Aanwijzingsbesluit messen- en steekwapenverbod gemeente Zuidplas
Aanwijzingsbesluit messen- en steekwapenverbod gemeente Zuidplas Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidplas, Overwegende dat: -Ingevolge artikel 2:50b van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zuidplas (hierna: “APV”) het college van burgemeester en wethouders openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven kan aanwijzen, waar het verboden is messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben; -Het bezit en gebruik van voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt toeneemt; -Sprake is van toegenomen veiligheidsincidenten waarbij dergelijke voorwerpen zijn gebruikt; -Het bezit van deze voorwerpen op straat gevoelens van onveiligheid oproept; -Het noodzakelijk is om de beschikbaarheid van messen in de openbare ruimte te beperken om escalatie bij conflicten te voorkomen; -Het noodzakelijk is om openbare orde en veiligheid te waarborgen en verstoring hiervan te voorkomen; -Aanwijzing van een specifiek gebied noodzakelijk is om gericht preventief en repressief op te treden; -Het verbod zich uitsluitend richt op voorwerpen die buiten de reikwijdte van de Wet wapens en munitie vallen; -Het college acht het, gelet op de handhaving van de openbare orde en veiligheid, noodzakelijk om op grond van artikel 2:50b van de APV het gehele grondgebied van de gemeente aan te wijzen als gebied waar het verboden is om messen of andere voorwerpen die niet onder de Wet wapens en munitie vallen en als steekwapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben. Besluit: vast te stellen het Aanwijzingsbesluit messen- en steekwapenverbod; Artikel 1 Aanwijzing van verboden gebied Als gebied waar het verboden is om op de openbare weg of in publiek toegankelijke gebouwen messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben, wordt aangewezen: -Het gehele grondgebied van de gemeente Zuidplas. De reden om het volledige grondgebied aan te wijzen is dat uit analyse van o.a. de politie met incidentengegevens, veiligheidsanalyses en de meest recente GGD-jeugdmonitor blijkt dat het bezit van dergelijke voorwerpen niet is beperkt tot een specifieke wijk of locatie. Een gemeentebreed verbod voorkomt verplaatsingseffecten en maakt de handhaving eenduidig en effectief. Artikel 2 uitzonderingen 1.Het verbod geldt niet voor voorwerpen die vallen onder de categorieën I, II, III en IV van de Wet wapens en munitie (Wwm), deze worden landelijk al gereguleerd;2.Het verbod geldt voorts niet als a.Het voorwerp zodanig is verpakt dat het niet voor onmiddellijk gebruik beschikbaar is, én b.Sprake is van een redelijk doel, bijvoorbeeld beroepsmatig of hobbymatig gebruik (denk aan slagers, koks, kampeerders, vissers). Artikel 3 Duur van het besluit Dit aanwijzingsbesluit geldt voor een periode van twee jaar na inwerkingstreding. Het college beoordeelt voor afloop van deze periode of verlenging noodzakelijk is. Artikel 4 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking de dag na de publicatie. Artikel 5 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Aanwijzingsbesluit messen- en steekwapenverbod. Vastgesteld in de collegevergadering van 30 juni 2026. J.F. Weber Burgemeester M. BurgmansGemeentesecretaris Toelichting 1. Juridisch kader en verhouding tot de Wet wapens en munitie ( Wwm) De Wet wapens en munitie (hierna: “Wwm”) bevat een uitputtende regeling voor het bezit en dragen van wapens die qua aard of omstandigheden als verboden wapen worden aangemerkt, zoals messen die duidelijk bedoeld zijn om letsel toe te brengen of te dreigen. Voorwerpen die onder deze wet vallen zijn reeds landelijk verboden en vallen buiten de reikwijdte van dit aanwijzingsbesluit. De Algemene Plaatselijke Verordening biedt gemeenten ruimte om aanvullend op de Wwm een verbod in te stellen op het bij zich hebben een voorwerpen die niet onder de Wwm vallen, maar in de praktijk wel als steekwapen kunnen worden gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan alledaagse gebruiksvoorwerpen met een primair ander gebruiksdoel, maar onder omstandigheden als steekvoorwerp kunnen worden gebruikt zoals keukenmessen, schroevendraaiers of gereedschap. Deze voorwerpen kunnen onder omstandigheden een risico vormen voor de openbare orde en veiligheid, terwijl dit geen voorwerpen zijn die op grond van de Wwm als verboden zijn aangemerkt. Op grond van artikel 2:50b, eerste lid, van de APV is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om gebieden aan te wijzen waar het verboden is om messen of vergelijkbare voorwerpen bij zich te hebben, voor zover deze niet onder de Wwm vallen. Deze bepaling is vastgesteld door de gemeenteraad in het kader van diens bevoegdheid op grond artikel 121 van de Gemeentewet. Het college oefent met dit aanwijzingsbesluit een gedelegeerde bevoegdheid uit binnen het bestaande wettelijke en lokale kader. Deze gemeentelijke regeling is een autonome aanvulling van de Wet wapens en munitie. Het verbod richt zich uitdrukkelijk op een andere categorie voorwerpen en dient een ander doel, namelijk het beschermen van de lokale openbare orde. De gemeenteraad heeft hiervoor in de APV de grondslag gelegd en het college bevoegd gemaakt om gebieden aan te wijzen waar het messen- en steekwapenverbod geldt. Daarmee blijft het besluit binnen de toebedeelde bevoegdheid en is het in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. Dit sluit aan bij de jurisprudentie, onder meer van de rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2023:2038), waar een verbod onverbindend werd verklaard omdat onvoldoende onderscheid was gemaakt met de Wwm. Juist dat onderscheid is in dit besluit wél expliciet geborgd. Door het verbod strikt te richten op voorwerpen die niet onder de Wwm al als verboden voorwerpen zijn aangemerkt, het gebied gemotiveerd te begrenzen en uitzonderingen of het messen- en steekwapenverbod te formuleren voor legitiem gebruik, is sprake van een proportionele en juridisch houdbare maatregel. 2. Aanleiding en maatschappelijke urgentie Het college acht het noodzakelijk om, ter bescherming van de lokale openbare orde en veiligheid, een verbod in te stellen dat geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente. Aanleiding daarvoor is een toename van incidenten en signalen waaruit blijkt dat het bezit van messen en andere scherpe voorwerpen, leidt tot gevoelens van onveiligheid, verstoring van de openbare orde en risico’s op geweld. Verder blijkt uit de jeugdmonitor 2023, uitgevoerd door de GGD, dat minderjarigen woonachtig in Zuidplas vaker een wapen bij zich dragen dan gemiddeld binnen de regio Hollands-Midden. Jeugdigen geven aan dat de reden om deze wapens te dragen met name voortkomen uit het gevoel te hebben zichzelf te moeten verdedigen, zich niet veilig voelen of vanwege psychosociale factoren vatbaar zijn voor het dragen van wapens. Hiernaast is de online omgeving van jeugdigen een omgeving waarin bedreigingen, het verheerlijken of normaliseren van geweld en escalaties en die vervolgens in de openbare ruimte, op school, sportvereniging of andere plaatsen tot uiting komen. Het dragen van een wapen vergroot uit onderzoek hiernaast de kans op zowel dader- als slachtofferschap van geweld. De jeugd- en messenproblematiek in onze buurgemeenten waaronder de gemeente Gouda, de gemeente Capelle aan den IJssel, de gemeente Rotterdam en de gemeente Zoetermeer laten onze jeugd ook niet onberoerd. Veel jeugdige inwoners zitten op school in deze buurgemeenten en onderhouden zowel daar als hier sociale contacten en netwerken. Andersom is er een groot aandeel van de middelbare scholieren binnen Zuidplas inwoner van deze buurgemeente(n). De problematiek die in deze buurgemeenten bestaat heeft indirect ook invloed op de omstandigheden binnen onze gemeente. Dit blijkt ook uit de analyse van incidentgegevens aangeleverd door de politie. In de afgelopen periode zijn op meerdere plaatsen in de gemeente Zuidplas meldingen binnengekomen van overlast, intimidatie en geweldsincidenten in de openbare ruimte. Daarbij worden steeds vaker messen en andersoortige steekwapens aangetroffen. Ook zijn er een aantal fysieke incidenten geweest op bekende (jeugd)overlastlocaties. Omdat dergelijke signalen zich op meerdere plaatsen voordoen en de aard van de risico’s niet is beperkt tot één wijk of doelgroep, acht het college het proportioneel en handhaafbaar om het verbod te laten gelden voor het gehele gemeentelijke grondgebied. Daarmee wordt tevens voorkomen dat het probleem zich verplaatst naar gebieden die niet onder het verbod vallen. Deze ontwikkelingen laten zien dat het risico niet beperkt is tot één wijk of specifieke leeftijdsgroep. Overlast en geweldsincidenten vormen een breder maatschappelijk vraagstuk en brengen de leefbaarheid en verdraagzaamheid in de samenleving onder druk. Gemeenten hebben daarom de taak om de veiligheid in de openbare ruimte zo goed mogelijk te borgen, zodat bewoners, bezoekers en ondernemers zich overal en op elk moment veilig kunnen voelen. 3. Gebiedsaanwijzing Uit de veiligheidsanalyse van het politieteam Waddinxveen-Zuidplas blijkt dat in de periode van december 2024 tot december 2025 binnen het grondgebied van de gemeente Zuidplas 26 incidenten zijn geregistreerd waarbij messen of andere steekvoorwerpen een rol hebben gespeeld. Deze incidenten doen zich voornamelijk voor in Nieuwerkerk aan den IJssel, maar ook de andere delen van de gemeente zijn in de cijfers vertegenwoordigd en hierdoor niet te herleiden tot één afgebakend gebied. De politie geeft aan dat niet alle incidenten worden gezien of geregistreerd, waardoor het werkelijke aantal vermoedelijk hoger ligt. De analyse laat verder zien dat een deel van de incidenten zich over verschillende delen van de gemeente uitstrekt. In verschillende situaties vond de aanleiding of toedracht plaats in het ene gebied, terwijl een aansluitend conflict of de uiteindelijke aanhouding zich in een ander deel van de gemeente voordeed. Dit is een aanvulling op het beeld dat incidenten zich in de praktijk niet beperken tot één gebied en dat situaties zich binnen de gemeente kunnen verplaatsen. Daarnaast speelt mee dat een gemeentebreed verbod een duidelijke gedragsnorm stelt. Door in de hele gemeente dezelfde regels te laten gelden is het voor inwoners duidelijk dat het zonder redelijk doel bij zich dragen van messen en andere steekvoorwerpen in de openbare ruimte niet wordt geaccepteerd. Deze uniformiteit maakt de communicatie en handhaving eenvoudiger en heeft daarbij een duidelijke preventieve werking. Het basisteam Wadddinxveen-Zuidplas adviseert daarom het volledige grondgebied aan te wijzen, gelet op de spreiding van de incidenten, het risico op verplaatsing binnen de gemeente en de behoefte aan één eenduidig kader. Het college heeft overwogen om uitsluitend specifieke risicogebieden aan te wijzen. De politie geeft echter aan dat de incidenten zich verspreid voordoen en dat wijk- of dorpsgrenzen in de praktijk moeilijk handhaafbaar zijn. Een gebiedsgerichte aanwijzing zou tot discussies kunnen leiden over de exacte reikwijdte van het verbod en vermindert de effectiviteit, omdat situaties zich eenvoudig kunnen verplaatsen naar aangrenzende wijken of gebieden. Hiernaast is de verhoogde mobiliteit van minderjarige inwoners ook zo groot dat deze aanwijzing niet doelmatig zou zijn. Ook is overwogen of dit op dorpskernniveau aangewezen kan worden enkel binnen de bebouwde omgeving, uit nadere analyse blijkt dat confrontaties ook buiten de kernen van woongebieden realistisch zijn. 4. Uitzonderingen Het verbod geldt niet voor voorwerpen die vallen onder categorie I, II, III of IV van de Wwm. Daarnaast geldt het verbod niet als het voorwerp zodanig is verpakt dat het niet voor onmiddellijk gebruik beschikbaar is, én er sprake is van een redelijk doel om het voorwerp bij zich te hebben, bijvoorbeeld vanwege beroepsmatig of hobbymatig gebruik. 5. Handhaving en preventie Door dit aanwijzingsbesluit geldt het mes- en steekwapenverbod uit artikel 2:50b van de APV in de gehele gemeente en kunnen handhavers en politie direct optreden in geval van overtreding van de APV. Ook kan een last onder dwangsom worden opgelegd. Dit aanwijzingsbesluit maakt deel uit van een bredere handhavingsstrategie gericht op het vergroten van de veiligheid in de openbare ruimte. Het staat los van andere bevoegdheden die de burgemeester of het college op grond van wet- en regelgeving kan inzetten, zoals het aanwijzen van een veiligheidsrisicogebied. 6. Evaluatie Het aanwijzingsbesluit geldt voor een periode van twee jaar. Gedurende deze periode zal de effectiviteit van het verbod worden gemonitord en na afloop van deze periode worden geëvalueerd. Op basis van de uitkomsten van deze evaluatie zal door het college worden besloten of het verbod wordt verlengd, aangepast of ingetrokken. Bezwaar U kunt op grond van de algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit schriftelijk bezwaar aantekenen bij het college van de gemeente Zuidplas, Postbus 100, 2910 AC te Nieuwerkerk aan den IJssel. Houdt u er rekening mee dat uw bezwaarschrift gemotiveerd en door u ondertekend moet zijn. Voorlopige voorziening Hebt u een bezwaarschrift ingediend en meent u dat de betrokken belangen zo zwaar wegen dat u de beslissing hierop niet kunt afwachten? De Algemene wet bestuursrecht geeft u dan de mogelijkheid om een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen bij de voorzieningenrechter. Postbus 20302, 2500 EH te ’s-Gravenhage. Hiervoor moet u griffierecht betalen, waarover u bericht krijg van de griffier. U kunt ook digitaal een verzoek om een voorlopige voorziening indienen bij de rechtbank te ’s-Gravenhage. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de website http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrechtspraak voor meer informatie over het digitaal indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening.
Meer informatie