Doorzonconvenant Amsterdam-Amstelland

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op29 juli 2026
Gepubliceerd doorGemeente Diemen

Doorzonconvenant Amsterdam-Amstelland Gemeente Diemen 5 maart 2026 De partijen: Gemeente Diemen, vertegenwoordigd door: -het college van burgemeester en wethouders van de gemeente, -de burgemeester van de gemeente; 1.Nationale Politie vertegenwoordigd door politiechef eenheid Amsterdam; 2.Netbeheerder Liander; 3.Woningcorporaties: -De Alliantie -Woonstichting Lieven de Key -Woonstichting Rochdale -Stichting Stadgenoot 4.Overige (verhuur)partijen, uiteen te zetten in:Particuliere verhuurders: -Bouwmaatschappij Verwelius B.V. -Verwelius Huizen Maatschappij (VEHUMIJ) B.V. -VPV Vastgoed B.V. Institutionele beleggers: -Custodian Vesteda Fund I B.V. -A.S.R. Real Estate -Achmea Real Estate B.V. -Bouwinvest Real Estate Investors B.V. -Amvest RCF Custodian B.V. -Aegon Levensverzekering N.V. -BPD RCF Custodian B.V. Vastgoedbemiddelaars en -beheerders: -VB&T Vastgoedmanagement B.V. -Holland2Stay B.V. -Makelaardij Onroerend Goed Van der Linden B.V. (Van der Linden Groep) -NMG Vastgoed B.V. -Makelaarsvereniging Amsterdam (MvA) Nemen het volgende in aanmerking: •Op verzoek van de Amsterdamse politie is vanaf 2003 het project Doorzon tot stand gekomen. Dit verzoek kwam voort uit de behoefte aan een bestuurlijke aanpak van de criminele infrastructuur in mensensmokkelzaken. Geconstateerd was dat vaak dezelfde woningen opnieuw werden gebruikt om mensen onder te brengen en dat de strafrechtelijke aanpak van mensenhandel niet effectief genoeg bleek zolang deze voorraad van woningen onderdeel was van het criminele circuit. •Partijen zijn gezamenlijk op zoek naar een werkwijze om onrechtmatig gebruik en onrechtmatige bewoning van woningen en de daarmee gepaarde overlast terug te dringen. Ditzelfde geldt voor het gebruik van woningen voor criminele doeleinden en het faciliteren van strafbare feiten. Hiervoor willen partijen in onderlinge afstemming en in gezamenlijkheid gebruikmaken van strafrechtelijke, bestuursrechtelijke en civiele methoden. Partijen wensen de afspraken hieromtrent vast te leggen in het convenant Doorzon, waarvan de eerste versie is ondertekend in 2008. •Partijen onderschrijven met het convenant Doorzon het belang en de noodzaak om de leefbaarheid, openbare orde en veiligheid in wijken te waarborgen. Daarnaast wordt beoogd een bijdrage te leveren aan de beteugeling van de wooncrisis en daarmee aan de uitvoering van de samenwerking. De uitvoering van deze samenwerking kan namelijk leiden tot het beschikbaar maken van de al schaarse woonplekken, die vervolgens eerlijk verdeeld kunnen worden onder mensen die deze woningen hard nodig hebben. •Vanuit het besluit van de korpschef op grond van artikel 20 Wet Politiegegevens (hierna: Wpg) is het de politie toegestaan om binnen het convenant Doorzon op structurele basis politiegegevens en indien strikt noodzakelijk art. 9 politiegegevens te verstrekken die de aanpak van woonfraude mogelijk maken. Daartoe zijn voor dit doel formats ontwikkeld. •Onderhavig convenant bevat een nadere omschrijving van de wijze van samenwerking en gegevensuitwisseling en vervangt indien van toepassing het bestaande convenant Doorzon. De hierin beschreven werkwijze wordt onmiddellijk na inwerkingtreding van het convenant ingevoerd. Komen het volgende overeen: Artikel 1 Definities Betrokkene Degene op wie een persoonsgegeven of politiegegeven betrekking heeft. Doorzon bestuurlijke rapportage (Doorzon-BR) Een format voor de uitvoering van dit convenant, waarin de politie de gegevens verstrekt over een geconstateerde vorm van woonfraude. Doorzon proces-verbaal (Doorzon-PV) Een gestandaardiseerd proces-verbaal voor de uitvoering van dit convenant, waarin de politie de gegevens verstrekt over de constatering van een vorm van woonfraude in de uitvoering van de dagelijkse politietaak. Doorzon Rapport van Bevindingen (Doorzon-RvB) Een gestandaardiseerde en op ambtseed of belofte opgemaakte rapportage van een gemeentelijk toezichthouder waarin bevindingen zijn opgenomen van een uitgevoerd woonfraudeonderzoek. Inbreuk in verband met persoonsgegevens (datalek) Toegang tot persoonsgegevens zonder dat dit mag of zonder dat dit de bedoeling is. Waarbij de oorzaak een inbreuk op de beveiliging van deze gegevens is. Ook het ongewenst vernietigen, verliezen, wijzigen of verstrekken van persoonsgegevens door zo’n inbreuk valt onder een datalek. Medewerker Degene die werkzaam is onder verantwoordelijkheid van een convenantpartij, die vanuit haar functie bijdraagt aan de aanpak van woonfraude. Afdelingsnamen kunnen per convenantpartner verschillen en in de tijd veranderen. Dit kan bij een gemeentelijke medewerker bijvoorbeeld iemand zijn met taken op het gebied van openbare orde en veiligheid, basisregistratie personen (BRP), migratie, wonen of handhaving. Toezichthouder van de gemeente Een door de burgemeester of het college van burgemeester en wethouders aangewezen persoon, bij of krachtens wettelijk voorschrift belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift, zoals de Huisvestingswet. De toezichthouder maakt gebruik van de bevoegdheden die staan vermeld in de Algemene wet bestuursrecht. Persoonsgegeven Alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon; als identificeerbaar wordt beschouwd een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens, een online identificator of van een of meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die natuurlijke persoon. Persoonsgegeven van strafrechtelijke aard Persoonsgegeven betreffende strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten of daarmee verband houdende veiligheidsmaatregelen als bedoeld in artikel 10 van de AVG en artikel 1 UAVG, alsmede een persoonsgegeven betreffende een door de rechter opgelegd verbod naar aanleiding van onrechtmatig of hinderlijk gedrag. Politiegegeven Elk persoonsgegeven dat in het kader van de uitoefening van de politietaak wordt verwerkt. Screenen Het controleren op echtheid en juistheid van de bij de verhuurder ingeleverde gegevens. Verstrekken van politiegegevens Het bekendmaken van politiegegevens. Verwerking van persoonsgegevens Alles wat een organisatie met persoonsgegevens kan doen, van verzamelen tot en met vernietigen. Verwerken is dus een zeer ruim begrip. Volgens de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) vallen in ieder geval de volgende handelingen onder het verwerken van persoonsgegevens: verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, doorzenden, verspreiden, beschikbaar stellen, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, afschermen, wissen en vernietigen. Woonfraude Het onrechtmatig gebruik van een woning, waarbij de woning in strijd met bij of krachtens wettelijk gestelde bepalingen wordt gebruikt voor andere doeleinden dan bewoning; dan wel de onrechtmatige bewoning van een woning of een (andere) vorm van inschrijvingsfraude; alsmede het gebruik van een woning in strijd met de huurovereenkomst, op grond waarvan de huurovereenkomst kan worden beëindigd, en of (boete) bedingen kunnen worden ingezet en ingeroepen; alsmede het misbruik van woningen voor criminele doeleinden en het faciliteren van strafbare feiten. Woning Voor het begrip woning wordt vastgehouden aan het begrip woonruimte van de Huisvestingswet: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden. Onder het begrip woning wordt in dit convenant ook zolders en kelders verstaan. Ook bergingen die vanuit de woonruimte toegankelijk zijn worden in dit convenant als onderdeel van de woning beschouwd. Artikel 2 Doel(stellingen) 1.Het gemeenschappelijke doel is het bestrijden van woonfraude en het beschikbaar maken van woningen voor rechtmatig gebruik door middel van onderlinge samenwerking en gegevensuitwisseling. Dit vanuit de bestaande (wettelijke) taken, verantwoordelijkheden, verplichtingen en (juridische) mogelijkheden van partijen. 2.Om het gemeenschappelijk doel te bereiken, staan de volgende doelstellingen centraal: a.Beëindigen van het onrechtmatig gebruik van woningen en aan woningen gerelateerde bergingen in de gemeente, gericht op het vergroten van de leefbaarheid, openbare orde en veiligheid in buurten; b.Beëindigen van onrechtmatige bewoning van woningen in de gemeente, gericht op het bevorderen van de rechtmatige verdeling van de woonruimtevoorraad; c.Beëindiging van het misbruik van woningen voor criminele doeleinden en het faciliteren van strafbare feiten. I Taken, verplichtingen en verantwoordelijkheden Artikel 3 Taken en verplichtingen Partijen participeren in dit convenant ieder vanuit de eigen (wettelijke) taken en verplichtingen voor wat betreft: 1.De bestuursorganen van de gemeente: a.Het college van burgemeester en wethouders voor de uitvoering van de vergunningverlenende taken, alsmede de toezicht- en handhavingstaken, bij of krachtens: ▪Gemeentewet (en de Algemene Plaatselijke Verordening); ▪Wet basisregistratie personen (BRP); ▪Wet basisregistratie adressen en gebouwen (BAG); ▪Huisvestingswet 2014; ▪Vigerende Huisvestingsverordening; ▪Woningwet; ▪Omgevingswet (en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)); b.De burgemeester voor openbare orde bevoegdheden uit hoofde van: ▪Gemeentewet (en de Algemene Plaatselijke Verordening); ▪artikel 174a Gemeentewet (Wet Victoria); ▪artikel 13b Woningwet (Wet Victor); ▪artikel 13b Opiumwet (Wet Damocles); c.de voorschriften met betrekking tot het verwerken van persoonsgegevens bij of krachtens de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en Uitvoeringswet AVG (UAVG). 2.Politie Eenheid Amsterdam: a.de politietaak zoals genoemd in artikel 3 Politiewet 2012; b.de voorschriften met betrekking tot het verwerken van persoonsgegevens bij of krachtens de Wpg. 3.Netbeheerder Liander: a.het beheer van de elektriciteits- en gasnetten; b.het waarborgen van de veiligheid en betrouwbaarheid van de elektriciteits- en gasnetten op grond van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet; c.de voorschriften met betrekking tot het verwerken van persoonsgegevens bij of krachtens de AVG, UAVG, Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet. 4.De woningcorporaties: a.in hun hoedanigheid als eigenaar en toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 Woningwet, het garanderen van een juist gebruik van corporatiebezit, waaronder het toezien op het nakomen van huurovereenkomsten; b.in hun hoedanigheid van eigenaar en goed verhuurder, het bewaken van de leefbaarheid van buurten en het tegengaan van woonfraude; c.de voorschriften met betrekking tot het verwerken van persoonsgegevens bij of krachtens de AVG en UAVG. 5.Overige (verhuur)partijen: a.in hun hoedanigheid van eigenaar of gemachtigde namens eigenaar en goed verhuurder, ▪het toezien op het nakomen van huurovereenkomsten; ▪het bewaken van de leefbaarheid van buurten en het tegengaan van woonfraude; b.de voorschriften met betrekking tot het verwerken van persoonsgegevens bij of krachtens de AVG en UAVG. Artikel 4 Verantwoordelijkheden 1.Vanuit de betrokkenheid als verhuurder worden, voor zover van toepassing, partijen geacht te voldoen aan de vereisten opgenomen in de Wet goed verhuurderschap. 2.Vanuit de betrokkenheid van eigenaar worden, voor zover van toepassing, partijen geacht te voldoen aan de vereisten opgenomen in de toetredingscriteria (zie bijlage). II Aanpak en samenwerking Artikel 5 Aanpak van woonfraude 1.De strekking van de aanpak van woonfraude binnen dit convenant bestaat uit het binnen de kaders van de toepasselijke (privacy) wet- en regelgeving uitwisselen van signalen en informatie over mogelijke woonfraude tussen convenantpartners. Partijen kunnen na ontvangst van deze informatie gelijk overgaan tot het inzetten van de benodigde acties om de onrechtmatige situatie te beëindigen of kunnen hierover in overleg treden met gemeente en/of de politie. 2.Er wordt een integrale aanpak toegepast om gezamenlijk de verschijningsvormen van woonfraude inzichtelijk te maken en de daarmee gepaard gaande overlast sneller tegen te kunnen gaan. De integrale aanpak bestaat uit: a.Structureel overleg: partijen participeren in een kwartaaloverleg. Tijdens dit overleg kunnen fenomenen over woonfraude en overlast naar voren worden gebracht en kunnen voorstellen gedaan worden voor effectieve en gecoördineerde benadering. Daarnaast wordt er geëvalueerd of de informatie-uitwisseling, samenwerking en aanpak in het kader van dit convenant naar behoren verloopt; b.Informatie-uitwisseling: bij gesignaleerde misstanden, vermoedens van woonfraude, controles of overlast is het mogelijk om, met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving en hoofdstuk III, informatie te delen met partijen die op grond van die informatie op hun eigen bevoegdheden kunnen acteren; c.Uitvoering versterken: partijen kunnen, indien mogelijk en toegestaan, samenwerken bij de uitvoering, zoals het gezamenlijk optreden bij adrescontroles. Artikel 6 Aard en inhoud van de samenwerking De samenwerking is gericht op het effectief inzetten van de middelen die partijen hebben voor de uitvoering van hun (wettelijke) taken en verplichtingen en bestaat uit een consequente en actieve deelname aan de aanpak van woonfraude. Partijen maken bij invulling van de samenwerking gebruik van hun eigen bevoegdheden om de rechtmatige toestand te herstellen: a.De politie treedt op vanuit de handhaving van de openbare orde en de opsporing van strafbare feiten. Wanneer door de politie een vorm van woonfraude wordt geconstateerd, is het noodzakelijk dat (politie-)gegevens over dit gebruik worden verstrekt door middel van het Doorzon-pv of Doorzon-br (zie bijlagen). b.De gemeente kan bestuursrechtelijk optreden vanuit haar vergunningverlenende taken, toezicht- en handhavingstaken en openbare orde bevoegdheden. De gemeentelijke medewerker zet hiertoe het Doorzon-pv, Doorzon-br of Doorzon RvB (zie bijlagen) door aan de betrokken convenantpartijen en teams van de gemeente. c.Woningcorporaties en overige (verhuur)partijen zoals genoemd onder Partijen treden civielrechtelijk op, onder meer door het inzetten en inroepen van (boete)bedingen in huurovereenkomsten en de beëindiging van huurovereenkomsten. Zij besteden zorg aan het voorkomen van verhuur aan malafide huurders, zien toe op de naleving van huurovereenkomsten en treden op als huurovereenkomsten niet worden nagekomen wegens woonfraude. d.Liander monitort afwijkend energiegebruik en treedt civielrechtelijk op bij energiediefstal in een woning. III Gegevensverwerking Artikel 7 Verwerking van persoonsgegevens Binnen de samenwerking in dit convenant en met inachtneming van de daaraan in de wet gestelde eisen, verwerken partijen persoonsgegevens voor zover de verwerking: a.noodzakelijk is voor de uitvoering van een (voorgenomen) overeenkomst met de betrokkenen (artikel 6 lid 1 onder b AVG) (zoals het screenen van potentiële huurders voor het aangaan van huurovereenkomsten); b.noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting (artikel 6 lid 1 onder c AVG) (zoals het voldoen aan wettelijke verplichtingen om persoonsgegevens te verstrekken, onder andere als die door de politie of andere toezichthouders gevorderd worden op basis van een wettelijke bevoegdheid daartoe); c.noodzakelijk is ter behartiging van een gerechtvaardigd belang (artikel 6 lid 1 onder f AVG) (zoals het voeren van procedures en het voorkomen van fraude); d.noodzakelijk is voor de goede vervulling van een publiekrechtelijke taak door het desbetreffende bestuursorgaan (artikel 6 lid 1 AVG) (vervulling van een taak van algemeen belang of een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen); e.noodzakelijk is voor de taken van de netbeheerder als genoemd in artikel 16 lid 1 van de Elektriciteitswet 1998 en/of artikel 10 lid 1 tot en met lid 3 en lid 5 juncto artikel 13b van de Gaswet; f.noodzakelijk is voor de vervulling van de politietaak zoals neergelegd in artikel 3 Politiewet 2012. De grondslag voor verstrekking van politiegegevens op structurele en strikt noodzakelijke basis aan convenantpartijen is gelegen in artikel 20 Wpg. Dit is nader vastgelegd in het besluit van de korpschef op grond van artikel 20 Wpg. Het convenant zelf biedt zelf geen grondslag voor verwerking van persoonsgegevens, maar biedt handvatten hoe om te gaan met de verwerking van gegevens. Artikel 8 Verwerking van politiegegevens Partijen verwerken persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in artikel 10 AVG en artikel 1 UAVG voor zover dat ten aanzien van ieder van hen is toegestaan op grond van artikel 10 AVG of artikelen 32 en 33 UAVG. Dat houdt onder meer in: a.voor zover de convenantpartijen belast zijn met de toepassing van het strafrecht, als bedoeld in artikel 33 lid 1 onder a UAVG; b.voor zover de verwerking geschiedt door en ten behoeve van dit samenwerkingsverband door de convenantpartijen die kwalificeren als bestuursorgaan of als privaatrechtelijk vormgegeven orgaan dat bij of krachtens de wet belast is met een publiekrechtelijke taak en voor zover voldaan is aan de eisen van artikel 33 lid 1 onder b UAVG; c.voor zover de verwerking ten eigen behoeve van een convenantpartij geschiedt ter beoordeling van een verzoek van een betrokkene om een beslissing over hem te nemen of ter bescherming van zijn belangen voor zover het gaat om strafbare feiten die zijn of naar verwachting zullen worden gepleegd jegens hem of jegens personen die in zijn dienst zijn (artikel 33 lid 2 onder a en b UAVG); d.voor zover de verwerking noodzakelijk is voor de instelling, uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering. Artikel 9 Verstrekking van gegevens door Liander aan de politie Wanneer bij Liander op basis van hen ter beschikking staande feitelijke gegevens of andere informatie het vermoeden bestaat dat er sprake is van een vorm van woonfraude, waaronder maar niet beperkt tot het vermoeden van een hennepkwekerij, dan informeert Liander de politie hierover alsmede de aanleiding waarop het vermoeden is gebaseerd. De politie beoordeelt vervolgens samen met de officier van justitie of de hulpofficier van justitie of er voldoende verdenking bestaat om binnen te treden. Artikel 10 Verstrekking van politiegegevens 1.De politie kan op grond van artikel 20 Wpg structureel politiegegevens verstrekken aan convenantpartijen indien er (vermoedelijk) sprake is van: a.onrechtmatig gebruik van woningen; b.onrechtmatige bewoning van woningen of een onjuiste registratie van de aanwezige bewoners in de Basisregistratie Personen; c.misbruik van woningen voor criminele doeleinden en het faciliteren van strafbare feiten. 2.De politie verstrekt gegevens over de situatie in een woning in een voor het convenant vastgesteld format van een Doorzon-pv of Doorzon-br. In bepaalde gevallen, wanneer het strikt noodzakelijk is, kan ook informatie op basis van artikel 9 Wpg worden verstrekt. 3.Indien een woning onrechtmatig wordt gebruikt, wordt in het Doorzon-pv of Doorzon-br in ieder geval aandacht besteed aan de aard van het gebruik en eventuele verklaringen van om- of inwonende(n). 4.Indien een woning onrechtmatig wordt bewoond, wordt in het Doorzon-pv of Doorzon-br in ieder geval aandacht besteed aan het adres en degene(n) die in de woning als bewoner zijn aangemerkt. 5.Indien in een woning langdurige leegstand wordt geconstateerd, wordt hier in het Doorzon-pv of Doorzon-br melding van gemaakt. 6.Indien de burgemeester ter handhaving van de openbare orde en veiligheid een maatregel wil nemen op grond van de sluitingsbevoegdheden als opgenomen in de Opiumwet, Gemeentewet, APV of Woningwet, kan de politie op grond van artikel 16 lid 1 onder b sub 2 Wpg aanvullende gegevens verstrekken aan de burgemeester. 7.De te verstrekken gegevens zijn, gelet op de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt, ter zake dienend en niet bovenmatig. Artikel 11 Toestemming van de officier van justitie Ingeval de constatering van woonfraude voortkomt uit een strafrechtelijk onderzoek, wordt aan de betrokken Officier van Justitie toestemming verzocht voor de verstrekking van de politiegegevens in het kader van het convenant Doorzon. Daarbij wordt opgenomen dat partijen de politiegegevens zullen gebruiken in bestuursrechtelijke en civielrechtelijke procedures die erop zijn gericht om het onrechtmatige gebruik of de onrechtmatige bewoning te beëindigen. Artikel 12 Verdere doorzetting politie-informatie door de gemeente 1.De gemeentelijke medewerker controleert de documenten van de politie na ontvangst op de aanwezigheid van strafrechtelijke informatie die niet direct noodzakelijk is voor de door partijen te nemen maatregelen. Indien daar aanleiding toe is, informeert de gemeentelijke medewerker de politie over de bovenmatig verstrekte gegevens en wordt de politie verzocht om het verstrekte document opnieuw op te maken met daarin uitsluitend noodzakelijke informatie. 2.De gemeentelijke medewerker neemt de documenten van de politie als meldingen in ontvangst en zorgt voor registratie van de betrokken adressen in het beveiligde gemeentelijke systeem. 3.Door de gemeentelijke medewerker wordt zorggedragen dat de documenten worden doorgezet aan de betrokken partij(en). De praktische uitwerking van het doorzetten van de politie-informatie door de gemeentelijke medewerker nader uitgewerkt in de werkinstructie informatie-uitwisseling Doorzon (zie bijlage). 4.De documenten van de politie, of selecte informatie daaruit, worden binnen de gemeente verwerkt door de disciplines Openbare Orde en Veiligheid, Wonen, Vergunningen (Juristen) en/of Burgerzaken. 5.Constateringen door de politie op het gebied van prostitutie, wapen-, drugs- of mensenhandel kunnen tevens worden doorgestuurd aan de gemeentelijke medewerker. In deze zaken kan sprake zijn van een dusdanige inbreuk op de openbare orde en veiligheid dat de burgemeester een maatregel wil nemen. De gemeentelijke medewerker kan op basis van het ontvangen Doorzon-pv de betreffende verbalisant verzoeken om aanvullende informatie aan te leveren. Artikel 13 Verstrekking van gegevens door gemeente aan de politie Wanneer bij de gemeente, op basis van hen ter beschikking staande feitelijke gegevens of andere informatie, het vermoeden bestaat dat er sprake is van woonfraude, dan informeert de gemeentelijke medewerker van de gemeente de politie mondeling of schriftelijk hierover. De gegevens worden gedeeld met de teamchef of operationeel expert van het basisteam in wiens verzorgingsgebied de woning is gelegen. Bij een schriftelijke verstrekking worden de relevante gegevens en informatie beveiligd verzonden. Artikel 14 Verstrekking van gegevens door gemeente aan woningcorporaties en overige verhuurders 1.De burgemeester of het college van burgemeester & wethouders stelt een betrokken convenantpartij middels een brief onverwijld op de hoogte van een waarschuwing of een (voornemen tot) sluiting op grond van artikel 174a Gemeentewet, artikel 17 Woningwet of artikel 13b Opiumwet ten aanzien van een woning die bij hen in eigendom is teneinde die partij of diens verhuurders, na zorgvuldige belangenafweging, in de gelegenheid te stellen privaatrechtelijke interventies te plegen. 2.De gemeentelijke medewerker stelt een betrokken convenantpartij middels een rapport van bevindingen (Doorzon-RvB, zie bijlage) op de hoogte van een door een gemeentelijk toezichthouder geconstateerde vorm van woonfraude, ten aanzien van een woning die bij hen in eigendom is, teneinde die partij of diens verhuurders, na zorgvuldige belangenafweging, in de gelegenheid te stellen privaatrechtelijke interventies te plegen. Artikel 15 Verstrekking van gegevens door woningcorporaties en overige verhuurders aan politie 1.De woningcorporaties en overige verhuurders zoals genoemd onder Partijen verstrekken aan de politie op eigen initiatief gegevens over gepleegde strafbare feiten respectievelijk pogingen daartoe als zij daar in het kader van de aangifteplicht als bedoeld in artikel 160 Wetboek van Strafvordering respectievelijk artikel 136 Wetboek van Strafrecht toe verplicht zijn of als zij daar in het kader van de aangiftebevoegdheid als bedoeld in artikel 161 Wetboek van Strafvordering toe bevoegd zijn. Zij verstrekken in dit kader nooit meer gegevens dan nodig is om gepleegde strafbare feiten of pogingen daartoe te melden. 2.De woningcorporaties en overige verhuurders zoals genoemd onder Partijen verstrekken op vordering van een bevoegde opsporingsambtenaar gegevens aan de politie als zij daar op grond van artikel 126nc, 126nda, 126nd, 126ud en artikel 126uc Wetboek van Strafvordering toe verplicht zijn. Zij verstrekken in dit kader nooit meer gegevens dan nodig is om aan de vordering te voldoen. De vordering geschiedt in beginsel schriftelijk onder verwijzing naar het wetsartikel waarop de vordering is gebaseerd. Artikel 16 Verstrekking van gegevens door woningcorporaties en overige verhuurders aan gemeente 1.De woningcorporaties en overige verhuurders zoals genoemd onder Partijen verstrekken op eigen initiatief aan de burgemeester gegevens over de ontruiming van een woning die bij hen in eigendom is en die door de burgemeester is gesloten dan wel ten aanzien waarvan de burgemeester een waarschuwing of een voornemen tot sluiting heeft gedaan op grond van artikel 174a Gemeentewet, artikel 17 Woningwet of artikel 13b Opiumwet. Zij verstrekken in dat kader uitsluitend adresgegevens met de mededeling per wanneer de woning is of wordt ontruimd teneinde burgemeester in de gelegenheid te stellen de sluiting te schorsen of op te heffen of van de sluiting af te zien. 2.De woningcorporaties en overige verhuurders zoals genoemd onder Partijen verstrekken op vordering van een toezichthouder van de gemeente gegevens als zij daar op grond van artikel 5:20 Algemene wet bestuursrecht (Awb) toe verplicht zijn. Zij verstrekken in dit kader nooit meer gegevens dan nodig is om aan de vordering te voldoen. De vordering geschiedt schriftelijk onder verwijzing naar het wetsartikel waarop de vordering is gebaseerd (zie format mail vordering gegevens in bijlage). Artikel 17 Registratie en wijze van doorgeleiden van gegevens 1.De convenantpartners verplichten zich ertoe schriftelijk vast te leggen welke (persoons)gegevens zij in het kader van dit convenant hebben verstrekt of hebben ontvangen, alsmede aan/van welke partij zij de gegevens verstrekken/ontvangen en ten behoeve van welk doel de gegevens zijn verstrekt of ontvangen. 2.De convenantpartners rapporteren het resultaat per adres terug aan politie en de gemeentelijke medewerker van de gemeente om een overzicht van de behaalde resultaten mogelijk te maken. IV Het beheer van de gegevens en rechten van betrokkenen Artikel 18 Beveiliging van de persoonsgegevens 1.Partijen zijn ieder individueel verantwoordelijk voor de (persoons)gegevens die zij ontvangen en verwerken in het kader van dit convenant. 2.Partijen verplichten zich tot het treffen van voorzorgsmaatregelen om de ontvangen gegevens strikt vertrouwelijk te behandelen en nemen technische en organisatorische maatregelen om de beveiliging van die gegevens te garanderen. 3.De basis voor de te treffen (technische en organisatorische) maatregelen is artikel 32 AVG, aangevuld met maatregelen gebaseerd op een Privacy Impact Assessment. Partijen zijn verplicht om een Privacy Impact Assessment uit te voeren of uitgevoerd te hebben indien deze passend en actueel is. 4.Partijen stellen elkaar in staat om het interne en externe risicolandschap in kaart te brengen en zullen de uitkomsten van een Privacy Impact Assessment onderling delen. 5.Partijen zijn, voor zover niet reeds een geheimhoudingsplicht geldt uit hoofde van hun ambt, beroep of wettelijk voorschrift, verplicht tot geheimhouding van de persoonsgegevens en overige gegevens, waarvan zij kennisnemen, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift of bepalingen van dit convenant hen tot mededeling verplicht of uit hun taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. Artikel 19 Inbreuk in verband met persoonsgegevens (datalek) Partijen verplichten zich om bij een constatering van een inbreuk in verband met persoonsgegevens als bedoeld in artikel 4 onder 12 AVG (datalek) daarvan onmiddellijk (binnen 24 uur) melding te doen aan de andere partijen indien en voor zover die andere partijen als gevolg van de inbreuk mogelijk een melding als bedoeld in artikel 33 AVG moeten doen. De partijen zijn ieder individueel verantwoordelijk voor de tijdige melding van de inbreuk bij de Autoriteit Persoonsgegevens en, zo nodig, bij de betrokkenen (artikel 34 AVG). Artikel 20 Bewaartermijn en vernietiging van de gebruikte gegevens De (persoons)gegevens die verwerkt worden in het kader van dit convenant, worden door partijen niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor de in dit convenant opgenomen doeleinden. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij de daarvoor geldende wettelijk voorgeschreven bewaartermijn. Na het verstrijken van deze bewaartermijn worden de gegevens vernietigd. Artikel 21 Informatieverstrekking aan betrokkenen 1.Partijen dragen als verwerkingsverantwoordelijke zelf zorg voor de informatieverplichting aan betrokkenen als bedoeld in artikel 13 en 14 AVG omtrent de verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit convenant. 2.Partijen zijn afzonderlijk binnen het voor hem geldende regime verantwoordelijk om het recht tot informatie voldoende kenbaar te maken aan betrokkenen. 3.Indien niet duidelijk is voor betrokkenen waar men moet zijn, kan men het verzoek om inzage richten aan de gemeente, waarna zij zorgdraagt voor het doorzenden naar de verwerkingsverantwoordelijke als bedoeld onder lid 1. Artikel 22 Rechten van betrokkenen 1.Betrokkene kan bij partijen een verzoek indienen om: a.inzage in de persoonsgegevens die over hem of haar worden verwerkt; b.rectificatie of verwijdering van hem of haar betreffende persoonsgegevens dan wel beperking van de verwerking. 2.Indien betrokkene een verzoek richt tot een van de partijen, bericht deze aan betrokkene bij de beantwoording ook over de identiteit van de andere partijen in het samenwerkingsverband waaraan eerder voor de doeleinden van het samenwerkingsverband gegevens zijn verstrekt. 3.Partijen die vallen onder het regime van de AVG kunnen een verzoek als bedoeld in het eerste lid geheel of gedeeltelijk afwijzen voor zover dat noodzakelijk en evenredig is ter waarborging van het bepaalde in artikel 41 lid 1 UAVG. 4.Partijen die gegevens verwerken onder het regime van de Wpg kunnen een verzoek geheel of gedeeltelijk afwijzen voor zover dat noodzakelijk en evenredig is ter waarborging van het bepaalde in artikel 27 lid 1 Wpg. 5.Voor zover nodig en toegestaan op grond van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, zover dat noodzakelijk en evenredig is ter waarborging van het bepaalde in artikel 39l Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, verstrekt de politie in sommige gevallen gegevens met voorafgaande toestemming van het Openbaar Ministerie. 6.Partijen informeren elkaar onderling bij uitoefening van een recht van betrokkene en de beantwoording vindt plaats conform de op de partijen van toepassing zijnde wet- en regelgeving en de daarin geldende termijnen. V Toetreding, wijzigingen en looptijd Artikel 23 Toetreding, uittreding en beëindiging 1.Dit convenant staat open voor toetreding door derden, indien zij volgens de politie en gemeente voldoen aan de vereisten opgenomen in de Wet Goed Verhuurderschap dan wel de toetredingscriteria (zie bijlage), en er sprake is van een relevant volume van vastgoed. Bestaande partijen kunnen een nieuwe partij aandragen als zij van mening zijn dat deze een bijdrage kan leveren aan het behalen van de doelstellingen, zulks met inachtneming van de bepalingen van dit convenant. 2.Alvorens een partij kan toetreden tot dit convenant, moet de politie beoordeeld hebben in hoeverre het besluit van de korpschef op grond van artikel 20 Wpg hiervoor moet worden aangepast. Toetreding kan pas plaatsvinden nadat geoordeeld is dat aanpassing niet noodzakelijk is, dan wel na aanpassing van het besluit van de korpschef ex. artikel 20 Wpg. De politie kan in dit kader toetreding van een nieuwe partij weigeren zonder opgave van reden, maar met informeren van de lokale driehoek. 3.Deelnemende convenantpartners kunnen uit eigen beweging tussentijds de deelname aan dit convenant opzeggen. 4.Indien er voor de politie en gemeente aanleiding is om van een nieuwe partij of bestaande convenantpartner aan te nemen dat er niet wordt voldaan aan het naleven van de afspraken in het convenant of de toetredingscriteria (zie bijlage), kan de nieuwe partij worden geweigerd of aan de bestaande convenantpartner een termijn geboden worden om het verzuim te herstellen. Indien de convenantpartner het verzuim niet binnen de gestelde termijn herstelt kan diens deelname aan het convenant worden beëindigd. Artikel 24 Wijzigingen De gemeente voert de regie op de actualisatie van dit convenant. Wijzigingen van of aanvullingen op dit convenant worden doorgevoerd door de gemeente en behoeven mondelinge of schriftelijke instemming van alle partijen. Artikel 25 Inwerkingtreding en looptijd Dit convenant treedt in werking met ingang vanaf 5 maart 2026 en wordt aangegaan voor de duur van drie jaar. Na ommekomst hiervan zal de werkingsduur steeds stilzwijgend voor de duur van één jaar worden verlengd.

Meer informatie