Verordening gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Best 2026

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op28 juli 2026
Gepubliceerd doorGemeente Best

Verordening gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Best 2026 Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: -Ambtelijk secretaris: ambtelijk medewerker van de gemeente die onder meer de commissievergaderingen voorbereidt, stukken aanlevert, agendeert en administratief afhandelt; -cultuurhistorisch waardevol pand: zoals opgenomen in omgevingsplan en/of bestemmingsplan; -college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Best -commissie: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, genaamd adviescommissie Omgevingskwaliteit; -gemeentelijk monument: een monument zoals bedoeld in artikel 1:1 van de Erfgoedverordening gemeente Best 2024; -goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet; -monument: een al dan niet gebouwde zaak als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. -rijksmonument: een monument dat is ingeschreven in het register zoals bedoeld in artikel 3:3 van de Erfgoedwet; -verordening: Verordening gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Best 2026; -wet: de Omgevingswet. Paragraaf 2. Adviestaak Artikel 2. Taak en werkzaamheden 1.De commissie heeft als taak de raad en het college te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Daaronder wordt in elk geval begrepen het geven van voorlichting over de doelstelling van een goede omgevingskwaliteit en over de werkzaamheden van de commissie.2.Ter uitvoering van haar taak: a.adviseert de commissie op verzoek van het college over een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor: 1.een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; 2.een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een (voorbeschermd ) gemeentelijk monument, een gemeentelijk monument of een cultuurhistorisch waardevol pand; 3.een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; 4.een andere activiteit in geval het college een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit; b.adviseert de commissie op verzoek van het college of uit eigen beweging over het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet of over het aan een locatie geven van de functie-aanduiding gemeentelijk monument op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet; c.adviseert de commissie op verzoek van het college of uit eigen beweging over het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit; d.adviseert de commissie op verzoek van het college in een geval van een verkenning als bedoeld in artikel 5.48, tweede lid, van de wet en in andere gevallen waarin het college een advies nodig achten in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving; e.informeert en begeleidt de commissie op verzoek van het college planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces; f.voert de commissie op verzoek van het college vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning; g.adviseert de commissie op verzoek van het college over het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed [en werelderfgoed] en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen; h.adviseert de commissie op verzoek van het college over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet die een eis ten aanzien van de omgevingskwaliteit bevatten, te weten regels die zijn vastgelegd in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) in Best over activiteiten die mogelijk in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand. i.adviseert de commissie op verzoek van het college met betrekking tot schetsplannen en omgevingsdocumenten bij informeel vooroverleg. Paragraaf 3. Aanwijzing van besluiten waarover verplicht advies moet worden gevraagd Artikel 3. Verplichte advisering Het college winnen advies van de commissie in omtrent een te nemen beslissing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1 ̊tot en met 3 ̊, en onder b van deze verordening. Paragraaf 4. Samenstelling en inrichting Artikel 4. Samenstelling 1.De commissie bestaat uit minimaal twee leden, de voorzitter daaronder begrepen, voor de plannen die geen betrekking hebben op erfgoed en drie leden, de voorzitter daaronder begrepen, voor plannen die betrekking hebben op erfgoed. 2.De leden en de plaatsvervangers worden benoemd op persoonlijke titel en op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. De raad mandateert het college om de voorgedragen leden te benoemen.3.De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet minimaal twee leden deskundig op het gebied van erfgoedzorg.4.De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie en/of restauratiearchitectuur.5.De leden en de plaatsvervangers zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur.6.De leden en de plaatsvervangers zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. Artikel 5. Benoeming 1.De leden en de plaatsvervangers kunnen voor een termijn van ten hoogste 4 jaar worden benoemd.2.Herbenoeming van leden kan eenmaal voor ten hoogste 4 jaar plaatsvinden. Dit is niet van toepassing op de plaatsvervangers.3.Afgetreden leden zijn 2 jaar na hun aftreden weer benoembaar.4.De leden worden op eigen verzoek ontslagen. Zij kunnen voorts door het college in mandaat worden geschorst en ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. Artikel 6. Ondersteuning van de commissie 1.De commissie heeft een ambtelijk secretaris.2.De commissie wordt ambtelijk ondersteund door één of meer ambtelijke voorbereiders. 3.De secretaris en de ambtelijk voorbereiders zijn voor hun werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie. Paragraaf 5. Advisering en standpuntbepaling Artikel 7. Adviestermijn 1.Het college kan aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht.2.In geval het college geen termijn heeft gesteld brengt de commissie een advies uit binnen een termijn van vier weken. Artikel 8. Beraadslaging en standpuntbepaling 1.De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De agenda voor de vergadering van de commissie wordt tijdig op een geschikte wijze bekendgemaakt. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 5.1 van de Wet open overheid ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. De openbaarheid geldt niet voor informeel vooroverleg.2.De aanvrager van de omgevingsvergunning of zijn gemachtigde heeft de mogelijkheid tot toelichting van de aanvraag ten overstaan van de commissie. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht.3.Over een uit te brengen advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een (rijks)monumentenactiviteit met betrekking tot een (voorbeschermd) monument, een cultuurhistorisch waardevol pand of ligging van het bouwwerk binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht wordt enkel besloten in aanwezigheid van tenminste twee leden met een deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg in geval van een Rijksmonument en tenminste één lid in geval van een gemeentelijk monument of cultuurhistorisch waardevol pand. Het advies van de leden met deskundigheid op het gebied van monumentenzorg is bij deze aanvragen doorslaggevend.4.Bij advisering over omgevingskwaliteit van bouwwerken, waarbij geen sprake is van (voorbeschermde) monumenten of ligging van het bouwwerk binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht is er in elk geval een lid aanwezig die minimaal deskundig is op het gebied van architectuur en/of stedenbouw.5.Leden die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert, onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig.6.De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de commissie en de daarvoor werkzame personen. Artikel 9. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie De commissie kan onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet en artikel 2, derde lid, de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meer daartoe aangewezen leden, of een subcommissie of daartoe aangewezen ambtenaren van de gemeente. Artikel 10. Adviseurs 1.De commissie kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe door het college aangewezen ambtenaren2.De commissie kan zich doen bijstaan door andere personen, zoals lokale (burger-) adviseurs, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.3.De commissie kan zich doen bijstaan door specialisten voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.4.De in het eerste, tweede en derde lid bedoelde personen kunnen op uitnodiging van de commissie en/of het college als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen. Artikel 11. Verwerking van het advies 1.Het college kan eenmaal per activiteit een second opinion inwinnen bij een gemeentelijke adviescommissie van een andere gemeente. Een second opinion wordt pas gevraagd nadat de commissie de mogelijkheid tot heroverweging van het advies heeft gekregen. Het college stelt de commissie van het voornemen tot het plaatsen van die opdracht op de hoogte. De commissie neemt een second opinion voor kennisgeving aan en kan niet worden gevraagd hierop te reageren.2.In geval het college een beschikking geeft in afwijking van het door de commissie uitgebrachte advies verzenden zij een afschrift van die beschikking aan de commissie. Paragraaf 6. Werkwijze Artikel 12. Reglement van orde 1.De commissie stelt haar werkwijze binnen de kaders van deze verordening nader vast in een reglement van orde.2.In het reglement van orde komt ten minste aan de orde: a.De werkwijze bij advisering zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder b, respectievelijk onder c; b.de inrichting van het vooroverleg zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder f; c.de wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt, belanghebbenden worden uitgenodigd en spreektijd wordt benoemd. d.het vereiste quorum voor een besluitvormende vergadering, de vergaderorde en orde van de beraadslaging, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht tussen de toelichtende fase waarin het spreekrecht wordt uitgeoefend en de beraadslagingen; e.de notulering en dossiervorming; f.de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt; g.de instelling van subcommissies; h.de werkwijze bij afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie als bedoeld in artikel 9; i.de selectie en voordracht van kandidaat-leden. 3.Het college draagt zorg voor bekendmaking van het door de commissie vastgestelde reglement van orde in het gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Artikel 13. Relatie met andere adviseurs Bij het aanstellen van een supervisor, een kwaliteitsteam of een andere adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid of een adviseur van de commissie dragen burgemeester en wethouders zorg voor een goede afstemming tussen de werkzaamheden van deze adviseur en de commissie. Artikel 14. Vergoeding De leden van de commissie en de adviseurs als bedoeld in artikel 10, tweede lid ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding op grond van de tarieven zoals jaarlijks afgesproken met de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant c.q. een vergelijkbare vergoeding op grond van artikel 96 Gemeentewet en artikel 3.4.1, 3.4.2 en 3.4.3 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Artikel 15. Jaarverslag 1.De commissie brengt jaarlijks verslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet, uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.2.In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: a.de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; b.de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen. Artikel 16. Vervallen, wijzigen en intrekken oude regeling 1.De Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Best van 25 september 2023 wordt ingetrokken. Artikel 17. Inwerkingtreding en citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Best 2026.

Meer informatie