Groenplan Uitgeest 2026-2030 Beleid & Beheer
Groenplan Uitgeest 2026-2030 Beleid & Beheer Voorwoord wethouder Beste lezer, Voor u ligt het Groenplan Uitgeest 2026-2030: een document dat richting geeft aan de wijze waarop de gemeente Uitgeest met haar openbaar groen omgaat. Groen is nooit zomaar een decor. Het is bepalend voor de leefruimte waarin wij ons dagelijks bewegen, ontspannen en elkaar ontmoeten. Ook drukt het haar stempel op de wijze waarop ons dorp “voelt” en hoe goed de gemeente is voorbereid op de toekomst. In dit plan hebben we vijf pijlers centraal gezet: identiteit, gezondheid, klimaat-bestendigheid, biodiversiteit en bomen. Deze pijlers zijn geen losse thema’s, maar versterken elkaar. De identiteit van Uitgeest komt tot leven door een herkenbaar en karakteristieke groenkarakter dat past bij de gemeente. Meer biodiversiteit betekent een rijker en veerkrachtiger ecosysteem. Klimaatbestendig groen helpt ons omgaan met hitte, droogte en wateroverlast. Groen nodigt uit tot bewegen, spelen en ontmoeten en bevorderd daarmee onze gezondheid. Bomen verdienen een eigen plek in dit plan, vanwege hun enorme bijdrage aan alle opgaven en de leef kwaliteit van onze gemeente. De komende jaren willen we investeren in een groene openbare ruimte die toekomstbestendig is én past bij de identiteit van ons dorp. Ik nodig u van harte uit om dit Groenplan te lezen en vooral om mee te denken en mee te doen. Het realiseren van een groene, klimaatbestendige en plezierige openbare ruimte doen wij natuurlijk samen met onze inwoners. Zij voelen zich sterk betrokken bij het openbare groen in onze gemeente en hechten grote waarde aan meer bomen die kunnen uitgroeien tot volwasdom. Een groene leefomgeving maken we samen! Jan Schouten Wethouder Beheer en onderhoud openbare Ruimte 1. Inleiding 1.1 Waarom een groenplan? Het huidige groenbeleidsplan moet worden geactualiseerd. Deze is vastgesteld in 2016 en loopt tot en met 2025. Daarnaast dient ook het groenbeheerplan geactualiseerd te worden, deze liep tot 2022. In de regel wordt het groenbeleid eerst vastgesteld. Het vastgestelde beleid wordt vervolgens verwerkt en geborgd in het beheerplan. Deze documenten zijn aan elkaar gelinkt maar het zijn twee losse documenten. Er is nu voor gekozen om beide plannen samen te voegen tot het ‘groenplan Uitgeest’. Hierdoor wordt de connectie tussen de twee onderdelen versterkt. Na het vaststellen van het beleidsdeel, kan het beheer deel daarop afgestemd worden en ook spoedig worden vastgesteld. 1.2 Doel van het groenplan Dit groenplan beschrijft de visie, ambitie en het daarbij behorende beheer van het openbaar groen binnen de gemeentegrenzen. Verder sluit dit plan aan op actuele maatschappelijke ontwikkelingen zoals klimaatverandering en het verbeteren van biodiversiteit. Het tempo van de veranderingen die de fysieke leefomgeving doormaakt, en de noodzaak om deze ontwikkelingen op de voet te blijven volgen, heeft ertoe geleidt dat dit groenplan voor vier jaar is opgesteld. Dit plan sluit aan op de Omgevingsvisie van Uitgeest, eerder vastgesteld beleid dat raakt aan het openbaar groen en de huidige wet- en regelgeving. De Europese Natuurherstelwet (bijlage I) is een belangrijke wet voor dit plan. Deze wet dwingt ons om het huidige bomenareaal beter te beschermen. En ook om bewustere keuzes te maken over nieuw aan te planten bomen en te werken aan de aanwezige ecosystemen. De visie en ambities voor het openbaar groen, worden uitgewerkt in vijf pijlers: 1. Identiteit 2. Gezondheid 3. Klimaatbestendigheid 4. Biodiversiteit 5. Bomen De pijlers geven richting aan de wijze waarop de openbare ruimte wordt ingericht, welke beplanting er wordt gebruikt en hoe het groenbeheer wordt uitgevoerd. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd voor dit groenplan: 1. Het beleid is gericht op bestaand en nieuw groen. 2. De eisen voor het inrichten van de openbare ruimte staan in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) en zijn actueel. 3. Bewoners kunnen op verschillende niveaus participeren. 4. De ambities zijn financieel onderbouwd. 5. Het groenplan geldt voor een periode van vier jaar. 6. Elke twee jaar worden de ambities en doelen geëvalueerd en worden de resultaten gedeeld met de gemeenteraad. Belang van Participatie Het openbaar groen maakt direct onderdeel uit van de leefomgeving van onze inwoners. Als gemeente vinden wij het belangrijk om hen te betrekken bij het opstellen van nieuw beleid. Om die reden is er, in aanloop naar het opstellen van het groenplan, een enquête uitgezet via de website ‘Ik denk mee over Uitgeest’. Hierin is de inwoners gevraagd hoe zij over bepaalde onderwerpen op het gebied van openbaar groen denken. De resultaten staan in bijlage II. De opgehaalde informatie levert een bijdrage aan dit groenplan. Het beleidsdeel van dit plan heeft ook ter inzage gelegen, hierdoor is de mogelijkheid geboden om zienswijzen in te dienen. Binnen elke pijler van het groenplan is er ruimte voor bewoners om te participeren of een bijdrage te leveren. De inwoners van Uitgeest spelen een belangrijke rol in relatie tot herinrichtingsprojecten en renovaties van de openbare ruimte. Dit is ook gebleken bij de totstandkoming van de herinrichtingsplannen van de Koog noord en de Koog zuid. De Dorpsraad Uitgeest is een belangrijke partner van de gemeente op het gebied van klimaatadaptatie en openbaar groen. Zij zetten zich in om een schoon, groen, en prettig leefbaar dorp te realiseren. Monitoring Er vindt monitoring plaats om een vinger aan de pols te houden over hoe inwoners denken over het openbaar groen in de gemeente, en om inzichtelijk te maken wat de stand van zaken is van de ambities en het beheer. De volgende monitoring vindt tijdens de duur van het groenplan plaats: ✥Er wordt een tevredenheidsonderzoek op dienstverlening uitgevoerd in 2026/2027. ✥Jaarlijkse monitoring a.d.h.v. de nectarindex volgens de Kleurkeur methode van de Vlinderstichting. Dit gebeurt voorafgaand aan het natuurtechnisch maaien. ✥Periodiek Biodiversiteitsmonitoring door Vlinderstichting, er wordt gemonitord op aanwezige insecten in graslanden(gazon, bloemrijk grasland en natuurlijke oever). ✥Jaarlijks wordt er vier keer geschouwd op beeldkwaliteitsniveau (KRO). ✥Monitoring van beschermde soorten voorafgaand aan werkzaamheden (gedragscode soortenbescherming gemeenten 2025) ✥Elke drie jaar worden straat- en laanbomen gecontroleerd op veiligheid (BVC). ✥Periodiek wordt het boomkroonbedekking in kaart gebracht. Communicatie Om inwoners zoveel mogelijk te betrekken en te informeren bij het beheer van het openbaar groen, wordt er op periodieke wijze via verschillende kanalen gecommuniceerd (gemeentepagina, lokale krant en sociale media kanalen). Zo wordt er bijvoorbeeld gecommuniceerd over het extensief maaien en het snoeien van bomen. Als gemeente vinden wij het belangrijk dat inwoners weten wanneer bepaalde werkzaamheden plaats vinden, en ook waarom dit plaatsvindt. Wanneer een inwoner behoefte heeft aan extra informatie wordt deze verstrekt. Beleid 2. Het belang van groen in Uitgeest De gemeente Uitgeest heeft een dorpskern met een historisch karakter en is gelegen te midden van een groene omgeving. De gemeente ligt in een zeekleilandschap en de bodem bestaat voornamelijk uit zware klei. Het landschap waarin Uitgeest ligt kenmerkt zich door polders en strandwallen. De gemeente heeft een oppervlakte van 2229 ha, waarvan 1917 ha land en 312 ha water. Het groenareaal, het groen dat door de gemeente wordt onderhouden, bestaat uit verschillende groentypen die de volgende oppervlakten en hoeveelheden bedragen: ✥ Bermen: 38,9 ha ✥ Gazons: 20 ha ✥ Bosplantsoen: 1,8 ha ✥ Hagen en vaste planten: 4 ha ✥ Bomen: 5875 De inrichting en functie van een gebied zijn bepalend voor de aanwezige groentypen. Het aanleggen en onderhouden van groen brengt weliswaar kosten met zich mee, maar daar krijgen we ook veel voor terug. Dit zijn de zogenoemde ‘maatschappelijke baten’, deze dragen bij aan verschillende opgaves. Zo draagt groen bij aan de identiteit en uitstraling van het dorp, door o.a. de kenmerkende structuren in het dorp te markeren. Ook heeft het groen een positieve invloed op de gezondheid van inwoners. Het stimuleert inwoners bijvoorbeeld om te gaan bewegen. Daarnaast draagt het bij aan het verbeteren van de biodiversiteit. Door te kiezen voor een divers groenassortiment en een ecologische manier van beheren, wordt het leefgebied van verschillende flora en fauna verbeterd. Tot slot draagt groen bij aan een klimaatbestendige gemeente, onder meer door het waterbergende- en verkoelende vermogen. Wat niet altijd zichtbaar is, is dat de aanwezigheid van groen in de gemeente ook voor financiële baten zorgt. Zoals benoemd heeft het een positief effect op de gezondheid van inwoners, wat ten goede komt aan het verlagen van de zorgkosten. Ook verlaagd het kosten die samenhangen met het veranderende klimaat. De aan-, of afwezigheid van openbaar groen heeft ook invloed op de WOZ-waarde van vastgoed. Openbaar groen maakt op haar beurt ook onderdeel uit van een ecosysteem. Ecosystemen leveren diensten aan mensen, ecosysteemdiensten, afbeelding 1 geeft hier een overzicht van. Om ervoor te zorgen dat Uitgeest een fijne gemeente blijft voor haar inwoners om te wonen, is de aanwezigheid van groen essentieel. In het verleden werd groen nog wel eens gezien als decoratie. Tegenwoordig weten we dat planten en bomen een belangrijke bijdrage leveren aan het leefbaar houden van de gemeente. Hieronder worden de redenen om het groen in de gemeente te behouden en waar mogelijk uit te breiden, op het gebied van identiteit, gezondheid, klimaatbestendigheid en biodiversiteit verder toegelicht. Dit zijn de pijlers die een rode draad vormen in dit plan. 2.1 Waarom groen? Identiteit - Aantrekkelijk & herkenbaar De gemeente Uitgeest heeft een mooie dorpse kern en een waardevol groen buitengebied. Door de opbouw en inrichting van het dorp, verschilt de groeninrichting per wijk. Het behouden en versterken van groen op belangrijke locaties en op wijkniveau, draagt bij aan het aantrekkelijk en herkenbaar maken van de identiteit van Uitgeest. In de gemeente zijn er in de bebouwde kern een aantal groenparels. Deze plekken zijn kleine, unieke, cultuurhistorische delen groen en (potentieel) monumentale bomen. Het zijn geen natuurgebieden. Het gaat hier vooral om cultuurgroen, dat intensiever onderhoud vraagt. Bij verlies van dit openbaar groen valt ook een deel van de cultuurhistorie in de kern weg. Deze groenparels dienen behouden of ontwikkeld te worden naar de volledige potentie (hoofdstuk 4). Dit draagt bij aan het benadrukken van de identiteit van Uitgeest. Ook het beschermen van bijzondere en monumentale bomen zorgt ervoor dat de gemeente haar identiteit behoud. Net als zorgdragen voor de omgeving (molenbiotoop) van de molens. Gezondheid - Ontspannen & bewegen Een groene omgeving heeft een positief effect op de gezondheid van mensen. Zowel mentaal als fysiek. Zo nodigt groen uit om te bewegen, helpt het om te ontspannen, wordt het concentratievermogen erdoor vergroot en wordt het herstel van mensen erdoor bevordert. Een groene omgeving werkt zelfs stress verlagend. Alleen al het kijken naar een boom en ander groen zorgt voor minder stress,. Je hoeft er eigenlijk niet eens bewust naar te kijken — het in de buurt zijn van (met name grote) bomen heeft al effect. Voor kinderen is een groene omgeving ook erg belangrijk, het stimuleert namelijk het speelgedrag. Op groene schoolpleinen wordt tevens minder gepest en meer samen gespeeld. Openbaar groen zorgt ook voor een gezonde leefomgeving doordat het luchtverontreiniging, hittestress en geluidhinder vermindert. Het openbaar groen kan in bepaalde perioden van het jaar ook een negatief effect hebben op de gezondheid van mens en dier. Denk bijvoorbeeld aan hooikoorts (veroorzaakt door pollen in de lucht, ook afkomstig van buiten de gemeente) en de grasaren die in de huid en vacht van honden kan komen. Klimaatbestendigheid - Waterberging & verkoeling Klimaatverandering speelt een al grotere rol in relatie tot de inrichting van de openbare ruimte. Openbaar groen draagt namelijk op verschillende manieren bij aan het klimaatbestendig maken van Uitgeest en is daarom hard nodig. Vooral (grote) bomen spelen een grote rol in het leefbaar houden van de gemeente. Bomen verminderen bijvoorbeeld hittestress doordat ze voor schaduw zorgen. Ook verdampen ze water met hun bladeren (transpiratie) waardoor ze voor verkoeling zorgen. Openbaar groen levert ook een bijdrage aan het tegengaan van wateroverlast. Bomen en beplanting zorgen voor minder grote afvoerpieken bij heftige neerslag. Dit komt doordat het infiltratievermogen van de bodem wordt vergroot door de aanwezige wortels. Ook blijft de regen hangen in de boombladeren en vertragen de bladeren het vallen van de neerslag op de bodem. De aanwezigheid van groen draagt eraan bij dat er bij heftige neerslag minder water op straat blijft staan en dat het rioolstelsel niet overbelast raakt. Bomen en beplanting draagt ook bij aan het tegengaan van de opwarming van de aarde, dit komt doordat het CO2 vastlegt. Een teveel hiervan in de atmosfeer draagt bij aan het opwarmen van de aarde. Biodiversiteit - Ecologisch beheer & inheems Het woord ‘biodiversiteit’ staat voor de verscheidenheid aan leven. Biodiversiteit omvat alle soorten planten, dieren en micro-organismen zoals schimmels en bacteriën. Maar ook de verscheidenheid in genetisch materiaal, de levensgemeenschappen en ecosystemen. Wanneer er in de gemeente gesproken wordt over biodiversiteit, heeft de term vooral betrekking op planten, bomen, vogels, insecten en hun leefomgeving. Deze groepen zijn van elkaar afhankelijk. Een vogel eet onder andere insecten, insecten eten van planten en bomen en spelen daarnaast ook een rol in de bestuiving. De biodiversiteit staat in Nederland onder druk. Doordat steeds meer leefgebieden van diverse inheemse flora en fauna wordt aangetast, neemt de biodiversiteit af. Deze afname heeft nadelige effecten voor de natuur maar ook voor de mens. Mensen profiteren namelijk op veel manieren van de natuur door middel van ecosysteemdiensten (afbeelding 1). De bestuiving van gewassen is hier een belangrijk voorbeeld van. Wanneer bestuivende insecten zoals wilde bijen en vlinders verdwijnen, heeft dit nadelige consequenties. Het treft zowel de voedselketen voor dieren als de voedselproductie voor mensen en de economie. Een andere belangrijke dienst die biodiversiteit ons levert, is dat veel mensen op verschillende manieren genieten van de aanwezigheid van de natuur. 3. Wat willen we bereiken? Het doel is om het aanwezige openbaar groen te behouden en waar mogelijk uit te breiden en te versterken. Dit leidt er vervolgens toe dat Uitgeest aantrekkelijk, leefbaar en toekomstbestendig is. Om dit te bereiken wordt er teruggeblikt op het groenbeleid en -beheer van de afgelopen 10 jaar om hier lering uit te trekken. Per pijler (identiteit, gezondheid, klimaatbestendigheid en biodiversiteit) zijn er ambities en manieren van werken opgesteld om invulling te geven aan de pijler. De ambities en manieren van werken leiden er ook toe dat openbaar groen behouden blijft en waar mogelijk wordt uitgebreid. Bomen leveren een heel belangrijke bijdrage aan de vier eerder genoemde pijlers, maar vormt ook een op zichzelf staand onderwerp waar ambities aan zijn gekoppeld. Hierdoor wordt de huidige en toekomstige positie van bomen geborgd. Uit de enquêteresultaten blijkt dat inwoners bomen ook erg belangrijk vinden. Om die reden vormt ‘bomen’ de vijfde pijler. 3.1 Wat hebben we bereikt? Evaluatie Groenbeleid 2016-2025 In het groenbeleidsplan 2016-2025 staan de nodige ambities en de daarop aansluitende gewenste verbeteringen. Deze ambities zijn nagenoeg allemaal gerealiseerd. De resultaten van de ambities staan in bijlage III. De onderstaande ambities zijn niet gehaald: ✥ ‘Het realiseren van een aantrekkelijke en leefbare woonomgeving met zoveel mogelijk groen en in het buitengebied kansen voor natuurontwikkeling: in 2025 heeft Uitgeest gemiddeld 75 m2 groen per woning en 6.700 bomen (0,5 boom per inwoner) waarbij het buitengebied voor 50% meetelt.’ Het aantal bomen dat de gemeente in haar beheer heeft is 5875 bomen. Een van de redenen dat het beoogde aantal bomen niet is gehaald, heeft te maken met het aantal geschikte groeiplekken. Bij het beoordelen van een groeiplek wordt rekening gehouden met verschillende ruimtelijke aspecten: de aanwezigheid van kabels en leidingen, ondergrondse afvalcontainers, lichtmasten, verharding, groeiruimte en afstand tot andere bomen. Ook parkeren en verkeersveiligheid speelt een rol. Al deze aspecten bemoeilijken het vinden van geschikte groeiplekken. In het verleden is het voorgekomen dat bomen verwijderd zijn omdat er situaties ontstonden waarbij de boomwortels conflicteerden met de ondergrondse infrastructuur. Om wordt tegenwoordig extra rekening gehouden met het vinden van geschikte groeiplekken. In dit groenplan ligt de nadruk op het vergroten van het boomkroonbedekking en niet op het aantal bomen. ✥ ‘Groenparels / bijzondere groenelementen zichtbaar maken en beschermen.’ ‘Een lijst van beschermwaardige bomen maakt hiervan onderdeel uit.’ Van de vier potentiële groenparels die binnenstedelijk worden genoemd, is het Veteranenplantsoen ontwikkeld en zijn de groeilocaties van de bomen bij de Katholieke kerk en op het Regthuysplein verbeterd. Het plein voor het gemeentehuis is niet ontwikkeld. De verschillende publieke functies van het plein bemoeilijkt een ontwikkeling. Dit plein maakt ook onderdeel uit van het gebied waar het bouwen van woningen wordt onderzocht. De lijst met beschermwaardige bomen, waarop bijzondere en monumentale bomen staan, is niet opgesteld. Er wordt onderzocht wat haalbaar is op het plein wat betreft de opwaardering van het groen, en het behouden van de publieke functie. Ook wordt er een waardevolle bomenlijst opgesteld. Evaluatie Groenbeheerplan 2017-2021 In het groenbeheerplan 2017-2021 staat per groenelement op welk beeldkwaliteitsniveau het beheerd moet worden. Ook staat beschreven welke beheersmaatregelen er genomen dienen te worden. In bijlage IV staat de evaluatie per beheerelement. Het groenbeheer is grotendeels uitgevoerd zoals beschreven in het beheerplan. In sommige gevallen is er een aanpassing gedaan met betrekking tot de intensiteit van het beheer. Dit heeft als resultaat dat bijna alle groenelementen nu op beeldkwaliteitsniveau B worden beheerd. Extensief beheer vindt niet plaats op B niveau. De bijdrage aan de ecologie is dan leidend en niet het beeld. Het beheer vindt daarom plaats op frequentie. Natuurtechnisch maaien wordt volgens de richtlijnen van Kleurkeur (Vlinderstichting) gedaan. In het huidige beheerplan wordt er tussen, maar ook binnen, bepaalde beheerelementen onderscheid gemaakt in de beeldkwaliteit waarop het wordt beheerd. Het beheer wordt uitgevoerd op één niveau, dit werkt efficiënter. 3.2 Wat is de visie op een groener Uitgeest? Omgevingsvisie De in 2019 vastgestelde Omgevingsvisie van Uitgeest, beschrijft de ambities en koers van de gemeente tot 2030. De gemeente heeft voor zichzelf vier kernopgaven geformuleerd, dit zijn overkoepelende thema’s en hebben betrekking op: 1. Het versterken van de ruimtelijke kwaliteit in het dorp; 2. Een gezonde, sociale en vitale kern en buitengebied; 3. Een sterk dorp, goed bereikbaar, met goede voorzieningen rond het centrum en het station; 4. De transitie naar een duurzame, energiezuinige en klimaatbestendige gemeente in 2050. Deze vier kernopgaven hanteert de gemeente als leidraad voor de beslissingen die genomen worden in de fysieke leefomgeving. De vijf geformuleerde pijlers in dit groenplan, sluiten aan op deze kernopgaven en dragen bij aan het realiseren van de kernopgaven. Samenwerkingsakkoord Het belang van openbaar groen wordt ook in het samenwerkingsakkoord ‘Uitgeest, Sterk in samenwerken! 2022-2026’ onderschreven. In dit akkoord staan de afspraken die de partijen met elkaar gemaakt hebben. Twee afspraken hebben specifiek betrekking op het openbare groen in de gemeente. Openbare ruimte. De waardering voor het buitenleven neemt toe en het openbaar groen is ook cruciaal voor een gezond en duurzaam leven waarin we buiten sporten, wandelen en elkaar ontmoeten. Dit biedt kansen om integraal naar de inrichting van de openbare buitenruimte te kijken en naar de routes en verbindingen, denk bijvoorbeeld aan wandelroutes in en om het dorp voor een rondje Uitgeest. In het algemeen moet er bij de inrichting aandacht zijn voor inwoners die een fysieke beperking hebben, zodat ook zij volwaardig kunnen meedoen. Klimaatadaptatie. Onderzoek heeft uitgewezen dat delen van Uitgeest te maken gaan krijgen met hittestress. Het groenbeleidsplan biedt mogelijkheden om de overlast van hittestress te beperken. Met andere woorden, we gaan door met het behoud en bij planten van bomen. Bij nieuwe bouwlocaties zal rekening gehouden moeten worden met klimaatadaptatie. 3.3 Wat veranderd er? Snippergroen Vanaf 2019 tot eind 2025 is er beleid geweest voor de verkoop en verhuur van snippergroen. Met snippergroen wordt bedoelt: openbaar groen die a) direct grenst aan particulier eigendom, b) niet bijdraagt aan de functies van de openbare ruimte, en c) geen deel uitmaakt van de gemeentelijke groenstructuur. Vanaf eind 2025 is het voor inwoners niet meer mogelijk om snippergroen te kopen of huren van de gemeente. Door de verschillende opgaven die de gemeente heeft, waarbij het openbaar groen een belangrijke rol speelt, is besloten te geen snippergroen meer te verhuren en verkopen. Huidige huurovereenkomsten tussen inwoners en de gemeente blijven ongewijzigd. In een enkel geval krijgt een huidige huurder van snippergroen een eenmalig aanbod om het perceel te kopen. Bij het te koop aanbieden van een perceel wordt rekening gehouden met a) strategisch grondbeheer voor toekomstige ontwikkelingen, b) het ontstaan van een logische perceelgrens met aangrenzende percelen en c) de mogelijkheid om het perceel als gemeente te beheren. 4. Hoe groen is Uitgeest? 4.1 Groenstructuren en groenparels Structurerend groen binnen de bebouwde kom Aan beide zijden van het spoor heeft de gemeente groenstructuren lopen (afbeelding 8). Een groenstructuur vormt een verbinding tussen de groene buitengebieden en groen in de bebouwde kom. Flora en fauna soorten kunnen zich via deze structuren verplaatsen tussen het openbaar groen en de natuurgebieden rondom het dorp. Het buitengebied bestaat uit meerdere Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden (afbeelding 9), dit zijn natuurgebieden en verbindingen daartussen. De verplaatsing van soorten wordt nog eens bevorderd doordat verschillende plekken in de groenstructuur een combinatie van water en groen is. Naast het bevorderen van de biodiversiteit, nodigen de groenstructuren ook uit tot bewegen. Het is belangrijk dat de groenstructuur behouden blijft en waar mogelijk versterkt wordt. In het noordelijke deel bevindt de groenstructuur zich langs de Geesterweg (afbeelding 10). Ook zijn er oost-west verbindingen, hierdoor is het groen in de bebouwde kom en de groenstructuur beter verbonden. In Waldijk lopen er verschillende groenstructuren door de wijk heen. Deze hebben een verbinding met Park Waldijk (afbeelding 11) dat gelegen is naast de Haverkamplaan en De Darse . Soorten managementplan In 2026 wordt in de gemeente een Soortenmanagementplan (SMP) opgesteld. Een SMP is een plan dat voor de hele gemeente wordt opgesteld ter bescherming van aanwezige gebouw bewonende beschermde soorten, zoals vleermuizen. Hierdoor is individueel ecologisch onderzoek per woning niet meer nodig bij bijvoorbeeld woningisolatie. Het SMP streeft naar het waarborgen en versterken van de staat van instandhouding van de beschermde soorten. Dit wordt bereikt door het implementeren van maatregelen zoals het aanbrengen van voorzieningen voor soorten zoals de vleermuis, gierzwaluw en huismus in nieuwbouwwoningen. Maar ook het behouden en creëren van nieuwe groenstructuren en het opzetten van ecologisch beheer is hierbij essentieel. Het SMP resulteert in het behouden en verbeteren van de staat van instandhouding van deze soorten en door de gebiedsgericht aanpak herstelt de natuur beter. Groenparels De gemeente Uitgeest heeft zeven (potentiële) groenparels in het binnen- en buitengebied. Deze staan beschreven in het groenbeleidsplan 2016-2025 en zijn destijds aangewezen op basis van hun (historische) locatie. Het dorp Uitgeest kent relatief weinig openbare groene ruimtes. Het is daarom zaak om te koesteren wat er is. Uitgeest is herkenbaar als een op een strandwal liggend geestdorp. Dit komt onder andere door de kenmerkende noord-zuid structuur van het oude hart, met drie noord-zuid gerichte wegen. Langs ieder van deze drie noord-zuid wegen is een groenparel aangewezen. In dit plan worden de vier groenparels binnen het bebouwd gebied uitgelicht. Groenparel 1: Omgeving Hervormde kerk: Regthuysplein, de begraafplaats en het bosje. De omgeving van de Hervormde kerk is een van de meest historische locaties in Uitgeest en bestaat uit het Regthuysplein, de begraafplaats en een ten noorden van de begraafplaats gelegen bosje. Het Regthuysplein wordt gekenmerkt door monumentale bomen en historische bebouwing. Op de begraafplaats bevinden zich 5 lindes die op het Landelijk Register Monumentale Bomen staan. De waardevolle bomen op het plein worden op dusdanige wijze verzorgd dat ze hun gezondheid behouden en kunnen groeien. Groenparel 2: Het plein voor het gemeentehuis Het aan de Middelweg gelegen plein voor het gemeentehuis is een van de weinige openbare ruimtes in het oude hart van Uitgeest. De openbare ruimte is ingericht met straatmeubilair en de bomen zijn vrij klein. Het plein heeft door de centrale ligging aan een van de oude dorpslinten, alsmede de ligging aan een prominent uit het jaar 1893 stammend pand, de potentie een groenparel te worden. Het kan een bijzondere openbare ruimte voor het hart van Uitgeest worden. Grote bomen kunnen daar een belangrijke rol bij spelen. Ambitie: Er wordt onderzocht wat haalbaar is op deze locatie wat betreft de opwaardering van het groen, en het behouden van de publieke functie. Groenparel 3: Omgeving Katholieke kerk: voorplein en begraafplaats De openbare ruimte voor de entree van de Katholieke kerk kent enkele grote bomen en is een kenmerkende plek voor de gemeente. Deze bomen krijgen net als de bomen op het Regthuysplein, wanneer het nodig is, extra verzorging waardoor ze gezond blijven. Groenparel 4: Plantsoen tussen Westergeest en Middelweg Het plantsoen gelegen tussen Westergeest en de Middelweg is een van de weinige groene openbare ruimtes in het oude hart van Uitgeest. Deze locatie is ingericht als gedenkplaats voor veteranen en een plek om te verblijven. Het plantsoen is ingericht met vaste, kenmerkende planten. Het plantsoen nodigt inwoners uit om er te verblijven. 5. Wat zijn onze kaders? 5.1 Wettelijk kaders Europese wetgeving ✥Europese natuurherstelwet (bijlage I) ✥Unielijst exoten (bijlage VII) Landelijke wetgeving (bijlage IX) ✥Klimaatakkoord Rijk ✥Burgerlijk wetboek – Zorgplicht bomen ✥Omgevingswet & Aanvullingswet Natuur Omgevingswet ✥Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden ✥Gedragscode Soortbescherming gemeenten 2025 5.2 Beleidsuitgangspunten Provinciaal ✥Omgevingsvisie Noord Holland 2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid ✥Leidraad landschap en Cultuurhistorie m.b.t. molenbiotoop (bijlage VI) Gemeentelijk (bijlage X) ✥Omgevingsvisie Uitgeest 2030 ‘Mooi, Gezond, Duurzaam’ ✥Programma Klimaat 2021-2025 (de BUCH) ✥Op weg naar klimaatadaptieve en natuurinclusieve gemeenten: Beleidsplan & uitvoeringsprogramma 2023-2026 (de BUCH) ✥Programma Water en Riolering 2023-2026 Uitgeest1 ✥Speelruimteplan 2022-2026 Uitgeest 5.3 Overige kaders ✥Samenwerkingsakkoord Uitgeest 2022 (bijlage XI) ✥Verordening Fysieke Leefomgeving Uitgeest: Artikel 4:1 Bestrijding iepziekte (bijlage XI) 6. Wat gaan we doen? In dit hoofdstuk wordt er verwezen naar de ‘Basiskwaliteit Natuur (BKN) in de bebouwde omgeving’. Dit rapport maakt onderdeel uit van het kennistraject ‘Basiskwaliteit Natuur in Nederland 2024-2028. Dit is een samenwerking tussen Naturalis, SoortenNL, Vogelbescherming Nederland, IUCN NL, Wageningen Environmental Research en het Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Dit rapport richt zich op de condities die nodig zijn om de BKN in de bebouwde omgeving te realiseren. De bebouwde omgeving is een belangrijk leefgebied voor veel algemene planten- en diersoorten. Wanneer de condities (abiotiek, inrichting en beheer) op orde zijn, heeft dit een positief effect op de BKN. In bijlage V staan de condities en de ideale waarden die aanwezig moeten zijn in de gemeente om de BKN te borgen. BKN werkt aan het doel van de EU Natuurherstelwet om de ecosystemen te verbeteren. Door te werken aan BKN, wordt er een goeie basis gelegd om de natuurkwaliteit in bebouwde gebieden te verbeteren. Daarbij vormt het de basis voor een gezond ecosysteem dat cruciale ecosysteemdiensten levert, waarin algemene soorten algemeen zijn. Hoewel het document niet is opgesteld in opdracht van het Rijk, is het ministerie van LVVN wel betrokken geweest bij het opstellen ervan. Ook wordt er in het document van het Rijk ‘Handreiking: Groen in en om de stad (GIOS)’ verwezen naar het BKN rapport. In dit hoofdstuk wordt ook verwezen naar het GIOS rapport. De Handreiking GIOS van het ministerie van BZK en het ministerie van LVVN, biedt gemeenten en provincies zowel inhoudelijke als procesmatige handvatten om groen gelijkwaardig aan andere thema’s binnen het ruimtelijk domein mee te nemen in de planvorming. In de Handreiking wordt een borgingssystematiek gepresenteerd. Gemeentes en provincies kunnen hier, op vrijwillige basis, mee aan de slag. 6.1 De ambities en manier van werken per pijler Om invulling te geven aan de verschillende opgaven zijn er ambities en aansluitende acties geformuleerd. Ook is te lezen hoe wij invulling geven aan de opgaven. De onderstaande icoontjes worden gebruikt om het bovenstaande inzichtelijk te maken. Groen & Identiteit Woonwijken hebben elk hun eigen groenkarakter, waar mogelijk wordt dit versterkt. In de Kleis en Waldijk komt meer variatie in vaste planten. De nieuwe beplanting heeft als uitgangspunt dat het voeding biedt voor insecten en dat het zoveel mogelijk inheems is. Er wordt gevarieerdere beplanting geplant. Alle groenparels zijn ontwikkeld en worden waar nodig extra onderhouden. Het plein voor het gemeentehuis is aangewezen als potentiële groenparel. De publieke functie van het plein blijft geborgd. De haalbaarheid van het ontwikkelen van het plein voor het gemeentehuis tot groenparel wordt onderzocht. De groenstructuur blijft in stand en wordt beschermd. De bomen in de groenstructuur dragen bij aan de identiteit van het dorp, ze zijn beeldbepalend. Ook dragen ze bij aan een gunstig leefklimaat van het dorp. Deze bomen spelen ook een rol voor dieren, bijvoorbeeld voor vleermuizen. Bomen in de groenstructuur moeten daarom duurzaam in stand worden gehouden en waar mogelijk worden versterkt. Activiteiten in de groenstructuur mogen geen schade aanbrengen aan de bomen. Er worden integrale regels opgesteld voor het omgevingsplan. Het doel van deze regels is om de aanwezige bomen in de groenstructuur beter te beschermen. Elk wijktype moet een minimum hoeveelheid groen hebben. De inrichting van een wijk is kenmerkend voor een bepaalde tijdsperiode. Bij elk wijktype hoort een bepaald percentage groen (tabel 1 GIOS). Bij ontwikkelingen op buurt- en wijk niveau wordt op basis van het wijktype bepaald welk percentage groen er aanwezig moet zijn. De ontwikkelingen moeten bijdragen aan het behouden of verhogen van het aanwezige openbare groen richting de streefwaarde. Bij ontwikkelingen op buurt- en wijk niveau wordt op basis van het wijktype bepaald welk percentage groen er minimaal aanwezig moet zijn. De ontwikkelingen leiden of tot het behouden van de streefwaarde, of tot het verhogen van het percentage groen richting de streefwaarde. Groenbeleving Geesterweg. Tijdens de ontwikkelingen rondom Geesterweg wordt er gestreefd naar het verbinden van het aanwezige groen en een eenduidige wijze van beheer en beplanting. Het beheer wordt afgestemd op de ontwikkelingen. Entrees, rotondes en andere belangrijke locaties in de gemeente zijn voorzien van kenmerkende beplanting (opvallende kleuren of vormen). Het onderhoud van het openbaar groen gebeurt in de hele gemeente op beeldkwaliteit niveau B (Kwaliteitscatalogus openbare ruimte). Hiervan moet jaarlijks minimaal 90% op beeld zijn. Beheerelementen die extensief worden beheerd, worden op frequentie en niet op beeld beheerd. Binnen de molenbiotopen sluit de nieuwe beplanting en het beheer aan bij de regels voor het biotoop zoals opgesteld door de Provincie Noord Holland, zie bijlage VI. Dit geldt voor de reeds actieve molens. Bij nieuwbouwontwikkelingen en herinrichtingen wordt in een vroeg stadium de groenafdeling betrokken bij de planvorming. Het uitgangspunt is om het groen op ontwikkellocaties zoveel mogelijk te behouden op dezelfde plek en nieuw groen toe te voegen. Vooral bomen dienen zoveel mogelijk te blijven staan, een jonge vervangende boom doet er namelijk jaren over voordat deze dezelfde waarde (ecologisch, economisch en klimatologisch) heeft bereikt. Om te beoordelen wat de mogelijke gevolgen zijn van bouw en aanleg voor bestaande bomen, wordt er een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. Groen dat wel moet verdwijnen, wordt op gelijkwaardige wijze gecompenseerd op of nabij de ontwikkellocatie. De wijktypologieën in de gemeente Uitgeest verschillen sterk. In het type volkswijk (noordoost van de N203) is de ruimte beperkt. Het centrum bestaat uit naoorlogse woningen, hier is ruimte voor infiltratie in openbaar en particulier gebied. De westkant van De Koog bestaat uit villa’s en bloemkoolwijken. Hier is meer ruimte voor het vergroten van de capaciteit van het watersysteem en wadi’s als de ondergrond voldoende doorlatend is. De Kleis is een Vinex-wijk. Hier is ruimte voor bijvoorbeeld grindgoten en wadi’s, als de grond voldoende doorlatend is. Groen & Gezondheid De groenbeleving van inwoners wordt vergroot. Nieuwe groenlocaties die worden aangelegd tijdens ontwikkelingen en herinrichtingsprojecten worden waar mogelijk verbonden met de bestaande groenstructuur. Bij ontwikkelingen wordt gestreefd naar het koppelen van het nieuwe groen aan de bestaande groenstructuur. De toepasbaarheid van de 3-30-300 regel wordt onderzocht. De 3-30-300 regel houdt in dat er vanuit elke woning 3 bomen te zien zijn, dat er rondom een gebouw een minimale kroonbedekking is van 30% (vanaf 30% kroonbedekking is er een positief effect op de gezondheid merkbaar) en dat zich op 300 meter afstand van een woning een park of groene ruimte aanwezig is waar je kunt recreëren. Er wordt onderzocht of de 3-30-300 regel op wijkniveau binnen bestaande bebouwing toegepast kan worden. Aan de hand van dit onderzoek kunnen er concrete doelen worden geformuleerd. Dit kan in combinatie met de bomenkansenkaart (onder Groen & Bomen). Schoolpleinen zijn groen ingericht. Het vergroenen van schoolpleinen stimuleert het speelgedrag van kinderen en draagt bij aan de klimaatbestendigheid van het dorp. Het vergroenen van schoolpleinen wordt gestimuleerd vanuit de gemeente door jaarlijks aan één initiatief een financiële bijdrage te leveren. De inrichting en onderhoud van het plein is de verantwoordelijkheid van de school. Het groenareaal wordt uitgebreid, dit gebeurt door bestrating te vervangen voor openbaar groen. Deze uitbreiding komt bovenop het groen dat wordt aangelegd bij nieuwbouw en ruimtelijke ontwikkelingen. Bewoners kunnen ideeën aandragen voor initiatieven zoals het onderhouden van openbaar groen of het aanleggen van buurt(moes)tuinen. Een gezamenlijk groenproject dat wordt onderhouden door inwoners draagt bij aan de sociale cohesie en kan ook een bijdrage leveren aan de biodiversiteit en klimaatadaptatie. De gemeente onderzoekt samen met bewoners de haalbaarheid van de initiatieven Om het buiten spelen (in de natuur) te stimuleren wordt er ingezet op spelen in het groen. Het streven is dat speeltoestellen in het gras staan en dat er beplanting en bomen aanwezig zijn op de speelplek. Groen & Klimaatbestendigheid Er is 40% schaduw aanwezig langs doorgaande routes en verblijfplekken Er is tenminste 40% schaduw in het gemeente bij de hoogte zonnestand (21 juni) op plekken waar veel langzaam verkeer zich verplaatst en op verblijfsplekken. Vanuit de discipline ‘Klimaat’ wordt een plan opgesteld om 40% schaduw te realiseren, het aanplanten van bomen draagt hieraan bij. Deze ambities wordt meegenomen in het opstellen van de bomenkansenkaart (onder Groen & Bomen). Bij de plantkeuze wordt rekening gehouden met de locatie waar het wordt geplant en met klimaatverandering. Voor het onderhoud van het groen wordt gebruik gemaakt van duurzaam materiaal, zoveel mogelijk elektrisch en zonder uitstoot van CO2. Er wordt jaarlijks gezocht naar locaties om extra bomen aan te planten om hittestress en wateroverlast te beperken. Boomspiegels van nieuwe bomen in verharding worden voorzien van vaste planten of ingezaaid met bloeiende kruiden. Waar mogelijk gebeurt dit ook bij reeds aangeplante bomen. De beplanting zorgt ervoor dat de bodem meer vocht vast kan houden. Maaisel dat vrijkomt bij extensief maaien wordt verwerkt tot bokashi (een bodemverbeteraar gemaakt door gefermenteerd gras) De openbare ruimte wordt bij herontwikkelingen klimaatbestendig ingericht, dit gebeurt mede door beplanting. Groen wordt gebruikt om water op te vangen, te bufferen en vertraagd af te voeren. Het aanleggen van een wadi kan hier een rol in spelen. Waar mogelijk wordt de bestrating op hetzelfde niveau met het groen gebracht, hierdoor krijgt het een afwateringsfunctie. Bewoners worden gestimuleerd om geveltuinen aan te leggen, de gemeente helpt hierbij. Groen & Biodiversiteit Het ecologisch maaibeheer wordt uitgebreid. Door ecologisch te maaien komt er een grotere verscheidenheid aan kruiden. Doordat er minder vaak gemaaid wordt, vergroot het voedselaanbod en de schuilgelegenheid voor insecten. Gedurende het jaar wordt gezocht naar locaties die geschikt zijn om ecologisch te maaien volgens de Kleurkeur richtlijnen. Het aantal nestvoorzieningen voor vleermuizen, vogels en insecten wordt uitgebreid. Nestvoorzieningen hebben een stimulerende werking op de aanwezigheid van de soorten die er gebruik van kunnen maken. Elk jaar wordt er gezocht naar geschikte locaties voor insectenhotels, nestkasten en vleermuiskasten. Om de nestvoorzieningen en het omliggende leefgebied voor vogels te verbeteren, wordt een samenwerking gezocht met lokale natuurverenigingen. De bijzondere flora en fauna soorten die in de gemeente aanwezig zijn worden in kaart gebracht en de aanwezigheid wordt gestimuleerd. Om doelgerichte maatregelen te nemen om de biodiversiteit te verbeteren, moet bekend zijn welke flora- en fauna soorten er wel en niet voorkomen in de gemeente. Dit is belangrijke kennis om te verzamelen. Er worden ecologische factsheets opgesteld, deze maken inzichtelijk welke bijzondere soorten er op wijkniveau voorkomen. Ook staan er op deze factsheets acties die bewoners en de gemeente kan nemen om de biodiversiteit te verbeteren. Het beheer wordt waar nodig afgestemd op de aanwezige bijzondere flora en fauna. De Vlinderstichting voert periodiek een biodiversiteitsmonitoring uit, er wordt gemonitord op aanwezige insecten in graslanden. De basiskwaliteit natuur (BKN) in de bebouwde omgeving wordt verbetert. De bebouwde omgeving vormt een belangrijk leefgebied voor veel algemene planten- en diersoorten. Wanneer de kwaliteit van natuur in de bebouwde omgeving op orde is, heeft dit een positief effect op de algemene soorten. Er wordt een plan opgesteld waarin wordt uitgewerkt hoe de condities ‘inrichting’, ‘abiotiek’, ‘beheer’ op orde gebracht kunnen worden. Deze condities bevatten de randvoorwaarden voor het herstellen, behouden en versterken van de biodiversiteit. Er vindt meerjarige monitoring plaats om de ontwikkeling van de aanwezige algemene soorten (BKN) in kaart te brengen Het voedselaanbod voor insecten vergroten. Insecten zijn een belangrijke voedselbron voor andere dieren en ze spelen een belangrijke rol bij de bestuiving van planten. Hun aanwezigheid speelt daardoor een belangrijke rol in het verbeteren van de biodiversiteit. Op daarvoor geschikte locaties worden bloemrijke gebieden aangelegd, deze kunnen mogelijk ook ontstaan door ecologisch beheer. De groenvoorzieningen worden zoveel mogelijk ecologische beheerd, natuurtechnisch maaien is hier een voorbeeld van. Bosplantsoenen blijven behouden en er worden nieuwe aangelegd ten behoeve van o.a. vogels en egels. In bloemrijke plantenvakken ligt de nadruk op planten die insecten aantrekken. Wanneer de locatie het toelaat zijn de planten zoveel mogelijk inheems of zelfs gebiedseigen. Door de diversiteit van de beplanting in een plantenvak, ontstaat er een bloeiperiode van het voor- tot het najaar. Daar waar mogelijk blijft bladval liggen. Het dient als voeding voor de bodem en biedt een schuilplek voor dieren zoals egels. Fauna soorten die op de Unielijst invasieve exoten staan (bijlage VII) en voor overlast zorgen, worden actief bestreden. Wanneer het mogelijk is wordt er gekozen voor biologisch geteeld plantmateriaal Het maaisel dat achterblijft bij extensief maaien wordt afgevoerd, de bodem verschraalt hierdoor. Op een verschraalde bodem gaat een grotere diversiteit aan kruiden groeien. Waar mogelijk blijft er dood hout liggen in de buitenruimte. Dood hout biedt voedsel, schuilgelegenheid en een groeiplek voor veel insecten. Op daarvoor geschikte locaties worden takkenrillen aangebracht. Het groenbeheer (zowel door gemeente als externe partijen) wordt uitgevoerd volgens de richtlijnen van de Gedragscode soortenbescherming gemeenten. Door te werken volgens de gedragscode wordt er zorgvuldig en natuurinclusief gewerkt bij bestendig beheer en ruimtelijke ontwikkelingen. De medewerkers worden opgeleid om te werken volgens deze gedragscode. Bij omgevingsvergunningplichtige projecten wordt er Natuurinclusief gebouwd (Op weg naar Klimaatadaptieve en natuurinclusieve gemeenten, Beleidsplan & Uitvoeringsprogramma 2023-2026). Dit vergroot de kansen voor natuur (flora en fauna) in gebouwen en de directe omgeving (openbare ruimte) van deze gebouwen. Tijdens het maaien wordt rekening gehouden met het behouden van waardplanten. Groen & Bomen Het thema ‘bomen’ wordt hier als aparte pijler behandeld, maar levert uiteraard ook een bijdrage aan de overige pijlers. Het bomenbeleid- en beheer is gericht op het creëren en in stand houden van een gezond, divers en toekomstbestendig bomenareaal. Daarnaast is het van belang dat het huidige bomenareaal beter beschermd wordt. Dit moet ertoe leiden dat de oppervlakte boomkroonbedekking (afbeelding 20) van de gemeentelijke bomen wordt vergroot. Dit is een opgave vanuit de EU Natuurherstelwet. De boomkroonbedekking is het percentage van de ondergrond dat wordt bedekt door de kronen (takken en bladeren) van de bomen. De afgelopen jaren lag de nadruk op het laten toenemen van het aantal bomen. Het aantal bomen zegt alleen niks over de bedekking die de kronen geven op de ondergrond. Volwassen bomen in de openbare ruimte zijn in te delen in drie verschillende groottes: de 1e, 2e en 3e orde grootte (afbeelding 21). Wanneer het over de 1e, 2e en 3e orde van grootte gaat, wordt hiermee de gedoeld op de volwassen grootte die een boom kan halen. In afbeelding 21 is het verschil te zien tussen de kroongroottes van de bomen en de bedekking die dat geeft op de ondergrond die ze als eindbeeld hebben. Tien bomen van de 1e orde grootte bomen hebben een veel grotere kroonbedekking dan tien bomen van de 3e orde grootte, en dragen daardoor veel meer bij aan klimaatbestendigheid en andere functies die bomen leveren (afbeelding 22). Wanneer er beredeneerd wordt vanuit de bijdrage die een boom kan leveren, kan dit beter vanuit de boomkroonbedekking dan vanuit het aantal bomen. Sinds 2024 geldt de EU Natuurherstelwet. Hierin staat dat er vanaf 2024 tot 2031 geen nettoverlies van stedelijke boomkroonbedekking mag zijn. Vanaf 2031 moet de stedelijke boomkroonbedekking toenemen. Het doel is dat er een minimale bedekking van 10% wordt bereikt. In het berekenen van deze bedekking wordt er gekeken naar alle bomen binnen de gemeentegrens, niet alleen naar gemeentelijke bomen. De situatie in 2025 was dat de gemeente Uitgeest een boomkroonbedekking van 4,1 % had. Vanuit de EU Natuur-herstelwet moet de gemeente zich ook inzetten om bomen buiten het gemeentelijke areaal (bomen van particulieren en (natuur) organisaties), beter te beschermen en behouden. Gemiddeld vormt het gemeentelijk bomenareaal in Nederland maar 20% van het totaal aantal bomen in een gemeente. Door in te zetten op een duurzaam bomenareaal waarbij bomen tot volle wasdom kunnen groeien, levert een boom maximaal bij aan de boomkroonbedekking en aan de ander functies van een boom (afbeelding 22). Deze functies hebben betrekking tot het verbeteren van de gezondheid doordat bomen verkoeling bieden. Ook speelt een boom, en dan met name een van de 1e orde grootte, een belangrijke bijdrage aan het klimaatbestendig maken van de openbare ruimte. Daarnaast zijn bomen belangrijk voor een heleboel diersoorten, bijvoorbeeld voor vogels, vleermuizen en insecten. Er komt een waardevolle bomenlijst met daarop cultuurhistorische groenstructuren en bijzondere en monumentale gemeentelijke en particuliere bomen. Bomen die op de waardevolle bomenlijst staan, hebben een a) ecologische waarde, b) cultuurhistorische waarde, c) dendrologische of d) beeldbepalende waarde. Een bijzondere boom is minimaal 50 jaar oud, een monumentale boom is minimaal 80 jaar oud) (bijlage VIII). In de gemeente vindt een inventarisatie plaats om te bepalen welke gemeentelijke en particuliere bomen er in aanmerking komen voor de waardevolle bomenlijst. De definitieve lijst wordt vastgesteld. Elke vier jaar wordt de lijst geactualiseerd, vanuit de gemeente en particulieren worden bomen aangedragen. Er vindt een inventarisatie plaats van cultuurhistorische groenstructuren. Er wordt een kapvergunningsstelsel voor de waardevolle bomen ingericht. Bomen op particulier terrein worden in verband met de EU Natuurherstelwet herplant. In de EU Natuurherstelwet staat dat de boomkroonbedekking tot 2031 niet mag afnemen, vanaf 2031 moet de boomkroonbedekking toenemen. Dit geldt voor de totale boomkroonbedekking van alle bomen in de gemeente. Er worden integrale regels opgesteld voor het omgevingsplan. Het doel van deze regels is om bewoners te stimuleren om bomen op eigen terrein te behouden en indien nodig gekapte bomen te laten herplanten. Het gemeentelijk bomenareaal wordt duurzaam in stand gehouden en de boomkroonbedekking neemt toe. Het is, gezien de opgaven die er liggen (het verbeteren van de biodiversiteit, klimaatbestendigheid van het dorp en het vergroten van de boomkroonbedekking) belangrijk dat de bomen die er nu staan zoveel mogelijk behouden blijven en dat er nieuwe bomen worden bij geplant. Het helpt hierbij om de groeiplekken binnen de openbare ruimte voor nieuwe bomen te verruimen. Voor gemeentelijke bomen komt een herplantplicht. Dit wordt geborgd in het omgevingsplan . Wanneer een gemeentelijke boom verwijderd moet worden in verband met ontwikkelingen, wordt er allereerst onderzocht of de boom verplaatst kan worden. Wanneer dit geen optie is en de boom wordt gekapt, dan dient er op dezelfde plek of in de omgeving een nieuwe boom geplant te worden. De nieuw aan te planten boom is van dezelfde of grotere orde van grootte (afbeelding 21). Het gaat niet om de grootte van de boom bij aanplant, maar de orde waarin de boomsoort valt. Dit draagt op termijn bij aan het toenemen van de boomkroonbedekking. Bij projecten waar bomen worden aangeplant, staat niet het aantal aan te planten bomen centraal, maar de groei van het boomkroonbedekking binnen de gemeente. De uiteindelijke boomkroonbedekking van deze nieuwe bomen moeten 30% aan schaduw bieden. Er wordt een bomenkansenkaart voor het aanplanten van bomen opgesteld. De openbare ruimte wordt bovengronds en ondergronds al voller. Er moet in kaart gebracht worden waar het mogelijk is om bomen te planten. Deze kansenkaart draagt bij aan de opgave om de boomkroonbedekking te vergroten. Dit kan in combinatie met het 3-30-300 onderzoek (onder Groen & Gezondheid) Aan de hand van een monitoringsprogramma wordt periodiek de boomkroonbedekking in kaart gebracht. Er worden integrale regels opgesteld voor het omgevingsplan. Het doel van deze regels is om het mogelijk te maken om bomen dichter bij de erfgrens te planten zodat er meer mogelijkheden ontstaan om bomen te planten in de openbare ruimte en op particulier terrein. Bomen kunnen voor een kortere duur worden geplant. Er zijn situaties die het aanplanten van bomen bemoeilijken. Dit kan komen door de aanwezigheid van kabels en leidingen, of geplande toekomstige werkzaamheden. Bomen die op zo’n locatie worden geplant kunnen niet hun streefleeftijd halen, een kortere levensduur wordt voor lief genomen. Bomen moeten in bepaalde gevallen geplant kunnen worden op kabels en leidingen. In het geval van geplande herontwikkelingen, wordt er gezocht naar een passende inrichting tijdens de overbruggingsperiode. Inwoners betrekken bij het aanplanten van gemeentelijke bomen en stimuleren zelf bomen te planten. Bij de opgaven die we als gemeente hebben, hebben we ook de hulp van bewoners nodig. Het is belangrijk dat inwoners zich bewust zijn van het belang van bomen in de openbare ruimte en hun eigen tuin. Inwoners wordt jaarlijks gevraagd om mee te denken over nieuwe aanplantplekken voor bomen. Er wordt een samenwerking aangegaan met een stichting die bewoners, organisaties en bedrijven stimuleert om op hun eigen terrein bomen te planten. Het beheer van het bomenareaal is erop gericht om het bomenareaal te behouden en te versterken. Werkzaamheden aan en rondom bomen worden uitgevoerd volgens de meest recente versie van het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. Huidige bomen en nieuwe bomen krijgen de verzorging die zij nodig hebben om tot een maximale groei te komen. Denk hierbij aan het aanbrengen van groeiplaatsverbetering. Hierbij wordt gewerkt volgens het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. De boomveiligheidscontrole (BVC) van geregistreerde bomen vindt elke drie jaar plaats. Jaarlijks wordt hierdoor 1/3 van het bomenareaal gecontroleerd. Na drie jaar is het hele areaal gecontroleerd. De maatregelen die uit de BVC komen, zoals bijvoorbeeld het verwijderen van dode takken, worden vervolgens uitgevoerd. Gezonde bomen worden in beginsel niet gekapt. Wanneer het nodig is om een gezonde boom te verwijderen, is dit ten behoeve van een urgent maatschappelijk doel (o.a. woningbouw of (verkeers)veiligheid). Het streven is om bomen in open grond/groen te planten en niet in de verharding. Dit is beter voor de boom, en gunstig voor de ondergrondse ruimteclaim. Bomen in open grond hebben meer ruimte voor de wortels dan bomen in verharding. Daarnaast is er minder conflict met kabels en leidingen. Bij het planten van bomen wordt rekening gehouden met de ruimte die bomen boven- en ondergronds nodig hebben om tot volle wasdom te komen. Wanneer een boom volwassen is draagt het maximaal bij aan de functies die het vervult (afbeelding 22). Dit is vooral van belang bij inbreidings- of uitbreidingsprojecten. Het bomenareaal bestaat uit een diversiteit aan bomen. In straten worden geen monoculturen aangeplant, dit om ziektes en plagen te voorkomen. Bomen waar overlast van wordt ervaren, worden niet verwijderd of gesnoeid. Onder overlast wordt o.a. verstaan: schaduw op zonnepanelen, bladval, seizoensmatige aanwezigheid van insecten en hooikoorts. Bij het aanplanten van nieuwe bomen geldt de regel ‘de juiste boom op de juiste plek’. Er wordt rekening gehouden met o.a. groeiruimte, ondergrondse infrastructuur, waterpeil, klimaatatlas, biodiversiteit, gezondheid inwoners en dat bomen op de groeiplek een streefleeftijd van 80 jaar kunnen behalen. Belanghebbenden worden betrokken en geïnformeerd bij groot onderhoud en reconstructiewerkzaamheden die betrekking hebben op het bomenareaal. Belanghebbenden kunnen in bepaalde gevallen, binnen door de gemeente gestelde kaders, meedenken over de aanplant van nieuwe bomen. De exacte wijze waarop de participatie plaats vindt, hangt af van hoe ingrijpend de werkzaamheden zijn. De bomen worden zo goed mogelijk beschermt tegen ziekten en er wordt gewerkt aan het tegengaan van de verspreiding ervan, hiervoor worden vaste protocollen gevolgd. Activiteiten rondom de bomen in de groenstructuur mogen geen schade boven – en ondergrondse (boombeschermingszone) toebrengen aan. Dit geldt voor activiteiten op of nabij de boom of boombeschermingszone. 7. De uitvoeringsmaatregelen 7.1 Beheren en onderhouden: doorkijkje naar wat we doen. Bomenbeheer ✥Elke drie jaar boomveiligheidscontrole ✥Werken volgens de meest recente versie van Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. Maaibeheer ✥Intensief (elke 2 weken) (op niveau B) ✥Extensief (maaisel wordt afgevoerd): 1 à 2 keer per jaar, vaak bermen ✥Natuurtechnisch maaien, volgens Kleurkeur ✥Begrazing door schapen Openbaar groen ✥Beheren op beeldkwaliteit niveau B ✥Beheren op frequentie (ecologisch beheer) 7.2 Inrichting openbare ruimte: doorkijkje naar wat we doen Ontwikkelingen ✥De beleidsregels zijn richtinggevend voor gemeentelijke projectplannen. ✥Ontwikkeling groenparel. Klimaatbestendig ✥Bij ontwikkelingen en herinrichtingsplannen wordt het gebied klimaatbestendig ingericht. ✥Het groenareaal wordt zoveel mogelijk uitgebreid. 8. Overzicht ambities Ambitie Toelichting Maatregel Uitvoering budget en formatie Groen & Identiteit 1. Woonwijken hebben elk hun eigen groenkarakter, waar mogelijk wordt dit versterkt. In de Kleis en Waldijk komt meer variatie in vaste planten. De nieuwe beplanting heeft als uitgangspunt dat het voeding biedt voor insecten en dat het zoveel mogelijk inheems is. Er wordt gevarieerdere beplanting geplant. Binnen huidige beheerbudget en/of formatie. 2. Alle groenparels zijn ontwikkeld en worden waar nodig extra onderhouden. Het plein voor het gemeentehuis is aangewezen als potentiële groenparel. De publieke functie van het plein blijft geborgd. De haalbaarheid van het ontwikkelen van het plein voor het gemeentehuis tot groenparel wordt onderzocht. Wens: Budget niet beschikbaar. Wordt nader onderzocht waarna budgetaanvraag wordt gedaan in de planning & control documenten. 3. De groenstructuur blijft in stand en wordt beter beschermd. De bomen in de groenstructuur dragen bij aan de identiteit van het dorp, ze zijn beeldbepalend. Ook dragen ze bij aan een gunstig leefklimaat van het dorp. Deze bomen spelen ook een rol voor dieren, bijvoorbeeld voor vleermuizen. Bomen in de groenstructuur moeten daarom duurzaam in stand worden gehouden en waar mogelijk worden versterkt. Activiteiten in de groenstructuur mogen geen schade aanbrengen aan de bomen. Er worden integrale regels opgesteld voor het omgevingsplan. Het doel van deze regels is om de aanwezige bomen in de groenstructuur beter te beschermen. Binnen huidige beheerbudget en/of formatie. 4. Elk wijktype moet een minimum hoeveelheid groen hebben. De inrichting van een wijk is kenmerkend voor een bepaalde tijdsperiode. Bij elk wijktype hoort een bepaald percentage groen (tabel 1 GIOS). Bij ontwikkelingen op buurt- en wijk niveau wordt op basis van het wijktype bepaald welk percentage groen er aanwezig moet zijn. De ontwikkelingen moeten bijdragen aan het behouden of verhogen van het aanwezige openbare groen richting de streefwaarde. Bij ontwikkelingen op buurt- en wijk niveau wordt op basis van het wijktype bepaald welk percentage groen er minimaal aanwezig moet zijn. De ontwikkelingen leiden of tot het behouden van de streefwaarde, of tot het verhogen van het percentage groen richting de streefwaarde. Wordt onderzocht bij ontwikkelingen in de wijk. 5. Groenbeleving Geesterweg. Tijdens de ontwikkelingen rondom Geesterweg wordt er gestreefd naar het verbinden van het aanwezige groen en een eenduidige wijze van beheer en beplanting. Het beheer wordt afgestemd op de ontwikkelingen. Binnen huidige beheerbudget en/of formatie. Ambitie Toelichting Maatregel Uitvoering budget en formatie Groen & Gezondheid 6. De groenbeleving van inwoners wordt vergroot. Nieuwe groenlocaties die worden aangelegd tijdens ontwikkelingen en herinrichtingsprojecten worden waar mogelijk verbonden met de bestaande groenstructuur. Bij ontwikkelingen wordt gestreefd naar het koppelen van het nieuwe groen aan de bestaande groenstructuur. Binnen huidige beheerbudget en/of formatie. 7. De toepasbaarheid van de 3-30-300 regel wordt onderzocht. De 3-30-300 regel houdt in dat er vanuit elke woning 3 bomen te zien zijn, dat er rondom een gebouw een minimale kroonbedekking is van 30% (vanaf 30% kroonbedekking is er een positief effect op de gezondheid merkbaar) en dat zich op 300 meter afstand van een woning een park of groene ruimte aanwezig is waar je kunt recreëren. Er wordt onderzocht of de 3-30-300 regel op wijkniveau binnen bestaande bebouwing toegepast kan worden. Aan de hand van dit onderzoek kunnen er concrete doelen worden geformuleerd. Dit kan in combinatie met de bomenkansenkaart (onder Groen & Bomen). De kosten hiervan zijn nog niet bekend, dit traject wordt separaat opgestart. Indien budget benodigd is, wordt dit verwerkt in de planning & control cyclus. 8. Schoolpleinen zijn groen ingericht. Het vergroenen van schoolpleinen stimuleert het speelgedrag van kinderen en draagt bij aan de klimaatbestendigheid van het dorp. Het vergroenen van schoolpleinen wordt gestimuleerd vanuit de gemeente door jaarlijks aan één initiatief een financiële bijdrage te leveren. De inrichting en onderhoud van het plein is de verantwoordelijkheid van de school. Maximale bijdrage Jaarlijks €7.500. Groen & Klimaatbestendigheid 9. Er is 40% schaduw aanwezig langs doorgaande routes en verblijfplekken. Er is tenminste 40% schaduw in het gemeente bij de hoogte zonnestand (21 juni) op plekken waar veel langzaam verkeer zich verplaatst en op verblijfsplekken. Vanuit de discipline ‘Klimaat’ wordt een plan opgesteld om 40% schaduw te realiseren, het aanplanten van bomen draagt hieraan bij. Deze ambities wordt meegenomen in het opstellen van de bomenkansenkaart (onder Groen & Bomen). Er wordt een bomenkansenkaart opgesteld. Hieruit blijkt welke financiële gevolgen kunnen worden verwacht. Groen & Biodiversiteit 10. Het ecologisch maaibeheer wordt uitgebreid. Door ecologisch te maaien komt er een grotere verscheidenheid aan kruiden. Doordat er minder vaak gemaaid wordt, vergroot het voedselaanbod en de schuilgelegenheid voor insecten. Gedurende het jaar wordt gezocht naar locaties die geschikt zijn om ecologisch te maaien volgens de Kleurkeur richtlijnen. Onderdeel van de periodieke aanbestedingen maaien. 11. Het aantal nestvoorzieningen voor vleermuizen, vogels en insecten wordt uitgebreid. Nestvoorzieningen hebben een stimulerende werking op de aanwezigheid van de soorten die er gebruik van kunnen maken. a. Elk jaar wordt er gezocht naar geschikte locaties voor insectenhotels, nestkasten en vleermuiskasten. Jaarlijks € 5.000,- voor de aanschaf en plaatsing van nestvoorzieningen. Deze aanvraag wordt verwerkt in bijgevoegde begrotingswijziging b. Om de nestvoorzieningen en het omliggende leefgebied voor vogels te verbeteren, wordt een samenwerking gezocht met lokale natuurverenigingen. Binnen huidige beheerbudget en/of formatie. Ambitie Toelichting Maatregel Uitvoering budget en formatie 12. De bijzondere flora en fauna soorten die in de gemeente aanwezig zijn worden in kaart gebracht en de aanwezigheid wordt gestimuleerd. Om doelgerichte maatregelen te nemen om de biodiversiteit te verbeteren, moet bekend zijn welke flora- en fauna soorten er wel en niet voorkomen in de gemeente. Dit is belangrijke kennis om te verzamelen. a. Er worden ecologische factsheets opgesteld, deze maken inzichtelijk welke bijzondere soorten er op wijkniveau voorkomen. Ook staan er op deze factsheets acties die bewoners en de gemeente kan nemen om de biodiversiteit te verbeteren. € 10.000, deze aanvraag wordt verwerkt in bijgevoegde begrotingswijziging. b. Het beheer wordt waar nodig afgestemd op de aanwezige bijzondere flora en fauna. Binnen huidige beheerbudget en/of formatie. c. De Vlinderstichting voert periodiek een biodiversiteitsmonitoring uit, er wordt gemonitord op aanwezige insecten in graslanden. Jaarlijks € 8000,- Deze aanvraag wordt verwerkt in bijgevoegde begrotingswijziging. 13. De basiskwaliteit natuur (BKN) in de bebouwde omgeving wordt verbetert. De bebouwde omgeving vormt een belangrijk leefgebied voor veel algemene planten- en diersoorten. Wanneer de kwaliteit van natuur in de bebouwde omgeving op orde is, heeft dit een positief effect op de algemene soorten. a. Er wordt een plan opgesteld waarin wordt uitgewerkt hoe de condities ‘inrichting’, ‘abiotiek’, ‘beheer’ op orde gebracht kunnen worden. Deze condities bevatten de randvoorwaarden voor het herstellen, behouden en versterken van de biodiversiteit. Binnen huidige beheerbudget en/of formatie. b. Er vindt meerjarige monitoring plaats om de ontwikkeling van de aanwezige algemene soorten (BKN) in kaart te brengen. 0- meting binnen huidig budget. Jaarlijkse monitoring wordt aangevraagd in de planning & control documenten. 14. Het voedselaanbod voor insecten vergroten. Insecten zijn een belangrijke voedselbron voor andere dieren en ze spelen een belangrijke rol bij de bestuiving van planten. Hun aanwezigheid speelt daardoor een belangrijke rol in het verbeteren van de biodiversiteit. Op daarvoor geschikte locaties worden bloemrijke gebieden aangelegd, deze kunnen mogelijk ook ontstaan door ecologisch beheer. Jaarlijks € 5.000 voor de aanleg van bloemrijke gebieden. Wordt verwerkt in bijgevoegde begrotingswijziging Groen & Bomen 15. Er komt een waardevolle bomenlijst met daarop cultuurhistorische groenstructuren en bijzondere en monumentale gemeentelijke en particuliere bomen. Bomen die op de waardevolle bomenlijst staan, hebben een a) ecologische waarde, b) cultuurhistorische waarde, c) dendrologische of d) beeldbepalende waarde. Een bijzondere boom is minimaal 50 jaar oud, een monumentale boom is minimaal 80 jaar oud) (bijlage VIII). a. In de gemeente vindt een inventarisatie plaats om te bepalen welke gemeentelijke en particuliere bomen er in aanmerking komen voor de waardevolle bomenlijst. De definitieve lijst wordt vastgesteld. Elke vier jaar wordt de lijst geactualiseerd, vanuit de gemeente en particulieren worden bomen aangedragen. 0- meting wordt uitbesteed: €30.000,- Wordt onderdeel van de begrotingswijziging. b. Er vindt een inventarisatie plaats van cultuurhistorische groenstructuren. Binnen huidige beheerbudget en/of formatie. c. Er wordt een kapvergunningsstelsel voor de waardevolle bomen ingericht. Binnen huidige beheerbudget en/of formatie. Ambitie Toelichting Maatregel Uitvoering budget en formatie 16. Bomen op particulier terrein worden in verband met de EU Natuurherstelwet herplant. In de EU Natuurherstelwet staat dat de boomkroonbedekking tot 2031 niet van afnemen, vanaf 2031 moet de boomkroonbedekking toenemen. Dit geldt voor de totale boomkroonbedekking van alle bomen in de gemeente. Er worden integrale regels opgesteld voor het omgevingsplan. Het doel van deze regels is om bewoners te stimuleren om bomen op eigen terrein te behouden en indien nodig gekapte bomen te laten herplanten. Binnen huidige beheerbudget en/of formatie. 17. Het gemeentelijk bomenareaal wordt duurzaam in stand gehouden en de boomkroonbedekking neemt toe. Voor gemeentelijke bomen komt een herplantplicht. Dit wordt geborgd in het omgevingsplan. Wanneer een gemeentelijke boom verwijderd moet worden in verband met ontwikkelingen, wordt er allereerst onderzocht of de boom verplaatst kan worden. Wanneer dit geen optie is en de boom wordt gekapt, dan dient er op dezelfde plek of in de omgeving een nieuwe boom geplant te worden. De nieuw aan te planten boom is van dezelfde of grotere orde van grootte (afbeelding 21).Het gaat niet om de grootte van de boom bij aanplant, maar de orde waarin de boomsoort valt. Dit draagt op termijn bij aan het toenemen van de boomkroonbedekking. a. Voor gemeentelijke bomen komt een herplantplicht. Wanneer een gemeentelijke boom verwijderd moet worden in verband met ontwikkelingen, wordt er allereerst onderzocht of de boom verplaatst kan worden. Wanneer dit geen optie is en de boom wordt gekapt, dan dient er in de omgeving een nieuwe boom geplant te worden. De nieuw aan te planten boom is van dezelfde of grotere orde van grootte (afbeelding 21). Dit draagt op termijn bij aan het toenemen van het boomkroonbedekking. Binnen huidige beheerbudget en/of formatie b. Bij projecten waar bomen worden aangeplant, staat niet het aantal aan te planten bomen centraal, maar de groei van het boomkroonbedekking binnen de gemeente. De uiteindelijke boomkroonbedekking van deze nieuwe bomen moeten 30% aan schaduw bieden. Binnen huidige beheerbudget en/of formatie c. Er wordt een bomenkansenkaart voor het aanplanten van bomen opgesteld. De openbare ruimte wordt bovengronds en ondergronds al voller. Er moet in kaart gebracht worden waar het mogelijk is om bomen te planten. Deze kansenkaart draagt bij aan de opgave om het boomkroonbedekking te vergroten. Dit kan in combinatie met het 3-30-300 onderzoek (onder Groen & Gezondheid) De kosten hiervan zijn nog niet bekend, dit traject wordt separaat opgestart. Indien budget benodigd is, wordt dit verwerkt in de planning & control cyclus. d. Aan de hand van een monitoringsprogramma wordt periodiek het boomkroonbedekking in kaart gebracht. Wordt BUCH breed opgepakt, dit wordt separaat in een voorstel aangeboden. e Er worden integrale regels opgesteld voor het omgevingsplan. Het doel van deze regels is om het mogelijk te maken om bomen dichter bij de erfgrens te planten zodat er meer mogelijkheden ontstaan om bomen te planten in de openbare ruimte en op particulier terrein. Binnen huidige beheerbudget en/of formatie Ambitie Toelichting Maatregel Uitvoering budget en formatie 18. Bomen kunnen voor een kortere duur worden geplant. Er zijn situaties die het aanplanten van bomen bemoeilijken. Dit kan komen door de aanwezigheid van kabels en leidingen, of geplande toekomstige werkzaamheden. Bomen die op zo’n locatie worden geplant kunnen niet hun streefleeftijd halen, een kortere levensduur wordt voor lief genomen. a. Bomen moeten in bepaalde gevallen geplant kunnen worden op kabels en leidingen. Uitwerking in beheerplan. b. In het geval van geplande herontwikkelingen, wordt er gezocht naar een passende inrichting tijdens de overbruggingsperiode. Uitwerking in beheerplan. 19. Inwoners betrekken bij het aanplanten van gemeentelijke bomen en stimuleren zelf bomen te planten. Bij de opgaven die we als gemeente hebben, hebben we ook de hulp van bewoners nodig. Het is belangrijk dat inwoners bewust zijn van het belang van bomen in de openbare ruimte en hun eigen tuin. a. Inwoners wordt jaarlijks gevraagd om mee te denken over nieuwe aanplantplekken voor bomen. Binnen huidige beheerbudget en/of formatie b. Er wordt een samenwerking aangegaan met een stichting die bewoners, organisaties en bedrijven stimuleert om op hun eigen terrein bomen te planten. Jaarlijks €5.000. past binnen de begroting 9. Financiële uitwerking ambities Financiële verwerking wordt weergegeven in bestuurlijke aanbieding. Beheer (volgt na vaststelling beleidsdeel) Bijlagen Bijlage I: Europese Natuurherstelwet Bijlage II: Resultaten enquête groenbeheer- en beleid Bijlage III: Evaluatie groenbeleid 2016-2025 Bijlage IV: Evaluatie groenbeheerplan 2017-2021 Bijlage V: Condities voor Basiskwaliteit natuur (inrichting, abiotiek, beheer) Bijlage VI: Regels provincie Noord-Holland molenbiotoop Bijlage VII: Unielijst invasieve exoten Bijlage: VIII: Waardevolle bomenlijst Bijlage IX: Landelijke wetgeving Bijlage X: Gemeentelijk beleid Bijlage XI: Overige kaders Bijlage I: Europese Natuurherstelwet Volledige Europese Natuurherstelwet: pdf Het doel van de wet is de schade aan de Europese natuur tegen 2050 compleet te herstellen. De wet kent doelstellingen voor natuurherstel in verschillende, aangetaste ecosystemen. Lidstaten zijn verplicht om maatregelen te nemen om uiterlijk in 2030 minstens 30% van alle, in lijsten genoemde, beschadigde ecosystemen te herstellen. In 2040 moet dit 60% zijn en in 2050, 90%. Tot in 2030 moeten lidstaten bij de uitvoering van de herstelmaatregelen prioriteit geven aan Natura 2000-gebieden. Voor Natura 2000-gebieden geldt al een verslechteringsverbod, dat voortkomt uit de reeds bestaande Europese Habitatrichtlijn. Oftewel, deze gebieden mogen niet achteruitgaan. Dit verslechteringsverbod wordt niet uitgebreid naar gebieden buiten de Natura 2000-gebieden. Er is tot 2030 geen wettelijke herstelverplichting om maatregelen voor andere gebieden binnen deze ecosystemen te implementeren. Het akkoord stelt enkele specifieke doelstellingen om de aangetaste ecosystemen te herstellen. (In groen de doelstellingen die op het groenbeleid van toepassing zijn) •Bestuivende insecten: verplichte maatregelen nemen, zodat de afname van bestuivers tegen 2030 is omgebogen. De voortgang elke zes jaar monitoren. •Bosecosystemen: verplichte maatregelen treffen om de biodiversiteit van bosecosystemen te vergroten en een positieve trend rondom dood hout, bosvogels en het risico op bosbranden te creëren. Bijdragen aan het planten van 3 miljard extra bomen tegen eind 2030. •Stedelijke ecosystemen: geen nettoverlies aan groene stedelijke ruimten en boomkroonbedekking tegen 2030, tenzij stedelijke ecosystemen meer dan 45% van de groene ruimte beslaan. Positieve trend creëren tot de toestand “bevredigend” is. •Landbouwecosystemen: stijgende trend creëren voor minstens twee van de drie indicatoren: (1) de aantallen grasvlinders en akker- en weidevogels, (2) het aandeel organische koolstof in minerale akkerbodems en (3) het aandeel landbouwgrond met zeer uiteenlopende landschapselementen. Vernatten van veengebieden: herstel van 30% in 2030, 40% in 2040 en 50% in 2050. Dit houdt echter geen verplichting in voor landbouwers en particuliere grondeigenaren. oDe uitvoering van de natuurherstelwet kan specifiek voor landbouwecosystemen met één jaar worden opgeschort in het geval van onvoorziene en uitzonderlijke gebeurtenissen buiten de controle van de EU, die ernstige gevolgen voor de voedselzekerheid in de hele EU hebben. •Rivierconnectiviteit: het in kaart brengen en wegnemen van barrières die de connectiviteit van oppervlaktewater belemmeren, zodat in 2030 25.000 km aan rivieren vrij kunnen stromen. Het Rijk stelt een Nationaal herstelplan op, deze dient uiterlijk medio 2026 ingediend te worden bij de EU. Wanneer dit Nationaal herstelplan is opgesteld, weet de gemeente Uitgeest wat dit gaat betekenen voor het groenbeheer. Bijlage II: Resultaten enquête groenbeheer- en beleid Respondenten: 140 inwoners Algemene gegevens Vraag 1: In welke wijk woont u? Vraag 2: Wat is uw leeftijd? Waardering en beleving openbaar groen Vraag 3: Hoe zou u het groen in Uitgeest omschrijven? Vraag 4: Welk type groen ziet u het liefst? Beheer openbaar groen Vraag 5: Hoe beoordeelt u het onderhoud van het groen in de gemeente? Vraag 6: Vindt u dat het openbaar groen in de hele gemeente op niveau B onderhouden moet worden? Vraag 7: Alleen beantwoorden als u bij vraag 6 B het 2e antwoord heeft gekozen: Bent u bereid om meer te betalen voor een hogere beeldkwaliteit? Kapvergunning Vraag 8: Wilt u dat waardevolle bomen beter worden beschermd door deze op een lijst met waardevolle bomen te plaatsen? Onder waardevolle bomen vallen: monumentale bomen (vanaf 80 jaar), bijzondere bomen (vanaf 50 jaar) en herdenkingsbomen. Bomen die op de waardevolle bomenlijst staan, worden beschermd tegen onnodige kap omdat er een kapvergunning nodig is. Vraag 9: Alle waardevolle bomen worden door de gemeente elke 3 jaar gecontroleerd. Wilt u dat er op de lijst van waardevolle bomen zowel gemeentelijke als particuliere bomen komen? De particuliere bomen moeten door bewoners zelf worden opgegeven. Vraag 10: Wilt u dat de gemeente een kapvergunning invoert? Zo ja, voor welke bomen? Biodiversiteit Vraag 11: De gemeente zet zich in om de biodiversiteit te verbeteren. Dit doen wij o.a. door inheemse planten te planten en minder te maaien waardoor er meer kruiden gaan bloeien. Wilt u dat de gemeente nog meer doet voor de biodiversiteit? Vraag 12: Welke maatregelen zou de gemeente moeten nemen om de biodiversiteit te verbeteren? (meerdere antwoorden mogelijk) Vraag 15: Krijgt u genoeg mogelijkheden om mee te denken over de inrichting van het openbaar groen in uw woonomgeving? Communicatie gemeente Vraag 16: Hoe tevreden bent u over de communicatie van de gemeente over het beheer en beleid van het openbaar groen? Vraag 17: Hoe belangrijk vindt u het dat de gemeente communiceert over het beheer en beleid van het openbaar groen? Bijlage III: Evaluatie groenbeleid 2016-2025 Ambities groenelementen & bomen Ambities groenelementen Gewenste verbetering Resultaat Herkenbaarheid in structuren aanbrengen. Accentueren van de structuren die in de structuurvisie zijn opgenomen. Daarbij zijn de bomen de grootste groene structuurdragers De structuurvisie geeft een visie op het ruimtelijke beleid voor de komende tien jaar en is een doorvertaling van de toekomstvisie in een document met een status op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Verder is een structuurvisie ook leidend in de vervaardiging van nieuwe bestemmingsplannen. De inhoud van een structuurvisie geeft de richting aan van bestemmingsplannen die in de toekomst zullen worden vastgesteld. Van structuren zoals beschreven bij de ambitie en gewenste verbetering, is geen sprake. Groenparels / bijzondere groenelementen zichtbaar maken en beschermen. Inventariseren en beschermen van de groenparels. Een lijst van beschermwaardige bomen maakt hiervan onderdeel uit Er is ingezet op het verbeteren van de groeilocatie van de bomen op monumentale locaties (RK kerk en Regthuysplein) en het veteranenplantsoen is zichtbaarder geworden. Er is geen bijzondere bomenlijst opgesteld. Vergroten van diversiteit groenelementen Planten van meer soorten bomen en heesters. Daarnaast is een verschraling van bermen gewenst door maaien en afvoeren Er worden meer soorten bomen en heesters aangeplant. Ook wordt het maaisel van de bermen afgevoerd om ze te verschralen. Bij regulier maaien blijven de bloeiende kruiden staan en er wordt op steeds meer maailocaties ingezet op verschraling. Gebruiken, beleven en ontdekken van het groen. Beter toegankelijk maken van de parkgebieden en het buitengebied (o.a. ‘rondje Uitgeest’) Het dorpspark dat in 2025 is opgeleverd, is goed toegankelijk. Samen denken en werken aan groen Inwoners laten participeren bij de inrichting en het beheer van het openbaar groen Bij grotere projecten, b.v. het dorpspark en De Koog, worden inwoners middels participatie betrokken bij de inrichting en het beheer. Koesteren verbinden en ontwikkelen van natuur Nieuwe natuur ontwikkelen, deelnemen aan natuurontwikkeling en natuurbeheer door andere beheerders (Recreatieschap, Landschapsbeheer Noord-Holland, etc.) of doorgaan met de ontwikkeling van bestaande gebieden In 2021 zijn het Hoogheemraadschap en provincie een pilot gestart om de kwaliteit van het oppervlaktewater in de Uitgeester- en Heemskerkerbroekpolder te verbeteren. De pilot wordt uitgevoerd als onderdeel van het maatregelenpakket Kaderrichtlijn Water. Belangrijke maatregelen die uitgewerkt worden, richten zich op de agrarische sector, of op aanpassingen in het watersysteem. Verder wordt gewerkt aan de realisatie van een ecologische verbindingszone tussen de duinen en het Alkmaarder- en Uitgeestermeer. Het realiseren van een aantrekkelijke en leefbare woonomgeving met zoveel mogelijk groen en in het buitengebied kansen voor natuurontwikkeling in 2025 heeft Uitgeest gemiddeld 75 m2 groen per woning en 6.700 bomen (0,5 boom per inwoner) waarbij het buitengebied voor 50% meetelt. Het aantal bomen in het areaal van de gemeente is 5875. Het geoogde aantal bomen is niet gehaald. Het aantal m2 groen dat wordt beheerd bedraagt 650.318 m2. Het aantal woningen is 5701. Per woning is er 114 m2 groen aanwezig. Uitgeest telt 13.427 inwoners, de gemeente beheerd 5875 bomen. Per bewoner is dit 0,4 boom . Het is onbekend hoeveel bomen er in het buitengebied staan. Alleen bomen die beheerd worden staan in het beheersysteem. Bij renovaties, zoals in De Koog, wordt is het uitgangspunt om groen toe te voegen en de verharding te verminderen. Ambities bomen Gewenste verbetering Resultaat Herkenbaarheid in structuren aanbrengen. Accentueren van de (wegen)structuren o.a. door het aanbrengen van bomen. De grootte van de boom komt overeen met de gradatie in de stedenbouwkundige structuren In de hoofdstructuren maken we gebruik van grootte, met als het kan inheemse bomen die hoofd structuren ondersteunen Groenparels / bijzondere groenelementen zichtbaar maken en beschermen. Inventariseren en beschermen van de groenparels. Een lijst van beschermwaardige bomen maakt hiervan onderdeel uit Er heeft bescherming en ontwikkeling van de groenparels plaatsgevonden. Er is geen lijst met bijzondere bomen opgesteld. Vergroten van de diversiteit groenelementen Planten van meer soorten bomen Bij het aanplanten van nieuwe bomen wordt er rekening gehouden met het meer divers maken van het bomenareaal. Het aantal bomen geleidelijk laten toenemen. Vooral in herinrichtingsplannen en nieuwbouwplannen extra bomen planten. De plicht tot herplanting wordt altijd toegepast voor te kappen bomen in de openbare ruimte Bij herinrichting en nieuwbouw wordt hier rekening mee gehouden. Herplanting wordt altijd toegepast, er wordt gekeken of het op dezelfde plek kan, zo niet dan wordt de boom in de buurt geplant. Professionaliseren en verduurzamen van het beheer Door een planmatige opzet van het jaarlijkse onderhoud kan efficiëntiewinst worden geboekt. Door het onderhoud nog meer te richten op het eindbeeld van de bomen, kan de duurzaamheid van het beheer worden vergroot Op dit moment wordt er nog onvoldoende op deze wijze gewerkt. Het geactualiseerde groenbeheerplan zal meer inzichten geven en het mogelijk maken planmatiger te werken. Participeren door bewoners en belangengroeperingen Bij het vervangen van bomen bewoners en belangengroeperingen uitnodigen om over de keuze van de nieuwe bomen mee te denken en praten. Bij grotere projecten wordt bewoners gevraagd mee te denken in het ontwerp. Bij het vervangen van enkele bomen is het niet altijd mogelijk om bewoners te betrekken bij het keuzeproces. Wanneer dit wel mogelijk is, krijgen bewoners een selectie van een aantal bomen waaruit gekozen kan worden. Er wordt uitgegaan van meerder soorten aanplant per straat en geen monocultuur. Speerpunten Groenbeheer Speerpunt Toelichting Resultaat Herkenbaarheid in structuren aanbrengen De groenstructuur heeft een nadrukkelijke relatie met de stedenbouwkundige structuur, wegenstructuur en waterwegenstructuur. De hiërarchie in groenstructuren versterken. De relatie tussen groen en water benadrukken. Waar mogelijk zijn er bomen geplant om de relatie tussen de verschillende structuren te versterken. Doordat er op veel plakken minder intensief wordt gemaaid, o.a. langs watergangen, is er een natuurlijkere situatie ontstaan. Groenparels zichtbaar maken en beschermen Groenparels zichtbaar maken, beschermen en versterken. Aangeven van het cultuurhistorisch belang van de groenparels. Lijst met beschermwaardige bomen opstellen. Bij het beheer van de groenparels (binnen het stedelijk gebied) is zoveel mogelijk ingezet op de ondergrondse opwaardering van beeldbepalende bomen. De Eendenkooi van der Eng is in 2020 overgedragen aan Landschap Noord-Holland. De eendenkooi is tevens aangewezen als gemeentelijk monument. Hiermee is de instandhouding geborgd. Landschap Noord-Holland heeft het fortterrein samen met Stadsherstel Amsterdam her ontwikkeld. Stadsherstel heeft het fort in erfpacht gekregen, gerestaureerd en een nieuwe bestemming gegeven. In 2017 is Fort bij Krommeniedijk heropend. De lijst met bijzondere bomen is niet opgesteld. Vergroten van de diversiteit Diversiteit in inrichting, beleving en gebruik. Verminderen van de impact van ziekten en plagen. De juiste keuze van groen op de beschikbare plaats. De ruimte voor groen die bij de keuze past. De afgelopen jaren is de beplanting meer divers geworden. Er wordt uitgegaan van meer inheemse beplanting die aansluit bij de aanwezige fauna. Ook wordt er rekening gehouden met het veranderende klimaat. Gebruiken, beleven en ontdekken van het groen Toegankelijkheid parkgebieden verbeteren. Het groen in de gemeente zodanig inrichten dat het een belangrijke bijdrage kan leveren aan de gezondheid en leefbaarheid van de inwoners. Aangeven waar groen beleefd kan worden De ontwikkeling van het dorpspark en De Koog zijn recente ontwikkelingen waarbij er aandacht is geweest aan de gezondheid en leefbaarheid. In De Koog is er ingezet op het klimaat adaptief inrichten van de wijk. Wat als resultaat heeft dat verharding is verwijderd en daar in de plaats groen is aangebracht. Samen denken en werken aan groen Betrekken van inwoners en belangengroeperingen bij ontwikkelingen en activiteiten in het groen. Bepalen van de vormen van bewonersparticipatie in het groen De grootte en soort ontwikkeling zijn bepalend of er participatie plaats vindt. Wanneer bewoners worden betrokken, wordt gezocht naar de juiste vorm van participatie. Het koesteren, verbinden en ontwikkelen van natuur Waar mogelijk nieuwe natuur ontwikkelen door deel te nemen aan initiatieven van andere beheerders. De bestaande ontwikkelingen ondersteunen. Nieuwe natuur heeft betrekking op het buitengebied, niet op de openbare groen. Bij grootschalige herinrichtingsprojecten wordt gekeken op welke wijze de groeninrichting aangepast wordt. Het in stand houden van het huidige areaal van 5.400 bomen Het huidige areaal van 5.400 bomen is de absolute ondergrens. Daar waar mogelijk het vergroten en versterken van het bomenareaal. Het realiseren van een bomenstructuur die de wegenstructuur volgt en versterkt. Er worden geen gezonde bomen verwijderd, ook niet vanwege overlast, dan na zorgvuldige afweging. Huidig: 5875. Daar waar nodig en waar het kan, wordt de wegenstructuur gevolgd en versterkt. De uitdaging om meer bomen te planten is groot gezien de grootte druk op de openbare ruimte door diverse gebruikers zowel boven als ondergronds. Bomen worden alleen verwijderd na zorgvuldige afweging, niet vanwege overlast. Bijlage IV: Evaluatie groenbeheerplan 2017-2021 Beheerelement: Bomen Kwaliteit: A-kwaliteit voor alle bomen Elke 3 jaar wordt er een boomveiligheidscontrole uitgevoerd door een externe partij. Uit deze controle volgen beheersmaatregelen die de gemeente moet nemen. Beheermaatregelen: Boomveiligheidscontrole (BVC) voor zorgplicht Wordt 3 jaarlijks uitgevoerd. Controle ziekten en plagen Gerealiseerd. Voldoende doorrijhoogte waarborgen Gerealiseerd. Er is geen wortel- en stamopschot Opschot op wortel en stam wordt periodiek weggenomen. Er is geen dood- en/of ziek hout in de kroon Dit wordt a.d.h.v. de BVC geconstateerd en vervolgens verwijderd. Begeleiding snoei en onderhoud snoei Dit wordt uitvoert op basis van de BVC uitkomsten. Beheerelement: Bosplantsoen/Heesters opgaand Groot groengebied en dorpsranden Wijkgroen Buurt-/straatgroen Resultaat Kwaliteit: C-kwaliteit. C-kwaliteit B-kwaliteit Al het groen wordt beheerd op B-kwaliteit. Beheermaatregelen: Extensief Extensief Intensief Gerealiseerd Geen inboet Geen inboet Wel inboet Gerealiseerd Beheerelement: Gras/gazon Ruw gras/Bermen Oevers en water Speelveld en recreatie Resultaat Kwaliteit: C-kwaliteit. C-kwaliteit B-kwaliteit Ruw/gras en oevers/water worden niet op beeldkwaliteit beheerd maar volgens een frequentiebestek. Dit houdt in dat het 1 a 2 keer per jaar wordt gemaaid of dat er schapen grazen. Beheermaatregelen: Extensief Extensief Intensief Gerealiseerd. Geen inboet Geen inboet Wel inboet en vlak Gerealiseerd. Klepelen en opzuigen Maaien en afvoeren Wekelijks maaien Ruw gras/Bermen worden gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd. Beheerelement: Vaste planten/Heesters/Rozen Historisch Groenparels Wijk, buurt en straat Resultaat Kwaliteit: A-kwaliteit. A-kwaliteit B-kwaliteit Al het beheer vindt plaats op B-kwaliteit. Dit vanuit financiële overwegingen. Beheermaatregelen: Zeer intensief Zeer intensief Minder intensief Doordat al het beheer wordt gedaan op B-kwaliteit, valt al het beheer onder de noemen ‘minder intensief’. Onkruidvrij en geen overhangende beplanting Onkruidvrij en geen overhangende beplanting Iets onkruid en overhangende beplanting Doordat al het beheer wordt gedaan op B-kwaliteit, is er in de hele gemeente sprake van ‘Iets onkruid en overhangende beplanting’. Beheerelement: (Blok)haag/Bodembedekkers Historisch Hoofd- en wijkgroen Buurt- en straatgroen Resultaat Kwaliteit: A-kwaliteit. B-kwaliteit B-kwaliteit Al het beheer vindt plaats op B-kwaliteit. Dit vanuit financiële overwegingen. Hagen worden op frequentie beheerd. Beheermaatregelen: Intensief voor strak beeld ‘Geen uitval’ Minder strak ‘Weinig uitval’ Minder strak ‘Weinig uitval’ Al het beheer vindt plaats op B-kwaliteit, op dit niveau is het beheer gerealiseerd. Bijlage V: Condities voor Basiskwaliteit natuur (inrichting, abiotiek, beheer) Inrichting Subcategorie Condities (basis voor KPI’s) Advieswaarde Uitgeest Aanwezigheid van natuurlijke elementen (kwantiteit) Onverhard oppervlak 65% Openbare ruimte: 248 ha Verstening openbare ruimte: 37 % Onverhard oppervlak openbare ruimte: 63% Aanwezigheid van water 12% Aanwezigheid van lage vegetatie 45% Kaarten | Atlas Natuurlijk Kapitaal Aanwezigheid van middelhoge vegetatie 10% Kaarten | Atlas Natuurlijk Kapitaal Aanwezigheid van boomkronen 20% / 1,5 m³/m² Aanwezigheid van ruimte achter gevels en daken Landschappelijke kwaliteit Gebiedseigen bodem Aandeel natuurvriendelijke oevers Aanwezigheid van poelen 5 per km² Ecologische relevantie en diversiteit Aandeel oude bomen 8% van het totaal aantal bomen met een leeftijd van 80 jaar of ouder Connectiviteit Waterhuishouding Abiotiek Subcategorie Condities (basis voor KPI’s) Advieswaarde Uitgeest Abiotiek van de bodem Nutriëntengehalte van de bodem Olsen P < 1200 μmol/l, Al/Ca < 1, geen N-uitspoeling Bodemverontreinigingen Wettelijke normen + geen effect gevoelige organismen Zuurgraad (pH) en de buffercapaciteit Abiotiek van waterlichamen Helderheid van het water EKR-score 0,6 volgens KRW, of Nutriëntengehalte in het water ratio > 0,6 Waterverontreiniging EKR-score 0,6 volgens KRW Aanwezigheid van rust Mate van donker EKR-score 0,6 volgens KRW-normen + geen effect gevoelige organismen Mate van stilte Beheer Subcategorie Condities (basis voor KPI’s) Advieswaarde Uitgeest Beheer van bodem, vegetatie en warter Ecologische beheer 60 % van het oppervlak Oppervlak met dood organisch materiaal Ruimte voor natuurlijke vestiging en ontwikkeling Bijlage VI: Regels provincie Noord-Holland molenbiotoop De algemene ambitie van de provincie Noord-Holland is om bij te dragen aan het zichtbaar houden van draaiende molens in het landschap. De molenbiotoop, de vrije ruimte rond de molen, is van fundamenteel belang voor de werking en het behoud van de molen. Deze dient zowel om de zichtbaarheid van de molen en de karakteristiek van de omgeving in stand te houden als om de windvang voor het daadwerkelijk functioneren te borgen. Binnen deze molenbiotoop mag bebouwing en begroeiing de windvang niet belemmeren. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de molenbiotoop, de vrije ruimte rond molens. De 1:100 regel, dit komt erop neer dat elke 100 meter verder vanaf de molen het obstakel één meter hoger mag zijn. •binnen 100 meter rond de molen mag geen bebouwing hoger dan de onderste punt van de verticaal staand wiek worden opgericht. Beplanting mag niet hoger worden dan de onderste punt van de verticaal staande wiek; •binnen 100 tot 400 meter rond de molen mag geen bebouwing hoger dan 1/100 van de afstand tussen bouwwerk en molen, gerekend van de onderste punt van de verticaal staande wiek worden opgericht. Beplanting mag niet hoger worden dan 1/100 van de afstand tussen beplanting en molen, gerekend van de onderste punt van de verticaal staande wiek. Bijlage VII: Unielijst invasieve exoten Unielijst invasieve exoten Er geldt een Europees verbod op bezit, handel, kweek, transport en import van een aantal schadelijke exotische planten en dieren. Deze soorten staan op de zogenoemde Unielijst: Unielijst invasieve exoten | Invasieve exoten | NVWA Invasieve planten op de Unielijst - Terrestrische planten Op de Unielijst sinds 2016, 2017 of 2019 02-08-2022 07-08-2025 Afghaanse duizendknoop (Persicaria wallichii synoniem Koenigia polystachya) X Amerikaans bezemgras (Andropogon virginicus) 2019 Basterdduizendknoop (Fallopia bohemica, synoniem Reynoutria × bohemica) X Ballonrank (Cardiospermum grandiflorum) 2019 Bleekgele acacia (Acacia mearnsii) X Boomwurger (Celastrus orbiculatus) Er geldt een overgangstermijn. De regels gaan 5 jaar na de datum bovenin de tabel in. X Chinese struikklaver (Lespedeza cuneata) 2019 Klimopkruiskruid (Delairea odorata) X Fraai lampenpoetsersgras (Cenchrus setaceus, synoniem Pennisetum setaceum) 2017 Gewone gunnera (Gunnera tinctoria) 2017 Gestekelde duizendknoop (Persicaria perfoliata, synoniem Polygonum perfoliatum) 2016 Hakea (Hakea sericea) X Hemelboom (Ailanthus altissima) 2019 Hoog pampagras (Cortaderia jubata) 2019 Japanse duizendknoop (Fallopia japonica, synoniemReynoutria japonica) X Japanse klimvaren (Lygodium japonicum) 2019 Japans steltgras (Microstegium vimineum) 2017 Kudzu (Pueraria montana var. lobata) 2016 Mesquite (Prosopis juliflora) 2019 Oosterse hop (Humulus scandens) 2019 Papiermoerbei (Broussonetia papyrifera) X Perzische berenklauw (Heracleum persicum) 2016 Reuzenbalsemien (Impatiens glandulifera) 2017 Reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) 2017 Roze rimpelgras (Ehrharta calycina) 2019 Sachalinse duizendknoop (Fallopia sachalinensis, synoniem Reynoutria sachalinensis) X Schijnambrosia (Parthenium hysterophorus) 2016 Sosnowsky's berenklauw (Heracleum sosnowskyi) 2016 Struikaster (Baccharis halimifolia) 2016 Talgboom (Triadica sebifera) 2019 Wilgacacia (Acacia saligna) 2019 Zijdeplant (Asclepias syriaca) 2017 Invasieve planten op de Unielijst – Water- en oeverplanten Op de Unielijst sinds 2016, 2017 of 2019 02-08-2022 07-08-2025 Alligatorkruid (Alternanthera philoxeroides) 2017 Grote vlotvaren (Salvinia molesta) 2019 Grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides) 2016 Kleine waterteunisbloem (Ludwigia peploides) 2016 Moeraslantaarn (Lysichiton americanus) 2016 Ongelijkbladig vederkruid (Myriophyllum heterophyllum) 2017 Parelvederkruid (Myriophyllum aquaticum) 2016 Smalle theeplant (Gymnocoronis spilanthoides) 2019 Smalle waterpest (Elodea nuttallii) 2017 Verspreidbladige waterpest (Lagarosiphon major) 2016 Watercrassula (Crassula helmsii) X Watersla (Pistia stratiotes) Er geldt een overgangstermijn. De regels gaan 2 jaar na de datum bovenin de tabel in. X Waterhyacint (Pontederia crassipes, synoniem Eichhornia crassipes) 2016 Waterteunisbloem (Ludwigia grandiflora) 2016 Waterwaaier (Cabomba caroliniana) 2016 Bijlage VIII: waardevolle bomenlijst De waardevolle bomenlijst bestaat uit twee categorieën: a)Bijzondere bomen, gemeentelijk als particulier (minimaal 50 jaar oud) b)Monumentale bomen, gemeentelijk als particulier Aanwijscriteria waardevolle bomen Monumentale leeftijd van minimaal 80 jaar Een aansprekende omvang of leeftijd vergroot de waarde van een boom of houtopstand. Het plantjaar van de boom of de stamdiameter wordt als criterium hiervoor gebruikt. Een boom wordt in de gemeente waardevol genoemd als het plantjaar meer dan 80 jaar geleden is, wat overeen komt is met een stamdiameter van meer dan 80 centimeter op 1,3 meter boven maaiveld (uitgezonderd snelgroeiende soorten). Bij twijfel over het plantjaar, wordt waar mogelijk (soortafhankelijk) uitgegaan van de stamdiameter. 80 centimeter stamdiameter komt overeen met 250 centimeter stamomtrek. Ecologische waarde voor aanwezige flora en fauna Bomen en houtopstanden zijn belangrijke dragers van de biodiversiteit en kunnen een belangrijke functie hebben voor het voortbestaan van bepaalde flora en fauna. Het gaat hierbij om een structurele functie voor een bepaalde dier- of plantensoort. Een kolonieboom van blauwe reigers bijvoorbeeld die al jarenlang zo wordt gebruikt. Of een groeiplaats voor een bijzondere korstmossoort, maretak of andere bijzondere plantensoorten. Het gaat hier om bomen waarbij na kap een andere boom de functie niet zomaar kan overnemen (en mitigerende maatregelen dus niet voldoende zouden zijn). Ecologisch waardevolle bomen zijn tenminste 50 jaar geleden aangeplant. Bij twijfel over het plantjaar, wordt waar mogelijk (soortafhankelijk) uitgegaan van de stamdiameter. 50 centimeter stamdiameter komt overeen met 160 centimeter stamomtrek. Cultuurhistorische waarde Specifieke bomen en houtopstanden kunnen onderdeel zijn van de lokale geschiedenis of een bepaalde cultuurhistorische betekenis hebben. Het meest bekend zijn de herdenkingsbomen die ter gelegenheid van bijzondere gebeurtenissen zijn geplant. Ook bomen die onderdeel zijn van een beschermd stadsgezicht of monument hebben vaak grote cultuurhistorische waarde. Dit zijn bomen die onderdeel zijn van het ontwerp en het aanzicht van het stadsgezicht of monument bepalen. Denk bijvoorbeeld aan leilinden voor een monumentale boerderij. Onder cultuurhistorische eigenschappen vallen onder andere (maar niet uitsluitend): •Herdenkingsboom oKoningsboom oGeboorteboom oVerzetsboom oOoggetuigeboom •Ensemble met historisch pand (conform Monumentenwet of Erfgoedverordening) •Beschermd stadsgezicht (conform Monumentenwet of Erfgoedverordening) Voor cultuurhistorisch waardevolle bomen geldt geen minimumleeftijd. Dendrologische waarde Bijzondere boomsoorten kunnen ook boomkundig (dendrologisch) gezien waardevol zijn. Denk aan een exotische boomsoort of een bijzondere kweekvorm of variëteit. Of er is sprake van een weinig voorkomende soort. Een boom of houtopstand is waardevol als bijzonderheid indien deze voor de leefomgeving van grote waarde is en bij kap niet makkelijk meer door herplant een nieuw exemplaar gerealiseerd kan worden. Dergelijke bomen komen weinig voor binnen de gemeente (maximaal 10 volwassen exemplaren) en kunnen dan ook zeldzaam genoemd worden Beeldbepalende waarde voor de openbaar toegankelijke leefomgeving of de herkenbaarheid op straat-, wijk- of dorpsniveau Een boom is beeldbepalend als deze voor de beeldkwaliteit van de leefomgeving van grote waarde is of als de boom een belangrijke positieve bijdrage levert aan het karakter en de herkenbaarheid op straat-, wijk‐ of dorpsniveau. Bij particulieren staan de bomen vooral in voor‐ en zijtuinen. Ze spelen een grote rol in het straatbeeld van de gemeente, want de habitus (vorm van de boom) is zichtbaar vanuit openbaar toegankelijk gebied. Soms gaat het om bomen in achtertuinen die een beeldbepalende bijdrage leveren aan het groene karakter van de wijk of straat. De boom of houtopstand is van een dusdanige omvang dat deze vanuit 1 windrichting beeldbepalend is voor de omgeving, of is vanuit alle windrichtingen beeldbepalend, dan speelt de omvang geen rol. Een bijzondere, opvallende of aansprekende locatie van de boom of houtopstand kan mede bepalend zijn voor opname op de waardevolle bomenlijst. Soms is de manier waarop een boom is geplant of is gegroeid, bijvoorbeeld ten opzichte van andere bomen, van invloed op de manier waarop een boom zich toont. In specifieke gevallen geldt dit ook voor bomen in groepen, waarbij niet zozeer de individuele boom, maar de groep als geheel van beeldbepalende waarde is. Zoals bij een groep van 2 of 3 bomen die tezamen 1 kroon vormen. Een boom heeft beeldbepalende waarde als deze tenminste 50 jaar geleden is aangeplant. Bij twijfel over het plantjaar, wordt waar mogelijk (soortafhankelijk) uitgegaan van de stamdiameter. 50 centimeter stamdiameter komt overeen met 160 centimeter stamomtrek. Aandragen bomen waardevolle bomenlijst Bij het opstellen van de waardevolle bomenlijst is de werkwijze in het startjaar als volgt: de gemeentelijke en particuliere waardevolle bomen worden aangewezen door de gemeente. Wanneer er een particuliere boom is aangewezen om opgenomen te worden op de waardevolle bomenlijst, wordt de bewoner hierover geïnformeerd. De bewoner kan bezwaar maken tegen dit besluit. De waardevolle bomenlijst wordt elke vier jaar geactualiseerd. Voorafgaand aan de actualisatie wordt de inwoners gevraagd of zij hun boom willen aandragen. De gemeentelijks waardevolle bomen worden aangedragen vanuit de gemeente. Alle waardevolle bomen worden elke drie jaar gecontroleerd (attentiebomen worden jaarlijks gecontroleerd), dit heet een boomveiligheidscontrole (BVC). Bewoners met een boom op de waardevolle bomenlijst krijgen de boomrapportage van deze controle. Eventuele maatregelen die genomen dienen te worden om de gezondheid en veiligheid van de boom te borgen, zijn voor rekening van de inwoner. Bescherming waardevolle bomen Als een boom op de bomenlijst staat, dan is een omgevingsvergunning (kapvergunning) verplicht om een boom te verwijderen. Dit geldt voor zowel gemeentelijke als particuliere waardevolle bomen. De vergunning moet aangevraagd worden bij de gemeente. Een kapvergunning wordt alleen bij uitzondering verleend. Alternatieven moeten zijn onderzocht en daaruit moet zijn gebleken dat die niet haalbaar zijn. Bovendien: •Moet er een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang zijn dat opweegt tegen het behoud van de waardevolle boom. •Of aangetoond moet zijn dat het gevaar oplevert als de boom blijft staan. Dit wordt getoetst door een boomdeskundige in opdracht van de gemeente. Bijlage IX: Landelijke wetgeving Klimaatakkoord Rijk C4.5.2 Bomen, Bossen en Natuur ‘Biodiversiteit én biomassa in aantrekkelijkste koolstofopslag van Nederland’ Bomen, bossen en natuur leggen al veel koolstof (CO2) vast. Een toename van bomen, bossen en natuur (ten opzichte van het business as usual scenario) leidt dus tot ‘klimaatwinst’ die bijdraagt aan de opgave voor 2030 en nadrukkelijk ook 2050. Vroeg initiëren, ook met het oog op 2050, is noodzakelijk. Natuurlijke koolstofvastlegging is namelijk een proces van lange adem. Partijen werken aan een klimaatinclusief natuurbeleid en -beheer, ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid, en ondersteunen elkaar daar waar nodig en mogelijk. Partijen in dit domein zetten zich gezamenlijk in voor vier maatregelen die in 2030 tot een klimaatwinst van ten minste 0,4 Mton CO2/jaar moeten leiden en streven naar zo mogelijk 0,8 Mton/jaar in 2030: •Voorkomen ontbossing. Afname van CO2-vastlegging door ontbossing wordt zoveel mogelijk voorkomen. •Vergroten vastlegging koolstof. Bestaande bossen, natuurgebieden, landschapselementen en de openbare ruimte bieden mogelijkheden om door onder andere aanpassingen in het beheer de CO2-vastlegging te vergroten. •Uitbreiding bos en landschap. Door aanleg van extra bomen, bos- en natuurgebieden binnen en buiten het Natuurnetwerk Nederland, in de openbare ruimte, bij infrastructuur en op landbouwgrond wordt de CO2-vastlegging vergroot. Hierbij worden nationale parken en doelen voor onder andere biodiversiteit, ruimtelijke kwaliteit, verstedelijkingsopgaven en recreatie maximaal mee gekoppeld. •Versterking koolstofvastlegging in de keten. Door het gebruik in de keten van hout, maaisel en andere natuurproducten (cascadering) die vrijkomen bij het beheer van de groene ruimte wordt de CO2-vastlegging vergroot en wordt CO2-uitstoot als gevolg van gebruik van alternatieve bouwmaterialen voorkomen. 141 Van belang is dat bij deze maatregelen actief wordt gezocht naar win-win combinaties met biodiversiteit en de ruimtelijke kwaliteit. Dit vraagt op korte termijn de ontwikkeling een (wetenschappelijke) kennisbasis, die met behulp van pilots in beeld gebracht kan worden. Burgerlijk wetboek – Zorgplicht bomen Er is naast de zorgplicht voor eenieder van de Wnb ook een zorgplicht van de eigenaar van een of meer bomen. Deze zorgplicht dient ter bescherming van medeburgers en hun eigendommen. De oorsprong van deze zorgplicht is te vinden de voorschriften over ‘onrechtmatige daad’ in Boek 6 van het Burgerlijk wetboek (BW), te weten artikel 6.162. De zorgplicht voor bomen betekent dat de boomeigenaar zijn boom moet onderhouden en regelmatig inspecteren ten behoeve van de veiligheid. Omgevingswet & Aanvullingswet Natuur Omgevingswet Artikel 2.6. (ontheffingen soortenbeschermingsverboden) 1.Ontheffingen als bedoeld in de artikelen 3.3, eerste of derde lid, 3.4, tweede of derde lid, 3.8, eerste, derde of vierde lid, 3.9, tweede lid, 3.10, tweede lid in samenhang met 3.8, eerste lid, artikel 3.32, tweede lid, of 3.34, derde of vijfde lid, en opdrachten als bedoeld in artikel 3.18, eerste lid, van de Wet natuurbescherming die onherroepelijk zijn, gelden als omgevingsvergunningen voor flora- en fauna-activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onder g, van de Omgevingswet. 2.Onderdelen van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht die onherroepelijk is, die betrekking hebben op het verrichten van een handeling als bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 of 3.10, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, gelden als onderdelen van een omgevingsvergunning voor meer activiteiten als bedoeld in artikel 5.7, eerste lid, van de Omgevingswet, die betrekking hebben op een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onder g, van de Omgevingswet. 3.Verklaringen van geen bedenkingen als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht die zijn gegeven voor aanvragen van een omgevingsvergunning die ook betrekking heeft op het verrichten van een handeling als bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 of 3.10, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, gelden als instemmingen als bedoeld in artikel 16.16 van de Omgevingswet. 4.Vrijstellingen in een kavelbesluit als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet windenergie op zee, zoals deze gold onmiddellijk voor inwerkingtreding van deze wet, gelden als afwijkingen in een kavelbesluit als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet windenergie op zee. Artikel 2.6a. (gedoogplicht maatregelen dieren en planten) 1.Besluiten als bedoeld in artikel 3.18, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet natuurbescherming gelden als besluiten als bedoeld in artikel 10.29, eerste lid, van de Omgevingswet. 2.Besluiten als bedoeld in artikel 3.19, vierde lid, van de Wet natuurbescherming gelden als besluiten als bedoeld in artikel 10.29, tweede lid, van de Omgevingswet. Artikel 2.7. (overige regels flora en fauna) 1.Benoemingen en herbenoemingen als bedoeld in artikel 3.41, derde lid, van de Wet natuurbescherming die onherroepelijk zijn, gelden als benoemingen en herbenoemingen als bedoeld in artikel 17.2, eerste lid, van de Omgevingswet. 2.De artikelen 18.16a en 18.16b van de Omgevingswet zijn van overeenkomstige toepassing op dieren, planten of producten van planten of dieren of eieren die in strijd met de Flora- en faunawet of de Wet natuurbescherming binnen het grondgebied van Nederland zijn gebracht. Artikel 2.8. (houtopstanden en hout) 1.Meldingen als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van de Wet natuurbescherming gelden als meldingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de Omgevingswet. 2.Verboden als bedoeld in artikel 4.2, derde lid, van de Wet natuurbescherming, vastgesteld bij: o –beschikking die onherroepelijk is, gelden als maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, van de Omgevingswet, o –verordening, gelden maatwerkregels in een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 4.6, tweede lid, van de Omgevingswet. 3.Ontheffingen als bedoeld in artikel 4.5, eerste of derde lid, of artikel 4.9 van de Wet natuurbescherming die onherroepelijk zijn, gelden als besluiten tot het stellen van maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet. Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden Geen gewasbeschermingsmiddelen buiten de land- en tuinbouw Als professionele gebruiker mag u alleen gewasbeschermingsmiddelen gebruiken op bedrijven in de land- en tuinbouw die gewassen telen of kweken. Dit betekent het volgende: •U mag deze middelen niet gebruiken als u in een andere sector werkt. Ook niet als u hovenier, groenaannemer, medewerker van de gemeente of een andere professional in het groen bent. Als professionele gebruiker mag u ook geen gewasbeschermingsmiddelen gebruiken die zijn toegelaten voor particulier gebruik. •Professioneel gebruik op plaatsen als bedrijventerreinen, plantsoenen, tuinen, parken, bossen, wegen, pleinen en openbare parkeergelegenheden is niet toegestaan.Deze regel is ingesteld om de risico’s voor mens, dier en milieu te beperken en staat in het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Gedragscode soortenbescherming gemeenten 2025 GEDRAGSCODE FLORA EN FAUNA Deze gedragscode is bedoeld voor het zorgvuldig handelen bij het voorbereiden en uitvoeren van werkzaamheden op plaatsen met wettelijk beschermde soorten. Deze flora- en fauna-activiteiten dienen te vallen onder ruimtelijke ontwikkeling of inrichting (RO) of onder bestendig beheer of onderhoud (BB), zie artikelen 11.45, 11.53 en 11.59 in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) als onderdeel van de Omgevingswet. Deze gedragscode voorziet daarin op 2 niveaus: •Wettelijke borging: een door de Minister aangewezen gedragscode is een in de wet beschreven juridisch instrument om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna activiteit uit te voeren. •Praktische borging: Deze gedragscode beschrijft hoe het zorgvuldig handelen specifiek en aantoonbaar dient te worden ingevuld. Omdat er bij gemeenten en bedrijven en organisaties die in opdracht en/of onder regie van gemeenten werken meestal een duidelijke organisatorische scheiding is, tussen het werkproces “ruimtelijke ontwikkeling of inrichting” en het werkproces “bestendig beheer of onderhoud”, zijn deze processen in deze gedragscode in twee aparte delen uitgewerkt. Bijlage X: Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Uitgeest 2030 ‘Mooi, Gezond, Duurzaam’ •In de Omgevingsvisie Uitgeest 2030 ‘Mooi, gezond, duurzaam’ beschrijft Uitgeest haar ambities en koers tot 2030 (met een doorkijk naar de periode daarna) voor de ontwikkeling van de woon-, werk- en leefomgeving op haar grondgebied. Groen speelt een rol in: a) de ruimtelijke kwaliteit, b) een gezond, sociaal en vitaal Uitgeest en c)meen duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig Uitgeest. Programma Klimaat 2021-2025 •Het overkoepelende doel van het Programma Klimaat is om bij te dragen aan de CO2-reductiedoelstellingen uit het Klimaatakkoord (49% reductie in 2030 t.o.v. 1990), de leefomgeving klimaatbestendig in te richten zoals omschreven is in het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie en toe te werken naar een Circulaire Economie in 2050. •Er wordt gewerkt met vijf pijlers die onderling verbonden zijn: Energietransitie, Duurzame mobiliteit, Klimaatadaptatie, Circulaire Economie en Duurzame bedrijfsvoering. De groene inrichting van de openbare ruimte draagt bij aan de pijler ‘Klimaatadaptatie’. Op weg naar klimaatadaptieve en natuurinclusieve gemeenten: Beleidsplan & uitvoeringsprogramma 2023-2026 Dit beleidsplan & uitvoeringsprogramma geeft invulling aan de pijler klimaatadaptatie uit het programma Klimaat 2021-2025, en benoemt de volgende punten die betrekking hebben op het groenbeleid: •In 2025 zijn gemeenten klimaatbestendig; •Pijler klimaatadaptatie zoekt samenhang met groenbeleid en beheer; •Groenbeleid en beheer zet al proactief in op het verwijderen van verharding, op het beheren ten behoeve van de biodiversiteit en het verleiden van bewoners; •Rekening houden met grondwaterstand en zoetwaterbeschikbaarheid per wijk m.b.t.het type aanplant; •Voor plangebieden geldt 40% schaduw; •Vitale en kwetsbare functies en groenvoorzieningen in de openbare ruimte moeten bestand zijn tegen hitte; •Het horizontale en verticale oppervlak wordt in samenhang met de groenblauwe structuren en ecosystemen in de bredere omgeving ingericht (minimaal 30% groen op buurtniveau, boomoppervlak telt mee); •Na vaststelling van dit beleidsplan gelden de klimaatbestendige uitgangspunten en het puntensysteem natuurinclusief bouwen als werkkader bij (her) inrichting van de openbare ruimte en bij nieuwbouw; •Mogelijkheden straat, gebied en wijk: schaduw creëren met bomen/herinrichting en groot onderhoud verharding vervangen voor groen/topassen klimaatbestendige beplanting/gezonde bodem; •Klimaatadaptatie en biodiversiteit-, groen-, en water- en rioleringsbeleid en beheer worden in de eerste fase van projecten meegenomen. Programma Water en Riolering 2023-2026 •We streven ernaar om het rioleringssysteem en de openbare ruimte zoveel mogelijk klimaatbestendig in te richten. We stemmen de ideeën daarvoor af met andere gemeentelijke vakdisciplines en integreren de werkzaamheden; als we straten opengooien voor rioleringswerkzaamheden verbeteren we waar mogelijk ook de afvoer van water op straat en de kwaliteit van het groen. De werkzaamheden in de openbare ruimte beogen ook om water meer ruimte te geven en beter zichtbaar te maken. Ook willen we de beleving bij inwoners van water en groen versterken. Speelruimteplan 2022-2026 C. Vergroenen van de openbare speelruimte en natuurlijk spelen Veel speelplekken zijn nu al groen. Met name doordat veel toestellen op gras zijn geplaatst. Ook in Uitgeest is het echter belangrijk om in te zetten op de vergroening binnen het stedelijk gebied. Omwille van klimaatadaptatie, maar ook om de verbinding te maken tussen buiten zijn/spelen en natuur (zie ook de Omgevingsvisie van Uitgeest).Hiervoor kan op speelplekken meer worden ingezet op natuurlijke ondergronden zoals bijvoorbeeld gras, maar ook beplanting en bomen die zorgen voor extra beschutting. Vergroening zorgt daarbij naast verkoeling ook voor het vasthouden en vertraagd afvoeren van regenwater en biedt bij de juiste toepassing extra speel- en verblijfswaarde voor een plek. Ook stimuleren we hiermee het informeel en spontaan spelen in het groen. Bijlage XI: Overige kaders Samenwerkingsakkoord Uitgeest 2022 Hoofdstuk 1: Wonen Goede leefomgeving. We willen allemaal wonen in een fijne en leefbare omgeving. Daarom zetten wij bij de realisatie van woningen in op bebouwing die past binnen het dorpse karakter, waarbij er aandacht is voor de leefbaarheid o.a. met betrekking tot parkeren en afvalinzameling. Daarnaast moeten woningbouwplannen worden voorzien van een groenplan. Hoofdstuk 3: Verkeer en Vervoer Openbare ruimte. De waardering voor het buitenleven neemt toe en het openbaar groen is ook cruciaal voor een gezond en duurzaam leven waarin we buiten sporten, wandelen en elkaar ontmoeten. Dit biedt kansen om integraal naar de inrichting van de openbare buitenruimte te kijken en naar de routes en verbindingen, denk bijvoorbeeld aan wandelroutes in en om het dorp voor een rondje Uitgeest. In het algemeen moet er bij de inrichting aandacht zijn voor inwoners die een fysieke beperking hebben, zodat ook zij volwaardig kunnen meedoen. Hoofdstuk 6: Duurzaamheid en klimaat Klimaatadaptatie. Onderzoek heeft uitgewezen dat delen van Uitgeest te maken gaan krijgen met hittestress. Het groenbeleidsplan biedt mogelijkheden om de overlast van hittestress te beperken. Met andere woorden, we gaan door met het behoud en bijplanten van bomen. Bij nieuwe bouwlocaties zal rekening gehouden moeten worden met klimaatadaptatie. Verordening Fysieke Leefomgeving Uitgeest: Artikel 4:1 Bestrijding iepziekte Afdeling 4.1 Bewaren van houtopstanden Artikel 4:1 Bestrijding iepziekte 1.Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van iepspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn: a.indien de iepen in de grond staan, deze te vellen; b.de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen; of c.de niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen. 2.Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren. 3.Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing op geheel ontschorst iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan vier centimeter. 4.Het college kan ontheffing verlenen van het in tweede lid gestelde verbod.
Meer informatie