Regeling van Gedeputeerde Staten van provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent ambtelijke organisatie (Regeling ambtelijke organisatie Noord-Brabant 2018)
Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 19 mei 2026 tot wijziging van de Regeling ambtelijke organisatie Noord-Brabant 2018 (Tweede wijziging Regeling ambtelijke organisatie Noord-Brabant 2018) Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant; Gelet op de artikelen 100 en 158, eerste lid, onder c, van de Provinciewet; Overwegende dat Gedeputeerde Staten het wenselijk vinden de Regeling ambtelijke organisatie Noord-Brabant 2018 te wijzigen in verband met de ontwikkeling van de organisatie; Besluiten vast te stellen de volgende regeling: Artikel 1 Wijziging Regeling ambtelijke organisatie Noord-Brabant 2018 De Regeling ambtelijke organisatie Noord-Brabant 2018 wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel 1 komt te luiden: Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: ambtelijke organisatie: personen die in dienst van de provincie onder het gezag van Gedeputeerde Staten werkzaam zijn; capaciteit: door Provinciale Staten vastgestelde personeelsomvang voor de gehele ambtelijke organisatie; directeur: functionaris die met de secretaris de directie vormt; eenheid: groep medewerkers aangestuurd door een H-manager; H- manager: manager van een eenheid; opdrachtgever: degene die verantwoordelijk is voor het binnen vastgestelde kaders en richtlijnen definiëren van een te bereiken concreet resultaat, projectresultaat of doel; opdrachtnemer: degene die verantwoordelijk is voor het binnen vastgestelde kaders en richtlijnen realiseren van een vooraf door een opdrachtgever gedefinieerd concreet resultaat, projectresultaat of doel; portfolio: een verzameling van programma’s onder eindverantwoordelijkheid van de secretaris of een directeur; programma: uniek en tijdelijk geheel van activiteiten, gericht op het bereiken van één of meerdere complexe of strategische doelen; programmamanager: opdrachtnemer van een programma; project: geheel aan activiteiten om in een tijdelijke organisatie binnen gestelde condities een vooraf gedefinieerd resultaat te bereiken; projectleider: opdrachtnemer van een project; secretaris: secretaris als bedoeld in artikel 97 van de Provinciewet, tevens algemeen directeur van de ambtelijke organisatie; team: een groep van medewerkers binnen een programma die samenwerkt om een gemeenschappelijk doel of resultaat te bereiken. B. Artikel 3, tweede lid, komt te luiden: 2.Een programmamanager kan besluiten tot het instellen van teams en projecten binnen zijn programma. C. Artikel 7 komt te luiden: Artikel 7 Programma’s 1.De secretaris stelt kaders en richtlijnen vast om te komen tot een programma. 2.De secretaris besluit tot het instellen van een programma om een doel als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, te bereiken. 3.Bij het besluit tot instelling van een programma: a.worden de kaders en richtlijnen, bedoeld in het eerste lid, in acht genomen; en b.definieert de secretaris vanuit zijn rol van opdrachtgever tevens het te bereiken doel. D. Artikel 8 komt te luiden: Artikel 8 Projecten 1.De secretaris stelt kaders en richtlijnen vast om te komen tot een project. 2.Een programmamanager kan besluiten om een resultaat als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, te bereiken in de vorm van een project. 3.Bij het besluit tot het instellen van een project: a.worden de kaders en richtlijnen, bedoeld in het eerste lid, in acht genomen; en b.definieert de programmamanager tevens het te bereiken resultaat. E. Artikel 9 komt te luiden: Artikel 9 De secretaris 1.De secretaris geeft samen met de directeuren, op strategisch niveau leiding aan de ambtelijke organisatie. 2.De secretaris geeft hiërarchisch leiding aan: a.de directeur; b.de overige rechtstreeks onder hem ressorterende functionarissen; c.de programmamanagers en H-managers binnen zijn portfolio. 3.De secretaris is jegens Gedeputeerde Staten eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van het functioneren van de ambtelijke organisatie als geheel en neemt daarbij de adviezen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, in acht. 4.Onverminderd het derde lid is de secretaris eindverantwoordelijk voor: a.een goed functionerende planning- en controlcyclus; b.de kwaliteit van de integrale beleidsadvisering aan Gedeputeerde Staten. 5.Met inachtneming van de uitkomst van de beraadslaging, bedoeld in artikel 5, derde lid: a.wijzen de secretaris en de directeuren binnen hun portfolio de capaciteit toe aan de programma’s; b.stelt de secretaris eenheden in en bepaalt daarbij hun omvang en samenstelling. 6.De secretaris stelt kaders en richtlijnen op concernniveau vast. 7.Gedeputeerde Staten stellen nadere regels vast omtrent de control. F. Artikel 10 komt te luiden: Artikel 10 De directeur 1.De directeur geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de secretaris. 2.De directeur geeft hiërarchisch leiding aan de programmamanagers en H-managers binnen zijn portfolio; 3.De directeur geeft binnen de vastgestelde kaders en richtlijnen op strategisch niveau sturing aan: a.de inhoudelijke strategie van de organisatie; b.het ontwikkelen, implementeren en operationaliseren van beleid; c.agenderen en programmeren via programma’s; d.de integrale afstemming en verbinding tussen de inhoudelijke beleidsterreinen; e.de integrale afstemming en verbinding tussen de strategische, tactische en operationele doelstellingen van de organisatie; f.toedelen en beheersen van capaciteit van programma’s; g.sturen op verbinding, op integraliteit en op strategische beleidsontwikkeling en daarbij het bevorderen en bewaken van integraal organiseren en (samen)werken. G. Artikel 11, derde lid komt te luiden: 3.De programmamanager geeft operationeel leiding aan de medewerkers binnen zijn programma. Artikel II Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst. ’s-Hertogenbosch, 19 mei 2026 Gedeputeerde Staten voornoemd, de voorzitter,mr. I.R. Adema de secretaris,drs. G.H.E. Derks MPA
Meer informatie