lid 1 onder b Is in de handhavingsstrategie een termijn bepaald waarbinnen, na het vaststellen van een ernstige klacht, ernstig ongewoon voorval of ernstige overtreding nietroutinematig toezicht wordt gehouden? Ob Art 13.7 lid . 1 onder c Is voor de IPPC-installaties in de handhavingsstrategie bepaald dat de termijn waarbinnen na het vaststellen van een ernstige klacht, ernstig ongewoon voorval of ernstige overtreding nietroutinematig toezicht wordt gehouden zo spoedig mogelijk moet zijn en in voorkomend geval vóór de verlening of wijziging van een omgevingsvergunning? Ob Art 13.7 lid 1 onder c Is voor IPPC-installaties in de handhavingsstrategie bepaald dat na het vaststellen van een ernstige klacht, ernstig ongewoon voorval of ernstige overtreding niet-routinematig toezicht binnen zes maanden routinematig toezicht wordt gehouden? Ob Art 13.7 lid 1 onder c Is in de in de handhavingsstrategie een termijn bepaald waarbinnen gerapporteerd moet worden? Ob Art 13.7 lid 2 onder a Is in de handhavingsstrategie, minimaal voor de IPPC-installaties, bepaald dat de termijn waarbinnen wordt gerapporteerd twee maanden is? Ob Art 13.7 lid 2 onder a Is in de handhavingsstrategie, minimaal voor de IPPC-installaties, een termijn bepaald waarbinnen en mate waarin rapportage openbaar wordt gemaakt? Ob Art 13.7 lid 2 onder b Is in de handhavingsstrategie een termijn van vier maanden vastgelegd waarbinnen en de mate van rapportage openbaar wordt gemaakt, voor de artikelen 19.3 tot en met 19.5 van de Wet milieubeheer? Ob Art 13.7 lid 2 onder b Is in de handhavingsstrategie bepaald dat de termijn waarbinnen en mate waarin rapportage openbaar wordt gemaakt, waarbij die termijn voor rapportage met betrekking tot IPPC-installaties vier maanden is? Ob Art 13.7 lid 2 onder b Handelt men conform een vastgestelde toezichtstrategie? Modelverordening Deel C Art. 4 Handreiking regionale beleidscyclus Deel I 3.2.2 Handelt men conform een vastgestelde sanctiestrategie? Modelverordening Deel C Art. 5 Handreiking regionale beleidscyclus Deel I 3.2.2 Handelt men conform de vastgestelde landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht (LHSO)? Modelverordening Deel C Art. 5 onder b Handreiking regionale beleidscyclus Deel II 6.2 Is er een samenwerkingsstrategie? Modelverordening Deel C Handreiking regionale beleidscyclus Deel II 6.1 Is er een gedoogstrategie vastgesteld? Modelverordening Deel C Art. 6 Handreiking regionale beleidscyclus Deel I 3.2.2 Is er een vergunningenstrategie vastgesteld? Modelverordening Deel C Art. 2 Handreiking regionale beleidscyclus Deel I 3.2.2 Is er structureel aandacht voor de actualiteit van de vergunningen, bijvoorbeeld via een actualisatieprogramma? Ow Art. 5.38 en 16.56 4. Programma Vragen J/N/n.v.t Argumentatie (uitleg en motivering van afwijkingen) Vindplaats Toelichting Heeft mijn organisatie een uitvoeringsprogramma waarin wordt aangegeven welke van de taken het komende jaar zullen worden verricht? Ob Art 13.8 lid 1 Wordt in het uitvoeringsprogramma rekening gehouden met de gestelde doelen en de prioriteitenstelling zoals geformuleerd in de uitvoerings- en handhavingsstrategie? Ob Art 13.8 lid 1 Wordt het uitvoeringsprogramma afgestemd met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving? Ob Art 13.8 lid 2 Alleen indien nodig Zijn er voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma voldoende financiële en personele middelen beschikbaar? Ob Art 13.10 onder b 5. Organisatie Vragen J/N/ n.v.t Argumentatie (uitleg en motivering van afwijkingen) Vindplaats Toelichting Is de uitvoeringsorganisatie zodanig ingericht dat een goede uitvoering van de uitvoerings- en handhavingsstrategie en het uitvoeringsprogramma is gewaarborgd? Ob Art 13.9 lid 1 Is de personeelsformatie (functies, taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden) vastgelegd? Ob Art 13.9 lid 2 onder a Wordt binnen mijn organisatie voorkomen dat personen die werken aan milieubelastende activiteiten naast het: a.beoordelen van en beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning beoordelen van en beslissen op een aanvraag om toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel b.stellen van een maatwerkvoorschrift ten aanzien van een milieubelastende activiteit c. toezien op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet ten aanzien van dezelfde milieubelastende activiteiten of een bestuurlijke sanctie opleggen en ten uitvoer leggen van d.ten aanzien van dezelfde milieubelastende activiteit; Ob Art 13.9 lid 2 onder b Is binnen de uitvoeringsorganisatie bij toezicht en handhaving sprake van roulatie op dossierniveau? Ob Art 13.9 lid 2 onder c Is de bereikbaarheid en beschikbaarheid van de organisatie ook buiten kantooruren gegarandeerd? Ob Art 13.9 lid 2 onder d Handelt de uitvoeringsorganisatie op grond van door het bestuur vastgestelde werkprocessen, procedures en bijbehorende informatievoorziening voor de uitvoering en handhaving? Ob Art 13.9 lid 3 Handelt mijn organisatie op grond van een kwaliteitssysteem waarmee taken beheerst kunnen worden uitgevoerd? Modelverordening Deel C Art. 8 6. Monitoring Vragen J/N/ n.v.t Argumentatie (uitleg en motivering van afwijkingen) Vindplaats Toelichting Beschikt mijn organisatie over een volwaardig datasysteem om de resultaten te monitoren en de het behalen vastgestelde beleidsdoelen? Modelverordening Deel C Art. 9 Handreiking regionale beleidscyclus Deel I § 3.6 Deel D : Competentieprofielen Processen gaan pas werken als mensen er vorm aan geven. Daarom zijn competentieprofielen opgesteld voor de nieuwe of meest veranderende rollen onder de Omgevingswet. Het gaat om de rollen van casemanager, vergunningverlener, toezichthouder/handhaver, juridisch adviseur en specialistisch adviseur. Lijnmanagers en HRadviseurs van gemeenten en omgevingsdiensten kunnen de profielen gebruiken als hulpmiddel (bij voorkeur als onderdeel van de strategische personeelsplanning) om hun teams te ontwikkelen. Met als doel om samen steeds beter in de geest van de Omgevingswet te kunnen werken. De competentieprofielen bestaan uit vijf verschillende onderdelen: 1:Deskundigheidsgebieden 2:Dilemma’s 3:Omschrijving van de rol 4:Levelindeling 5:Competenties De verschillende onderdelen worden hieronder toegelicht. 1.Deskundigheidsgebieden Onder het onderdeel Deskundigheidsgebieden staat beschreven welke deskundigheidsgebieden uit deel B van de kwaliteitscriteria van toepassing zijn op de beschreven rol. 2.Dilemma’s Een dilemma is een spanningsveld binnen de verwachtingen van een rol. Inzicht hierin maakt dat ze in het licht van de rol besproken kunnen worden. De dilemma’s die gebruikt zijn bij het in kaart brengen van de rol zijn: •consolideren versus vernieuwen: vraagt de rol om het bestendigen van hetgeen wat reeds aanwezig is of vraagt de taakomschrijving het in gang zetten van beweging? •taakgericht versus mensgericht: vraagt de rolbeschrijving om gedrag waarbij de focus ligt op zelfstandig werken, resultaatgericht werken en plannen? Of mag de medewerker in deze rol zich richten op de samenhang tussen onderdelen en op mensen om zich heen? •en ondersteunen versus sturen: vraagt de rolbeschrijving om samenwerken, luisteren, verbinden, zelfstandig en gestructureerd werken?? Of mag een medewerker in deze rol juist meer initiëren, stimuleren, besluitvaardig en resultaatgericht handelen? 3.Omschrijving van de rollen Dit onderdeel bevat de kernbeschrijving van de taken, waarvan anderen verwachten dat een medewerker in deze rol deze taken uitvoert. 4.Niveau-indeling De gebruikelijke niveauaanduiding gaat uit van een onderscheid tussen: –Intra-persoonlijk: een rol met dit level richt zich met name op het uitvoeren van taken met een eenzijdige informatiestroom. Taken zijn relatief kort-cyclisch en worden zelfstandig uitgevoerd. Het level intra-persoonlijk komt overeen met een rol op operationeel niveau. –Interpersoonlijk: een rol met dit level richt zich met name het team. De rol deelt informatie met anderen en stemt met anderen stemt af. Het level interpersoonlijk komt overeen met een rol op beleidsniveau. –Interactief: een rol met dit level richt zich op het zenden van sturende informatie. Een rol op dit level is voortdurend aan het communiceren en stelt zijn eigen visie en aanpak af op de informatie die van anderen binnen de organisatie terugkomt. Het level interactief komt overeen met een rol op tactisch niveau. –Iteratief: een rol met dit level richt zich op strategische informatie: het ontwikkelen van een visie. Een rol met dit level probeert met de organisatie in te spelen op maatschappelijke ontwikkelingen. Het level iteratief komt overeen met een rol op strategisch niveau. 5.Competenties Onder het onderdeel met de competenties volgt een opsomming van de 5 belangrijkste competenties voor deze rol. Onder elke competentie staat een toelichting over hoe de competentie in de context van de rol vorm krijgt. De volgende competenties worden onderscheiden: –Omgevingsbewust –Verbinden –Bestuurlijke sensitiviteit –Integraal (samen)werken –Verantwoordelijkheid –Oordeelsvorming –Assertiviteit Er zijn gelet op de Omgevingswet voor 5 rollen competenties opgesteld: –Casemanager –Vergunningverlener –Toezichthouder/handhaver –Juridisch adviseur –Specialistisch adviseur Zo nodig worden daar in een later stadium extra rollen aan toegevoegd. Dat geldt ook voor de competenties. Casemanager Vergunningverlener Toezicht en handhaver Juridisch adviseur Specialistisch adviseur Stappenplan “inzicht in competentieprofielen” Toepassing De stappen om inzicht te krijgen in de competentieprofielen zijn als volgt: Stap 1: Zelfevaluatie De organisatie voert tweejaarlijks een zelfevaluatie uit aan de hand van de ‘Score zelfevaluatie’. Hierbij waardeert de organisatie in welke mate zij (al) voldoet aan de nieuwe competentieprofielen. De organisatie bepaalt wie deze waardering (per profiel of voor de zelfevaluatie als geheel) uitvoert. Voor een zo objectief mogelijke score wordt hierin een meer-ogen-principe sterk aanbevolen. De organisatie waardeert de competentieprofielen aan de hand van een beoordelingsschaal. Het is de bedoeling ‘holistisch’14 te scoren per competentieprofiel. De score wordt onderbouwt met een toelichting aan de hand van een set hulpvragen. Dit geeft de organisatie niet alleen inzicht in de stand van zaken, maar ook input voor (door)ontwikkeling ten aanzien van de competentieprofielen en te sturen op verbetering. Stap 2: Optioneel: Collegiale toetsing Indien gewenst kan na de zelfevaluatie een collegiale toetsing worden uitgevoerd door een aantal collega-organisaties. Dit is geen verplichting, maar kan de zelfevaluatie verrijken met een kritische externe collegiale blik, helpen spiegelen en de sterke punten en blinde vlekken van de organisatie in beeld brengen. In de collegiale toetsing is ruimte voor halen en brengen, leren van en met elkaar. De ontwikkeling staat centraal en er wordt onderling gesproken over ‘practices’ om van en met elkaar te leren. Dit wordt ondersteund door een aantal hulpvragen. Een collegiale toetsing kan daarmee bijdragen aan het lerend vermogen van de organisatie zelf, maar ook aan het lerend vermogen van organisaties onderling. Hulpvragen Om te komen tot een beoordeling van de eigen organisatie in de zelfevaluatie, maar ook om het goede gesprek te voeren met collega-organisatie zijn hulpvragen opgesteld. Deze helpen na te denken over de huidige stand van zaken, de ontwikkeling die al is doorgemaakt en de uitdagingen die nog spelen. Deze hulpvragen worden aangereikt als hulpmiddel, maar zijn niet verplicht. Om de hulpvragen ten behoeve van de zelfevaluatie te beantwoorden kunnen ook de genoemde bronnen in de organisatie worden benut, de ‘harde’ bronnen, maar ook de ‘zachte’ bronnen, zoals geschetst in de inleiding. Stap 3: Conclusies en actieplan Op basis van stap 1 en eventueel stap 2 concludeert de organisatie waar zij staat ten aanzien van de competentieprofielen. Wat is de stand van zaken? En wat is het gewenste ontwikkelingsperspectief? Waar kan en wil men als organisatie groeien en door ontwikkelen? Welke input, ideeën en acties komen vanuit de organisatie zelf (top-down en bottom-up) en welke suggesties zijn gedaan in de collegiale toetsing (indien van toepassing)? De organisatie formuleert (indien nodig of gewenst) concrete verbeterstappen en/of ambities in een actieplan voor de volgende periode. Beoordelingsschaal Om organisaties zichzelf te laten beoordelen en staven, is een beoordelingsschaal ontwikkeld, afgeleid van een beoordelingsschaal die Berkeley hanteert. Deze schaal is een soort meetlat en helpt houvast te geven in de zelfevaluatie (‘waar staan we als organisatie?’) en eventueel bij de collegiale toetsing. •Niveau 1 (onvoldoende): De organisatie voldoet op cruciale onderdelen niet aan de beschrijving in het competentieprofiel. Belangrijke verbeteringen op meerdere gebieden zijn nodig. •Niveau 2 (verbetering nodig: De organisatie voldoet niet continu of niet op alle onderdelen aan de beschrijving in het competentieprofiel. Op één of enkele onderdelen is verbetering of aanvulling nodig. •Niveau 3 (voldoet aan de verwachtingen): De organisatie voldoet in grote lijnen aan de beschrijving in het competentieprofiel. De organisatie voldoet gemiddeld genomen aan de gestelde verwachtingen maar er is nog serieuze verbetering mogelijk en gewenst. •Niveau 4 (overtreft verwachtingen): De organisatie voldoet volledig aan de beschrijving in het competentieprofiel en overtreft op onderdelen de verwachtingen. •Niveau 5 (uitzonderlijk): De organisatie voldoet ruimschoots aan de beschrijving in het competentieprofiel en overtreft deze op meerdere onderdelen. De organisatie levert uitzonderlijke prestaties en overtreft de verwachtingen op meerdere onderdelen. STAP 1: HULPVRAGEN ZELFEVALUATIE: KOMEN TOT EEN SCORE T.A.V. DE COMPETENTIEPROFIELEN Deze hulpvragen kun je per competentieprofiel doornemen en kan gebruikt worden als onderbouwing van de ‘score zelfevaluatie’. Hulpvragen Ruimte voor aantekeningen Hoeveel mensen vervullen een rol in het betreffende competentieprofiel en hoe zijn zij georganiseerd (beschrijf de situatie in jullie organisatie)? Waar komt de organisatie vandaan m.b.t. de ontwikkeling van de competenties in de competentieprofielen? Op welke wijze wordt gewerkt aan het (beter) voldoen aan de competentieprofielen en daar aandacht aan besteed? In welke mate voldoen medewerkers (samen) aantoonbaar aan het competentieprofiel? Wat voldoet (nog niet)? Waaruit blijkt dit? Op welke manier worden medewerkers ondersteund door de organisatie om (beter) te voldoen aan het competentieprofiel? Indien individuele medewerkers niet of onvoldoende voldoen, (hoe) wordt dit opgevangen/gecompenseerd door de rest van de organisatie? Hoe erg is het dat (nog) niet wordt voldaan aan het competentieprofiel? En in welke mate is dit verder te ontwikkelen? Wat zijn nog uitdagingen ten aanzien van het betreffende competentieprofiel (organisatie, team, medewerkers)? Wat maakt je als organisatie trots, specifiek met betrekking tot het betreffende competentieprofiel? Wat zijn sterke punten? Wat kunnen andere organisaties van je leren? Wat is de ambitie m.b.t. het betreffende competentieprofiel? Waar wil de organisatie, het team en waar willen de medewerkers naartoe groeien/in de komende periode aan werken? Welke zaken dienen aangepakt te worden voor het betreffende competentieprofiel? Waar heb je als organisatie last van? Welke verbeteracties zijn nodig of wenselijk? STAP 2 (OPTIONEEL): COLLEGIALE TOETSING: HULPVRAGEN ALS LEIDRAAD VOOR HET GOEDE GESPREK Hulpvragen Ruimte voor aantekeningen Wat valt op in de zelfevaluatie? Welke vragen leven er (nog)? Wat is (nog) onvoldoende duidelijk? In gesprek: Hoe komt ieder tot een beoordeling/ score? Welke punten zijn daarin leidend? Wat betekenen de uitkomsten van de zelfevaluatie voor de organisatie? Hoe gaat/wil men ermee verder? Op welke wijze wil men werken aan het (beter) voldoen aan de competentieprofielen? Wat kunnen andere organisaties hier leren / ‘halen’? Waar ben je trots op en waarom? Wat vind je moeilijk? Wat gaat nog niet zo goed? Waar zit jullie grootste uitdaging? Wat kunnen andere organisaties hier ‘brengen’? … (ruimte voor eigen invulling/aanvulling STAP 3: CONCLUSIES EN ACTIEPLAN Hulpvragen Ruimte voor aantekeningen Conclusies Waar staan wij ten aanzien van de competentieprofielen? Wat is de stand van zaken? Wat gaat goed ten aanzien van de verschillende competentieprofielen? Wat kan/moet beter ten aanzien van de verschillende competentieprofielen? Waar kunnen, willen of moeten wij naartoe groeien? En wat is onze ambitie? Waar willen wij in de komende periode aan werken? Welke concrete verbeteractie of welke doorontwikkeling is nodig of wenselijk (per competentieprofiel of meer overkoepelend)? Actieplan Wat gaan we als organisatie de komende twee jaar concreet oppakken? (formuleer dit zo SMART mogelijk per competentieprofiel) Het verdient aanbeveling dat de ontwikkeling van de individuele medewerkers onderdeel uitmaakt van een strategische personeelsplanning. In onderstaande schema is aangegeven wat daarin de samenhang is tussen de organisatieontwikkeling en de persoonlijke ontwikkeling. Bijlage 1 Overige begrippen en definities Bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet wetten.nl - Regeling - Omgevingswet - BWBR0037885 (overheid.nl) Bijlage I. bij artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit (begrippen) wetten.nl - Regeling - Omgevingsbesluit - BWBR0041278 (overheid.nl) Bijlage I. bij artikel 1.1 van besluit activiteiten leefomgeving (begrippen) wetten.nl - Regeling - Besluit activiteiten leefomgeving - BWBR0041330 (overheid.nl) Bijlage I. bij artikel 1.1 van het besluit kwaliteit leefomgeving (begrippen) wetten.nl - Regeling - Besluit kwaliteit leefomgeving - BWBR0041313 (overheid.nl) Bijlage 2 Historie kwaliteitscriteria •2005 Besluit kwaliteitseisen handhaving milieubeheer □2009 KPMG Versie 1.0 (opdrachtgever VROM) –Kritische massa, Procescriteria (BIG 8), inh. kwaliteit en prioriteiten □2012 Arena Versie 2.1 (opdracht IenM) –Actualisatie en toevoeging van deskundigheidsgebieden •2013 Oprichting omgevingsdiensten (Slimmer organiseren van VTH omgevingsrecht => met meer kwaliteit) •2015 Eerste modelverordening kwaliteit VTH omgevingsrecht (VNG en IPO) •2019 Aanpassing modelverordening en de kwaliteitscriteria (juridisch)Ow •2022 Herziening deel B en toevoeging competentieprofielen •2025 Geactualiseerde KC versie 3.0 •2026 Beperkte revisie KC 3.1
Meer informatie